Feestdag H. Laurentius, diaken en martelaar

Kaart onbeschikbaar

vrijdag - 10 aug
Hele dag

Van


Laurentius van Rome, Italië; diaken & martelaar; † 258.

Afbeelding van Laurentius

6e eeuw. Mozaïek. Italië, Ravenna, Mausoleo di Galla Placidia.
Laurentius van Rome met boekenkast (diakens hadden de zorg voor de liturgische boeken:
zichtbaar zijn de vier evangeliën Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes),
rooster (martelwerktuig), kruis (omwille van Christus) en boek (aldus het evangelie in praktijk brengend)

http://www.heiligen.net/afb/08/10/08-10-0258-laurentius_8.jpg

Feest 10 augustus.

Als we de verhalen rond de Spanjaard Laurentius mogen geloven moet hij een geestig man geweest zijn. Hij was een van de zeven diakens van de stad Rome ten tijde van paus Sixtus II. Krachtens een decreet van Keizer Valerianus werd hij – evenals vele andere kerkelijke ambtsdragers (bisschoppen, priesters, diakens, voorlezers enz.) – zonder enige vorm van proces onthoofd. Door de indrukwekkende wijze, waarop hij zijn marteldood onderging, bracht hij anderen tot het geloof in Christus.

Eigenlijk is dat alles wat we met zekerheid weten. Maar al spoedig weefden zich kleurrijke legenden rond zijn persoon.

De Romeinse keizer leeft in de veronderstelling dat de christenen vele schatten moeten bezitten. Elke dag immers brengen diakens enorme hoeveelheden voedsel en andere hulpgoederen naar de armen in de achterbuurten van Rome. Bij de arrestatie van de bisschop van Rome, Sixtus, hadden geheim-agenten de prelaat tegen Laurentius horen zeggen: “Let goed op de schatten van de kerk!” Moest daar geen belasting over betaald worden? De keizer had dus persoonlijk opdracht gegeven de diakens bijzonder scherp in de gaten te houden. Uiteindelijk liet hij Laurentius arresteren en aan zich voorgeleiden met de vraag waar zich al die schatten van de kerk nu precies bevonden. Laurentius probeerde hem duidelijk te maken dat er geen sprake was van schatten, maar de keizer hield vol en gebood hem over een paar dagen alle schatten waarover zij beschikten op het centrale Forum bijeen te brengen.

Op de afgesproken dag stonden op het Forum alle armen die Laurentius had weten te verzamelen. Met een brede armzwaai zei hij tegen de keizer: ‘Daar hebt u dus de schatten van de kerk!’ De keizer was zo beledigd dat hij Laurentius tot de marteldood veroordeelde. De heilige diaken zou op een ijzeren rooster zijn vastgebonden, waaronder een vuur werd aangestoken, zodat hij langzaam werd gebraden. Naar verluidt schijnt de martelaar zich op een goed moment tot zijn beulen te hebben gewend met de woorden: ‘Keert u me maar om, want deze kant is gaar.’

Laurentius is de patroon van Rotterdam en daarmee ook van bisdom Rotterdam. Op afbeeldingen kan men Laurentius altijd herkennen, omdat hij zijn martelwerktuig, het rooster, bij zich heeft.

Historisch onderzoek heeft intussen uitgewezen dat het niet Laurentius was die op een rooster werd gebraden, maar een andere Spaanse diaken: Vincentius van Zaragoza.

Feiten
Sint Laurentius stierf op 10 augustus 258 de marteldood in Rome. Hij werd aan de Via Tibutina in de daar uitgegraven catacomben bijgezet door de rijke eigenares van het grondgebied Cyriaca. Op zijn graf liet keizer Constantijn in 330 een kerk bouwen; die kennen wij nu als de ‘San Lorenzo buiten de muren’. Een van de zeven hoofd- of pelgrimskerken. Vanaf de 4e of 5e eeuw hield de paus er statie op woensdag in de Goede Week. Dat wil zeggen dat de paus die kerk uitkoos om er voor te gaan in de liturgie, vergezeld van de gehele Romeinse clerus en een grote toeloop van gelovigen.

De verering van Laurentius is heel oud. Grote kerkvaders als Ambrosius († 397), Prudentius († na 405), Augustinus († 430) en Leo de Grote († 461) wijden preken, hymnen en overwegingen aan zijn nagedachtenis. De oudste ons bekende afbeelding stamt uit de eerste helft van de 5e eeuw: een mozaïek in het Mausoleum van Galla Placida in de toenmalige keizerstad Ravenna. We zien Laurentius, gekleed in de dalmatiek van de diaken; in de rechterhand een kruis dat op zijn schouder rust, in de linker een opengeslagen boek; aan zijn voeten een rooster waaronder een vuur brandt; daarnaast een kast waarvan de geopende deurtjes ons een blik gunnen op de heilige boekrollen. De zorg voor de liturgische boeken berustte immers bij de diaken. Die afbeelding vertelt in wezen zijn hele verhaal. Zijn verhaal is van later datum. De vertellers van toen waren niet zozeer geïnteresseerd in een objectieve weergave van de feiten. We mogen aannemen dat hun verhaal vaak een afspiegeling is van hun geloofsovertuiging: Laurentius lijkt op Christus. Zo moet zijn verhaal dan ook worden verstaan.

Aartsdiaken
Hoewel de geleerden het er niet over eens zijn, gaat men er meestal van uit dat Laurentius afkomstig was uit de Spaanse landstreek Aragon. Volgens de traditie was hij een zoon van de heilige martelaren Orientus van Huesca en Patientia. Door zijn opgewekt en levendig karakter zou hij de aandacht hebben getrokken van de latere paus Sixtus ii, toen deze onderweg was naar een bisschoppenconferentie in de Spaanse stad Toledo. Op dat moment was Sixtus nog aartsdiaken te Rome. In 257 werd Sixtus tot bisschop van Rome gekozen. Onmiddellijk wijdde hij Laurentius tot zijn opvolger als aartsdiaken: eerste van de zeven stadsdiakens.

Intussen heeft keizer Valerianus de maatregelen tegen de christenen verscherpt. Op 6 augustus 258 wordt Sixtus gearresteerd, tezamen met vier diakens. Daar behoort Laurentius niet bij. Volgens de overlevering was Laurentius in tranen. Hij riep: “Vader, u gaat toch niet weg, terwijl u mij, uw zoon, achterlaat? Als bisschop was u toch nog nooit zonder uw diaken? Nog nooit hebt u het heilig offer opgedragen zonder dat ik u diende aan het altaar. Waarom nu dan wel? Heb ik iets verkeerd gedaan? Toets mij dan nog eens, en kijk of ik inderdaad als dienaar te onwaardig ben om het Heilige Bloed van de Heer rond te delen.” Maar Sixtus riep terug: “Ik verlaat je niet, mijn zoon. Maar er zal van jou een grotere beproeving worden gevraagd. Je zult ook een grotere overwinning behalen. Ik ben al oud, en jij bent nog in de kracht van je jaren. Over drie dagen zul je mij volgen. Zorg intussen dat de schatten van de kerk bij de armen terecht komen.”

Onmiddellijk ging er een bericht naar de keizer dat de christenen blijkbaar over grote schatten beschikten. Laurentius werd bij de keizer ontboden. Deze zou hem volgens Prudentius als volgt hebben toegesproken: “Jullie, christenen, klagen er vaak over dat jullie zo hardvochtig behandeld worden. Maar wees gerust, we hebben het vandaag niet over martelingen. Ik vraag u in alle vriendelijkheid mij te geven wat u in bezit hebt. Ik weet dat jullie priesters drinken uit gouden kelken; dat ze het Heilig Bloed schenken in zilveren bekers; en dat jullie in je nachtelijke bijeenkomsten echte waskaarsen branden die op gouden kandelaars staan. Geef mij die schatten. Uw vorst heeft ze nodig om weer een beetje op krachten te komen. Naar ik heb gehoord wordt aan jullie geleerd dat je aan de keizer moet geven wat aan de keizer toebehoort. Ik denk wel niet dat jullie God munten laat slaan met zijn beeltenis erop. Toen Hij in de wereld kwam, is Hij ook vast geen geld komen brengen. Geef mij dus jullie materiële rijkdommen en stellen jullie je tevreden met de rijkdom van het woord.” Daarop zou Laurentius geantwoord hebben: “Uwe majesteit heeft gelijk. De Kerk is onnoemelijk rijk. Uw schatten hálen het gewoonweg niet bij die van ons. Ik zal ze u laten zien. Gun me alleen een paar dagen de tijd om ze bij elkaar te halen.”

Marteldood
Er zijn historici die menen dat Laurentius die tijd gebruikte om de heilige vaten van de kerk te verkopen en ze om te zetten in zilver en goud. Dat gebruikte hij om voedsel, geneesmiddelen , dekens en andere noodzakelijke dingen te kopen voor het levensonderhoud van zijn mensen. Tegelijk nodigde hij ze uit om overmorgen naar de plaats van samenkomst te komen. Op de afgesproken dag waren ze er allemaal: weduwen en wezen, armen en zieken, lammen en blinden, kreupelen en stumpers, sommigen afschuwelijk om aan te zien. Met een brede armzwaai zei hij tegen de prefect: “Daar hebt u de schatten van de kerk!” Dreigend vroeg de prefect om opheldering. “Bent u boos?” antwoordde Laurentius. “Het goud waar u zo tuk op bent, is een armzalig metaal, en bovendien maar al te vaak oorzaak van allerhande misdaden. Het ware goud is het licht uit de hemel, waarin deze arme drommels zich mogen verheugen. Zij verdragen met geduld hun kwalen en lijden, en doen daar hun voordeel mee, zonder dat ze lijden aan die veel erger kwalen die goud en zilver vaak met zich meebrengen. Zij zijn de ware schatten van de kerk. En om u een plezier te doen zal ik er nog wat kostbare parels en edelstenen aan toevoegen: de weduwen en maagden die zich geheel en al aan God toewijden. Zij vormen de kroon op de kerk en zijn een bron van vreugde voor Jezus Christus. Ze zijn een zegen voor Rome; de keizer zou er trots op moeten zijn.”

Maar de prefect schreeuwde: “U denkt zeker dat u de waardigheid van de keizer en de stad Rome op deze manier belachelijk kan maken? U verlangt kennelijk naar een afschuwelijke dood. U kunt krijgen wat u hebben wilt!” Daarop gaf hij bevel een rooster klaar te maken en er zacht gloeiende kolen onder aan te aan te steken. De marteling moest lang duren. Vervolgens werd Laurentius tot op het blote lijf uitgekleed en op het rooster gedrukt. Omstanders gruwden bij de stank en de verminkingen die het gevolg waren. Maar gelovigen bezweren dat ze alleen maar een heerlijke geur hebben geroken, en dat Laurentius straalde van vreugde. Op een goed moment zou hij tegen de beulen hebben gezegd: “Deze kant is gaar draai me maar om, als de keizer vanavond tenminste lekker vlees op zijn bord wil.” Hij zou nog enkele gebeden hebben gepreveld voor hij tenslotte de geest gaf.

Verering & Cultuur
Er zijn geleerden die menen dat het niet Laurentius was die op een rooster de marteldood stierf, maar zijn Spaanse landgenoot Vincentius, eveneens diaken. Laurentius zou dan met het zwaard om het leven zijn gebracht. Hoe dat zij, Laurentius is de geschiedenis ingegaan als de heilige met het rooster. Zo vinden we hem door de eeuwen heen afgebeeld in vele kerken over de hele wereld. Hij wordt vereerd als patroon van de armen; van diakens en bedienend personeel (een diaken was immers een kerkelijke bediende van de bisschop!), dus ook van wasvrouwen, strijksters en daardoor ook weer van textielarbeiders, alsmede van traiteurs, herbergiers en hotelhouders; van bibliothecarissen en archivarissen (omdat hij als diaken de heilige boeken in bewaring diende te houden); van andere beroepen die met boeken te maken hebben, zoals scholieren, studenten en informatici (ook vanwege zijn rooster?), advocaten, rechtsgeleerden, schrijvers, klerken, administrateurs en boekhouders; van bierbrouwers en kroegbazen (vanwege zijn jolige humor?); van beroepen waar vuur een rol bij speelt, zoals brandweerlieden, glazeniers en glasblazers, kolenbranders, koks en koekenbakkers. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen brandwonden, huiduitslag, huidziekten, ischias, jeuk, kiespijn, koorts, pest, puisten, rugpijn, spit. Zijn voorspraak werd ook gevraagd voor de zielen in het vagevuur (omdat hij weet wat branden is!); tegen aardappelziekten, en voor een goede groei van de wijnoogst…

Stefanus en Laurentius
Op een 3e augustus halverwege de 5e eeuw kwam het stoffelijk overschot van Sint Stefanus vanuit Jeruzalem naar Rome. Men wilde hem bijzetten in de kerk van Sint Petrus’ Banden.Maar – aldus de legende Aurea uit de 13e eeuw – toen zij de kerk van Laurentius passeerden konden de dragers opeens geen stap meer verzetten. Daarop krijste een meisje: “Snappen jullie niet waarom je niet verder kunt? Sint Stefanus heeft zichzelf natuurlijk een plaatsje uitgekozen aan de zijde van broeder Laurentius.” Dus brachten ze Stefanus naar Sint Laurentius. Die wilde laten zien hoe blij hij was met de komst van zijn medediaken, en schoof een beetje opzij in zijn graf, zodat Stefanus ernaast kon liggen.

Laurentius
Laurentius was de aartsdiaken van paus Sixtus II. Hoe toegewijd diaken Laurentius zijn bisschop ten dienste stond, bleek, toen Sixtus tijdens een christenvervolging werd gearresteerd. Laurentius zou geroepen hebben: ‘Vader, u laat mij toch niet in de steek? Ben ik dan niet langer uw zoon? Wat moet u zonder diaken?’ Zoals Christus trouw bleef aan zijn Vader, zo betuigt diaken Laurentius trouw aan zijn vader-bisschop!

Heiligen brengen de persoon van Christus nabij. Zij doen de tijden van het evangelie herleven. Tijdgenoten kunnen zeggen: ‘Het evangelie is bij ons gebeurd, in de persoon van die heilige.’ De verhalen over Laurentius stammen op zijn minst van ruim honderd jaar na zijn dood. Of alles precies gebeurd is, zoals het wordt verteld, vindt men in die tijd niet het belangrijkste. Als het beeld van de Christusnavolging er maar duidelijk uit tevoorschijn komt.

Terwijl Sixtus werd afgevoerd, troostte hij zijn diaken door hem te verzekeren dat hij hem spoedig zou volgen: ‘En draag zorg voor de schatten van de kerk!’ Dat was precies wat de Romeinse overheid had vermoed: dat die gehate christenen kostbare schatten bezaten. In de eredienst werden immers heilige vaten gebruikt. Zoals de Romeinse goden werden geëerd met voorwerpen van de kostbaarste metalen, zo zou dat bij de christenen wel niet anders zijn. Zij eisten de schatten van de kerk op. Of Laurentius daar maar voor wilde zorgen.

Zo suggereert de verteller dat het motief voor de vervolging van christenen ordinaire hebzucht was. De keizer had geld nodig om zijn oorlogen te voeren en zijn soldaten uit te betalen. Van die boze machten werden de christenen het slachtoffer. Juist zoals Jezus in zijn tijd slachtoffer geworden was van jaloezie en machtswellust. Latere legendes weten te vertellen dat keizer Filippus de Arabier, die negen jaar tevoren was vermoord, sympathie had opgevat jegens de christenen. Hij zou dan ook zijn erfenis aan hen hebben nagelaten: een grote schat. Daar zouden de Romeinse overheden op uit zijn geweest.

Laurentius zei drie dagen nodig te hebben om de schatten bij elkaar te halen. In die tussentijd verkocht hij al de kostbare liturgische voorwerpen en verdeelde de opbrengst onder de armen. Later maakte men het verhaal nog mooier. Hij zou op zijn rondtocht langs de armen bij een weduwe gekomen zijn waar een groep christenen ondergedoken zat. Hij waste hun allen de voeten(!), legde zieken de handen op en genas een blinde.

Het verhaal van Laurentius leert ons dat – als het erop aan komt – de zorg voor armen gaat boven de zorg voor liturgische voorwerpen. Sterker, de armen wórden de liturgische voorwerpen, doordat de opbrengst van de voorwerpen wordt omgezet in leven en welzijn van de armen. Verwijzing naar de eucharistie? Immers, zo wordt het heilig brood van de eucharistie, Christus zelf, omgezet in leven en welzijn van de gelovigen. Zo presenteert hij de armen als de schatten, de heilige vaten van de kerk, aan de keizer.

Armenzorg is eredienst. Met dank aan diaken Laurentius.

Wij willen onze website graag verbeteren

Daarvoor verzoeken wij u ons toe te staan gebruik te maken van cookies. Deze cookies betreffen geanonimiseerde gegevens voor Google-Analytics. Indien u deze cookies afwijst kunt u toch onze gehele website bekijken zonder dat enige data aan een derde partij wordt verzonden.