Evenementenlijst Sint Antoniusparochie

mei 2019

datum/tijd evenement

zondag - 19 mei

Hele dag Gedenkdag H. Ivo Hélory van Treguier priester & jurist

Ivo (ook Boun, Bounik, Cheun, Cheunic, Eon, Eozen, Erwan, Erwän, Erwann, Erwin, Euzen, Ewen, Iffik, Ifig, Ives, Ivon, Noum, Urvoan, Von, Vonig, Vonik, Yeun, Youenn, Youn, Younik, Yun, Yuon, Yves, Yvo, Yvon of Yvonik) Hélory (ook van Tréguier), Tréguier, Frankrijk; priester & jurist; † 1303.

Afbeelding H. Ivo Hélory van Treguier
Beeld.
Frankrijk, Trequier, Basilique-Chatédrale.

http://www.heiligen.net/afb/05/19/05-19-1303-ivo_20.jpg

Feest 19 mei.

Hij werd op 17 oktober 1253 geboren op het landgoed Kermartin in het plaatsje Minihy dichtbij Tréguier in Bretagne. Hij was van gegoede afkomst. Vanaf 1267 studeerde hij gedurende tien jaren te Parijs rechten, filosofie en theologie. Daarna specialiseerde hij zich verder in de Rechten te Orléans. Van 1280 tot 1284 was hij kerkelijk rechter te Rennes. Hij leidde een gestreng leven: een collega zag toevallig waar hij sliep: er lagen schots en scheef wat blokken hout op de grond, hier en daar wat opgevuld met stro; één of andere goedkope lap deed dienst als deken. Intussen probeerde Ivo zijn kennis en kunde vooral ten goede te laten komen aan de armen en ongeletterden.

Hij ontving in Rennes ook de priesterwijding. Toen de bisschop uit zijn geboortestad Tréguier een beroep op hem deed, kwam hij met de kerkelijke overheden van Rennes tot de slotsom dat hij daaraan gehoor moest geven. Uit erkentelijkheid voor al zijn verdiensten kreeg hij van zijn kerkelijke werkgever te Rennes een paard cadeau; daarmee zou de reis naar huis een stuk sneller en gemakkelijker gaan. Maar voor hij vertrok had hij het alweer verkocht en de opbrengst onder de armen verdeeld.

Van 1292 tot 1298 was hij plattelandspastoor te Louannec. Hij preekte eenvoudig en recht tot het hart van de mensen; bovendien sprak hij gewoon Bretons, de taal van de streek. Intussen bleef hij zijn ambt van advocaat uitoefenen. Men noemde hem al gauw ‘de advocaat van de armen’. Hij was bijzonder scherpzinnig, wanneer hij het onrecht van rijken jegens armen moest ontmaskeren.

Vertelling

Zo wordt er verteld over een waardin te Tours die in grote moeilijkheden was geraakt. Op een dag waren er twee schavuiten bij haar binnengekomen en hadden net gedaan alsof ze kooplui waren. Ze hadden haar een koffer in bewaring gegeven, waarin zich naar hun zeggen een som geld bevond van twaalfhonderd goudstukken plus nog een flink aantal waardepapieren. Zij kwamen met haar overeen dat zij het ding niet aan de één in handen zou geven zonder dat de ander erbij was. Toen beging de waardin een vergissing: ze tekende een akkoordverklaring, maar controleerde niet de inhoud van de koffer.

Na een kleine week kwam een van die twee schurken in grote haast bij haar de koffer opvragen, want hij moest een paar aanbetalingen doen. De waardin dacht zo gauw niet aan de afspraak dat ze de koffer alleen maar mocht afstaan, als de ander erbij was. Trouwens, wat gaf het? De verstandhouding tussen de beide heren was vorige week immers uitstekend geweest. De man had de koffer nog niet in ontvangst genomen, of hij verdween onmiddellijk.

Kort daarna kwam die andere kerel om de koffer vragen. In goed vertrouwen maakte de waardin hem duidelijk dat ze die juist had meegegeven aan zijn collega. “Hoe kon je dat nou doen? We hadden toch afgesproken”, schreeuwde hij, en hij haalde het contract tevoorschijn waarin dat zwart op wit was vastgelegd, ” dat je die alleen maar mocht meegeven als we er allebei bij waren?” Razend en tierend vervolgde hij: als ze eens wist, hoeveel schade hij nu leed. Hier was duidelijk sprake van contractbreuk. Hij zou er werk van maken. Inderdaad liet hij haar arresteren en gevangen zetten.

Als Ivo op reis was, ging hij altijd bij haar langs om er te overnachten. Maar deze keer was ze er niet. Toen hij hoorde wat er gebeurd was, ging hij haar onmiddellijk opzoeken in de gevangenis. Het was juist de dag vóór de definitieve rechtszitting. Hij zei haar, dat ze vertrouwen moest hebben in de goede afloop. Maar zij zag de zaak bijzonder wanhopig in. Toen bood Ivo aan haar zaak van haar advocaat over te nemen. Daar was haar advocaat dan ook maar wat blij mee. Want om eerlijk te zijn: hij zag er helemaal geen gat in. In zijn ogen had de waardin het pleidooi al verloren. Op het vastgestelde tijdstip was het dus Ivo die zich met zijn cliënte naar de rechtszaal begaf.

Om te beginnen stelde hij vast dat de tegenpartij inderdaad aanwezig was. Dat hoort zo bij rechtszittingen. Toen brak het moment aan, dat de rechter zich terugtrok om het vonnis te bepalen. Voor alle aanwezigen was de zaak zo klaar als een klontje: de vrouw had contractbreuk gepleegd en moest alle schade vergoeden: alles wat er volgens die gedupeerde man in zijn kostbare koffer had gezeten.

Maar juist toen de rechter het vonnis ging uitspreken, stond Ivo op met de mededeling: “Edelachtbare, er heeft zich een nieuw feit voorgedaan, waardoor de zaak kan worden opgelost. Mijn cliënte heeft namelijk gelukkig de koffer teruggevonden, die door mijnheer hier wordt opgeëist. Zij is bereid hem af te staan, als u daartoe opdracht geeft.” De advocaat van de tegenpartij eiste dat ze de koffer dan maar moest overhandigen en wel op staande voet, op straffe van een strenge veroordeling. Ivo antwoordde: “De moeilijkheid is hier dat de eiser en zijn collega destijds hebben bepaald, dat deze vrouw de koffer niet aan de één mocht geven als de ander er niet bij was. Zolang die collega er dus nog niet is, hebben wij niet het recht om die koffer aan meneer hier af te staan. Vandaar dat we zouden willen vragen die collega op te roepen. Dan pas is mijn cliënte in staat de koffer naar behoren te overhandigen.” De rechter verordonneerde dus dat de eiser zijn collega moest laten oproepen, zoniet “dan zullen wij overgaan tot vrijspraak van de verdachte.” Daarop begon die schavuit over zijn hele lijf te trillen en te beven. Voor iedereen was het duidelijk dat hij in grote verlegenheid was gebracht.

Hangende een nader onderzoek, werd hij voorlopig in verzekerde bewaring gesteld. Toen de koffer bij zijn collega werd aangetroffen, bleek dat er helemaal geen zilver en goud en waardepapieren inzaten, alleen maar kopspijkers en ijzerafval. Het was een waardeloze koffer, waarmee ze de waardin hadden proberen te belazeren. De zaak was duidelijk. De man die de vrouw voor de rechter had gedaagd, had gewoon met zijn collega een slim zwendeltje op willen zetten. Ze hadden gedacht op een gemakkelijke manier rijk te worden ten koste van die arme vrouw.

Ze werden ter dood veroordeeld en opgehangen.

Vanaf 1298 trok hij zich terug op het ouderlijk landgoed dat hij had geërfd. Hij richtte er gasthuizen in voor zieken, bejaarden, wezen en zwerfkinderen. Hij sliep zelf op een houten brits met een stromatras. De bijbel diende hem als hoofdkussen. Daarnaast had hij er een kapel en een spreekkamer. Daar aanhoorde hij alle klachten over het onrecht dat de rijken de armen aandeden.

Van overal kwamen armen, analfabeten en rechtelozen zijn hulp inroepen. Vaak ging hij zelf naar het kasteel van een rijke heer om een koe of schaap terug te vorderen, dat door de heer in beslag genomen was, zogenaamd omdat een boer zijn belasting niet had betaald.

Thuis deelde hij elke avond zijn tafel met een hele drom zwervers en bedelaars. Hij was degene die hen bediende en verzorgde. Er wordt verhaald dat op een avond een bijzonder onappetijtelijke verschijning aan zijn poort kwam aankloppen. De man zat onder de zweren en hij stonk afschuwelijk. Ivo liet hem aan zijn rechterhand plaatsnemen. Hij at met hem samen uit dezelfde schotel. De anderen waren nog lang niet uitgegeten, toen de vreemde zwerver alweer opstond om te vertrekken. Bij de deur stak hij zijn hand op en groette allen: “De Heer zij met u.” Onmiddellijk nadat hij door de deur was verdwenen, keerde hij terug, maar nu zo stralend en schitterend en zo’n weldadige geur verspreidend, dat het voor ieder duidelijk was: dit is de Heer zelf. Nog lang daarna hoorde men Ivo verzuchten: “Ik kan het maar nauwelijks geloven dat de Heer aan ons een bezoek heeft gebracht. Ik had Hem ook bijna niet herkend.”

Verering & Cultuur
Bij zijn leven al werd hij beschouwd als een groot heilige. Er was geen advocaat die in hoger aanzien stond dan hij. Geen wonder, want als we de straatliedjes uit die dagen mogen geloven, was er haast geen eerlijke advocaat te vinden:

Sanctus Yvo erat Brito
Advocatus et non latro
Res miranda populo
[Sint Yvo was een Bretonner
  Advocaat van arme donders
  Dus geen dief! Nou, da’s een wonder]

Hij werd heilig verklaard in 1347.

Patronaten
Hij is patroon van Bretagne; van de steden Rennes en Tréguier alsmede van de universiteit van Nantes. Daarnaast is hij beschermheilige van de rechtspraak. Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor een goed en eerlijk verloop van een proces. Daarnaast is hij beschermheilige van de juristen (rechtsgeleerden), procureurs, rechters, vrederechters en gerechtsdienaren, advocaten, notarissen en deurwaarders en van alle ministeriële ambten; van pastoors en priesters; van de armen en wezen; bovendien van draaiers en houtbewerkers. De kerk te Tréguier waar hij begraven ligt, is nog altijd een drukbezocht bedevaartsoord.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als advocaat (toga en baret), met een boek bij zich en een schrijfveer. Vooral in Bretagne ziet men hem vaak tussen een arme en een rijke, waarbij hij zich meestal uitdrukkelijk tot de arme wendt.



zondag - 19 mei

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.



zondag - 19 mei

Sneek 11:00 Eucharistieviering - 1e H. Mis van Remco Hoogma

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

1e H. Mis van Remco Hoogma

m.m.v. alle koren



zondag - 19 mei

Sneek 11:00 PKN Viering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: mevr. J. Smit



zondag - 19 mei

Sneek 11:00 PKN Viering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: mw. H.G. Koops



maandag - 20 mei

Hele dag Gedenkdag H. Bernardinus van Siena ofm, volksprediker

Bernardinus van Siena ofm, Italië. Volksprediker; † 1444.

Afbeelding H. Bernadinus van Siena

1783, Francisco Goya, schilderij.
Spanje, Madrid, San Francisco Grande.
Bernardinus preekt.

http://www.heiligen.net/afb/05/20/05-20-1444-bernardinus_1.jpg

Feest 20 mei.

Franciscaan en volksprediker.

Hij verspreidde de devotie tot Jezus’ Zoete Naam met een bord waarop de letters IHS stonden.
Dit betekent : Jesus Hominum Salvator = Jezus Mensen Redder.

Hij stierf in Aquila.

Patronaten
Hij is patroon van Massa Marittima en van wolwevers.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen heesheid, borst- en longaandoeningen, en bloedingen.



maandag - 20 mei

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 21 mei

Hele dag Gedenkdag H. Cristobal Magallánes, priester & martelaar

Cristobal Magallánes, Colotlàn, México; priester & martelaar met 24 gezellen; † 1927;

Afbeelding H. Cristobal Magallánes
1925, portretfoto.

http://www.heiligen.net/afb/05/21/05-21-1927-cristobal_1.jpg

Feest 21 mei.

Op 21 mei worden tweeëntwintig wereldheren en drie leken herdacht die het slachtoffer werden van de kerkvervolgingen aan het eind van de jaren twintig van de 20e eeuw in México.

Rodrigo Aguilar Alemán
*1875; pastoor in Unión de Tula; gearresteerd en opgehangen

Unión de Tula

1927

10.28

Luis Batis Sainz
*1870; pastoor; jeugdaalmoezenier; met drie leken (zie onder: nrs 23-25) gearresteerd en doodgeschoten

 

1926

08.15

Mateo Correa
*1866; pastoor te Valparaíso; tijdens bediening opgepakt; kreeg van generaal Ortiz toestemming bij ter dood veroordeelden biecht te horen. Toen hij biechtgeheim niet wenste te schenden door de generaal persoonlijk doodgeschoten

Valparaíso

1927

02.06

Justino Orona Madrigal
*1877; pastoor; oefende met zijn kapelaan Cruz clandestien zielzorg uit; ze werden verraden; door de naderende soldaten doodgeschoten, toen hij ze begroette met de kreet: “Leve Jezus Christus!”

?

1928

07.01

Atilano Cruz Alvarado
*1901; kapelaan bij Justino Madrigal.

?

1928

07.01

Miguel de la Mora
*1874; plebaan in de kathedraal van Colima; werd gedwongen een schismatieke kerk te beginnen; nam de vlucht om eraan te ontkomen; op de vlucht doodgeschoten, terwijl hij zijn moordenaars zegende.

?

1927

08.07

Pedro Esqueda Ramírez
* 1874; kapelaan in het Mariabedevaartoord Jalisco; gearresteerd en vier dagen gepest.

Teocaltitlán

1927

11.22

Margarito Flores
*1899; pastoor; wist zijn arrestatie te ontlopen; dook onder in México-City; bleef pastoraal actief; in juni ’27 gearresteerd; vrijgelaten, maar op weg naar zijn nieuwe standplaats doodgeschoten

Tulimán Guererro

1927

11.12

José Isabel Flores
*1866; pastoor; econoom van het bisdom; stichtte een zustercongregatie; kende geen angst tijdens de vervolging; op weg naar een mis door voormalig seminarist verraden; gearresteerd en omgebracht.

 

1927

06.26

David Galván Bermúdez
*1881; pastoor; stond tijdens gevechten van het leger gewonden en stervenden terzijde; door soldaten te pakken gekregen en doodgeschoten

 

1925

01.15

Pedro de Jesús Maldonado
*1892; pastoor, in 1931 gearresteerd; uitgeweken naar de V.S.; na terugkeer in zijn pastorie opgepakt; op het stadhuis van San Isabel zo hard geslagen door de burgemeester zelf dat hij er het leven bij liet.

 

1937

02.11

Jesús Mendez Montoya
*1880; pastoor in Valtierilla; opgepakt toen hij de mis deed; doodgeschoten

 

1928

02.05

Sabas Reyes Salazar
*1883(1889?); kapelaan; drie dagen hardvochtig gefolterd omdat hij niet wou zeggen waar zijn pastoor zat ondergedoken; doodgeschoten

 

1927

04.13 of 04.14

José Maria Robles
*1888; pastoor; stichtte een zustercongregatie; aalmoezenier van de pers; bij een razzia opgepakt, even buiten zijn standplaats aan een boom opgehangen

 

1927

06.26

Toribio Romo Gonzáles
*1900; pastoor in Tequila; in zijn schuilplaats opgepakt; doodgeschoten

Tequila

1928

02.25

Jenaro Sanchez
*1866; pastoor; op weg naar pastorale bestemming in zijn parochie aangehouden; opgehangen

 

?

01.18

David Uribe Velasco
*1888; pastoor; gearresteerd en ter dood veroordeeld; vrijgelaten op voorwaarde dat hij een schismatieke geloofsgemeenschap wilde leiden; antwoordde: “Ik ben bereid mijn leven te geven voor de trouw aan de paus.”

 

1927

04.12

Tranquilino Ubiarco
*1899; zeer sociaal ingestelde pastoor; richtte gaarkeuken op; aalmoezenier van de pers; opgehangen aan een eucalyptusboom

 

1928

10.05

Drie lekenassistenten van pastoor Luis Batis Sainz

     

Salvador Lara Puente
*1905; met zijn broer David Roldán naaste medewerker van pastoor Luis Batis Sainz; tegelijk met hem doodgeschoten; 21 jaar oud

 

1926

08.15

Manuel Morales
* 1898; echtgenoot en vader van drie kinderen; bakker; lid van de Kath. Actie; voorzitter van de Vereniging ter Bescherming van de Godsdienstvrijheid; met zijn pastoor doodgeschoten

 

1926

08.15

David Roldán Lara
*1907; arbeider in de kopermijnen; lid van de Kath. Actie; vice-voorzitter van de Vereniging ter Bescherming van de Godsdienstvrijheid; met zijn pastoor doodgeschoten; stierf 19 jaar oud – met de kreet op zijn lippen: “Leve Christus Koning en de Heilige Maagd van Guadelupe!” (1531; feest 12 december)

     


dinsdag - 21 mei

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


dinsdag - 21 mei

Sneek 16:00 Rozenkransgebed

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 22 mei

Hele dag Feestdag H. Rita van Cascia, weduwe

Rita van Cascia, Italië; weduwe; † 1457.

Afbeelding H. Rita van Cascia
Devotieprentje.

http://www.heiligen.net/afb/05/22/05-22-1457-rita_14.jpg

Feest 22 mei.

Zij werd rond 1380 geboren in het Italiaanse plaatsje Roccaporena, vlakbij Spoleto. Als jong meisje droomde zij ervan in het klooster te gaan en haar leven toe te wijden aan de beschouwing van Christus die zoveel voor de mensen had geleden. Deze devotie tot de lijdende Christus was indertijd wijd verbreid. Maar haar ouders beschikten anders. Zij huwelijkten haar uit aan een ruwe man, Ferdinando Mancini, die zich weldra als een wrede echtgenoot ontpopte. Hij leed aan driftbuien en woedeaanvallen, waarvan met name zijn vrouw het slachtoffer werd. Rita kreeg dit alles praktisch vanaf de dag van haar huwelijk te verdragen en dat zou zo doorgaan gedurende al de achttien jaren van haar huwelijk.

De twee jongens die geboren werden, hadden het rauwe karakter van hun vader. Rita moet beseft hebben dat ook deze opgave een manier was om Christus na te volgen op de weg van zijn lijden. Ze bad veel en was een toonbeeld van eindeloos geduld. Op de lange duur leek dat ook tot haar man door te dringen: hij vroeg haar zelfs om vergiffenis en begon waarachtig een nieuw leven. Kort daarop werd hij door een oude vijand om het leven gebracht. Op de vlucht voor de gerechtsdienaren kwam de moordenaar ten einde raad bij haar zijn toevlucht zoeken. Zij ging op zijn smeekbeden in. Maar haar zoons hadden bloedwraak gezworen.

Volgens het verhaal zou zij verzucht hebben, dat God nog liever die twee tot zich zou nemen dan dat ze in hun opzet mochten slagen.

Hoe dan ook, de jonge mannen stierven kort na elkaar. Zo lag uiteindelijk de weg voor Rita toch nog open om haar eerste liefde te volgen. Op dat moment moet ze rond de zeventwintig geweest zijn.

Na lang aandringen en herhaalde weigeringen kreeg ze in 1407 toestemming in te treden bij de augustinessen van het St-Maria-Magdalenaklooster (thans het naar haar genoemde St-Ritaklooster) te Cascia. Daar leidde zij een leven van boete en gebed; naar het schijnt stelde zij zich voortaan tevreden met water en brood. Ze zou zelfs wonderbare tekenen van verbondenheid met de lijdende Christus hebben ontvangen. Tijdens haar gebed zou een stekel van Christus’ doornenkroon gesprongen zijn en haar in het voorhoofd hebben verwond. De resterende vijftien jaar van haar leven droeg ze daar inderdaad een litteken. Merkwaardigerwijs verdween het vanzelf, toen ze op bedevaart ging naar de paus. Maar op de terugweg kwam het weer terug.

Ze stierf op hoge leeftijd.

Verering & Cultuur

Ze werd heilig verklaard in 1900. Tegenwoordig ligt ze begraven in de plaatselijke St-Ritakerk die in 1947 ter ere van haar werd gebouwd; sindsdien is het een drukbezocht bedevaartsoord.

Ook in Nederland en België geniet zij de nodige verering.
In Boskant bij Sint Oedenrode, Oud-Valkenburg en Eindhoven worden respectievelijk een Rita-dag, een Rita-bedevaart en een Rita-rozenwijding georganiseerd. In Nederland hebben Amsterdam, Nieuwendam en Sint-Oedenrode een Sint-Ritakerk.

Ook de kerk van het augustijnenklooster te Kontich bij Antwerpen dient als bevoorrechte vereringsplek voor de Heilige Rita.

Ze is patrones van de Rita-zusters en van de katholieke ziekenzorg; van slagers, slachters en vleeswarenverkopers; van hopeloze en onmogelijke zaken (‘La abogada de imposibles’: vanwege het verleden van haar man werd ze meermalen als kloosterlinge geweigerd én ze droeg bij tot buitengewone en onverwachte gebedsverhoringen); ze wordt aangeroepen door vrouwen met een ongelukkig huwelijk, door kinderloze vrouwen en bij onvruchtbaarheid; daarnaast wordt haar voorspraak gevraagd bij moeizame examens.

Ze wordt afgebeeld in augustinessenhabijt; in gebed voor Jezus aan het kruis, waarbij een doorn van zijn kroon afspringt en bij haar in het voorhoofd dringt; soms reikt ze Maria een doornenkroon aan, terwijl ze er een rozenkroon voor in de plaats ontvangt.



woensdag - 22 mei

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


donderdag - 23 mei

Hele dag Gedenkdag Hiëronymus Savonarola, als ketter verbrand

Hieronymus Savonarola op, Lucca, Italië; als ketter verbrand; † 1498.

Afbeelding Hiëronimus Savonarola
1498, paneelschildering. ItalIë, Florence, San Marco.
Terechtstelling Savonarola.

http://www.heiligen.net/afb/05/23/05-23-1498-hieronymus_2.jpg

Sterfdag 23 mei.

Savonarola werd op 21 september van het jaar 1452 te Ferarra geboren. In 1474 trad hij in bij de dominicanen van Bologna. (Hij moet dus de heilige glasschilder Jacopo Alemanno, die ook vandaag gevierd wordt, gekend hebben).

Vanaf 1484 was hij vooral in de buurt van Florence te vinden, waar hij vlammende boetepredikaties hield tegen de wufte levenswijze van paus Alexander VI en tegen de Medici’s.

Hij heeft geprobeerd een soort godsstaat in te richten in Florence, maar die poging mislukte.

In 1491 wordt hij prior in het dominicaner klooster van Florence. Daar probeert hij het oorspronkelijke armoede-ideaal weer tot leven te brengen. In 1497 volgt zijn veroordeling als ketter en excommunicatie. Op 23 mei 1498 wordt hij op een openbaar schavot te Florence ter dood gebracht.

Verering & cultuur.

Vanaf zijn dood zijn er in de geschiedenis herhaaldelijk pogongen ondernomen om hem te rehabiliteren. Dat heeft paus Johannes Paulus II inderdaad gedaan in de laatste jaren van zijn pontificaat.

Hij wordt als heilige vereerd in de kerk van San Romano te Lucca.



donderdag - 23 mei

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


donderdag - 23 mei

Sneek 15:00 PKN Viering

Frittemahof, woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: dhr. H. Wiersma



donderdag - 23 mei

Sneek 16:00 Rozenkransgebed

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


vrijdag - 24 mei

Hele dag Feestdag H. Maria della Strada

Maria della Strada (ook Strata of van de Weg).

Afbeelding van H. Maria della Strada
< 1500. Wandschildering.
Italië, Rome, Gesù-kerk.

http://www.heiligen.net/afb/05/24/05-24-1538-maria-dellastrada_1.jpg

Feest 24 mei.

Toen Ignatius van Loyola († 1556; feest 31 juli) zich in 1538 met de eerste paters van zijn toekomstige jezuïetenorde in Rome vestigde, betrokken zij een eenvoudig huis niet ver van een kapelletje, dat was toegewijd aan Santa Maria della Strada. Zij deden er regelmatig de mis, dienden er sacramenten toe en gaven er kinderen katechismusles. De pastoor, Petrus Codacio, was blij met de komst van deze groep priesters en had grote waardering voor hen. In de bitter koude winter zag hij hoe ze arme mensen in hun behuizing opnamen, die anders dreigden dood te vriezen. Uiteindelijk vroeg hij te worden toegelaten tot de jezuïetenorde.

In 1540 schonk de eigenaar het kerkje aan Codacio, die het op zijn beurt met toestemming van de paus in mei 1542 (op de 24e?) overdroeg aan Ignatius. Zo werd het kerkje van Santa Maria della Strada het eerste kerkgebouw dat de Jezuïetenorde in bezit kreeg.

Voor de afbeelding van Maria met Kind legden de novicen hun geloften af en de eerste gestorven jezuïeten werden er begraven. Onder hen waren Petrus Faber († 1546; feest 1 augustus) en Pater Codacio, die in 1549 overleed. Ook Ignatius werd er na zijn dood op 31 juli 1556 tegenover de afbeelding begraven.

Toen het oude kerkje bouwvallig werd en het de toeloop van de gelovigen niet meer kon bevatten, brak men het af en bouwde men er zijn opvolger, de Gesú. Maar de afbeelding van Maria met haar Kind werd bewaard en kreeg een ereplaats in een aparte zijkapel van de nieuwe kerk.

Het feest van Onze Lieve Vrouwe van de Weg wordt vooral in de jezuïetenorde gevierd.

Verering & cultuur

De devotie voor Maria van de Weg gaat terug op de verering in de oosterse kerk voor Maria als Gids of Geleidster op onze levensweg. Daar wordt in het Xenofonklooster op de Athosberg in Griekenland de icoon van heilige Moeder Gods ‘Hodegitria’ (= ‘wegwijzeres’) vereerd. Deze titel is afgeleid van de naam van de kerk ‘Ton Hodegon’ (= ‘De Wegwijzer’) in Constantinopel; daar was een beeltenis van Maria aanwezig dat verering genoot. Maria wordt ten halve lijve afgebeeld, Christus dragend op haar linker arm; Hij is ten voeten uit weergegeven; Hij zegent met de rechterhand en in zijn linker draagt Hij de boekrol. Meestal wijst Maria met een vinger naar Jezus als naar de Weg.

In de oosterse staat de feestdag van deze icoon op 20 juni



vrijdag - 24 mei

06:00 - 21:00 KEVELAER PELGRIMAGE 2019

Klik op de afbeelding voor nadere informatie:



vrijdag - 24 mei

Sneek 19:00 Ochtendgebed bij het vertrek van de bedevaart naar Kevelaer

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

N.B. i.v.m. de bedevaart naar Kevelaer vervalt de avondmis in de Martinus



zaterdag - 25 mei

Hele dag Gedenkdag H. Maria Magdalena de Pazzi, kloosterlinge

Maria Magdalena (gedoopt Caterina) de’ Pazzi (ook de Pazzis) ocd., Florence Italië; kloosterlinge; † 1607.

Afbeelding H. Maria Magdalena de Pazzi
ca 1595. Italië.
Schilderij, jeugdportret.

http://www.heiligen.net/afb/05/25/05-25-1607-maria-magdalena_1.jpg

Feest 25 mei.

Zij werd op 2 april 1566 geboren als Caterina de’ Pazzi in de Italiaanse stad Florence. Op zestienjarige leeftijd trad zij in bij de karmelietessen van klooster Santa Maria degli Angeli in Florence en koos de naam Maria Magdalena. Ondanks (of dankzij?) haar zwakke lichamelijke gezondheid ontving zij zoveel mystieke ervaringen dat ze tot de grote mystici van de kerk wordt gerekend.

Kort na haar professie in 1584 had ze veertig dagen lang extases, die door haar medezusters werden opgetekend in het mystieke werk ‘De Veertig Dagen’.

Niet alleen legde zij zichzelf zeer strenge verstervingen op; zo leefde zij bijvoorbeeld uitsluitend op water en brood. Daarnaast had zij zowel geestelijk als lichamelijk veel pijnen te doorstaan.

Zij had zulk een intense devotie voor de eucharistie en de lijdende Christus, dat zij tenslotte de stigmata in haar lichaam ontving.

Verering & cultuur.

Zij werd heilig verklaard in 1669.

Patronaten
Zij is patrones van Florence en Napels; en van de ongeschoeide karmelietessen.

Afgebeeld
Zij wordt afgebeeld als karmelietes; met vlammend hart en een doornenkroon in de hand (symbool voor haar lijden); met ring (verloofd met lijdende Christus); met Christus die haar kruis, spons en speer aanreikt of haar de communie geeft; met Maria die haar een witte sluier aanreikt.



zaterdag - 25 mei

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek


zaterdag - 25 mei

Heeg 19:30 Eucharistieviering, Pastoor P. v.d. Weide

Sint Josephkerk, Heeg


zondag - 26 mei

Hele dag Feestdag H. Filippus Neri, priester & stichter

Filippus Neri or, Rome, Italië; priester & stichter; † 1595.

Afbeelding H. Filippus Neri
Paneel. België, Antwerpen, Carolus-Borromeus kerk.
Ontmoeting Ignatius van Loyola en Filippus Neri.

http://www.heiligen.net/afb/05/26/05-26-1595-filippus_2.jpg

Feest 26 mei.

Hij werd in 1515 geboren als zoon van een Florentijnse advocaat en kreeg zijn eerste opleiding in de stad bij de dominicanen van het San-Marcoklooster.  Zijn vader had bedacht dat er voor zijn zoon een goede toekomst weggelegd lag in de handel en stuurde hem naar zijn broer die in de buurt van de Monte Cassino woonde om het vak te leren. Oom is bijzonder gecharmeerd van de jongeman en vat het plan op om hem tot zijn algeheel erfgenaam te maken.

Maar Filippus zelf heeft heel andere plannen. Hij trekt in 1533 naar Rome, neemt er de vorming op zich van twee Florentijnse rijkeluiszoontjes en studeert tegelijkertijd filosofie, theologie en rechten. Hij wordt geboeid door geestelijke zaken en legt zich toe op gebed en grote eenvoud van leven. Dat roept in sommigen van zijn medestudenten (en medestudentes!) juist het verlangen op hem uit te dagen en tot heel andere dingen te verleiden. De levensbeschrijvingen van Filippus leggen er de nadruk op dat hij zijn zuiverheid met grote zorg heeft bewaakt en bewaard. Gemakkelijk was dat altijd niet. Soms hadden die medestudenten er plezier in om meisjes van lichte zeden op zijn kamer te verbergen. Die zou hij dan bij thuiskomst aantreffen… Hij trapt er nooit in. Eén keer heeft zo’n meisje blijkbaar een weddenschap aangegaan dat ze hem wel bij zich in bed zou krijgen. Ze doet net of ze ziek is en vraagt of hij haar komt bezoeken voor een geestelijk gesprek. Als ze tot actie overgaat, en Filippus daar niet van gediend is, gooit ze woedend een voetenbankje naar zijn hoofd.

Het bevestigt hem eens te meer in zijn levenskeuze. Op zijn negenentwintigste ondergaat hij een extatisch visioen dat zijn leven lang blijft nagloeien in zijn hart. Toen men na zijn dood autopsie deed, constateerden de artsen een aanzienlijke hartverwijding; zij voerden die terug op zijn extase van vijftig jaar tevoren!

In 1551 – hij is dan zesendertig – wordt hij priester gewijd en is zulk een toegewijd zielenherder dat hij al spoedig de bijnaam krijgt van ‘Apostel van Rome’. Andere benamingen waarmee men hem aanduidt, luiden ‘Pippo buono’ (= Goede Flip) of  ‘de Heilige Nar’. Hij is charmant, heeft gevoel voor humor, houdt van katten, en kinderen zijn dol op hem. Hij kan goed luisteren, en is een uitstekend begeleider van mensen in hun gebeds- en geloofsleven. Als biechtvader is het hem niet voldoende eenvoudig de absolutie te geven en een penitentie op te leggen. Hij nodigt zijn biechtelingen uit om na te denken over de wortel van het kwaad dat zij in zich aantreffen en daar door middel van geestelijke oefeningen de strijd mee aan te binden.

Omdat met name het gebedsleven van priesters hem zeer ter harte gaat, richt hij in 1552 – tezamen met veertien andere priesters – een priestercongregatie op: de Oratorianen. Al vanaf 1548 – dus nog vóór zijn priesterwijding – had hij priesters regelmatig bij zich thuis uitgenodigd om samen te bidden en te spreken over geestelijk leven en pastoraat. Dat leidde ertoe dat meerdere priesters links en rechts toetraden tot religieuze ordes en gemeenschappen. Maar hijzelf was daar tot dan toe nooit toe overgegaan. Ignatius van Loyola bijvoorbeeld heeft herhaaldelijk geprobeerd hem in ‘zijn’ jezuïetenorde op te nemen. Maar Filippus liet hem weten dat zijn roeping niet lag in het religieuze leven. Hij wilde eenvoudig priester blijven. Sindsdien drong Ignatius niet meer aan, maar vergeleek hem met een kerkklok die wel mensen naar de kerk riep, maar zelf daar nooit binnenging, doch hoog in zijn toren bleef hangen en roepen.

Het doel van de door hem gestichte priestercongregatie komt duidelijk door in de benaming ervan: Oratorianen (= ‘bidders’). Het Oratorium wordt al spoedig een centrum van toegewijd godsdienstig leven in Rome. Ze zou van diepgaande invloed blijken, en tot voorbeeld dienen voor grote heiligen als Ignatius van Loyola († 1556; feest 31 juli), Carolus Borromaeus († 1584; feest 4 november), Camillus de Lellis († 1614; feest 14 juli) en Franciscus van Sales († 1622; feest 24 januari).

Het is niet alleen een succesverhaal. Er zijn ook kerkelijke prelaten die jaloers zijn. Op zeker moment schijnt men hem bij zijn bisschop verdacht gemaakt te hebben. Deze verbiedt hem biecht te horen, te preken of zelfs in het openbaar de Mis op te dragen. Pijnlijk. Maar volgens ooggetuigen accepteerde hij de maatregelen met de opmerking dat dit alles hem nederiger en bescheidener zou maken. Maar de storm waait voorbij, hij wordt in ere hersteld en zet zijn werk onvermoeibaar voort.

In 1575 geeft paus Gregorius XIII († 1585) officieel zijn goedkeuring aan de nieuwe stichting, nog eens bekrachtigd in 1583. Philippus zelf wordt de eerste algemeen overste. De Oratorianen krijgen de beschikking over de bouwvallig geworden kerk van Santa Maria in Vallicella, ook Chiesa Nuova genaamd. Een rijk familielid uit Florence die tevens architect is, neemt de restauratie voor zijn rekening. De beroemde componist Giovanni Pierluigi da Palestrina biedt aan motetten te componeren die in de kerk kunnen worden uitgevoerd. Filippus wordt zijn vertrouwenspersoon. Als Palestrina in 1594 sterft, staat Filippus hem bij in zijn laatste momenten. In het voorjaar van 1595 voelt Filippus zelf hoe zijn krachten afnemen. Hij legt zijn functie van overste neer. Kort daarna sterft hij.

Hij ligt begraven in ‘zijn’ kerk van Santa Maria in Vallicella.

Verering & cultuur.

Hij wordt in 1622 heilig verklaard, tegelijk met vier Spanjaarden: Ignatius van Loyola, Franciscus Xaverius († 1552; feest 3 december), Teresa van Avila († 1582; feest 15 oktober) en Isidorus van Madrid † 1130; feest 15 mei).

Patronaten
Hij is patroon van Rome, Napels en Mantua; van verenigingen voor kinder- en in het bijzonder meisjesbescherming; ook van humoristen. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen jicht en kwalen aan de ledematen, voor onvruchtbare vrouwen, en tegen aardbevingen.

Afgebeeld
Het portret dat Guido Reni († 1642) van hem vervaardigde staat model voor alle afbeeldingen die sindsdien van hem zijn gemaakt.



zondag - 26 mei

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.



zondag - 26 mei

Roodhuis 09:30 Woord- en communieviering met Pastor Lucas Foekema

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis


zondag - 26 mei

Sneek 10:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek


zondag - 26 mei

Sneek 11:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. het Caeciliakoor

Onder voorbehoud zal worden gezongen:

  • Missa in honorem St. Nicolai van Leopold Rombach
  • Teach me o Lord van Thomas Attwood


maandag - 27 mei

Hele dag Gedenkdag H. Augustinus van Canterbury, bisschop

Augustinus van Canterbury osb, Engeland; bisschop; † 604.

Afbeelding H. Augustinus van Canterbury
Schilderij. België, Antwerpen, St-Andreas kerk.

http://www.heiligen.net/afb/05/27/05-27-0604-augustinus_1.jpg

Feest 27 mei.

Tezamen met paus Gregorius I († 604; feest 3 september) draagt hij de eretitel Apostel van de Engelsen. Wanneer we voor het eerst van hem horen, is hij overste van van het Andreasklooster op de Caelische heuvel bij Rome.

In 596 nodigde paus Gregorius hem uit om met een groep van veertig monniken naar Engeland te gaan en daar de kerk te organiseren en het geloof te verkondigen onder degenen die nog niet met Christus in aanraking waren gekomen. Onderweg groeide er steeds meer twijfel in de groep over het de goede afloop van deze onerneming. Gregorius liet hen per brief bemoedigen, drong erop aan dat zij door zouden zetten en bekrachtigde zijn verlangen door aan bisschop Virgilius van Arles († ca 610; feest 5 maart) opdracht te geven Augustinus tot bisschop te wijden. Uiteindelijk landden ze op het toenmalige eilandje Thanet voor de oostkust van het Zuid-Engelse koninkrijkje Kent. Op aanraden van paus Gregorius stuurde Augustinus enkele Frankische tolken vooruit naar het hof van Ethelbert, koning van het koninkrijk Kent in Zuid-Engeland. Over het verdere verloop van de gebeurtenissen zijn wij uitstekend geïnformeerd door Sint Beda († 735; feest 25 mei), die er in zijn Geschiedenis van Kerk en Volk der Engelsen ruim aandacht aan besteedt.

De monniken vroegen de koning om een onderhoud en verklaarden dat hun meester uit Rome kwam en zeer goed nieuws te melden had. Ieder die het wenste te ontvangen, was verzekerd van eeuwige vreugde in de hemel en van een nimmer eindigende heerschappij met de levende en ware God. Na het aanhoren van dit bericht, gaf de koning bevel dat ze op het eiland zouden blijven en dat ze voorzien moesten worden van alwat ze nodig hadden, tot hij een besluit had genomen hoe te handelen. Hij kende de christelijke godsdienst al een beetje. Want hij had een christenvrouw uit het Frankische koningshuis. Zij heette Bertha. Haar ouders hadden in haar huwelijk toegestemd op voorwaarde dat zij in alle vrijheid haar eigen godsdienst mocht behouden en praktiseren. Om haar daarin behulpzaam te zijn had ze een persoonlijke bisschop meegekregen, Liudhard geheten.

Na verloop van een paar dagen kwam de koning naar het eiland. Daar hield hij zitting in de open lucht en zo riep hij Augustinus en zijn gezellen bij zich voor een onderhoud. Zorgvuldig lette hij erop dat zij hem niet onder één of ander dak zouden ontmoeten. Hij was namelijk een oud bijgeloof toegedaan en nu meende hij dat als het magiërs waren, ze hem dan zouden kunnen betoveren en in hun macht konden krijgen. Maar de monniken waren niet begiftigd met duivelse macht, doch, integendeel, met die van God zelf. Zij kwamen in plechtige processie naar de koning toe, waarbij ze een zilveren kruis meedroegen bij wijze van standaard. Bovendien hadden ze een op hout geschilderd portret van Christus bij zich. [Ongetwijfeld waren ze in vol ornaat. Wellicht werden er in de stoet ook nog heilige boeken meegedragen en mooi bewerkte kistjes met relieken van heiligen?] Om te beginnen richtten ze gebeden tot God in de vorm van een litanie: ze baden voor hun eigen eeuwig heil alswel voor het heil van degenen bij wie ze thans op bezoek waren…

Dit alles moet grote indruk gemaakt hebben op koning Ethelbert en zijn hele hofhouding. Niet in het minst natuurlijk vanwege de ernstige gebeden om heil en zegen die zij voor hem, een onbekende koning, deden bij hun God. De kroniek gaat als volgt verder.

De koning gaf een teken dat zij konden gaan zitten. Zij verkondigden voor hem en heel zijn hofhouding het woord des levens. Daarop sprak de koning: “Uw beloftevolle woorden lijken mij volkomen oprecht. Maar ze zijn nieuw en nog ongewis. Ik kan ze niet zomaar aannemen en daarmee het geloof van oudsher overboord gooien, dat ikzelf met heel het Engelse volk tot nu toe heb bewaard. Maar daar staat tegenover dat u er een lange reis voor over hebt gehad. Bovendien is het voor mij zonneklaar dat u eerlijk bent in uw verlangen ons te doen delen in datgene waarvan u gelooft dat het waar is en boven alles verheven. We zullen u dus geen enkel kwaad doen. Wij zullen u gastvrij opnemen en er zorg voor dragen dat u alles krijgt wat u maar nodig hebt. We zullen u dus ook niets in de weg leggen, wanneer u door uw verkondiging mensen wilt trachten te winnen voor uw godsdienst.”

De koning wees hun een onderkomen toe in de hoofdstad van zijn rijk, Canterbury. Overeenkomstig zijn uitdrukkelijke beloften schonk hij hun subsidies en deed hij niets af aan hun vrijheid om het woord Gods te verkondigen.

De volksmond weet nog te vertellen, hoe zij weer bij het naderen van de stad het heilig kruis en het portret van onze grote Heer en Koning Jezus Christus meedroegen, waarbij zij eenstemmig deze litanie zongen:

“Wij smeken u, Heer, wend af uw toorn en woede van deze stad en van uw heilige woning, want wij zijn maar arme zondaars. Alleluia.”

Koning Ethelbert behoort tot Augustinus’ eerste bekeerlingen: in 601 liet hij zich tezamen met zijn hele hofhouding dopen.

Vanaf dat moment was Canterbury de officiële zetel van de bisschop en zou uitgroeien tot aartsbisdom. Daarnaast stichtte Augustinus er een klooster dat hij aan Sint Petrus en Paulus toewijdde, en dat later naar hem zou worden genoemd St-Augustine’s.

Na zijn dood werd hij bijgezet in de kerk van de door hem gestichte benedictijner abdij.

Op 13 september 1091 werden zijn relieken met veel plechtig vertoon overgebracht naar een nieuwe plek in de geheel verbouwde en vergrote kloosterkerk.



maandag - 27 mei

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 28 mei

Hele dag Gedenkdag H. Bernardus van Aosta, kluizenaar

Bernardus van Menthon (ook van de Alpenpassen, van Aosta of van Montjoux) oesa, Novarra, Italië; kluizenaar; † 1081.

Afbeelding H. Bernardus van Aosta
Bernardus zuivert de doorgang door de Alpen door het plaatselijke, heidense monster te verslaan.
ca 1450, handschriftverluchting. Frankrijk

http://www.heiligen.net/afb/05/28/05-28-1081-bernardus_1.jpg

Feest 28 mei.

Hij werd geboren bij het Lac d’Annecy. Op volwassen leeftijd werd hij augustijn.

Veertig jaar lang was hij vicaris-generaal van het diocees Aosta. Vooral reizigers in bergen en dalen hadden zijn aandacht.

De grote en kleine Sint-Bernardspas in de Alpen zijn naar hem genoemd. De sint-bernhardshonden danken hun naam aan het door hem gestichte klooster annex gasthuis (hospitium).

Hij werd heilig verklaard in 1115.

Patronaten
Hij is patroon de Sint-Bernhardpassen; van alpinisten, bergbewoners, redders en skiërs; van de sint-bernardshond.



dinsdag - 28 mei

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


dinsdag - 28 mei

Sneek 16:00 Rozenkransgebed

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 29 mei

Hele dag Gedenkdag H. Maximinus van Trier 5e bisschop Duitsland

Maximinus van Trier, Duitsland; 5e bisschop; † 349.

Afbeelding H. Maximinus van Trier
Sculptuur. Frankrijk, St-Maximin.

http://www.heiligen.net/afb/05/29/05-29-0349-maximinus_1.jpg

Feest 29 mei.

Historisch gesproken was hij de vijfde bisschop van Trier. Naar men aanneemt was hij rond 290 geboren in de plaats Silly (= het tegenwoordige Mouterre-Silly, niet ver van Poitiers); een broer van hem, Sint Maxentius, was bisschop van Poitiers († 353; feest 29 mei).

Hij was door Sint Agritius naar Trier gehaald, had van hem zijn opleiding gekregen, en na de lagere wijdingen ontvangen te hebben werd hij opgenomen in het college van priesters. Toen hij eens gedurende een nachtwake aan het bidden was in de St.-Euchariuskerk, kwam er een geestelijke naar hem toe, Quiriacus genaamd, die hem voorspelde dat hij de volgende bisschop van de stad zou worden. Naar men aanneemt volgde hij rond 13 augustus 332 zijn leermeester Sint Agritius op als bisschop van Trier; volgens anderen gebeurde dat in 329, 330 of in 333. Van hem wordt gezegd dat hij van het christendom de toon aangevende godsdienst maakte in de stad. Hij had veel strijd te leveren met de Arianen.

Als de beroemde bisschop van de Egyptische stad Alexandrië, Athanasius († 373; feest 2 mei), in 336 onder druk van de Arianen wordt verbannen, vindt hij gastvrij onthaal bij zijn collega van Trier. Naar men zegt mede door bemiddeling van Maximinus kan Athanasius in 338 terugkeren en het hem toekomende bisschopsambt alsnog op zich nemen. Op dezelfde manier neemt Maximinus het in 340 op voor de pas benoemde patriarch Paulus I van Constantinopel († 351; feest 7 juni).

Kluizenaarsleven

Athanasius’ verblijf te Trier had een opvallend gevolg. De bisschop van Alexandrië werd op al zijn reizen vergezeld van enkele monniken. Van die toen volkomen nieuwe manier om het christelijk geloof te beleven was hij een geweldig bewonderaar. Straks zal hij zijn beroemde boek schrijven over de woestijnheilige Antonius. We mogen aannemen dat hij in Trier met enthousiasme heeft gesproken over het kluizenaarsleven. Het is opvallend dat juist in deze tijd te Cardo (= het huidige Karden), een eind verderop aan de Moezel, een leefgemeenschap van celibatairen ontstaat rond Sint Castor en Sint Potentinus (zie verderop).

Bisschoppensynodes

In 339 wordt bisschop Athanasius andermaal door de oosterse bisschoppen, die voor het merendeel de leer van Aríus volgen, van zijn zetel verdreven. Nu vindt hij gastvrij onthaal bij bisschop Julius I († 352; feest 12 april) in Rome. In het jaar daarop roept Julius daar een synode bijeen (340-341). De vergadering bestaat vooral uit westerse bisschoppen. De leer van Nicea wordt er nog eens onderstreept, terwijl de veroordeling van het Arianisme krachtig wordt herhaald. Dit veroorzaakt op de synode van oosterse bisschoppen te Antiochië in Syrië geweldig veel consternatie: de westerse collega’s verklaren immers hun veroordeling van Athanasius uit het jaar 339 onrechtmatig.

Mede op aandringen van Maximinus en zijn 80-jarige collega Hosius van Cordova († 357/8) stemt paus Julius ermee in, dat er een nieuwe synode bijeengeroepen zal worden om de zaak nog eens zorgvuldig te onderzoeken. Zo komen er belangrijke afvaardigingen van oosterse en westerse bisschoppen bijeen op de synode van Sardica (= Sofia 342-343). Gesteund door Hosius, Maximinus en nog enkele andere westerse bisschoppen houdt Julius er onverkort vast aan de ware leer. Maar hun oosterse ambtsbroeders blijven bij hun mening, dat de verbanning van Athanasius rechtmatig is. Zij zeggen hun vertrouwen in Julius op en erkennen hem niet langer als bisschop van Rome, omdat hij de patriarch van Alexandrië bij zich in huis genomen had. Ze vinden, dat hij net als collega Athanasius verbannen moet worden.

Maximinus in ballingschap

Ontgoocheld keert Julius naar Rome terug. De Arianen ruiken hun kans en stellen een heus ‘zondenregister’ op van Triers bisschop Maximinus. Daarmee weten zij te bewerkstelligen dat hij op zijn beurt nog in datzelfde jaar in ballingschap moet.

Hoe lang die verbanning geduurd heeft weten we niet. Zeker is wel, dat in de zomermaanden van 345 Sint Athanasius weer even in de stad is. Om aanwezig te zijn bij Maximinus’ herstel op de bisschopszetel van de stad? Hoe dan ook bij die gelegenheid zal hij zeker weer begonnen zijn over zijn geliefde onderwerp, het kluizenaarsleven.

Met collega Servatius van Maastricht († 384; feest 13 mei) is Maximinus aanwezig op de bisschoppenvergadering van Keulen, waar eens te meer de Ariaanse ketterij wordt afgewezen.

Legende van de beer

Met zijn reisgezel Martinus in Rome, volgens de legende om de apostelgraven te bezoeken, maar wellicht ook om verslag uit te brengen aan zijn goede vriend Julius. Tijdens deze reis doet zich het wonder voor van de beer. Terwijl Martinus ergens een stad is binnengegaan om eten te kopen, is Maximinus bij de bagage achtergebleven en in slaap gesukkeld. Als hij wakker wordt, ziet hij hoe een beer de pakezel heeft opgevreten. Verontwaardigd gebiedt hij de beer het werk van de ezel over te nemen. Het beest gehoorzaamt gedwee. Dat veroorzaakt in Rome de nodige consternatie. Als ze na het bezoek de stad weer verlaten, hergeeft Maximinus het dier de vrijheid met de waarschuwing zich nooit meer aan iemand te vergrijpen: “Dan zal ook nooit iemand je iets in de weg leggen.”

Dit gegeven is bij vele heiligen uit de vroege middeleeuwen te vinden: o.a.  Corbinianus van Freising († 730; feest 8 september), Gallus van St.-Gallen († ca 640; feest 16 oktober), Ghislain van St.-Ghislain († 683; feest 10 oktober), Humbertus van Maroilles († 680; feest 15 maart), Jacobus van Tarantaise († 429?; feest 16 januari), Romedius van Nonsberg († ca 700; feest 15 januari) en Vaast van Arras († 540; feest 6 februari).

Maximinus maakt van de gelegenheid gebruik om naar zijn geboorte grond Aquitanië terug te keren. Tijdens zijn verblijf in Silly wordt hij overvallen door een plotselinge dood.

Martinus van Tours 1

Onderzoekers hebben zich afgevraagd of Maximinus’ reisgezel, Martinus, dezelfde kan zijn als de latere bisschop van Tours. De Acta menen van niet en zoeken een andere tijdgenoot die in aanmerking komt. Maar Gobry veronderstelt van wel. Laten we aannemen – aldus Gobry – dat Martinus in 341 als pasgedoopt christen het leger verlaat. We horen pas weer van hem als hij in 355 of 356 bij Sint Hilarius van Poitiers verblijft en een monnikengemeenschap begint. Wat doet hij in die tussentijd? Welnu, waar zou een officier die zojuist is afgezwaaid bij een legioen dat gelegerd was aan de Rijn, anders heengaan dan naar het nabij gelegen Trier, op dat moment immers een keizerlijke residentie? Die waarschijnlijkheid wordt alleen maar groter, wanneer men bedenkt, dat deze officier een overtuigd christen is geworden en zich realiseert dat een jaar of vier tevoren de grote Sint Athansius daar onderdak had gevonden. Misschien wist Martinus zelfs wel dat daardoor groepjes celibatairen waren ontstaan. Is het zo ver gezocht te veronderstellen – aldus Gobry – dat onze nieuwe christen werd aangetrokken door dat ideaal en zich aanmeldde bij Maximinus? Wellicht stuurde deze hem naar Sint Castor in Cardo en leefde Martinus daar enige tijd als kluizenaar.

Zal hij straks immers niet tesamen met Hilarius in de buurt van Poitiers Ligugé stichten, dat als eerste klooster van de westerse christenheid geldt? Dit alles wordt nog waarschijnlijker, wanneer we ons afvragen hoe Martinus van Trier naar Poitiers is gekomen. Hij was het inderdaad die Maximinus vergezelde op zijn tocht naar Rome, zoals we in de legende van de beer horen. Vervolgens ging hij met hem mee naar diens geboortegrond. Na het plotselinge overlijden van zijn bisschop, zal Martinus daar gebleven zijn en zich in dienst hebben gesteld van de plaatselijke bisschop. Dat was op dat moment immers nog Maximinus’ broer Maxentius! Zo is het volkomen logisch dat hij enige tijd later opduikt in het leven van diens opvolger Hilarius.

Verering & Cultuur
Sint Hiëronymus († 420; feest 30 september) noemt Maximinus ‘een van de moedigste bisschoppen van zijn tijd’. Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) merkt in zijn ‘Geschiedenis van de Franken’ [i,37] op dat Sint Maximinus vanwege zijn heilige levenswandel grote invloed had.

Hoewel elders gestorven, werd hij door de Trierse bevolking niet vergeten. Het was zijn opvolger Sint Paulinus (zie onder) die zijn relieken naar de stad wist over te brengen. Waar de reliekschrijn voorbijtrok, gebeurden wonderen, aldus de overlevering: zo in Mouzon, Yvoix en Arlon. Hij liet ze bijzetten in de toenmalige St.-Johannesabdij, die later naar hem Sankt-Maximin zou heten. In zijn boekje ‘De Glorie van de Belijders’ [nr.91] schrijft Gregorius van Tours over hem: ‘Begraven in een voorstad van Trier, is Sint Maximinus een doeltreffend voorspreker bij God voor de bevolking van de stad. Er is herhaaldelijk sprake van schitterende wonderen op zijn graf. Tijdens de regeringsperiode van koning Theudebert hield een priester Arbogast in het bijzijn van de koning strijdgesprekken met een Frank. Die gesprekken gingen onderweg gewoon door tijdens de bezoeken die de koning bracht aan de reliekschrijnen in de stad om er te bidden. Ze stonden in de dorpen van Trier. Op het moment dat de priester een boosaardige beschuldiging uitte, draaide de koning zich om met de woorden: “Laat zien dat uw beschuldigingen waar zijn en zweer een eed op het graf van bisschop Maximinus.” Waarop de priester zei: “Ik durf uw bevel gerust op te volgen.” Onmiddellijk legde hij zijn hand op de heilige graftombe met de woorden: “Door de macht van de heilige mag ik neergeslagen worden, als ik ook maar iets onwaars heb beweerd over de dingen die mijn beschuldigingen jegens de Frank hebben losgemaakt.” Maar de vreemdeling begon te weeklagen en werd bijna boos op de heilige. Daarna verlieten ze de kerk. Weer onderweg begon de priester plotseling te wankelen en viel op de grond: dood. Daarop prees de vreemdeling Sint Maximinus’ macht, die hij zojuist nog zo had bekritizeerd.’

Op de Trierse bisschoppensynode van 898 werd officieel besloten Maximinus’ gebeente te verheffen tot de eer der altaren.

Toen Sint Hildegard van Bingen († 1179; feest 17 september) in 1160 de stad Trier bezocht, stond het St.-Maximinusklooster bekend als de mooiste abdij van het hele bisdom Trier. Zij componeerde een sequens op Sint Maximinus. Hij ademt enigszins de sfeer van het Hooglied:

Sequens op Sint Maximinus
(door Hildegard van Bingen)

De duif keek
door het gaas voor het venster,
waar voor haar aangezicht
de balsem van de stralende
Maximinus heerlijk geurde.
De warmte van de zon kwam op
en scheen in de duisternis
waarin de edelsteen glanst
tot stichting van de tempel
van het allerzuiverste gelukzalige hart.
Een hoge toren van hout
uit de Libanon en cipressen,
versierd met hyacinth en kwarts,
een schitterende stad
die alle kunsten te boven gaat.
Hij liep zo snel als een hert
naar de allerzuiverste waterbron
die in de hoge rots ontsprong
en die de geurende
kruiden bevloeide.
O u, meester der geuren
in de allerzoetste groeizaamheid
de opstijgt uit de tuinen van de koning
als u het heilig offer
van de ram voltrekt.
In uw midden schittert de meester
de muur van de tempel
die de vleugels van de adelaar wilde hebben
en de voedende wijsheid kuste
in de glorievolle vruchtbaarheid van de Kerk.
O Maximinus,
Jij bent berg en dal
In beide de hoge toren
vanwaar de olifant met de steenbok uittrok
en waar de Wijsheid zich verlustigde.
Sterk ben jij en zachtmoedig
in de liturgie van de altaarkoren
opstijgend als een aromatische rook
naar de zuil der lofgezangen
Waar je je inzet voor het volk
dat verlangt naar de weerschijn van het licht
dat in den hoge geprezen wordt.’

Nog in 1324 schrijft Karel IV dat de relieken in het St.-Maximinusklooster elke zeven jaar worden getoond. In 1674 werden de prachtige abdijgebouwen op last van koning Lodewijk XIV († 1715) door de Franse troepen met de grond gelijk gemaakt. Pas in 1987 kwamen bij opgravingen de restanten van een grote kerk aan het licht, gelegen even ten zuiden van de huidige St.-Paulinus.

Maximinus’ verering strekt zich uit tot in de wijde omgeving. Tot op de dag van vandaag wordt zijn hoofd bewaard in de kerk van Pfalzel, niet ver van Trier. Naar hem is genoemd het dorp St.-Maximin, tien kilometer ten westen van het Noord-Franse stadje Senlis. In de Ardennen is hij patroon van Jéhonville. Het gehucht Chaumont, dat onder Rulles valt, heeft een St.-Maximinuskerk. Daar is een legende aan verbonden. Vroeger stond er in de kerk van Rulles, aan de overkant van de rivier, een beeld van Sint Maximinus. Maar op een dag troffen de bewoners het aan aan de overkant van het water, in het gehucht Chaumont. Men bracht het terug naar de kerk, maar de volgende morgen stond het weer aan de overkant. Daaruit trokken de bewoners de conclusie dat de heilige daar een kerk of kapel wilde. Er kwam dus eerst een kapel; deze werd in 1819 vervangen door de huidige kerk.

Patronaten
Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen meineed (op basis van de anekdote over de met de dood bestrafte priester die een vreemdeling vals beschuldigde), tegen de gevaren van de zee, en tegen regen.



woensdag - 29 mei

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


woensdag - 29 mei

Sneek 19:30 Concert Koorschool St. Bavo Haarlem

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Koorschool St. Bavo uit Haarlem treedt samen met de Young Angels op in de St. Martinuskerk

Het Schoolkoor van de Koorschool St. Bavo uit Haarlem verzorgt op woensdag 29 mei a,s, om 19.30 uur een concert in de St. Martinuskerk aan de Singel in Sneek. De toegang is vrij met na afloop een deurcollecte.

NB hierdoor komt de jaarlijkse viering op de RK Begraafplaats te vervallen

Ook verzorgen zij de volgende dag op Hemelvaartsdag (donderdag 30 mei) met hun zang de Eucharistieviering in deze kerk. Deze viering begint om 10.00 uur.

De Koorschool St. Bavo is een “normale basisschool” die valt onder Stichting Muziekinstituut van de Kathedraal St. Bavo in Haarlem. Op deze school wordt naast de reguliere vakken muziekonderwijs aangeboden op hoog niveau. Er wordt koormuziek gezongen uit de 15e tot de 20e eeuw. Op deze unieke basisschool krijgen de kinderen dagelijks zang- en muziekles van hoge kwaliteit. Na het opleidingsjaar in groep 5 worden de kinderen opgenomen in het Kathedrale Koor. Als de kinderen groep 8 verlaten zijn het geschoolde koorzangers die een veelzijdig repertoire kunnen uitvoeren. Veelal blijven ze dan nog een aantal jaren lid van het Kathedrale Koor. Het Muziekinstituut staat met deze muzikale opleiding in de traditie van de vele Engelse koorscholen en kathedrale koren. Nederland heeft twee koorscholen: in Utrecht en in Haarlem. Koorschool St. Bavo is de oudste.

Het is daarom des te meer uniek dat dit koor speciaal naar Sneek komt.



donderdag - 30 mei

Hele dag Gedenkdag HH. Jeanne d'Arc en Dimfna van Geel, martelaressen

Jeanne (ook Johanna, bijgenaamd La Pucelle) d’Arc (ook Darcia, van Orléans), Rouen, Frankrijk; mystica; † 1431.

Afbeelding H. Jeanne d’Arc
Jeanne d’ Arc hoort de stemmen van de aartsengel Michaël (midden achter)
en van de heiligen Margareta en Catharina (links en rechts).
ca 1930, glasschilderkunst. Frankrijk, Bretagne, Porspoder, St-Budoc.

http://www.heiligen.net/afb/05/30/05-30-1431-jeanne_1.jpg

Feest 30 mei.

 Zij werd geboren op 6 januari 1412 in het Franse plaatsje Domrémy (thans Domrémy-la-Pucelle, Lotharingen).

 De naam Domrémy is een verbastering van Dom (= Dominus: latijn voor ‘Heer’) en Rémy (= Remigius, de patroonheilige van het gebied rond Reims).

 Zij was herderinnetje in de tijd dat Frankrijk door de Engelsen bezet werd gehouden. Op zeventienjarige leeftijd hoorde zij stemmen. Zelf meende zij, dat ze van engelen afkomstig waren, maar de stemmen maakten zich bekend als Sint Margaretha van Antiochië en Sint Catharina van Alexandrië. Deze beide heilige vrouwen gaven haar de opdracht om als zieneres Frankrijk te bevrijden. Daartoe moest ze contact opnemen met de kroonprins van Frankrijk, Karel VII, en hem ertoe aansporen de Franse troon in bezit te nemen. Daar had hij recht op.

Daarop vroeg zij audiëntie aan bij Karel en liet hem weten, dat de tijd rijp was om met Gods hulp de Engelsen uit Frankrijk te verdrijven. Aangestoken door Jeanne’s enthousiasme en innerlijke kracht, besloot hij inderdaad tegen de Engelsen ten strijde trekken. Jeanne stond erop om mee te vechten; zodoende werd zij zoiets zeldzaams als een vrouwelijke ridder. Vanaf dat moment week zij niet meer van Karels zijde.

Op 8 mei 1429 sloeg het Franse leger onder aanvoering van Jeanne het beleg voor de stad Orléans; op 18 juni werd bij Patay, in het Loiregebied, aan de Engelsen een vernietigende slag toegebracht. Volgens zeggen sneuvelen er 2000 Engelsen tegen 3 (!) Fransen.

Jeanne was in één klap de nationale heldin van Frankrijk. Sindsdien kreeg zij de eretitel ‘De Maagd van Orléans’ (La Pucelle d’Orléans). Zij wist de koning ervan te overtuigen, dat hij nu onmiddellijk de stad Troyes moest belegeren: “Over drie dagen laat ik u die stad binnentrekken, door middel van liefde, kracht, of moed.” Inderdaad trok Karel op 10 juli als overwinnaar de stad Troyes binnen. De machthebbers kwamen hem de sleutels van de stad overhandigen. Op 17 juli van datzelfde jaar werd Karel in aanwezigheid van Jeanne in de kathedraal van Reims officieel door kerkelijke en wereldlijke machthebbers tot koning van Frankrijk gekroond.

Jeanne deelde in de glorie van de overwinning en werd beschouwd als een nieuwe Judith, de vrouw uit de geschiedenis van Israël, die ook de machtige vijand – letterlijk – een kopje kleiner maakte.

Op 8 september 1429 leidde zij het beleg van Parijs. Er is een brief van haar hand bewaard van 9 november, waarin zij de inwoners van Riom om wapens en andere middelen vroeg om het nabijgelegen Charité-sur-Loire te kunnen belegeren.

Maar op 24 mei 1430 werd zij nabij Compiègne door Bourgondiërs gevangen genomen, aan de Engelsen uitgeleverd en door hen stevig achter slot en grendel geplaatst. Op grond van valse beschuldigingen werd zij door een tribunaal van Engelse kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders als ketter ter dood veroordeeld. Op 30 mei 1431 stierf zij op de brandstapel in Rouen op de huidige Place du Vieux-Marché, door haar vroegere Franse collega’s volkomen in de steek gelaten; veroordeeld als ketter, maar eigenlijk om haar strijd tegen de Engelsen; belachelijk gemaakt en gewantrouwd om de stemmen die haar tot alles zouden hebben aangezet. Haar as werd in de Seine gegooid.

Verering & Cultuur
Op 7 november 1455 gaf paus Calixtus III opdracht haar zaak opnieuw te onderzoeken. Hij wilde weten wat er waar was van de hardnekkige geruchten, dat Jeanne een heilige was. Jeanne’s moeder, Isabelle Romée, kwam met haar twee zoons naar de Notre Dame te Parijs om getuigenis af te leggen en eerherstel voor haar dochter af te smeken. Mede daardoor werd een jaar later door paus Calixtus het kerkelijk vonnis over haar herroepen. Posthuum werd zij in ere hersteld.

Haar heiligverklaring volgde op 16 mei 1920 onder paus Benedictus XV. Dat is opmerkelijk aangezien zij tot oorlogen heeft aangespoord. Maar het is dan ook niet om haar militaire en politieke activiteiten dat zij te boek staat als heilige, maar om het feit, dat zij als mystiek begaafde vrouw gehoor gaf aan hemelse stemmen.

Patronaten
Zij is patrones van Frankrijk (sinds 1922); van de steden Orléans en Rouen; van soldaten en van vrouwen in nood. Daarnaast is zij patrones van de radio en de telegrafie (vanwege de stemmen die ze hoorde). Haar voorspraak wordt ingeroepen in momenten van angst om vrees te overwinnen.

Afgebeeld
Zij wordt afgebeeld als jonge vrouw; nu eens gekleed in mannenkleren, dan weer in militair tenue (met harnas, lans of zwaard; draagt zij een helm, dan met open vizier); te paard; met visioenen; op de brandstapel.

Zij leeft voort in de wereldliteratuur; Schiller beschreef haar leven idealistisch, Bernard Shaw ironisch, Brecht als exponent van de klassenstrijd en Charles Péguy als een heilig mysterie. In het begin van de dertiger jaren maakte de Deense cineast Carl Dreyer een film over haar, die beroemd is geworden, omdat daarin voor het eerst gebruikt wordt gemaakt van de close-up. De Zwitserse componist Arthur Honegger componeerde het zangspel ‘Jeanne d’Arc au Bûcher’. Georges Rouault schiderde ‘Onze Jeanne’ als een heilige die te paard naar de hemel opkijkt.

In Frankrijk is zij intussen symbool geworden van de extreem rechts-nationalistische ideologie.

____________________________________________________________________________

Dimfna (ook Damhnait, Damnat, Digna, Dymphna, Dympna en Dympne) van Geel, Kempen, België; prinses? & martelares tezamen met de priester Gerebern (ook Genebern, Genebrard, Gerbert, Géréberne, Gerebert(us), Gerebrand, Gerenbert of Gernbert); 7e eeuw

Afbeelding H. Dimfna van Geel
ca 1925. Glasschilderkunst. België, Geel, St-Dimpnakerk.
Vader doodt eigenhandig zijn dochter en haar geestelijk leidsman Gerebern.

http://www.heiligen.net/afb/05/30/05-30-0700-dimfna_16.jpg

Feest 30 mei.

Hun verhaal speelt zich af tegen het einde van de 7e eeuw, terwijl de oudste versie van de legende voor het eerst werd opgeschreven rond het jaar 1200. Niet de historische betrouwbaarheid is dus het belangrijkste van dit verhaal, maar de boodschap, de bewondering en de geloofsovertuiging die eruit spreken.

Legende
De legende weet te vertellen dat Dimfna een dochter was van een heidense Ierse koning en een christengelovige koningin. Toen de koningin niet lang na Dimfna’s geboorte overleed, werd haar opvoeding, zoals toen niet ongebruikelijk was, aan anderen overgelaten. Die mensen waren christen. Zonder medeweten van haar vader liet de jonge Dimfna zich dopen en beloofde in de stilte van haar gebed voor de rest van haar leven uit eerbied voor God maagd te blijven. Gerebern was de priester die haar het doopsel toediende en waarschijnlijk bevestigde in haar vrome plannen.

Intussen zocht de koning naar een waardige plaatsvervangster voor zijn overleden gemalin. Maar de enige die haar enigszins in schoonheid en karakter benaderde,… was zijn eigen dochter: Dimfna. Met haar wilde hij dus in het huwelijk treden. Dimfna vluchtte in gezelschap van haar geestelijk leidsman, Gerebern, en van een hogere ambtenaar en diens vrouw. Ze zochten een goed heenkomen in de Belgische Kempen, maar werden er tenslotte door de fanatieke koning achterhaald. Hij doodde eerst de priester Gerebern. Toen zijn hardnekkig aanhouden bij zijn dochter geen resultaat bleek te hebben, bracht hij in blinde woede met één houw van zijn zwaard ook haar om het leven.

Dit drama moet zich afgespeeld hebben in de omgeving van Geel (te Westerlo?) in de tweede helft van de 7e eeuw. De legende weet nog te vertellen dat de vorst zijn straf niet ontging: hij werd krankzinnig van verdriet, eenzaamheid en wroeging.

Dat is er dan ook de reden van dat tot op de dag van vandaag het plaatsje Geel bekend staat om zijn opvang van geestelijk gehandicapten.

Verering & Cultuur
In de 13e eeuw werden haar relieken naar de kerk van Geel overgebracht. Daar werd een tegel met haar naam bewaard die ter genezing om de hals van krankzinnigen werd gehangen. In Geel verzorgt men al sinds de middeleeuwen geesteszieken door hen op te nemen en aan het arbeidsproces te laten deelnemen met de heilige als schutspatrones. Elke vijf jaar vindt er een grote ommegang plaats, de Dymfnaprocessie).
In het Ierse Monaghan wordt zij vereerd als St Damnat.
De relieken van Dimfna rusten nog in Geel, maar die van Gerebern werden geroofd door ‘heilige rovers uit Xanten’ aan de Rijn.
Dimfna wordt aangeroepen tegen krankzinnigheid, toevallen en duivelse bezetenheid; ook tegen slaapwandelen.

Afgebeeld.
Zij wordt afgebeeld met een kroon op haar hoofd (verwijst naar haar koninklijke afkomst); vaak heeft zij een zwaard bij zich (verwijst naar haar marteldood).



donderdag - 30 mei

Sneek 10:00 Eucharistieviering - Hoogfeest van 's Heren Hemelvaart

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Gezamenlijke viering locaties Blauwhuis, Heeg, Roodhuis en Sneek
m.m.v. de Kathedrale Koorschool Sint Bavo uit Haarlem



donderdag - 30 mei

Sneek 10:00 - 11:00 Hemelvaartsdag: Gezamenlijke viering in Sneek

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Gezamenlijke viering met alle locaties van onze parochie in de Martinuskerk in Sneek.



vrijdag - 31 mei

Hele dag Feestdag van Maria Visitatie

Maria.Visitatie (= Bezoek van Maria, Moeder van Jezus, aan haar nicht Elisabeth).

Afbeelding Maria Visitatie
Nederland, Den Bosch, St-Jan kathedraal.
Detail Lijdensaltaar. Maria en Elisatbeth, beiden in verwachting. De eerste van Jezus en de tweede van Johannes de Doper.

http://www.heiligen.net/afb/05/31/05-31-0000-maria_1.jpg

Feest 31 mei.

Wij horen over deze ontmoeting in het eerste hoofdstuk van Lukas’ evangelie. Elisabeth stamde af van de hogepriester Aäron en was getrouwd met de priester Zacharias uit de klasse van Abia. Zij waren rechtvaardig in Gods ogen, maar hun huwelijk was kinderloos gebleven. Toen Zacharias de dienst had in de tempel, verscheen hem naast het wierookaltaar de engel Gabriël met de boodschap, dat hij en zijn vrouw op hun oude dag toch nog een zoon zouden krijgen. Er was een grote toekomst voor de jongen weggelegd: hij zou in de geest van Elia de weg bereiden voor de komst van de Messias.

Maar Zacharias vroeg waaraan hij dat allemaal zou kunnen zien. Daarop antwoordde de engel, dat hij, Zacharias, geen woord meer zou kunnen uitbrengen, tot het zover zou zijn.

Het volk had al die tijd buiten staan wachten. En toen het zag dat de priester zich alleen nog maar met gebaren kon uiten, begreep het dat hij een verschijning gehad moest hebben. Hij ging naar huis en na enige tijd raakte zijn vrouw Elisabeth inderdaad in verwachting.

Toen zij zes maanden zwanger was, kreeg zij bezoek van haar nichtje Maria uit Nazareth. Zodra zij de klank van haar stem hoorde, reageerde het kind in haar schoot. Dat beschouwde zij als een teken van God. In een oogwenk begreep zij hoe Maria ook een kind verwachtte, dat een nog meer grotere opdracht van God had ontvangen, en zij riep uit: ‘Jij bent de meest gezegende onder de vrouwen, en gezegend is het kind in je schoot! Waaraan heb ik het te danken, dat de moeder van de Heer zelf naar mij toekomt…?’ Maria was daarop in een jubelzang uitgebarsten: ‘Ik zing van ganser harte voor de Heer. Want hoe onbetekenend ik ook ben, Hij heeft op mij zijn oog laten vallen…!” De ontmoeting van beide vrouwen wordt als het Feest van Maria Visitatie gevierd op 31 mei.

Maria bleef bij haar oudere nicht tot de geboorte van Elisabeth’s kind achter de rug zou zijn.

[Lukas 1,05-25.39-45.57-66.80]

Maria en Elisabeth zijn samen patrones van de houtzagers, omdat de bewegingen die zagers maken, als zij getweeën een boom omzagen, in de verte lijken op de bewegingen die behoren bij de begroeting van de twee vrouwen.



vrijdag - 31 mei

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

jun 2019

datum/tijd evenement

zaterdag - 01 jun

Hele dag Feestdag H. Justinus van Rome, filosoof en martelaar

Justinus Martelaar (ook de Filosoof, Martyr of van Rome), Rome, Italië; filosoof & martelaar met Chariton (ook Charitius, Charito of Charitus), diens vrouw Charitas (ook Charita), Euelpistus (ook Evelpistus), Hierax, Peon (ook Paeon), Valerianus (ook Liberianus of Liverianus) en Justus; † 165.

Afbeelding H. Justinus van Rome
Justinus Filosoof.
2011, Griekse Dagkalender.

http://www.heiligen.net/afb/06/01/06-01-0165-justinus_1.jpg

Feest 1 juni.

Geschiedenis

Justinus werd rond het jaar 100 geboren in Palestina in de plaats Flavia-Neapolis (het bijbelse Sichem, tegenwoordig Nablus). Hij kwam uit een heidens milieu. Van jongs af aan bleek hij bijzonder weetgierig. In zijn jonge jaren bezocht hij alle filosofenscholen om te horen wat men er over de waarheid te zeggen had. De een na de ander stelde hem teleur en liet hem onbevredigd achter. Pas toen hij in contact kwam met de leer van de christenen, besefte hij op het goede spoor te zijn. In die tijd behoorden denken en doen onlosmakelijk bij elkaar. Hoe meer Justinus zich in de woorden van Christus verdiepte, hoe meer hij ernaar verlangde te leven zoals Hij.
Na zijn doop verzorgde hij enige tijd rondleidingen voor medechristenen die de heilige plaatsen in zijn geboorteland kwamen bezoeken. Hij zou daarbij altijd gewezen hebben op de grot van Jezus’ geboorte!

Dat is interessant. Er zijn twee evangelisten die over Jezus’ geboorte vertellen: Matteüs en Lukas. Matteüs heeft het in dit verband over een ‘huis’ (Matteüs 2,11). Lukas zegt niet in wat voor gebouw Jezus geboren werd. Hij vertelt wel, dat Jezus meteen na zijn geboorte in een kribbe werd gelegd; daaruit hebben latere gelovigen afgeleid, dat hij in een stal geboren moet zijn. Nu horen we dus van iemand, die reeds honderd jaar later leefde, dat de kribbe in een grot gestaan zou hebben.

Gehuld in een filosofenmantel trok Justinus rond om – zoals toen gebruikelijk was – met ieder die maar wilde, te discussiëren over filosofische onderwerpen en levensvragen. Tenslotte begon hij in Rome een filosofenschool. Hij schreef boeken, die gericht waren aan de keizer en de senaat; daarin verdedigde hij de christelijke levensvisie. Zo vestigde hij de aandacht op zich en werd na een openbaar debat gevangen genomen, omdat hij openlijk weigerde deel te nemen aan de verplichtingen, die voor iedere Romeinse burger behoorden bij staatsgodsdienst, met name de offerrituelen aan de Romeinse goden, waartoe vaak ook de persoon van de keizer gerekend werd.

Er is een verslag bewaard gebleven van zijn proces. Historisch schijnt het redelijk betrouwbaar te zijn.

Proces
2.
Toen de arrestanten voorgeleid waren, zei de stadsprefect van Rome, Rusticus, tot Justinus: “Wat voor leven leidt u?”
Justinus antwoordde: “Een leven dat voor niemand ook maar enige aanmerking of afkeuring verdient.”
Waarop de prefect Rusticus zei: “Van welke filosofie leeft u?” 
Justinus zei: “Ik heb geprobeerd kennis te nemen van alle filosofische stromingen. Maar tenslotte heb ik mij aangesloten bij de waarachtige filosofie van de christenen, ook al zullen de aanhangers van onwaarachtige theorieën het daar niet mee eens zijn.”
De prefect hernam: “Die filosofie valt bij u kennelijk nogal in de smaak?”
En Justinus weer: “Ja, want met de christenen ben ik nu in staat de weg der waarheid te bewandelen; alwat daar geleerd wordt is duidelijk en zuiver.”
Rusticus vroeg: “En wat is dat dan voor leer?”
“De leer die de christenen volgen houdt in dat er maar één God is; Hij heeft alles geschapen, zowel wat zichtbaar is als al datgene wat voor onze zintuigen verborgen blijft. Christenen erkennen één Heer, Jezus Christus; Hij is de enige Zoon van God; Hij werd eertijds aangekondigd en voorspeld door de profeten; Hij zal komen oordelen over het mensenras. Hij is de uitvinder van het heil; dat is Hij ook in de wereld komen verkondigen. Hij laat zich met liefde de leermeester noemen van al degenen die van Hem de waarheid willen leren. Ik voor mij ben slechts een eenvoudig man met veel te weinig verstand om op waardige wijze over de dingen van God te kunnen vertellen. Het zijn de profeten geweest aan wie het gegeven was door te dringen in deze peilloze geheimen; zij waren het ook die door Gods Geest verlicht, de komst hebben aangekondigd van degene die ik zojuist Gods Zoon noemde; en dat deden ze al enkele honderden jaren voordat Hij op aarde verscheen.”

3.
Daarop vroeg de prefect waar de christenen elkaar troffen.
Justinus antwoordde dat het ieder vrijstond te gaan en te staan waar hij wou: “Of dacht u, zo vervolgde hij, dat wij een vaste plaats hadden, waar wij vast bijeen komen? Nee dus. U moet namelijk weten dat de God van de christenen niet door een bepaalde ruimte omvat kan worden. Hij is even onmetelijk, letterlijk, als onzichtbaar. Hij vervult hemel en aarde. Hij kan dus op elke willekeurige plek aanbeden worden. Elke gelovige kan Hem hulde brengen op de plaats waar Hij zich op dat moment bevindt.”
Maar ik wil toch graag weten, hernam de prefect, waar jullie bij elkaar komen en met name de plaats waar uw leerlingen naar u komen luisteren?”
“Ik wil u best zeggen waar ik verblijf houd: tot op de dag van vandaag woonde ik in bij een zekere Martinus, hier heel dichtbij tegenover het Timiotinum-badhuis. Dit is de tweede keer dat ik in Rome ben. Ik zou geen enkele andere plek weten om te logeren. Ieder die wilde kon me daar vinden. Ik heb ook geen geheim gemaakt van de leer die ik aanhang. Wat ik ervan weet heb ik aldoor met plezier onderwezen.”
“U bent dus christen?” stelde de prefect vast.
“Inderdaad, dat ben ik”, besloot Justinus.

4.
Nu wendde de prefect zich tot Chariton: “En u, bent u ook christen?”
Chariton antwoordde: “Ja, door Gods genade ben ik christen.”
Daarop liet de prefect een vrouw naar voren komen, die Charitas heette; ook aan haar vroeg hij of ze christen was. Zij antwoordde van ja: “Door Gods barmhartigheid ben ik christen.”
Nu ondervroeg de prefect Euelpistus over zijn geloof en over de vraag hoe hij in het leven stond. Euelpistus antwoordde: “Ik ben een slaaf van de keizer, maar ik ben christen en vrijgekocht door Jezus Christus. Door zijn goedheid mag ik dezelfde hoop koesteren als de anderen die u hier voor u ziet. Ik leef op dezelfde manier en in dezelfde verwachting als zij.”
Vervolgens richtte de prefect zich tot Hierax met de vraag of hij ook christen was.
Resoluut antwoordde Hierax dat hij inderdaad christen was: “Ik aanbid dezelfde God als deze anderen hier.”
“Bent u door Justinus hier christen gemaakt?” vroeg de prefect.
“Wat mij betreft, antwoordde Hierax, ik was het al en hoop het ook altijd te blijven.”
Onder de omstanders bevond zich een zekere Peon. Op dit moment begon hij te roepen: “Ik ben ook christen!”
“En wie heeft u dan zover gebracht?” vroeg de prefect.
“Mijn ouders” riep Peon.
En Euelpistus voegde er nog aan toe: “Ik ging altijd graag naar Justinus luisteren. Maar ook in mijn geval waren mijn ouders al christen.”
De prefect vroeg hem daarop: “En waar zijn uw ouders nu?”
“In Cappadocië”, was Euelpistus’ antwoord.
Dezelfde vraag stelde de prefect aam Hierax.
Deze gaf als antwoord: “Onze échte Vader is Jezus Christus; en onze echte moeder is het geloof. Want door haar geloven we in Hem. Maar wat betreft mijn aardse ouders: die zijn gestorven. Ik ben uit Frygië hier mee naartoe genomen.”
De prefect vroeg ook nog aan Liberianus wat hij te zeggen had; en of hij ook christen was; en of hij dus ook ontrouw wenste te zijn aan de goden.
Liberianus antwoordde dat hij inderdaad christen was en dat hij de ene ware God vereerde.

5.
Nu ging de prefect terug naar Justinus: “U met uw mooie woorden en duidelijke leer schijnt de woordvoerder te zijn. Nu moet u eens goed naar mij luisteren. U meent dat u de ware wijsheid in pacht hebt. Maar als ik uw huid van boven tot onder nu eens met zwepen aan flarden liet slaan, denkt u dan dat u zo ten hemel zult opstijgen?”
Justinus gaf ten antwoord: “Als ik voor Christus de straffen moet ondergaan waar u mee dreigt, hoop ik van Christus dezelfde beloning te ontvangen die al degenen al ontvangen hebben die zich hebben vastgehouden aan zijn geboden. Want ik weet maar al te goed dat Gods genade aan het einde der tijden is weggelegd voor degenen die zo geleefd hebben.”
“U denkt dus, hernam de prefect, dat u een grote beloning wacht in de hemel?”
“Dat dénk ik niet, aldus Justinus, dat weet ik zeker. Ik ben er zelfs zozeer van overtuigd, dat ik er geen moment aan twijfel.”
Nu sprak de prefect: “Genoeg gepraat. Laten we ter zake komen en doen wat nu eerst moet gebeuren. Ga bij elkaar staan om in een geest van saamhorigheid een gezamenlijk offer te brengen aan onze goden.
Justinus nam namens allen het woord: “Geen enkel weldenkend mens zal de ware godsdienst laten vallen om achter dwaasheid en dwaling aan te gaan hollen.”
Maar de prefect dreigde: “Als u ons bevel niet gehoorzaamt, hoeft u niet meer te rekenen op enige clementie van onze kant.”
Justinus antwoordde: “We willen niets liever dan lijden voor onze Heer Jezus Christus en tot Hem opgaan via pijn en moeite. Dat zal ons vertrouwen geven voor het moment dat we – net als ieder ander – voor zíjn rechterstoel zullen verschijnen om geoordeeld te worden.”
Al de anderen lieten zich in dergelijke bewoordingen uit, en ze voegden er nog aan toe: “Doe maar wat u wilt; wij zijn christen en we zullen nooit en te nimmer aan uw afgoden offeren.”
Toen de prefect dat gehoord had, vaardigde hij het volgende vonnis uit: “Al degenen die niet hebben willen offeren aan onze goden, noch hebben willen gehoorzamen aan de voorschriften van de keizer, moeten eerst met roeden gegeseld worden en vervolgens weggevoerd naar de plaats van de terechtstelling om daar onthoofd te worden. Dat schrijven onze wetten nu eenmaal voor.”
Zo werden deze heilige martelaren naar de plek overgebracht waar anders de misdadigers terechtgesteld worden. Daar werden ze eerst gegeseld, terwijl zij God lof en dank brachten en voor Hem een zegengebed uitspraken. Vervolgens doorkliefde men hun hoofd, terwijl ze tot aan hun laatste snik bleven volhouden dat Jezus de Verlosser is. Na hun dood kwamen enkele gelovigen in het geheim hun lijken weghalen om hen een passende begrafenis te geven.

Er is nog een ander laatste woord van Justinus bewaard gebleven:
“Zoals wanneer de ranken van de wijnstok gesnoeid worden om nieuwe te doen ontspruiten: zo gaat het nu met ons”.

Patronaten
Justinus is patroon van de filosofen en de geloofsverdedigers en apologeten.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld in filosofenmantel, met pen en boek(rol); soms met een bijl of zwaard (zijn vermoedelijke martelwerktuigen).



zaterdag - 01 jun

Sneek 19:00 Woord- en Communieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


zondag - 02 jun

Hele dag Gedenkdag HH. Marcellinus van Rome en Petrus, martelaren

Marcellinus van Rome, Italië; martelaar met Petrus; † ca 304.

Afbeelding HH. Marcellinus en H. Petrus
Marcellinus
ca 1860, wandschildering.
Italië, Rome, San Lorenzo in Lucina.

http://www.heiligen.net/afb/06/02/06-02-0304-marcellinus_2.jpg

Petrus.
ca 1860, wandschildering.
Italië, Rome, San Lorenzo in Lucina.

http://www.heiligen.net/afb/06/02/06-02-0304-marcellinus_3.jpg

Feest 2 juni.

Petrus was een leerling en dopeling van Marcellinus, en oefende in de plaatselijke kerk de functie van duiveluitdrijver (= exorcist) uit; Marcellinus was priester. Beiden werden gearresteerd tijdens de vervolgingen onder Diocletianus en op een onbekende plaats in het bos terechtgesteld.

Toch schijnen christenen hun lijken gevonden te heben; deze werden bijgezet in de Catacomben. Hun graf werd opgesierd met een metrisch opschrift van de hand van paus Damasus.



zondag - 02 jun

Heeg 09:30 Eucharistieviering

Sint Josephkerk, Heeg

Pastoor P. van der Weide



zondag - 02 jun

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering met Kinder Woord Dienst

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.

Tijdens de viering is er een Kinder Woord Dienst, begeleid door de Werkgroep Kind en Kerk.



zondag - 02 jun

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek


zondag - 02 jun

Sneek 11:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. het Caeciliakoor o.l.v. F. Haaze

Onder voorbehoud zal worden gezongen:

  • Paus Johannesmis van Jan Vermulst
  • Ave Maria van J. Arcadelt


maandag - 03 jun

Hele dag Gedenkdag van de HH Martelaren van Oeganda

De Twee-en-twintig Martelaren van Oeganda; † 1885-1887.

Afbeelding HH Martelaren van Oeganda

1960 Boekomslag

Feest 3 juni.

In de jaren zestig en zeventig van de 19e eeuw trok de beroemde ontdekkingsreiziger Stanley door het grote merengebied van zwart Afrika. Hem viel daarbij op, hoe intelligent en nieuwsgierig de zwarte bevolking was. Vooral waar het ging om religieuze zaken. Vandaar dat hij als goed christen in zijn verslagen, die verschenen in de Engelse krant The Daily Telegraph opriep: “Stuur zendelingen!”

In 1877 waren de eerste anglicanen naar Boeganda, in het centrum van het huidige Oeganda, gegaan. Daar woonde ook de vorst. Twee jaar later bereikten de Witte Paters het gebied. Na aanvankelijke strubbelingen sloten deze twee groepen al gauw vriendschap, omdat ze in hun missionering geen verdeelde Christus wilden preken.

Stanley had goed gezien. Vooral de jonge mensen waren nieuwsgierig. Zij hunkerden naar vooruitgang en ze meenden dat die te vinden was bij de Europeanen met hun godsdienstige inzichten en praktijken. Een van de eersten was Carolus Lwanga, een jongeman uit de hogere maatschappelijke kringen, die een baan had aan het hof van koning – de inlanders spraken van de Kabake – Moetesa I. Hij stond in dienst van de majordomus Jozef Moekasa, die al eerder tot het christendom was overgegaan.

Kabake Mutesa wist niet goed wat hij aan die Europeanen had. Uiteindelijk vreesde hij dat die zendelingen alleen maar spionnen waren, die moesten kijken hoe zijn land het beste door de veel machtiger Europese landen kon worden veroverd. Hij hechtte dan ook het liefst geloof aan dergelijke geruchten. Met als gevolg dat hij uiteindelijk in 1882 alle vreemdelingen uit zijn land verjoeg.

Toen hij twee jaar later stierf, werd hij opgevolgd door zijn zoon, Kabake Mwanga I. Deze was van de jongere generatie. Hij hoopte dat de vreemdelingen vernieuwingen zouden brengen, en haalde dus alle vreemdelingen weer terug. Met name de Witte Paters was hij uitermate vriendelijk gezind. Hij begon zelfs zijn onderdanen aan te sporen hun godsdienst aan te nemen.

Nu begonnen de gevestigde machten te vrezen dat zijn hun invloed zouden verliezen. Zij verspreidden geruchten dat er een gewapende Europese invasie op handen was. De jonge Kabake werd bang en gaf bevel alle vreemdelingen in zijn land te doden. Honderden bekeerlingen kwamen om; hijzelf had een actief aandeel in de moordpartijen. Toen de kabake hoorde, dat de anglicaanse bisschop James Hannington met een aantal zendelingen vanuit het oosten onderweg was naar zijn gebied, gaf hij bevel de hele expeditie uit te moorden. Dat gebeurde op 29 oktober 1885.

Majordomus Mukasa begon de kabake openlijk verwijten te maken over zoveel zinloos geweld. Dit was de aanleiding waarop de vorst had gewacht. Hij had in de afgelopen tijd een enorme hekel aan hem gekregen. Mwanga hield namelijk veel van intieme omgang met jongetjes. Vanuit zijn christelijke achtergrond had majordomus Mukasa daar een grondige afkeer van, en deed alles om de jongens uit de handen van de vorst te houden. Dat had veel kwaad bloed gezet. Nu de majordomus ook nog zo vrijpostig was om zijn vorst in het openbaar de les te lezen over de moordpartijen, liet hij hem arresteren en op 15 november onthoofden. Juist enige dagen tevoren had de dappere martelaar zijn vertrouweling onder de pages, Charles Lwanga, nog het doopsel toegediend.

Charles Lwanga bleek uit hetzelfde hout gesneden als zijn meester. Hij gaf zijn mede-pages geloofsonderricht en stelde als goed christen op zijn beurt allerlei pogingen in het werk om de pages uit de buurt van de kabake te houden. Zodra hij meende dat het verantwoord was, doopte hij een page. In het voorjaar van 1886 was kabake Mwanga het zat. Toen hij merkte dat nu ook al de zestienjarige page Dionysius Sseboeggwawo een van zijn meest geliefde knapen godsdienstles gaf en hem dus op het hart drukte niet toe te geven aan de erotische verlangens van de kabake, liet deze hem doodslaan. Nu begon er een ware christenjacht. Slachtoffers werden de page Gonzaga Gonza, een lijfwacht en zelfs een rechter: Mathias Mulumba. Deze laatste werd op afschuwelijke wijze doodgemarteld in de heuvels van Kampala.

Een paar dagen later liet de kabake alle pages voor zich aantreden. Met barse stem beval hij dat alle christenen onder hen uit de rij naar voren moesten treden. Onverschrokken gaven negen pages gehoor aan dat bevel. Op de vraag of zij wensten vast te houden aan hun christen-geloof, antwoordden zij met mannenmoed: “Tot in de dood!” Anderen werden bij hen gevoegd. Vervolgens werden ze op transport gesteld naar het vijftig kilometer verderop gelegen Namugongo. Onderweg werden ze al door hun bewakers getreiterd en mishandeld. Maar dat was nog niets vergeleken bij de folteringen die hun nog te wachten stonden. Een voor een werden ze in rieten matten gevlochten en boven en smeulend vuur gehangen, zodat ze heel langzaam levend zouden verbranden.

De twee-en-twintig martelaren van Oeganda, die op 18 oktober 1964 door paus Paulus VI heilig werden verklaard, zijn:

Jozef Mukasa (ook Moekasa) Balikuddembé (ook Malikuddembé) uit de familie van de tarwe, majordomus op het paleis van kabake Mwanga I; eerste martelaar van Oeganda; onthoofd, zesentwintig jaar oud; † 15 november 1885.

Pontianus (ook Pontien) Ngondwe uit de familie van de zilverreiger, lid van de koninklijke lijfwacht; in elkaar geslagen en met een lans doorstoken, veertig jaar oud; † 25 mei 1886.

Dionysius (ook Denis) Ssebuggwawo (ook Sseboeggwawo), page aan het hof van kabake Mwanga I; door de kabake zelf met een lans doorstoken, zestien jaar oud; † 25 op 26 mei 1886.

Andreas (ook André) Kaggwa, dorpshoofd en hoofd-trompetblazer;   catechist, armen en benen afgehakt, dertig jaar oud; † 26 mei 1886.

Athanasius (ook Athanase) Bazzkuketta (ook Bazzekuketta), geliefd bij eenieder, vroeg om als eerste te mogen worden gedood om zo voor te gaan in het martelaarschap: onthoofd te Kampala, twintig jaar oud; † 26 (of 27?) mei 1886.

Gonzaga (ook Gonzague) Gonza, page aan het hof; onderweg naar martelplaats Namugongo doorstoken met een lans: vierentwintig jaar oud: † 27 mei 1886.

Mathias (ook Matheus) Mulumba (ook Kalemba of Moeloemba) uit de familie van de kleine-antilope; door en door betrouwbaar rechter aan het hof, ‘van God bezeten’ aldus een van zijn bewonderaars; benen en armen afgehakt; stierf na drie dagen doodsstrijd als oudste van de tweeëntwintig, vijftig jaar oud: † 30 mei 1886.

Noé Mwaggali ( ook Mawaggali) uit de familie van de antilope, tuinman; vastgebonden aan een boom doorstoken met een lans; gestorven na een lange doodsstrijd, vijfendertig jaar oud: † 31 mei 1886.

Carolus (ook Charles) Lwanga, hoofd van de pages aan het hof van kabake Mwanga I, hoogegacht door de koning en graag gezien bij zijn jongens; bezwoer de kabake een eind te maken aan zijn intieme omgang met jongens, wat hem op de doodstraf kwam te staan; langzaam levend verbrand te Namugongo, vijfentwintig jaar oud: † 3 juni 1886.

Kizito, sportief en veelbelovend; stralende jongen; op het laatste moment door Charles Lwanga gedoopt; levend verbrand te Namugongo, met zijn vijftien jaar de jongste van de tweeëntwintig martelaren van Oeganda: † 3 juni 1886.

Mugagga, levenslustige jongeman, martelaar van de kuisheid, op het laatste moment nog gedoopt door Carolus Lwanga; levend verbrand te Namugongo, zeventien jaar oud: † 3 juni 1886.

Gyavira, page en martelaar van de kuisheid; levend verbrand te Namugongo, zeventien jaar oud: † 3 juni 1886.

Mukasa (ook Moekasa) Kiriwawanvu, diende de kabake door zijn gasten hartelijk te ontvangen; catechist: onderweg naar de martelplaats zei hij op luchtige toon: “Ik ben blij dat ik met jullie mee mag; stel je voor dat ze hadden vergeten.” Gaf Gyavira nog een hand, omdat hij even tevoren ruzie met hem had gehad; levend verbrand te Namugongo, vijfentwintig jaar oud: † 3 juni 1886.

Ambrosius (ook Ambroise) Kibuka, uit de familie van het schubdier, hartelijk, tamboerspeler in de koninklijke kapel, kwam onverschrokken uit voor zijn geloof; levend verbrand te Namugongo, achttien jaar oud: † 3 juni 1886.

Achilles (ook Achille) Kiwanuka; levend verbrand te Namugongo, jong, maar preciese leeftijd onbekend: † 3 juni 1886.

Lucas (ook Luc) Banabakintu, prauwvaarder en wapenmeester van de kabake; levend verbrand te Namugongo, vijfendertig jaar oud: † 3 juni 1886.

Adolfus (ook Adolphe) Mukasa Ludigo, uit een hooggeplaatste grootgrondbezittersfamilie, moedig en tot op het laatst begiftigd met een onverwoestbaar zonnig humeur; levend verbrand te Namugongo, vijfentwintig jaar oud: † 3 juni 1886.

Anatolius (ook Anatole) Kiriggwajjo, lievelingspage van de kabakes Mutesa en Mwanga, begiftigd met een glaszuiver aanvoelingsvermogen; levend verbrand te Namugongo, twintig jaar oud: † 3 juni 1886.

Jacobus (ook Jacques) Buzabaliawo, hoofd van de koninklijke cymbaalspelers; levend verbrand te Namugongo, vijfendertig jaar oud: † 3 juni 1886.

Bruno Serunkuma, koninklijk wapendrager, moedig man; ging eigener beweging aan het hoofd staan van de ter dood veroordeelden; levend verbrand te Namugongo, dertig jaar oud: † 3 juni 1886.

Mgaba Tuzinde, aangenomen zoon van de beul; deze smeekte hem zijn geloof af te zweren; om vader te sparen werd hij levend verbrand, zeventien jaar oud: † 3 juni 1886.

Johannes-Maria (ook Jean-Marie) Muzeyi, uit de familie van de buffel; wijs en gespecteerd man; vrijmaker van slaven; hield zich op aanraden van de missionarissen verborgen, maar gaf zich tenslotte toch aan bij de kabake; onthoofd als laatste van de tweeëntwintig martelaars van Oeganda, vijfendertig jaar oud: † 27 januari 1887.

Patronaten
Carolus Lwanga is door de pausen Pius XI († 1939) en XII († 1958) uitgeroepen tot patroon van de Katholieke Actie voor de jeugd in Afrika. Hij zou ook vereerd kunnen worden als patroon van kinderen die het slachtoffer zijn geworden van seksueel misbruik.

Mugagga is patroon van kleermakers en gemeenschapsvorming.

Jacobus Buzabaliawo is patroon van (straat)handelaars en kooplieden.

Mbaga Tuzinde is patroon van roepingen tot het geestelijk ambt of tot het religieuze leven.

Naast bovengenoemde katholieke martelaren moeten hier met ere hun anglicaanse collega’s worden genoemd:

– Joseph Lugalama, Marc Kakumba en Noé Serwanga, omgebracht op 31 januari 1885;
– Moïse Mukasa op 25 mei 1886;
– Elie Mbwa, op 27 mei 1886; en op 3 juni 1886 :

– Noé Walukagga, Kiwanuka Gyaza, Mukasa Iwa Kisiga, Lwanga, Alexandre Kadoko, Frédéric Kizza, Dani Nnakabanda en Albert Munyagabyanjo Mubi.



maandag - 03 jun

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 04 jun

Hele dag Gedenkdag H. Jugon van Bretagne

Jugon (ook Jud-con, Jouhon en Jucundus) van Bretagne, Frankrijk; herder; † 11 à 12e eeuw.

Afbeelding H. Jugon van Bretagne
± 1930, devotiebeeld.
Frankrijk, Bretagne, La Gacilly, Chapelle St-Jugon.

http://www.heiligen.net/afb/06/04/06-04-1100-jugon_1.jpg

Feest 4 juni.

Hij zou geboren zijn in een gehucht Haudiard dat gelegen moet hebben in Gacilly. Zijn vader stierf toen hij nog klein was. Daarom moest hij het land en de tuin bewerken om in zijn moeders en eigen onderhoud te voorzien. Hij deed dat zo ijverig en werd daarbij zozeer door de hemel gezegend dat zijn grond vier keer zoveel opbracht als dat van de omgeving. Daarnaast had hij ook de zorg voor wat schapen en een koe waar hij met zijn moeder van leefde.

Twee mijl bij hem vandaan woonde de priester van de parochie St-Martin-sur-Oust. Daar ging hij elke dag naar toe om onderwijs te volgen. Zo zou hij straks van nog meer waarde kunnen zijn voor zijn arme moeder. Dan vertrouwde hij zijn beesten toe aan de kinderen die toch op hun eigen kuddes moesten passen. Om zijn dieren te beschermen trok hij er met een staf een wijde cirkel omheen. Nooit begaven ze zich daarbuiten en de wolf werd er wonderlijk genoeg door op afstand gehouden. Maar op een dag vergat hij zijn cirkel te trekken. De herderskinderen speelden en de wolf zag eindelijk zijn kans schoon. Hij verscheurde en doodde de koe. Jugons moeder die het zag gebeuren zette het op een gillen Haar zoon kon het twee mijl verderop horen.

Volgens een legende waren de priester en hij juist bezig met de declinaties van het woord ‘templum’: templum, templi, templo, templum, templo enz. Plotseling zei de jongen: ‘Heer, ik word geroepen.’ ‘Ik hoor niks, jongen.’ ‘Maar als u uw voet op de mijne zet, zult u horen wat ik ook hoor.’ En inderdaad, de rector hoorde iemand wanhopig roepen. ‘Ga vlug naar je moeder. Trouwens, je weet nu al meer dan ik. Wie weet waartoe God je roept.’ De jonge Jugon snelde naar huis, raakte met zijn staf even de resten van de koe aan en op zijn gebed zorgde de hemel ervoor dat zij met dwaze sprongen weer bezit nam van het gras.

Op zijn zestiende werd Jugon ziek. Vlak voor zijn dood vroeg hij of voor zijn begrafenis de kar met witte ossen van zijn oom gebruikt mocht worden. Dan moest men hem begraven op de plek waar de dieren zouden stilhouden. Zo gebeurde.

Op zijn graf bouwde men uit eerbied voor zijn nagedachtenis een kapelletje. Daar bad men de hemel om regen door de voet van een processiekruis in zijn bron te houden. Zieken kwamen er verlossing van hun kwalen afsmeken. Dat deden ze onder andere door onder zijn tombe door te kruipen. Tot aan de Franse Revolutie (1789) bewaarde de kerk van het naburige Carentoir een reliekhouder met zijn schedel. Zondag na Pasen werd de reliek in processie van de kerk naar zijn kapelletje overgebracht. Daar stelde de priester de gelovigen op in twee rijen, en liep er zelf tussendoor, waarbij hij bij ieder even de kostbare ciborie op het hoofd plaatste.

Tegenwoordig wordt hij vereerd in het naar hem genoemde gehucht Saint-Jugon (gem. la Gacilly, Morbihan); de kapel is toegewijd aan St-Jouhon des Bouys (Sint Jugon in het Bos); ook in Carentoir en Fougerets leeft de herinnering aan hem voort. Hij geldt als patroon voor herders en schapen. Daarnaast wordt zijn voorspraak ingeroepen tegen koorts. In Côtes-du-Nord ligt nog een plaatsje Jugon.



dinsdag - 04 jun

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 05 jun

Hele dag Feestdag H. Bonifatius van Dokkum, martelaar

Bonifatius (oorspronkelijk Winfried) van Fulda (ook van Dokkum of van Mainz), Duitsland; bisschop & martelaar met 52 gezellen; † 754

Afbeelding H. Bonifatius van Fulda

Bonifatius velt eigenhandig de Donareik te Geismar.
Er is een sage die vertelt dat uit de wortelstam een nieuwe boom groeide die als eerste kerstboom zou hebben gediend.
1897, Lavers & Westlake, glasschilderkunst. Engeland, Crediton, St-Cross.

http://www.heiligen.net/afb/06/05/06-05-0754-bonifatius_29.jpg

Feest 5 juni.

Ieder kent uit het jaartallenboekje: ‘754: Bonifatius te Dokkum vermoord.’

Hij was afkomstig uit de plaats Crediton in Zuid-Engeland, waar hij in 672 was geboren. Van zijn ouders had hij de naam Winfried (‘vredesvriend’) meegekregen. Hij was ingetreden bij de benedictijner monniken te Nursling, waar hij leraar was aan de kloosterschool. Toen hij de veertig gepasseerd was, besloot hij het vreemdelingschap te kiezen en pelgrim voor Christus te worden.

Zo stak hij in 716 over naar de streken der Friezen om er het evangelie te verkondigen, maar dat werd geen succes. In 719 missioneerde hij in Thüringen. Vandaar vertrok hij naar Rome om er door Paus Gregorius II tot bisschop gewijd te worden. Het was op de dag van zijn vertrek naar Rome, 14 mei, dat hij de naam aannam van de heilige van die dag: Bonifatius, martelaar in Tarsus, Cilicië (huidig Zuid-Turkije).

De paus zond hem, overladen met geschenken en relikwieën, terug naar Hessen en Thüringen om daar onder Germanen, Hessen, Friezen en Teutonen het evangelie te verkondigen en vaste voet te geven. Sindsdien ijverde hij onvermoeibaar om de kerkorganisatie ter hand te nemen.

In 732 werd hij aartsbisschop van het hele Germaanse missiegebied met zijn zetel in Mainz. Hij maakte van talrijke Duitse steden bisschopszetels (Passau, Regensburg, Salzburg, Eichstätt, Würzburg, Erfurt). Meermalen reisde hij tussendoor naar Rome.

Om zijn bekeringswerk onder Saksen en Friezen te ondersteunen vroeg hij hulp van religieuze vrouwen uit zijn eigen vaderland. Eén van hen was Lioba († ca 780; feest 28 september), kloosterzuster onder Eadburga de Grote († 751; feest 12 december) in Minster op het eiland Thanet voor de kust van Kent. Bonifatius noemde haar in zijn brieven “mijn meest geliefde zuster abdis Eadburh”. Moeder Eadburga had reeds langere tijd een intensieve briefwisseling met hem onderhouden. Daaruit blijkt, dat zij via vaders kant nog familie van hem was.

We hebben er geen idee van hoe lang die brieven erover deden. Het is niet alleen een wonder dat ze in die primitieve omstandigheden aankwamen: vanuit het klooster moesten ze met een boot worden meegegeven naar de overkant; vandaar werden ze waarschijnlijk tegen een zekere vergoeding toevertrouwd aan handelaren of geestelijken die de Rijn stroomopwaarts gingen… en dan lagen ze nog weken, misschien wel maanden in een klooster te wachten tot Bonifatius zelf of iemand uit zijn omgeving langskwam. Voor hem waren die brieven een ware troost. Hij laat herhaaldelijk doorschemeren hoe eenzaam hij zich voelde; hoe hij behoefte had aan eten van thuis, aan een gesprek in zijn eigen taal, met mensen van zijn eigen cultuur! Hij schrijft bijvoorbeeld: “Ik vraag uwe liefde met de meest mogelijke aandrang voor mij te bidden tot onze God, de schepper van hemel en aarde. Ik wil u ook niet in het onzekere laten over de reden waarom ik dit vraag. U moet weten dat mijn pelgrimschap telkens opnieuw wordt belaagd door allerhande stormen: overal moeite, overal verdriet; van buiten strijd, van binnen vrees!” Het ligt voor de hand dat Eadburga hierover aan de zusters vertelde. Ze zal ze op het hart hebben gedrukt veel te bidden voor de intenties van Bonifatius. Waarschijnlijk liet ze de brieven eenvoudig aan tafel voorlezen tijdens de maaltijd. Zij stuurde hem attenties en geschenken, die ze door de zusters liet vervaardigen, zoals liturgische gewaden of boeken waarom hij had gevraagd. Zij zullen dat als een grote eer hebben beschouwd. Een boek was een bijzonder kostbaar geschenk, want het moest met de hand worden afgeschreven. Wij lezen in een andere brief hoe dankbaar hij is:

“Moge de beloner van alle goeds mijn veelgeliefde zuster straks verrassen met zijn hemelse gaven. Want door uw zending heilige boeken hebt u deze Germaanse balling naar ziel en lichaam troost en verlichting gebracht. Ik ben nu eenmaal geroepen om het Germaanse volk tot in de donkerste uithoeken te komen verlichten. Maar als ik het licht van deze boeken niet bij de hand zou hebben, zou ik waarschijnlijk zelf in het duister rondtasten en ten val komen. Ik vertrouw op uwe liefde en vraag u voor mij te blijven bidden, want ik ben maar al te vaak een speelbal in de stormvlagen van alle wederwaardigheden van het leven.”

Bij een volgende gelegenheid vroeg hij zelfs om een afschrift van de brieven van de heilige apostel Petrus, geschreven met gouden letters. Waarschijnlijk had hij zo’n kostbaar boek nodig om indruk te maken op hooggeplaatste mensen en mogelijkerwijs op die manier bewondering te wekken voor het christelijk geloof.

Het ligt voor de hand dat Eadburga Lioba aanspoorde om Bonifatius persoonlijk te schrijven. Zij was immers nog familie van hem. Eén van die brieven is in de nalatenschap van Bonifatius teruggevonden. Hij zou rond 733 geschreven zijn. In vertaling luidt ze:

“Aan de zeer eerwaarde heer en bisschop Bonifatius, geliefd bij de Heer en ook bij mij, temeer omdat u nog door familiebanden met mij, Leobgyth, verbonden bent. Ik zend u mijn groeten en wens u eeuwig heil, al ben ik de minste van alle dienaressen die het zachte juk van Christus op zich genomen hebben. Ik doe een beroep op uw welwillendheid en hoop dat u zich nog de oude vriendschap herinnert met mijn vader Dinne uit Wessex; het is al weer acht jaar geleden dat hij is gestorven. Ik zou u willen vragen de lieve God voor zijn zielenrust te bidden. Ook zou ik mijn moeder Aebbe in uw aandacht willen aanbevelen. Zij is nog familie van u, maar dat weet u beter dan ik. Zij leeft nog, maar gaat moeizaam gebukt onder de last der jaren. Ik ben als dochter hun enig kind en het liefste zou ik u als mijn broer willen beschouwen, al weet ik natuurlijk heel goed dat ik zoiets in het geheel niet waard ben. Er is namelijk niemand onder de mensen in wie ik zoveel vertrouwen en hoop heb gesteld als in u. Ik doe hier een heel klein aardigheidje bij. Eigenlijk de moeite van uw aandacht niet waard, maar ik hoop dat u hierdoor aan mij blijft denken. Want de afstand tussen ons is heel groot, en het is maar al te vlug ‘uit het oog uit het hart’. Terwijl ik hoop dat er tussen ons een levenslange band ontstaat van ware liefde. Met nog meer aandrang zou ik u willen vragen mij met het schild van uw gebeden te willen beschermen tegen de giftige pijlen van de onzichtbare vijand. Aan het eind van deze brief gekomen hoop ik nog dat u de onbeholpenheid ervan voor lief wilt nemen. U moest eens weten hoezeer ik verlang naar een korte reactie van uw kant; die kan dan voor mij meteen een voorbeeld zijn. De paar verzen onderaan de brief heb ik geschreven volgens de regelen der dichtkunst. Niet dat ik mij verbeeld er reuze goed in te zijn, u moet het meer zien als eenvoudige oefening in overeenstemming met de kwaliteiten die God mij gegeven heeft. Hopelijk kunt u mij ook hierin nog wat goede raad geven. Ik heb de kunst geleerd van Eadburga, die zich met hart en ziel toelegt op de studie van de heilige schriften. Vaarwel. Ik wens u een lang en gelukkig leven en beveel mijzelf in uw gebeden voor God aan.

‘Moge God almachtig, schepper en rechter der wereld
en Christus met Hem, de heerst als een stralende koning,
het vuur dat Hij in u ontstoken heeft,
behoeden en bewaren voor altijd.’

Wat Lioba hier – in de enigszins gezwollen brieftaal van toen – als wens uitspreekt, is uitgekomen. Er zou tussen haar en Bonifatius een hechte vriendschap ontstaan, die van grote invloed zou blijken op haar verdere leven.

De zusters in Engeland waren zo’n grote steun voor hem en voor zijn missiewerk in de vreemde gebieden dat hij erover begon te denken om ze dichtbij zich te hebben. De vrouwen zouden onderwijs kunnen geven aan de inheemse meisjes van adellijke afkomst. Ze zouden door hun gebed, levenswijze en mentaliteit en door de kwaliteit van hun onderwijs en handvaardigheden van onschatbare waarde kunnen zijn. Naast de gemeenschappen voor mannen die hijzelf had gesticht, zouden zij vrouwenkloosters kunnen vormen in de Teutoonse en Saksische gebieden; die zouden kunnen fungeren als steunpunten van christelijke cultuur. En niet op de laatste plaats zouden ze voor hem, Bonifatius, als toevlucht kunnen dienen; zij zouden hem weer iets van een thuis kunnen geven.

Intussen was Lioba met een aantal medezusters verhuisd naar klooster Wimborne, dat indertijd onder leiding stond van abdis Tetta († 8e eeuw; feest 28 september). Hij begon in zijn brieven dus moeder Tetta te vragen om zusters en met name om zijn verre nicht Lioba. Aanvankelijk was Tetta in het geheel niet gecharmeerd van dat idee. Zij vreesde dat de reis te lang en onveilig was. Zij voorzag dat de vrouwen zo ver van huis heimwee zouden krijgen en dat hun geïsoleerde positie ten koste zou gaan van de goede geest. En dat ze tenslotte behoorlijk wat risico zouden lopen onder die halve heidenen. Bonifatius bezwoer dat hijzelf garant stond voor de veiligheid van de vrouwen. Hij bracht de abdis onder de aandacht dat ze vertrouwen moest hebben in Gods leiding en genade, en ook in haar eigen aandeel: zij had de zusters immers een gedegen vorming meegegeven.

Uiteindelijk ging Tetta akkoord. Met nog 29 andere medezusters stak Lioba de zee over om zich bij Bonifatius te voegen. Tot hen behoorde Walburga van wie al twee broers tot de medewerkers van Bonifatius behoorden: Willibald en Wunibald; en Thecla, die ook op de een of andere manier met haar verwant was. Zeer waarschijnlijk gingen er geestelijken en soldaten mee om het gezelschap de nodige bescherming en bijstand te bieden. Ze zullen wel bij Katwijk aan land gegaan zijn, net als Willibrordus vijftig jaren eerder en Bonifatius, toen hij destijds voor de eerste keer naar het gebied der Friezen was overgestoken! Vandaar trokken ze via de Rijn stroomopwaarts tot diep in Duitsland. Hun bestemming was Tauberbischofsheim, waar Bonifatius juist alle voorbereidingen had getroffen voor de vestiging van een vrouwenklooster. De zusters hebben hem waarachtig niet teleurgesteld in zijn verwachtingen. Dat geldt heel in het bijzonder voor Lioba. Jonge en oudere vrouwen kwamen zich aanmelden, zoals bv. Agatha, Nana en Eoliba alsook Kunihildis en haar dochter Bertigitte; zij waren verwant met Lullus, één van Bonifatius’ meest intieme vrienden en naaste medewerkers van Bonifatius. Hij zou hem opvolgen als bisschop van Mainz.

(De voor ons wat merkwaardige naam van deze bisschop hangt samen met het woord ‘liud’ = ‘volk’; vergelijk ons woord ‘lui’ of ‘lieden’. Waarschijnlijk was het een verkorte vorm van een naam die met ‘Lui-‘ of ‘Lu-‘ begon, zoals bv. Luifried, Ludwig, Lulof enz.).

Zo stichtte hij de kloosters van Fritzlar, Kitzingen en van Ochsenfurt aan de Main.

Volgens de plaatselijke overlevering gaat de stichting van Fritzlar terug tot het jaar 723. Bonifatius begon ermee de aan Donar toegewijde eik te laten omhakken. Tot hun verbijstering bemerkten de omstanders dat Donar niet toesloeg met zijn gevreesde bliksem. Van het hout bouwde Bonifatius op diezelfde plek een kerkje. Tegenwoordig staat de Sint-Petrusdom. Hij noemde het daar Fritzlar, ‘Vredeslaar’.

              Een ‘laar’ is een plek in het bos. Vgl. Nederlandse plaatsnamen als Laren, Zuidlaren enz.

Het zou mij niet verbazen als hij in die naam zijn eigen oorspronkelijke voornamen liet meeklinken: Winfrieds Laar…

Na de dood van Karel Martel verzochten diens zonen Karloman en Pippijn III de Jongere hem de Frankische kerk te hervormen. In 744 stichtte hij te Fulda zijn lievelingsklooster. Het was toegewijd aan  de aartsengel Sint Michaël.

Legende

In een van de legendes rond Bonifatius wordt verteld dat hij in Thüringen een kerk stichtte die hij aan Sint Michaël toewijdde. Dat zou dus zeer wel de kloosterkerk in Fulda geweest kunnen zijn. Hij had deze patroon gekozen, aldus de legende, omdat de aartsengel hem op die plaats verschenen was en omdat hij hem bij al zijn ondernemingen in het bijzonder had beschermd. De ochtend na de kerkwijding droeg Bonifatius de mis op en besloot er de gehele dag te blijven. Maar toen hij ‘s middags wat wilde eten, kwam een dienaar hem melden dat er geen kruimel eten over was voor die dag. Toen keerde Bonifatius in zichzelf en bad: “God, U hebt destijds zoveel mensen in de woestijn wel veertig jaar lang met manna in overvloed gevoed; zou U dan nu voor deze ene keer ons hier niet van voedsel kunnen voorzien?” Daarop gebood dat hij er gewoon een tafel gedekt moest worden. Intussen kwam er al een vogel aanvliegen met in zijn snavel een vis, die hij zorgvuldig op tafel neerlegde. De bisschop dankte God voor zijn goedheid en liet de vis klaarmaken. Alle aanwezigen aten ervan; wat over was liet hij weer in de rivier werpen. Daarop vervolgde hij zijn reis.

Het was ook in Fulda dat hij zich in 747 terugtrok. Vandaar maakte hij zo nu en dan een zendingsreis om het evangelie te verkondigen onder de Friezen, in gezelschap van een groot aantal monniken. Tenslotte kostte het hem en 52 anderen het leven. Van een paar gezellen zijn de namen overgeleverd: Eoban, op dat moment bisschop van Utrecht (feest ook 7 juni); de priesters Wintrung, Waltheri (ook Walterus of Walther; feest ook 7 juni) en Ethelheri (ook Adelar); de diakens Hamund, Scirbald en Bosa; en de monniken Wacchar, Gundaecer (ook Gundekar; feest ook 9 april), Illehere en Hathowulf.

De legende vertelt, hoe hij nog probeerde met een dik missaal zijn hoofd tegen het zwaard te beschermen, Tot op de dag van vandaag wordt er een boek bewaard waarin duidelijk de houwen van een scherp voorwaar te zien zijn: volgens de overlevering is dat het boek waarmee Bonifatius de slagen probeerde af te weren.

Verering & Cultuur
Aanvankelijk werd zijn stoffelijk overschot overgebracht naar de St.-Salvatorkerk in Utrecht; daar hoopte men stilletjes deze kostbare relikwie te kunnen behouden, maar uiteindelijk trokken die van Fulda aan het langste eind. Tot op de dag van vandaag ligt hij daar begraven in de crypte van de domkerk.

Hij behoort tot de zogeheten ‘ontginningsheiligen’. ‘s Zondags na 5 juni wordt in Dokkum een jongerendag georganiseerd, die in het teken staat van Sint Bonifatius.

Patronaten
Hij is patroon van de bisdommen Fulda, Utrecht en Groningen en nevenpatroon van het bisdom Haarlem; daarnaast van Friesland, Saksen en Thüringen; van de steden Arnstadt, Bad Hersfeld, Erfurt, Hameln, Mainz; van bierbrouwers, boekhandelaren, kleermakers, vijlenmakers.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld met een boek, dat door een zwaard is doorboord; als bisschop (met tabberd, mijter en staf); doet een bron ontspringen; omringd door zijn moordenaars; met stok of knots; een boom omhakkend; bijl en gevelde eik (ontginningsheilige); met gesel, raaf en vos; tros druiven.



woensdag - 05 jun

Sneek 09:30 Bonifatiusviering - Eucharistie

Bonifatiushuis, kapel, Sneek

m.m.v. de Bonifatiuscantorij

N.B. Let op gewijzigde aanvang!



woensdag - 05 jun

Sneek 13:30 Bronnen van Bezieling - Leerhuis

Pastorie Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Inleider: Pastoor P. van der Weide



woensdag - 05 jun

Sneek 13:30 Leerhuis

Pastorie Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


donderdag - 06 jun

Hele dag Feestdag H. Norbertus van Xanten, bisschop & stichter

Norbertus van Xanten (ook van Gennep of van Magdeburg) o.praem., Magdeburg, Duitsland; † 1134.

Afbeelding H. Norbertus van Xantem
ca 1679. Schilderij door de Hollandse School. Nederland, Heeswijk, abdij Berne.
Norbertus ontvangt de regel van Sint Augustinus.

http://www.heiligen.net/afb/06/06/06-06-1134-norbertus_1.jpg

Feest 6 juni.

Hij werd rond 1080 te Xanten geboren als zoon van Heer Heribert van Gennep en vrouwe Hadwig uit het adellijk geslacht van Lotharingen. Hij begon zijn kerkelijke loopbaan als weinig voorbeeldig subdiaken en kanunnik, verbonden aan het kapittel van de St-Victorskerk in zijn geboortestad. Hij verbleef het liefste aan het hof, te midden van de groten der aarde. Hij schoof wel de prebenden op die aan zijn kanunnikenpositie verbonden was, maar verscheen er zelden of nooit in de koorbanken om aan zijn religieuze plichten te beantwoorden. Integendeel. Hij leidde een frivool leven. Hij wordt ook beschreven als een knappe, rijzige man, zelfbewust. In 1115 was hij met één secondant te paard op weg naar Vreden, naar men aanneemt om dar zijn liefje te bezoeken, of misschien wel de hoeren. Op de Westfalense heide werd hij overvallen door een zwaar onweer; de bliksem sloeg vlak voor zijn paard in, en het dier wierp zijn ruiter van zich af. Toen hij na ongeveer een uur bij zijn positieven kwam, zat de schrik er flink in, en hij bad: ‘Heer wat wilt u dat ik doe?’

De gelijkenis met het bekeringsverhaal van Sint Paulus (zie 25 januari) is opvallend. Hij keerde terug naar Xanten en leidde een intensief leven van boete en versterving.  Na verloop van enige tijd sloot hij zich zich in Siegburg aan bij kluizenaar Koenraad van Regensburg († 1132; feest 19 mei). Vervolgens diende hij bij de bisschop van Keulen het verzoek in diaken en priester gewijd te mogen worden. Deze stemde daarin toe. Hoogst uitzonderlijk dat beide wijdingen in één en dezelfde plechtigheid worden toegediend. Dat was in 1117. Terug bij Koenraad (ook Koni geheten) deed hij een retraite van veertig dagen. Toen keerde hij terug naar Xanten en deed pogingen zijn collega-kanunniken tot een serieuzer levenswijze aan te sporen. Tevergeefs. Sterker, de toehoorders werden zo in verlegenheid gebracht dat zij hem verdacht begonnen te maken: hij preekte zonder toestemming, en gedroeg zich als kloosterling, terwijl hij dat niet was. Deze aantijgingen werden bevestigd op de bisschopsconferentie van Fritzlar in 1118. Norbertus besloot zijn toevlucht te nemen tot de paus, die op dat moment in Zuid-Frankrijk verbleef. Bij hem deed hij een generale biecht. De paus gaf hem een vrijbrief om overal te preken waar het hem maar goed dacht. Vanaf dat moment begon hij rond te trekken als boeteprediker. Het was winter. Hij ging blootsvoets, door sneeuw en ijs; had aan het minste voedsel genoeg.
In 1119 was hij in het bisdom Cambrai (Kamerijk), waar een neef van de paus bisschop was. Deze verzocht hem onder de kanunniken de geest van vurigheid terug te brengen. Dat werd een mislukking. Het Ook de kloostergemeenschappen waar hij dat probeerde, keerden zich van hem af.  Dit werd er de oorzaak van dat hijzelf in 1120 een eigen monnikengemeenschap stichtte in het plaatsje Prémontré, nabij Coucy in Noord-Frankrijk, zo’n honderd kilometer ten noordoosten van Parijs. In het bos stond nog een vervallen kloosterkapelletje uit vroeger tijden. Ze waren met dertien man, en legden met Kerstmis 1121 hun geloften af. Ze zouden zich toeleggen op geregeld gebed en vooral op prediking. Dat was nieuw in die tijd: kloosterlingen die het kloosterterrein verlieten om daarbuiten actief apostolaat te bedrijven. Ze gingen daarom in het wit gekleed, omdat ze gekend wilden worden als engelen van het evangelie. Vandaar dat ze in de middeleeuwen vaak ‘witheren’ werden genoemd; zelf noemden ze zich naar de plaats van hun ontstaan ‘premonstratenzers’; tegenwoordig worden ze ook wel genoemd naar hun stichter ‘Norbertijnen’. Een jaar later volgde een tweede vestiging in Floreffe aan de Maas bij Namen.
In 1122 vinden we hem in Antwerpen, waar hij met name de ketterij van sekteleider Tanchelm (of Tanchelijn) bestreed. De man zelf was bij onlusten die hijzelf had ontketend, al enige tijd terug om het leven gekomen. Maar zijn dwaalleer – die vooral betrof de ontkenning van Christus’ ware tegenwoordigheid in de eucharistie – had in Vlaanderen, Zeeland en Brabant allerlei aanhangers gevonden. Norbertus nam een voorbeeld aan Paulus’ prediking op de Areopaag: ‘Met de beste bedoelingen hebt u de prediking van Tanchelm gevolgd, zonder te beseffen dat het een dwaalleer was…’ Uiteindelijk slaagde hij erin ‘Tanchelijn’ definitief te verslaan. Norbertus’ overwinning op Tanchelijn wordt in de norbertijner orde nog jaarlijks gevierd op 11 juli. Vaak vinden we dit feit in de kunst op afbeeldingen van Norbertus terug.

In Antwerpen kwam een premonstratenzer vestiging. Norbertus stelde Waltman aan als eerste abt (). Vanuit Antwerpen zou vier jaar later de nog bestaande abdij van Averbode worden gesticht; en nog weer twee jaar later die van Tongerloo en Middelburg.

Vanuit Middelburg werd tot aan de Reformatie de parochie van Monster bediend. In 1572 werden de twee premonstratenzer geestelijken die daar pastoraat uitoefenden door de Geuzen gevangen genomen, bij de Martelaren van Gorkum gevoegd en opgehangen op 9 juli van dat jaar.
In 1126 werd Norbertus benoemd tot aartsbisschop van Magdeburg. Voorafgegaan door een groot gevolg werd hij daar binnengehaald. Hijzelf liep op geruime afstand van de pracht en praal, armelijk gekleed en blootvoets. Reden, waarom de portier van het bisschoppelijk paleis hem niet binnen wilde laten. Pas toen deze op de hoogte was gebracht van de ware identiteit van Norbertsu liet hij hem vol schaamte binnen. Maar Norbertus merkte op dat die portier hem beter bleek te kennen dan degenen die hem deze nieuwe waardigheid op de schouders hadden gelegd. Nu hij niet meer kon verblijven in zijn klooster, droeg hij de leiding van de nieuwe orde over aan zijn leerling Hugo van Fosses († 1164; feest 10 februari).
Ook nu weer stuitte hij op veel weerzin en afstandelijkheid. Hij begreep de gebruiken en gewoonten niet van de Saksers, zo meende men daar. Onverstoorbaar probeerde hij het evangelie te brengen, zonder acht te slaan op de pijn die dit alles hem deed.
Hij vergezelde in 1131 koning Lotharius III naar Rome. Deze was te hulp geroepen door Innocentius II, die een jaar tevoren tot paus was gekozen. Maar omdat zijn keuze formeel niet in orde was geweest, hadden tegenstanders Anacletus II als paus naar voren geschoven. Deze had zijn onrechtmatige tegenstrever uit Italië weten te verdrijven. Vanuit Frankrijk had Innocentius de hulp ingeroepen van Lotharius. Deze verdreef Anacletus en zette Inncoentius terug op de pauselijke zetel. Als dank kroonde de paus hem op 4 juni van dat jaar tot keizer.
Norbertus stierf op 6 juni 1134 en werd bijgezet in de kerk van het premonstratenzer Onze-Lieve-Vrouweklooster in Magdeburg.

Verering & Cultuur
Hij werd heilig verklaard in 1582. Toen de Lutheranen in Saksen eenmaal aan de macht waren, bracht men zijn gebeente in 1627 over naar de St-Ursulakapel van het Strahovklooster in Praag. Bij de overbrenging kregen de afgevaardigden van de Antwerpense abdij een aanzienlijke reliek ten geschenke.

Sage van de witte koets
Aan deze overbrenging is een sage verbonden. Norberts kist werd overgebracht op een witte wagen die door zes schimmels werd voortgetrokken. Ook de koetsier was in het wit , en zelfs het paardentuig was wit. In het wit geklede premonstratenzer monniken, Boheemse geestelijken, edellieden en inwoners van Praag vormden het escorte.
De Magdeburgse gelovigen zouden niet gekend zijn in de plannen om Norberts heilige resten naar Praag over te brengen. Toen dit bericht bekend werd, daagde er een inwoner van de stad op met het verhaal dat hij om middernacht een witte koets uit het Onze-Lieve-Vrouweklooster had zie vertrekken, die via de Alter Markt uit het zicht verdwenen was. Vanaf dat moment werd het griezelige rijtuig telkens gezien in de nacht van 30 april op 1 mei, de Walpurgisnacht. En opvallend: iedere keer dat het zich liet zien, kondigde het een of andere ramp aan voor de burgers van de stad:  de ene keer de pest, een andere keer hongersnood, en soms oorlog. Men vermoedde dat het de koets van Sint Norbertus was. Dat gebeuren herhaalde zich in 1806. Maar gedurende de lente en de zomer van dat jaargebeurde er niets! Maar het was in dat jaar dat generaal Von Kleist Magdeburg zonder slag of stoot overgaf in handen van de Franse generaal Ney…
De onheilsaankondiging van de witte koets was weer uitgekomen.

Premonstratenzers hebben vooral in de middeleeuwen tot aan de Reformatie grote kloosters gehad in Nederland: behalve de abdij van Middelburg ook Mariënweerd bij Beesd (gem. Geldermalsen), Klaarkamp en Mariëngaard in Friesland en De Bloemhof in het Groningse Wittewierum. In Nederland zijn er nog Berne-Heeswijk in Noord-Brabant en De Essenburgh bij Harderwijk; in Vlaanderen: Averbode, Grimbergen, Park te Heverlee (bij Leuven), Postel in Mol en Tongerlo (gem. Westerlo).

Patronaten
Norbertus is patroon van Bohemen, Tsjechië en Praag, van Antwerpen en van Magdeburg; daarnaast van de premonstratenzers en hun derde orde en van kraamvrouwen. Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor een voorspoedige bevalling.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als bisschop (staf, mijter en tabberd) of als premonstratenzer abt; vaak vinden we aan of onder zijn voeten de verslagen ketter Tanchelm; met kelk, ciborie of monstrans (vanwege zijn strijdgesprekken met Tanchelm over de eucahristie).

‘Les bains que prend Saint-Norbert
inondent la terre.’
[De baden die Sint Norbert geniet
zorgen dat het op aarde giet]



donderdag - 06 jun

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


vrijdag - 07 jun

Hele dag Gedenkdag Zalige Anna van Garcia, kloosterlinge

Anna van Sint-Bartholomeus (oorspronkelijk García; ook van St.-Barthélemy) ocd, Antwerpen, België; kloosterlinge; † 1626.

Afbeelding Zalige Anna van Garcia
Anna van St Bartolomeus: ‘medewerkster van Teresia [van Avila] ; heeft al meer dan 100 wonderen op haar naam staan’. Compleet met reliek (draadje).
Op de achtergrond Antwerpen (links) en de Karmel (rechts).
Uit de hemel het verzoek om ‘meer, meer, meer’.
ca 1783, L. Fruytiers, gravure. Nederland, Delft, privé.

http://www.heiligen.net/afb/06/07/06-07-1626-anna_3.jpg

Feest 7 juni.
Anna García werd op 1 oktober 1549 in de Spaanse plaats Armendral geboren. Zij was de jongste van zeven kinderen. Haar vader, Fernando, en moeder, Maria Mancanas, waren welgestelde boeren. Op tienjarige leeftijd verloor zij haar ouders. Nu werd zij toevertrouwd aan de zorgen van haar oudere broers en zussen. Dezen keken voor haar uit naar een geschikte huwelijkspartner. Maar zij gaf te kennen liever carmelites te worden. Zo trad zij in 1572 toe tot de Karmel van Avila, waar de grote Teresa op dat moment priorin was. In haar nieuwelingentijd legde zij zich toe op een leven van versterving en opoffering uit liefde voor de zielen die verloren dreigden te gaan. Na haar noviciaat werd zij secretaresse van Teresa. Tussen hen groeide een intense vriendschapsband. Nadat Teresa in 1582 in haar armen was gestorven, brak er voor haar een rusteloos leven aan. Ze verbleef enige tijd te Avila, Madrid en Ocaña; in 1604 – toen was ze dus al 55! – vertrok ze met enkele gezellen naar Parijs; het jaar daarna was zij te Pontoise en in 1608 te Tours. Overal werden nieuwe kloostervestigingen gesticht. In 1611 kwam ze naar de Zuidelijke Nederlanden; eerst naar Bergen (= Mons), vervolgens naar Brussel en uiteindelijk naar Antwerpen (6 november 1612); daar werd ze voor de rest van haar leven priorin. Van daaruit stond zij mede aan de wieg van de vestigingen in Doornik (26 oktober 1614) en Brugge (7 maart 1626).
 
Cultuur & verering
Het schijnt dat zij door haar gebed de stad Antwerpen twee keer voor een inval over water door Prins Maurits heeft behoed; resp, in 1622 en 1624.Sindsdien geldt zij als beschermster van de stad Antwerpen.
Ze werd zalig verklaard in 1917.

Patronaten
Beschermheilige van Antwerpen.



vrijdag - 07 jun

Sneek 19:00 Eucharistieviering - 1e vrijdag van de maand

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 08 jun

Hele dag Gedenkdag H. Medard van Noyon & Zalige Maria van Porto

Medard (ook Madart, Mard, Mards, Mars, Mathard, Mèdâ, Médârd, Medart, Miard) van Noyon, Soissons, Frankrijk; bisschop; † 545 (of ca 560).

Afbeelding H. Medard van Noyon
Toen Radegonde’s broer in 555 werd vermoord, was voor haar de maat vol; ze vluchtte naar bisschop Medardus van Noyon. Deze stond haar toe een verborgen leven te leiden in een klooster. Hij legde haar persoonlijk de nonnensluier op.
ca 1450, handschriftverluchting in: Prache.1988 p:27.

http://www.heiligen.net/afb/06/08/06-08-0560-medard_1.jpg

Feest 8 juni.

Geschiedenis
Hij werd geboren rond het jaar 470 in de Picardische plaats Salency, Noord-West-Frankrijk. Zijn vader zou Nector of Nectar geheten hebben, zijn moeder Protagia. Zij waren van Gallo-Romeinse afkomst. Zij was het geweest die haar man tot Christus bekeerd had. Medard zou een tweelingbroer gehad hebben, Gildard; deze werd later bisschop van Rouen. Volgens de legende zouden beide broers alle belangrijke gebeurtenissen in hun leven op dezelfde dag hebben meegemaakt: “In de vijfde eeuw schitterde een tweeling, de heilige Medard en Gildart; zij werden geboren op dezelfde dag, bisschop gewijd op dezelfde dag; ze stierven ook op dezelfde dag en werden op dezelfde dag tot de eer der altaren verheven” aldus de Legenda Aurea, wanneer de Lombardische Geschiedenis ter sprake komt n.a.v. paus Pelagius. Deze legende schijnt echter historisch geen grond te hebben. In ieder geval was Gildard al lang en breed gestorven op het moment dat Medard bisschop werd gewijd.

Uit de verhalen die over hem verteld worden komt het beeld naar voren van een goed mens. Reeds op 10-jarige leeftijd vestigde hij de aandacht op zich.

Legende van het gestolen paard
Hij liep een arme boer tegen het lijf die hem vertelde dat hij zijn paard was kwijtgeraakt. Gestolen door struikrovers, schijnt het. Onmiddellijk ging hij er één halen uit de eigen familiestallen. Maar toen zijn vader bemerkte dat er een paard ontbrak, ging hij op zoek. Toen brak er zo’n wolkbreuk los dat er geen doorkomen aan was, en vader moest weer gauw naar binnen om te schuilen. Maar Medardus was buiten gebleven zonder dat hij ook maar een druppel regen had gehad. Nu begrepen Medardus’ ouders dat dit een teken uit de hemel was en ze gunden hun nieuwe paard aan die boer. Medardus verzekerde hun dat ze ervoor beloond zouden worden. En zie, de volgende dag al stond er een prachtig nieuw paard in de stallen, en niemand wist waar het vandaan was gekomen…

Toen hij eens op weg naar school een blinde zag die in lompen liep te bedelen, schonk hij hem zonder na te denken de mantel die zijn moeder net voor hem gemaakt had.

Tijdens het hoeden van de kudden, bij de Franken een hoogstaande bezigheid, had hij tijd genoeg om na te denken en te bidden; hij verlangde ernaar net als Jezus mensen te hoeden. Eerst werd hij voor zijn opleiding toevertrouwd aan de bisschop van het naburige Vermand; daar zou hij vriendschap voor het leven hebben gesloten met Eleutherius († 532; feest 20 februari), de latere bisschop van Doornik. Vervolgens zette hij zijn studies voort in het klooster van St-Quentin. Op 33-jarige leeftijd werd hij priester gewijd. Getuige de verhalen moet hij een beminnelijk mens geweest zijn.

Legende van de gestolen druiven
Het was herfst en de druiven uit zijn wijngaard zagen er lekker rijp uit. Maar een dief had het op zijn druiven gemunt. Midden in de nacht, als normale mensen slapen en van hun rust genieten, drong hij zijn landgoed binnen en sloeg aan het snijden. Maar toen hij met rijke buit beladen weer de benen wilde nemen, bleek dat hij met geen mogelijkheid door de wijde opening van de heg heen te kunnen komen. Hij zat vast, dus veel plezier heeft hij van zijn euveldaad niet gehad. Zo werd hij bij het krieken van de dag door de eigenaar van de wijngaard aangetroffen, gevangen in zijn eigen buit. De heilige las hem flink de les over deze wandaad, waarbij hij intussen eigenhandig een flink aantal druiven plukte; die gaf hij hem op de koop toe. En na nog een laatste uitbrander, maakte hij hem los en liet hij hem gaan.

Een dergelijke legende bestaat ook over de heilige Mars van Clermont. Zijn die hier met elkaar verward geraakt vanwege de naamsgelijkenis der beide heiligen?

Zo was er ook eens een nachtelijke dief die het op de honing uit zijn honingraten voorzien had. Hij mocht dan misschien wel heel listig ontsnapt zijn aan de aandacht van de wachters, aan de diertjes die bestolen werden ontkwam hij niet. Die kwamen woedend naar buiten met hun gemene angels in de aanslag. De onverlaat werd zo in het nauw gebracht dat hij het gestolen goed zelf weer terug kwam brengen en languit op de grond om vergiffenis smeekte. Die werd hem door de heilige in alle zachtmoedigheid geschonken. Dat is die dader, die zo door zijn wraakzuchtige buit in het nauw was gebracht, niet gauw vergeten.

Zo wordt er ook nog verteld van iemand die de bel om de hals van één van zijn koeien had gestolen, maar door zijn buit verraden werd, want het ding hield niet op met klinkelen.

In 530 werd hij tot bisschop gewijd van Vermand als opvolger van Alomerus. Dit gebeurde door de beroemde heilige bisschop Remigius van Reims († 553; feest 1 oktober), die in 495 koning Clovis het heilig doopsel had toegediend. Omdat het stadje Vermand te kwetsbaar was voor de invallen van de Hunnen en Vandalen, verplaatste de bisschop zijn zetel naar Noyon, op dat moment een indrukwekkende vesting. Inderdaad is Vermand met de grond gelijk gemaakt en sindsdien niet meer opgebouwd. St-Quentin (oorspronkelijk geheten Augusta Vermandorum) nam haar plaats als hoofdstad in.

Na de dood van Eleutherius raakte de bisschopszetel van Doornik vacant. Deze werd op verzoek van de plaatselijke geestelijkheid en van het volk bij die van Noyon gevoegd. De beide bisdommen bleven tot 1146 gecombineerd.

Hij moest in zijn tijd de laatste resten van de Germaanse geloofsgebruiken opruimen en ze vervangen door christelijke feesten. Zo bedacht hij het feest ‘van de rozen’, dat nog heel lang in Franse parochies heeft bestaan. Bij die gelegenheid draagt de plaatselijke bevolking een maand voor het feest bij de heer van Salency drie meisjes voor die zowel vlot moeten zijn als deugdzaam. Hij kiest de beste uit en laat haar naam van de preekstoel aflezen, zodat ieder die wil nog aanmerkingen kan maken. Wordt haar keuze bekrachtigd, dan wordt zij uitgeroepen tot ‘rozenmeisje van het jaar’ en gekroond met rozen. De prijswinnares kleedt zich op 8 juni in het wit en wordt in plechtige processie naar het kasteel gebracht, begeleid door twaalf meisjes, eveneens in het wit. De heer van Salency brengt haar temidden van zijn eigen gezin met plechtig vertoon naar de parochiekerk. Na de vesperdienst gaat het temidden van de geestelijkheid in processie naar de kapel van Medardus. Daar ontvangt zij uit handen van de oudste priester de rozenkroon en bovendien een geldbedrag van vijfentwintig livres. (Het schijnt dat in sommige parochies hiervoor de collecte van de hoogmis werd bestemd…). De feestelijkheden worden afgesloten met een gezamenlijk gezongen ‘Te Deum’ en een lied ter ere van Medardus.

Om die jaarlijkse prijs te kunnen betalen en de onkosten voor het feest te dekken had Medardus de opbrengst van twaalf acres van zijn eigen landerijen te Salency gereserveerd. Toch menen geschiedkundigen dat dit gebruik niet ouder is dan de 18e eeuw.

Toen koningin Radegonde het niet meer kon uithouden aan de zijde van haar moordlustige echtgenoot, Chlotarius († 561), nam ze in 544 bij hem haar toevlucht. Hij legde haar de nonnensluier op, destijds het ritueel waarmee een vrouw de status van kloosterlinge aannam. Radegonde stichtte vervolgens te Poitiers het vrouwenklooster Sainte-Croix, dat na haar dood Sainte-Radegonde zou heten.

Medard zou in hoge ouderdom gestorven zijn. Op zijn sterfbed kreeg hij bezoek van koning Clotarius. Deze kwam hem om vergiffenis smeken voor alle ongerechtigheden die hij hem in zijn leven had aangedaan. Tijdens Medardus’ begrafenis zouden drie duiven verschenen zijn, twee vanuit de hemel en een derde vanuit zijn doodkist.

Verering & Cultuur
Reeds in de 6e eeuw schrijft bisschop Gregorius van Tours:

“De roemrijke belijder Medardus ligt begraven in Soissons. Ik heb met eigen ogen de boeien gezien van arme drommels, die bij zijn graf in stukken vielen. Nadat er een boek over zijn wonderen was geschreven, kwam een vrouw met vergroeide handen eerbiedig zijn hulp inroepen. Tezamen met de andere aanwezigen vierde ze vroom en gelovige zijn vigilie (= vooravond). Ze had het volste vertrouwen dat haar afschuwelijk opgezwollen handen genezen konden worden door de macht van Medardus. Hij had immers ook de boeien van arme drommels weten te verbreken. En zo gebeurde het dat tijdens de misviering de gekronkelde zenuwbanen hun vorm hervonden. Ze bracht dank aan de belijder, naderde tot het heilig altaar en ontving de genaderijke zegen.”

“Voordat de kerk gebouwd was, stond er op het graf van Medardus een kapelletje dat opgetrokken was uit armzalige takken. Toen de kerk eenmaal ingewijd was, is het kapelletje afgebroken. Het lijkt me hier de juiste plaats om het grote wonder te vertellen dat er gebeurde met een kleine houtsplinter van één van die takken. Want er werden scherpgepunte tandenstokers van gemaakt en die hebben maar al te vaak voor hulp gezorgd bij tand- en kiespijnen. De tegenwoordige referendaris van Childebert, Charimeris, leed eens aan kiespijn. Toen hij van deze tandenstokers hoorde, kwam hij naar de kerk van Sint Medardus om een stukje hout te krijgen. In de hoop dat de heilige het voor hem als een medicijn zou laten werken. Maar bij zijn aankomst vond hij de deur gesloten. Toch vertrouwde hij erop dat de macht van de heilige man overal aanwezig was. Daarom pakte hij zijn zakmes en sneed toen maar een stukje hout van de deur af. Zodra hij daarmee zijn tanden aanraakte, verdween de vervelende pijn. Persoonlijk bezit ik de staf van Medardus. Daar hebben we heel wat zieke mensen genezing bij gevonden.”

Hij wordt vooral vereerd in het Franse taalgebied. Zowel Frankrijk als Franstalig België tellen meerdere plaatsjes Saint-Mard, Saint-Mards of Saint-Médard. Parijs heeft bv. een Medarduskerk aan de Rue Mouffetard. In Duitsland ligt tussen Meisenheim en Lauterecken het gehucht Medard. Trier had in de middeleeuwen een Medardusklooster. In Nederland is er vanouds een Medarduskerk te Wessem. De heilige staat in het stadswapen en vandaar ook in het plaveisel voor het stadhuis. In vroeger tijden genoot hij ook in Thorn bijzondere verering.

Patronaten
Hij is patroon van de boeren, wijnbouwers, bierbrouwers en paraplumakers (dit vanwege de beroemde regenlegende). Zijn voorspraak wordt ingeroepen om vruchtbaarheid voor akkers en wijngaarden, voor een goede hooioogst en voor regen; eveneens voor de bevrijding van gevangenen, tegen tand- en kiespijn (vanwege de wonderbare tandenstokers die gemaakt werden uit de takken van zijn voormalig kapelletje), koorts (hier gebruikte men zogeheten Medardusbronnen) en geestesziekten (vanwege het feit dat er genezingen plaats vonden door aanraking met zijn relieken) en tegen bedwateren [dit laatste alleen gevonden in 214].

Over het feest van de rozen spraken we al hierboven.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, staf, mijter), soms als bisschop die klaar staat voor de mis (mijter, kazuifel); aalmoezen uitdelend; met een boek waarop drie broden te zien zijn; voetstappen drukkend in een steen (herinnering aan het feit dat hij ruzies om grensafbakeningen wist bij te leggen); soms ook met een adelaar (die zijn vleugels boven hem uitspreidt om hem te beschermen tegen regen, een verwijzing naar de beroemde legende), met schapen, ossen, drie duiven (verwijzing naar het teken tijdens zijn begrafenis), of drie vurige kolen; ook wel met een hart in zijn linkerhand (symbool van zijn vrijgevigheid).

Sint Medard heeft wat met regen. Men beweert dat op het moment van zijn dood en dus zijn ziel het lichaam verliet, de hemelen zich openden, waaruit een warme weldadige regen begon te vallen, veertig dagen lang. Dat was op dat moment zeer welkom, want er had een langdurige droogte geheerst en de mensen dreigden om te komen van de dorst. Vandaar dat men ook meende dat aan Medardus bij zijn komst in de hemel de zorg voor de regen werd toevertrouwd. Als het tijdens het werk op het land plotseling begint te gieten, zeggen de boeren onder elkaar: “Sint Medard geeft zijn veulentjes weer te drinken” [C’est de nouveau saint Médard qui abreuve ses poulains].

____________________________________________________________________________

Maria van het Goddelijk Hart (gedoopt Maria Droste zu Vischering), Porto, Portugal; kloosteroverste; 1899.

Afbeelding Zalige Maria van Portugal
ca 1890, naar een authentiek portret.
Duitsland, Münster, Goede-Herderklooster.

http://www.heiligen.net/afb/06/08/06-08-1899-maria_1.jpg

Feest 8 juni.

Op 9 augustus 1863 geboren brengt ze haar kinderjaren door op kasteel Darfeld in de nabijheid van Münster. Totdat ze naar het internaat verhuist van de zusters van Sacré Coeur te Riedenburg, een vermaarde onderwijscongregatie.

Het zusterleven trekt haar aan. Op 25-jarige leeftijd treedt zij in bij de Zuster van de Goede Herder in Münster en neemt de naam aan van Maria van het Goddelijk Hart. Vanwege haar opvallende pedagogische kwaliteiten krijgt zij in 1891 de leiding over het meisjesonderwijs. Het zijn vooral de moeilijke en zware ‘gevallen’ waar zij een bijzonder hart voor heeft, en die zij steeds in bescherming neemt.

Drie jaar later wordt ze overgeplaatst naar het vervallen Goede-Herderklooster in Porto, Portugal. In weinige jaren weet zij klooster en school weer tot bloei te brengen. Meer dan honderd meisjes neemt zij op in het internaat. Onder die leerlingen zitten soms de meest afschuwelijke slachtoffers van huiselijk geweld of verkrachting. Zuster Maria ziet erop toe dat ze niet alleen materieel en intellectueel er boven op geholpen worden, maar zorgt er ook voor dat dit alles onderbouwd met een devoot en realistisch geestelijk leven. Zelf is zij daar een voorbeeld van. Zij laat zich inspireren door de liefde van het Goddelijk Hart naar wie zij zich genoemd heeft. Geen offer is haar te veel. Dat begint ook duidelijk te worden tot ver buiten het Goede-Herderklooster. Vele mensen van buiten komen haar raad vragen: mensen van adel, arme mensen, en vooral priesters.

Ze sterft op 8 juni 1899, 35 jaar oud.

Verering & Cultuur
Eén jaar na haar dood wijdde paus Leo XIII († 1903) de hele wereld toe aan het Heilig Hart van Jezus. Naar het schijnt ontleende hij de inspiratie daartoe voor een niet gering deel aan zuster Maria.

In 1975 werd zij door paus Paulus VI († 1978) zalig verklaard.



zaterdag - 08 jun

Sneek 10:00 Eucharistieviering - Huwelijksmis / doopfeest

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Huwelijksmis van Anton en Kimberly Brenninckmeyer – Whyte en H. Doopsel van hun kinderen Carl, Jolie en Ethen



zaterdag - 08 jun

Sneek 10:00 Woord- en Communieviering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek


zaterdag - 08 jun

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering Pinksteren

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.

Deurcollecte voor de Nederlandse Missionarissen.



zondag - 09 jun

Hele dag Gedenkdag H. Ephraïm de Syriër, kerkleraar

Ephraim de Syriër, Edessa, Syrië; diaken; † 373.

Afbeelding H. Ephraïm van Syrië
Dood van Sint Efraïm in Edessa.
Van alle kanten komen woestijnmonniken er op af:
links onder: één op een leeuw; daarboven: één op de schouders van een sterke man;
daar tegenover: één in een draagstoel; daarachter staat er één – voor de deur van zijn cel – op van zijn les aan een vrouw;
in het midden wordt er één van zijn zuil naar beneden geroepen.
Daarboven scènes uit het leven van een woestijnmonnik.
9e eeuw, Tzanfurnari, icoon.  Italië, Rome, Vaticaan.

http://www.heiligen.net/afb/06/09/06-09-0373-efraim_3.jpg

Feest 9 juni.

Hij werd rond 306 geboren in plaats Nisibis. Voor het jaar 338 moet hij de diakenwijding ontvangen hebben.

Toen deze stad in 363 werd veroverd door de Syriërs week hij uit naar Edessa dat nog juist tot het Romeinse Rijk behoorde. Daar opende hij een theologische school. Hij schreef een vloed aan vooral moralistische en mystieke werken.
Tijdens een hongersnood in 372 wist hij de rijken ertoe te bewegen hun voorraadschuren te openen voor armen.
Paus Benedictus XV riep hem in 1920 uit tot kerkleraar.

Op basis van de talrijke theologische tractaten en liederen die alle in metrische vorm zijn geschreven, draagt hij als bijnaam ‘citer (of harp) van de Heilige Geest’.



zondag - 09 jun

Sneek 10:00 Hoogfeest van Pinksteren PKN - Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek


zondag - 09 jun

Sneek 11:00 Hoogfeest van Pinksteren - Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. alle koren



maandag - 10 jun

Hele dag Gedenkdag Zalige Edward Poppe, priester

Edward Poppe, Moerzeke, België; priester; † 1924.

Afbeelding Zalige Edward Poppe
1959, Br Emiel, glasschilderkunst. België, Boom, Sint-Annakapel.
Edward Poppe deelt kinderen de communie uit onder het toeziend oog van paus Pius x.

http://www.heiligen.net/afb/06/10/06-10-1924-edward-poppe_1.jpg

Gedenkdag 10 juni.

Edward Poppe is slechts drieëndertig jaar geworden. Hoe toevallig wellicht, in de overeenkomst met Jezus’ levensjaren is de kern van zijn spiritualiteit meteen getroffen: Jezus was zijn leven.

Hij wordt op 18 december 1890 geboren in een eenvoudig bakkersgezin te Temse, Vlaanderen; als derde van uiteindelijk elf kinderen. Al vroeg komt hij in aanraking met de grote problemen van zijn tijd. Vader is een aanhanger van Adolf Daens († 1907; sterfdag 17 juni), een priester die zich zo vereenzelvigde met de barre sociale omstandigheden van de arme Vlamingen van zijn tijd dat hem uiteindelijk het lezen van de mis in het bijzijn van anderen, en het dragen van de priestersoutane verboden werd. Daens’ begrafenis vond plaats zonder zang, in een doodskoets van de armen. Het portret van deze vurige strijder hing boven de trog in vaders bakkerij. Edward wordt als kind ingezet om het brood rond te brengen. Hijzelf schrijft daar later over: “Ziet ge, men komt zowat overal wanner men brood moet uitvoeren; in huizen waar ze ruzie maken, waar de man zat is; in herbergen waar ze vloeken en praat vertellen. Ge hoort en ge ziet dan zoveel!” De lagere school wordt geleid door broeders, uitstekende opvoeders met aandacht voor cultuur, vooral tekenen naar de natuur, muziek, toneel, voordrachtskunst en literatuur (de dood van Guide Gezelle in 1899 laten de broeders bepaald niet ongemerkt voorbijgaan).

In 1905 gaat hij naar het kleinseminarie in Sint-Niklaas. In 1907 sterft vader. Een oom wordt voogd, een overtuigd liberaal. Als hij van het seminarie afkomt, moet hij in militaire dienst. Op 30 september 1910 wordt hij ingeschreven als soldaat van de Hogeschoolcompagnie te Leuven. Zo kan hij de militaire verplichtingen combineren met zijn studie. Maar daar is zijn gestel niet op ingericht. Hij krijgt een inzinking en heeft maanden nodig om te herstellen. Nu maakt hij zijn studies in hoog tempo af. Maar in augustus is hij weer op militaire oefening in Luxemburg. De uitzonderlijke hitte en de inspanningen zorgen ervoor dat hij weer drie dagen het bed moet houden. In die tijd leest hij de ‘Geschiedenis van een Ziel’ van Theresia van Lisieux. Haar ‘kleine weg’ zal van blijvende invloed blijken op zijn apostolaat.

Theresia schrijft: “Ik heb altijd een groot heilige willen worden. Maar als ik mezelf met de grote heiligen vergeleek, zag ik een even groot verschil als tussen een berg met zijn top in de wolken en een zandkorreltje dat onder de voeten van de voorbijgangers verborgen gaat. Maar dat ontmoedigde me niet. Ik dacht: ‘Hoe klein ik ook ben, God heeft me die grote verlangens ingegeven. Groter worden blijkt niet te lukken. Ik moet me dus nemen, zoals ik ben, mét al mijn tekortkomingen en onvolmaaktheden, en zó heilig worden. Er moet dus een kleine weg naar de hemel te vinden zijn. Recht toe, recht aan, en helemaal nieuw.’

Je hebt tegenwoordig in de huizen van rijke mensen een lift in plaats van een trap. Zo wil ik de lift naar God vinden. Ik ben te klein om de lastige trap naar de volmaaktheid te kunnen beklimmen. Dus ben ik in de Heilige Schrift op zoek gegaan en vond in het boek Spreuken (09,04): ‘Wie nergens van weet, kan het beste hierheen komen.’ Dat heb ik gedaan. En ik was benieuwd, wat God met zo’n klein iemand zou doen. Ik zocht verder en vond bij Jesaja (66,13): ‘Zoals een moeder haar kind op de arm neemt en troost, zo zal Ik u troosten.’

De overgave van een kind dat bemind wordt: dat is Theresia’s weg. Welbeschouwd hoef je als mens zelf niets te doen dan te verlangen en lief te hebben en het initiatief aan God over te laten. Absoluut vertrouwen. De kleine weg van de kleine Theresia.

Na de beëindiging van zijn militaire dienst treedt hij op 13 maar 1912 toe tot het grootseminarie te Leuven. In de zomer van 1914 behaalt hij zijn diploma in de filosofie. De president van het seminarie schrijft over hem aan de bisschop van Gent: “Mijnheer Poppe heeft ten volle de verwachtingen ingelost die verleden jaar op hem werden gesteld. Verstandig en werkzaam heeft hij het doctoraatsexamen doorstaan en heeft een grote onderscheiding behaald. Hij is bovendien een volmaakt seminarist. Boven alles is hij een man van plicht, openhartig, vroom en regelmatig, bezield met een waar verlangen naar volmaaktheid. Waarlijk, hij is een modelseminarist geweest.”

In 1914 breekt de Eerste Wereldoorlog uit. Edward wordt  ingedeeld bij het ziekenvervoer. Als het leger zich na de val van Namen terugtrekt, slaat de  ziekenwagen waar hij op meerijdt, om in ‘de hel van Bioul’. De pastoor van het Waalse Borlers geeft hem voor een paar maanden onderdak. In die tijd leest Edward de geschriften van de Franse priester Chevrier.  In diens motto ‘Ma vie, c’est Jésus’ (‘Jezus is mijn leven’) herkent Poppe zijn eigen verlangen. Ook Chevriers formulering  Jezus te volgen in zijn krib (armoede), zijn kruis (lijden) en zijn liefde (eucharistie) zal zijn spiritualiteit diepgaand beïnvloeden. Terug op het seminarie houdt ‘Wardje’ zoals hij door zijn vrienden wordt genoemd, zich niet alleen  bezig met zijn studies; hij schrijft stukjes en is bezielend voorzitter van de studentenbond. Verarmd Vlaanderen gaat hem bijzonde ter harte. Temeer omdat moderne stromingen als socialisme en liberalisme geen religieuze inhoud geven aan hun idealen. En dat is voor Poppe juist het belangrijkste.

Op 1 mei 1916 ontvangt hij de priesterwijding. Hij wordt benoemd tot kapelaan (‘onderpastoor’) in de Sint-Coletaparochie, gelegen in een volkswijk van Gent. Hij maakt er opnieuw kennis met de schrijnende armoede die er heerst, en neemt zich voor hun leven te delen: temidden van armen wil hij een arme priester zijn. Later zal hij zeggen dat daar wellicht de meeste overtuigingskracht van uit gaat. Meer dan van welke mooie woorden ook. Het liefst is hij  op sjouw tussen de mensen, getekend door miserie en oorlogsleed. Hij begint de trekken te vertonen van Adolf Daens en père Chevrier. Voor de kinderen richt hij een eucharistische bond op, gesterkt door de recente geschriften van de paus die het veelvuldig communiceren, ook voor jongere kinderen krachtig bevordert. Belast met de taak kinderen godsdienstonderwijs te geven, blijkt hij daar een uitgesproken talent voor te hebben. Hij wijdt ze in in de spiritualiteit van ‘De Kleine Weg’ van Theresia van Lisieux: op de plek waar je staat, hoe bescheiden ook, goed doen; liefde laten gelden. Hij geeft er zelf voorbeeld op voorbeeld van. Maar zijn pastoor kan zijn werkwijze niet waarderen. Weer krijgt Poppe een inzinking.

In 1918 wordt hij overgeplaatst naar Moerzeke om er rector te worden van het karmelietessenklooster. Een half jaar later krijgt hij een zware hartaanval. Een maand later nog één. Voorlopig is hij aan bed gekluisterd. Zijn dag zal gevuld worden met gebed, gesprekken en het schrijven van artikeltjes, religieuze verhandelingen en boeken. Hij laat daartoe een soort lessenaartje op zijn bed aanbrengen. Op het blad tekent hijzelf een brandende kaars met de woorden ‘accendatur’ (dat het ontstoken wordt). Toespeling op een woord van Jezus: ‘Vuur ben ik komen brengen op aarde, en hoe verlang ik dat het ontstoken wordt’ (Lukas 12,49). Hier schrijft hij zijn boeken over ‘Eucharistie en geloofsonderricht’; over de spiritualiteit van de priester. Hij staat aan de wieg van de zogeheten Eucharistische Kruistocht, een beweging die tot doel heeft kinderen – vooral via brochures en boekjes – te vormen in de spiritualiteit van de eucharistie. Als hij voldoende hersteld is, brengt hij een bezoek aan het graf van Theresia in Lisieux, ‘een van de grootste genaden van zijn leven’.

Stilaan begint zijn werk opgemerkt te worden. Kardinaal Mercier benoemt hem tot militair aalmoezenier in Leopoldsburg. Hij moet retraites en conferenties geven aan de priesters in militaire dienst. Intussen voert hij talloze gesprekken. Wie hem ontmoet is onder de indruk van zijn innerlijk vuur, zijn zachte, bijna eentonige stem die dingen zegt die allerminst saai of eentonig zijn. Aan de kardinaal houdt hij voor waarin de grootste zorg van de bisschoppen zou moeten liggen. Hij meent dat de moderne opvoeders geen idee hebben van de genade, laat staan dat ze eruit leven. De katholieke scholen hebben geen christenen gevormd. Zij hebben wel de kennis van het geloof bijgebracht, maar niet de beleving. Niet de warmte van Gods tegenwoordigheid die hij zo terugvindt in de persoon van Jezus’ moeder Maria. “Dank zij Moeder Maria is het blauwe uitspansel, dat ons allen omvat, heel het goddelijk Zonneland der kerk. Jezus is de Zon in dat uitspansel en wij, wij zijn zonnekinderen, zonnelanders. Willen wij werkelijk vooruitkomen en Jezus’ invloed machtig verbreiden, dan moeten wij uit ons eigen enge woningske onder de milde blauwe hemel komen te staan en ons laten bestralen door Jezus’ genadezon die er in gloeit en eruit glanst naar alle richtingen.” En ergens anders schrijft hij: “Net als Jezus moeten wij uit Maria geboren worden.” Ook de studentenbeweging gaat hem nog steeds ter harte. Had hij er immers niet zelf deel van uitgemaakt? Hij deelt de zorg van de kardinaal dat ze zich steeds minder laat inspireren door de christelijke geest: “De studentenbeweging is een werkelijkheid, een feit; met ze te beoordelen of te veroordelen zal men ze niet wegcijferen. Ze richten, ze vervolledigen, ze tot ‘bondgenoot’ maken is de zaak.”

Op Nieuwjaarsdag 1924 volgt een derde hartaanval, gevolgd door een vierde precies een maand later. Hij voelt hoe het einde nadert en voert zijn innerlijke strijd om ook hierin God te gehoorzamen en een andere Jezus te zijn.

Verering & Cultuur
Op 10 juni sterft Edward Poppe. Nog voordat hij op 16 juni wordt begraven,  geeft kardinaal Mercier reeds de opdracht een levensbeschrijving van priester Poppe uit te brengen. Hij schrijft in een brief aan Edwards moeder: “Waarde mevrouw. Ik gis uw droefheid, want ik heb het geluk gehad degene te kennen die Gij beweent. Gij had u geen beminnelijker en deugdzamer zoon kunnen wensen. Hij droeg Christus niet alleen in zijn ziel, maar in zijn taal en tot in zijn trekken toe; men kon niet in gesprek met hem treden zonder zich beter te voelen. Moge het Heilig Hart U de genade verlenen uw beproeving moedig te aanvaarden. Mijn deelneming zal er uiteraard in bestaan de H. Mis op te dragen voor zijn intentie, maar ik zal niet aarzelen zijn voorspraak in te  roepen, omdat ik overtuigd ben dat uw geliefde zoon een heilige was en dat de God van de Vrede hem reeds in de heerlijkheid heeft verwelkomd. Ik zal hem e Eucharistische Kruistocht aanbevelen én onze studentenorganisatie van wie hij de verlichte leider was en de diep geliefde vriend.”

In de jaren daarna zal de nagedachtenis van Poppe te lijden hebben van de piëtistische vroomheid van het Rijke Roomse leven. Zijn gestalte wordt gewrongen in het overdreven stichtelijke heiligheidsmodel van die tijd, compleet met wonderverhalen die nooit gebeurd zijn, maar die men nu eenmaal zo graag in heiligenverhalen opschreef. Zijn vrienden en allen die persoonlijk met hem te maken hebben gehad, herkennen hem niet in de wijze waarop hij wordt voorgesteld. Hoevele heiligen is het zo niet vergaan?  In de vrome boekjes over hem wordt nergens vermeld dat hij in zijn ziel altijd Daensist is gebleven, met hart voor de armen en gevoel voor sociale rechtvaardigheid. Dat hij droomde van een ontvoogding van de arme Vlaming, op het nationalistische af. Terwijl zijn spiritualiteit wellicht het diepst is beïnvloed door Franstalige vroomheid (Thérèse van Lisieux, père Chevrier, de pastoor van Ars, Louis-Marie Grignon de Montfort e.a.). Dat hij scherp zag hoe onder de oppervlakte van de kerkelijke organisaties de warmte van de spiritualiteit verkilde en opdroogde, en hoe hij in de tijd van zijn studentenbeweging had geleerd te zien, een diagnose te stellen (juist niet te oordelen, en nog veel minder te veroordelen) en op grond daarvan tot handelen over te gaan.

Er komt nieuw zicht op zijn persoon en zijn verdiensten door het Tweede Vaticaans Concilie. Achteraf realiseert men zich dat hij vele dingen die daar opnieuw worden geformuleerd, heeft voorvoeld of voorzien. De belangstelling voor hem herleeft. Het resultaat is dat hij op 3 oktober 1999 door paus Johannes Paulus II († 2005) wordt zalig verklaard.



maandag - 10 jun

Sneek 09:30 Eucharistieviering - 2e Pinksterdag

Bonifatiushuis, kapel, Sneek

m.m.v. de Bonifatiuscantorij

N.B. Gewijzigde aanvangstijd!



dinsdag - 11 jun

Hele dag Feestdag H. Barnabas, apostel & martelaar

Barnabas (ook Barnabé) Apostel (ook van Cyprus), Salamis op het eiland Cyprus, Griekenland; apostel & martelaar; † 1e eeuw.

Afbeelding H. Barnabas
1920. Glasschilderkunst België, Brugge, St-Salvator

http://www.heiligen.net/afb/06/11/06-11-0100-barnabas-apostel_2.jpg

Feest 11 juni

Hij was van joodse afkomst uit de stam Levi, heette oorspronkelijk Jozef Justus en was afkomstig van Cyprus, waar zijn ouders een groot landgoed hadden. Zij stuurden hem naar Jeruzalem om – net als Paulus – in de leer te gaan bij de grote rabbi Gamaliël († ca 88; feest 3 augustus). Hoewel hij niet behoorde tot de Twaalf, wordt hij toch gerekend tot Jezus’ eerste leerlingen. De overlevering is ervan overtuigd dat hij zich bevond onder de (tweeën)zeventig, die de Heer voor zich uitzond (Lukas 10,01). Na Jezus’ hemelvaart had hij have en goed verkocht om zich voorgoed bij zijn aanhangers aan te sluiten. Door de vervolgingen van de kant der joden, had hij zich genoodzaakt gezien met een aantal medeleerlingen uit te wijken naar de Syrische stad Antiochië, waar Jezus’ leerlingen voor het eerst ‘christenen’ genoemd werden (Handelingen 11,26).

In de Handelingen van de Apostelen horen we herhaaldelijk over hem. Daar wordt hij beschreven als ‘een goed man, vol van Heilige Geest en geloof. Veel mensen werden voor de Heer gewonnen.’ Vandaar, dat hij van Jezus’ medeleerlingen de bijnaam Barnabas (= ‘Zoon van de Vertroosting’) had gekregen (Handelingen 04,36). Hij was het, die Paulus na zijn omstreden bekering bij de leerlingen introduceerde (Handelingen 09,27). Op Paulus’ eerste zendingsreis was hij diens trouwe metgezel.

Hij moet ook een imposante verschijning geweest zijn. Anders is het niet te verklaren, dat de inwoners van het kleine boerendorp Lystra, gelegen in het midden van het huidige Turkije, hem voor een personificatie van de oppergod Zeus hielden.

Paulus & Barnabas in Lystra

Er was in Lystra een man die geen kracht in zijn voeten had en moest blijven zitten. Hij was van zijn geboorte af lam en had nooit kunnen lopen. Terwijl die man naar Paulus ‘ toespraak luisterde, keek deze hem onderzoekend aan en zag dat hij het geloof bezat om gered te worden.

Daarom sprak hij met stemverheffing: “Ga op uw voeten staan, recht op!”
De man sprong op en liep rond.

Toen de mensen zagen wat Paulus gedaan had, begonnen ze te schreeuwen en riepen in het Lykaonisch: “De goden zijn in mensengedaante tot ons neergedaald.”

Barnabas noemden ze Zeus, en Paulus, omdat hij de woordvoerder was, Hermes. De priester van de tempel Zeus-buiten-de-stad bracht bekranste stieren naar de poorten en wilde samen met het volk een offer gaan opdragen. Toen de apostelen Barnabas en Paulus dit vernamen, scheurden ze hun kleren en stortten zich tussen het volk, luid roepend:

“Mannen, wat gaat ge nu beginnen? Ook wij zijn mensen, juist als gij. Wij brengen u de Blijde Boodschap dat gij u af moet keren van deze waardeloze goden en u wenden tot de levende God, die de hemel en de aarde gemaakt heeft en de zee en alles wat daarin is. In voorbije tijden liet Hij alle volken hun gang gaan, maar Hij heeft niet nagelaten getuigenis van zichzelf te geven door het schenken van weldaden: vanuit de hemel schonk Hij u immers zegen en vruchtbare jaargetijden en verblijdde u met overvloed van voedsel.”

Maar zelfs deze woorden konden het volk er maar nauwelijks van weerhouden hun een offer op te dragen.
[Handelingen 14,08-20]

Op het zogeheten Apostelconcilie te Jeruzalem van het jaar 49 streden Barnabas en Paulus ervoor, dat de christenen uit het heidendom niet aan alle voorschriften van de joodse Wet onderworpen hoefden te worden. En met succes.

Aan het begin van de Tweede zendingsreis kreeg hij ruzie met Paulus. Hij wilde zijn neefje Johannes Markus meenemen, maar Paulus was erop tegen, omdat Markus hen destijds in Pamfilië in de steek had gelaten. De onenigheid liep zo hoog op, dat sindsdien hun beider wegen zich scheidden (Handelingen 15,37-39). Later nam Barnabas Johannes Markus mee naar Cyprus.

Vanaf dat moment horen we niets meer over ‘de Zoon der Vertroosting’. Volgens oude overleveringen zou hij op zijn geboortegrond door Joden zijn gestenigd. Andere bronnen weten te vermelden, dat hij voor die tijd nog werkzaam is geweest in Griekenland en Rome en dat hij zelfs enige tijd bisschop was in Milaan. Sint Carolus Borromeus († 1584; feest 4 november) noemt hem in zijn preken steevast ‘de stichter van de kerk van Milaan’. De stad heeft tot op de dag van vandaag een San Barnaba-kerk die aan hem is toegewijd.

Verering & Cultuur
Een van de oudste christelijke documenten is de zogeheten Barnabasbrief. Waarschijnlijk heeft de schrijver hem op naam van de gewaardeerde apostel gezet om zo meer gezag te krijgen, in die tijd een niet ongebruikelijke methode. Volgens geschiedkundigen is de brief waarschijnlijk geschreven in de Egyptische stad Alexandrië, ergens tussen 95 en 130; te laat dus om inderdaad van de hand van Barnabas zelf te kunnen zijn.

In de jaren 485/486 zou te Salamis op Cyprus Barnabas’ graf herontdekt zijn. Volgens zeggen trof men in de sarcofaag een afschrift aan van het Mattheus-evangelie, waarvan men geloofde, dat Barnabas het eigenhandig had afgeschreven. Keizer Zeno zou vervolgens zijn relieken, inclusief het evangeliehandschrift hebben overgebracht naar de St.-Barnabaskerk in Constantinopel.

De naam van Barnabas klinkt door in de orde van de Barnabieten. Deze werd in 1530 gesticht door Sint Antonius Maria Zaccaria († 1539; feest 5 juli). De eigenlijke naam luidt Orde van de Reguliere Klerken van Sint Paulus, maar omdat zij verbonden waren aan de Milanese San Barnaba-kerk, werden zij Barnabieten genoemd. In 1533 volgde de officiële erkenning door paus Clemens VII († 1534).

Patronaten
Barnabas is patroon van Cyprus, Florence en Milaan; daarnaast van kuipers en wevers. In de Bourgondische stad Paray-le-Monial waren de snijders en kleermakers verenigd in een St.-Barnabasbroederschap.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen inslag van hagel (houdt verband met de steniging waardoor hij de marteldood zou hebben ondergaan) en als vredestichter.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als apostel; baard en reisstaf; houdt het evangelie van Matteüs in de hand (werd immers in zijn graf gevonden); stenen of keien in de hand (steniging); brandstapel; met lans en een enkele keer met bijl of hellebaard; met olijftakje in de hand (vooral in Florence: vredes- en zegeteken); kerkmodel.



dinsdag - 11 jun

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 12 jun

Hele dag Gedenkdag H. Odulfus van Utrecht, priester

Odulfus van Utrecht, Nederland; priester; † ca 855.

Afbeelding H. Odulfus
> 1900. Glasschilderkunst. België, Borgloon, kerk St-Odulfus.
Scenes uit het leven van Odulfus.

http://www.heiligen.net/afb/06/12/06-12-0855-odulfus_1.jpg

Feest 12 juni.

Odulfus was afkomstig uit Best bij Oirschot in Noord-Brabant. De naam van zijn vader is nog bekend: Ludgis. Zijn ouders stuurden hem naar Utrecht om hem daar te laten studeren: dat betekende in die tijd automatisch, dat je geestelijke werd. Volgens de verhalen zou hij het liefst monnik geworden zijn in het klooster van Utrecht. Maar zijn ouders hadden hem graag dichtbij zich in de buurt, op hun eigen landgoed. Daar bediende hij dan ook een klein kerkje. Na hun dood trok hij zich echter inderdaad terug in een Utrechts klooster. Hij was daar onder meer één van de adviseurs van de toenmalige bisschop, de heilige Frederik. Deze stuurde hem op een goed moment naar de Friezen, die – aldus de kroniekschrijver – indertijd nog zeer wreed waren. De geloofsverkondigers waren nog lang niet vergeten, dat daar bij Dokkum honderd jaar eerder Sint Bonifatius het leven had gelaten. Odulfus’ werkterrein lag vooral in de buurt van Stavoren.

Hij voorspelde aan de Friezen hoe zij door heidense invallen van hun geloof zouden worden beroofd. Dat zou gebeuren op het moment, dat de zware steen, die vlak voor kerk van Stavoren lag, eigener beweging in zee zou rollen… Maar zodra die steen op dezelfde manier weer op zijn plaats terug zou komen – dat kon zelfs wel na Odulfus’ dood zijn – dan zou het geloof hun weer opnieuw geschonken worden. Deze voorspelling ging in vervulling met de invallen van de Noormannen.

Als raadsman van de bisschop in Utrecht was hij ook betrokken bij het zoeken naar een waardige opvolger van Frederik, nadat deze gestorven was. Ze vonden Hunger, eveneens een bisschop die als heilige wordt vereerd.

Verering & Cultuur
Rond het jaar 1000 zouden de Noormannen – volgens een legende – zijn lijk uit Stavoren hebben gestolen, en vervolgens op de Londense markt als relikwie te koop hebben aangeboden. Dit verhaal is niet waarschijnlijk, omdat Odulfus in de – thans niet meer bestaande – San Salvatorkerk te Utrecht begraven zou zijn. Hoe dit ook zij, de bisschop van Londen kocht het, maar wist het door te verkopen aan de abt van Evesham. Daarop geschiedden er zoveel wonderen in Evesham, dat Odulfus ruimschoots zijn geld opbracht vanwege de grote toeloop van pelgrims.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld met een appel, omdat – naar men zegt- hij op school ooit werd beloond met een appel. Ook met een wandelstok: de enige luxe die hij zich permitteerde. Hij schijnt daarmee ooit een beginnende brand in zijn kerk te hebben geblust. Ook wel met een bedelnap als verwijzing naar zijn naastenliefde en zorg voor de armen.

In de Middel-Eeuwen genoot Odulfus in de Nederlanden een geweldige verering. In het bisdom Utrecht was zijn feestdag een officiële vrije dag. In de steden werd dan markt en kermis gehouden. In Amsterdam herinnert de Sint-Olofspoort nog aan hem (of is dat toch de patroon van de zeevaarders Olaf van Noorwegen?). In Delft de Olofstraat en de Odulfusstraat. Het was op zijn feestdag dat in het jaar 1327 de blinde Mechteld uit de Den Haag tijdens de opheffing van de hostie door de priester aan het altaar van Maria van Jesse in de Oude Kerk, plotseling kon zien. Sindsdien werd in Delft op zijn feestdag of op de zondag erna de ommegang van Maria van Jesse gehouden.

In Best is hij te vinden in het wapen van de gemeente; vroeger bestond daar een kapelletje dat aan Odulfus was toegewijd: ‘Capelle van synte Tolof tot Best’.



woensdag - 12 jun

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


woensdag - 12 jun

Sneek 14:15 KBO – BINGOMIDDAG IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op woensdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: Tineke de Jager



donderdag - 13 jun

Hele dag Feestdag van de H. Antonius van Padua

Antonius van Padua (oorspronkelijk Fernando van Coïmbra) ofm, Italië; kerkleraar; † 1231.

Afbeelding H. Antonius van Padua
ca 1900. Reliëf. België, Huy, Collegiale kerk.
‘Amissa reperit’ verloren voorwerpen brengt hij terug.

http://www.heiligen.net/afb/06/13/06-13-1231-antonius_2.jpg

Feest 13 juni.

Geschiedenis
Antonius heette aanvankelijk Fernando. Hij was afkomstig uit de Portugese hoofdstad Lissabon en schijnt nog af te stammen van Godfried van Bouillon. Op 15-jarige leeftijd trad hij toe tot de kanunniken met de regel van Sint-Augustinus. Twee jaar later verhuisde hij naar de Augustijner vestiging in Coïmbra. Toen acht jaar later een aantal enthousiaste monniken uit de nieuwe orde van Franciscus langstrokken om in Marokko door middel van prediking en naastenliefde de Moren te gaan bekeren, sloot hij zich bij hen aan. Om zijn nieuwe leven te markeren, noemde hij zich naar de vader van de woestijnmonniken: Antonius Abt.

In Noord-Afrika werd hij ernstig ziek. Onverrichter zake toog hij naar Noord-Italië. Juist op het moment dat Franciscus daar al zijn medebroeders aan het verzamelen was. Hoewel Antonius in Portugal een begaafd predikant was geweest, hield hij zich nu zo bescheiden op de achtergrond dat hij in een kloostertje de meest eenvoudige karweitjes kreeg op te knappen. Zijn huisgenoten meenden zelfs dat hij niet helemaal bij zijn verstand was.

Zijn gaven kwamen aan het licht, toen bij een grote kerkelijke plechtigheid de feestpredikant plotseling verstek liet gaan. In verlegenheid, omdat niemand op zo’n hoge feestdag met veel bezoekers, waaronder vele hooggeplaatste, onvoorbereid het woord wilde nemen, wees iemand gekscherend op Antonius: “We kunnen altijd nog Antonius er op af sturen…” In zijn nederigheid nam Antonius deze opmerking aan als een bevel. Hoe zenuwachtig de anderen ook probeerden uit te leggen dat het maar een grapje was geweest, hij was er niet meer van af te brengen, en hield zo’n gloedvolle predikatie dat hij onmiddellijk door Franciscus uit preken werd gestuurd tot in de wijde omtrek, zelfs tot in Zuid-Frankrijk en Noord-Spanje aan toe.

Naar het schijnt was hij eens bijzonder teleurgesteld over de lauwe houding van de gelovigen te Rimini. Om hen beschaamd te doen staan, trok hij naar het strand om dan in godsnaam maar voor de vissen te preken: die zouden tenminste wel luisteren. En zo was het. Zodra hij het woord richtte tot de golven van de zee, kwamen van alle kanten vissen aanzwemmen en stelden zich in rijen voor hem op, de kleintjes helemaal vooraan in het ondiepe water, de grotere op de achterste rijen. Door met hun staart bewegingen in het water te maken, gaven ze hun instemming met Antonius’ woorden te kennen.

In dezelfde geest is de legende van de ezel.

Legende van de ezel

Antonius leefde in de tijd dat de ketterij der Albigenzen zich wijd had verspreid. De Albigenzen loochenden de godheid van Christus, en geloofden ook niet in de werkelijke tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie. Antonius trad in zijn preken herhaaldelijk tegen hen op: “Op het altaar gebeurt de wezensverandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus. Het lichaam dat door de maagd ter wereld werd gebracht, dat aan het kruis hing, dat in het graf lag, dat op de derde dag verrees, dat naar de rechterhand van de Vader opsteeg: dat lichaam wordt dagelijks door de priester geconsacreerd en aan de gelovigen uitgereikt.” Een leider der Albigenzen bleef echter ontkennen. Daarop koos Antonius een wel heel opmerkelijke manier om de man te overtuigen. Hij wilde wedden, dat de ezel van de Albigens wel eerbied aan de hostie zou betuigen waar zijn meester dat niet deed! Om te beginnen kreeg het dier drie dagen geen eten meer. Daarop werd de voerbak tot de rand gevuld. Nu hield Antonius het dier de heilige hostie voor. Het liet zijn voerbak voor wat die was en ging onmiddellijk door de knieën om zijn eerbied te betuigen. Waarop de ketter zich inderdaad bekeerde.

Legende van het hart van de vrek.

Een andere keer moest hij eens een lijkrede houden bij de begrafenis van een man die door geld- en schraapzucht steenrijk was geworden. De evangelietekst was: “Waar je schat is, daar zal ook je hart zijn (Mattheus 6,21).” Antonius riep uit: “Ga maar naar het huis van deze man, en doorzoek zijn schatten. Ik geef je de verzekering dat je er zijn hart zult aantreffen.” Inderdaad doorzocht men al de schatten van die rijke man en men stootte op een echt mensenhart van vlees en bloed; het klopte nog…

Naast zijn prediking verzorgde hij aan de universiteit van Bologna lessen theologie. Zijn leven was zo intens dat hij al op 36-jarige leeftijd stierf. Binnen een jaar na zijn dood was hij al officieel heilige verklaard: een record in de geschiedenis van Katholieke Kerk.Patronaten
Hij is patroon van Padua, Lissabon, Paderborn en Hildesheim. Daarnaast van de verloren voorwerpen; van de franciscanen; van verliefden, echtelieden en huwelijkspartners; van vrouwen en kinderen; van de armen; van de reizigers; van bakkers (Antoniusbrood), en van bergbewoners. Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor een voorspoedige bevalling, tegen onvruchtbaarheid, koorts, en veeziekten; tegen schipbreuk, oorlogsellende en tegen de pest. Daarnaast geldt hij als patroon voor helpers in de nood en van de huisdieren paard en ezel (de laatste vanwege het hostiewonder). In vroeger tijden was de dinsdag bijzonder aan hem toegewijd.

Antonius van Padua als patroon van verloren zaken
Antonius van Padua is bij uitstek de patroon van de verloren voorwerpen. Een bekend rijmpje zingt: “Heilige Antonius, beste vrind; maak dat ik mijn [hier verloren voorwerp invoegen] vind.”

Overigens tekent Erasmus in diens Enchiridion (66) aan, dat deze functie vroeger door de H. Jeroen van Noordwijk werd vervuld, omdat hij er ooit voor had gezorgd, dat een inwoner van Noordwijk zijn gestolen paarden op wonderbare wijze had teruggekregen. Erasmus merkt overigens nog op dat in zijn dagen diezelfde rol bij de Fransen door de apostel Paulus werd vervuld.

Waaraan heeft Antonius dit patronaat te danken? Het staat vast dat Antonius reeds 25 jaar na zijn dood voor deze nood werd aangeroepen. Als verklaring wijst men op het refrein van het zogeheten responsorie [= liturgisch gezang in het officie of in de mis, waarin de gelovige zijn reactie uitdrukt op de zojuist gehoorde lezing(en)]: “Si quaeris”

refr.:                                       refr.:

refr.:                                        refr.:

Deze tekst wordt dus als beurtzang gezongen in het officie van de H. Antonius. Evenals de muziek is hij afkomstig van Julianus van Spiers; deze was hofkapelmeester geweest voor zijn intrede bij de franciscaner broeders. Men vermoedt dat tekst en muziek juist met oog op de persoon van Antonius zijn gecomponeerd.

De zang bevat dertien omstandigheden waarin de voorspraak van de heilige wordt afgesmeekt; één ervan wordt aangeduid als ‘res perditas’ [= ‘verloren zaken’]. Sommigen menen dat het hier om een verschrijving zou gaan, maar dat doet niets af aan het feit dat de inwoners van Padua praktisch van het begin af aan hun heilige met name voor die ‘verloren zaken’ zijn gaan aanroepen; uit het feit dat het gebruik hardnekkig stand heeft gehouden, mogen we afleiden dat ze niet tevergeefs op hun patroon hebben vertrouwd!

Is er nog een omstandigheid in het leven van Antonius aan te wijzen waarop zijn patronaat van verloren voorwerpen wordt teruggevoerd? Het schijnt dat hij eens een bijzonder kostbaar boek kwijt was: een door hem zelf afgeschreven psalmenboek voorzien van aantekeningen die hij had gemaakt met het oog op de lessen welke hij aan zijn medebroeders in opleiding gaf. In die tijd zijn alle boeken vrucht van – letterlijk – monnikenarbeid: met de hand afgeschreven, vaak met versierde letters, soms met verluchtingen; zoiets vormde een kapitaal, nog afgezien van de emotionele waarde, daar het immers hier Antonius’ werkexemplaar was, waaruit hij bad, mediteerde en studeerde. Antonius was door dit verlies zo in verlegenheid gebracht dat hij vurig bad om het verloren voorwerp weer terug te krijgen. Niet lang daarna werd het keurig bij hem terug bezorgd: een novice die een paar dagen tevoren was uitgetreden, had het meegenomen, maar was zo door spijt achtervolgd, dat hij het eigener beweging weer terug kwam brengen.

Overigens bestaat er nog een ander verklaring voor Antonius’ patronaat. In een middeleeuwse tekst zou hij geprezen zijn om zijn krachtdadige predikaties. Daaraan werd de conclusie verbonden, dat hij onder de mensen de verloren zeden weer terugbracht; in het Latijn: ‘mores perditos’. Bij het overschrijven van die tekst zou een monnik zich hebben verschreven en in plaats van ‘mores’ ‘res perditos’ hebben genoteerd: ‘verloren zaken’. Maar het is de vraag of zo’n simpele verschrijving zo’n enorme devotie kan veroorzaken.

Afgebeeld
Antonius wordt afgebeeld in bruine franciscaner pij; met lelie (maagdelijkheid) en een boek waarop het Christuskind zit. Het verhaal zegt namelijk dat hij, toen hij al ernstig verzwakt was, zich had laten overhalen om zich op het landgoed van een bevriende graaf, Tiso, te laten verzorgen. Op een avond zag Tiso door de kieren van Antonius’ kamertje een zeer fel licht schijnen. Vrezend dat er brand was, gooide hij de deur open. Daar zag hij tot zijn verbijstering Antonius staan met een stralend kind op zijn arm. Van dat kind kwam het felle licht af. Toen even later alles weer gewoon was, vroeg Antonius aan zijn vriend hier nooit met iemand over te praten. Dat beloofde Tiso, maar achtte zich van die belofte ontslagen na Antonius’ dood.

In 1946 publiceerden Gabriël Smit (rijmpjes) & Piet Worm (prentjes) een boekje over heiligen voor kinderen: ‘Roosjes uit de Hemeltuin’; Utrecht/Antwerpen, De Fontein. Het bevat ook een rijmpje voor Antonius:

Antonius, die tot de vissen
Zo heerlijk preekte, zo vol vuur,
Dat zij er niets van wilden missen,
Al duurde het meer dan een uur,
Leer mij ook luisteren, vroom en stil,
Naar al wat God mij leren wil.



donderdag - 13 jun

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Feestdag van de H. Antonius van Padua, patroon van onze parochie



vrijdag - 14 jun

Hele dag Feestdag H. Lidwina van Schiedam, maagd & mystica

Lidwina (ook Lidia, Liduina, Lidwiga, Lidwine, Lidwyna, Ludwiga, Ludwina, Lydie, Lydwina of Lydwine) van Schiedam, Nederland; maagd en mystica; † 1433.

Afbeelding H. Lidwina van Schiedam
1498. Houtsnede door Joannes Brugman.  Lidwina valt op het ijs.

http://www.heiligen.net/afb/06/14/06-14-1433-lidwina_1.jpg

Feest 14 juni.

Zij werd in 1380 te Schiedam uit arme ouders geboren. In 1395 kwam zij bij het schaatsen op het ijs ten val. Dat was het begin van een ongeneeslijk en zeer pijnlijk ziekteproces. Zij at bijna niets en leefde nagenoeg alleen van de heilige communie die haar regelmatig door de kapelaan van de parochiekerk werd gebracht. Het schijnt dat zij haar pijn heldhaftig droeg en dat zij haar bezoekers vol liefde en aandacht te woord stond. Op die manier was zij een bron van inspiratie voor haar omgeving. Maar ze moest ook meemaken, dat zij als een zonderling of zelfs bedriegster werd beschouwd.

Zo logeerde op 10 oktober 1425 hertog Filips van Bourgondië in de stad Schiedam. Omdat Lidwina een beroemdheid was, gingen een aantal dienaren van de hertog in gezelschap van de plaatselijke pastoor, Jan Engel, bij haar langs. Het was na de maaltijd. Eenmaal binnen begonnen die knechten liederlijke taal uit te slaan; ze beschuldigden haar ervan dat ze een bedriegster was, dat ze net deed alsof ze streng vastte, maar intussen ‘s nachts stiekem at en dat ze de bijslaap van de pastoor was. De pastoor probeerde tussenbeide te komen, maar hij werd honend het huis uit gejaagd. Vervolgens staken ze een kaars aan, rukten de gordijnen van Lidwina’s bedstee opzij, en begonnen aan de dekens te trekken.
Lidwina’s nichtje Pieternel sprong ertussen om haar zieke tante te beschermen, maar de onverlaten smeten haar ruw opzij. Daarbij stootte zij zich pijnlijk tegen het bankje bij het altaar, dat in Lidwina’s kamer stond. Haar heupen en lendenen deden zo’n pijn, dat ze vanaf dat moment tot aan haar dood enkele maanden later mank liep en zich hinkend voortbewoog.
Deze Petronilla (of Pieternel) was een dochter van Sint Lidwina’s broer. Zij kwam haar tante op haar ziekbed geregeld verzorgen. Eind december, begin januari werd Pieternel ziek. Ze stierf op 14 januari 1426 ‘s avonds om een uur of tien. Lidwina heeft nog afscheid van haar kunnen nemen.
Na haar dood herinnerde Lidwina zich een soort droomvisioen van enkele dagen tevoren. Daarin had ze gezien, hoe een stoet aartsvaders, profeten, apostelen, martelaren, belijders, maagden, priesters en leken met kruisen en brandende kaarsen de kerk van Schiedam uit waren getrokken. Ze hadden hun schreden gericht naar een huisje in de stad, haalden daar een dode op en keerden plechtig weer terug. De overledene had drie kronen: een op haar hoofd en een in elke hand.
Nu – na Pieternels dood – besefte Lidwina, dat dit visioen een voorspelling geweest moest zijn van de dood van haar nichtje. Enerzijds was Lidwina gelukkig te weten, dat ze in de eeuwige zaligheid was opgenomen. Anderzijds had ze veel verdriet over het verlies van iemand die haar steeds met zoveel liefde en zorg terzijde had gestaan en die had gedeeld in al haar geestelijke gaven.
In de twee maanden die volgden op Pieternels dood maakte ze een tijd door waarin ze het gevoel had door God verlaten te zijn.

Reeds tijdens haar leven werd Lidwina als een heilige beschouwd. Op 14 april 1433 kwam er een eind aan haar lijdensweg.

Patronaten
Zij is patrones van de zieken en van het ziekenpastoraat.

Afgebeeld
Zij wordt afgebeeld met een krans van rozen rond haar hoofd. In de ene hand een kruisbeeld en in de andere een bloesemtak.

In 1946 publiceerden Gabriël Smit (rijmpjes) & Piet Worm (prentjes) een boekje over heiligen voor kinderen: ‘Roosjes uit de Hemeltuin’; Utrecht/Antwerpen, De Fontein. Het bevat ook een rijmpje voor Sint Lidwina:

Lidwina, na uw val op ’t ijs
Begon uw weg naar ’t paradijs,
Een weg van zwaar en bitter lijden
Die uitkwam bij ’t zoetst verblijden.
Leer mij een zelfde weg te gaan
Door steeds na ’t vallen op te staan.



vrijdag - 14 jun

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 15 jun

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering Openluchtviering met Vrijwilligersavond

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.

 



zaterdag - 22 jun

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.



zondag - 23 jun - maandag - 30 sep

Sneek 00:00 TV uitzendingen in 2019

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek
http://www.totaaltv.nl/images/kro-en-ncrv-ronden-fusieproces-af.jpg 
 
Ook in 2019 gaan de TV uitzendingen vanuit onze Sint Martinus aan de Singel gewoon door
 
De vieringen beginnen steeds om 10:30 uur en worden live uitgezonden via de KRO/RKK op NPO 2.
Hieraan voorafgaande wordt om 10:15 uur op NPO 2 o.l.v. Leo Fijen het Geloofsgesprek uitgezonden.  
 
Hierbij de lijst met data vanuit onze Sint Martinuskerk:
 

Zondag 23 juni 10.30                           –  zondag Sacramentsdag m.m.v. de Vrouwenschola en de Mannenschola

Zondag 4 augustus 10.30 uur             –  zondag van de Sneekweek m.m.v. het Vakantiekoor

Zondag 29 september 10.30 uur        –  26e zondag door het jaar m.m.v. het Caeciliakoor



zondag - 30 jun

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.


jul 2019

datum/tijd evenement

woensdag - 03 jul

Sneek 13:30 Bronnen van Bezieling - Leerhuis

Pastorie Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Inleider: Pastoor P. van der Weide



zondag - 07 jul

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.



zaterdag - 13 jul

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met Geeske en Tonny en het Ceacilliakoor.

 



vrijdag - 19 jul

Sneek 19:30 Concert Martin Mans en Urker Mans Formatie

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

MET KORTING NAAR DE URKER MANS FORMATIE

Op vrijdag 19 juli 2019 treedt de Urker MANS Formatie op in de St. Martinuskerk-aan-de-Singel in Sneek. De zangers, die in traditionele Urker dracht zingen, zijn een graag geziene gast de provincie. Vele malen voerden zij Friesland mee met hun aansprekende repertoire dat grofweg uit drie genres bestaat: geestelijke liederen, klassieke meesterwerken en populair repertoire. Inmiddels heeft UMF, die aan haar achtste zomerseizoen bezig is, een uitgebreid repertoire opgebouwd en op cd vastgelegd. Een verzamel-cd met de titel OP REIS is uitgebracht met veelgevraagde hoogtepunten. De titel verwijst onder andere naar haar concertreizen in Canada. Martin Mans is sinds het ontstaan van de groep haar dirigent. Met gedrevenheid en passie vormt hij een geheel van de stemmen en geeft daarnaast iedere zanger gelegenheid een solo ten gehore te brengen. De vaste begeleider is het multitalent Mark Brandwijk die zowel orgel als vleugel speelt. Zijn kwaliteit komt ten goede aan de zang maar voert ook bij zijn instrumentale solo’s de boventoon. Twee zangers bespelen bovendien een instrument waardoor het programma nog meer dynamiek krijgt. Het gaat om een taragot (Roemeense blaasinstrument) en een altviool. Enkele titels in het programma zijn: De Haven van Rust, Liefde, Landerkennung van Grieg en Sanctus van Gounod.

Datum             : vrijdag 19 juli 2019

Aanvang          : 19.30 uur.

Locatie            : Sint Martinuskerk-aan-de-Singel, Singel 62, Sneek

Toegang          : € 18,50.

Reserveren     : www.martinmans.nl of op de reserveerlijn: 06 – 25 39 19 03.

Voorverkoop van kaarten bij: Primera Sneek, Singel 10, Sneek.

 

Lezerskorting:

Lezers van het kerkblad krijgen op vertoon van dit artikel aan de kassa een korting van € 5,= en betalen € 13,50 in plaats van € 18,50. (max. 2 pers./bon). Voor online bestellingen geldt de actiecode: RK197.



zondag - 21 jul

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.



zaterdag - 27 jul

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.


aug 2019

datum/tijd evenement

zondag - 04 aug

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.



zondag - 11 aug

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.



donderdag - 15 aug

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering Maria ten Hemelopneming

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.

 



zaterdag - 17 aug

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met Johan en Geeske en het Ceacilliakoor.

 



zondag - 25 aug

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.



zaterdag - 31 aug

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.

Deurcollecte voor MIVA.


sep 2019

datum/tijd evenement

zondag - 08 sep

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering met Kinder Woord Dienst

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.

Tijdens de viering is er een Kinder Woord Dienst, begeleid door de Werkgroep Kind en Kerk.



woensdag - 11 sep

Sneek 14:15 KBO – BINGOMIDDAG IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op woensdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: Tineke de Jager



zondag - 15 sep

09:30 - 10:30 Openluchtviering in Greonterp

Met pastoor van der Weide, pastor Foekema en het Ceacilliakoor.

 



donderdag - 19 sep

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zondag - 22 sep

Blauwhuis 11:00 - 12:00 Vormselviering en afsluiting jubileum jaar

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met Bisschop van der Hout, pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.

 



donderdag - 26 sep

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zaterdag - 28 sep

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.


okt 2019

datum/tijd evenement

donderdag - 03 okt

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zondag - 06 okt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering met Kinder Woord Dienst

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met Natasje en … en het Ceacilliakoor.

Tijdens de viering is er een Kinder Woord Dienst, begeleid door de Werkgroep Kind en Kerk.



woensdag - 09 okt

Sneek 14:15 KBO – BINGOMIDDAG IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op woensdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: Tineke de Jager



donderdag - 10 okt

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zaterdag - 12 okt

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.



donderdag - 17 okt

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zondag - 20 okt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Gezinsviering Wereldmissiedag

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en Gelegenheidskoor.

Deurcollecte voor Wereldmissiedag.



donderdag - 24 okt

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zaterdag - 26 okt

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.



donderdag - 31 okt

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma


nov 2019

datum/tijd evenement

zaterdag - 02 nov

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Allerzielen/Allerheiligen

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.



donderdag - 07 nov

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



woensdag - 13 nov

Sneek 14:15 KBO – BINGOMIDDAG IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op woensdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: Tineke de Jager



donderdag - 14 nov

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



donderdag - 21 nov

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



donderdag - 28 nov

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma


dec 2019

datum/tijd evenement

donderdag - 05 dec

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



woensdag - 11 dec

Sneek 14:15 KBO – BINGOMIDDAG IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op woensdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: Tineke de Jager



donderdag - 12 dec

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma


Powered by Events Manager

Wij willen onze website graag verbeteren

Daarvoor verzoeken wij u ons toe te staan gebruik te maken van cookies. Deze cookies betreffen geanonimiseerde gegevens voor Google-Analytics. Indien u deze cookies afwijst kunt u toch onze gehele website bekijken zonder dat enige data aan een derde partij wordt verzonden.