Evenementenlijst Sint Antoniusparochie

nov 2018

datum/tijd evenement

dinsdag - 20 nov

Hele dag Gedenkdag Bernard van Hildesheim, bisschop

Bernward (ook Bernard) van Hildesheim osb, Duitsland; bisschop; † 1022.

Afbeelding van Berbard van Hildesheim
16e eeuw. Houtsculptuur. Duitsland, Hildesheim, Roemermuseum.

http://www.heiligen.net/afb/11/20/11-20-1022-bernward_1.jpg

Feest 20 november.

Hij werd rond 960 uit een adellijk Saksisch geslacht geboren. Hij blijkt een veelzijdig man, want hij staat te boek als architect, schilder, beeldhouwer en edelsmid. Geen wonder dat hij gevraagd werd als persoonlijk leermeester en geestelijk leidsman van de latere keizer Otto III (980-1002).
Op advies van bisschop Willigis van Mainz († 1011; feest 23 februari) wordt hij in 993 bisschop van Hildesheim. Hij sticht de Sint-Michaelsabdij, het eerste manneklooster in zijn bisdom. Hij is een gewetensvol leider met hart voor zijn mensen; hij heeft niet alleen zorg voor hun geestelijk welzijn, maar ook voor hun materiële noden. Zo laat hij versterkingen en vestingen bouwen om zijn mensen te beschermen tegen de invallen van Noormannen en Slaven.
Zoveel hij maar kan, is hij een bezield bevorderaar van de kunst. Beroemd zijn de naar hem genoemde bronzen deuren van de domkerk te Hildesheim (1015); zij tonen in reliëf scènes uit het Oude en Nieuwe Testament.

Verering & Cultuur

Na zijn dood zette men hem plechtig bij in de kerk van ‘zijn’ Sint-Michielsabdij. Hij werd opgevolgd door Sint Godehard († 1038; feest 5 mei).

In 1192 is hij heilig verklaard als eerste heilige van Saksische afkomst. Ook zijn zuster Judith van Ringelheim wordt als heilige vereerd.
Hij is patroonheilige van het bisdom Hildesheim; en van de goudsmeden.
Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter en staf); met een door hemzelf gemaakt metalen kruis; met een model van het door hem gestichte klooster St-Michaël; met hamer (verwijzing naar zijn vroegere beroep).



woensdag - 21 nov

Hele dag Feestdag van de Opdracht van de H. Maagd Maria

Maria’s Opgang naar de Tempel, Jeruzalem, Palestina; † ca 12 vóór Christus.

Afbeelding Maria’s opgang naar de Tempel

ca 1925. Schilderij België, Brugge, Huize Iñigo.

http://www.heiligen.net/afb/11/21/11-21-00--12-maria_1.jpg

Feest 21 november.

Dit feest berust op oeroude legenden.
Maria’s vader en moeder, Joachim en Anna, hadden beloofd dat ze hun kind aan God zouden toewijden.

Toen het van de borst af was, Maria was toen drie, kwam het moment die gelofte gestand te doen.

Ze werd door haar ouders naar de tempel gebracht. Zo klein ze ook was, op het moment dat ze boven aan de trap de hogepriester zag staan, snelde ze naar boven zonder ook nog maar één keer om te kijken naar haar vader en moeder: zo verlangde ze ernaar in dienst van God te treden…

Vanaf dat moment aldus de legende – verbleef Maria in de tempel als een pikkende duif en zij ontving voedsel uit de hand van een engel.



woensdag - 21 nov

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


donderdag - 22 nov

Hele dag Feestdag H. Cecilia, martelares met Valerius & Tiburtius

Cecilia van Rome, Italië; maagd & martelares met Valerianus & Tiburtius; † na 229.

Afbeelding H. Cecilia, Valerianus & Tiburtius

12e eeuw, handschriftverluchting (Biblia di Santa Cecilia).
Midden Cecilia,
aan haar rechterhand (voor ons links) Tiburtius,
aan haar linkerhand (voor ons rechts) Valerinanus.
Alle drie door de engel opgenomen in het paradijs, aangeduid door de bomen.

http://www.heiligen.net/afb/11/22/11-22-0229-cecilia_13.jpg

Feest 22 november.

Legende
Cecilia was in de middeleeuwen zo populair dat er almaar meer verhalen om haar persoon geweven zijn. Met als gevolg dat het vandaag de dag eenvoudig niet meer mogelijk is in de verhalen waarheid en legende uit elkaar te houden.
Zij zou opgegroeid zijn in een christenfamilie. Zoals vaak in de begintijd van het christendom nam zij zich voor maagd te blijven; teken dat zij haar geloof temidden van de Romeinse cultuur in alle zuiverheid wilde bewaren; zo kon zij het beste getuigen van de alles omvattende liefde tot Christus. Ze had die belofte gedaan in de stilte van haar gebed.

Haar ouders waren er niet van op de hoogte en arrangeerden naar de gewoonte van die tijd een huwelijk voor haar met een aantrekkelijke partner. In dit geval ging het om een rijk man, Valerianus geheten († 229; feest 14 april). Ze besloot hem haar vrome voornemen kenbaar te maken. Op het moment dat de bruidsmuziek weerklonk, aldus de legende, fluisterde zij Valerianus in het oor dat zij had besloten maagd te blijven omwille van Christus. Door haar heilige ernst speelde zij het klaar hem te winnen voor haar ideaal. Hij maakte kennis met haar godsdienst en liet zich dopen. Ook zijn broer Tiburtius († 229; feest 14 april) wist zij over te halen omwille van Christus verder ongehuwd door het leven te gaan.
Niet lang daarna ondergingen beide broers de marteldood. Al de goederen die nu aan haar toevielen verdeelde zij onder de armen. De corrupte belastingdienst van die dagen had gehoopt er een voordelig slaatje uit te slaan, maar de ambtenaren visten achter het net. Uit teleurstelling lieten ze haar arresteren. Na veel geharrewar werd ze ter dood veroordeeld door de nekslag met de bijl.

Verering & Cultuur
Op de plaats in Rome waar zij de marteldood had ondergaan, vermoedelijk in de buurt van haar huis, verrees in de 5e eeuw een naar haar genoemde kerk, die in de 9e eeuw werd vernieuwd. In 1599 werden er in het kader van een restauratie opgravingen gedaan. Men vond het lijk van een jonge vrouw, nog volkomen intact, liggend op haar rechterzij, gehuld in een lang gewaad met goudbrokaat. De hals vertoonde een diepe wonde, de kleding bloedsporen. De beeldhouwer Maderno heeft haar precies zo in marmer uitgehouwen.
Beroemd is het verhaal over haar vingers. De ene hand laat drie, de andere één uitgestrekte vinger zien. Dat zou het symbool zijn voor haar geloof in de Drieëne God.

Zij is patrones van de (kerk)muziek, omdat zij – volgens de legende – juist toen op de ochtend van haar huwelijksdag de bruidsmuziek begon te spelen, haar bruidegom Valerianus in het oor fluisterde dat zij eigenlijk het liefste maagd wilde blijven omwille van Christus. Met een kleine wijziging is deze tekst opgenomen in Cecilia’s liturgie. De eerste antifoon van haar vespers zingt: “Cantantibus organis Caecilia virgo in corde suo soli Domino decantabat dicens: Fiat Domine, cor meum et corpus meum immaculatum, ut non confundar” (= “Terwijl orgeltonen klonken, zong Cecilia in haar hart voor de Heer alleen met de woorden: Mogen, Heer, mijn hart en mijn lichaam vlekkeloos blijven, opdat ik niet beschaamd zal worden”).
Ontelbaar zijn de koren, orkesten, blaaskapellen en muziekverenigingen die de naam van Sint-Cecilia dragen.
Zij wordt afgebeeld met een orgeltje of met andere muziekinstrumenten; soms met een boek of met een palm (symbool van de overwinning; martelaren werden in de oude tijd gezien als overwinnaars).

In 1946 publiceerden Gabriël SMIT (rijmpjes) & Piet WORM (prentjes) een boekje over heiligen voor kinderen: ‘Roosjes uit de Hemeltuin’; Utrecht/Antwerpen, De Fontein.

Het bevat ook een rijmpje voor Sint Caecilia:
Caecilia bij uw muziek
Klinkt al mijn zingen zwak en ziek,
Want welke mond zingt ooit zo blij
Zo rein en hemelhoog als gij?
Maak dan dat aan mijn hart ontspringt
Een lied, dat schoon als ’t uwe klinkt.



donderdag - 22 nov

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


donderdag - 22 nov

09:00 met de bus naar de kerstshow bij de Boet in Hoogwoud

We gaan met de bus naar de kerstshow bij ‘de Boet’ in Hoogwoud www.deboet.nl  De Boet is een commercieel tuincentrum. Op deze kerstshow kijk je je ogen uit en ervaar je een prachtige beleving. De kosten zijn 20 euro incl. koffie met gebak.
We vertrekken om 9 uur vanaf het Flexaterrein en niet-leden kunnen mee voor hetzelfde bedrag.

Geef je op voor 5 november want vol is vol.
Gea tel. 419431 of Lenie 414414



donderdag - 22 nov

Sneek 14:00 Kaartmiddag KBO Sneek

Bonifatiushuis, Sneek


vrijdag - 23 nov

Hele dag Gedenkdag H. Trudo van St Truiden, priester en stichter

Trudo (ook Tron, Trond, Trudon, Truiden of Truud) van St-Truiden (ook van Haspengau), België; geloofsverkondiger, priester & stichter; † ca 695.

Afbeelding van Trudo

ca 1880, glasschilderkunst.
België, Brugge, St-Salvator.

http://www.heiligen.net/afb/11/23/11-23-0695-trudo_3.jpg

Feest 23 november.

Hij moet rond 628 in Haspengau geboren zijn als zoon van een adellijk geslacht. Het was Sint Remaclus († ca 675; feest 03 september), die hem naar Metz stuurde om er voor priester te studeren. Hij ontving er de wijding uit handen van bisschop Clodulfus († 696; feest 08 juni). Nu trok hij predikend door Limburg en Brabant; hij stichtte eerst een klooster in Brugge; vervolgens begon hij in 660 een kloostervestiging op zijn eigen landgoed Zerkingen; daaruit groeide de huidige naar hem genoemde stad St-Truiden.

Verering & Cultuur

Sinds 1803 wordt zijn reliekschrijn bewaard in de plaatselijke Onze-Lieve-Vrouwekerk. Er zijn twee Levensbeschrijvingen (= ‘Vitae’) van hem bewaard gebleven: de ene geschreven door Donatus rond 785 en de ander door Theodoricus van Sint-Truiden in 1093.

Een devotielied uit de 15e eeuw zingt:

‘O heilich Sint Truud van grooter weerden
die den mensen te hulpen comt up der eerden
wilt voor ons bidden , heilich sant
al zyt ghy niet bekent in Vlaenderenlant
hu heilich lichame rust int clooster te Aspergauwe
wilt ons verlossen van alle rauwe.’

Hij is patroon van de plaats Sint-Truiden en van fruithandelaren, omdat in die streek veel fruit wordt verbouwd.
Hij wordt afgebeeld als abt, of als priester gekleed in albe en kazuifel; vaak zien we aan zijn voeten een duivelsfiguur; maakt een vrouw blind die hem stoort bij de bouw van de kerk en geneest haar weer.



vrijdag - 23 nov

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 24 nov

Hele dag Gedenkdag HH Andreas Dung-Lac en gezellen, martelaren van Vietnam

HH Andreas Dùng-Lac en gezellen, martelaren van Vietnam; † periode 1745-1862

Afbeelding Andreas en  gezellen

Feest 24 november.

In 1900 en 1909 werden twee grote groepen zalig verklaard die bestonden uit mensen die hun leven voor Christus hadden gegeven in Achter-Azië tussen 1798 en 1861.

Hun heiligverklaring volgde in 1988. De eerste groep telt vierenzestig heiligen, de tweede achtentwintig.

In 1832 werden de christenen officieel verboden. In de jaren daarna vielen er vele slachtoffers onder degenen die trouw bleven aan hun geloof. In de periode 1856 – 1862 vonden onder koning Tu-Duc nogmaals heftige christenvervolgingen plaats. Er vielen met name onder de dominicanen, die vooral in dat gebied werkten, vele slachtoffers.

Tot de Vietnamese Martelaren behoren:

Naam Plaats Jaar Mnd.Dag

Bisschoppen
Dominico Henares Tay Ban Nha 1839 06.25
Ignacio Delgado y Cebrian Ha Noi 1839 07.12
Jerónimo Hermosilla Tay Ban Nha 1861 11.01
Jose Maria Diaz Sanjurjo Tay Ban Nha 1857 07.20
Melchior Garcia Sampedro Suarez Tay Ban Nha 1858 07.28
Pierre Borie Phap 1838 11.24
Valentino Berrio Ochoa Tay Ban Nha 1861 11.01
Priesters
Anre Dung Lac Ha Noi 1839 12.21
Augustin Schoeffler Phap 1851 05.01
Benado Vu Van Due Bui Chu 1838 08.01
Daminh Cam Bac Ninh 1859 03.11
Daminh Mau Bui Chu 1858 11.05
Daminh Nguyen Van Hanh (Dieu) Thanh Hoa 1838 08.01
Daminh Nguyen Van Xuyen Thai Binh 1839 11.26
Daminh Trach Bui Chu 1840 09.18
Daminh Tuoc Bui Chu 1839 04.02
Emanuele Nguyen Van Trieu Hue 1798 09.17
Giacobe Do Mai Nam Thanh Hoa 1838 08.12
Gioan Dat Ha Noi 1798 10.28
Gioan Doan Trinh Hoan Qui Nhdn 1861 05.26
Giuse Dang Dinh Vien Thai Binh 1838 08.21
Giuse Do Quang Hien Bui Chu 1840 05.09
Giuse Nguyen Dinh Nghi Ha Noi 1840 11.08
Giuse Tuan Thai Binh 1861 04.30
Isidore Gagelin Phap 1833 10.17
Jacinto Castañeda Tay Ban Nha 1773 11.07
Jean-Charles Cornay Phap 1837 09.20
Jean-Louis Bonnard Phap 1852 05.01
Jean-Théophane Vénard Phap 1861 02.02 afb. #2
Jose Fernandez Tay Ban Nha 1838 07.24
Josèph Marchand Phap 1835 11.30
Lorenso Nguyen Van Huong Ha Noi 1856 04.27
Luca Va Ba Loan Ha Noi 1840 05.05
Martino Ta Duc Thin Ha Noi 1840 11.08
Mateo Alonso de Leziniana Tay Ban Nha 1745 01.22
Pedro Almato Ribeira Tay Ban Nha 1861 11.01
Phanxico Gil de Frederich Tay Ban Nha 1745 01.22
Phaolo Le Bao Tinh Thanh Hoa 1857 04.06
Phaolo Le Van Loc Sai-Gon 1859 02.13
Phaolo Nguyen Ngan Thanh Hoa 1840 11.08
Phaolo Pham Khac Khoan Ha Noi 1840 04.28
Phero Doan Cong Quy Sai-Gon 1859 07.31
Phero Khanh Vinh 1842 07.12
Phero Le Tuy Vinh 1833 11.10
Phero Nguyen Ba TuanThai Binh 1838 07.15
Phero Nguyen Van Luu Sai-Gon 1861 04.07
Phero Ngyuen Van Tu Bui Chu 1838 09.05
Phero Truong Van Thi Ha Noi 1839 12.21
Philiphe Phan Van Minh Sai-Gon 1853 07.03
Pierre Jaccard Phap 1838 09.21
Pierre-François Néron Phap 1860 11.03
Toma Dinh Viet Du Bui Chu 1839 11.26
Toma Khuong Thai Binh 1861 01.30
Vinh-Son Do Yen Bui Chu 1838 06.30
Vinh-Son Le Quang Liem Bui Chu 1773 11.07
Vinh-Son Nguyen The Diem Vinh 1838 11.24
Katechisten
Anre Nguyen Kim Thong (Nam, Thuong) Bui Chu 1855 07.15
Anton Nguyen Huu (Nam) Quynh Qui Nhon 1840 07.10
Daminh Bui Van Uy Thai Binh 1839 12.19
Gioan Baotixita Dinh Van Thanh Phat Diem 1840 04.28
Giuse Ngueyn Van Luu Vinh Long 1854 05.02
Giuse Nguyen Dinh Uyen Bui Chu 1838 07.03
Giuse Nguyen Duy Khang Hai Phong 1861 11.06
Mateo Nguyen Van Phuong Qui Nhon 1861 05.26
Phanxico Xavie Can Ha Noi 1837 11.20
Phanxico Xavie Ha Trong Mau Thai Binh 1839 12.19
Phaolo Nguyen Van My Ha Noi 1838 12.18
Phero Doan Van Van Ha Noi 1857 05.25
Phero Nguyen Khac Tu Vinh 1840 07.10
Phero Nguyen Van Hieu Ha Noi 1840 04.28
Phero Truong Van Duong Ha Noi 1838 12.18
Phero Vu Van Truat Hung Hoa 1838 12.18
Toma Tuan Thai Binh 1840 07.21
 
Leken
Inê Le Thi Thanh (Dê) Thanh Hoa 1841 07.12
Anre Tuong Bui Chu 1862 06.16
Anre Tran Van Trong Sai Gon 1835 11.28
Anton Nguyen Dich Ha Noi 1838 08.12
Agostino Nguyen Van Moi Hai Binh 1839 12.19
Agostino Ohan Viet Huy Ha Noi 1839 06.13
Daminh Huyen Thai Binh 1862 06.05
Daminh Mao Bui Chu 1862 06.16
Lorenso (Daminh?) Ngon Bui Chu 1862 05.22
Daminh Nguyen Bui Chu 1862 06.16
Daminh Nhi Bui Chu 1862 06.16
Daminh (Nicola) Dinh Dat Bui Chu 1839 07.18
Daminh Ninh Bui Chu 1862 06.02
Daminh Pham Trong (An) Kham Bui Chu 1859 01.13
Daminh Toai Thai Binh 1862 06.05
Emmanuele Le Van Phung Sai Gon 1859 07.31
Franxico Do Van (Minh?) Chieu Bui Chu 1838 06.25
Franxico Phan Van Trung Hue 1858 10.06
Gioan Baotixita Con Ha Noi 1840 11.08
Giuse Hoang Luong Canh Bac Ninh 1838 09.05
Giuse Le Dang Thi Hue 1860 10.24
Giuse Pham Trong (Cai) Ta Bui Chu 1859 01.13
Giuse Tuan BuiChu 1862 11.07
Giuse Tuc Thai Binh 1862 06.01
Luca Pham Trong (Cai) Thin Bui Chu 1859 01.13
Martino Tho Ha Noi 1840 11.08
Matteo Le Van Gam Sai Gon 1847 05.11
Micae Ho Dinh Hy Hue 1857 05.22
Micae Nguyen Huy My Ha Noi 1838 08.12
Nicola Bui Duc (Viet?) The Bui Chu 1839 06.13
Phaolo Hanh Sai Gon 1859 05.28
Phaolo Tong Viet Buong Sai Gon 1833 10.23
Phero Da Bui Chu 1862 06.17
Phaolo (Phero?) Duong ( Dong) Thai Binh 1862 06.03
Phero Dung Thai Binh 1862 06.06
Phero Thuan Thai Binh 1862 06.06
Phero Vu Dang Khoa (priester?) Vinh 1838 11.24
Simon Phan Dac Hoa Sai Gon 1840 12.12
Stephano Nguyen Van Vinh Thai Binh 1839 12.19
Toma Nguyen Van De Thai Binh 1939 12.19
Thomas Tran Van Thien Hue 1838 09.21
Vinh-Son Duong Thai Binh 1862 06.06
Vinh-Son Tuong Bui Chu 1862 06.16


zaterdag - 24 nov

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek


zaterdag - 24 nov

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



zaterdag - 24 nov

Roodhuis 19:30 Eucharistieviering - Christus Koning

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

met Pastoor van der Weide



zondag - 25 nov

Hele dag Gedenkdag van H. Catharina van Egypte, martelares

Catharina (ook Aikaterinè of Ekatarina) van Alexandrië (ook de Grote), Egypte; martelares; † 310.

Afbeelding Catharina van Alexandrië

1888. Glasvenster door Hezenmans. Nederland, Den Bosch, St-Janskathedraal
Boven: marteldood van Catharina
Onder: Catharina in twistgesprek met de wijsgeren onder toeziend oog van keizer Maxentius.

http://www.heiligen.net/afb/11/25/11-25-0310-catharina_4.jpg

Feest 25 november.

Inleiding op de legendes
Hieronder volgen twee grote legendes over Catharina van Alexandrië. De tweede, over het martelaarschap van de heilige, is de oudste: waarschijnlijk in de oosterse kerk ontstaan in de zevende of achtste eeuw. In het westen zou het verhaal bekendheid gekregen hebben doordat de kruisvaarders ermee in aanraking kwamen en het meenamen naar onze streken. Feit is, dat de verering van Catharina in het westen precies in die tijd een grote vlucht nam.

In het oosten stamt Catharina’s verering ze wordt daar ook genoemd Ekatarina – al uit de vierde of vijfde eeuw. In ieder geval stamt het klooster op de berg Sinaï in de Egyptische woestijn, dat sinds de oudste tijden aan haar is toegewijd, minstens uit die tijd. Onze legende besluit ook met een ‘verklaring’ voor dat feit.

De eerste legende is uit later tijd. Hier worden alle elementen die in de tweede legende van belang zijn, aangekondigd en klaargezet. Bovendien besluit deze legende met het mystieke huwelijk van Catharina met Christus. Dit verhaal geeft met name de intensiteit en de liefde aan die er tussen God en een mens(enziel) kan bestaan; juist zoals mystieke bijbeluitleggers dat ook menen te zien in het Hooglied. In de beeldende kunst is dat een geliefd thema geworden. Aanvankelijk alleen in de oosterse kerk, maar later ook – vanaf halverwege de vijftiende eeuw – in de westerse.

– Eerste Legende
Voordat Constantius Chlorus (293-306), de vader van Constantijn de Grote († 337; feest 21 mei), trouwde met de latere keizerin Helena († ca 328; feest 18 augustus), had hij al een vrouw gehad. Maar deze was gestorven in het kraambed van haar eerste kind. Dat kind was een zoon, Costes genaamd. Zijn vader bracht diens huwelijk tot stand met de enige dochter en erfgenaam van het Egyptische koningshuis. Zij was een deugdzame prinses, Sabellina geheten. Hij leefde met haar geruime tijd in welvaart en voorspoed, zij het dan volgens heidense wetten, want ze waren jammer genoeg afgodendienaars.

Zoals dat gewoonlijk gaat bij moeders die het leven zullen schenken aan een heilige, had koningin Sabellina een profetische droom. Haar werd daarin de roem voorspeld van haar eerste kind. Niet lang daarna bracht ze dat kind ter wereld en ze noemde het Catharina, ‘rein en zuiver’. Op het moment dat ze het levenslicht aanschouwde leek het wel alsof een stralend licht haar omspeelde.

Van jongs af aan was zij de oogappel van al wie met haar te maken kregen, omdat ze even lieflijk van karakter was als van uiterlijk. Ze dronk met zoveel gulzigheid aan de bron van de wijsheid, dat ze op vijftienjarige leeftijd niemand meer had die zich met haar kon meten in de filosofie der heidenen. Ze was thuis in de kennis der sterren, planeten en kosmische verschijnselen; ze wist alles van sinus en cosinus, en van twee- of driedimensionale meetkunde. Ze zou antwoord geweten hebben op al de vragen waarmee de koningin van Sheba indertijd bij koning Salomo was aangekomen. Het liefst las ze in de werken van Plato. En door bij Socrates in de leer te gaan had ze zich een al maar edeler en zuiverder levensinstelling eigen gemaakt.

Haar vader, de koning, gelastte, dat de zeven knapste geleerden de hele dag bij haar in de buurt moesten zijn. Maar Catharina was zo goddelijk begaafd, dat zij ze allemaal de baas was. In plaats dat zij haar leermeesters werden, waren ze in feite haar leerlingen. Daarnaast liet haar vader voor haar een toren bouwen met allemaal kamers en meetkundige apparaten, zodat ze naar hartelust kon studeren.

Het was ongeveer in deze tijd, dat haar vader, koning Costes, stierf. Zij erfde zijn koninkrijk en alles wat daarbij hoorde. Maar ook als koningin toonde Catharina net als daarvóór minachting voor alle wereldse beslommeringen en uiterlijk vertoon. Ze sloot zichzelf op in haar paleis en wijdde zich eens te meer aan haar studies. Maar dat beviel haar onderdanen niet. De edelen kwamen haar opzoeken en gaven als hun wens te kennen, dat er een parlement bijeengeroepen zou worden. De gedeputeerden wezen haar erop hoeveel tijd en aandacht zij aan haar studie besteedde, en dat het daarom raadzaam was een man te huwen, die als koning zou kunnen regeren en het leger aanvoeren.

Dit bracht haar volkomen in de war. Ze sprak: “Wat zou dat voor een man moeten zijn?”

“Vrouwe”, gaf de woordvoerder ten antwoord, “u bent vorst over ons allen, onze koningin; iedereen weet, dat u beschikt over vier kostbare gaven. Op de eerste plaats, dat u van de hoogst denkbare afkomst bent; op de tweede plaats, dat u de grootste schatten geërfd hebt en voor zover wij weten de rijkste vrouw bent ter wereld; op de derde plaats, dat u in kennis, kunde en geleerdheid iedereen de baas bent; en op de vierde plaats bezit u een gratie en schoonheid zoals wij die bij niemand anders ooit hebben gezien. Welnu, als de goede God u met zulke uitnemende gaven heeft toegerust zoals Hij met niemand anders heeft gedaan, zouden wij u willen verzoeken om te zien naar een echtgenoot, zodat u straks een erfgenaam voor dit alles zult hebben, tot zegen van al uw onderdanen.”

“Als God en de natuur – zoals u zegt – zulke goede dingen in ons tot stand hebben gebracht, aldus Catharina in haar reactie, zien wij ons des te meer genoodzaakt Hém te beminnen en te behagen, en dientengevolge nederigheid te betrachten waar het al deze gaven betreft. Welnu, heren afgevaardigden, luister naar mijn woorden: als dus iemand mijn echtgenoot wil zijn en de heer van mijn hart, dan zal ook hij over vier bijzondere gaven moeten beschikken; gaven die ervoor zorgen, dat iedereen op deze wereld op hem een beroep moet doen, terwijl hij zelf niemands hulp nodig heeft! Dus op de eerste plaats moet hij van zulk een edele afkomst zijn, dat alle mensen hem hun eer betuigen; en tegelijk zo groot van zichzelf, dat ik nooit het gevoel zal krijgen, dat hij koning is geworden dankzij míjn verdiensten. Op de tweede plaats moet hij zo rijk zijn, dat er niemand rijker is dan hij. Hij moet zo schoon zijn, dat zelfs de engelen van de hemel niets anders willen dan in zijn dienst te mogen staan. Tegelijk moet hij zo mild zijn, dat hij alle onrecht en kwaad kan vergeven die hem worden aangedaan. Vind zo iemand voor me, en hem zal ik tot echtgenoot nemen en maken tot de heer van mijn hart.”

Nu sloot ze haar ogen en bleef verder onbeweeglijk stil zitten. En alle heren en edelen en raadslieden keken elkaar aan en wisten niet wat hierop nog te antwoorden: “Zo eentje als zij er wil hebben is er nooit geweest en zal ook wel nooit komen.”
Daar stonden ze nou met hun verlangen. Ook haar moeder, Sabellina, kwam nog een duit in het zakje doen: “M’n lieve kind, waar zul je ooit zo’n echtgenoot vinden?”
Daarop reageerde Catharina met:
“Als ik niet in staat ben hém te vinden, weet hij misschien wel míj te vinden; en anders maar niet.”
En ze had er heel wat mee te stellen om haar maagdelijkheid te bewaren.

Nu leefde er op twee dagreizen afstand van de stad Alexandrië een kluizenaar. Hem verscheen vanuit de hemel de Heilige Maagd Maria. Ze stuurde hem naar de jonge koningin Catharina met de blijde boodschap, dat de echtgenoot die zij wilde hebben wel degelijk bestond: namelijk haar zoon. Die was immers groter dan welke vorst ter wereld ook: Hij was de koning der glorie en de Heer van alle machten en krachten. Catharina was bereid Hem als haar toekomstige bruidegom te dienen en te beminnen. Daarop overhandigde de kluizenaar haar een beeltenis van de Heilige Maagd met haar goddelijke Zoon. Op het moment, dat Catharina het hemelse gelaat van de Verlosser van de wereld voor zich zag, werd haar hart vervuld van liefde voor zoveel schoonheid en onschuld. Ze vergat zelfs haar boeken, bollen en bollebozen: ja, Socrates en Plato leken hierbij vergeleken onbenullige mannetjes van de tweede garnituur. Ze zette de afbeelding in haar studeervertrek.

Die nacht had zij een droom. Ze was in gezelschap van de oude kluizenaar op reis. Hij voerde haar naar een heiligdom dat gelegen was op de top van een hoog gebergte. Toen ze de poort bereikten, kwam hun een stoet van in het wit geklede engelen tegemoet. Ze hadden kransen van witte lelies in hun handen. Catharina was zo beduusd dat ze zich op de grond neerwierp. Maar een engel sprak tot haar:
“Sta op, lieve zuster Catharina, en kom binnen.”

Ze brachten haar naar een binnenplaats, waar een tweede stoet van engelen stond, nu gekleed in purper. Zij droegen kransen van rode rozen op het hoofd. Weer wierp Catharina zich ter aarde. Maar ook zij zeiden:
“Sta op, lieve zuster Catharina, want het heeft de koning der glorie behaagd u met eerbetoon te overladen.”

Catharina stond op, tintelend van vreugde. Nu brachten zij haar in een centrale ruimte; daar stond in volle glorie een koninklijke vrouwe; haar majesteit en schoonheid zou geen mensenhart zich kunnen voorstellen, laat staan dat een ordinaire pen ze zou kunnen beschrijven. Om haar heen een gezelschap van engelen, heiligen en martelaren. Zij namen Catharina bij de hand en stelden haar voor aan de koningin: “Onze lieve vrouwe, vol van genade en keizerin des hemels, Moeder van onze zegenrijke koning, met uw welnemen stellen wij hier aan u voor onze geliefde zuster wier naam staat opgetekend in het boek des levens; zij vraagt u in alle nederigheid, dat u haar wilt accepteren als haar dochter en dienstmaagd.”
Onze Lieve Vrouwe, vol van genade en goedheid, heette haar welkom, nam haar bij de hand en bracht haar voor Onze Heer: “U, mijn zegenrijke koning en zoon, zij eer, vreugde en heerlijkheid. Zie, ik plaats hier in uw aanwezigheid uw dienares Catharina; zij heeft uit liefde voor u van alle aardse zaken afstand gedaan.”
Maar de Heer wendde zijn gelaat af en weigerde haar met de woorden:
“Ze is niet geschikt genoeg voor mij, en ook niet mooi genoeg.”

Nu ontwaakte het meisje met een gevoel van groot verdriet, en ze huilde tot het krieken van de morgen.
Toen liet ze de kluizenaar bij zich komen. Ze viel hem te voet en vertelde wat ze allemaal in haar droom had gezien, en riep:
“Wat moet ik doen om mijn hemelse bruidegom waardig te zijn?”

De kluizenaar bemerkte, dat zij nog rondtastte in de duisternis van het heidendom. Hij leidde haar binnen in het christelijk geloof. Toen diende hij haar het doopsel toe, en met haar samen ook haar moeder Sabellina. Toen ze die nacht op bed lag, verscheen haar de Gezegende Maagd opnieuw, nu in gezelschap van haar Zoon, plus nog een hele stoet van engelen en heiligen. En opnieuw stelde Maria Catharina voor aan de Heer der Glorie:
“Nu is ze gedoopt, en ik zelf heb mij aangeboden als haar meter.”

Op dat moment glimlachte de Heer haar toe, strekte zijn hand naar haar uit, sprak een trouwbelofte uit en stak haar een ring aan de vinger.
Bij het ontwaken herinnerde Catharina zich wat zij gedroomd had, en zie, ze droeg een ring aan haar vinger. Vanaf dat moment beschouwde ze zichzelf als de echtgenote van Christus. Ze verachtte de wereld en alle decorum die bij aardse koninklijke waardigheid hoort. Ze was met haar gedachten steeds bij de dag dat zij met haar hemelse Heer en Echtgenoot volkomen verenigd zou zijn. Op deze manier hield ze verblijf in haar paleis te Alexandrië, tot op het moment dat haar moeder Sabellina stierf.

– Tweede Legende
Catharina was de dochter van koning Costes. Van kinds af aan had zij onderricht ontvangen in alle Vrije Kunsten. Eens riep keizer Maxentius (305-311) alle inwoners van de provincie, rijk of arm, bijeen om in Alexandrië hun offers aan de goden te komen brengen. Op dat moment was Catharina pas achttien jaar. Ze was thuis gebleven in haar paleis, tezamen met haar gehele huishouding. Ze hoorde buiten het roerige geluid van gezangen vermengd met weeklachten. Ze liet vragen wat dat rumoer te betekenen had. Toen ze dat te weten was gekomen, tekende ze zich met het kruisteken en begaf zich met een paar dienaars naar het marktplein, waar ze ontzettend veel christenen zag die zich uit angst voor de dood naar de tempel lieten voeren om aan de afgoden te offeren. Ze was tot in haar ziel geraakt door dit schouwspel. Manmoedig ging ze op de keizer af:
“Ik kom u groeten, majesteit, omdat ik dat aan uw waardigheid verschuldigd ben. Maar ook om u ertoe te bewegen uw goden weg te doen, en de ene ware God te aanbidden.”

Vervolgens begaf zij zich in een discussie met de keizer, en gebruikte daarbij de technieken van het syllogisme, van de allegorie en de metafoor. Tenslotte drukte ze zich weer uit in gewone-mensen-taal:
“Ik heb me tot de wetenschapper in u gericht. Maar zegt u me eens eerlijk: hoe hebt u het klaar gespeeld om zoveel mensen bij elkaar te brengen voor de dwaasheid van die afgodenverering?”

Daarop zette zij met zoveel wijsheid de waarheid van Gods menswording uiteen, dat de keizer met stomheid geslagen was en geen antwoord meer had! Tenslotte bracht hij uit:
“Vrouwe, sta me toe eerst deze plechtigheden te beëindigen, daarna zal ik u naar behoren antwoord geven.”

Hij liet haar naar zijn paleis brengen en gelastte dat zij zorgvuldig moest worden bewaakt. Hij was namelijk niet weinig in de war gebracht, omdat zij zo knap was…
Nu wás Catharina ook van een schoonheid die een normaal mens niet kon aanschouwen zonder in extase te raken. Na het feest begaf de keizer zich naar het paleis en zei tot Catharina:
“Ik heb daarnet je welsprekendheid gehoord en je wijsheid bewonderd. Maar ik was te druk met de plechtigheden. Vandaar dat ik niet alles heb begrepen van wat je zei. Begin eens van voren af aan. Wie ben je?”

“Ik ben Catharina, dochter van koning Costes. Ik ben van adellijke afkomst, en van jongs af aan opgevoed in de Vrije Kunsten. Maar dat alles heb ik eraan gegeven en tenslotte mijn toevlucht gezocht bij mijn Heer Jezus. Want die goden van u: die zouden niet in staat zijn ook maar iemand te hulp te komen; u niet of wie dan ook van uw mensen.”
“Ik heb je wel door”, sprak nu de keizer,
“jij probeert met je listige welsprekendheid ons te ontmoedigen, waarbij je dan gebruik maakt van dezelfde trucjes als de filosofen.”

Hij had al snel in de gaten gekregen, dat hij met zijn antwoorden niet tegen haar opkon. Vandaar dat hij in allerijl alle toenmalige wetenschappers en filosofen van de stad Alexandrië bij elkaar liet roepen. Hij stelde hun grote beloningen in het vooruitzicht, als zij erin zouden slagen het jonge meisje de baas te worden.
Er kwamen er wel vijftig op af: allemaal grote mannen en wereldberoemd in hun tak van wetenschap. Eenmaal aangekomen vroegen ze de keizer nog eens uit te leggen waarom precies hij ze van zo heinde en ver bij elkaar had geroepen. De keizer gaf ten antwoord:
“Er is hier een meisje dat in wijsheid en geestkracht haar weerga niet kent. Ze is alle wijze mannen van hier de baas, en ze beweert, dat onze goden in feite niets méér zijn dan boze geesten! Dus het is aan jullie haar tot andere gedachten te brengen. Als het zover is, zal ik jullie rijk beladen met geschenken naar huis terug laten gaan.”

Eén van de redenaars riep:
“Wat een idiote onderneming: om alle wijzen uit de vier windstreken bij elkaar te roepen; alleen maar om een meisje van repliek te dienen; en dan te weten dat waarschijnlijk de eerste de beste beginneling onder onze leerlingen haar al tot zwijgen zou weten te brengen.”

Waarop de keizer reageerde:
“Ik had haar natuurlijk kunnen dwingen tot het offeren aan onze goden, of ik had haar een lijfelijke afstraffing kunnen laten geven. Maar het leek me in dit geval beter, als zij door jullie argumenten tot andere gedachten zou worden gebracht.”

“Laat maar komen: dat kind. Dan zal ze wel moeten toegeven, dat ze het te hoog in haar bolletje heeft; en dat ze tot vandaag kennelijk nog nooit een echte geleerde was tegengekomen.”
Toen Catharina hoorde dat er voorbereidingen werden getroffen voor een openbaar debat, richtte zij zich tot de Heer. Er daalde een engel naar haar af om haar tot standvastigheid te bewegen. Hij zei:
“Ze zullen je niet omver weten te praten; sterker nog. Jij zult het zijn die hen zal weten te overtuigen van jouw gelijk, en door jouw toedoen zullen ze allemaal de overwinningspalm van het martelaarschap bemachtigen!”

Ze werd tenslotte voor keizer Maxentius geleid. Daar riep ze onmiddellijk:
“Kunt u wel: met vijftig gediplomeerde redenaars tegen één jong meisje? En waarom belooft u hun bij een eventuele overwinning wél een beloning en mij niet? Maar wees gerust. Mijn beloning zal bestaan in de Heer Jezus Christus: Hijzelf is de hoop en de kroon van allen die voor Hem strijden.”
De redenaars begonnen haar meteen duidelijk te maken, dat een God onmogelijk mens kon worden en een groot lijden ondergaan. Waarop zij antwoordde, dat het nota bene de heidenen zelf waren geweest, die de menswording van Christus hadden voorzegd. Want stond er bij de Sibylle niet te lezen: ‘Gelukkig de God die aan een kruishout hangt’?
En zo voer Catharina voort ten overstaan van de redenaars. Ze wist ze in de hoek te dringen met glasheldere argumenten, totdat ze volkomen overdonderd waren en werkelijk niet wisten wat ze nog moesten zeggen.
De keizer was natuurlijk woedend. Hij hoonde, dat zij zich schandelijk in de luren hadden laten leggen door een jong ding. Maar de meest wijze van deze geleerde mannen nam namens al zijn collega’s het woord:
“U moet weten, majesteit, dat er nog nooit iemand in staat is geweest om ons te weerstaan. Maar het moet wel Gods Geest zelf zijn die in dit meisje spreekt. Zij heeft ons dermate vervuld met bewondering, dat we geen woord meer durven inbrengen tegen die Christus: wij komen dan ook tot de slotsom dat Hij wel de enige ware God moet zijn!”

De keizer was buiten zichzelf van woede, en liet ze allemaal midden in de stad levend verbranden. Catharina stond hen bij, en wist hun nog juist te bevestigen in de laatste waarheden van het geloof. Het enige waar ze zich over beklaagden, was dat ze nog niet gedoopt waren. Maar zij stelde ze gerust:
“Daar hoef je niet bang voor te zijn. Jullie bloed zal je tot doopsel dienen.”

Ze ontvingen allen het kruisteken. Toen werden ze in het vuur geworpen. Terwijl ze hun levensgeest aan God teruggaven, werden hun haren en kleren door het vuur niet aangetast. De christenen belastten zich met hun begrafenis.
Intussen sprak de keizer tot Catharina:
“Denk toch om je jeugd, en ik zal je tot keizerin maken in mijn paleis. We zullen een standbeeld van je laten maken; dat stellen we dan op in het centrum van de stad; zodat het volk je zal komen vereren en aanbidden.”
“Houd toch op met dingen te zeggen die al een misdaad zijn wanneer je eraan denkt. Ik heb nu eenmaal Christus als bruidegom uitgekozen; Hij is mijn eer en mijn liefde. Je kunt dartelen of martelen, maar je kunt me nooit van Hem af brengen.”
Daarop liet de keizer haar ontkleden, haar met ijzeren gesels slaan en vervolgens voor tien dagen opsluiten in een onderaardse kerker zonder eten of drinken.

Toen moest de keizer even weg naar een andere provincie. Zijn vrouw, die een minnaar had die Porfyrius heette, kwam Catharina midden in de nacht in haar gevangenis opzoeken. Eenmaal binnen bemerkte ze welk een stralend licht de kerker vervulde, en ze zag hoe Vrije Kunsten haar wonden verbonden. Catharina legde haar daarop uit welk een eeuwige vreugden aan dit alles verbonden waren, en zo wist ze haar te bekeren. En ze zei:
“Je zult nog de marteldood sterven.”

Toen Porfyrius hiervan hoorde, kwam ook hij naar Catharina. Hij wierp zich voor haar voeten neer en ook hij ontving het geloof in Christus, tezamen met tweehonderd van zijn manschappen.
Twaalf dagen na zijn vertrek keerde de keizer terug. Hij liet het meisje voor zich brengen in de veronderstelling, dat ze door die langdurige vasten wel een toontje lager zou zingen. Maar toen hij haar daar zo blakend en stralend voor zich zag staan, veronderstelde hij, dat iemand haar intussen stiekem in de gevangenis te eten moest hebben gebracht. Hij liet dus zijn bewakers één voor één afranselen. En Catharina maakte hem duidelijk:
“Geen menselijk wezen is mij te eten komen geven; het was Christus zelf door middel van zijn engelen.”

De keizer was eens te meer onder de indruk van haar schoonheid, en nogmaals stelde hij haar voor om haar naast zich op de troon te doen verheffen. Maar zij weigerde. Daarop zei hij:
“Nou, dan kun je kiezen: ofwel je offert aan de goden, en je zult het er levend van afbrengen; ofwel je zult onder helse pijnigingen aan je eind worden gebracht!”

Waarop zij antwoordde:
“Bedenk maar de verschrikkelijkste pijnigingen en ga je gang maar, want ik ben er onderhand aan toe om mijn vlees en bloed als een offergave aan Jezus aan te bieden: Hij heeft immers voor mij hetzelfde gedaan! Hij is mijn God, mijn meester, mijn bruidegom en minnaar, en niemand anders.”

Een prefect fluisterde nu de keizer het idee in om vier wielen te laten maken, voorzien van ijzeren punten, om daarmee het lichaam van Catharina uiteen te scheuren. Zo zouden de andere christenen worden afgeschrikt. Men besloot, dat men de heilige aan de vier wielen zou vastbinden en dat men twee wielen de ene kant op zou laten draaien en twee de andere kant. Op die manier zou straks Catharina’s lichaam er in vellen en flarden bijhangen. Maar zij smeekte God, dat Hij ter ere van zijn naam en voor de bekering van allen die zich eraan stonden te vergapen, deze helse machine zou vernietigen. Daarop donderde een engel het gevaarte met zoveel geweld ondersteboven, dat er vierduizend man onder verpletterd werden.

Dat was het moment waarop de keizerin, die alles van boven uit het paleis had gadegeslagen, de moed had om naar beneden te komen en aan haar man te zeggen, dat ze het met al die gruwelijkheden nu wel welletjes was geweest. De vorst beval haar de borsten af te snijden en vervolgens het hoofd in tweeën te klieven. Nu de keizerin het martelaarschap tegemoet ging, vroeg ze aan Catharina voor haar te bidden. Maar Catharina sprak haar moed in:
“Wees gerust, lieve prinses van God, want je koningschap van deze wereld gaat nu veranderd worden in een eeuwig koningschap, en in plaats van een sterflijke echtgenoot krijg je nu een onsterflijke.”

Nu begon de keizerin haar beulen zelfs tot spoed aan te manen: zo bemoedigd was zij door Catharina’s woorden. Ze brachten haar dus buiten de stad en deden aan haar wat de keizer bevolen had. Porfyrius kwam haar stoffelijk overschot weghalen om het te begraven.

De volgende morgen liet Maxentius aan de beulen om het lichaam van zijn vrouw vragen in de veronderstelling dat zij zich ervan ontdaan hadden. Maar Porfyrius trad naar voren en verhief temidden van de mensenmenigte zijn stem:
“Ik was het die haar begraven heb, omdat ik net als zij het christelijk geloof heb omhelsd.”
Maxentius brulde van spijt en van woede: “Moet je zien: nu heeft zelfs Porfyrius, mijn steun en toeverlaat, de enige nog die ik vertrouwde, zich het hoofd op hol laten brengen.”
En de soldaten die erbij stonden, riepen:
“Ook wij zijn christen geworden en wij zijn bereid ervoor te sterven!”

Maxentius liet ze allemaal in blinde woede onthoofden, Porfyrius incluis. Hun lijken moesten voor de honden worden geworpen.

Nu wendde hij zich tot Catharina:
“Jouw toverkunsten hebben ervoor gezorgd, dat de keizerin is gestorven. Nog blijft mijn aanbod overeind: je kunt als je wilt de eerste worden in mijn paleis.”

Zij wees dit voorstel natuurlijk verontwaardigd van de hand. Nu gelastte hij, dat ze onthoofd moest worden. Toen zij naar de plaats van de terechtstelling werd gevoerd, hief zij haar ogen ten hemel, en sprak:
“Jezus, jij bent de hoop en het heil van alle gelovigen; de eer en de roem van de maagden; jij bent onze lieve Heer: verhoor mijn gebed. Geef, dat ieder die mij aanroept in het uur van zijn dood of in één of andere vorm van gevaar, gered wordt krachtens alles wat ik hier nu heb moeten doorstaan.”

En een stem uit de hemel sprak:
“Kom maar hier, mijn lieve bruid; de deuren van de hemel staan wijd voor je open. En ieder die jouw martelingen gedenkt, zal ik geven wat hij ook vraagt.”

Op dat moment vielen de slagen neer op haar hoofd. Er stroomde melk in plaats van bloed uit haar wonden.
Engelen kwamen haar stoffelijk overschot halen en droegen het vandaar naar de berg Sinaï, waar het twintig dagen later al werd begraven. Tot op de dag van vandaag stroomt er een wonderdadige olie uit haar gebeente, die iedere zwakte of ziekte geneest. Het martelaarschap van Catharina viel ongeveer in het jaar 310.

Verering & Cultuur
Zij is patrones van de jonge (ongehuwde) meisjes, maagden, meisjes in het algemeen en van echtgenoten en gehuwde vrouwen en van voedsters; van kloosterzusters; van scholieren, studenten, docenten (onderwijzend personeel), wijsgeren, filosofen en theologen, wetenschappers, hoogleraren, predikers, redenaars, schrijvers en dichters; van juristen, advocaten, notarissen en wetgeleerden; van leraren; van bibliothecarissen en boekdrukkers; op grond van het rad uit haar martelgeschiedenis van alle ambachtslieden waar draaibewegingen aan te pas komen zoals molenaars, pottenbakkers, messen- en scharenslijpers, wiel- en wagenmakers, leerlooiers, touwslagers, spinners en spinsters en van daaruit van wevers, naaisters, modisten, modeontwerpers, kleermakers, schoenmakers en lakenhandelaren; van kappers en kapsters; en van tabakshandelaren.

Zij is patrones van bibliotheken, meisjesscholen, van de onderwijzende stand, seminaries, universiteiten (waaronder Parijs).

Haar voorspraak wordt ingeroepen tegen ademnood, barenspijnen, gewrichtsziekten, hersenziekten, hoofdpijn, ringworm (‘katrienenrad’ of ‘-wiel’), migraine, ringworm, tongziekten, zweren; daarnaast om tot de dood te volharden en om verdronkenen terug te vinden.

In de Oosterse kerk wordt zij vereerd als heilige genezer; in het Westen behoort zij tot de veertien Noodhelpers.
Vaak wordt zij afgebeeld in gezelschap van de heilige Barbara. Zowel in het oosten als in het westen (zie beide afbeeldingen).
In dat geval symboliseren zij in de westerse kunst het kloosterleven: Catharina het contemplatieve of beschouwende en Barbara het actieve of apostolische.
Waarom die symbolische betekenis zo over beiden is verdeeld…?

In Midden- en Oost-Europa komt hen als derde vaak de heilige maagd Margaretha vergezellen. In het Duitse taalgebied spreekt men van ‘Die Drei Heiligen Madl’:
“Margaretha mit den Wurm
Barbara mit dem Turm
Katharina mit dem Radl:
Das sind die drei heil’gen Madl.”

Tenslotte komt er soms nog een vierde heilige maagd bij: Dorothea. In dat geval spreekt men van ‘De Vier Kapitale Maagden’ (Quattuor Virgines Capitales).

– Catharina in Nederland
In Nederland is zij patrones van Eindhoven. Er zijn Catharinakerken te Aalsum (Friesland), Akkrum, Amsterdam, Barneveld, Breda (begijnhofkerk), Buchten, Bunschoten, Echteld (Gelderland), Eindhoven, Elsloo (Friesland), Grevenbicht, Harderwijk, Hengstdijk, Herpt, ‘s-Hertogenbosch, Heusden, Huizinge (middeleeuwse kerk), Jislum, Jubbega, Kerkrade, Ledacker, Leeuwarden-Hoek, Lemiers, Leunen, Lions, Montfoort, Nijkerk, Papenhoven, Sterksel, Teerns, Ulestraten, Utrecht (zij is patrones van de kathedrale kerk en gaf haar naam aan de Catherijnesingel, het Catherijneconvent en het winkelcentrum Hoog-Catherijne), Wellerlooi, Woudenberg en Zoutelande (gem. Veere); daarnaast nog in Purmerend en Swichum tezamen met Nicolaas.
Bekend is het aan haar gewijde Norbertinessenklooster Catharinadal te Oosterhout (Noord-Brabant).
De Oostpoort te Delft heette in de middeleeuwen Catherijnepoort.

– Catharina in België
De Belgische hoofdstad Brussel kent een Catharinakerk; op haar feestdag vindt het Katrientjesfeest. Daarnaast zijn er Catharina-bedevaartsoorden te Ressegem-Herzele (Oost-Vlaanderen: tesamen met Mauritius), Ruisbroek-Puurs (Antwerpen), St-Katarina-Lombeek-Ternat (Brabant) en St-Katelijne-Waver (Antwerpen); van de beide laatstgenoemde plaatsen is zij tevens beschermheilige.

– Catharina in Duitsland
In Duitsland zijn er Catharinakerken te Braunschweig, Frankfurt/Main, Hamburg en Lübeck.

– Catharina in Frankrijk
Zij is patrones van de abdij Sainte-Cathérine-du-Mont bij Rouen; lange tijd was dit een belangrijke Catharina-bedevaartplaats.

Catharina in Groot-Brittannië
In Engeland wordt zij vereerd te Dunstable (Beds.), Little-Missenden (Buckinghamshire), St-Catherine’s-Hill bij Winchester, St-Catherine’s-Point (I.O.W.) en Winchester (Hants.).
In Schotland vinden we de naar haar genoemde plaatsjes St-Catherine (Argyll) en St-Catherine’s-Dub (Aberdeen)

– Catharina in Zwitserland
Zij is patrones van het kanton Valais en van de plaatsen Fribourg en Sion.

– Buiten Europa
Zij is patrones van de deelstaat Santa Catarina in Brazilië.


zondag - 25 nov

Sneek 10:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek

Voorganger: H. Bücking



zondag - 25 nov

Sneek 11:00 Eucharistieviering - Hoogfeest van Christus Koning

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Hoogfeest van Christus Koning

m.m.v. de Mannenschola en het Caeciliakoor



maandag - 26 nov

Hele dag Gedenkdag H. Johannus Berchmans sj

Jan Berchmans sj, Rome, Italië; religieus & student; † 1621.

Afbeelding H. Jan Berchmans
Glasschilderkunst
Nederland, Sittard, St-Michielskerk.

http://www.heiligen.net/afb/11/26/11-26-1621-jan-berchmans_9.jpg

Feest 26 november.

Jan (Johannes) Berchmans: ‘Het Gewone met Liefde’

Geboren:              12 maart         1599
Ingetreden:         24 september 1616
Gestorven:           13 augustus    1621
Zalig verklaard:    9 mei             1865
Heilig verklaard: 15 januari      1888

Jan Berchmans werd op 12 maart 1599 te Diest (België) geboren als oudste van vijf kinderen. Zijn vader, eveneens Jan geheten, was schoenmaker en één der schepenen van de stad. Zijn moeder heette Elisabeth van den Hove; zij was een vrome vrouw, die veel ziek was.

Jans ouders hadden gehoopt, dat hij zou meehelpen in de zaak. Maar Jan zelf vatte al zeer jong het ideaal op om priester te worden. Op zijn negende jaar kreeg hij de kans om naar de plaatselijke school te gaan, terwijl hij met een aantal jongetjes die hetzelfde ideaal hadden als hij, intern leefde in het rectorshuis van de Onze-Lieve-Vrouweparochie. De pastoor gaf hem les in alles wat met kerk en geloof te maken had. Jan was een uitnemende leerling. Maar na de beëindiging van zijn derde schooljaar in 1612, haalde zijn vader hem er af. Er was eenvoudig geen geld. Toen de pastoor van het begijnhof te Diest hiervan hoorde, bood hij vader aan, dat hij Jan in huis zou nemen als huisknecht; in ruil daarvoor zou hij zijn opleiding betalen.
Reeds een paar weken later verhuisde hij onder dezelfde condities naar kanunnik Jan Froymont in Mechelen. Opvallend was, dat hij alle klusjes die hij op te knappen kreeg (tafeldekken en afruimen, huis schoonhouden, boodschappen rondbrengen, tuin bijhouden, voor twee jongere mede-internen zorgen), met zo’n opgewekt gemoed deed.

In 1615 openden de jezuïeten een college in Mechelen. Jan ging daarheen om zijn studies af te maken, en wilde jezuïet worden. Het was vooral het levensverhaal van Aloysius van Gonzaga († 1591; feest 21 juni), dat hem daartoe inspireerde.

Intussen was dat de zoveelste tegenvaller voor zijn ouders, die hem graag in de buurt hadden gehouden als parochiepriester. Tenslotte gaf vader toe. Jan was op dat moment 17½ jaar oud. Hij trad in het noviciaat van de paters jezuïeten op 24 september 1616. Daar leerde hij van zijn geestelijk leidsman de eenvoudige doch glanzende levenswijsheid die je als program boven heel zijn leven zou kunnen schrijven: ‘Heiligheid bestaat niet in het verrichten van buitengewone dingen, maar in het buitengewoon verrichten van gewone dingen!’ Nog tijdens dat eerste jaar kreeg hij in de maand december bericht, dat zijn moeder was overleden. Vader zou kort daarna de schoenmakerswinkel sluiten, zelf de priesterstudies op het seminarie aanvatten en twee jaar later al, in april 1618, priester worden gewijd.

Zoals elke jezuïet legde Jan na zijn twee jaar noviciaat de religieuze geloften af van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid. In september van datzelfde jaar 1618 begon hij in Antwerpen aan zijn filosofische studies. Daar gaven ze hem te verstaan dat hij was uitgekozen om zijn studies in Rome te voort te zetten. Hij had gehoopt op weg naar Rome zijn vader nog in Mechelen te kunnen treffen voor een afscheid, maar in plaats daarvan kreeg hij te horen, dat vader juist gestorven was, nog geen zes maanden na diens priesterwijding.

Jan arriveerde in Rome op de laatste dag van december 1618. Hij voltooide zijn drie jaar filosofie met glans, en werd gevraagd om het traditionele Openbaar Dispuut namens de jezuïetenopleiding aan te gaan. Niemand echter realiseerde zich, dat hij het gewone met buitengewone zorg verrichtte en hoeveel werk hij daarvoor verzette. Tot diep in de nacht. Het dispuut verliep prachtig, maar meer nog viel zijn ongezonde kleur op.

Hij bleek aan dysenterie te lijden, en zo verzwakt te zijn, dat er eigenlijk al niets meer aan te doen viel. Hijzelf sprak op zijn ziekbed met grote vanzelfsprekendheid over het paradijs… Huisgenoten, medestudenten, paters die in de stad waren, en zelfs Pater Generaal kwamen hem opzoeken om afscheid te nemen. In de kring van de communiteit ontving hij het sacrament der stervenden op 12 augustus 1621; een aanwezige noteerde later, dat Jan zelf de enige was die niet huilde en heel nuchter zijn kalmte bewaarde. De slapeloze nacht daarop bracht hij in gebed door. Toen de volgende morgen om even over acht de klok aanhoudend luidde van het huis, wist iedereen: onze broeder Jan is gestorven.

Zoals gebruikelijk in de jezuïetenorde schreef een huisgenoot – in dit geval zijn overste – een karakteristiek van de overledene, waaruit wij het volgende citeren: ‘Wat wij allemaal zo in hem bewonderden, was dat hij zo deugdzaam was, zo… vanzelfsprekend deugdzaam. Met Gods genade wist hij van alles wat hij aanpakte iets bijzonders te maken; iets wat precies was zoals het moest zijn.’



maandag - 26 nov

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 27 nov

Hele dag Gedenkdag H. Vergilius van Salzburg, abt & bisschop

Vergilius (ook Fergal, Fearghal of Ferghil) van Salzburg osb, Oostenrijk; abt & bisschop; † 784.

Afbeelding H. Vergilius van Salzburg
1984. Illustratie op omslag boekje over de heilige Virgilius door P. paulus Gordan osb
Duitsland, Salzburg, Eigenverlag.

http://www.heiligen.net/afb/11/27/11-27-0784-vergilius_1.jpg

Feest 27 november.

Vergilius moet rond 700 ergens in Ierland geboren zijn. Waarschijnlijk had hij zijn opvoeding ontvangen in het klooster Colbroney, waar Samthann († 739; feest 18 of 19 december) abdis was. Als jonge Ierse monnik was hij in gezelschap van twee medebroeders, Dobdagrec en Sidonius, op pelgrimstocht gegaan. Datt behoorde indertijd tot hun spiritualiteit van het vreemdelingschap.

Twee jaar lang bracht Vergilius door in een zogeheten Schottenklooster op het vasteland. Schottenkloosters waren pleisterplaatsen voor de rondtrekkende Ierse monniken. Ze dienden als vormingscentra van wetenschap en studie. Ze hadden dan ook de warme steun van de vorst, Pepijn de Korte, de vader van de latere Karel de Grote. Met waarderende brieven van aanbeveling werd Vergilius door Pepijn in 743 naar hertog Odilo van Beieren doorverwezen. Van Odilo kreeg hij de opdracht het werk van de beroemde bisschop Rupert († 717; feest 27 maart) voort te zetten. Deze had voortvarend de geloofsverkondiging in die streken op poten gezet. Tezamen met Dobdagrec begon hij aan het karwei. Sidonius was intussen abt geworden van klooster Chiemsee; later vinden we hem terug als bisschop van de Zuid-Duitse stad Passau.

Vergilius gaf leiding aan de verbreiding van het evangelie zonder zelf bisschop te zijn; hij was door Odilo benoemd tot abt van het St-Petrusklooster in Salzburg. Hij stichtte kloosters, kerken en scholen. Wijdingen en alle andere handelingen waarvoor een bisschop vereist was, liet hij verrichten door een Ierse monnik uit zijn kloostergemeenschap, die ooit de bisschopswijding had ontvangen. In Ierland was het heel gewoon dat er bisschoppen waren onder de monniken van een klooster. Ondanks hun hoge positie in de rangorde van de kerk, waren zij als monnik gehoorzaamheid verschuldigd aan de abt.

De grote geloofsverkondiger van Duitsland, Bonifatius († 754; feest 5 juni), had moeite met deze constructie. Waarschijnlijk was het hem te Keltisch. Ook hij was afkomstig van de overkant van het Kanaal: hij kwam uit Crediton in Zuid-Engeland. Maar hij was in hart en nieren verbonden met Rome. Zo’n honderd jaar eerder – in 664 – hadden de Keltische monnniken zich op de synode van Whitby aangesloten bij de Romeinse gebruiken. Tot dan toe hadden de Keltische monniken een afwijkende tonsuur en – wat veel erger was – een afwijkende berekening voor de Paasdatum gehad. Met veel moeite waren de partijen tot elkaar gekomen en hadden de Ieren zich gevoegd naar de Romeinse gebruiken. Maar Bonifatius verdacht Vergilius ervan dat hij in zijn hart nog steeds een aanhanger was van die Keltische afwijkingen. Bovendien had de grote apostel van Duitsland in een dispuut over de geldigheid van de doop van de paus ongelijk gekregen. Bonifatius had zich namelijk afgevraagd, of een doop wel geldig genoemd kon worden als een priester uit gebrek aan eerbied of kennis de Latijnse tekst hopeloos had verhaspeld. Vergilius en Sidonius waren van mening geweest dat het hier alleen maar ging om een taalprobleem zonder dat het eigenlijke mysterie geweld werd aangedaan. Bonifatius was het er niet mee eens geweest, en had de kwestie voorgelegd aan paus Zacharias († 752; feest 22 maart). Deze had de Ieren gelijk gegeven. Naast dit alles was Bonifatius waarschijnlijk geïrriteerd door het feit dat hertog Odilo Vergilius’ abtsbenoeming aan zich getrokken had, waar hij, Bonifatius, nog diens voorganger Johannes had aangewezen.

De verwijdering werd nog groter door het feit dat Vergilius, die in de toenmalige wetenschappelijke kringen met bewondering ‘De Geometer’ werd genoemd, bleek te verkondigen dat volgens hem de aarde de vorm van een ronde bol moest hebben. Hij schreef er zelfs ongeruste brieven over naar de paus. Wat Vergilius nu precies leerde, komen we alleen maar te weten uit de brieven van paus Zacharias. Die schreef aan de abt van St-Peter te Salzburg dat hij zijn eigen en andermans zielenheil in gevaar bracht, als hij niet ophield met zijn twijfelachtige, kosmologische speculaties. Te oordelen naar Zacharias’ weergave van Vergilius’ gedachtegoed scheen deze niet alleen te veronderstellen dat de aarde een bol was, maar ook dat er beneden ons nog een andere wereld bestond met andere mensen, een andere zon en een andere maan. Het is niet duidelijk of hij daarmee onze tegenvoeters aan de andere kant van de wereldbol bedoelde, of dat hij een gekerstende versie aanhing van de geheimzinnige Keltische sprookjes- en geestenwereld.

Toch kwam het niet tot concrete maatregelen tegen Vergilius. Bij dit alles mogen we niet vergeten dat Bonifatius nog aan de wieg had gestaan van het bisdom Salzburg; het ging hem dus ter harte. In 739 – dus vier jaar voor Vergilius’ aantreden – had hij Beieren opgedeeld in de bisdommen Salzburg, Freising, Regensburg en Passau. Bovendien had hij er zorg voor dat de nieuwe leer van Christus op de goede manier onder de mensen zou worden gebracht. Er was in het verleden al genoeg kwaad gedaan door afwijkende leerstellingen.

De situatie nam een onverwachte wending door Bonifatius’ gewelddadige dood bij het Friese Dokkum in 754. Een jaar erna liet Vergilius zich tot bisschop van Salzburg wijden. Toen hertog Tassilo van Beieren ten gevolge van allerhande schermutselingen Karintië (of Kärnten) bij zijn grondgebied had getrokken, begon Vergilius tezamen met koorbisschop Modestus († ca 772; feest 3 december) aan de kerstening van dit gebied. Dat moet rond 750 geweest zijn. Hierdoor draagt hij ook de eretitel ‘Apostel van Karintië’.

In 774 was er onder Vergilius’ leiding in Beieren een bisschoppenconferentie. Bij die gelegenheid werd voor het eerst met evenzoveel woorden onderstreept dat het stichten van scholen een uitstekends middel was om de christelijke cultuur te verspreiden. Daar zal Vergilius’ invloed wel niet vreemd aan geweest zijn. Op 24 september van datzelfde jaar wijdde hij de eerste kathedrale kerk van Salzburg in. Tegelijkertijd werden de relieken van zijn voorganger Rupert en diens beide gezellen Chuniald en Gislar met plechtig vertoon bijgezet. In de tijd erna liet hij ook de relieken van beroemde overzeese heiligen naar Salzburg overbrengen als Bridget van Ierland en zijn eigen abdis van vroeger Samthann.

Zijn leven lang heeft hij in contact gestaan met zijn vaderland. Het klooster van St-Peter onderhield een gebedsband met het beroemde klooster op het Schotse eilandje Iona.

Verering & Cultuur
Op 16 februari 1181 stootten werklieden tijdens de nieuwbouw van de kathedraal op een kleine ommuurde, geheel vergeten crypte. De ruimte bevatte de kist met het stoffelijk overschot van Vergilius. Op zijn sarcofaag trof men nog een afbeelding in goud van de bisschop aan.

Vergilius werd in 1232 door paus Gregorius IX († 1241) heilig verklaard. Daarmee is hij een van de weinige Keltische heiligen aan wie deze kerkelijke eer officieel te beurt valt. Tezamen met Rupert rusten zijn relieken in het hoogaltaar van de kathedrale kerk.

Hij wordt afgebeeld als bisschop (mijter, tabberd, staf) met een kerkmodel in de hand; soms met geldbuidel of aardbol.
Hij is patroon van het bisdom Salzburg en van de kinderen; zijn voorspraak wordt in geroepen bij een moeilijke geboorte. Een van de katholieke studentenverenigingen van de Technische Universiteit te Delft koos hem als haar patroon (Sint-Virgiel) vanwege zijn technische intelligentie die zich uitte in het feit dat hij had berekend dat een aarde een bol moest zijn.



dinsdag - 27 nov

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 28 nov

Hele dag Gedenkdag H. Cathrine Labouré, mystica

Cathrine (doopnaam Zoé) Labouré, Parijs, Frankrijk; kloosterlinge & mystica; † 1876.

Afbeelding H. Cathrine Labouré
ca 1960, devotiebeeldje.
België, Essen, privébezit.

http://www.heiligen.net/afb/11/28/11-28-1876-cathrine_1.jpg

Feest 28 november

Zij werd op 2 mei 1806 geboren te Fain-lès-Moutiers aan de Franse Côte d’Or als dochter van een welvarende boer. Al heel vroeg verloor zij haar moeder. Van dat moment nam zij steevast haar toevlucht tot de Moeder Gods. In 1830 trad zij in bij de Zusters van Barmhartigheid van Vincentius a Paolo. In het huis aan de Rue du Bac in Parijs verrichtte zij in alle eenvoud haar liefdediensten aan armen en gebrekkigen. Tot haar dood was zij onvermoeibaar in de weer voor haar mensen. In haar gebed ontving zij de stigmata.

Ook zou Maria haar verschenen zijn. De Mariaverschijning op 27 november 1830 zou de aanleiding worden voor de verspreiding van de ‘wonderdadige medaille’, waarvan er nog tijdens haar leven grote aantallen werden aangemaakt voor gelovigen die steun zochten in deze devotie.

Verering & Cultuur
Haar relieken bevinden zich in de kerk van de Zusters van Vincentius a Paolo in de Parijse Rue du Bac; daar wordt ook de stoel getoond waarop Maria in 1830 had gezeten. Het huis aan de Rue du Bac is tot op de dag vandaag een druk bezocht bedevaartscentrum. Haar biechtvader J. Aladel beschreef haar visioenen.

In 1947 werd zij heilig verklaard.
Zij is patrones van duivenliefhebbers en duivenmelkers.



woensdag - 28 nov

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


woensdag - 28 nov

Roodhuis 20:00 ZINGEND de ADVENT in

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Op woensdagavond 28 november nemen pastoor Peter van der Weide samen met zijn neef Jan Hooghiemstra ons zingend mee de Advent in. U bent van harte welkom in onze kerk. Aanvang: 20.00 uur.



donderdag - 29 nov

Hele dag Gedenkdag H. Radboud, 14e bisschop van Utrecht

Radboud (ook Radbod, Radbodus, Ratbod of Redbad) van Utrecht osb, Nederland; 14e bisschop van Utrecht; † 917.

Afbeelding H. Radboud van Utrecht
ca 1925, steensculptuur. Nederland, Denekamp, St-Nicolaas.

http://www.heiligen.net/afb/11/29/11-29-0917-radboud_4.jpg

Feest 29 november.

Hij moet rond 850 geboren zijn in het Zuid-Franse plaatsje Lomagne in het district Gascogne aan de voet van de Pyreneeën. Volgens zeggen was zijn moeder nog een afstammeling van de beruchte christenvijandige Friezenkoning Radboud. Waarschijnlijk is hij zelfs naar hem vernoemd… Misschien wel met de bedoeling deze naam te zuiveren? Op ongeveer tienjarige leeftijd werd hij naar de kloosterschool van Keulen gestuurd voor zijn opleiding; de broer van zijn vader Gunthar was daar aartsbisschop. Maar toen deze in 863 in opspraak raakte en door de paus in de ban werd gedaan, omdat hij het onwettig huwelijk van Lotharius II van Neder-Lotharingen had ingezegend, verhuisde Radboud naar de kloosterschool van Parijs. Daar stond op dat moment Manno uit Stavoren aan het hoofd: iemand die net als Radboud Fries bloed in de aderen had.

Nadat hij eerst in dienst had gestaan van een abt Hugo, was hijzelf abt geworden te Tours. Van daaruit werd hij in 900 tot bisschop van Utrecht benoemd. Zelf schrijft hij in zijn kroniek: “In hetzelfde jaar zijn Folco, metropolitaan van Reims († 900; feest 17 juni), en koning Zwentibold († 900; feest 13 augustus) vermoord. Weinige dagen tevoren ben ik, zondaar Radboud, ingeschreven onder de bedienaren van de Utrechtse kerk. Moge ik eens met hen de eeuwige vreugde genieten.” Omdat de bisschopsstad nog bezet werd door de Noormannen, koos hij Deventer als standplaats. De door Lebuïnus gebouwde Mariakerk stond er nog overeind.

Hij ijverde met grote kracht voor de wederopbouw van kerken en kloosters, alsmede voor de verdieping van geloof en wetenschap onder de kerkelijke bedienaren. Na verloop van tijd nam hij zijn intrek in Utrecht. Hij werd niet hartelijk ontvangen. Zo afwerend zelfs, dat de legende vertelt hoe hij met gestrekte arm in navolging van Christus uitriep: “Satan, ga achter mij!” Het verhaal wil dat er op dat moment velen werden getroffen door de pest en stierven. Hoe dit zij, het zegt in ieder geval iets van de vijandige stemming, die geheerst moet hebben onder de aanwezigen.

Tegen het einde van zijn leven trok hij zich weer terug te Deventer. Hij stierf te Ootmarsum en werd bijgezet in de St-Lebuïnuskerk van Deventer.

Verering & Cultuur
Tijdens de troebelen van de Reformatie in 1578 hebben trouwe gelovigen zijn relieken weten te redden; ze raakten verspreid over de kerken van Boerhaar, Deventer, Nijmegen en Utrecht.
Hij is patroon van het RK Hoger en Universitair Onderwijs en van de Sint-Radboudstichting in Nijmegen.
Hij wordt afgebeeld als bisschop (staf, mijter, tabberd).



donderdag - 29 nov

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


donderdag - 29 nov

Sneek 14:00 Kaartmiddag KBO Sneek

Bonifatiushuis, Sneek


vrijdag - 30 nov

Hele dag Feestdag H. Andreas, apostel en martelaar

Andreas Apostel, Patras, Griekenland & Constantinopel, Klein-Azië; martelaar; † ca 69.

Afbeelding H. Andreas
België, Antwerpen, St-Andrieskerk.

http://www.heiligen.net/afb/11/30/11-30-0069-andreas_1.jpg

Feest 30 november.

Geschiedenis
Andreas was afkomstig uit het plaatsje Bethsaïda aan het Meer van Gennezareth in Galilea, de noordelijke provincie van Palestina. Rond het jaar dertig had hij zich aangesloten bij de leerlingen van Johannes de Doper, die preekte aan de Jordaan in de zuidelijke provincie Judea ter hoogte van Jeruzalem. Volgens de evangelist Johannes was Andreas de eerstgeroepen leerling van Jezus (Johannes 01,40).

Hij was een broer van Simon Petrus. In de evangelies horen we verder weinig van hem. We horen hoe Petrus en Andreas tezamen met Johannes en Jakobus door Jezus uit hun werk worden weggeroepen om vissers van mensen te worden. Johannes vernoemt hem nog twee keer: bij de wonderbare broodvermenigvuldiging (Johannes 6,8) en wanneer Grieken proberen met Jezus in contact te komen (Johannes 12,22).

Volgens de overlevering zou hij na Pinksteren het evangelie van Jezus hebben verkondigd in Cappadocië, Pontus, Bithynië, Scythië (Zuid-Rusland), Griekenland en Thracië (= het huidige Bulgarije). Volgens de Russen zou hij naar Armenië en Midden-Rusland getrokken zijn om de Moskovieten voor Christus te winnen. Hij wordt dan ook vereerd als één van de patroonheiligen van het Russische Rijk.

Hij zou tenslotte te Patras of Patara in Griekenland gekruisigd zijn. Tot op de dag van vandaag staat er een Andreaskerk, en is Andreas nationale patroon van Griekenland.

Andreas zou niet aan het kruis genageld zijn, maar vastgebonden; bovendien was het kruis opgesteld in de vorm van een X. Zo’n kruis heet sindsdien dan ook een ‘Andreas-kruis’.

Legende
Voordat Jacobus de Voragine begint met het vertellen van de Andreas-legendes, brengt hij in herinnering hoe Andreas door Jezus tot driemaal toe werd geroepen:
eerst om onze Heer te mogen kennen, vervolgens om vertrouwelijk met onze Heer te mogen omgaan, en tenslotte om diens apostel te mogen worden.

– 1 –
Na de Hemelvaart van de Heer, verspreidden zich zijn apostelen. Andreas ging preken in Scythië en Mattheus in Ethiopië.

Scythië is het gebied waar de Donau uitmondt in de Zwarte Zee.

De Ethiopiërs stonden Mattheus niet toe dat hij ging preken. Ze rukten hem de ogen uit, sloegen hem in de boeien en wierpen hem in de gevangenis met de bedoeling om hem binnen een paar dagen ter dood te brengen. Nu verscheen een engel aan Andreas en droeg hem op naar Mattheus in Ethiopië te gaan. Maar sint Andreas antwoordde dat hij de weg niet wist.

Dat doet denken aan het antwoord dat de profeet Habakuk gaf toen hem werd opgedragen om het lekkere maaltje dat hij juist wilde gaan opeten zoveel duizend kilometer verderop naar zijn benarde collega Daniël in de leeuwenkuil te Babel te gaan brengen. Daar had de engel een nog drastischer antwoord in petto dan in het geval van Andreas (Daniël 14,33-36).

De engel gebood hem naar de kust te gaan en daar het eerste het beste schip te pakken dat hij zou tegenkomen. Andreas haastte zich hieraan te voldoen. De boot bracht hem dankzij een gunstige wind regelrecht tot bij de stad waar Mattheus zich bevond. Onder de hoede van de engel wist Andreas tot bij de evangelist in de gevangenis door te dringen. Toen hij zag in wat voor toestand hij zich bevond, kon hij zijn tranen niet bedwingen. En zo verrichtte hij zijn gebed. De Heer verhoorde hem en gaf het gezichtsvermogen aan Mattheus terug dat hem op zo’n wrede wijze door de ongelovigen was ontnomen. Mattheus verliet nu de gevangenis en begaf zich naar Antiochië, terwijl Andreas in Ethiopië bleef. Maar toen de inwoners daar in de gaten kregen dat hij zijn vriend had weten te bevrijden, werden ze woedend; ze maakten zich van hem meester, en sleepten hem met geboeide handen door de hele stad achter zich aan. Zijn bloed liet een breed spoor achter. Maar temidden van dat alles hield Andreas niet op voor zijn vervolgers te bidden.

Daarmee geeft Andreas gevolg aan Jezus’ vermaning: “Bemint uw vijanden en bidt voor wie u vervolgen” (Mattheus 5,44). Bovendien had Jezus deze woorden zelf waargemaakt, toen hij nog op kruis bad tot de Vader: “Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen” (Lukas 23,34). Trouwens in hun lijden omwille van het evangelie herinneren zowel Mattheus als Andreas aan Jezus zelf.

Met als gevolg dat hij ze uiteindelijk tot bekering wist te brengen. Toen dat was gebeurd, begaf hij zich naar Griekenland.
Dat is tenminste wat er verteld wordt. Maar ik voor mij heb er moeite mee dit te geloven. Want als het waar is dat sint Mattheus pas bevrijd en genezen werd door toedoen van sint Andreas, zou dat betekenen dat deze grote evangelist zelf niet bij machte zou zijn geweest af te smeken wat zijn broeder Andreas zo gemakkelijk voor hem wist te verkrijgen.

Dit is één van de weinige keren dat de schrijver van de Legenda Aurea, Jacobus de Voragine, een eigen commentaar levert bij de legende. Hij kan de legende maar nauwelijks geloven. Niet vanwege de ongeloofwaardige wonderen. Maar vanwege het feit dat Mattheus’ gebed toch niets minder geweest zal zijn dan dat van Andreas; waarom zou het gebed van de apostel dan wel machtig genoeg geweest zijn om de evangelist te genezen en te bevrijden, en diens eigen gebed niet?
Wanneer ik daar een antwoord op moest geven, zou ik naar Jezus verwijzen, van wie ze ook gezegd hebben: “Anderen heeft Hij gered, maar zichzelf kan Hij niet redden!” (Markus 15,31). Naar mijn overtuiging wordt daarin zelfs de kern van het evangelie tot uitdrukking gebracht: een gelovige weet dat hij zichzelf niet kan redden; hij kan alleen gered wórden. In dat mysterie is Jezus ons voorgegaan. Hier horen wij hoe zijn leerlingen Hem daarin hebben nagevolgd, zelfs tot verbijstering van latere gelovigen zoals de schrijver van de Legenda Aurea.

– 2 –
Een jonge man van adellijke afkomst had zich door Andreas tot Christus bekeerd. Vervolgens had hij zich bij Andreas aangesloten ondanks het verweer van zijn ouders. Dezen staken daarop het huis in brand waar de apostel met zijn leerling zijn intrek had genomen. Op het moment dat de vlammen al naar buiten sloegen, nam de jongeman een flesje en goot de inhoud ervan uit over het vuur. Het doofde meteen. Waarop zijn ouders zeiden: “Zie je wel, onze zoon is tovenaar geworden.” Ze sleepten nu een ladder aan om eigenhandig hun zoon uit huis te halen. Maar God sloeg hen met blindheid, zodat ze zelfs ondanks al hun tasten en proberen de sporten van de ladder niet meer konden vinden. Een voorbijganger stond het allemaal aan te zien en riep: “Houdt er toch mee op. ‘t Is allemaal onbegonnen werk. Zie je dan niet dat God aan hun kant staat en voor hen vecht? Als ik jullie was zette ik deze hele onderneming onmiddellijk uit mijn hoofd; stel je voor dat je je de toorn van God zelf op de hals haalt!” Velen die het zagen, bekeerden zich en geloofden in Christus. Maar die ouders: ze waren dood voor er vijftig dagen nadien verstreken waren.

– 3 –
Er was eens een vrouw die getrouwd was met een moordenaar. Ze had een miskraam, maar de misgeboorte wilde niet uit haar schoot tevoorschijn komen. Ze zei tegen haar zuster: “Ga voor mij eens de hulp inroepen van onze godin Diana.” Maar het was niet Diana die antwoord gaf, het was de duivel zelf: “Je kunt roepen wat je wilt,” zei hij tegen die zus, “maar ik kan niks voor je doen. Je kunt beter naar de apostel Andreas gaan. Die zal je zus kunnen helpen.” Dus ging ze op zoek naar Andreas. Ze bracht hem bij het kraambed van haar arme zus. De apostel richtte zich tot haar met de woorden: “Je verdient niet beter, want je hebt een slecht huwelijk, je bent zelf een zondares en alsof dat allemaal nog niet genoeg was ga je ook nog de hulp inroepen van boze geesten. Maar als je je bekeert en gelooft in Christus, zul jijzelf het er levend van af brengen.” En inderdaad. De vrouw geloofde, bracht het dode kindje ter wereld en was voortaan van haar pijnen verlost.

– 4 –
Eens kwam een bejaard man, Nicolaas geheten, de apostel Andreas opzoeken met de woorden: “Meester, ik ben een man van zeventig jaar. Mijn leven lang heb ik gebaad in weelde. Maar toen ik het evangelie ontdekte, heb ik God gesmeekt dat Hij mij de gave wilde schenken van de seksuele onthouding. Ik zat echter zo vast aan mijn vroeger zondig leven, dat ik geen weerstand kon bieden aan mijn verkeerde verlangens; rechtstreeks na het luisteren naar uw preken keerde ik terug naar mijn oude leventje. Gisteren was die geilheid zo erg, dat ik zelfs het evangelieboek in mijn hand vergat; ik móest naar een bordeel. Maar toen de prostitué daar mij zag aankomen, begon ze te gillen: ‘Maak dat je wegkomt, raak me niet aan en zet geen voet hier over de drempel. Want ik kan zo zien welke wonderlijke dingen zich rond jou afspelen: jij bent een boodschapper van God zelf!’ Eerst was ik stomverbaasd, maar toen ik tot mezelf kwam, realiseerde ik mij dat ik daar stond met een evangelieboek in mijn handen. En zo kom ik nu naar u. U bent een apostel van de Heer. En aan u kom ik vragen voor mijn heil te bidden bij Onze Heer.” Toen Andreas dat allemaal had aangehoord, begon hij te huilen, en bleef in gebed van ‘s morgens negen tot ‘s middags drie. Toen hij daaruit opstond wilde hij met geen vinger het eten aanraken: “Ik eet geen hap voor ik zekerheid heb dat God onze Heer zich ontfermt over deze arme man.” Vijf dagen bracht hij in vasten en onthouding door. Toen klonk er een stem van omhoog: “Andreas, je hebt gekregen waarvoor je hebt gebeden. Maar die oude man moet er ook iets voor doen. Net zoals jij je geweld hebt aangedaan door dagen achtereen te vasten, zo ook moet hij voor zijn zielenheil een poos gaan vasten.” Dat deed de grijsaard. Zes maanden lang leefde hij slechts op water en brood. Toen stierf hij, vol van goede werken. Nogmaals hoorde Andreas de stem: “Jouw gebed heeft me Nicolaas, die al verloren was, weer teruggegeven.”

– 5 –
Op het moment dat Andreas in de stad Nicea verbleef, kwamen de inwoners van die stad naar hem toe. Ze vertelden hem dat zich bij de stadspoorten zeven boze geesten ophielden, die alle voorbijgangers doodden. Nog in het bijzijn van de bewoners gelastte Andreas aan die boze geesten zich bij hem te vervoegen. Ze kwamen onmiddellijk. Ze deden zich voor als honden. De apostel gebood hun ergens anders naar toe te gaan. Daarop namen ze de vlucht. De toeschouwers hiervan namen meteen het geloof in Christus aan. Toen nu Andreas op zijn reizen een andere stad aandeed, trof hij een stoet mensen, die juist een jongeman ten grave droegen. Ze vertelden dat zeven honden hem ‘s nacht in zijn bed hadden aangevallen en gedood. De apostel was in tranen, en riep hardop: “Heer, dat zijn de boze geesten die ik uit Nicea verjaagd heb!” Daarop richtte hij zich tot de vader: “Wat kunt u me geven als ik uw zoon uit de dood opwek?” “Mijn zoon is het kostbaarste wat ik heb; hem zal ik aan u geven” antwoordde die vader. Andreas keerde zich in gebed tot de Heer; de jongeman richtte zich op en volgde hem.

– 6 –
Eens staken veertig jongemannen de zee over om naar Andreas te luisteren en van hem het ware geloof te ontvangen. Maar de duivel wist een storm te ontketenen met een kracht die hen allen deed omkomen. Hun lichamen werden door de golven op het strand geworpen, waarop de apostel hen allen ten leven wekte. Elk van hen vertelde het wonder rond dat hem was overkomen. Vandaar dat een hymne uit Andreas’ officie zingt:
“Quaterdenos juvenes,
Submersos maris fluctibus,
Vitae reddidit usibus.”
[“Veertig jonge mannen
verloren op zee het leven;
hij heeft het hun hergeven.”]

– 7 –
De gelukzalige Andreas vestigde zich tenslotte in Achaia (= Griekenland). Hij overdekte de gehele streek met kerkjes en wist er een groot aantal inwoners tot Christus te brengen. Tot zijn bekeerlingen hoorde ook de vrouw van de proconsul die Egeüs heette. Hij gaf haar nieuw leven door het heilig water van het doopsel. Toen de proconsul dit te weten kwam, begaf hij zich naar de stad Patras en gebood alle christenen dat ze aan de afgoden moesten offeren. Andreas kwam naar voren en sprak: “Juist omdat u rechter moogt zijn hier op aarde dient u weet te hebben van uw rechter in de hemel, u dient hem als uw rechter te erkennen en te aanbidden en dientengevolge dient u af te zien van alle afgoderij!” Egeüs gaf hem ten antwoord: “Aha, u moet wel die Andreas zijn die dat kwaadaardig geloof verkondigt waarvan onze leiders in Rome juist hebben bevolen dat het zo gauw mogelijk moet worden uitgeroeid.” Waarop Andreas reageerde: “Dat zeggen de hoge heren daar in Rome, omdat ze nog niet gehoord hebben van Gods Zoon; die is ons komen duidelijk maken dat uw goden boze geesten zijn; hun leer is een belediging voor de ware God. Daarom heeft God uw machthebbers hen aan hun lot overgelaten. Nu heeft de duivel bezit van hen genomen, en kan ze naar hartelust tot verkeerde dingen aanzetten tot het moment dat hun ziel zich zal losmaken van hun lichaam en ze naakt zullen staan, met niets anders om zich mee te bedekken dan hun zonden.” Egeüs kaatste terug: “Terwijl die Jezus van jullie deze dwaasheden verkondigde, heeft men Hem aan het kruis geslagen.” “Dat heeft Hij uit vrije wil ondergaan om ons te verlossen en niet omdat Hijzelf fouten goed te maken gehad zou hebben” aldus Andreas. Waarop Egeüs weer: “Hoe kun je zeggen dat Hij dat uit vrije wil heeft ondergaan; terwijl toch iedereen weet dat Hij werd overgeleverd door één van zijn eigen leerlingen, gevangen werd genomen door de Joden en aan het kuis geslagen door de soldaten?” Daarop begon Andreas uitvoerig uit te leggen dat Christus heeft geleden uit vrije wil. Hij noemde vijf argumenten:

1- Christus heeft zijn lijden voorzien en voorzegd met de woorden: “Zie, wij gaan nu op naar Jeruzalem …enz.”
2- Hij werd kwaad op het moment dat Petrus Hem van het lijden probeerde af te houden.
3- Bij diezelfde gelegenheid heeft hij uitdrukkelijk gezegd dat Hij de macht had om te lijden én om uit de doden op te staan.
4- Hij heeft van tevoren de man aangewezen die Hem zou overleveren; Hij heeft het brood met hem gebroken zonder hem ook maar iets in de weg te leggen.
5- Tenslotte heeft Hij zich naar die plek begeven waarvan Hij wist dat zijn verrader Hem daar zou komen arresteren.

Hier en straks krijgen we in het voorbijgaan enige staaltjes middeleeuwse theologie te horen, of prediking. De argumenten steeds helder geordend en van nummertjes voorzien.

En Andreas besloot met te zeggen dat het kruis nu eenmaal een groot mysterie was. “Niks mysterie, het is gewoon een straf,” antwoordde Egeüs. En als je me niet gehoorzaamt, zal ik ervoor zorgen dat jij kennis maakt met hetzelfde ‘mysterie’.” Als ik bevreesd zou zijn voor de straf van het kruis, aldus Andreas, zou ik niet de overwinning van het kruis preken. Maar laat me u het mysterie van het kruis uitleggen. In de hoop dat u erin gaat geloven en zo uw leven redt.”
Zo begon hij dus het mysterie van de verlossing uiteen te zetten en hij voerde vijf bewijzen aan dat dit mysterie noodzakelijk was en logisch:

1- De eerste mens had de dood in de wereld gebracht door het hout van de boom van goed en kwaad; dan was het noodzakelijk en logisch dat de Mensenzoon op zijn beurt de dood overwon door op het hout te sterven.
2- De eerste zondaar was oorspronkelijk gevormd uit ongerepte aarde; dan was het noodzakelijk en logisch dat de Verlosser geboren werd uit een ongerepte maagd.
3- Adam had zijn hand uitgestrekt naar de verboden vrucht; dan was het noodzakelijk en logisch dat de nieuwe Adam zijn onbevlekte handen uitstrekte op het kruis.
4- Adam had ondanks Gods verbod geproefd van een heerlijke vrucht; dan was het noodzakelijk en onbegrijpelijk – om het omgekeerde te bewerkstelligen – dat Jezus gelaafd werd met gal.
5- Jezus wilde de mens doen delen in zijn onsterfelijkheid; dan was het noodzakelijk en logisch dat hij van de weeromstuit de sterfelijkheid van de mens aannam. Want als God niet sterfelijk was geworden, zou de mens nooit onsterfelijk hebben kunnen worden.

Egeüs antwoordde: “Vertel al die onzin maar aan die lui van jouw sekte. Intussen zul je mij gehoorzamen en offeren aan de almachtige goden.” Andreas weer: “Ik offer aan de almachtige God elke dag een onbevlekt Lam, dat na genuttigd te zijn door het gehele volk, toch levend en ongebroken blijft.” Egeüs: “Nou dan laat ik je folteren tot je mij dat kunststukje hebt laten zien.” Daarop liet hij hem in de gevangenis werpen.

De volgende morgen beklom hij weer zijn rechterstoel en gelastte Andreas opnieuw te offeren aan de goden: “Als je weigert me te gehoorzamen, zal ik je aan het kruis slaan waar je zo vol van bent.” Hij dreigde hem nog met andere straffen, maar de apostel antwoordde hem: “U kunt de afschuwelijkste straf verzinnen als maar mogelijk is, in de ogen van mijn Koning zal ik alsmaar meer welkom zijn in de mate dat ik voor Hem het lijden geduldig heb doorstaan.” Daarop gaf Egeüs aan eenentwintig man opdracht Andreas met handen en voeten aan het kruis vast te binden; dan zou de lijdensweg des te langer duren.

Men voerde hem dus naar het kruis. Maar de toegestroomde mensenmenigte riep: “Hier wordt onschuldig bloed vergoten!” Nu smeekte de apostel dat ze niets zouden ondernemen om zijn martelaarschap tegen te gaan. Toen hij van verre zijn kruis opgericht zag, groette hij het met de woorden: “Wees gegroet, o kruis, dat geheiligd is door het lichaam van Christus en gesierd als met kostbaar gesteente door zijn ledematen. Voordat onze Heer aan u werd bevestigd, wist u overal op aarde de mensen angst in te boezemen. Maar sinds dat moment is de liefde van de hemel uw deel, en wordt u beschouwd als een weldaad en een geschenk. Ik kom dan ook tot u in de vaste en vreugdevolle overtuiging dat u me als een vriend zult ontvangen. Ik ben immers een leerling van Hem die aan u gehangen heeft. Ik heb u altijd bemind; zelfs uitgezien naar uw omhelzing. O goed en gelukzalig kruis, u bent edel en schoon geworden door de ledematen van onze Heer. Reeds lang heb ik naar u uitgezien, steeds heb ik u bemind, onophoudelijk u gezocht; haal mij nu weg van tussen de mensen en geef mij terug aan mijn Meester; Hij heeft mij door U vrijgekocht; laat Hij me dan ook via u mogen ontvangen.” Tijdens deze woorden kleedde hij zich uit en overhandigde zijn kleren aan zijn beulen. Zij hechtten hem daarop aan het kruis precies zoals het hun was opgedragen. Zo bleef Andreas daar hangen gedurende twee volle dagen, terwijl hij preekte tot de toegestroomde menigte, die wel uit twintigduizend personen bestond. De derde dag begon de menigte de proconsul met de dood te bedreigen, omdat het onverdraaglijk was om zo’n goed en zachtmoedig mens die zulke woorden van troost en vroomheid wist te uiten, zo te laten lijden. Egeüs werd beangst, en verscheen in hoogst eigen persoon ter plaatse om hem van het kruis te laten afhalen. Andreas bemerkte het en zei: “Ben je daar Egeüs? Als je komt om berouw te tonen, weet dan dat je vergiffenis zult ontvangen. Maar als je alleen komt om mij los te maken, weet dan dat ik hier niet meer levend vanaf kom. Reeds zie ik mijn Koning in de hemelen staan wachten.”

Soldaten kwamen dichterbij met de bedoeling dat ze hem eraf zouden halen. Maar als ze het probeerden, waren ze onmachtig om hem ook maar aan te raken; hun armen vielen slap langs hun lijf. Toen Andreas bemerkte dat de menigte hem los wilde maken, sprak hij dit gebed uit (het is door Sint Augustinus weergegeven in zijn boek over het Berouw): “Heer, sta niet toe dat ik levend van dit kruis afkom. De tijd is gekomen dat u mijn lichaam aan de aarde toevertrouwt. Ik heb het al zo lang gedragen; ik heb zoveel gewaakt en gezwoegd dat ik nu het liefst afstand doe van de verplichtingen die eraan verbonden zijn, en dat ik het als een zware last van me afleg. In de mate van mijn vermogen, Vader, heb ik weerstand geboden aan alle aanvallen van mijn lichaam, en met uw hulp heb ik ze alle doorstaan; en ben ik als overwinnaar uit de strijd gekomen. Maar nu smeek ik u om deze beloning: dat ik niet weer de strijd hoef aan te gaan; neem het omhulsel terug dat u met hebt toevertrouwd. Vertrouw het nu toe aan de aarde; laat de aarde het bewaren, en pas weer teruggeven op de dag van de opstanding der doden. Ook mijn lichaam heeft zijn beloning verdiend. Maak dat ik niet meer waakzaam hoef te zijn, en dat mijn lichaam mij niet meer verhindert mij liefdevol met u te verenigen, bron van leven en eeuwige vreugde.”

Bij deze woorden straalde er een schitterend licht uit de hemel, omhulde hem wel gedurende een half uur en maakte hem volkomen onzichtbaar. Toen het licht verdween, gaf hij de geest. Maximilla, Egeüs’ vrouw, nam het lichaam mee om het een eerzame begrafenis te geven. Maar voordat Egeüs naar huis kon terugkeren, werd hij door een boze geest overmeesterd, en stierf daar midden op straat voor de ogen van alle mensen.

Men vertelt ook nog dat uit het graf van de heilige Andreas een brood van bloem en een heerlijk geurige olie tevoorschijn kwamen; aan de hand daarvan kon men elk jaar voorspellen hoe de oogst zou uitvallen. Als de olie overvloedig stroomde, betekende dat een overvloedige opbrengst voor dat jaar, en omgekeerd. Dat kan zeer wel hebben plaatsgevonden indertijd. Tegenwoordig echter geeft men eerlijk toe dat het lichaam van de heilige zich niet meer te Patras bevindt, maar overgebracht is naar Constantinopel.

In Klooster Admont, Oostenrijk, leefde in de 15e eeuw een broeder die van de duivel bezeten was geweest.
“De broeders hadden hem veiligheidshalve achter slot en grendel gezet. De koster had de duivel willen uitdrijven. Daartoe nam hij een kruis, waarvan hij meende dat het was gemaakt uit het kruis waaraan Christus gehangen had. Maar reeds van verre brulde de duivel in die broeder – zelfs nog voor hij de koster had kunnen zien aankomen: “Je zit ernaast, broeder koster, er vreselijk naast! Jij denkt dat dat kruis een stukje is van het kruis van de Nazarener. Maar in feite komt het van Andreas’ kruis. En daar ben ik lang zo bang niet voor!” En al moet gezegd dat de duivel dikwijls liegt en bedriegt, toen men de zaak nasloeg in de oorkonden die men er al sinds heel lang niet meer op nagelezen had, ontdekte men dat de duivel deze keer de waarheid gesproken had.”

Verering & Cultuur
In 357 zou zijn lichaam zijn overgebracht van Patras naar Constantinopel. In diezelfde vierde eeuw zouden er volgens de legende ook delen van zijn lichaam naar Schotland zijn vervoerd. Reden waarom Sint Andreas nog altijd patroon is van Schotland. Zijn Andreaskruis is nog te vinden in de nationale vlag. Trouwens, in de Britse vlag vinden we nog zijn herkenningsteken, het Andreaskruis. Die vlag is immers een combinatie van twee kruisen: dat van Andreas en dat van Sint-Joris (het stadswapen van Londen wordt gevormd door Sint-Joris’ rode kruis op een wit veld). Volgens de legende was het de H. Regulus (of Rule: † 4e eeuw; feest 17 oktober) die Andreas’ relikwieën naar Schotland bracht. Op de plaats waar hij ze deponeerde ontstond de kathedraal St-Andrew’s. Tot die tijd had het plaatsje Kirlymont geheten. Van nu af heette het Saint-Andrews. Historisch iets betrouwbaarder lijkt de veronderstelling dat de heilige abten Acca († 740; feest 20 oktober) en Wilfried († 710; feest 24 april) van Hexham in Northumberland ze meebrachten uit Rome. Zij hadden in Engeland twee kloosters gesticht; het eerste toegewijd aan Petrus, het tweede aan diens broer Andreas.

In 1208 kwamen er ook Andreasrelieken naar Amalfi.

Toen in de veertiende eeuw Constantinopel werd ingenomen, werden ook de relieken van Andreas meegevoerd en verspreid over heel christelijk Europa. Zijn populariteit steeg daardoor enorm. De Italiaanse havenstad Amalfi kreeg er een flink deel van binnen haar muren. Tot op heden wordt in deze vissersplaats de patroon van de vissers, Andreas, groots gevierd. Zijn beeld wordt omhangen met zilveren vissen als dank voor de vangst van het afgelopen seizoen en als smeekbede voor komend jaar.
Vandaar kwam Andreas in Rome terecht; hij werd er begraven onder de Sint-Pieterskerk naast zijn broer, de apostel Petrus.

Filips van Bourgondië († 1433) wist een aanzienlijke hoeveelheid relieken te bemachtigen. Hij maakte hem patroon van de beroemde ridderorde van het Gulden-Vlies.
In 1964 heeft Paus Paulus VI († 1978) de in 1462 naar Rome overgebrachte relieken, waaronder de schedel, teruggeschonken aan de Grieks-orthodoxe kerk in Patras, als teken van vriendschap en oecumenische verbondenheid.

De feestdag van Sint Andreas opent het kerkelijk jaar.
Omdat de boeren op zijn feestdag de kerkelijke tienden en pachten moesten betalen, zeiden zij: ‘Sint Andries, papengewin en boerenverlies.’ Op de voorlaatste zondag van maart wordt in de wijk Sint-Andries in Antwerpen ‘St-Andries herleeft’ gevierd. Op de zaterdag van of na 30 november vindt in het Vlaamse Strijpen een Andreasprocessie plaats.

Hij is patroon van Griekenland, Rusland, Schotland, Spanje, Oostenrijk en Duitsland, Nederland en Luxemburg.

In België van de landstreken Henegouwen en Vlaanderen, en van de plaatsen Brugge (vooral de deelgemeente Sint-Andries) en Saint-André (gem. Dalhem).

In Duitsland van de landstreken Holstein, Lippe, Pruisen en Schleswig, en van de plaatsen Braunschweig, Celle, Cloppenburg, Halberstadt, Hannover, Lüneburg, Minden, Moers, Schwarzburg en Wolfenbüttel. Hildesheim en Keulen hebben een Andreaskerk; Fulda heeft een Andreasbrug.

In Engeland van de plaatsen Hexham en Rochester.

Op de Filippijnen van Manila (binnenstad).

In Frankrijk van de landstreek Bourgondië (in het wapen vinden we het Andreaskruis terug) en van de plaatsen Agde, Bordeaux en Orange. Bovendien heeft Antibes een Bourg-St-André, Autun (Saône-et-Loire) een Andreaspoort en Renaison (Loire) een Andreaskerk.

In Griekenland van de landstreek Achaia en van de plaats Patras.

In Italië van het eiland Sicilië en van de plaatsen Amalfi, Brescia, Mantua, Napels, Pesaro en Ravenna.

In Klein-Azië (= het huidige Turkije) van de landstreek Bithynië, en van de geloofsgemeenschap in Constantinopel.

In Nederland van de plaats Hattem. Bovendien bevinden zich Andreaskerken in Amerongen, Brummen, Doniaga, Duiven (Gelderland), Eindhoven, Groesen, Heerlen, Hemrik, Kwintsheul, Leersum, Maassluis, Melick, Nuenen, Oostelbeers, Sittard (kapel), Sondel, Steenwijkerwold, Velden, Wateringen, Westeremden, Weurt, Wijnaldum, Zevenaar en Zorgvlied-Oosterwolde.

In Schotland van de plaats Saint Andrews.

Naast dit alles wordt zijn voorspraak ingeroepen bij veldslagen en gevechten en is hij ook patroon van de ridders van de in 1430 door Filips de Goede ingestelde Orde van het Gulden Vlies. Hij is ook patroon van de vissers, vishandelaars, visverkopers, zeelui, bootsmannen, zeilmakers en waterdragers; van boerenknechten en slagers; van touwslagers, zeeldraaiers en textielarbeiders; van mijnwerkers; van zwangere vrouwen; van oude vrijsters (die op de avond van zijn feestdag tot hem om een man bidden).

Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor huwelijksbemiddeling, tegen echtelijke onvruchtbaarheid en voor kinderzegen (wellicht ingevolge de boven vertelde legende: zie [3]). Daarnaast wordt zijn voorspraak gevraagd bij allerhande kwalen, ziektes en lichamelijke ongemakken, zoals koorts en kinkhoest, tegen jicht en nekpijn.

In de kunst wordt hij afgebeeld met de blote voeten van de Christusnavolging. Temidden van de andere apostelen is Andreas onmiddellijk herkenbaar aan zijn andreaskruis, dat overigens meteen in het Griekse alfabet de eerste letter van ‘Christus’ vormt… In Andreas’ legende wordt er dan ook de nadruk op gelegd hoezeer Andreas de vereniging met het kruis zocht, waarbij het (X-)kruis symbool wordt voor Christus zelf. In de oudchristelijke kunst kreeg hij vaak een warrige haardos mee.



vrijdag - 30 nov

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

dec 2018

datum/tijd evenement

zaterdag - 01 dec

Hele dag Gedenkdag H. Edmund Campio, priester & martelaar

Edmund Campion sj, Tyburn, Londen; priester & martelaar onder fanatieke anglicanen; † 1581.

Afbeelding H. Edmund Campion
ca 1900. Gravure – Engeland.

http://www.heiligen.net/afb/12/01/12-01-1581-edmund_1.jpg

Feest 1 december.

Edmund Campion was op 25 juni 1540 te Londen geboren. Zijn ouders, van huis uit katholiek, waren overgegaan tot de anglicaanse kerk. Vandaar dat de jonge Edmund in Christ’s Hospital zijn opleiding kreeg. Hij was het die in 1553 als dertienjarig studentje een welkomstwoord mocht voorlezen bij het bezoek van koningin Mary Tudor.

Hij verhuisde naar Oxford om er te studeren aan St-John’s College. Na voltooiing van zijn studies bleef hij aan het college verbonden als docent. Zijn voorlezingen waren zo populair dat zijn studenten zich zelfs Campionisten gingen noemen. Toen de stichter en weldoener van het college, Sir Thomas White, in 1564 overleed, viel hem, de pas vierentwintigjarige Campion, de hoge eer te beurt de lijkrede te mogen uitspreken. Twee jaar later, 3 september 1566, bracht koningin Elizabeth een bezoek aan het College. Weer was hij het die de welkomstrede hield, in sierlijk Latijn. Het maakte zoveel indruk op de majesteit en haar gevolg, onder wie de Earl of Leicester, dat zij hem uitnodigde in haar dienst te treden. Wie zou toen ooit vermoed kunnen hebben dat dezelfde Edmund Campion vijftien jaar later nog eens voor hen zou staan, maar dan als katholiek priester, jezuïet nog wel, verdacht van hoogverraad?

En wie zou op 25 juni 1580 vermoed hebben dat de marskramer in sieraden, Mr Edmunds geheten, die zojuist vanuit Frankrijk in Dover aan land gestapt was, en die nauwkeurig door douanebeambten was ondervraagd, omdat het gerucht ging dat katholieke priesters clandestien het land probeerden binnen te komen, en wiens bagage aan een uiterst zorgvuldig onderzoek onderworpen was, zonder dat men ook maar iets verdachts had kunnen vinden… Wie zou gedacht hebben dat het hier wel degelijk ging om diezelfde Edmund Campion, die intussen jezuïetenpriester was geworden en nu naar zijn vaderland terugkeerde om te preken en sacramenten toe te dienen onder de veel geplaagde katholieken…?

En dat, terwijl hij in 1566, het jaar van zijn Latijnse welkomstspeech, de Oath of Supremacy had afgelegd (de eed waarmee men de koning(in) van Engeland erkent als hoofd van de kerk). Twee jaar later was hij diaken gewijd in de anglicaanse kerk. Maar het waren juist de theologische studies geweest die hem aan het twijfelen hadden gebracht. Lezend in de kerkvaders en de grote theologen van het verleden, kwam hij tot de conclusie dat de katholieke kerk het ware geloof bewaarde. Hij besloot zijn hart te volgen. Maar omdat katholieken in Engeland verboden waren, week hij in augustus 1569 uit naar de Ierse hoofdstad Dublin. Na een verblijf van bijna drie jaar, kwam hij tot de slotsom dat het katholieke klimaat daar hem niet beviel. Hij keerde terug naar Engeland. Dus toch maar liever de anglicaanse kerk?

Eenmaal terug in zijn vaderland werd hij weer bevestigd in zijn gevoelen: liever katholiek dan anglicaans. Hij vertrok naar het vasteland waar in de Noord-Franse plaats Douai sinds kort een opleidingshuis was geopend voor priesters die clandestien in Engeland wilden gaan werken. Hier werd hij katholiek, besloot met succes zijn studies en vertrok in januari 1573 naar Rome om toelating tot de jezuïetenorde te vragen. Deze verkreeg hij in mei van datzelfde jaar. Omdat de jezuïeten geen Engelse provincie kenden, werd hij naar Praag en Brno gestuurd om er zijn noviciaat te beginnen.

Na zijn studies begon hij les te geven op het Praags college. Al gauw was hij de beroemdste docent van de stad. Hij schreef en regisseerde toneelstukken voor zijn leerlingen in het kader van het beroemde jezuïetentoneel. In 1580 werd hij bij pater Generaal in Rome ontboden. Deze had besloten missionarissen te zenden naar Engeland. Hij, Edmund Campion, behoorde tot de eerste lichting, tezamen met pater Robert Persons en broeder Ralph Emerson. Op 18 april van datzelfde jaar vertrokken ze naar St-Omer waar ze zich bij andere katholieke geestelijken voegden die zich voorbereidden op een overtocht naar Engeland. Maar al gauw werd bekend dat de Engelse douane extra scherp surveilleerde omdat ze getipt was. Men verspreidde zich. Zo vertrok pater Persons half juni naar de overkant, pater Campion en broeder Emerson volgden negen dagen later.

Onmiddellijk na aankomst in zijn vaderland schreef Pater Campion een pamflet dat bekend is geworden onder de titel Campion’s Brag (‘Campions bluf’). Hij zette erin uiteen dat hij met zijn komst naar Engeland geen politieke, maar religieuze bedoelingen had. Dit voor het geval hij ooit zou worden gearresteerd en beschuldigd zou worden van politieke machinaties. Van dit pamflet alleen al ging een geweldig bemoedigende werking uit onder de Engelse katholieken. Een jaar later, mei 1581 schreef hij een ander boekje: Decem Rationes (‘Tien Redenen’ om een openbaar dispuut aan te gaan met anglicaanse theologen). Het boekje vond gretig aftrek onder professoren en studenten van de universiteit van Oxford.

Maar in juli van datzelfde jaar was het raak. Bij een huiszoeking door getipte priesterjagers werd hij ontdekt en triomfantelijk naar Londen overgebracht. Na enkele dagen gevangenschap in een cel waarin hij niet languit kon liggen of staan, werd hij voorgeleid aan de koningin en de Earl of Leicester. Hebben ze teruggedacht aan vijftien jaar geleden? In ieder geval probeerden ze hem over te halen terug te keren tot de anglicaanse kerk; een glanzende carrière zou zijn deel zijn. Maar Edmund antwoordde simpelweg dat hij liever een katholiek martelaar was dan een anglicaanse bisschop. Teruggebracht naar zijn cel, werd hij een paar dagen later onderworpen aan de folteringen van de pijnbank. Daarna waren zijn tegenstanders best bereid aan zijn tien redenen voor een goed gesprek met anglicaanse theologen tegemoet te komen. Er werden vier cessies gehouden waarin pater Campion onverkort vasthield aan het katholiek geloof en de anderen ervan probeerde te overtuigen dat ze zich op een dwaalweg bevonden. Tevergeefs natuurlijk.

Op 14 november werd zijn rechtszaak geopend in Westminster Hall. Tezamen met zeven andere priesters werd hij ervan beschuldigd te hebben samengezworen tegen de koningin; hij zou in Rome en Reims een eed hebben afgelegd om een aanslag op de koningin te beramen en uit te voeren. Toen hem werd gevraagd met opgeheven hand te zweren dat hij de waarheid zou spreken, was hij zelfs niet meer in staat zijn hand omhoog te krijgen. Een van de andere beschuldigde priesters schoot hem te hulp en hield zijn hand op. Later fluisterde hij dat er geen nagels meer zaten op de vingers van pater Campion… Alle verdachten werden schuldig verklaard en ter dood veroordeeld. Ter plekke hebben ze toen de hymne Te Deum gezongen (‘U God loven wij’).

Op 1 december werd hij – tegelijk met de zojuist jezuïet geworden Alexander Briant en de wereldheer Ralph Sherwin – uit zijn cel gehaald en overgebracht naar de beruchte Tyburngevangenis. Een van de ambtenaren vroeg hem zijn misdaad te bekennen. Pater Campion reageerde: ‘Ik ben een katholiek priester. In die geloofsovertuiging heb ik geleefd en ben ik bereid te sterven. Als u vindt dat mijn godsdienst gelijkstaat met verraad, dan ben ik inderdaad schuldig. Maar aan enig ander verraad heb ik mij nooit schuldig gemaakt. God is mijn getuige.’ Hij werd gehangen, onthoofd en gevierendeeld.

Tegelijk met Alexander Briant en Ralph Sherwin werd hij op 29 december 1886 door paus Leo XIII († 1903) zalig verklaard.

De heiligverklaring door paus Paulus VI († 1978) vond plaats op 25 oktober 1970.



zondag - 02 dec

Roodhuis 09:30 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

met Pastoor van der Weide



zondag - 02 dec

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering met Kinder Woord Dienst

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

Tijdens de viering is er Kinder Woord Dienst in de pastorie, verzorgd door de Werkgroep Kind en Kerk



donderdag - 06 dec

Sneek 14:00 Kaartmiddag KBO Sneek

Bonifatiushuis, Sneek


zaterdag - 08 dec

Hele dag Kerstmarkt - Heel Sneek zingt 2018

 KERSTMARKT en KERST-SAMENZANG

8 December Sint Martinuskerk Sneek

Zaterdag 8 december vindt er van 11.00-16.00 uur een gezellige kerstmarkt plaats in en om de St. Martinuskerk aan de Singel te Sneek.

Een uniek gebeuren daar ook diverse Sneeker bedrijven hun handel presenteren en u in een ongedwongen omgeving leuke artikelen kunt kopen en natuurlijk tegelijkertijd deze prachtige kerk (uit 1872 architect Pierre Cuypers) kunt bekijken. De toegang is gratis.

Om 20.00 uur vindt er in dezelfde St. Martinuskerk een samenzang plaats onder de titel “Heel Sneek e.o. zingt……kerstliederen”. De toegang is GRATIS (kaars met zangboekje kosten 1 euro) en een ieder kan volop genieten van onder meer:

  • een prachtig kerstverhaal van pastoor Peter van der Weide,
  • een actueel kerstverhaal van de Sneker stadsdichter Henk van der Veer,
  • kamerorkest o.l.v. Anne Oosterhaven,
  • 5 Sneker koren nl. het RK jeugdkoor Young Angels, het Antoniuskoor, Muziektheater Tinto, de Christmas Voices, een kwartet bestaande uit o.a. Pastoor van der Weide en natuurlijk de eigen gezongen samenzang van alle aanwezigen onder leiding van dirigent Bob Pruiksma en organist Henk de Haan.

Na afloop van de samenzang kunt u onder het genot van een (gratis) glaasje glühwein nog even napraten.

Kortom, een feestelijk kerstgebeuren dat voor iedereen toegankelijk is om alvast in kerststemming te komen.

KOM OP TIJD want VOL=VOL!!! De deuren gaan om 19.30 uur open!



zaterdag - 08 dec

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



woensdag - 12 dec

Sneek 14:15 Kien/middag KBO

Bonifatiushuis, Sneek


donderdag - 13 dec

Sneek 14:00 Kaartmiddag KBO Sneek

Bonifatiushuis, Sneek


zaterdag - 15 dec

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met de liturgiegroep en het Ceacilliakoor



zondag - 16 dec

Blauwhuis 15:00 - 18:00 Kerstconcert Fanfare Blauwhuis

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Jaarlijks Kerstconcert door de Fanfare van Blauwhuis, met medewerking van Piter Wilkens!



zaterdag - 22 dec

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



maandag - 24 dec

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Kerstnacht

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor



dinsdag - 25 dec

Blauwhuis 10:30 - 11:30 Kindje Wiegen

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Voor de kleintjes in de kerk Kindje Wiegen en het Kerstverhaal, door werkgroep Kind en Kerk



woensdag - 26 dec

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Gezinsviering 2e Kerstdag

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Gelegenheidskoor



zondag - 30 dec

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor


jan 2019

datum/tijd evenement

zondag - 06 jan

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering met Kinder Woord Dienst

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor

Tijdens de viering is er Kinder Woord Dienst in de pastorie, verzorgd door de Werkgroep Kind en Kerk



zaterdag - 12 jan

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zondag - 20 jan

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



dinsdag - 22 jan

Blauwhuis 20:00 - 22:30 Bronnen van Bezieling: Film Seven Years in Tibet

Pastorie Blauwhuis, Blauwhuis

In de pastorie wordt de film Seven Years in Tibet vertoond, inleider op deze avond is Pastor Lucas Foekema.



zaterdag - 26 jan

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met de liturgiegroep en het Ceacilliakoor


feb 2019

datum/tijd evenement

zondag - 03 feb

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering met Kinder Woord Dienst

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor

Tijdens de viering is er Kinder Woord Dienst in de pastorie, verzorgd door de Werkgroep Kind en Kerk



zondag - 10 feb

Heeg 10:00 - 11:00 5 jaar Sint Antoniusparochie! Gezamenlijke viering in Heeg

Heeg, Heeg

Ter ere van het 5 jarig bestaan van onze Sint Antoniusparochie is er een gezamenlijke viering, met alle locaties, in de kerk van Heeg.



zondag - 17 feb

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



zondag - 24 feb

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 


mrt 2019

datum/tijd evenement

zaterdag - 02 mrt

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Carnavalsviering met Kinder Woord Dienst, m.m.v. Carnavalsvereniging de Fyfkes

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide, het Ceacilliakoor en het Gelegenheidskoor

Met medewerking van Carnavalsvereniging de Fyfkes

Tijdens de viering is er Kinder Woord Dienst in de pastorie, verzorgd door de Werkgroep Kind en Kerk



woensdag - 06 mrt

Blauwhuis 11:00 - 12:00 Aswoensdag

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Aswoensdag viering met pastor Foekema en de Sint Gregoriusschool



zondag - 10 mrt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



zaterdag - 16 mrt

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zondag - 24 mrt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



zondag - 31 mrt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor


apr 2019

datum/tijd evenement

zaterdag - 06 apr

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zondag - 14 apr

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Gezinsviering Palmpasen

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Gelegenheidskoor



donderdag - 18 apr

Roodhuis 19:30 - 20:30 Gezamenlijke Witte Donderdagviering in Reahûs

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Gezamenlijke Witte Donderdag viering



vrijdag - 19 apr

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Goede Vrijdag viering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met de liturgiegroep en het Ceacilliakoor



zaterdag - 20 apr

Blauwhuis 20:30 - 21:30 Paaswake

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Gelegenheidskoor

 



maandag - 22 apr

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Gezinsviering Paasmaandag

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zaterdag - 27 apr

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor


mei 2019

datum/tijd evenement

donderdag - 09 mei

Blauwhuis 20:00 - 22:30 Bronnen van Bezieling: een avond over kunstschilder Jacob Ydema

Pastorie Blauwhuis, Blauwhuis

Sible de Blaauw komt vertellen over Kunstschilder Jacob Ydema.


Powered by Events Manager

Wij willen onze website graag verbeteren

Daarvoor verzoeken wij u ons toe te staan gebruik te maken van cookies. Deze cookies betreffen geanonimiseerde gegevens voor Google-Analytics. Indien u deze cookies afwijst kunt u toch onze gehele website bekijken zonder dat enige data aan een derde partij wordt verzonden.