Close

Evenementenlijst Sint Antoniusparochie

mrt 2021

datum/tijd evenement

03 mrt - woensdag

Hele dag Gedenkdag H. Frederik van Hallum, abt

Frederik van Hallum (ook van Mariëngaarde) o.praem., Tongerlo, België; abt; † 1175.

Afbeelding van H. Freerk van Hallum
ca 1920, glasschilderkunst.

http://www.heiligen.net/afb/03/03/03-03-1175-frederik_3.jpg

Feest 3 maart.

Freerk Goslinga werd in het begin van de 12e eeuw geboren in het Friese plaatsje Hallum. Zijn vader verloor hij al vroeg. Maar van zijn moeder kreeg hij tezamen met zijn zusje een uitstekende opvoeding. De pastoor van zijn woonplaats, Feiko (of Feyko; soms Heiko genoemd), zag wel iets in Freerk. Hij begon hem Latijn te leren. Later liet hij hem op zijn kosten verder studeren in München. Op 25-jarige leeftijd werd hij te Utrecht priester gewijd. Daarna keerde hij terug naar Hallum als assistent van pastoor Feiko.

In deze tijd moeten we waarschijnlijk het volgende verhaal plaatsen. Van Freerk wordt verteld, dat hij vele mensen tot de christelijke levenswijze wist te bekeren. Toen hij als zielzorger werkte te Hallum, wist hij ook het hart van een zekere Wybren te raken, een berucht man uit het naburige dorpje Blija. De meeste mensen gingen hem het liefste uit de weg; hij had immers zelfs al een paar moorden op zijn geweten. Maar op een dag werd hij getroffen door een preek van pastoor Frederik. Omdat hij de pastoor wilde vragen, op welke manier hij boete kon gaan doen voor al zijn bedreven zonden, begaf hij zich naar diens huis om hem daar op te wachten. Frederik was echter nogal bang uitgevallen. Maar toen deze uit de verte die gevreesde bij hem voor de deur zag staan, maakte hij onmiddellijk rechtsomkeert en zette het op een lopen. Wybren, nu vastbesloten om zijn leven te beteren en vergeving te vragen, zette de achtervolging in. Frederik vluchtte de kerk binnen. Daar waren mensen onschendbaar, en kon geen misdadiger iets uitrichten. Uitgeput zonk hij bij het altaar neer. Maar Wybren kwam gewoon naar binnen; hij trok zich van het aloude asielrecht kennelijk ook al niets meer aan… Frederik vreesde, dat zijn laatste uur geslagen had. Maar de man die er zo vervaarlijk uitzag, wierp zich berouwvol op de grond en stortte zijn hart uit in een algemene biecht, smeekte om vergiffenis van al zijn zonden en vroeg om een passende penitentie. Frederik knipte zijn haren af en verwijderde alle versierselen van diens kleding, als teken van inkeer en boete. Daarop leidde Wybren verder het teruggetrokken en godgewijde leven van een kluizenaar.

Na de dood van zijn moeder stichtte Freerk het Friese klooster Mariëngaard. De monniken volgden de premonstratenzer regel van Norbertus; die was toen net nieuw. Frederik was een voorbeeldig monnik. Hij bad en vastte veel, was altijd goedgehumeurd en hulpvaardig. Zijn medebroeders vonden het zelfs een teken van zijn heiligheid dat hij tot op hoge leeftijd zonder stok liep. Tijdens de Reformatie werden zijn relieken overgebracht naar het Belgische premonstratenzer klooster te Tongerlo, tezamen met die van zijn opvolger Siardus.



03 mrt - woensdag

Sneek Hele dag I.v.m. Corona geen openbare viering

Bonifatiushuis, in de kapel, Sneek

We steken een kaarsje aan voor:

Lize Hooghiemstra,

Annie Meijer-de Vries,

Ester Haarsma-Konst



04 mrt - donderdag

Hele dag Gedenkdag H. Casimir van Wilna, vorst

Casimir van Wilna (ook van Grodno, de Grote of van Polen), Litauwen; vorst; † 1484.

Afbeelding H. Casimir van Wilna
ca 1895, glasschilderkunst. Frankrijk, Bretagne, Plouvorn, St-Pierre.

http://www.heiligen.net/afb/03/04/03-04-1484-casimir_7.jpg

Feest 4 maart.

Casimir werd als derde kind en tweede zoon van Koning Casimir IV († 1492) en koningin Elisabeth van Oostenrijk te Kraków geboren op 5 oktober 1458. Van jongs af aan gaf hij blijk van godsdienstzin. Daarbij onderging hij grote invloed van zijn leermeester Johannes Dugloss, genaamd Longinus, die kanunnik was te Krakow. Hij besteedde veel tijd aan gebed en andere geestelijke oefeningen.

Op zijn dertiende werd hij geroepen om de troon over te nemen van koning Matthias van Hongarije, omdat deze het volk tegen zich in het harnas had gejaagd. Met tegenzin voegde hij zich naar de wil van zijn vader en trok aan het hoofd van een leger op naar de Hongaarse grens (1471). Daar aangekomen vernam hij dat het Hongaarse volk zich met zijn vorst had verzoend. Onverrichterzake keerde hij naar huis terug; blij dat hij geen gevecht had hoeven te leveren, en dat hij geen regeringsverantwoordelijk hoefde te dragen. Bij terugkomst sloot hij zich maanden op in een kasteel om er te bidden en boete te doen.
Ook op de aandrang van zijn dokters en wetenschappers om te huwen met de dochter van de Duitse keizer Frederik III (1481) ging hij niet in. Hij gaf er de voorkeur aan om celibatair te blijven en een godgewijd leven te leiden. Hij had grote devotie voor het altaarsacrament en voor de Heilige Maagd. Op reis naar Litauwen werd hij ziek, en hij overleed in Wilna aan tuberculose, vijfentwintig jaar oud.

Verering & Cultuur
Na zijn dood gebeurden er rond zijn graf zovele wonderen dat een kanunnik er in 1604 een kompleet boekdeel mee kon vullen. Intussen was hij in 1521 heilig verklaard.

Patronaten
Hij is patroon van Polen en sinds 1602 van Litauwen, omdat op zijn voorspraak de Russen werden tegengehouden; van de jeugd en van de Maltezer ridders. Zijn voorspraak wordt ingeroepen in de strijd tegen vijanden van het geloof en van het vaderland; tegen de pest en andere besmettelijke ziekten.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als prins (met scepter en kroon) of ridder met poolse insignes; met lelie of kruisbeeld. Aan kinderen werd hij voorgehouden als een kind dat aalmoezen gaf aan andere kinderen.



04 mrt - donderdag

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


05 mrt - vrijdag

Hele dag Gedenkdag H. Focas van Sinope, hovenier & martelaar

Focas van Sinope (ook de Hovenier), Helenopontus (= aan de noordkust van het huidige Turkije); hovenier & martelaar; † 303.                      

Afbeelding H. Focas van Sinope
Rechts: Focas (met schop); links: Gorgonius.
18e eeuw, drijfwerk op reliekschrijn. België, Hoegaarden. St-Gorgonius.

http://www.heiligen.net/afb/03/05/03-05-0303-focas_2.jpg

Feest 5 maart.

Focas woonde in Sinope aan de monding van de Istme die uitstroomt in de Zwarte Zee. Daar had hij een eenvoudig huisje bij de stadspoort. Hij leefde van wat zijn tuin hem opbracht. Hoe eenvoudig zijn woning ook was, hij bood vreemdelingen en reizigers een gastvrij onderdak. Hij was christen. Dat wist iedereen. Maar toen de vervolgingen uitbraken onder Diocletianus (284-305) en er een prijs werd gezet op het hoofd van iedere christen die werd aangebracht, was er ook in zijn geval wel een judas te vinden die bereid was hem voor goed geld bij de overheid te verraden. De autoriteiten hoorden over zijn voorbeeldig leven en besloten hem zonder enige vorm van proces of ophef om het leven te brengen. Hoe meer bekendheid aan de zaak gegeven zou worden, hoe meer onrust. Dus werden er twee ambtenaren op uit gestuurd met de bevoegdheid de arrestant onmiddellijk te doden.

Deze twee kwamen tegen de avond in Sinope aan. In een eenvoudige woning dichtbij de stadspoort vonden zij een gastvrij onthaal. De gastheer zette hun voor wat hij van zijn tuintje wist te halen, en begon een praatje. Onwetend van het feit dat zij met hun slachtoffer spraken, vertelden de twee vrijmoedig over het doel van hun komst en vroegen hun gastheer of hij eventueel aanwijzingen kon geven om de gehate verdachte te vinden. Focas beloofde het. Maar stelde voor dat ze eerst zouden genieten van een welverdiende nachtrust. Morgen zouden ze verder praten.

Die nacht dolf Focas een graf in zijn tuin. De volgende ochtend serveerde hij zijn gasten een stevig ontbijt, ging vóór hen staan en zei: “De man die jullie zoeken, heb ik gevonden. Hij staat hier vóór je. Ik ben het zelf. Doe wat je is opgedragen en dood mij.” Verbijsterd keken de beide ambtenaren elkaar aan. Ze konden deze aardige man toch niet ombrengen? Iemand bij wie ze nota bene gastvrijheid hadden genoten! Maar Focas bleef er bij hen op aandringen: “Als jullie je opdracht niet volbrengen, zul je er zelf last mee krijgen. Alstublieft, doe waarvoor u gekomen bent. Laat de verantwoordelijkheid voor deze misdaad neerkomen op het hoofd van degenen die er het bevel toe gaven.” Zo komt het dat Focas de marteldood stierf en – zoals Sint Asterius het zegt in een van zijn preken – zo rolde zijn kop onder hun zwaard.

Verering & Cultuur
Hij werd begraven in zijn eigen tuin. Die plek werd een bedevaartoord. En diende meteen als een baken voor de schepen op zee. Het verhaal gaat zelfs dat Focas te hulp schoot, als een schip door storm of zware golfslag in de moeilijkheden raakte. Dan verscheen de heilige zelf aan boord, nam het roer over, bemoeide zich met de zeilen en de tuigage, en loodste het vaartuig veilig de haven binnen.
In later eeuwen werd een gedeelte van zijn gebeente overgebracht naar Constantinopel, waar zijn reliek met veel plechtig vertoon in een indrukwekkende processie werd bijgezet in de hoofdkerk van de stad.

Patronaten
De heilige geschiedschrijver Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) vertelt dat hij vooral beschermheilige was tegen slangenbeten. Hij had immers de goede strijd tegen de aloude slang, die het op het geluk en het welzijn van de mensheid had gemunt, overwonnen. Zodra iemand die een slangenbeet had opgelopen door de poort van zijn begraafplaats kwam, hield de werking van het gif op, al was hij intussen door het gif nog zo opgeblazen.
Hij is patroon van de hoveniers en – vooral in de oosters orthodoxe kerken – van schippers, zeelui en scheepvaart. In vroeger tijden werd zijn voorspraak ingeroepen tegen slangenbeten en vergiftiging.



05 mrt - vrijdag

Sneek 19:00 Eucharistieviering - 1e vrijdag van de maand

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


06 mrt - zaterdag

Hele dag Gedenkdag H. Coleta Boilet, claris

Coleta (ook Colette) Boilet (ook Boillet), Gent, Vlaanderen, België; claris; † 1447.

Afbeelding H. Coleta Boilet
ca 1600. Houtsculptuur. België.

http://www.heiligen.net/afb/03/06/03-06-1447-coleta_3.jpg

Feest 6 maart.

Zij werd geboren op 13 januari 1381 in Corbie, Picardië, Frans-Vlaanderen. Haar ouders waren al op gevorderde leeftijd, toen zij geboren werd. Lange tijd had het er zelfs naar uitgezien dat ze helemaal geen kinderen konden krijgen. Daarom hadden ze in hun gebeden Sint Nicolaas († ca 350; feest 6 december) om hulp en voorspraak gevraagd. Ze waren dolgelukkig met hun dochter en drukten hun dankbaarheid uit door het te vernoemen naar Sint Nicolaas: Coleta.

Op haar 18e verloor ze haar beide ouders. Ze weigerde het huwelijk dat haar voogd, een abt, voor haar had geregeld. Ze verlangde liever een leven in dienst van God. Aanvankelijk sloot zij zich aan bij de Begijnen. Vervolgens leidde ze het leven van een kluizenares volgens de regel de franciscaner tertiarissen. Uiteindelijk trad ze in bij de clarissen in haar woonplaats.
In een droom verscheen haar eens de heilige Franciscus van Assisi († 1226; feest 4 oktober); hij was met Sint Clara († 1253; feest 11 augustus) de grondlegger van haar kloosterorde. Hij droeg haar op om de goede geest terug te brengen in de vervallen orde der franciscanen en de vrouwelijke tak ervan, de clarissen. Ze werd algemeen overste en begon in vele Europese kloosters prompt met het herstel van de goede geest, vooral op het punt van de armoede en de mentaliteit. Daarnaast stichtte zij zelf nog zeventien nieuwe vestigingen (o.a. Le Puy-en-Velay); deze zusters staan sinds 1471 bekend als clarissen-coletinnen of arme claren.

Het schijnt dat er rond haar persoon veel wonderen en visioenen hebben plaats gevonden. Zo zou een man uit de dood tot leven hebben gewekt. Ook zou Maria haar eens verschenen zijn, waarbij ze Coleta een in stukken gehakt kind zou hebben laten zien met de woorden: “Zo en nog erger doen de zondaars met mijn zoon Jezus.”

Het was de tijd van het pauselijk schisma: naast de officiële pausen te Rome resideerden er tegenpausen in de Zuid-Franse stad Avignon. Beide partijen betwistten elkaar op beschamende wijze het leiderschap van de katholieke kerk. Vandaar dat zij tussen haar drukke bezigheden door nog gelegenheid vond om Sint Vincentius Ferrer († 1419; feest 5 april) te steunen bij zijn arbeid om het pauselijk schisma te herstellen.

In haar gebedsleven had zij een bijzondere devotie voor de lijdende Jezus. Coleta stierf tenslotte in het door haar gestichte klooster te Gent.

Verering & Cultuur
Met het oog op haar mogelijke zaligverklaring werden getuigenissen opgetekend van mensen die haar gekend hadden. Dat leverde een reeks anekdotes op. Van belang, omdat ze de geest ademen van wat middeleeuwers onder een heilige verstaan. Zo veel mogelijk gebeurtenissen worden in een miraculeus licht geplaatst en verklaard. Er is een handschrift van bewaard gebleven van ca 1475, bestemd voor Margaretha van York, de derde vrouw van Filips de Stoute.
Compleet met verluchtingen. Zij volgen de levensloop van Coleta: (r=recto, v=verso)
fol. 01r: Coleta geknield voor de monnik die haar levensbeschrijving optekent.
fol. 03r: De jonge Coleta geeft geloofsonderricht aan haar ouders.
fol. 13r: Coleta als tertiaris franciscanes in haar kluis te Corbie.
fol. 16v: Prediking Bernardinus Siena op verzoek van Coleta.
fol. 19r: Hellevisioen Coleta.
fol. 23r: Coleta’s reis naar paus Benedictus XIII te Nice.
Bezetenheid en verlossing van de vooruitgestuurde boodschapster.(Overigens was dit de tegenpaus Benedictus XIII (1394-1423). Zodra Coleta dit tot haar doordrong, herhaalde zij haar aanvraagprocedure bij de wettige paus Martinus V († 1431)).
fol. 23v: Coleta’s bezoek aan paus; inkleding als claris en benoeming tot algemeen overste.
fol. 30r: Hemelse bijstand bij hervorming clarissenorde en bouw nieuwe kloostervestigingen.
fol. 34r: Coleta’s wijnwonder.
fol. 40v: Verschijning Sint Anna met Heilige Familie.
fol. 49r: Pesterijen van de duivel tijdens haar gebed (1).
fol. 68r: Gebedsvisioenen van lijdende en verrezen Christus.
fol. 75r: Woont mis bij; ontvangt van Christus zelf communie.
fol. 80v: Coleta in gebed.
fol. 85v: Twee verschijningen van Maria.
fol. 91r: Coleta maant een stervende geleerde franciscaan te biechten.
fol.103v: Pesterijen van de duivel tijdens haar gebed (2).
fol.104r: Pesterijen van de duivel tijdens haar gebed (3).
fol.111v: Kindje sterft in staat van genade.
fol.112r: Verschijning Twaalf Apostelen.
fol.126r: Van ketterij beschuldigd door twee geleerden.
fol.130r: Coleta’s sterfbed en verschijning aan medezuster in gebed.
fol.137r: Coletawonderen: opwekking van doden.
fol.137v: Coletawonderen: opwekking van dode (uit vagevuur?).
fol.139v: Coletawonderen: genezing doodzieke pater Henri de Baume.
fol.142r: Coletawonderen: verschillende reddingen van verdrinkingsgevaar.
fol.144r: Coletawonderen: bevrijding van franciscaan in Morenland.
fol.145r: Coletawonderen: moeizame bevalling te Besançon succesvol.
fol.148v: Coletawonderen: duivelsuitdrijvingen door Coleta’s bijstand.
fol.151r: Coletawonderen: genezing epilepticus uit Bourgondië.
fol.160r: Coletawonderen: genezing franciscaan met ernstige hoofdpijn.
Haar zaligverklaring volgde pas in 1740 kort na het aantreden van paus Benedictus XIV († 1758). In 1807 werd zij door paus Pius VII († 1823) heilig verklaard.

Patronaten
Zij is patrones van de Franse plaatsen Corbie en Poligny en van de Vlaamse stad Gent. Daarnaast is zij patroonheilige van de clarissen, van dienstmeisjes en van timmerlieden (omdat haar vader timmerman was).
Haar voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijn, oogkwalen, koorts en onvruchtbaarheid (omdat haar ouders lange tijd vreesden kinderloos te zullen blijven); daarom wordt haar voorspraak ook gevraagd door aanstaande moeders voor een goede zwangerschap en voorspoedige bevalling.

Afgebeeld
Zij wordt afgebeeld in het bruine habijt van de clarissen, met boek en kruisbeeld; met lam en soms met leeuwerik (het heet dat zij steeds door zo’n diertje werd begeleid).



06 mrt - zaterdag

Sneek Hele dag I.v.m. Corona geen openbare viering

Bonifatiushuis, in de kapel, Sneek

We steken een kaarsje op voor:

Voor allen die werken in de zorg en voor alle bewoners,

Henk Bekema,

Jan Brouwer en overleden familie Brouwer-Palsma



06 mrt - zaterdag

Roodhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering 3dezondag in de veertigdagentijd

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

door Pastoor van der Weide



07 mrt - zondag

Hele dag Gedenkdag HH Perpetua en Felicitas, martelaren

Perpetua van Carthago, Afrika; martelares met Felicitas, Satyrus, Saturninus, Revocatus, Secundulus en Vivia; † 203.

Afbeelding HH Perpetua en Felicitas
6e eeuw, mozaïek.  Italië, Ravenna, Bisschoppelijk Museum, Andreaskapel.

http://www.heiligen.net/afb/03/07/03-07-0203-perpetua_5.jpg

Feest 7 maart.

Van hun marteldood bestaat een ooggetuigeverslag, dat gedeeltelijk is gebaseerd op de persoonlijke aantekeningen van Perpetua zelf. Zij was van voorname afkomst, wellicht uit Carthago zelf. Op het moment van haar marteldood was zij weduwe. Wellicht was zij de meesteres van Felcitas, een slavin die op dat moment hoogzwanger was.
Van de andere martelaars meent men, dat het geloofsleerlingen (catechumenen) waren; misschien was Satyrus hun leermeester.
Ze werden gearresteerd krachtens de wet van Septimius Severus die godsdienstpropaganda en bekeringswerk verbood. Revocatus bezweek al in de gevangenis. De overigen werden in het amfitheater voor de wilde dieren gegooid en door de hoorns van wilde stieren of koeien zo toegetakeld dat ze aan de verwondingen ervan overleden.
Sint Augustinus van Hippo († 430; feest 28 augustus) wijdde drie preken aan hen.

Patronaten
Perpetua is patrones van getrouwde vrouwen.

Afgebeeld
Perpetua en Felicitas worden afgebeeld met een stier naast zich. Perpetua in de arena naar de hemel wijzend; Felicitas met een kruis in de hand en een kind op de schoot.



07 mrt - zondag

Heeg 09:30 - 10:30 Eucharistieviering, Pastoor P. v.d. Weide

Sint Josephkerk – Heeg, Heeg

voor Akke Miedema – van der Zee;
voor Herman Miedema;
voor overleden familie Fokke Flapper.

De vieringen

Aanmelden kan via of telefonisch 0515 444 850 – Marjo Wezenberg.
De rechtstreeks televisie uitzending is te vinden via: www.kerkdienstgemist.nl. Vul bij het veld “Zoek Kerk” Heeg in en kies vervolgens op het volgende scherm voor de Antonius van Paduaparochie Heeg.
Terugkijken is ook mogelijk.



07 mrt - zondag

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

aanmelden Vituskerk Blauwhuis Sint Vituskerk – Blauwhuis, Blauwhuis

Voorganger pastor Foekema

M.m.v. het Ceacilliakoor



07 mrt - zondag

Sneek 11:00 Eucharistieviering - 3e Vastenzondag

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Voorstellen van de 1e Communicanten

M.m.v. the Young Angels o.l.v. K. Zwerver, dirigent en H. de Haan, organist



08 mrt - maandag

Hele dag Gedenkdag H. Johannes de Deo, stichter en verpleger

Johannes de Deo, (ook van God), Granada, Spanje; stichter & verpleger; † 1550.

Afbeelding H. Johannes de Deo
ca 1880. Tekening. Boekillustratie in: Luciano del Pozo ‘Het leven van de Heilige Johannes de Deo’, Voorhout, 1935.
In overweging en gebed smaakte hij een bijna hemels geluk.

http://www.heiligen.net/afb/03/08/03-08-1550-johannes_3.jpg

Feest 8 maart.

Op zijn achtste jaar liep hij weg van huis, omdat hij iets van de wereld wilde zien. Hij verhuurde zich als geitenhoeder en werd soldaat. Ten hij na lange jaren weer thuis kwam, hoorde hij dat zijn moeder uit verdriet om hem gestorven was en dat zijn vader toen was ingetreden bij de franciscanen; ook hij was intussen gestorven. Sindsdien werd hij verteerd van wroeging en zocht rust voor zijn geweten. Hij trok naar Marokko om zich daar het lot van christenslaven te verzachten, en dreef vervolgens een religieus boekhandeltje in Gibraltar. Intussen was hij veertig geworden, toen hij door een preek van Johannes van Avila († 1569; feest 10 mei) zo werd geraakt, dat hij besloot zich uit liefde tot God te gaan bezighouden met de verpleging van zieken en hulpbehoevenden. Hij vestigde zich in Granada en was zo fanatiek in het naleven van zijn idealen dat hij door de burgerbevolking de bijnaam kreeg van ‘de gek’. Dat veranderde toen hij eens op zijn eentje alle zieken één voor één op zijn schouders uit een brandend hospitaal haalde. Stilaan kreeg hij medehelpers; daaruit groeide een Congregatie die zich inzette voor de zieken: de Congregatie van de Barmhartige Broeders. Hij stierf aan de gevolgen van een ernstige verkoudheid, die hij had opgelopen, toen hij een jongetje was nagesprongen, dat in de snelstromende rivier was gevallen en dreigde te verdrinken.

Verering & Cultuur
Hij werd in 1690 heilig verklaard.

Patronaten
Hij is patroon van de Spaanse stad Granada. In 1886 werd hij uitgeroepen tot patroon van de zieken en van het verplegend personeel. Daarnaast is hij patroon van boekhandelaars, boekdrukkers en papiermakers.



08 mrt - maandag

Sneek Hele dag I.v.m. Corona geen openbare viering

Bonifatiushuis, in de kapel, Sneek

We steken een kaarsje aan voor:

Sjoerd en Riek Hamersma-van der Horst,

Andries en Jetske Brouwer-Melchers



09 mrt - dinsdag

Hele dag Gedenkdag H. Francisca Romana; weduwe, mystica & weldoenster

Francisca (ook Ceccolella of Paquita) Romana (ook van Rome), Italië; weduwe, mystica & weldoenster; † 1440.

Afbeelding H. Francisca Romana
ca 1960. Devotieprentje. Nederland.

http://www.heiligen.net/afb/03/09/03-09-1440-francisca_2.jpg

Feest 9 maart.

In 1384 te Rome geboren werd zij op haar dertiende uitgehuwelijkt aan Lorenzo de Ponziani. Zelf was zij liever in het klooster gegaan, maar voor de familie was het een kwestie van overleven, want zowel de economische als politieke situatie was bijzonder slecht; voortdurend was de familie verwikkeld in ruzies en oorlogjes. Alle veertig jaren van haar huwelijk was zij een toonbeeld van toewijding aan haar man, haar zes kinderen en haar huishoudelijke plichten. Toch kon dit alles niet verhinderen dat haar man tijdens een op straat uitgevochten familievete ernstig gewond raakte en naar Napels werd verbannen. Behalve hun sombere kasteel-achtige huis in Trastevere werd hun alles afgenomen. In diezelfde tijd stierven haar kinderen een voor een aan de pest; slechts één zoon bleef in leven.
Zoals zij vroeger met liefde voor haar kinderen had gezorgd, wendde zij zich nu tot de armen van de stad. Omdat er zoveel nood was, sloten zich allerlei meisjes uit hooggeplaatste kringen bij haar aan. Zo ontstond de door haar gestichte religieuze congregatie van de Tor de’ Specchi; de zusters leefden volgens de regel van Benedictus.
Intussen werd tussen de families vrede gesloten en keerde haar echtgenoot als een gebroken man naar huis terug. De laatste jaren van zijn leven heeft zij hem liefdevol verpleegd. Na zijn dood in 1436 trad zij toe tot haar eigen orde.

Zij overleed ruim vier jaar na haar man. Haar biechtvader gaf een levensbeschrijving uit. Daarbij kwam aan het licht hoe vroom zij in het verborgen had geleefd. Al de tijd dat zij thuis woonde, had zij bijvoorbeeld op zolder een kloostercel gehad, waar zij zich zo veel als maar kon terugtrok. Ze bleek een grote devotie te hebben gehad tot haar engelbewaarder, waarvan zij zei dat ze hem vaak naast zich met haar mee zag wandelen.

Verering & Cultuur
Haar relieken bevinden zich te Rome in de Santa Francesca Romana aan de Via dei Fori Imperiali bij het Forum Romanum. Ze werd heilig verklaard in 1608.

Patronaten
Ze is patrones van Rome; van vrouwen in het algemeen, huisvrouwen, moeders en weduwen; sinds 1925 geldt ze naast Christoffel en de profeet Elias ook als patrones van automobilisten (omdat ze zich stipt hield aan de adviezen van haar engelbewaarder), motorrijders en vliegeniers en piloten, en van alle gemotoriseerde verkeer. Haar voorspraak wordt ingeroepen tegen de pest en tegen de kwellingen van het vagevuur.

Afgebeeld
Ze wordt afgebeeld in zwart habijt en witte sluier (dracht van benedictijner kloosterzusters); met engelbewaarder; omgeven door engelen; knielend voor een monstrans waarvan de stralen haar hart treffen; met een muildier dat met hout (voor de armen) is beladen; met een mand met brood; met gebroken pijlen.



09 mrt - dinsdag

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


10 mrt - woensdag

Hele dag Gedenkdag H. Anastasia van Skete, kluizenares

Anastasia van Skete (ook de Patricische: = Anastasius de Eunuch), monnik, Egypte; † 567.

Afbeelding van H. Anastasia van Skete
2011, Griekse dagkalender.

http://www.heiligen.net/afb/03/10/03-10-0567-anastasia_1.jpg

Feest 10 maart

Zij was afkomstig uit de adel van Constantinopel.

Maar toen de keizer, Justinianus († 565; feest 14 november),  verliefd op haar begon te worden, werd keizerin Theodora jaloers. Daarop ontvluchtte zij de hofkringen, en trok zich terug in de eenzaamheid om zich aan God te wijden.

Maar zodra Theodora gestorven was, liet de keizer haar roepen om zijn vrouw te worden. De nacht voordat zijn herauten de plaats bereikten waar zij zich ophield, nam zij de wijk naar de Egyptische woestijn om er als kluizenaar te leven.

Daar dat gezien de toenmalige maatschappelijke verhoudingen voor vrouwen eigenlijk onmogelijk was, verkleedde zij zich als monnik, noemde zich voortaan Anastasius en leidde zo’n voorbeeldig leven dat zij gaandeweg als een heilige beschouwd.



10 mrt - woensdag

Sneek Hele dag I.v.m. Corona geen openbare viering

Bonifatiushuis, in de kapel, Sneek

We steken een kaarsje aan voor:

Arnold en Folkert Terveer



11 mrt - donderdag

Hele dag Gedenkdag H. Eulogius van Cordova

Eulogius van Cordova, Spanje; martelaar; † 859.

Afbeelding H. Eulogius van Cordova
ca 1800. Schilderij. Duitsland in Läpple.

http://www.heiligen.net/afb/03/11/03-11-0859-eulogius_1.jpg

Feest 11 maart.

Eulogius was priester in Cordova ten tijde van de overheersing der Muselmannen. De Emir, Abd-Al-Rahman II, stond wel vrijheid van godsdienst toe, maar geen bekeringswerk. Toch braken er in het jaar 850 te Cordova vervolgingen uit. De bisschop viel af en pleitte tegen zijn gelovigen. Velen werden gevangen gezet en met de dood bedreigd, onder wie ook Eulogius. Hij schreef daarop in de gevangenis een boekje, geheten ‘Aansporing tot het martelaarschap’: de boodschap was dat je in ieder geval niet van je geloof moest afvallen; dat je je medegelovigen en God niet moest verraden en je eigen eeuwig geluk niet prijsgeven. Het – relatief korte – lijden van deze tijd zou niet opwegen tegen de eeuwige beloning, zo ontleende hij aan Paulus.

In feite was dit boekje bestemd voor twee vrouwen: Flora en Maria; die werden onthoofd op 24 november 851. Deze twee martelaressen hadden vlak voor hun dood beloofd dat zij bij aankomst in de hemel zouden bidden voor de vrijlating van de medechristenen. Inderdaad werden de anderen binnen een week na hun dood in vrijheid gesteld. Toch ondergingen nog een aantal gelovigen in de jaren daarna de marteldood: tot hen behoren Gumersindus en Servus-Dei (feest 13 januari); Aurelius en Felix, elk met zijn vrouw, respectieverlijk Natalia en Liliosa (feest 27 juli); Christoforus en Leovigildus (feest 20 augustus); Rogellus en Servio-Deo (feest 16 september), allen gedood in 852 nog onder Abd-Al-Rahman.

In 853 werd deze opgevolgd door zijn zoon Mohammed. Hij zette de lijn van zijn vader door. In 853 reeds stierven de marteldood de monnik Fandila, Anastasius, Felix (feest 13 juli) en drie vrouwen die hun leven als maagd aan God hadden toegewijd: Digna, Columba en Pomposa (17 september).

In de jaren daarna gingen de terechtstellingen der christenen onverminderd voort. Zo vonden in 857 Roderik en Salomon de dood (feest 13 maart). Rodrigo was priester en Salomon een leek. Ze leerden elkaar kennen in de gevangenis, toen ze in afwachting waren van hun vonnis. Het was Eulogius die al deze mensen bijstond tijdens hun martelingen in hun laatste momenten. Hij heeft dan ook hun namen opgetekend en hun verhaal opgeschreven in een boekje, getiteld ‘Gedenkboek der Heiligen’.

Nu was er een meisje, Leocritia geheten, dat van jongs af aan als christin was opgevoed door een familielid. Ze was ook gedoopt. Maar haar ouders dreigden haar aan te zullen geven als ze haar geloof niet opgaf. Tenslotte zocht ze haar toevlucht bij Eulogius en zijn zuster Anulona. Zij verborgen haar in hun huis. Toen dit aan het licht kwam, werden ze alle drie gearresteerd en gevangen gezet. De Emir heeft nog geprobeerd Eulogius tot andere gedachten te brengen, maar het lukte hem niet. Integendeel, Eulogius zei zelfs tegen hem: “Als u er ook maar enig idee van had welk een beloning er ligt te wachten voor hen die hun geloof trouw blijven, zou u op ditzelfde moment al uw waardigheden en bezittingen ervoor inruilen.” Daarop begon hij hem vrijuit zijn geloof uit te leggen. Deze vrijmoedigheid kostte hem het leven. Hij werd naar de executieplaats gebracht. Toen een van de eunuchen hem een klap in het gezicht gaf als straf dat hij zo brutaal was geweest tegen de Emir, keerde hij hem ook de andere wang toe. Even later werd het doodvonnis aan hem voltrokken.

Leocritia onderging hetzelfde lot enkele dagen later, 15 maart. Haar lichaam werd geworpen in de Guadalquivir. Christenen kwamen het er weghalen om het een waardige begrafenis te geven. Eulogius en Leocritia liggen naast elkaar begraven in de kerk te Cordova.



11 mrt - donderdag

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


12 mrt - vrijdag

Hele dag Gedenkdag H. Pol Aurélien de Léon, stichter-bisschop

Pol Aurélien (ook Paol, Poul  of Paulus Aurelianus) de Léon, Bretagne, Frankrijk; † ca 572.

Afbeelding H. Pol Aurelien de Leon
‘Sint Pol Aurélien bekleedt Sint Tanguy met het kloosterhabijt’.
1901, glasschilderkunst. Frankrijk, Bretagne, Landunvez, Notre Dame de Bon Secours.

http://www.heiligen.net/afb/03/12/03-12-0572-pol_25.jpg

Feest 12 maart.

Hij zou rond 492 in Wales geboren zijn. Zijn naam duidt erop dat hij van Anglo-Romeinse afkomst was. Zijn ouders hadden natuurlijk voor hem een baan in het leger in gedachte, maar zelf voelde de jongen zich aangetrokken tot de nieuwe godsdienst die sinds kort zijn intrede had gedaan in Brittannië, het christendom. Hij wist zijn ouders ervan te overtuigen hem voor zijn opleiding  naar klooster Llantwit te sturen op het eiland Caldey. Dat stond onder leiding van zijn stichter Sint Illtud († 505; feest 6 november). Hij zat daar tezamen met anderen die later zouden uitgroeien tot grote heiligen, zoals Samson van Dol († 565; feest 28 juli), Gildas de Wijze van Rhuys († 570; feest 29 januari) en David van Wales († 601; feest 1 maart).

Op zestienjarige leeftijd krijgt hij toestemming kluizenaar te worden op een landgoed van zijn ouders. Zes jaar later wordt hij priester gewijd door de bisschop van Guic-Kastel (= Winchester). Hij wijst een bisschopsfunctie af, verzamelt, zo jong als hij is, twaalf monniken rond zich en steekt over naar Armorica (= nagenoeg het huidige Bretagne). Hij landt op het eiland Ouessant op een plek die destijds bekend stond als ‘Portus Boum’ (= ‘Veehaven’, het huidige Porz Pol = Paulushaven). Ze vestigen zich op een plaats die later zal uitgroeien tot Lampaul (= ‘kluizenarij van Paulus’). Na enige tijd steken ze over naar het vasteland en beginnen een nieuwe vestiging, het huidige Lampaul-Ploudalmezou. Daarnaast komen er nog twee nieuwe stichtingen: Lanilldut (= ‘kluizenarij van Illtud, genoemd dus naar zijn leermeester in Wales) en Lampaul-Plouarzel.

Nu verlangt hij zich ergens definitief te vestigen. Zijn oog valt op de plaats Occismor. Op dat moment bevindt de plaatselijke gezagsdrager zich op het eiland Batz. Als hij hem ontmoet blijkt het een verre neef van hem te zijn, Withur. Deze geeft hem het eiland Batz voor een kloostervestiging. Met behulp van de Frankische koning Childebert wordt Pol in 530 tot bisschop benoemd van het nieuwe diocees Occismor en Léon.
Vanuit zijn nieuwe vestiging stuurt hij medewerkers onder de mensen met de bedoeling dat zij temidden van de mensen het evangelie verkondigen vooral door hun heilige levenswijze van kluizenaar. Tot hen behoren Guirec († 547; feest 17 februari), Maudez († 550; feest 18 november), Armel († 552; feest 16 augustus) en Tudwal († 564; feest 30 november).

Intussen heeft hij veel aan krachten ingeboet, en benoemt Sint Jaoua († 554; feest 2 maart) tot zijn opvolger als bisschop. Maar deze sterft al vrij kort daarna. Zo gaat het ook met diens opvolger, Sint Tiernomail. Ketomeren neemt zijn plaats in. Intussen brengt Pol zelf zijn laatste jaren door in zijn kloostertje op het eiland Batz. Daar sterft hij op een 12e maart, waarschijnlijk van het jaar 572.

Levensbeschrijving
In 884 schrijft een monnik van klooster Landevennec, Wrmonoc geheten, Pols levensverhaal. Waarschijnlijk was hijzelf afkomstig uit de landstreek Léon en kon hij zich baseren op min of meer authentieke documenten. Voor het overige is het bericht een aaneenschakeling van wonderlijke gebeurtenissen (juist als het evangelie!). Het weerspiegelt veeleer het beeld van een heilige zoals de monniken dat toen hadden, dan dat het enige informatie geeft over Pols bijzondere levensomstandigheden.

Pol werd al gauw bekend. Toen het beroemde klooster van Caldey eens werd bedreigd door overstromingen, trok hij eenvoudig met zijn staf een lijn op het strand: tot zover mocht de zee oprukken. Het water is er nooit overheen gegaan.
Kort daarna trad hij op tegen de zwermen vogels die de rijke gewassen op het veld dreigden te vernietigen. Hij beval ze bijeen te komen in een schuur, waar ze door vader abt Illtud werden onderwezen. Nooit meer hebben ze daar last gehad van die dieren: de oogst was eens voorgoed gered.
Zijn zus leidde een stukje verderop ook een klooster. Ook zij had te kampen met wateroverlast. Toen Pol naar haar toeging om voor zijn vertrek naar Armorica afscheid te nemen, legde hij een rij steentjes op het strand. Daarmee gaf hij de grens aan tot hoever het water mocht komen. Ook hier is het er nooit overheen gegaan. De steentjes groeiden uit tot een rotsformatie die tot op de dag van vandaag bekend staat als De Weg van Sint Pol.

In de buurt van Lampaul-Plouarzel moets hij zijn leerlingen en gezel Jaoua te hulp komen. Diens kluizenaarshut werd telkens vertrapt door een enorme buffel. Sint Pol temde het ondier en vanaf dat moment kon Sint Jaoua daar in alle rust verblijven.
Eens was hij met zijn gezellen op wegnaar Occismor. Ze waren zo moe en uitgedroogd dat Sint Pol achtereenvolgens drie bronnen liet ontspringen. Een ervan wordt nog in ere gehouden te Prat Pol.

Op het eiland Batz huisde een ijselijk drakenmonster dat alles op zijn pad verslond. Zo dapper en sterk Withur en zijn mannen ook waren, hier stonden zij machteloos: ze konden niets tegen het ondier beginnen. Sint Pol bood aan te helpen. Hij vroeg een dappere jongeman mee, Nuz geheten, en ging het monster onverschrokken tegemoet. Hij wierp het zijn stola om de nek en leidde het vervolgens naar een hoge rotspunt. Daar gaf hij het bevel zich in de diepte van het water te storten. En het beest gehoorzaamde prompt. Sindsdien heet het daar ‘Toull ar Sarpant’ (‘Slangengat’). Het eiland was voorgoed bevrijd van de plaag.

Verering & Cultuur
Krachtens zijn laatste wilsbeschikking moeten de eilandbewoners tot hun verdriet zijn stoffelijk overschot afstaan aan de kathedrale kerk op het vasteland. Sindsdien wordt die plaats naar hem genoemd: Oppidum Pauli in de 9e eeuw; in 1371 staat het bekend als Castrum Sancti Pauli =  ‘Sint Paulusstad’, het huidige St-Pol-de-Léon.

Door de dreiging van de invallen der Noormannen worden ziijn relieken in 954 overgebracht naar de benedictijner abdij van Fleury aan de Loire. Daar vielen ze in de 16e eeuw ten prooi aan de vernietiging door de Reformatie.
Op de 3de zondag van juli vindt er te St-Pol-de-Léon een pardon plaats ter ere van hem.

Patronaten
Naast St-Pol-de-Léon zijn er in Bretagne nog verschillende aardrijkskundige benamingen die aan Sint Pol herinneren:
alle plaatsen met Lampaul, Pors Paul en Porz Paul en Mespaul (Finistère),  Lamballe, Pléboulle, Paule en de plaatsen die Saint-Paul heten (Côtes-du-Nord).
Bovendien is hij patroonheilige van Saint-Pol-sur-Mer (bij Duinkerken).

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld met een draak; met een homp brood en een kan water (dat was lange tijd zijn enige voedsel).

Samen met Sint Brieuc van St-Brieuc, Sint Samson van Dol, Sint Malo van St-Malo, Sint Paternus van Vannes, Sint Corentin van Quimper en Sint Tudwal van Tréquier behoort hij tot de zeven stichter-bisschoppen van Bretagne.



12 mrt - vrijdag

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


13 mrt - zaterdag

Hele dag Gedenkdag H. Rodrigo van Cordova, martelaar

Rodrigo (of Roderik) van Cordova, Spanje; martelaar met zijn broer Salomon; † 857.

Afbeelding H. Rodrigo van Cordova
Rodrigo met palmtak door engel gekroond.
1650, Murillo, schilderij. Duitsland, Dresden, Gemäldegalerie.

http://www.heiligen.net/afb/03/13/03-13-0857-rodrigo_1.jpg

Feest 13 maart.

Onze kennis van de Martelaren van Cordova hebben wij te danken aan Eulogius († 859; feest 11 maart). Hij was priester in Cordova ten tijde van de overheersing der Muselmannen. De Emir, Abd-Al-Rahman II, stond wel vrijheid van godsdienst toe, maar geen bekeringswerk. Toch braken er in het jaar 850 te Cordova vervolgingen uit. De bisschop viel af en pleitte tegen zijn gelovigen. Velen werden er gevangen gezet en met de dood bedreigd, onder wie ook Eulogius. Hij schreef daarop in de gevangenis een boekje, geheten ‘Aansporing tot het martelaarschap’. De boodschap was dat je in ieder geval niet van je geloof moest afvallen, je medegelovigen en God niet moest verraden en je eigen eeuwig geluk niet prijsgeven. Het – relatief korte – lijden van deze tijd zou niet opwegen tegen de eeuwige beloning, zo ontleende hij aan Paulus.

In feite was dit boekje bestemd voor twee vrouwen: Flora en Maria, die achteraf gezien de marteldood door onthoofding zouden sterven op 24 november 851. Deze twee martelaressen hadden vlak voor hun dood beloofd dat zij bij aankomst in de hemel zouden bidden voor de vrijlating van de medechristenen. Inderdaad werden de anderen binnen een week na hun dood in vrijheid gesteld. Toch ondergingen nog een aantal gelovigen in de jaren daarna de marteldood: tot hen behoren Gumismundus (ook Gumersindis) en Servus-Dei (feest 13 januari), Aurelius met zijn vrouw Natalia en Felix met zijn vrouw Liliosa (feest 27 juli); Christoforus en Levigild (feest 20 augustus); Rogellus en Servio-Deo (feest 16 september); allen gedood in 852 nog onder Abd-Al-Rahman. In 853 werd deze opgevolgd door zijn zoon Mohammed. Hij zette de lijn van zijn vader door. In 853 reeds stierven de marteldood de monnik Fandila, Anastasius, Felix (feest 13 juni) en drie vrouwen die hun leven als maagd aan God hadden toegewijd: Columba, Digna en Pomposa (feest 17 september). In de jaren daarna gingen de terechtstellingen der christenen onverminderd voort.

Zo vonden in 857 Roderik en Salomon de dood. Deze Roderik was christen. Hij had twee broers; de ene was ook christen, de ander muselman. Telkens lagen ze met elkaar overhoop in een theologisch dispuut. Niet zelden eindigde dat in een echte vechtpartij. Toen Roderik eens bij zo’n gelegenheid tussenbeide kwam, keerden beiden zich in hun woede tegen hém, en dienden hem de klappen toe die ze aan elkaar hadden toegedacht. Roderik werd zo toegetakeld dat beide broers meenden dat hij dood was. De christen vluchtte, omdat hij de gerechtelijke macht van de Muselmannen te vrezen had. De muselman zag zijn kans. Hij legde zijn broer op een kar, ging met hem de straat op en begon te roepen:
“Moet je kijken: dat is wat een christenhond met mijn liefste broer heeft gedaan, toen hij zijn geloof in onze grote Profeet Mohammed uitsprak!”
Op dat moment kwam de dode tot leven. Na zijn genezing ging hij op zijn beurt de straat op om ieder die het horen wilde te bezweren dat hij geen muselman, maar christen was.

Dit kwam de emir ter ore; deze gelastte hem te laten opsluiten in de gevangenis. Daar ontmoette hij Salomon. Deze werd ervan beschuldigd bekeringswerk te verrichten; wat immers bij wet verboden was. Roderik en Salomon werden in die omstandigheden vrienden. Ze deden hun gebeden samen en spoorden elkaar over en weer aan om trouw te blijven aan het geloof in weerwil van alle dreigementen en martelingen die ze te verduren hadden. De rechter haalde ze nog uit elkaar in een poging elk van beide tot andere gedachten te brengen. Tevergeefs. Ze dreven zelfs de spot met hem. Ze riepen hem toe dat hij als intelligent man toch zelf zijn leugens ook niet geloofde, en dat hij dus wel op kon houden met zijn pogingen om hen tot andere gedachten te brengen… Tenslotte werden ze op dezelfde dag onthoofd.

Het was Eulogius die al deze mensen bijstond tijdens hun martelingen en in hun laatste momenten. Hij heeft dan ook hun namen opgetekend en hun verhaal opgeschreven in een boekje, getiteld ‘Gedenkboek der Heiligen’.
Eulogius onderging op zijn beurt de marteldood op 11 maart 859.



13 mrt - zaterdag

Sneek Hele dag I.v.m. Corona geen openbare viering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek

We steken een kaarsje op voor:

Pier Ruiter,

Yvonne van Schagen-Paddenburg,

Jan en Corry Bouma – van Gool,

voor allen die werken in de zorg en voor alle bewoners



13 mrt - zaterdag

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

aanmelden Vituskerk Blauwhuis Sint Vituskerk – Blauwhuis, Blauwhuis

Voorganger pastoor van der Weide

M.m.v. het Ceacilliakoor



13 mrt - zaterdag

Heeg 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering, Pastor L. Foekema

Sint Josephkerk – Heeg, Heeg

voor Rein van der Wey;
voor Bernard de Jong en overleden familie.

De vieringen

Aanmelden kan via of telefonisch 0515 444 850 – Marjo Wezenberg.
De rechtstreeks televisie uitzending is te vinden via: www.kerkdienstgemist.nl. Vul bij het veld “Zoek Kerk” Heeg in en kies vervolgens op het volgende scherm voor de Antonius van Paduaparochie Heeg.
Terugkijken is ook mogelijk.



14 mrt - zondag

Hele dag Feestdag H. Matilda, stichteres & weldoenster

Matilda (Mahaut, Mathildis, Maud, Maude of Mechthild) van Duitsland (ook van Quedlinburg), Quedlinburg, Harz, Duitsland; koningin, stichteres, weduwe & weldoenster; † 968.

Afbeelding H. Mathilda

<1900. Glasschilderkunst. Duitsland, Quedlinburg, Museum.

http://www.heiligen.net/afb/03/14/03-14-0968-matilda_1.jpg

Feest 14 maart.

Zij kwam voort uit het geslacht van de beroemde Saksen-aanvoerder Widukind en werd rond 895 te Engern in Saksen geboren. Ze huwde met koning Heinrich I, aan wie ze vijf kinderen schonk. Een daarvan zou later keizer Otto I worden; een ander staat later bekend als hertog Heinrich van Beieren, en een derde als bisschop Bruno van Keulen († 965; feest 11 oktober).

Zij was een toonbeeld van christelijke deugd en naastenliefde. Anderen zeggen van haar dat ze ‘spaarzaam, netjes en onvermoeibaar’ was. Als ze op reis ging, nam ze zelfs haar spinnewiel mee om haar tijd maar niet in ledigheid te verdoen. Zij stichtte minstens vier benedictijner kloosters: te Nordhausen, Pöhlde, Engern en Quedlinburg.

Toen haar man stierf, betwistten haar zonen Otto en Heinrich de opvolging. Na veel geruzie kwam er een regeling tot stand. Het einde van het liedje was dat beide zonen hun moeder verweten dat ze te veel spullen had weggegeven aan de armen.

Verdrietig trok zij zich terug in het door haar zelf gestichte klooster Quedlinburg in de Harz. Daar leidde ze op voorbeeldige wijze het leven van een eenvoudige kloosterzuster. Nog tijdens haar leven werden haar gebeden verhoord: haar beide zoons kwamen zich met haar verzoenen. Op het moment dat ze stierf, kwam aan het licht dat ze zelfs het doodshemd dat voor haar begrafenis opzij was gelegd, aan iemand had weggegeven.

Afgebeeld
Ze wordt afgebeeld als koningin (kroon, statiegewaad); soms met een gesel (symbool van boetedoening en kloostertucht, waaraan zij zich onderwierp) of met een kerkmodel in de hand (wijst op haar als stichteres); op sommige afbeeldingen zien wij haar aalmoezen uitdelen.



14 mrt - zondag

Hele dag Gedenkdag H. Lubinus van Chartres, bisschop

Lubinus (ook Leobinus, Lubin, Lubinius of Lumine) van Chartres, Frankrijk; bisschop; † ca 557.

Afbeelding H. Lubinus van Chartres
> 1700, houtsculptuur. Frankrijk, Bretagne, St-Lubin, St-Lubin

http://www.heiligen.net/afb/03/14/03-14-0557-lubinus-chartres_1.jpg

Feest 14 maart

Lubinus was afkomstig uit Poitiers. Op jeugdige leeftijd werd hij monnik in een niet nader genoemd klooster in zijn geboortestad. Daar had hij de functie van keldermeester. Na acht jaar verlangde hij ernaar Sint Avitus († 530; feest 17 juni) te ontmoeten. Die leidde op dat moment met een handjevol gezellen het leven van kluizenaar ergens in La Perche, een landstreek ten westen van Chartres. Een van die gezellen was Sint Karilef (ook Calais: † 536; feest 1 juli). Hij was het die Lubinus de raad gaf naar een veel grotere communiteit te gaan, want in zo’n klein groepje was het gevaar veel groter dat je monniksideaal verwaterde bij gebrek aan sociale controle. Omdat Lubinus intussen veel had gehoord over het beroemde monnikeneiland Lérins voor de Zuidfranse kust, wilde hij daarheen. Maar onderweg trof hij een monnik die er juist vandaan kwam, omdat de kloosterlijke geest er veel te wensen overliet. Lubinus kon veel beter naar de monniksgemeenschap gaan die zich bij Lyon op het Île-Barbe had gevestigd. Op dat moment had daar Sint Lupus de leiding, de latere bisschop van Lyon († 542; feest 25 september).
Kort daarop werd het eiland veroverd door de Franken die met de Bourgondiërs in oorlog waren. Uit voorzorg waren de medebroeders gevlucht. Alleen Lubinus en een stokoude man waren achtergebleven. De Franken hoopten de kostbaarheden van het klooster te bemachtigen. Maar die had het klooster natuurlijk niet. Eerst bedreigden ze de oude man. Maar die verwees naar Lubinus; dat was de keldermeester. Die zorgde voor de spullen. Ze hebben Lubinus flink toegetakeld, zeker toen ze hoorden dat er niks te halen viel.
Nu keerde hij terug naar Sint Avitus. Ook bij hem werd Lubinus weer keldermeester. Maar nadat Avitus gestorven was, begon hij weer te zwerven, op zoek naar de plek waar hij voor zijn gevoel het beste zijn idealen kon waarmaken. Die vond hij uiteindelijk in de bossen van Montmirail, zo’n zeventig kilometer ten zuiden van Chartres. In die tijd zou hij daar krachtens zijn gebed een gigantische bosbrand geblust hebben. Na verloop van tijd drong zijn faam door tot bisschop Eleutherius van Chartres. Deze riep hem bij zich, wijdde hem priester en benoemde hem tot abt van klooster Brou in La Perche, zo’n vijftig kilometer ten zuiden van Chartres.
Op zeker moment passeerde daar bisschop Aubin van Angers († 550; feest 1 maart). Hij ging op bezoek bij collega Caesarius van Arles († 542; feest 27 augustus). Lubinus zag zijn kans schoon om zijn oude droom weer op te pakken: de kloostergemeenschap op het eiland Lérins. Maar onderweg wist zijn tochtgenoot hem ervan te overtuigen dat zijn roeping lag bij de hem toevertrouwde monniken. Dus keerde Lubinus alsnog terug naar zijn klooster.
Toen bisschop Eleutherius stierf riep iedereen om Lubinus als opvolger. Koning Childebert volgde dat advies op en plaatste hem op de zetel van Chartres. Dat moet geweest zijn in het jaar 544.
Uit de tijd van zijn bisschopsperiode wordt verteld dat hij een gestorven meisje weer ten leven wekte.

Zulke wonderverhalen moeten ook duidelijk maken hoezeer de heilige lijkt op Jezus uit het evangelie. Immers ook Hij wekte een meisje ten leven (Markus 05,41).

Hij was aanwezig op de vijfde bisschoppenconferentie van Orléans in 549, en twee jaar later op de tweede bisschoppenconferentie van Parijs.

Verering & Cultuur
Na zijn dood werd hij bijgezet in de kathedraal van Chartres. Zijn relieken zijn verloren gegaan tijdens de woelingen van de Reformatie in 1568. Wat nog was overgebleven viel ten offer aan de Franse Revolutie.
Er is onduidelijkheid over zijn sterfdatum. De een zegt 14 maart, de ander 15 september. Het recente Martyrologium, uitgegeven door het Vaticaan, kiest voor 14 maart.
Er zijn in Frankrijk minstens twee plaatsjes die naar hem heten: Saint-Lubin. Enkele kilometers ten zuidwesten van Clisson (dertig km ten zuidwesten van Nantes) ligt het eveneens naar hem genoemde plaatsje St-Lumine de Clisson.

Patronaten
Zijn voorspraak wordt ingeroepen door reumapatiënten.



14 mrt - zondag

Roodhuis 09:30 - 10:30 Woord-en communieviering - 4dezondag in de veertigdagentijd

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

met pastor Foekema



14 mrt - zondag

11:00 Eucharistieviering - 4e Vastenzondag - Laetare

M.m.v. de Vrouwenschola o.l.v. F. Haaze, dirigent en organist



15 mrt - maandag

Hele dag Gedenkdag van het H. Mirakel van Amsterdam

Mirakel van Amsterdam (of Mirakel van het Heilig Sarament); 1345.

Afbeelding van het Mirakel van Amsterdam (Stille Omgang)
1555. Processievaandel. Nederland, Amsterdams Historisch museum.

http://www.heiligen.net/afb/03/15/03-15-1345-mirakel_1.jpg

Feest (zondag na) 15 maart .

Het mirakel
De oudste tekst die ons is overgeleverd rondom het Mirakel van Amsterdam (of Mirakel van het Heilig Sacrament)stamt uit 1378 en is te vinden in een oorkonde van de Hollandse graaf Albrecht: ‘In Amsterdam, gelegen binnen het bisdom Utrecht, was een man zwaar ziek en vreesde te sterven. Om hem de laatste sacramenten toe te dienen werd een priester geroepen. Deze gaf hem na de biecht het heilig sacrament van de eucharistie. Echter na het eten van de geconsecreerde hostie kon de zieke een braakneiging niet onderdrukken. Hij ging naar de brandende haard van zijn kamer en braakte daarin het sacrament uit. Daarop bleek dat de zieke niet alleen de hostie onbeschadigd had uitgebraakt, maar dat bovendien het brood niet door het hoog opvlammende vuur werd aangetast.’
Deze versie van het verhaal doet waarschijnlijk het meest recht aan de feiten. Later zullen allerlei toevoegingen het relaas steeds mooier maken.

Toevoegingen
Uit andere later bronnen weten wij dat de vrouw van de patiënt de hostie met de nodige eerbied boven het vuur heeft weggehaald en in een kostbaar kistje weggeborgen. De volgende morgen kwam een priester, verbonden aan de Oude Kerk, de hostie ophalen. Maar de dag daarop zweefde de hostie op miraculeuze wijze weer boven het vuur in de haard van de zieke man. Dit wonder herhaalde zich meerdere malen. Daarmee gaf het sacrament zelf te kennen dat er op die plek een kapel moest worden gebouwd ter nagedachtenis aan het wonder.

Heilige Stede
Reeds het volgende jaar stroomden pelgrims toe naar de Heilige Haardstede, ook verkort tot Heilige Stede. Er verrees een kapel, die middelpunt werd van een bloeiende devotie. Dat alles verdween met de Reformatie die in Amsterdam formeel in 1578 een feit was. Katholieke eredienst in het openbaar was verboden, dus ook elke vorm van processie. De devotie verhuisde naar de kapel op het Begijnhof, een katholieke enclave in het Calvinistische Amsterdam. De kapel van de Heilige Stede ging over in Calvinistische handen. In 1899 was zij zozeer verwaarloosd en onderkomen dat men besloot tot afbraak. Enige jaren na 1988 heeft er op het Rokin nog een zuil gestaan uit de authentieke kapel bij wijze van gedachtenismonument.

Stille Omgang
Intussen hadden in de jaren tachtig van de 19e eeuw enkele katholieke vrienden uitgezocht welke route destijds de priester met het heilig sacrament had gelopen tussen de Oude Kerk en de Heilige Stede. Zij besloten die route na te lopen en verkozen dat te doen in de vroege ochtend. Katholiek vertoon was immers nog altijd verboden in het openbare leven, maar mensen die in stilte een bepaalde route liepen door de stad kon men niets verbieden. Dit gebruik kreeg de naam van Stille Omgang en groeide in de loop van de 20e eeuw uit tot een ware massagebeurtenis. In 1920 telde men twintigduizend deelnemers. Het hoogtepunt lag waarschijnlijk in 1957, toen plaatselijke kranten meldden dat er zo’n negentigduizend mannen hadden meegedaan aan de Stille Omgang. Na een flinke daling in de zestiger en zeventiger jaren van de 20e eeuw ligt het getal thans rond de tienduizend.



15 mrt - maandag

Sneek Hele dag I.v.m. Corona geen openbare viering

Bonifatiushuis, in de kapel, Sneek

We steken een kaarsje aan voor:

Rie Tromp-Vonk,

Grad Folmer-Ruhe



16 mrt - dinsdag

Hele dag Gedenkdag H. Heribertus van Keulen, bisschop

Heribertus van Keulen, Duitsland; bisschop; † 1021.

Afbeelding H. Heribertus van Keulen
Boven: De kleine Heribert voor zijn opleiding en vorming door zijn ouders aan de abdij toevertrouwd.
Beneden: Opleiding en vorming respectievelijk in de abdijen van Worms en Gorze.
ca 1170, email & edelsmeedkunst. Duitsland, Keulen, St-Heribert.

http://www.heiligen.net/afb/03/16/03-16-1021-heribertus_6.jpg

Feest 16 maart

Hij werd geboren te Worms rond het jaar 970. Zijn vorming en opleiding kreeg hij eerst aan de plaatselijke domschool en vervolgens bij de benedictijnen van Gorze bij Metz. Hij was een persoonlijke vriend van Keizer Otto III († 1002). Deze benoemde hem in 994 tot kanselier, het jaar daarop volgde zijn priesterwijding; drie jaar later werd hij ook kanselier Duitsland. Weer een jaar later, 999, volgde zijn benoeming tot aartsbisschop van Keulen; op dat moment verbleef hij in de Italiaanse stad Ravenna, waarschijnlijk in het kader van zijn kanseleirsambt. Op dat moment was hij dus nog geen dertig jaar oud. Op kerstavond stond hij voor demuren van Keulen en wenste in de winterkou barrevoets de stad in te trekken die voortaan zijn herderlijke zorg zou zijn toevertrouwd.

Hij was erbij toen in het jaar 1000 te Aken de relieken van Karel de Grote († 814; feest 28 januari) werden verheven tot de eer der altaren, wat gelijk stond aan een heiligverklaring. Toen Otto plotseling tijdens een reis door Italië te Palerno stierf, bracht hij zijn stoffelijk overschot terug naar Duitsland, compleet met alle tekenen van zijn keizerlijke waardigheid, behalve zijn lans; die moest hij achterlaten bij hertog Hendrik van Beieren, de later heilige keizer († 1024; feest 13 juli). Waarschijnlijk was deze tegen Heribert opgezet. Hij verwelkomde hem met wantrouwen en zetten hem zelfs enige tijd gevangen. Toen de hertog kort daarna tot koning werd uitgeroepen, bemerkte hij dat de kanslier hem onvoorwaardelijk trouw was gebleven. De koning bood zijn verontschuldigingen aan, maar toch verkoos Heribert zijn ambt van kanselier neer te leggen. De betrekkingen met Hendrik zijn altijd stroef gebleven.

Vanaf dat moment kon hij zich wijden aan zijn geestelijke taak. Kort na zijn aftreden, 1003, stichtte hij klooster Deutz aan de overkant van de Rijn. Daarin stopte hij heel zijn vermogen. Hij staat te boek als een bisschop met veel aandacht voor de armen. In zijn prediking wist hij op het gemoed van de rijken te werken, (waarvan er indertijd veel waren in Keulen!) om aalmoezen te geven.

Verering & Cultuur
Hij werd begraven in zijn kloosterkerk te Deutz en opgevolgd door Sint Pilgrim († 1036; feest 25 augustus). Heribertus’ relieken werden in de jaren 1160/70 in een prachtige gouden reliekschrijn gevat. Hij staat er zelf op afgebeeld omringd door  de personificaties van ‘Caritas’ (Naastenliefde) en ‘Humilitas’ (Nederigheid): blijkbaar wezenlijke karaktertrekken. Op de twaalf dakpanelen staat zijn leven uitgebeeld:

01 Heribert geboren als zoon van graaf Hugo
02 Zijn opleiding en vorming in Worms en in klooster Gorze
03 Priesterwijding door bisschop Hadebald van Worms en de benoeming tot kanselier door keizer Otto III.
04 Zijn benoeming tot aartsbisschop van Keulen door de keizer, terwijl de paus het pallium klaar houdt (mantel die de waardigheid van aartsbisschop aanduidt)
05 Zijn tocht terug over de Alpen en zijn aankomst in Keulen
06 Bisschopswijding (voorafgegaan door het onderzoek) aangeduid door de zalving en de oplegging van het evangelieboek.
07 Verschijning van Maria en de bouw van klooster Deutz
08 Visioen van de kruisboom
09 Heribert smeekt regen af van de hemel
10 Palmprocessie en duiveluitdrijving
11Verzoening met keizer Hendrik II
12 Dood en begrafenis.

Zijn officiële verheffing tot de eer der altaren (heiligverklaring) door paus Gregorius VII volgde in 1175.

Patronaten
Patroon van Deutz. In Nederland is het kerkje van Odijk aan hem toegewijd.
Zijn voorspraak wordt ingeroepen om regen te verkrijgen. Dat heeft hij te danken aan de volgende legende.

Legende
Eens heerste verschrikkelijke droogte in de Duitse gebieden. Hongersnood was het gevolg en tot overmaat van ramp brak de pest uit. De aartsbisschop spande zich in tot het uiterste om zoveel mogelijk nood te lenigen. Hij gaf er zijn vermogen voor uit. Toen de nood bijna niet meer was uit te houden, riep hij al zijn stadgenoten om tot een boetebedevaart: ‘Van God alleen immers hebben wij redding te verwachten. Laten we daarom nederig en berouwvol tot Hem gaan. Dan zal Hij zeker helpen!’ En inderdaad! Kort daarna begon het overvloedig te regenen. De uitgedroogde velden werden weer vruchtbaar en de hongersnood was voorbij. Het volk was er zeker van dat dit alles te danken was aan het gebed van hun heilige bisschop. Ook vele zieken herkregen hun gezondheid op zijn voorspraak.

Afgebeeld
Afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf).



16 mrt - dinsdag

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


17 mrt - woensdag

Hele dag Feestdag St. Patrick, patroon van Ierland

Patrick (eigenlijk Sucath) van Downpatrick, Ierland; bisschop & eerste geloofsverkondiger van Ierland; † 461.

Afbeelding van St. Patrick
Sint Patrick verdrijft de slangen.
18e eeuw, wandschildering. Italië, Rome, St-Jan van Lateranen

http://www.heiligen.net/afb/03/17/03-17-0461-patrick_13.jpg

Feest 17 maart

Waarschijnlijk werd hij rond het jaar 385 in Schotland geboren. Hij zou oorspronkelijk Sucath (= ‘strijder’) geheten hebben. Volgens zijn levensverhaal werd hij op vijftien- of zestienjarige leeftijd door zeerovers buitgemaakt en als slaaf verkocht in Ierland. Daar kwam hij als herder in dienst van een druïde, Miluic (ook wel Miliuc of Maelchu genaamd). Thuis was hij christelijk opgevoed, maar thans bevond hij zich in een gebied dat nog goeddeels de keltische godsdienst aanhing. Na zes jaar slavernij wist hij te ontsnappen en vluchtte naar de overkant van de zee. Hij belandde in Tours en sloot zich daar aan bij de kloostergemeenschap. Deze was zo’n vijfentwintig jaar geleden nog door de grote Sint Maarten (Martinus) gesticht. Ook bracht hij enige tijd door op het beroemde kloostereilandje Lérins voor de Zuid-Franse kust.

In 431 kreeg hij van de paus de opdracht om naar Ierland te gaan en er het evangelie te verkondigen. Daar ondervond hij natuurlijk de meeste tegenstand van de druïden; zij wilden vasthouden aan hun heilige verleden. Stilaan liet Patrick hun zien dat de overgang van hun inzichten naar die van het christendom niet zo’n grote stap was; Christus was als het ware de uiteindelijke vervulling van al hun verwachtingen, de apotheose. Zo gelukte het Patrick toch het gehele eiland voor Christus te winnen.
Nu zijn terugkeer in Ierland was hij ook langsgegaan bij zijn voormalige meester Miluic. Maar deze wilde er niets van weten: omgaan met een voormalige slaaf was een schande in de opvatting van de heidense Ieren. Miluic sloot zichzelf op in zijn huis en stak het in brand…
Met Miluic’s familieleden had Sint Patrick meer succes. Hij gaf zijn zoon Guasacht een gedegen vorming en wijdde hem tot bisschop van Granard in het graafschap Longford; zijn gedachtenis staat op 24 januari. Twee van Miluic’s dochters, de beide Emers, legde hij de maagdensluier op en plaatste hen in een vrouwenklooster, volgens zeggen het eerste in Ierland; zij worden gevierd op 11 december. Op 1 januari staat de gedachtenis van een zoon van Miluic’s dochter Bronach: Colman Muilinn (= ‘Colman van de Molen’); waarschijnlijk leidde hij het leven van een kluizenaar? Op 26 juni wordt een andere zoon van Bronach herdacht: Caylan van Mochae, stichter van het klooster Nendrum; hij was nog maar een klein jongetje, toen Sint Patrick hem een bijzondere zegen had gegeven en voorbestemd voor een kerkelijke functie.

In Ierland leefde Patrick volgens de gewoonten van de druïden; teruggetrokken in de eenzaamheid en dichtbij de natuur, verzonken in gebed en toegewijd aan een harde, gestrenge levenswijze.
Twee plaatsen in Ierland beroemen zich erop dat Patrick daar langere tijd als kluizenaar zou hebben doorgebracht: Croagh Patrick, een berg in het uiterste westen, en Lough Derg, een meer in het noorden. In Lough Derg wijst men de bezoekers nog altijd op een steen waarop Sint Patrick zo lang in geknielde houding zou hebben doorgebracht dat de afdruk van zijn knie erop is achtergebleven.
In totaal zou hij op het gehele Ierse eiland 365 kerkjes hebben gesticht: voor elke dag van het jaar één!

Verering & Cultuur
Patrick werd begraven in Saul vlakbij Downpatrick.

Patronaten
Hij is patroon van Ierland. Daarnaast is hij patroon van bergbewoners, kappers, kuipers en smeden. Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor de armen, en tegen ongedierte, veeziekten en het kwaad in het algemeen.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld met een klaverblad; volgens de overlevering zou hij dat hebben gebruikt om het mysterie van de Drie-Eenheid uit te leggen aan de druïden. Vaak bevinden zich slangen in zijn gezelschap. De legende zegt dat er sinds Patrick geen slangen meer voorkomen op het eiland. Hoogstwaarschijnlijk fungeert de slang hier als symbool voor het heidendom.



17 mrt - woensdag

Hele dag Gedenkdag H. Geertruida van Nijvel, abdis

Geertruida van Nijvel (ook van Nivelles of Rattensant) osb, België; abdis; † 659.

Afbeelding H. Geertruida van Nijvel

<1800. Houtsculptuur. België, Leuven, Sint-Geertruikerk.

http://www.heiligen.net/afb/03/17/03-17-0659-geertruida_1.jpg

Feest 17 maart.

Zij stamde uit een familie die bijna in haar geheel uit heiligen bestond. Haar vader was de zalige Pepijn van Landen († 646; feest 21 februari); haar moeder was de heilige Ida of Iduberga († 652; feest 8 mei). Ook haar zus Begga (feest 17 december) en haar broer Grimoald (feest 16 september) worden als zaligen of heiligen vereerd.

Op het moment dat haar vader stierf was Geertruida ongeveer twintig jaar oud. Op aanraden van bisschop Amandus van Maastricht († ca 675; feest 6 februari) stichtte moeder Ida een dubbelklooster op het landgoed in Nijvel: een voor mannen en een voor vrouwen. Ida benoemde haar dochter tot eerste abdis en plaatste zichzelf als eenvoudige zuster onder haar leiding.

Legende
Er is een verhaal dat weet te vertellen dat een ridder een oogje had gehad op Geertruida. Maar zij had de voorkeur gegeven aan het kloosterleven. Met een heildronk had zij afscheid van hem genomen. Maar de man bleef verliefd en probeerde alles in het werk te stellen om haar alsnog te krijgen. Hij verkocht zelfs zijn ziel aan de duivel. Na zeven jaar was de termijn om; de duivel kwam zijn ziel opeisen. Maar omdat Geertruida bij het afscheid van haar minnaar op zijn heil had gedronken, had de duivel geen macht over zijn ziel. Zo werd hij door de verdiensten van Geertruida van de ondergang gered.

Geertruida was een goede abdis. Zij had veel zorg voor armen en zwakken, zowel buiten als binnen het klooster. Bovendien stelde zij alles in het werk om haar zusters bij te scholen. Zij liet de Ierse monniken Fursey († 650; feest 16 januari), Foillan († 665; feest 30 oktober) en Ultan († 686; feest 2 mei) komen om les te geven in bijbelkennis, liturgie en schone kunsten. Daarmee schaarde zij zich temidden van de grote vrouwen waar het Noord-Westen van Europa en de Britse Eilanden van de zogenaamde donkere middeleeuwen zo vol van zijn.
Op haar kosten werden overal in de buurt nieuwe kapellen, kerken, scholen en gasthuizen gebouwd. Ze stierf al op 33-jarige leeftijd, volkomen uitgeput. Bij de dood van haar moeder, zes jaar tevoren, had zij de leiding van het mannenklooster overgedragen aan monniken. Tot haar opvolgster over het vrouwenklooster stelde zij Wolftrude aan.

Verering & Cultuur
Vanuit de legende over de ridder die zijn ziel verkocht had aan de duivel, maar door Geertruida’s heildronk werd gered, ontstond de drank van Sint-Geertensminne: een heildronk op vertrekkende reizigers en pelgrims: om een goede reis en behouden terugkeer. Deze heil- en afscheidsdronk ging men vervolgens ook op de doden toepassen voor hun reis naar het eeuwig leven. Men geloofde dan dat de ziel na het verlaten van het lichaam de eerste nacht bij Sint Geertrui bleef, de tweede bij de engelen en in de derde nacht ging zij tenslotte naar de plaats die voor haar was voorbestemd.
Dat zou er de reden van zijn dat Sint Geertruida meestal met muizen wordt afgebeeld; zij symboliseren de zielen van de overledenen, die eerst bij haar langsgaan.

Patronaten
Zij is beschermheilige van ziekenhuizen. Daarnaast is zij patrones van de armen en weduwen, van herbergiers, van pelgrims, reizigers en weggebruikers; en van tuin- en veldvruchten. Zij wordt aangeroepen tegen ratten- en muizenplagen.
De Geertgenskerk te Utrecht was aan haar toegewijd.
In het middeleeuwse Harlingen stond er een kapel binnen de muren die toegewijd was aan Geertruida.

Afgebeeld
Zij wordt afgebeeld als benedictinesser abdis, met kruis, kelk, katten, muizen en/of spinnen.



17 mrt - woensdag

Sneek Hele dag I.v.m. Corona geen openbare viering

Bonifatiushuis, in de kapel, Sneek

We steken een kaarsje aan voor:

Mily Clerkx,

Regina van der Meer-Gaarman,

Nel Rentmeester



18 mrt - donderdag

Hele dag Feestdag H. Cyrillus van Jeruzalem, bisschop en kerkleraar

Cyrillus van Jeruzalem, Palestina; bisschop & kerkvader; † 386.

Afbeelding H. Cyrillus van Jerusalem
2011, Griekse dagkalender.

http://www.heiligen.net/afb/03/18/03-18-0386-cyrillus_2.jpg

Feest 18 maart.

Cyrillus was afkomstig uit Jeruzalem waar hij rond 315 geboren moet zijn. Hij werd in 345 priester gewijd, en ontving in 348 uit handen van metropoliet Acacius van Cesarea de wijding tot bisschop van Jeruzalem. Acacius sympathiseerde met de arianen.
Het duurde dus niet lang of Cyrillus, die de leer van Nicea was toegedaan, kwam met hem in botsing. Tot drie keer toe werd Cyrillus verbannen: in 357 en 360 door toedoen van een bisschoppensynode die voornamelijk uit ariaanse aanhangers bestond. Na zijn terugkeer in 362 stelde keizer Julianus de Afvallige (361-363) pogingen in het werk om de Joodse tempel weer op te bouwen; dit alleen maar om de door hem gehate christenen dwars te zitten.
Zijn derde verbanning, in 367, vond plaats op last van de ariaanse keizer Valens (364-378) zelf. Deze periode zou elf jaar duren; hij kon pas op zijn zetel terugkeren na de dood van de keizer. In 381 nam hij deel aan het Oecumenische Concilie van Constantinopel waar alle besluiten en stellingnames van Nicea werden bekrachtigd.
Van hem is een serie catechesen bewaard gebleven die hij gedurende de vasten en de paastijd van 348 (of 350) gehouden moet hebben in de door keizer Constantijn († 337; feest 21 mei) gebouwde Heilige-Grafkerk. Ze vormen de geloofsuitleg zoals ze werden gepresenteerd aan doopleerlingen die met Pasen zouden worden gedoopt. Ze zijn niet alleen van historisch, maar ook van theologisch belang.
Paus Leo XIII (1903) verleende hem de titel van kerkleraar.



18 mrt - donderdag

08:45 Eucharistieviering



19 mrt - vrijdag

Hele dag Hoogfeest Sint Jozef, Voedstervader van Jezus

Jozef Voedstervader van Jezus, Nazareth, Palestina; † eerste kwart van de 1e eeuw.

Afbeelding St. Jozef
< 1900 Steensculptuur. Frankrijk, Bretagne, Trédaniel, Chapelle Notre Dame du Haut.
Jezus mag de gereedschapsmand van zijn vader dragen.

Feest 19 maart.

In de evangelieverhalen komt Jozef alleen voor in Jezus’ kindheidsverhalen (Matteüs 01-02; Lukas 01-02). Hij is een afstammeling van David. Hij is timmerman (Matteüs 13,55) en woont in Nazareth. Hij is een rechtschapen mens en hij zorgt goed en liefdevol voor Maria en haar kind. Meer weten we eigenlijk niet van hem. Al heel gauw gaan de gelovigen er van alles bij bedenken. Legenden ontstaan en doen de ronde, net als bij Maria. Jozef zou 80 jaar geweest zijn, toen hij met Maria trouwde; een andere legende zegt zelfs 200. Omdat Maria’s toekomstige bruidegom haar maagdelijkheid moest respecteren, verliep de uitverkiezing op een ingewikkelde manier. Tezamen met alle andere ongetrouwde afstammelingen van koning David werd hij opgeroepen om te zien wie van hen de gelukkige was om met Maria te trouwen. Doordat zijn herdersstaf ging bloeien en een duif uit die staf tevoorschijn kwam, was het duidelijk dat hij de door God uitverkoren bruidegom was.

Legende: Hoe Jozef werd uitgekozen om Maria’s verloofde te worden

Maria’s Verloving (ook Desponsata of Sponsata) met Jozef. Feest 23 januari. Dit feest gaat terug op de persoonlijke devotie voor de persoon van Jozef van een kanunnik uit Chartres in de vijftiende eeuw. Sinds 1537 werd het feest officieel toegestaan voor de franciscaner orde, en voor de gehele kerk sedert 1725.

Over de keuze van een levenspartner voor Maria worden we geïnformeerd in een aantal oude apocriefe geschriften. We geven hieronder vier versies weer uit de eerste eeuwen van het christendom.

Eerste versie ‘[Vanaf haar derde levensjaar verbleef] Maria in de tempel als een pikkende duif en zij ontving voedsel uit de hand van een engel. Toen zij twaalf jaar was geworden, beraadslaagden de priesters en zeiden: “Zie, Maria is twaalf jaar geworden in de tempel van de Heer. Wat moeten wij nu met haar doen om te voorkomen dat zij het heiligdom van de Heer verontreinigt?”

In de godsdienstige cultuur van de joden werd bloed beschouwd als het leven zelf; dat behoorde aan God alleen toe. Wanneer mensen daarmee in aanraking kwamen, moesten zij zich als onrein beschouwen (vgl. bv. Leviticus 15,19vv.). Een onreine paste niet in de tempel, die gold als de nabijheid van de Heer.

En zij zeiden tot de hogepriester: “Gij zijt aangesteld over het altaar van de Heer, ga naar binnen en bid over haar en wat de Heer u dan bekend zal maken, zullen wij doen.” En de hogepriester trok het gewaad met de twaalf klokjes aan, ging het Allerheiligste binnen en bad over haar.

In Exodus 28,33 is er sprake van gouden klokjes die aan de zoom van het gewaad van de hogepriester moesten bungelen. Over het aantal klokjes wordt daar niets gezegd. Bepaalde joodse tradities meenden dat het er 72 waren; de kerkvader Clemens van Alexandrië († ca 220) veronderstelt 360. Waarschijnlijk is het getal twaalf hier ingegeven door het aantal stammen van Israël.

En zie, er verscheen een engel van de Heer die tot hem zei: “Zacharias, Zacharias, ga naar buiten en roep de weduwnaars van het volk bijeen en laat ze elk een staf meenemen, en aan wie de Heer een teken zal geven, diens vrouw zal zij zijn.” En de herauten vertrokken en doorkruisten het hele gebied van Judea. De bazuin van de Heer weerklonk en allen snelden toe. Ook Jozef gooide zijn bijl neer en vertrok om zich bij hen te voegen. En toen zij er allemaal waren, gingen zij met hun staven naar de hogepriester. Deze nam ieders staf aan en ging de tempel binnen om te bidden. Nadat hij zijn gebed beëindigd had, nam hij de staven weer op, ging naar buiten en gaf ze aan hen terug, maar er vertoonde zich geen wonderteken. En Jozef nam de laatste staf aan en zie, er kwam een duif uit die op Jozef’s hoofd vloog. Toen zei de priester tot Jozef: “U bent er door het lot toe aangewezen om de maagd van de Heer onder uw hoede te nemen.” Maar Jozef maakte bezwaar en zei: “Ik heb al zonen en ik ben oud en zij is jong. Ik vrees dat de kinderen van Israël mij uit zullen lachen.” Maar de priester zei tegen Jozef: “Vrees de Heer uw God, en herinner u wat God met Datan, Abiram en Korach gedaan heeft: hoe de aarde spleet en zij vanwege hun ongehoorzaamheid werden verzwolgen. [Numeri 16,01.31-33]

Vrees daarom, Jozef, opdat dat niet gebeurt met úw huis!” Toen vreesde Jozef en nam haar onder zijn hoede. En hij zei tegen haar: “Maria, ik heb je uit de tempel van de Heer ontvangen en nu laat ik je in mijn eigen huis achter en ga weg om huizen te bouwen, daarna zal ik bij je terugkomen. De Heer zal je bewaren.’

Tweede versie Deze tekst vertelt hoe Jezus na zijn verrijzenis aan zijn apostelen nog enige informatie gaf over de dingen die tot dan toe verborgen gebleven waren; daaronder valt ook de verloving van zijn moeder Maria met zijn voedstervader Jozef. De ik-figuur is dus Jezus zelf.

Er was een man, genaamd Jozef, die afkomstig was uit Bethlehem, een stad in Juda en uit het huis van koning David stamde. Hij was goed thuis in de wetenschap en de leer. Zo werd hij priester in de tempel van de Heer. Bovendien oefende hij het beroep uit van timmerman.

Een wetgeleerde moest naast zijn geestelijke arbeid altijd een gewoon beroep uitoefenen. Zo weten we van de apostel Paulus bijvoorbeeld dat hij tentenmaker was.

Zoals onder alle mensen gebruikelijk was, huwde hij een vrouw, bij wie hij vier zonen en twee dochters verwekte. De jongens heetten Judas, Justus, Jacobus en Simon; en de meisjes Assia en Lydia.

Ter vergelijking: in Matteüs 13,55 worden Jezus’ broers opgesomd: Jakobus, Jozef, Simon en Judas… In 13,56 is er wel sprake van zijn zusters, maar ze worden niet met name genoemd; ook niet elders in het Nieuwe Testament.

Tenslotte stierf de vrouw van de rechtvaardige Jozef. Zij had in haar handel en wandel steeds de verheerlijking van God voor ogen gehad. Maar Jozef, de rechtvaardige, die mijn vader naar het vlees zou worden en zich zou verloven met mijn moeder Maria, trok zich met zijn zonen terug om zijn beroep van timmerman uit te oefenen. Toen dus de rechtvaardige Jozef weduwnaar was geworden, was mijn gezegende, heilige en reine moeder intussen twaalf jaar geworden. Haar ouders hadden haar naar de tempel gebracht, toen zij drie jaar oud was en zij heeft negen jaren in de tempel gediend. De priesters zagen nu hoe de heilige en godvrezende maagd een jonge vrouw werd en zij zeiden onder elkaar: “Wij moeten een rechtvaardige man zoeken aan wie wij Maria tot haar huwelijk kunnen toevertrouwen. Want zij mag niet in de tempel verblijven, wanneer aan haar geschiedt wat aan vrouwen nu eenmaal geschiedt. Anders zouden wij zondigen en Gods toorn over ons afroepen.” Zij zonden dus boden uit om terstond twaalf grijsaards uit de stam Juda bijeen te roepen. Zij schreven de namen op van de twaalf stammen van Israël. Het lot viel op de vrome grijsaard Jozef de rechtvaardige. De priesters zeiden daarop tot mijn gezegende moeder: “Ga nu mee met Jozef en blijf bij hem tot aan de tijd van uw huwelijk.” Zo ontving de rechtvaardige Jozef mijn moeder om haar bij zich in huis op te nemen. Maria trof in het huis van zijn vader Jakobus de Jongere aan; hij was nog diep bedroefd en rouwde om het verlies van zijn moeder. Zij ontfermde zich over hem en voedde hem op. Vandaar dat zij genoemd wordt Maria, de moeder van Jakobus.

In Matteüs 27,56 en Markus 15,40 is er inderdaad sprake van Maria de moeder van Jakobus en Jozef (of Joses). Waarschijnlijk wordt Jezus’ moeder hier met haar verward. Immers zij had weliswaar een zoon Jakobus uit Jozef’s eerste huwelijk, maar deze Jakobus wordt altijd ‘de broeder des Heren’ genoemd. Terwijl de Jakobus van die andere Maria altijd wordt aangeduid met Jakobus de Mindere (= Jongere).

Jozef liet haar in zijn huis achter en keerde zelf weer terug naar zijn timmerwerkplaats.

Derde versie De maagd van de Heer nam toe in jaren en deugden. Volgens de psalmdichter had zij vader en moeder verlaten, maar zij was aangenomen door de Heer. [Psalm 27,10] Elke dag werd zij door een engel bezocht en elke dag liet zich de Heer aan haar zien. Dat behoedde haar voor alle kwaad en deed haar overlopen van alle goeds. Zo bereikte zij de leeftijd van veertien jaar. Kwaadwillige mensen hadden tot dan toe in het geheel niets kunnen vinden om haar van te berispen; goedwillende mensen die haar hadden leren kennen, waren het er unaniem over eens dat zij in de omgang een bewonderenswaardig meisje was. In die dagen kondigde de hogepriester af dat de maagden die van staatswege in de tempel waren opgenomen en de vermelde leeftijd hadden bereikt, naar huis terug zouden moesten keren. Dan konden ze omzien naar een goede huwelijkspartner. Want dat was nu eenmaal indertijd de gewoonte bij dat volk, als meisjes volwassen waren geworden. Terwijl alle anderen meisjes bereidwillig aan dit bevel gehoor gaven, antwoordde Maria, de maagd van de Heer, dat zij dit niet kon doen. Zij en haar ouders hadden zich immers toegewijd aan de Heer; bovendien had zij gelofte gedaan voor altijd als maagd van de Heer te willen leven. Die gelofte wenste zij onder geen voorwaarde teniet te doen door met een man de gebruikelijke geslachtsgemeenschap te hebben. De hogepriester was hierdoor danig in verlegenheid gebracht. Aan de ene kant wilde hij niet de Schrift overtreden en daarin staat: “Doet geloften en vervult ze!” [Psalm 76,12] Een gelofte was dus onverbreekbaar. Maar van de andere kant schrok hij ervoor terug om bij het volk zo’n nieuwigheid in te voeren.

Levenslange seksuele onthouding, vooral voor vrouwen, was hoogst ongebruikelijk; in het scheppingsverhaal stond de opdracht aan de mens om zich te vermenigvuldigen; in het verhaal van de zondeval stond de belofte dat uit de vrouw ooit de Messias zou worden geboren: elke vrouw die moeder werd, hield de hoop op die vervulling in stand. Wie dat niet wilde…?

Hij bepaalde dus dat alle vooraanstaande lieden uit Jeruzalem en omgeving aanwezig moesten zijn op het eerstkomende feest. Zij zouden samenkomen en overleggen om te zien wat in deze delicate zaak moest worden gedaan. Zij waren eenstemmig van mening dat de Heer zelf hierin geraadpleegd diende te worden. Zij strekten zich dus allemaal in gebed uit op de grond, terwijl de hogepriester God naderde om Hem om raad te vragen. Onmiddellijk kwam er ten aanhoren van allen een stem uit de plaats van de raadpleging waar de verzoendeksel stond opgesteld

Bedoeld wordt waarschijnlijk het zogeheten Heilige der Heiligen; een ruimte in het binnenste van de tempel, waar de ark van het verbond stond opgesteld en waar de hogepriester slechts één keer per jaar naar binnen mocht.

en deze zei dat men naar het woord van de profeet Jesaja een man moest zoeken met wie de maagd zich in goed vertrouwen kon verloven. Bij Jesaja staat immers: “Er zal een takje voortkomen uit de wortel van Jesse, en een bloem zal oprijzen uit zijn wortel. En op Hem zal de Geest van de Heer rusten, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en kracht, de geest van kennis en vroomheid. En de geest van de vrees voor de Heer zal hem vervullen.” [Jesaja 11,1vv.] Op grond van deze profetie werd er dus bepaald dat alle ongehuwde huwbare mannen uit het geslacht en de familie van David hun tak moesten komen brengen naar het altaar. Als er een tak was waaruit een bloem zou voortspruiten en waar de Geest van de Heer in de gedaante van een duif zich op het topje zou neerzetten… die man zou degene zijn met wie de maagd van de Heer zich in goed vertrouwen zou kunnen verloven

Dit teken is ontleend aan de bloeiende staf van Aaron: zie Numeri 17,16-28.

Onder de aanwezigen bevond zich ook Jozef, een hoogbejaard man uit het geslacht en de familie van David. Terwijl alle anderen in goede orde hun tak naar voren brachten, ging hij de zijne verbergen. Deze gehele onderneming leverde niets op dat beantwoordde aan de voorspellingen van de stem. Vandaar dat de hogepriester voor de tweede keer God ging raadplegen. Deze gaf hem ten antwoord dat de maagd moest worden toevertrouwd aan degene die zijn tak juist niet naar voren had gebracht. Zo viel de aandacht op Jozef. Toen hij zijn tak naar voren had gebracht, daalde er een duif uit de hemel neer en zette zich op het topje ervan neer. Nu was het alle omstanders duidelijk dat de maagd zich met hem zou moeten verloven. Nadat de verloving volgens de voorschriften van de wet had plaats gevonden, keerde Jozef naar zijn woning in Bethlehem terug om alles in orde te maken voor het komende huwelijk. De maagd van de Heer, Maria, ging weer terug naar het huisje van ouders in Galilea, vergezeld van zeven andere maagden die tegelijk met haar borstkind waren geweest en die door de priester aan haar waren meegegeven.

 

Vierde versie [Eerst wordt verteld dat Maria vanaf haar derde jaar tempelmaagd was en dat haar levenswandel in alle opzichten volmaakt was.] De priester Abjathar bood de hogepriesters overweldigende geschenken aan met de bedoeling dat zij aan zijn zoon ten huwelijk zou worden gegeven. Maar Maria kwam tussenbeide door te zeggen: “Het kan niet geschieden dat ik een man beken of dat een man mij bekent.” Maar de hogepriesters en heel haar familie antwoordden: “God wordt gediend door zonen en vereerd door nakomelingen; zo is het altijd geweest onder de kinderen van Israël.” Maar Maria gaf hun ten antwoord: “God wordt vooral gediend en geprezen door kuisheid. Kijk maar naar Abel. Vóór hem bestond er onder de mensen geen rechtvaardige. Hij behaagde God door offers. Hij werd onbarmhartig gedood door de man die niet aan God behaagde. Zo ontving hij twee kronen tegelijkertijd: de kroon van het offer en de kroon van de maagdelijkheid, want tot dan toe had hij in zijn vlees nog geen bevlekking toegelaten.

De redenering is dat Abel gestorven is voordat hij getrouwd was.

Zo ook Elia; hij is levend en wel in het vlees ten hemel opgenomen, en tot die tijd had hij zijn vlees in maagdelijke staat weten te bewaren. Van jongs af aan heb ik in de tempel van God geleerd dat de maagdelijkheid bijzonder aan God behaagt. Precies om die reden nl. dat ik God graag wil aanbieden wat Hem bijzonder behaagt, daarom ben ik vastbesloten ter ere van Hem nooit een man te bekennen.” Maar toen zij veertien was geworden, zeiden de priesters dat een vrouw van die leeftijd volgens oud gebruik niet in de tempel kon blijven. Daarom kwamen ze tot het besluit een heraut langs alle stammen van Israël te sturen met het bericht dat iedereen op de derde dag naar de tempel van de Heer moest komen. Zo stroomde het gehele volk samen. De hogepriester Abjathar stond op en besteeg een verhoging, zodat het hele volk hem goed kon horen en zien. Er viel een grote stilte. Daarop sprak hij: “Kinderen van Israël, luistert naar mij en zet uw oren wijd open. Vanaf het moment dat Salomo deze tempel heeft gebouwd, woonden er maagden; het betrof dan dochters van koningen, profeten, hogepriesters en priesters. Het waren steeds hooggestemde en bewonderenswaardige personen. Maar als zij de wettige leeftijd bereikten, werden zij aan een man ten huwelijk gegeven om op die manier onze gebruikelijke levenswijze te volgen. Zo behaagden zij aan God. Maar Maria hier heeft een nieuwe manier van leven uitgevonden. Want zij heeft God beloofd altijd maagd te willen blijven. Vandaar dat wij nu God om raad moeten vragen en dat Hij onze vraag zal moeten beantwoorden, aan wie wij haar veilig en wel zullen kunnen toevertrouwen.” Hier stemde de hele volksvergadering mee in. De priesters over de twaalf stammen wierpen dus het lot en het lot viel op de stam Juda. Daarop zei de priester: “Morgen moet ieder die geen vrouw heeft, hier terugkomen met een twijg in zijn hand.” Zo geschiedde het dat Jozef tegelijk met de jongere mannen zijn tak naar voren kwam brengen. Zij overhandigden hun tak aan de hoogste hogepriester. Deze bracht een offer aan de Heer om Hem te raadplegen. En de Heer zei hem: “Breng alle takken binnen het Heilige der Heiligen van God. Daar moeten ze blijven. Vervolgens moet gij hen zeggen dat ze morgen vroeg terug moeten komen om hun tak weer op te halen. Er zal één tak zijn waaruit een duif tevoorschijn zal komen en naar de hemel opvliegen; aan de bezitter van die tak zult gij Maria veilig en wel kunnen toevertrouwen.” Zo kwamen ze de volgende ochtend weer allen tesamen. Nadat het brandoffer was opgedragen, ging de hogepriester het Heilige der Heilige binnen en haalde de takken tevoorschijn. Hij onderzocht ze één voor één, maar er was er niet één waar een duif uit kwam. Nu bekleedde hij zich met de twaalf klokjes en met het priesterlijk gewaad.

Hij ging nu weer het Heilige der Heilige binnen, bracht weer een offer en stortte een gebed. En er verscheen een engel van God. Deze zei: “Er is nog een zeer kort takje, waar u niet op hebt gelet. U hebt het wel bij de andere takken gelegd, maar toen u de andere tevoorschijn haalde uit het Heilige der Heilige, hebt u dit laten liggen. Als u dit dus tevoorschijn haalt en aan de eigenaar geeft, zal het teken plaatsvinden waarover Ik u gesproken heb.” Het ging om de tak van Jozef. Hij meende dat hij als grijsaard toch niet in aanmerking kwam om haar bij zich op te nemen, dus hij had er ook niet meer zijn best voor gedaan om zijn tak op te vragen. Zo stond hij daar dus in alle eenvoud en nederigheid op het moment dat de hogepriester hem opriep: “Jozef, kom uw tak ophalen. Wij wachten op u.” Daarop kwam Jozef naar voren met grote vreze, want de hogepriester had hem wel héél nadrukkelijk opgeroepen. Op het moment dat hij zijn hand uitstrekte naar de tak en hem in ontvangst nam, kwam er een hele mooie witte duif uit het topje tevoorschijn, witter dan sneeuw. Hij fladderde enige tijd langs de gewelven van de tempel om tenslotte naar de hemel op te gaan. Het hele volk kwam de grijsaard feliciteren met de woorden: “In uw ouderdom, vader Jozef, bent u nog gelukkig geworden. Want voor God bent u de aangewezen man om Maria op te nemen.” En de priesters zeiden: “Neem haar nu in ontvangst, want uit alle stammen van Israël bent u alleen door God uitverkoren.” Maar Jozef betoonde zich zeer beschroomd; hij begon te bidden en te smeken: “Ik ben een grijsaard, en heb zonen. Waarom wordt aan mij dit kindje overgedragen dat zelfs nog jonger is dan mijn kleinkinderen?” Toen sprak Abjathar de hoogste hogepriester tot hem: “Jozef, u herinnert zich hoe Dathan, Abiram en Korach destijds zijn omgekomen, omdat zij zich tegen Gods wil hebben verzet. Zo zal het ook u vergaan, als u zich nu tegen Gods raadsbesluit verzet.” En Jozef antwoordde: “Ik heb mij nog nooit tegen Gods wil verzet. Ik zal haar dus onder mijn hoede nemen tot het moment dat God mij duidelijk maakt aan wie van mijn zonen zij moet worden uitgehuwelijkt. Intussen zou ik willen vragen dat zij enige maagden uit haar vriendenkring meekrijgt om haar gezelschap te houden.” Daarop antwoordde de hogepriester: “Zij zal als genoegdoening en troost vijf maagden meekrijgen; dezen zullen bij haar blijven tot de dag gekomen is dat u haar tot zich neemt. Want weet wel, zij zal alleen met u een huwelijk aan kunnen gaan.” Toen nam Jozef Maria bij zich in huis samen met de vijf andere maagden. Deze heetten: Rebecca, Sippora, Susanna, Abigaïl en Caël. De hogepriester gaf hun zijde, purperblauw, katoen, scharlaken en vlas mee. Zij wierpen het lot onder elkaar om uit te maken, wie met welke stof aan de slag ging. En het lot bepaalde dat Maria het purper ontving om er een voorhangsel in de tempel van te maken.

Purperen stoffen waren zeldzaam en uiterst duur. Ze werden dan ook alleen gedragen door de hoogste hoogwaardigheidsbekleders. In dit verhaal wordt het dus ook gebruikt als stof voor het voorhangsel in de tempel. De bedoeling is duidelijk: wie hiermee mocht werken, viel de allerhoogste eer te beurt.

Op het moment dat zij het purper in ontvangst nam, zeiden de andere maagden tegen haar: “Jij bent steeds van ons allemaal de meest bescheidene en nederige geweest. Daarom komt jou de eer toe om het purper te ontvangen.” Daarop noemden zij haar gekscherend ‘koningin der maagden’. Nu verscheen er een engel van de Heer in hun midden met de woorden: “Deze woorden zijn niet een grapje, maar zij voorzeggen de waarheid.” Daar schrokken die maagden geweldig van en vroegen haar haastig om vergiffenis.

Halverwege de vorige eeuw schreef Michel van der Plas een gedicht, waarin sprake is van een ontmoeting tussen Maroa’s moeder Anna en haar verloofde Jozef. Anna probeert aan Jozef te beschrijven welk een indruk haar dochter op haar maakte vlak na het bezoek van de engel.

 

ANNA TOT JOZEF door Michel van der Plas

Het eten was al opgedaan. Ik had haar driemaal moeten roepen, had driemaal de lepel in mijn hand gewogen. Toen zag ik haar op de drempel staan met nieuwe ogen, groter, nee, kleiner, ik weet niet, ze gaven zich uit voor duiven, o ja, ik zag duiven achter haar sluier: de ogen van een bruid. Ze dorst ze haast niet op te slaan. Ze zei alleen: Een bries… er is een bries door mijn kamer heen gegaan. Ik weet niet waarom, maar ik geloof dat ik ben gaan staan. Ik dacht opeens dingen uit boeken, ik weet niet, ik dacht aan een roos na zachte regen. Ik stond met die lepel in mijn hand, van de wijs, verlegen; dat kwam door het licht dat zij in de kamer bracht; dat kwam door de witte holten boven haar blos, daar wilden de duiven uit los. En het was of achter haar huid een vuur te trillen stond, zoals dat bos, waarvan ik dikwijls las, dat brandde zonder te verteren, in heilige grond. Wij aten zwijgen, zij en ik, als luisterend naar een ver zwaar onweer. Pas na het danken, huiverend opgestaan, een ver zwaar, een oneindig ogenblik, keek zij mij aan. O moeder, zei ze; een wingerd aan de deurpost, zachtjes bevend; breekbaar; een kaars van wil je ‘t mij vergeven. O moeder, zei ze en schreide maar ik zag geen traan. En nog eens: moeder, of zij ‘t woord kon strelen. En langzaam, fluisterend: Gegroet door een schaduw nee, Overschaduwd door een groet (ik weet niet of ik het heb verstaan) en zuchtend dansend, onder geluk gebogen (ik weet niet hoe ik het zeggen moet) is zij de schemer het weiland ingegaan. Er zijn dingen die ons te boven gaan. Had ik maar tranen gezien, haar stem maar horen breken, ik had haar naam geroepen, over haar haar gestreken, maar zij was haar naam niet, ik heb niets gedaan. Er zijn grote dingen aan haar gedaan, Er zijn dingen aan haar gedaan en wij zijn niet gewaarschuwd, wij hebben de duiven niet achter haar sluier neer zien strijken. Wij zijn bedrogen; zij is al hemelend; goud en al gewogen; zestien en zonder gisteren; zestien en met verzadigde ogen. God is met ons bezig, God is met ons bezig en het is verschrikkelijk. Wij zijn niet gewaarschuwd, wij zien ook geen schaduw, wij gaan dingen uit boeken denken, wartaal uitslaan. Wij zullen zwijgen, jij en ik, wij zullen dikwijls eenzaam zijn voortaan, en stomgeslagen en met lege handen, vervreemdend van de schouders en wangen waar zij nu naar staan. Zij zal veel dingen zeggen die wij niet verstaan. Zij zal van vuur zijn en maar niet opbranden. Want als de bries haar dit heeft aangedaan, wat als de storm opstaat? En als de schaduw haar al doet verdwijnen, wat dan wanneer het licht eens in zal slaan? Jongen, probeer haar tegemoet te gaan.

 

Sint Jozef tijdens Jezus’ geboorte

Over Jozefs rol tijdens Jezus’ geboorte horen we in de evangelies niets. De oudste legendes vertellen dat Jozef er op uit ging om vroedvrouwen te zoeken.

Het zijn de middeleeuwse kunstenaars die ons doen mediteren over Jozefs aanwezigheid in de stal. Aanvankelijk zien we hem terzijde van het gebeuren neerzitten, met de hand aan de wang, overdonderd door het mysterie dat hem is overkomen. Gaandeweg de middeleeuwen komt hij tot leven: hij snijdt kleertjes voor het Kind, maakt een vuur aan, maakt water warm, kookt papjes, doet het Kind in bad of geeft het te eten uit een kommetje, wast luiers en doeken, verricht onderhoudswerkzaamheden, ligt eerbiedig geknield voor het Kind, samen met Maria, heeft een kaars of lantaarn in de hand, heet bezoekers welkom en wijst hun op het Kind enz. enz.

De apocriefe evangeliën weten vervolgens veel bijzonderheden te vertellen over de vlucht naar en het verblijf in Egypte. In elke anekdote wordt benadrukt hoe bijzonder dit Kind is, en dat het wonder op wonder verricht, herhaaldelijk tot verrassing van Jozef en Maria. Zo buigt een eeuwenoude palmboom met kokosnoten zich naar het gezin om hen te voeden. Alsof Jozef vraagt een moment aan de kust te rusten om zich te verfrissen, blijkt het Kind de weg te verkorten en zijn ze plotseling reeds op de plaats van bestemming aangekomen enz. enz.

Sint Jozef tijdens Jezus’ Kindheidsjaren

1 Bijbel Alleen bij Lukas (02,41-52) vinden we een verhaal uit Jezus’ kindertijd. Als Jezus twaalf is, gaan vader, moeder en hij – zoals elk jaar trouwens – voor het paasfeest naar de tempel in Jeruzalem. Als ze teruggaan, blijft hij in de tempel achter te midden van de leraren die verbaasd staan over zijn wijsheid. Na drie dagen ‘met pijn’ naar Hem te hebben gezocht, vinden zijn ouders hem terug. Hij gaat met hem mee en is hun onderdanig. Daarna horen we niets meer over Jozef.

2 Legendes De apocriefe evangelieverhalen uit de eerste eeuwen menen meer te weten. Zo horen we in het zogeheten evangelie van de Pseudo-Matteüs, hoe Jezus als knaap blijk gaf van zijn goddelijke afkomst door wonderen en tekenen te verrichten. Die stuitten natuurlijk telkens weer op verwondering en verontwaardiging Zo hield zich niet aan de sabbatsvoorschriften, veroorzaakte de dood van dwarse vriendjes enz. En telkens moest Jozef het onuitstaanbare knaapje weer tot de orde roepen. Uiteindelijk zijn ze zelfs genoodzaakt uit Nazareth weg te gaan en zich te vestigen in Kafarnaüm…

In het zogeheten Arabische Evangelie van de Verlosser (ca 450?) lezen we dat Jozef weliswaar timmerman was van zijn vak, zoals we ook in het evangelie lezen. Maar dat hij er niet zo goed in was: Hoofdstuk 38 Jozef nu ging de hele stad rond, en nam de Heer Jezus mee als de mensen hem vroegen om een deur, een melkvat, rustbank of kist te komen maken. Overal ging de Heer Jezus met hem mee. Telkens als Jozef iets van zijn handwerk met een el of een duimbreedte langer of korter, smaller of breder moest maken, strekte de Heer Jezus zijn hand ernaar uit. Had Hij dat eenmaal gedaan, dan was het precies zoals Jozef het gewild had. Hij hoefde er met eigen vaardigheid niet meer aan te pas te komen. Jozef was immers niet zo bekwaam in het timmervak. Hoofdstuk 39 Zo ontbood hem op een dag de koning van Jeruzalem met de opdracht: ‘Jozef, ik wil dat je voor mij een verheven zetel maakt; hij moet de maten hebben van de plek waar ik altijd resideer.’ Jozef ging meteen aan het werk. Het duurde twee jaar. Maar toen hij de zetel aanbracht op de daarvoor bestemde plek, dat hij links en rechts twee duim te kort was. Toen de koning dat zag, werd hij woedend. Van angst kreeg Jozef geen hap meer door de keel en ’s nachts sliep hij niet. De Heer Jezus vroeg hem waarover hij zo inzat. Hij zei: ‘Omdat ik in één klap alles kwijt ben, wat ik in twee jaar heb opgebouwd.’ Toen zei de Heer Jezus: ‘Vrees niet; houd moed. Als u de ene kant van de zetel vastpakt, neem ik hem aan de andere kant. We zullen zien wat er aan kunnen doen.’ Jozef deed het, en allebei trokken ze aan hun kant. Zo kreeg de zetel alsnog de maten die hij hebben moest. Toen de omstanders zagen wat er gebeurd was, prezen ze God…

Jozefs dood

Over Sint Jozefs zalig afsterven wordt verteld in het apocriefe boek ‘De Geschiedenis van Jozef de timmerman’. Het stamt waarschijnlijk uit de 4e eeuw. Het boek bevat 32 hoofdstukken. Het relaas over Jozefs dood neemt ruim de helft ervan in beslag.

Het wordt gepresenteerd als een toespraak van Jezus tot zijn leerlingen. Hij vertelt hun uitvoerig over hoe Jozef aan zijn eind is gekomen. Aan het einde van het boek blijkt dat het is ontstaan in kringen van gelovigen die de nagedachtenis van Jozef in ere willen houden en hem vereren als hun beschermheilige. Zoals gezegd: Jezus is aan het woord De ‘u’ die Hij toespreekt is zijn stervende vader Sint Jozef. “Iedere sterveling die op uw sterfdag een extra offer opdraagt, zal Ik zegenen en belonen temidden van de kring der maagden. En iemand die op uw sterfdag ter ere van u aan noodlijdenden en behoeftigen, weduwen of wezen, uit eigen middelen iets geeft ter ondersteuning, voedsel bijvoorbeeld, zal tijdens zijn leven nooit slachtoffer worden van roof of diefstal. En wie een beker water of wijn geeft aan weduwe of wees, zal ik bij u aanbevelen, zodat u die weldoener kunt binnenleiden tot het hemels gastmaal. Ik zal het hem dertig, zestig of honderd maal belonen. Wie mijn verhaal over u aan anderen zal doorvertellen, zal ik heel zijn leven aan uw bescherming toevertrouwen. En als voor hem of haar de dag van de dood gekomen is, zal ik het boek waarin diens zonden zijn opgetekend, verbranden. Hem of haar zal geen enkele pijn treffen op de dag van het Laatste Oordeel…” [Hoofdstuk 26] Wat vertelt ‘Jezus’ volgens dit boek over Jozefs dood?

In hoofdstuk 12 vertelt ‘Jezus’ dat Jozef zijn einde voelt naderen. In hoofdstuk 13 gaat hij naar Jeruzalem om in de tempel te bidden. In 14 keert hij terug naar Nazareth. Hij is intussen zo verzwakt dat hij het bed moet houden. In de volgende hoofdstukken krijgen wij een overzicht van Jozefs leven. Hij zou honderdenelf jaar geworden zijn. Weer volgt er een gebed in de vorm van een weeklacht, waarin vooral herinneringen aan Jobs weeklacht langskomen (hfdst.16).  In hoofdstuk 17 vertelt ‘Jezus’: “Ik trad nu bij hem binnen en bevond dat zijn ziel heftig in beroering was. Hij had het erg benauwd. Ik zei: ‘Dag rechtvaardige vader Jozef. Hoe gaat het?’ Hij antwoordde: ‘Wat ben ik blij dat je komt, mijn jongen. Pijn en doodsangst belagen mij aldoor. Maar zodra ik je stem hoorde, werd het rustig in mij…’ Volgt een soort litanie tot Jezus, waarna Jozef zijn leven overziet, vooral zijn leven met Jezus’ moeder Maria. In hoofdstuk 18 komt Maria erbij. Jezus zit aan het hoofdeind en houdt Jozefs hand vast, Maria houdt Jozefs voeten omklemd en merkt op dat ze al koud zijn (hfdst.19-20). Als het moment van Jozefs dood dáár is, spreekt Jezus een gebed tot zijn Vader God. Vervolgens verschijnen de aartsengelen Michaël en Gabriël en wikkelen Jozefs ziel in een doek om hem naar de hemel te dragen. Daarop drukt Jezus Jozefs dode ogen toe (hfdst.23). Daarna komen de kinderen uit Jozefs eerste huwelijk erbij. De hele dorp van Nazareth deelt in de rouwklacht. Uitvoerig wordt het doodsritueel beschreven: de gebeden, toespraken en overwegingen die bij de overledene worden gehouden.

Zo stierf Jozef volgens de legende tussen Jezus en Maria. Op basis van deze legende wordt Jozef  vereerd als patroon van een zalige dood.

 

Verering & Cultuur Ondanks bovenstaand apocrief evangelie uit de 4e eeuw, stellen we vast dat de aandacht voor Jozef in de eerste eeuwen van de christentijd nog sterk op de achtergrond bleef. Naar het schijnt komt zijn verering vanuit de oosterse kerken naar het westen. De oeroude Kopten vieren hem op 20 juli. Er wordt gesuggereerd dat de westerse kerk hem op 19 maart heeft geplaatst om daarmee een bestand Romeins feest te kerstenen. Op die dag vierden de oude Romeinen een feest ter ere van Minerva, beschermgodin van handwerkslieden en arbeiders in de kunstvaardigheid. Dat patronaat zou dan door Sint Jozef zijn overgenomen.

In het westen vinden we Jozef voor het eerst in het Martyrologium (Martelaren- en Heiligenboek) van Reichenau van halverwege de 9e eeuw. In de middeleeuwse religieuze kunst wordt hij weinig afgebeeld; alle verering richt zich op Maria. We vinden hem eigenlijk alleen terug op afbeeldingen van Christus’ geboorte.

Hij blijkt dan vaak een wat simpele grijsaard, een beetje opzij gezeten in de klassieke houding van iemand die zo overweldigd wordt door de gebeurtenissen dat hij ze niet bevatten kan (hand aan de wang). Op laat- middeleeuwse kerstvoorstellingen uit het westen doet hij vaak huishoudelijke werkjes in de stal (vuur maken, luiers wassen, papje koken) of hij houdt behoedzaam een kaars vast in de helder verlichte nacht (prachtig symbool voor zijn levenstaak: behoeder te zijn van het ware licht dat in die nacht onder de mensen is verschenen). Op andere afbeeldingen heeft hij vaak twee duiven bij zich (verwijzing naar het verhaal van Jezus’ opdracht in de tempel, waarbij zij twee duiven offerden), of ook wel timmergereedschap.

Vanaf het moment dat in het westen de menselijkheid van Jezus wordt benadrukt, komt ook Sint Jozef steeds meer in beeld. Hij begint verering te genieten in de kringen van de franciscanen. Dat heeft waarschijnlijk te maken met hun spiritualiteit van bescheidenheid. Zij wilden naar het voorbeeld van Franciscus († 1226; feest 4 oktober) ‘minderbroeder’ zijn; dat zullen ze herkend hebben in die stille figuur op de achtergrond van Jezus’ verborgen leven. De waardering voor de persoon van Jozef wordt aangewakkerd door grote heiligen als de cisterciënzer Bernardus van Clairvaux († 1153; feest 20 augustus), de volkspredikanten Bernardinus van Siena († 1444; feest 20 mei) en de dominicaan Vincentius Ferrer († 1419; feest 5 april), de carmelites Teresa van Avila († 1582; feest 15 oktober), de bisschop van het toegewijde leven Franciscus van Sales († 1622; feest 24 januari). Het was paus Sixtus IV († 1448), ooit zelf franciscaan, die Jozefs feest op de algemene heiligenkalender plaatste. Gregorius XV († 1623) maakte er in 1621 een verplichte feestdag van. Het was pas paus Benedictus XIII († 1730) die Sint Jozef een plekje gaf in de Litanie van Alle Heiligen. Paus Pius IX († 1878; feest 7 februari) benoemde hem tot patroon van de kerkgemeenschap. Sinds 1919 kreeg hij zelfs een eigen prefatie in het missaal:

‘En nu, op dit hoogfeest, verheerlijken wij U omwille van de heilige Jozef. Hij vond genade in uw ogen. Hij is de man die Gij gegeven hebt aan de Moeder van uw Zoon, de Maagd Maria. Hij is de goede en getrouwe knecht aan wie Gij uw gezin hebt toevertrouwd. Als een vader heeft hij zorg gedragen voor uw eniggeboren Zoon, ontvangen van de Heilige Geest: Jezus Christus onze Heer. Door wie de engelen enz.’

Patronaten Hij is dus beschermheilige van de hele kerkgemeenschap, van de huisvaders, echtgenoten en christelijke gezinnen. Zo vond en vindt men in vele traditionele kerken een Jozefaltaar aan de kant waar de mannen doorgaans plaatsnamen en een Maria-altaar aan de kant van de vrouwen. Zo keken zij uit op de patroonheiligen waaraan zij zich als vaders en moeders konden spiegelen. Voorts is Jozef patroon van opvoeders, kinderen, jongeren, ongehuwde meisjes en weeskinderen; van weggebruikers, reizigers, bannelingen, vluchtelingen en évacués (vanwege de vlucht naar Egypte); van de handarbeiders en werklieden, vooral timmerlieden, meubel- en wagenmakers en schrijnwerkers; van ingenieurs,  en pioniers. Van doodgravers, stervenden en van een zalige dood, omdat hij volgens boven vermelde legende gestorven zou zijn met Jezus aan zijn hoofdeind en Maria aan zijn voeteneind. In verband hiermee heeft Paus Pius XII († 1958; feest 9 oktober) in 1955 de feestdag ingesteld van Jozef werkman op 1 mei; de dag dat de communisten en socialisten, de dag van de arbeid vierden.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen om de kuisheid te bewaren, om uitkomst bij woningnood, bij verzoekingen en verleidingen, in wanhopige situaties, en voor een goede dood.

België Plaatsen waar Sint Jozef bijzondere verering genoot/geniet en waaraan bedevaartvaantjes zijn verbonden: Balen-Wezel in het dekenaat Mol, Deurne-Antwerpen, Leuven en Waver. Daarnaast is er bijvoorbeeld een Jozefkerk in Anderlecht bij Brussel en een Sint-Jozefziekenhuis te Antwerpen-Mortsel.

Duitsland Hij is hoofdpatroon van Beieren (1663) en Westfalen, van het bisdom Osnabrück en tweede patroon van het aartsbisdom Keulen.

Frankrijk Hij is patroon van de stad Boulogne. Parijs heeft een Jozef-Carmelkerk. De jezuïeten bouwden eind 19e eeuw een St-Jozefkapel op hun retraitelandgoed te Penboc’h aan de Golfe de Morbihan, Bretagne; Negen gebrandschilderde ramen beelden zijn leven uit.

Italië Hij is patroon van de Kerkelijke Staat en van de stad Rome.

Nederland Er zijn Jozefkerken te Achterveld, Achteveld, Alkmaar (kapel), Almelo, America, Amsterdam, Amsterdam (kapel), Arnhem, Asten, Barger-Compascuum, Bennebroek, Bergen-op-Zoom, Beverwijk, Biezenmortel, Blaricum, Blerick (kapel), Blokker (kapel), Breda, Brunssum, Budel-Dorplein, Cuijk, Delden (& Blasius), Delft (tot 1968);

Dit patronaat ging waarschijnlijk terug op de schuilkerk die de jezuïeten rond 1620 op die plek begonnen. Zij stond pal tegenover de zijwand van de Nieuwe Kerk, die de paters steevast met OLV-kerk aanduidden, hoewel zij vóór de Reformatie meer bekend had gestaan onder de naam van St-Ursula, de tweede patrones. De paters moesten in die Calvinistische tijd in het verborgene opereren. Twee redenen waarom zij het waarschijnlijk zijn geweest die Sint Jozef als patroon kozen.

Delfzijl, Den Bosch, Den Haag (kapel), Denekamp, Deurne, Diessen, Doenrade, Dongen (& Maria), Dordrecht (Arbeider), Drunen, Eindhoven (& Maria), Emmercompascuum, Enschede, Geijsteren (kapel), Geldrop, Gemert, Groningen (& Martinus), Haarlem, Heeg, Heelsum, Heerlen, Helden-Beringe, Helmond, Hillegom, Hilversum, Hoogerheide, Hooglanderveen, Horn-De-Weerd, Hout-Blerick, Kaatsheuvel, Kerensheide-Stein, Kerkrade/Kaalheide, Leeuwen, Leiden (& OLV.Hemelvaart), Leidschendam (Jozef-Opifex), Lekkerkerk, Leusden, Lochem (kapel), Maastricht, Meers, Meerssen (Arbeider), Melissant , Nieuw-Heeten, Nieuw-Namen, Nieuwerkerk/Amstel, Nieuwerkerk/IJssel, Nijmegen, Noordwijkerhout, Oijen (kapel), Oost-Maarland , Oss (& H.Sacrament), Rilland-Bath, Roermond-Azenray (OLV-Goede-Raad), Roosendaal, Rotterdam, Rozenburg, Siebengewald, Simpelveld-Huls (Arbeider), Sittard, Smakt;

Smakt is de enige Jozefbedevaartplaats in Nederland. In 1699 stichtte Johan Albert Bouwens van der Boye, baron van Neeryssche en heer van Venray, een kapel ter ere van Sint Jozef. Eigenlijk was de kapel bedoeld als opvang van mensen voor wie de afstand naar de parochiekerk in Venray te groot was. Men vermoedt dat ze aan Sint Jozef werd toegewijd, omdat deze heilige op dat moment in Spanje buitengewoon populair was. De heerlijkheid Venray, waar Smakt onder viel, was Spaans bezit. Op dat moment horen we nog niets van een bijzondere verering of devotie voor Sint Jozef. Daarvoor moeten we wachten tot ca 1880. Pas in 1887 horen we van georganiseerde bedevaarten. Bij het tweehonderdjarig jubileum van de kapel in 1899 werd een Broederschap van Sint Jozef opgericht. Jozef werd er vereerd onder drie titels: als patroon van een gelukkige levensstaat (daarin was Smakt uniek; jaarlijks trokken duizenden verloofden naar Sint Jozef om zijn goedkeuring over hun voorgenomen huwelijk af te smeken. Bij thuiskomst werd er gevraagd of Jozef ‘geknikt’ had), als patroon van het christelijk huisgezin en als patroon van een zalige dood. Tot op de dag van vandaag trekken er jaarlijks nog enkele duizenden pelgrims naar Sint Jozef van Smakt.

Hij staat er afgebeeld met een beeldje van zo’n halve meter hoog. Hij heeft de kleine Jezus aan de hand die zijn andere handje uitstrekt naar de gelovigen.

Someren, Standdaarbuiten, Stevensbeek, Tegelen, Tilburg (Jozef-op-heuvel), Ubach-over-Worms, Utrecht, Vaals, Valkenburg/Geul, Valkenswaard, Vasse (& Pancratius), Veldhoven, Velsen-Noord, Venhorst, Venlo, Wassenaar, Wateringen, Weerselo (kapel), Weert, Wijchen-Alverna, Wijkeroog, Wilbertoord, Woensdrecht, Woensel, Woudrichem-Sleewijk, Zaandam, Zandberg, Zeist, Zuidhorn, Zwaagdijk en Zwolle.

Sint-Jozefkloosters te Baarlo, Beek-en-Donk, Roosendaal en Schiedam.

Sint-Jozef bejaarden-, verzorgings- of ziekenhuizen te Alphen/Rijn, Apeldoorn, Eerde, Esch, Gaanderen, Gendt, Groenlo, Hoensbroek, Kerkrade (& Norbertus), Nederweert, Nuland, Oosterhout (N-B), Purmerend, Reek, Veghel, Vlissingen en Wervershoof.

Sint-Jozefscholen o.a. te Bodegraven, Den Hoorn, Monster, Nootdorp, Pijnacker, Schipluiden, Tilburg, Vlaardingen, Wateringen en Woerden.

Oostenrijk Hij is patroon van Oostenrijk en van alle bondsstaten, vooral Tirol, Steiermark en Kärnten.

Tsjechië Hij is patroon van Bohemen.

Canada Sinds 1624 is hij patroon van Canada. Beroemd is het Sint-Jozef Oratoire in Montréal, Canada.

México Hij is patroon van het land México (1555) en van Perú (1828).

Azië Hij is patroon van China en van de Filipijnen (1565).

Afgebeeld Hij wordt afgebeeld als onderdeel van Jezus’ Kindheidsverhalen (vooral de verhalen rond Jezus’ geboorte en de vlucht naar Egypte); met het Jezuskind aan de hand of op de arm; met timmermansgereedschap, met leliestaf (op grond van zijn uitverkiezingslegende); stervend tussen Jezus en Maria.

Over Jozef

[Overweging op de 4e zondag van de advent: 1e Lezing: Jesaja 07,10-14; Evangelie: Matteüs 01,18-24]

Te oordelen naar de lezingen die voor vandaag zijn uitgezocht, zou je bijna de indruk krijgen dat het nu al kerstmis is. Misschien is dat ook wel de bedoeling. Aan één dag hebben we niet genoeg om heel de reikwijdte van het evangelie te overzien.

Vandaag wil ik met u stilstaan bij de rol die Jozef in het kerstverhaal krijgt toebedeeld. Van hem wordt verteld dat hij er over dacht om in stilte van Maria te scheiden. Van oudsher zijn er twee opvattingen over de vraag hoe je deze tekst moet uitleggen. De eerste is de bekendste. Maria bleek zwanger te zijn van een ander, terwijl ze al met Jozef verloofd was. Er was een ander in het spel. Volgens de joodse wet was dat een reden om aan je vrouw een scheidingsbrief mee te geven en uit elkaar te gaan. Omdat Jozef een rechtvaardig man was, wilde hij Maria niet in het openbaar voor schut zetten, hoewel hij daar alle reden voor had. De bijbel gebruikt het woord ‘rechtvaardig’ voor mensen die de wet van God nakomen, leven volgens de Tora: dus barmhartig zijn en vergevingsgezind. Daarom dacht Jozef erover om haar in stilte een scheidingsbrief te geven. Dat is de eerste opvatting.

Er is echter ook een andere opvatting. Die zegt dat Jozef van het begin af aan in de gaten had dat er met Maria iets bijzonders aan de hand was; dat God met haar bezig was. Hij was immers een rechtvaardige! Hij vermoedde dat God grote dingen deed met Maria zijn aanstaande vrouw. En omdat hij een rechtvaardige was, meende hij dat hij God niet in de weg moest zitten. Hij moest God alle ruimte geven, en dat betekende dat hij die ruimte moest maken door van Maria weg te gaan. Anders zou hij God telkens voor de voeten lopen en Maria maar in opspraak brengen. Persoonlijk is die opvatting mij het liefste. Omdat ze veel eerbiediger is en recht doet aan de toonzetting van het evangelie van Matteüs.

Want hoe mooi en gepast Jozefs bescheidenheid ook is, God blijkt hem naast Maria hard nodig te hebben. Hij heeft voor hem ook een rol bedacht, en wel een zeer wezenlijke. Daarom verschijnt er in een droom aan Jozef een engel met de opdracht niet bang te zijn en Maria bij zich te nemen en het kind de naam Jezus te geven. Jezus betekent ‘Hij – dat is God – zal redden’. Want – zo legt de engel uit – hij zal zijn volk redden van het kwaad.

Nou, als dat vandaag geen blijde boodschap is. Eigenlijk is het jammer dat we al heel veel weten over de volwassen Jezus. Want als Matteüs bij de geboorte van dit kind aankondigt dat het ons gaat verlossen van het kwaad, ben ik ontzettend benieuwd naar het vervolg. Wat zal die Jezus dan straks als volwassene gaan doen, dat Matteüs dat durft te schrijven? Hoe gaat Jezus dat straks waarmaken. Je kunt bijna niet wachten om het vervolg van dit verhaal te lezen.

Verlossen van het kwaad. Wat zou dat allemaal in onze dagen niet betekenen: -geen idioten meer die aanslagen plegen of beramen; -geen mensen meer die uit angst voor aanslagplegers op hun beurt geweld gaan gebruiken, of gekke taal uitslaan; -geen ouders meer die scheiden en hun kinderen verdeeld achterlaten; -geen egoïsme meer waardoor de natuurlijke energiebronnen worden uitgeput, diersoorten uitsterven, mensen aan de andere kant van onze planeet in armoede leven, en wij die – onwetend – in stand houden, omdat we geen dief van onze portemonnee willen zijn; -geen oerwouden meer die in hoog tempo worden gekapt; -geen mensen meer in mijn omgeving die verdriet moeten doormaken, en ik sta er machteloos bij… -geen… afijn noemt u zelf maar op.

Vandaag krijgen we te horen dat Hij ons daar allemaal van komt verlossen! Wat een bericht. Zo moet Jozef het ook gevoeld hebben, want ontwaakt, doet Jozef wat hem gezegd wordt – hij is immers een rechtvaardige – en neemt Maria bij zich en heeft geen gemeenschap met haar.

Het is goed hier even pas op de plaats te maken. Ieder die iets van de bijbel afweet wordt herinnerd aan het Oude Testament. Ook daar wordt het verhaal verteld van een Jozef die droomde. Ook die Jozef was een rechtvaardige en leefde naar Gods wet. Ook die Jozef had eerbied voor de vrouw van een ander. Weet u nog, hoe hij als slaaf in het huis van Potifar de hofbeambte door de vrouw van zijn heer werd verleid? En hoe hij daar weerstand aan bood, omdat hij Gods wet eerbiedigde? Het kwam hem zelfs te staan op valse beschuldigingen en gevangenisstraf, maar later zou deze Jozef zijn volk redden van een wisse dood. Welnu, dat zal straks over onze Jozef ook verteld worden: dat hij het pasgeboren kind redt van een wisse dood.

Ook onze Jozef had dromen. En als je Matteüs nauwkeurig leest, blijkt dat die dromen steeds op dezelfde manier verlopen: 1. Jozef droomt; 2. hem verschijnt een engel van de Heer in die droom; 3. die hem iets opdraagt; 4. en wel bíj zich te nemen: in dit geval Maria; straks tot twee keer toe het kind en zijn moeder; 5. hij ontwaakt uit de droom; en 6. doet wat hem is opgedragen.

Hoewel dat vandaag niet is voorgelezen, wil ik toch even met u kijken naar het vervolg van het verhaal. Er verschijnen wijzen in Jeruzalem die koning Herodes vragen naar de pas geboren koning, want ze hebben zijn ster in het oosten gezien. Toen Herodes dat hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem. Dat is een verbijsterende zin. Verontrust??? Als degene geboren is die ons van het kwaad gaat verlossen? Verontrust? De koning en heel Jeruzalem met hem. Verontrust: hoe is het mogelijk. Maar – zult u zeggen: ze hadden misschien niet in de gaten om wie het eigenlijk ging. Dat zou je hopen. Maar helaas. De koning laat de bijbelgeleerden uitzoeken, waar degene die ons zal verlossen van het kwaad – de Messias dus – waar de Messias geboren zal worden. Hij weet het donders goed, en de anderen – die ook verontrust zijn! – weten het ook. Ze kunnen de juiste tekst in de bijbel haarfijn vinden.

Ze zijn verontrust, omdat de Messias, redder van het kwaad is gekomen! Je verstand staat er bij stil. En het wordt nog veel krasser. Want Herodes besluit dat kind uit de weg te ruimen. Alsof hij zegt: “De verlosser van het kwaad? Die moet eerst dood!” Verbijsterend. Misschien krijgen we hier wel antwoord op een vraag die we vandaag helemaal niet gesteld hadden. Hoe komt het toch dat er zoveel lijden en kwaad op de wereld is? Hier wordt gesuggereerd: omdat mensen er niet van verlost willen worden! Zegt dat ook iets over u en mij? Is dat zo? Herken ik dat: dat ik eigenlijk ook niet verlost wil worden van het kwaad?

Vandaag krijgen wij de vraag voorgelegd: in wie herken ik mij het meeste – of het liefste: in Herodes of in Jozef? Laten we hopen in Jozef. Want op dit moment van het verhaal krijgt hij weer een droom, die exact op dezelfde manier verloop als de vorige: 1. Jozef droomt; 2. hem verschijnt een engel van de Heer in die droom; 3. die hem iets opdraagt; 4. en wel bíj zich te nemen – nu het kind en zijn moeder en te vluchten naar Egypte; 5. hij ontwaakt uit de droom; en 6. doet wat hem is opgedragen.

Op die manier weet het kind aan een wisse dood te ontsnappen. Als Jozef er niet was geweest, of als Jozef geen rechtvaardige was geweest die steeds deed wat God hem zei, dan zou er – aldus het verhaal – helemaal geen redder van het kwaad geweest zijn. Dát is Jozefs rol in Gods plan. God had hem hard nodig om het leven van de toekomstige Messias veilig te stellen. Hij, die van zichzelf dacht dat hij God alleen maar de voor de voeten zou lopen en dus in stilte bij Maria weg te gaan om God alle ruimte te geven: hijzelf bleek die ruimte die God nodig had op onze wereld. God heeft mensen nodig om zijn plannen, zijn kinderen veilig te stellen.

En zo horen we straks voor de derde keer dat Jozef droomt, en weer met precies dezelfde woorden: 1. Jozef droomt; 2. hem verschijnt een engel van de Heer in die droom; 3. die hem iets opdraagt; 4. en wel bíj zich te nemen – het kind en zijn moeder, en terug te keren naar huis; 5. hij ontwaakt uit de droom; en 6. doet wat hem is opgedragen. En om de herinnering aan de Jozef uit het Oude Testament nog maar eens te onderstrepen, merkt Matteüs op, dat op die manier het woord van de profeet uitkwam: “Ik heb mijn zoon uit Egypte geroepen.” Net zoals de Jozef uit het Oude Testament in Egypte het leven had weten te redden van Gods volk (het kind, de zoon van God), juist zo weet nu deze Jozef in Egypte het leven te redden van Gods Zoon die ons zal verlossen van het kwaad.

Dat had Jozef in zijn stoutste dromen niet durven denken. Dat hij zo’n wezenlijke rol zou spelen in Gods plannen. En daar mogen wij troost uit putten. Want misschien hebben ook wij soms de indruk dat wij niets voorstellen, en dat onze aanwezigheid op deze wereld van geen enkele belang is. Nou – krijgen we vandaag te horen – daar kon je je wel eens in vergissen. Jij mag dan misschien wel van jezelf een geringe dunk hebben, het zou wel eens kunnen zijn dat jij er bent, omdat God jou nodig heeft in zijn plannen. Als jij een rechtvaardige bent… – iemand die doet wat God zegt: wie weet hoezeer je dan niet hebt bijgedragen aan de plannen die God met ons heeft. Wie weet of – achteraf gezien – het voortbestaan van zijn aanwezigheid in deze wereld ook niet van jou afhing, van u en mij afhangt.

 

 

 



19 mrt - vrijdag

Sneek 19:00 Eucharistieviering - Hoogfest St. Jozef patroon v.d. gehele Kerk

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


21 mrt - zondag

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

aanmelden Vituskerk Blauwhuis Sint Vituskerk – Blauwhuis, Blauwhuis

Voorganger pastor Foekema

M.m.v. het Ceacilliakoor



28 mrt - zondag

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

aanmelden Vituskerk Blauwhuis Sint Vituskerk – Blauwhuis, Blauwhuis

Voorganger pastoor van der Weide

M.m.v. het Ceacilliakoor


apr 2021

datum/tijd evenement

02 apr - vrijdag

Blauwhuis 15:00 - 16:00 Goede Vrijdag viering

aanmelden Vituskerk Blauwhuis Sint Vituskerk – Blauwhuis, Blauwhuis

Voorganger pastor Foekema

M.m.v. het Ceacilliakoor



03 apr - zaterdag

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Paaswake

aanmelden Vituskerk Blauwhuis Sint Vituskerk – Blauwhuis, Blauwhuis

Voorganger pastor Foekema

M.m.v. het Ceacilliakoor



04 apr - zondag

Blauwhuis 09:30 - 10:30 2e Paasdag Gezinsviering

aanmelden Vituskerk Blauwhuis Sint Vituskerk – Blauwhuis, Blauwhuis

Voorganger pastoor van der Weide

M.m.v. het Ceacilliakoor


feb 2024

datum/tijd evenement

29 feb - donderdag

Hele dag Gedenkdag Zalige Antonia van Florence

Antonia van Florence ofm.ter, Aquila, Italië; abdis; † 1472.

Afbeelding H. Antonia van Florence  ca 1900. Glasschilderkunst. Nederland, Delft, Maria van Jessekerk.

Feest 29 februari.

Zij werd in 1401 geboren in de Italiaanse stad Florence. Op zeer jonge leeftijd werd ze al weduwe en sloot zich aan bij de tertiarissen van St-Franciscus.

Antonia sloot zich aan bij een vrouwengemeenschap in de stad Foligno; daar werd zij tot overste benoemd. In 1433 werd zij overgeplaatst naar Aquila, niet ver van Venetië om er de leiding van de vrouwengemeenschap op zich te nemen. Dertien jaar lang oefende zij deze functie uit. Maar tenslotte begon zij toch te verlangen naar een meer strenge levenswijze in dienst van de Heer. Zij trad in bij de clarissen van klooster Corpus Christi in Aquila, en werd prompt na enige tijd tot abdis benoemd. Getroffen door een ongeneeslijke ziekte, moest ze verschrikkelijke pijnen doorstaan. Ze ondervond daarbij grote steun van haar geestelijk leidsman, de heilige Johannes van Capistrano (+ 1456; feest 23 oktober). Ze stierf op 29 februari 1472.

In 1847, een jaar na zijn pauskeuze, verklaarde Pius IX haar zalig.


Powered by Events Manager