Evenementenlijst Sint Antoniusparochie

feb 2019

datum/tijd evenement

zaterdag - 23 feb

Hele dag Gedenkdag H. Polycarpus van Smyrna, bisschop & martelaar

Polycarpus van Smyrna, Klein-Azië; bisschop & martelaar; † 155.

Afbeelding H. Polycarpus
2011, dagkalender. Griekenland.

http://www.heiligen.net/afb/02/23/02-23-0155-polycarpus_3.jpg

Feest 23 februari.

Volgens Ireneus van Lyon († 202; feest 28 juni) was hij tezamen met Ignatius van Antiochië († ca 107; feest 17 oktober) een leerling van de apostel Johannes geweest.

Er is een overlevering, die weet te vertellen, dat hij rond het jaar 70 in de gevangenis van Efese werd geboren. Zijn ouders zouden onmiddellijk daarna als christen de marteldood gestorven zijn. De baby werd toevertrouwd aan een jonge weduwe, Callista geheten. Zij gaf hem de naam van zijn vader: Pancratius. Blijkbaar was ook zij een christen, want van haar leerde het jongetje vrijgevig te zijn voor de armen. Met als gevolg dat hij op een onbewaakt moment de hele wintervoorraad had weggegeven. Zijn pleegmoeder was radeloos. Daarop ging de jongen naar de volkomen lege schuur, bad tot God en de volgende dag lag de schuur weer vol met voedsel, alsof het niet weg was geweest. Van dat ogenblik af zou Callista hem Polycarpus (= ‘rijke vrucht dragend’) hebben genoemd.

Toen hij zo’n 25 jaar oud was, dus rond het jaar 95, kwam de oude apostel Johannes in de stad wonen. Tezamen met zijn vrienden Ignatius en Búcolus zocht Polycarpus de grijsaard dagelijks op om uit de mond van de apostel zelf zoveel mogelijk over Christus te horen.

Toen Johannes tegen het einde van de eeuw naar Patmos werd verbannen, wees hij Búcolus aan als bisschop van Smyrna en vertrouwde hem Polycarpus toe als assistent. Zelf nam hij Prochorus mee als secretaris. Zo komt het dat we in de oosterse kerk talloze afbeeldingen kunnen aantreffen van Johannes die op het eiland Patmos aan Prochorus zijn Nieuw-Testamentische geschriften dicteert.

Na Búcolus’ dood rond het jaar 99 werd Polycarpus zijn opvolger. In die hoedanigheid bracht hij de mildheid en vrijgevigheid in praktijk die hij als kind reeds had geleerd.

Op zijn oude dag werd hij gearresteerd om de marteldood te ondergaan. Er is een ooggetuigeverslag van bewaard gebleven. Op verzoek van de gelovigen uit Filomelion in Frygië verstuurden christenen van Smyrna onderstaand ooggetuigeverslag als rondzendbrief.

‘In het jaar 155 braken er christenvervolgingen uit te Smyrna in Klein-Azië. Nadat er in het stadion al een aantal slachtoffers onder de gelovigen gevallen waren, klonk de roep om Polycarpus, de plaatselijke bisschop.

Een van die slachtoffers heette Germanicus († 155). Zijn gedachtenis wordt gevierd op 19 januari.

Toen hij hiervan hoorde, besloot hij niet te vluchten, maar in de stad te blijven. Doch zijn leerlingen bezwoeren hem onder te duiken. Tenslotte gaf hij toe en nam de wijk naar een klein landhuis even buiten de stad. Daar bracht hij de meeste tijd in gebed door. Daarin noemde hij de namen van alle kerken, verspreid over de hele wereld.

We mogen hieruit afleiden, dat Polycarpus zijn gebeden hardop deed. Blijkbaar bad hij een litanie- of voorbedengebed, waarin hij de namen van de christengemeenten één voor één noemde en in Gods aandacht aanbeval. Misschien zo ongeveer als:

‘Voor de christengemeente van Jerusalem: Heer, ontferm U; voor de christengemeente van Antiochië…’ enz.

Men wist te vertellen dat hij gezocht werd en dat ze langzamerhand zijn kant opkwamen. Hij vluchtte naar een ander landhuis. Maar toen de vervolgers hem in het eerste huis niet troffen, arresteerden zij daar twee jonge slaven. Die legden zij op de pijnbank en één van de twee verried zijn meester.

Opvallend is de gelijkenis met Jezus’ lijdensverhaal. Hij werd immers ook verraden door een van zijn vrienden. In het vervolg zullen we nog vele herinneringen aan Jezus’ lijden en dood voorbij horen gaan. De bedoeling van de schrijver daarmee is duidelijk: Polycarpus volgt Christus na; hij is een nieuwe Christus. In hem gebeurt het evangelie van Jezus opnieuw.

Op een vrijdagavond bij het avondeten trok een gewapende bende onder leiding van die jonge vriend erop uit, alsof het om een dief of een moordenaar ging. Tegen de avond bereikten ze het huisje waar Polycarpus verbleef. Ze vonden hem in een bovenvertrek. Hoewel hij nog had kunnen vluchten, deed hij dat niet met de woorden: ‘Gods wil geschiede.’

Juist zo had Jezus gebeden in de Hof van Olijven: ‘Vader, als Gij wilt, laat deze beker dan voorbijgaan. Maar niet mijn wil, uw wil geschiede’ (Lukas 22,42).

Hij stapte op hen af en begon een gesprek. Zijn hoge leeftijd en zijn kalme waardigheid maakten diepe indruk. Ze vroegen zich af waarom de overheden eigenlijk zo gebeten waren op zo’n vriendelijke man. Hij gaf opdracht dat men hun allen een hapje en een drankje moest aanbieden. Toen vroeg hij toestemming om nog één uur zijn gebeden te mogen doen. Dat mocht. Twee uur lang sprak hij daar staande hardop zijn gebeden uit. Allen waren zonder uitzondering diep onder de indruk. Ja zelfs de soldaten die hem kwamen arresteren, betuigden hun spijt dat ze erop uit waren gestuurd tegen zo’n intens goede man.
Ze wachtten rustig tot hij klaar was, terwijl hij in zijn gebed één voor één al degenen noemde die hij in zijn leven gekend had, groot en klein, beroemd en onbekend.

Te oordelen naar de reacties van de omstanders kunnen we er zo goed als zeker van zijn dat hij zijn opsomming eindigde bij de soldaten die hier aanwezig waren om hem op te komen halen.

Tot slot noemde hij de kerk over de gehele aarde verspreid. Toen zette men hem op een lastdier en ging het richting Smyrna.

Weer zo’n trekje, waardoor onze bisschop des te meer op Jezus lijkt. Ook Hij reed op een lastdier om Jerusalem binnen te gaan (Lukas 19,28-38).

Het was intussen sabbat geworden. Onderweg ontmoette men de vorst die Herodes heette.

Zelfs de plaatselijke vorst, die Polycarpus tegenover zich vindt, draagt dezelfde naam als de koning uit Jezus’ lijdensverhaal: Herodes (Lukas 23,06-12).

Deze reisde in gezelschap van zijn vader Nicetas. Ze nodigden Polycarpus uit om in het rijtuig tussen hen in te komen te zitten. Daar begonnen ze op hem in te praten:
“Wat maakt het uit als je een offer brengt aan de keizer, wanneer je daarmee het vege lijf kunt redden?”
Maar Polycarpus bleef zwijgen.

Ook van Jezus in het evangelie staat geschreven, dat Hij in het geheel geen antwoord gaf op de vragen van Herodes.

Uiteindelijk zei hij echter kort en goed:
“Doet u verder geen moeite, want ik ben toch niet van plan te doen wat u mij voorhoudt.”
Teleurgesteld begonnen ze hem daarop uit te schelden, voegden hem allerlei beschimpingen toe en schopten hem het rijtuig uit.

Ook Jezus werd bespot door Herodes en zijn soldaten (Lukas 23,11).

Hij haalde daarbij zijn scheenbeen gemeen open. Maar zonder een kik te geven, stond hij op en vervolgde welgemoed zijn tocht richting stadion. Daar was het een tumult van jewelste. Ze schreeuwden er allemaal zo hard door elkaar dat horen en zien je verging.
Op het ogenblik dat Polycarpus het stadion betrad, weerklonk een stem uit de hemel:
“Wees sterk, Polycarpus, en blijf manmoedig overeind.”

Jezus had in de Hof van Olijven bemoediging ontvangen van een engel uit de hemel. Eerder al had boven Hem een stem uit de hemel geklonken: ‘Dit is mijn Zoon, de uitverkorene, luistert naar Hem’ (Lukas 9,35).

Niemand zag degene die deze woorden uitsprak, maar de mensen van ons die erbij geweest zijn, hebben het wel degelijk gehoord. Toen hij werd binnengeleid, veroorzaakte dat bericht alleen al een hels kabaal.

Ook in Jezus’ lijdensverhaal speelt een joelende en schreeuwende menigte een belangrijke rol. Hun geschreeuw geeft zelfs de doorslag, als het erom gaat Jezus ter dood te veroordelen (Lukas 23,23).

Hij werd voor de stadhouder gebracht. Deze vroeg hem of hij inderdaad Polycarpus was. Polycarpus antwoordde bevestigend. Nu begon de stadhouder te proberen hem van zijn geloof af te helpen:
“Alstublieft, denkt u toch aan uw hoge leeftijd”, en meer van dat soort uitspraken die dan worden gebezigd: “Zweer bij de godheid van de keizer. Kom toch tot u zelf. U hoeft alleen maar te roepen: ‘Weg met die afgodendienaars!'”
Maar Polycarpus wierp een doodernstige blik op heel die massa van boosaardige en verdorven heidenen die de banken van het stadion bevolkten. Hij strekte zijn hand ernaar uit en opziende naar de hemel sprak hij uit de grond van zijn hart:
“Ja, inderdaad. Weg met die goddelozen!”
Maar de stadhouder gaf het nog niet op:
“U hoeft maar te zweren en ik laat u vrij. Vervloek toch die Christus!” Polycarpus hernam:
“Zesentachtig jaar heb ik Hem gediend en ik heb nog nooit ook maar een enkele reden tot klagen gehad. En trouwens, hoe zou ik mijn koning en verlosser kunnen vervloeken?”
De stadhouder waagde nogmaals een poging:
“Zweer bij de godheid van de keizer!”
Waarop Polycarpus weer:
“Ik weet niet of het u als verdienste zal worden aangerekend, wanneer ik – zoals u dat noemt – bij de keizer zou zweren, maar laat ik u dan nog eens duidelijk zeggen voor het geval u het nog niet begrepen mocht hebben, wie u voor u heeft. Ik ben christen. Mocht u meer over de christelijke godsdienst willen weten, dan hoeft u maar één dag uitstel te verlenen en mij aandachtig toe te horen.”
De stadhouder antwoordde:
“Als u dan zo graag wil, beproef uw geluk dan maar op het volk.”
En Polycarpus weer:
“U wil ik wel te woord staan. Wij geloven immers dat overheden en machthebbers door God zijn aangesteld en dat wij ze dientengevolge de eer moeten geven die hun toekomt, zolang dat althans met ons geweten in overeenstemming te brengen is. Maar met die lui daar ben ik niet van plan welk gesprek ook aan te gaan.”
De stadhouder zei:
“U moet wel bedenken dat ik wilde dieren achter de hand heb. Als u niet tot andere gedachten komt, ben ik genoodzaakt ze op u los te laten.”
Waarop Polycarpus reageerde:
“Laat ze maar komen. Wij blijven bij ons standpunt en zijn niet van zins om van betere naar mindere inzichten over te stappen. Integendeel, ik ga er zelfs op vooruit, wanneer ik de ellende van deze aarde mag verruilen voor de hoogste gerechtigheid.”
Toen zei de stadhouder: “Als de verscheurende dieren dan geen indruk op u maken, zal ik u levend laten verbranden, tenzij u nu nog tot andere gedachten komt.”
Polycarpus: “U dreigt met een vuur dat het hoogstens één uur volhoudt. Daarna is het uit. Maar weet u niet dat het vuur van het toekomstig oordeel compleet met de eeuwige pijn die daaraan vastzit, in gereedheid wordt gehouden voor de goddelozen? Vooruit! Waar wacht u op? Doe maar wat u het liefste ziet.”‘

Uiteindelijk werd Polycarpus inderdaad veroordeeld tot de brandstapel. Toen het ernaar uitzag dat het vuur een soort van luchtledige vormde, zodat Polycarpus in het midden daarvan ongedeerd dreigde te blijven, gaf de beul opdracht hem met het zwaard de genadeslag toe te dienen. Er vloeide zoveel bloed dat vuur ervan uitging!

Verering & Cultuur
Hij is een van de eersten wiens stoffelijke resten als relikwie werden vereerd. Zijn graf lag in het zuid-oosten van de stad Izmir op de Mons Pagos, tegenwoordig Kadifekale geheten, waar zich tegenwoordig de middeleeuwse citadel bevindt; zijn relieken bevinden zich tegenwoordig in de San Ambrogio della Massima te Rome. Er is een levensbeschrijving van hem bewaard gebleven, de ‘Vita Sancti Polycarpi’, toegeschreven aan Pionius van Smyrna († 250; feest 1 februari). Volgens geschiedkundigen dateert het geschrift echter uit de vierde eeuw.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf); met kroon en palmtak (tekenen, dat hij – naar het voorbeeld van Jezus – als martelaar de overwinning heeft behaald over het kwaad).



zaterdag - 23 feb

Sneek 19:00 Woord- en Communieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


zaterdag - 23 feb

Heeg 19:30 Eucharistieviering

Sint Josephkerk, Heeg

Pastoor P. v.d. Weide



zondag - 24 feb

Hele dag Gedenkdag H. Ethelbert van Canterbury, 1e Britse christenkoning

Ethelbert van Canterbury (ook van Kent), Engeland; eerste Angelsaksische christenkoning; † 616.

Afbeelding Sint Ethelbert van Canterbury
Op de voorgrond Ethelbert die zijn hand uitstrekt naar Bertha.
Achter haar de poort naar de universiteit, genoemd naar paus Gregorius.
2006, sculptuur. Engeland, Canterbury.

http://www.heiligen.net/afb/02/24/02-24-0616-ethelbert_3.jpg

Feest 24 februari.

Hij volgde zijn vader Ermenric op als koning van Kent in het jaar 560. Hij was gehuwd met Bertha van Frankrijk, een dochter van koning Caribert van Parijs. Ethelbert was een wijze vorst; hij droeg zorg voor een goede wetgeving en regeerde met vaste hand. Omwille van haar geestelijk leven had Bertha aan bisschop Letard gevraagd haar naar Engeland te vergezellen. Deze heilige man leidde zo’n voorbeeldig leven dat bij de bevolking argwaan en afschuw veranderden in nieuwsgierigheid en sympathie. Met als gevolg dat Ethelbert tenslotte in het jaar 597 toestond dat de heilige bisschop Augustinus, zendeling vanwege paus Gregorius te Rome, en andere missionarissen Christus kwamen preken op zijn grondgebied. Ook hijzelf liet zich uiteindelijk door toedoen van zijn gemalin en de nieuwe predikanten bekeren tot Christus. Zijn doop moet niet lang na het jaar zeshonderd hebben plaats gehad. Daarmee werd hij de eerste vorst op het Britse eiland die Christus aannam. Van nu af besteedde hij veel tijd aan gebed en aan de zorg voor de armen.

Hoewel hij de prediking krachtig bevorderde dwong hij zijn onderdanen niet in de keuze van hun godsdienst. Dat maakte weer zoveel indruk op de naburige koning Sabert dat ook deze zich tot Christus bekeerde, en bovendien aan Ethelbert toestond op zijn grondgebied de eerste kathedraal te stichten. Dat werd St.-Paul’s Cathedral in het tegenwoordige Londen, een verre voorloper van het huidige kerkgebouw dat van na de stadsbrand in 1666 stamt en waarvan Sir Christopher Wrenn de architect is.

Daarnaast stichtte hij o.m. ook de kathedraals van Canterbury en Rochester.

Na zijn dood in 616 vermaakte hij zijn paleis aan bisschop Augustinus, de latere heilige Augustinus van Canterbury, en werd hij bijgezet in ‘zijn’ kathedraal aldaar.

De meeste engelse kerken die hem als patroon hebben heten – heel vertrouwelijk – Saint Albert’s.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als koning, meestal in gebed met het visioen voor ogen van Christus als Man van Smarten.



zondag - 24 feb

Roodhuis 09:30 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Pastoor v.d. Weide

MISDIENAARS
Op zondag 24 februari zetten we alle misdienaars van de afgelopen 2 jaar in het zonnetje

We vragen jullie naar de viering te komen op zondag 24 februari . In maart organiseren we een  uitje voor jullie. Ook als je inmiddels gestopt bent, ben je van harte welkom. We kunnen ook wel weer een paar nieuwe helpers gebruiken. Dan mag je ook komen. 



zondag - 24 feb

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zondag - 24 feb

Sneek 09:45 PKN Viering

Wumkeshûs, Dr. – woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: dhr. P. Luhoff, Nijland



zondag - 24 feb

Sneek 10:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek

Voorganger: dhr. Th. de Jong, Haskerhorne



zondag - 24 feb

Sneek 10:45 PKN Viering

Loodsboot Sneek, Sneek

Voorganger: dhr. H. Wiersma



zondag - 24 feb

Sneek 11:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. Intermezzo



zondag - 24 feb

Sneek 11:00 PKN Viering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: dhr. U. Zwaga



zondag - 24 feb

Sneek 15:30 10e Zangdienst Edoza

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Zangdienst (10e!! keer)

Sneeker Mannenkoor Edoza

o.l.v. Jan Hibma

Sebastiaan Schippers. orgel



zondag - 24 feb

Heeg 19:30 Vesperviering in de Hagha kerk

Heeg – Haghakerk, Heeg

Pastor L. Foekema



maandag - 25 feb

Hele dag Gedenkdag H. Walburgis van Heidenheim, abdis

Walburgis (ook Auboué, Avangour, Avongourg, Bugga, Falbourg, Gaubourg, Gauburge, Gaudurge, Goburgis, Gualbourg, Guibor, Valborg, Valburg, Valderbur, Valpurge, Valpuri, Vaubouer, Vaubourg, Vaubourg, Walbourg, Walburga, Walburge, Walburge, Walpurd, Walpurga, Walpurgis, Walpurgis of Wealdburg) van Heidenheim, Duitsland; abdis en geloofsverkondigster; † 779.

Afbeelding H. Walbergis
ca 1500. Houtsculptuur. Duitsland, Eichstätt, Walburga-abdij.

http://www.heiligen.net/afb/02/25/02-25-0779-walburgis_4.jpg

Feest 25 februari

Walburgis was van Engelse adellijke afkomst. Ze moet geboren zijn rond 710. Richard en Wuna waren haar vader en meoder; Willibald en Wunibald waren haar broers. Zij behoorde tot de vrouwen die door Bonifatius naar Duitsland gehaald zijn om hem te helpen bij de kerstening van de heidense Germanen. Met haar beide broers die zich ook in dienst van Bonifatius hadden gesteld deed zij veel voor de verbreiding van de christelijke cultuur. Zij stichtte te Heidenheim een dubbelklooster (een mannen- en vrouwenklooster die aan elkaar grensden, maar met gescheiden levensruimten).  

Walburgis droeg ook zorg voor de bouw van de kerk aldaar.

Ze moet een sterke en tegelijk vriendelijke vrouw geweest zijn. Ze stierf in 779 te Heidenheim.

Verering & Cultuur
Er rusten relieken van haar in de kerk die aan haar broer is toegewijd, Sankt-Willibaldkirche, in het naburige Eichstätt. Jaarlijks loopt er een geneeskrachtige vloeistof van de rots bij Eichstätt waarop haar relieken zijn geplaatst (Walburga-olie). Maar in haar abdijkerk te Heidenheim is tot op de dag van vandaag de graftombe te zien die voor haar werd vervaardigd in 1484. In diezelfde kerk rust ook het gebeente van haar andere broer Wunibald.

Patronaten
Zij is patrones van het bisdom Eichstätt; van zeevarenden en schippers, alsmede van boeren en huisdieren (volgens een oude overlevering werd zij eens aangevallen door een wilde hond. Maar zij wist hem tot bedaren te brengen door de geestkracht van de liefde die in haar woonde; het dier werd sindsdien haar trouwe metgezel. Zo werd zij patrones van vee en huisdieren). Haar voorspraak wordt ingeroepen tegen beten van hondsdolle dieren, pest en oogkwalen (daartegen bestaat het aloude middeltje Walburgis-olie!); haar voorspraak werd ook ingeroepen tegen de pest; en voor de groei van het gewas.

In Duitsland en Nederland was ze zeer populair. In Nederland zijn (of waren) er Walburgiskerken te Amby, Arnhem, Drogeham, Groningen (was de oudste kerk in Groningen, reeds in de middeleeuwen afgebroken: had een typisch Karolingische achthoekige vorm en stond naast de huidige Martinikerk), Netterden, Ried en Zutphen.

Afgebeeld
Zij wordt afgebeeld in koninklijke gewaden (gezien haarafkomst) of als kloosterlinge resp. abdis (met staf), met afgelegde kroon naast zich; de afbeelding op haar graf toont hoe engelen haar een hemelse kroon opzetten.

Soms met eens schip (waarop ze overvoer van Engeland naar het vasteland van Europa. Vaak heeft ze een oliekruikje of -vaatje en korenaren; soms een boek.

De nacht van 30 april op 1 mei heet vanouds Walpurgisnacht. Volgens Duits volksgeloof vierden dan de heksen feest op de Brocken in de Harz. In de germaanse mythologie had in die nacht de bruiloft plaats tussen Wodan en de Walküren. Na de kerstening werd aan Walpurgis toegedicht wat vroeger van de godin Freya werd geloofd.

Het Walpurgisvuur werd ontstoken en daarmee ontstak men strobosjes die aan het eind van lange houten stokken waren bevestigd. Zodoende werden de koude wintergeesten verdreven.

In Goethe’s Faust speelt de Walpurgisnacht een rol.



maandag - 25 feb

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 26 feb

Hele dag Gedenkdag H. Edigna van Puch, kluizenares

Edigna van Puch bij Fürstenfeldbrück, Beieren Duitsland; kluizenares; † 1110.

Afbeelding H. Edigna van Puch
<1700. Plafondschildering. Duitsland, Puch, kerk St-Sebastiaan.

http://www.heiligen.net/afb/02/26/02-26-1110-edigna_1.jpg

Feest 26 februari.

Volgens een Frans handschrift uit de middeleeuwen was zij een dochter van de (Merovingische?) koning Henri I. Maar gezien de tijd waarin haar levensverhaal speelt, ligt het veel meer voor de hand dat zij uit het geslacht van de Capetingers stamde. Dan zou haar vader koning Henri I geweest zijn en haar moeder koningin Anna, die een dochter was van de Russische grootvorst Jaroslaw van Kiev. De beroemde Russische heiligen Boris en Gleb waren dus broers van haar grootvader Jaroslaw. Een andere heilige uit de familie van moeders kant was haar oudtante Aurelia die kloosterlinge was geweest in het St.-Emmeramklooster te Regensburg.

Edigna moet zo rond 1050 zijn geboren. Waarschijnlijk zegde zij het hofleven vaarwel om een door haar ouders gearrangeerd huwelijk te ontlopen. Men vermoedt dat zij vanuit Bourgondië met kruisridders meetrok en ergens onderweg is blijven steken. Hoe dan ook, het verhaal vertelt, dat zij armoedig gekleed met een boer op diens ossenwagen mee mocht rijden; uitdrukkelijk wordt vermeld dat zich op die kar een haan bevond en dat er een klok aan die kar hing (afb.1). In de buurt van het gehucht Puch bleef het span staan, de haan kraaide en het klokje luidde. Zo komt het dat zij daar ergens in de buurt van Fürstenfeld, aan de oevers van de rivier de Ampel een plek zocht om te wonen. Zij nam haar intrek in een holle linde (afb.2) die vlak naast de plaatselijke Sebastiaanskerk stond. Daar diende zij God onder tranen met vasten, waken en bidden al de verdere 35 jaren die zij daarna nog te leven zou hebben. Zij won het vertrouwen van de eenvoudige plaatselijke bevolking en leerde de kinderen lezen en schrijven. Wie het hart bij haar uitstortte, vond altijd gehoor; zij gaf raad en moed en probeerde strijdende partijen met elkaar te verzoenen. Zieken zocht zij thuis op, vaak met kruiden die hielpen; zo werd er tenslotte van haar verteld dat zij de macht bezat om zieken te genezen.

Na haar dood kwam er nog lange tijd uit haar linde een wonderbaarlijke olie, waarbij vele zieken genezing vonden. Toen mensen er een handeltje van wilden gaan maken, viel de oliestroom uit de boom droog.
Zij ligt begraven in de kerk van Puch.

Patronaten
Daar wordt ze vereerd als patrones van het dorp; zij wordt ook aangeroepen tegen diefstal en om verloren voorwerpen terug te vinden en tegen veeziekten.

Afgebeeld
Zij is vooral afgebeeld in de plaatselijke volkskunst. Vaak is zij te zien in haar holle boom, soms met een lelie (symbool van de maagdelijkheid). Ook wel met haar ossenkar, met en haan en een klok.



dinsdag - 26 feb

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


dinsdag - 26 feb

Sneek 19:30 Bronnen van Bezieling - Kerkmuziek

Baptistengemeente Sneek, Sneek


woensdag - 27 feb

Hele dag Gedenkdag H. Gabriele Possenti, religieus

Gabriele (gedoopt Francesco) Possenti (ook dell’ Addolorata, van Isola, van Onze Lieve Vrouwe van Smarten, a Virgine Perdolente of van de Zeven Smarten van Maria) cp, Isola del Gran Sasso, Abruzzen, Italië; religieus; † 1862.

Afbeelding H. Gabriele Possenti

ca 1970. Devotieprentje. Italië, Venetië.

http://www.heiligen.net/afb/02/27/02-27-1862-gabriele_2.jpg

Feest 27 februari.

“Zal ik jullie eens wat vertellen: onze danser is het klooster ingegaan! Wie had dat nou ooit gedacht.” Met deze woorden kwam pater Pincelli aan zijn klas vertellen dat hun klasgenoot Francesco Possenti, de mooiste jongen van de school, die er altijd volgens de laatste mode bijliep en als danser en toneelspeler telkens alle eerste prijzen had weggesleept; die zo nu en dan met rijke mensen uit jagen ging en in de stad steeds door meisjes werd omzwermd… dat hij nog tijdens het schooljaar was ingetreden bij de strenge paters passionisten.

Francesco was op 1 maart 1838 te Assisi geboren, de stad die ruim 600 jaar eerder beroemd was geworden door de heilige Franciscus. Francesco’s leven lijkt op dat van zijn naamspatroon. Ook hij genoot van een uiterst onbezorgde en haast losbandige levensstijl in zijn jonge jaren. Ook zíjn vader was een welgesteld man. Aanvankelijk was hij pauselijk legaat geweest, maar omdat dit veel verhuizingen met zich meebracht, had hij zich tenslotte als rechter in Spoleto gevestigd. Een eerste schaduw viel over Francesco’s leven, toen hij reeds op vier-jarige leeftijd zijn moeder verloor. Dat had zijn vader, die toch al een zwijgzaam karakter had, nog stiller gemaakt. Juist de jonge Francesco was met zijn opgeruimd karakter voor vader en zijn twaalf broers en zussen een zonnetje in huis geweest, vooral voor zijn oudste zus, Marie-Louise die de rol van moeder had overgenomen; Francesco was de elfde in de rij van kinderen. Hij kon goed leren, en was op het jezuïetencollege van Spoleto niet alleen telkens een van de besten van de klas, maar door zijn extraverte manier van doen een opvallende verschijning. Daar had hij ook zijn bijnaam van ‘de danser’ te danken.

Des te harder kwam de klap voor vader aan, toen zijn zoon met het bericht kwam dat hij het klooster in wilde. “Wacht eerst nog maar een jaartje”, had deze gezegd. Toch had vader het kunnen zien aankomen. Twee zware ziektes hadden zijn jongen veranderd; ook daarin lijkt hij op Franciscus van Assisi. Bovendien stierf zijn veelgeliefde oudste zus en vertrouwelinge aan de cholera; Francesco was toen zeventien. Tijdens een bezoek aan de kerk van Spoleto viel zijn blik op een afbeelding van Maria. Het kwam hem voor de geest , hoeveel Jezus’ moeder heeft moeten doorstaan. Zozeer dat één van haar aanroepingen luidt ‘Moeder van Smarten’. Juist in die pijnen voelde hij zich met haar verwant. Op dat moment besloot hij zijn leven lang bij haar in de buurt te blijven en samen met haar zijn pijn te dragen. Misschien vond hij in haar wel een vervanging voor het gemis van zijn eigen zo vroeg gestorven moeder.

Op school kondigde hij aan dat hij wat vakantie wilde nemen. Maar in werkelijkheid trad hij in bij de passionisten van Morrovalle in de buurt van de Italiaanse stad Macerata. Als kloosternaam koos hij Gabriël, naar de engel die aan Maria destijds de Blijde Boodschap had gebracht dat zij de Moeder van Jezus zou worden. Daar voegde hij aan toe de naam ‘Addolorata’ (= Italiaans voor ‘van Smarten’; herinnering aan het beeld dat zo’n ommekeer in zijn leven had betekend). De brieven die hij vandaar naar huis stuurde, getuigen alle van geluk en diepe vreugde. Dat maakte het voor zijn vader en de anderen thuis iets makkelijker te accepteren. Zes jaar later stierf hij aan tuberculose in de stad Isola in de Midden-Italiaanse Abruzzen. Daar studeerde hij theologie met het oog op zijn toekomstige priesterwijding.

Er valt van hem als jonge kloosterling op het eerste gezicht eigenlijk niets bijzonders te melden. Behalve voor wie beter mag toekijken. Hij deed alles wat hij moest doen, met aandacht en innerlijke vrede. Ook als hij daardoor aan plezierige dingen niet toekwam. Uit liefde voor Jezus en vooral voor diens moeder Maria ontzegde hij zich hoe langer hoe meer vooral kleine dingetjes; en daarin bereikte hij grote hoogte. Hij heeft laten zien hoe gewoon heldhaftigheid kan zijn.

Verering & cultuur

Hij ligt begraven in de kerk van de passionisten te Isola. In 1920 werd hij heilig verklaard. Hij werd uitgeroepen tot patroon van de Italiaanse jeugd. Tot op de dag van vandaag is zijn graf een druk bezochte bedevaartplaats.

Begin jaren negentig van de 20e eeuw was Gabriel in het nieuws, omdat Amerikaanse schuttersverenigingen hem – tegen de zin van de paters passionisten – tot hun beschermheilige wilden uitroepen. Gabriel zou volgens een nooit bevestigd verhaal een Italiaans dorp hebben gered door zijn schotvaardigheid. Maar de voorzitter van de Amerikaanse bisschoppenconferentie wees erop dat die heldendaad nooit bewezen was.

Het is niet bekend om welke anekdote het gaat. Maar wie weet is hij niet alleen als patroon van de jeugd, maar vooral vanwege die vermeende schotvaardigheid patroon geworden van de Haagse voetbalvereniging GDA, afkorting van Gabriele Dell’Addolorata



woensdag - 27 feb

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


woensdag - 27 feb

Sneek 15:00 Woord- en Communieviering

Skûlplak It, – woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: dhr. J. Mulder



donderdag - 28 feb

Hele dag Gedenkdag HH Romanus en Lupicinus van Condat, kluizenaars

Romanus van Condat, Jura, Frankrijk; kluizenaar & abt met Lupicinus; † ca 460.

Afbeelding HH Romanus en Lupicinus
ca 1900. Gravure. Illustratie Duits heiligenboek.
Romanus van Condat met zijn medebroeder Lupicinus in hun kluizenaarsgrot.

http://www.heiligen.net/afb/02/28/02-28-0460-romanus_5.jpg

Feest 28 februari.

Van kindsbeen af leidt Romanus tezamen met zijn broer Lupicinus het leven van een kluizenaar op een afgelegen plek in het Juragebergte. Talloze jongemannen worden door hun gestrenge en tegelijk inspirerende levenswijze aangetrokken en voegen zich bij hen.

Zo ontstaat de kloostervestiging te Condat (ook bekend als St-Oyen de Leuconne).

Voor vrouwen stichten zij een klooster te St-Romain-de-la-Roche, en plaatsen onder de leiding van hun zuster.

Zo’n honderddertig jaar na Romanus’ dood schrijft Gregorius van Tours een levensschets van Romanus en Lupicinus, die we hieronder laten volgen:

“1. Van jongs af aan heeft Lupicinus er van harte naar verlangd om God te zoeken. Toen hij na zijn scholing er de leeftijd voor had, zag hij af van het huwelijk dat zijn vader voor hem in petto had. Hij had een jongere broer, Romanus. Ook hij wilde zijn ziel geheel en al aan de dienst van God toewijden. Ook hij zag dus af van een huwelijk. Na de dood van hun ouders trokken zij getweeën eensgezind de eenzaamheid in. Zij vestigden zich op een afgelegen plek in de Jura ergens tussen Bourgondië en Zwitserland in, grenzend aan het grondgebied van de stad Avenches. Elke dag verrichtten zij voorover uitgestrekt op de grond hun gebeden voor de Heer. Zij zongen de psalmen op muzikale melodieën. Ze aten niets anders dan wortels van planten. Maar degene die uit de hemel is neergevallen, zit niet stil en doet niets anders dan strikken spannen om mensen in te vangen. Zo wapende hij zich ook tegen deze dienaren Gods en tezamen met zijn trawanten stelde hij alles in het werk om hen van de ingeslagen weg af te brengen. Zo stortten de boze geesten elke dag stenen naar beneden in hun richting. En telkens als zij neerknielden om hun gebeden te doen voor de Heer, kwamen er hele stenenregens van de berghellingen omlaag zetten, zodat ze heel wat schrammen, builen en ergere verwondingen opliepen. Dat was natuurlijk het werk van de boze geesten. Omdat ze nog zo jong waren, en eigenlijk nog niet de volwassen leeftijd hadden bereikt, begonnen ze bang te worden voor die dagelijkse vijandelijkheden van de duivel. Tenslotte konden ze de pijn niet langer verdragen en besloten naar huis terug te keren. Waar de haat van de vijand ons al niet toe kan brengen!

Zij verlieten dus hun eenzaam plekje waar ze zich zoveel van hadden voorgesteld. Zo kwamen ze op hun weg naar huis door de velden waar de boeren aan het werk waren en rustten even uit in de woning van een arme vrouw. Zij vroeg hun waar ‘de soldaten van Christus’ precies vandaan kwamen. Nog altijd een beetje in de war vertelden zij haar om welke reden zij de eenzaamheid, die zij eerst zo hartstochtelijk hadden gezocht, tenslotte toch weer hadden verlaten. Zij antwoordde hun: “Als mannen van God zouden jullie juist onverschrokken moeten strijden tegen de hinderlagen van de duivel; en jullie zouden juist niet bang moeten zijn voor zijn vijandelijkheden; hoe vaak heeft hij het al niet af moeten leggen tegen Gods vrienden? Hij is het meest gebeten op heilige verlangens. Eerst heeft hij de mensen in het verderf gestort en het ergste wat hem kan overkomen is dat zij zich door het geloof weer oprichten.” De beide jongemannen waren diep getroffen; ze trokken zich in een stil hoekje terug en zeiden tegen elkaar: “Wij zitten helemaal fout: we hebben gezondigd tegen de Heer door ons plan op te geven. En het moest nota bene een vrouw zijn die ons onze lafhartigheid onder ogen bracht. Wat voor leven gaan wij tegemoet, als wij niet terugkeren naar de plek waarvan de vijand ons heeft proberen te verjagen?”

2. En zo keerden zij terug naar hun eenzaamheid, gewapend nu met het kruisteken en hun stok in de hand. Bij hun aankomst bedolven de boze geesten hen weer onder een stortvloed van stenen. Maar zij volhardden in het gebed; God was hun barmhartig en bewerkte dat de beproeving voorbijging. En zo konden ze eindelijk bevrijd van alle hindernissen Hem dienen zoals het behoorde. Terwijl ze zich nu voortdurend aan het gebed wijdden, kwamen er van overal nieuwe broeders toestromen. Zij wilden hen horen preken. Eenmaal wijd en zijd bekend stichtten ze een klooster, Condat.

De oorspronkelijke naam luidt Condatiscone. In dit klooster zou zo’n honderdvijftig jaar later bisschop Claude van Besançon zich terugtrekken. Na zijn dood werd dit het pelgrimsoord St-Claude, gelegen in de Jura.

Op de aangewezen plek rooiden ze de bomen en maakten er een open terrein van. Ze voorzagen in hun levensonderhoud door zelf op het land te werken.

Overal in Europa waren er mannen (in mindere mate en onder bepaalde condities ook wel vrouwen) die aan het kluizenaarsleven begonnen; altijd op eenzame en dus ontoegankelijke plekken. Zij moesten daartoe de weerbarstige natuur overwinnen. We hoorden al van neervallend rotsgesteente. Ook het wegkappen van bomen en wild struikgewas behoorde ertoe. De cultivatie van het land is in volle gang…! We staan aan het begin van de Middeleeuwen.

We merken op dat werken, en zeker werken op het land, eigenlijk alleen door lijfeigenen en slaven werd gedaan; wie werkte, behoorde tot de laagste stand in de maatschappij. Als deze monniken, die intussen leren lezen en schrijven en die praktisch altijd van hogere komaf zijn, arbeid verrichten, volgen zij binnen hun cultuur Jezus na die ook de minste wilde zijn en dienaar van allen. Wellicht hadden zij daarbij ook het voorbeeld van de apostel Paulus voor ogen die er prat op ging middels het handwerk van tentenmaker in zijn eigen levensonderhoud te voorzien.

De ijver en de liefde tot God nam onder de naburige bevolking zulke geweldige vormen aan dat het kerkje de toeloop van mensen niet meer kon verwerken. Zo werd vanuit Condat op een andere plek een nieuwe kloostervestiging gesticht.

Dit klooster heette Leuconne, eveneens gelegen in de Jura. Het heeft naar verhouding niet lang bestaan.

Er kwam zelfs nog een derde vestiging, gelegen in Alemania (= Zwitserland).

Dit klooster werd het beroemde Romainmoûtier (verbastering van ‘Romani Monasterium’ = ‘Klooster van Romanus’) tegenwoordig gelegen in het Zwitserse kanton Vaud.

De twee geestelijke vaders gingen om de beurt al hun zonen bezoeken. Zij vervulden ze van de kennis van God door in elk klooster zij het woord van de waarheid te preken. Zo vormden zij de hun toevertrouwde zielen. Het was ook in deze tijd dat Lupicinus aan het hoofd van allen werd geplaatst en de titel van abt verwierf. Hij leefde heel sober en onthield zich van eten en drinken, dat wil zeggen dat hij soms drie dagen achtereen in het geheel geen voedsel tot zich nam.

Afgezien van het feit dat deze mededeling gewoon op waarheid zou kunnen berusten, moeten we niet vergeten dat er ook een verkondigende waarde uitgaat van deze levenswijze: de mens leeft niet van – materieel – brood alleen. Het woord van God is in staat de mens in de meest ware zin van het woord in leven te houden. Daarnaast heerste bij deze kluizenaars de overtuiging dat alle lichamelijke behoeften (honger, dorst, slaap, seks enz.) verleidingen van de duivel waren. Je moest ze leren beheersen en weerstaan.

En als hij het werkelijk niet meer uit kon houden van de dorst, liet hij zich een kruik water brengen. Daar stak hij dan enige tijd zijn handen in. En wat je dan te zien kreeg: zijn vlees slurpte het water op zodat je gezworen zou hebben dat hij het via zijn mond naar binnen werkte. Zo leste hij zijn dorst. Hij kon onder zijn broeders bijzonder forse straffen uitdelen. Hij lette er niet alleen op dat ze geen verkeerde dingen deden, maar ook dat ze geen verkeerde dingen zeiden. Gesprekken of zelfs een ontmoeting met een vrouw verbood hij ten strengste. Romanus was voor al die dingen veel te simpel. Bij hem kwamen dergelijke gedachten zelfs helemaal niet op. Hij keek niet wie het precies was die hem om een gunst kwam vragen. Hij smeekte gewoon Gods genade af over ieder die hem daarom kwam vragen, en gaf ze zijn zegen na, of het nu mannen of vrouwen waren.

3. Abt Lupicinus bezat natuurlijk niet de middelen om zo’n geweldige gemeenschap in leven te houden. Maar God wees hem een eenzaam en afgelegen plek, waar in vroeger tijden schatten verborgen waren.

Een prachtig voorbeeld van een dubbelzinnige opmerking. Het kan natuurlijk gaan over ‘gewone’ materiële zaken. Maar zelfs als dat het geval is, worden we tegelijk geprikkeld om hierbij ook te denken aan de geestelijke dimensie van deze opmerking: het was niet Lupicinus die al die mensen in leven hield, maar God zelf, en wel via de ‘oude’ schatten van de Heilige Schrift en met name het Evangelie.

Hij ging in zijn eentje naar die plek toe en haalde er zoveel goud en zilver vandaan als hij voor het klooster nodig had. Hij kocht er levensmiddelen van en voedde er de massa’s broeders mee die zich rond hem verzameld hadden om God te dienen. Dat deed hij zo elk jaar. Maar hij zei aan geen enkele broeder waar de plek was die God hem had aangewezen. Op een dag bezocht hij de broeders die hij – om zo te zeggen – bijeengebracht had in de streken van Alemania. Het was rond het middaguur. De broeders waren nog op het veld. Hij ging de keuken binnen waar ze juist bezig waren de middagmaaltijd klaar te maken. Hij zag er een geweldige toestand aan schalen en een prachtige sortering aan gefileerde vis. Hij zei bij zichzelf: “Het deugt niet als monniken die in de eenzaamheid leven, over zulke ongepaste spullen beschikken.” Hij liet dus een grote koperen ketel opzetten, en toen deze warm begon te worden, veegde hij alle klaargemaakte spijzen bijelkaar – vissen, groenten, vlees en alles wat de monniken zou worden opgediend – en hij zei: “De broeders kunnen zich tegoed doen aan dit kooksel, want we moeten oppassen dat ze gaan leven voor de spijzen, waar ze moeten leven voor de goddelijke geneugten.”

Zodra de monniken dit te weten kwamen, waren ze behoorlijk uit hun humeur. Er waren er twaalf die met elkaar in beraad gingen, en besloten daar weg te gaan. Ze waren woedend en gingen op zwerftocht door de streek op zoek naar de genoegens van de wereld. Romanus kwam dit alles te weten middels een visioen, want in zijn barmhartigheid wilde God niet dat dit feit voor hem verborgen bleef. Toen de abt terugkeerde, zei hij hem dan ook: “Als je er op uit bent gegaan om de broeders uit elkaar te jagen, dan had je beter thuis kunnen blijven.” Waarop de abt antwoordde: “Je moet niet boos zijn, broeder; maar weet dat de dorsvloer van de Heer gezuiverd is; het koren ligt opgeslagen in de schuur en het kaf is buiten geworpen.” Moge de hemel behouden dat geen van hen afdwaalt. Hoeveel zijn er precies weggegaan?” “Twaalf hoogmoedige en hovaardige mannen, antwoordde de abt, mannen in ieder geval waar God niet in verblijft.” Bij Romanus kwamen er zelfs tranen op: “Voorzover ik iets van Gods barmhartigheid begrijp, geloof ik niet dat Hij ze de toegang tot zijn schatten ontzegt; Hij zal ze weer bijeen brengen en ze voor zich winnen: ook voor hen immers heeft Hij geleden.” Hij bad heel speciaal voor hen, en zo bewerkstelligde hij, dankzij Gods genade, hun terugkeer. Want de Heer wist hun hart te vermurwen en zo kregen ze spijt over hun vertrek. Nu begon elk van hen op zijn beurt broeders om zich heen te verzamelen en een klooster te stichten. En tot op de dag van vandaag zijn die doorgegaan met Gods lof te zingen. In al zijn eenvoud bleef Romanus zijn goede werken doen; hij bezocht de zieken en genas ze door zijn gebed.

4. Op een dag was hij onderweg om de broeders te bezoeken. Maar hij werd verrast door de invallende duisternis en zag zich genoodzaakt onderdak te vragen bij een leprozenhuis. Er waren er negen. Eenmaal binnengelaten liet hij warm water halen. Daarop begon hij vervuld van de liefde Gods hen één voor één de voeten te wassen. Daarna liet hij een groot bed opmaken, zodat zij allen onder dezelfde deken warmte bij elkaar zouden vinden. Hij gaf er niks om dat hij daarbij in contact kwam met die lijkkleurige melaatsheid. Terwijl de melaatsen sliepen, bracht hij de nacht wakend door; hij zong psalmen. Daarbij strekt hij zijn hand uit en raakte de zij van één van de zieken aan. Onmiddellijk was deze genezen. Hij deed hetzelfde bij een ander. Ook hij bleek onmiddellijk genezen. Die gezond waren geworden, begonnen nu degenen aan te raken die naast hen lagen. Ze waren allemaal klaarwakker en nu vroegen allen aan de heilige of hij hen wilde genezen. Maar ze waren al genezen door elkaar aan te raken. De volgende morgen zag Romanus hoe ze allemaal straalden en blaakten in hun prachtige nieuwe huid. Hij dankte God en nam van ieder afscheid met een kus. Daarbij herinnerde hij hun nog eens aan de dingen van God en drukte hun op het hart ze te onthouden in en praktijk te brengen.

5. Toen Lupicinus intussen al behoorlijk oud was geworden, ging hij koning Chilperik opzoeken.

Koning van één van de Bourgondische koninkrijkjes van die tijd. Hij is de vader van de latere heilige Clotilde

Deze was koning over de Bourgondiërs en verbleef op dat moment, zo had hij gehoord, in de stad Genève. Op het moment dat hij over de drempel de poort binnen stapte, trilde de zetel van de koning die juist aan tafel zat. Hij schrok ervan en zei tegen degenen die bij hem waren: “Ik geloof dat er een aardbeving was.” Maar die anderen zeiden niets gevoeld te hebben. Ga dan eens gauw aan de poort kijken. Misschien staat daar wel iemand die het op ons koningschap heeft gemunt, want zo’n zetel begint niet voor niks te trillen.” Ze renden er dus heen en vonden de oude man, gehuld in een dierenvel. Ze gingen het aan de koning zeggen. Hij zei hun: “Breng hem hier bij mij. Ik wil weten welke of we met een hooggeplaatste te doen hebben.” Zo kwam hij recht voor de koning te staan, zoals ooit Jakob voor de Farao had gestaan. Chilperik zei tegen Lupicinus: “Wie bent u? Waar komt u vandaan? Wat is uw beroep en wat brengt u hier naar toe? Spreek.” Lupicinus antwoordde: “Ik ben de vader van de schapen van de Heer. Door zijn geregelde lessen zorgt de Heer er zelf voor dat ze op hun tijd gevoed worden met geestelijke spijzen. Maar het ontbreekt ons zo nu en dan aan gewoon materieel voedsel. Daarom doe ik een beroep op uw macht en kom vragen of u hun de nodige spijzen en kleren kunt verschaffen.” De koning antwoordde: “Neem net zoveel land en wijngaarden als u nodig hebt om in uw levensonderhoud te voorzien.” Maar hij antwoordde: “Land en wijngaarden nemen wij niet aan. Maar we zouden uwe machtige hoogheid willen vragen om wat van de vruchten die ervan af komen. Want u moet weten dat het niet goed is als monniken teveel wereldse rijkdom opbouwen. Ze moeten zich bezighouden met God te zoeken en zijn gerechtigheid in de nederigheid van hun hart.” Daarop verleende de koning hem documenten waarop stond dat ze elk jaar driehonderd mud koren en evenveel mud wijn zouden ontvangen, plus honderd gouden stuivers voor de kleding van de broeders. Dat is wat ze volgens zeggen nog steeds uit de staatskas ontvangen.

Een mud (= ‘muid’) is een vat van 18 hectoliter.

6. Lupicinus en Romanus waren intussen heel oud geworden. Lupicinus zei tegen zijn broer: “Heb jij er al over nagedacht in welk klooster je straks begraven wilt worden? Ik zou het fijn vinden, als we naast elkaar kwamen te liggen.” Hij zei daarop: “Ik wil mijn graf in ieder geval niet ergens binnen kloostermuren hebben, want dan zouden er geen vrouwen bij mijn graf kunnen komen bidden. Want jij weet net zo goed als ik dat ik er helemaal niet waardig toe ben, en dat ik het aan geen kind verdien, maar dat toch de Heer mij het vermogen heeft gegeven om blinden de ogen te openen en zieken door handoplegging en het kruisteken te genezen. Ik denk dus dat er vele mensen op mijn graf zullen afkomen, als ik eenmaal dit leven verlaten heb. Daarom zou ik willen vragen om ergens buiten een klooster te mogen worden begraven.” Vandaar dat hij na zijn dood op een heuvel, zo’n tien mijl verwijderd van het klooster, werd begraven. Naderhand werd een grote kerk gebouwd boven zijn graf. Elk dag is daar een grote toeloop van allerhande volk. Want er gebeuren in de naam van God veel wonderen: blinden kunnen weer zien, stommen spreken en lammen kunnen hun benen weer gebruiken. Abt Lupicinus werd inderdaad begraven in de kloosterkerk. Hij kon aan de Heer een veelvoud van de talenten teruggeven die hij zelf van Hem had ontvangen, namelijk de al die gemeenschappen van monniken die hun leven wijden aan Gods lof en gezang.



donderdag - 28 feb

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


donderdag - 28 feb

Sneek 14:00 KBO - kaarten/klaverjassen in het Bonifatiushuis

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



donderdag - 28 feb

Sneek 15:00 Woord- en Communieviering

Frittemahof, woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: dhr. J. Mulder



donderdag - 28 feb

Sneek 20:00 Bronnen van Bezieling Filmavond: Le Due Croci ( Het Tweede Kruis)

Sint Martinushuis, Sneek

Film over de laatste periode van het leven van pater Titus Brandsma
De Italiaanse film bestrijkt met name de laatste dramatische episode van het leven van pater Titus (Heinz Bennent). Vanaf het begin keert Titus zich in woord en geschrift tegen nazisme en antisemitisme. ‘De nazi-beweging is een zwarte pest, ‘ roept Titus in 1933 uit, ‘zij is heidens’. In 1935 wordt Titus door de aartsbisschop benoemd tot geestelijk adviseur van de R.K. Journalisten vereniging. In die functie geeft Titus in 1942 aan de katholieke kranten het consigne elke NSB-propaganda te weigeren. Hierop wordt hij door de SD gearresteerd. Via Scheveningen en Kleef komt Titus uiteindelijk in het concentratiekamp Dachau terecht, waar hij regelmatig mishandeld wordt en uiteindelijk als een lichamelijk wrak sterft.

De avond is op donderdag 28 februari (aanvang 20.00u) in het Martinushuis in Sneek.
De inleider is Jan Mulder.


mrt 2019

datum/tijd evenement

vrijdag - 01 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Swietbertus van Kaiserswert, bisschop

Switbert (ook Suitbertus, Swidbertus, Swietbertus of Switbertus) van Kaiserswerth, Duitsland; bisschop; † 713.

Afbeelding H. Suitbertus van Kaiserswerth
ca 1990. Ingekleurde pentekening van Jules van der Horst.
Nederland, Delft, Dries van den Akker.

http://www.heiligen.net/afb/03/01/03-01-0713-switbert_4.jpg

Feest 1 maart.

Als jongeman was hij de wereld ontvlucht om in de eenzaamheid God te zoeken. Later was hij een van de gezellen die rond 690 vanuit Engeland met Willbrord was meegekomen om het evangelie te gaan verkondiogen in het zuidelijke gebied van de Friezen. Tijdens Willibrordus’ reis naar Rome (692) werd Switbert priester gewijd door de bisschop van York. Vervolgens werd hij naar het gebied tussen de Lippe en de Ruhr gezonden (ongeveer het huidige Ruhrgebied in Duitsland).

Aanvankelijk vond hij gehoor bij het volk. Hij wist er meerderen voor Christus en het geloof in God de Vader te winnen. Er zijn zelfs legenden bekend, waarin wordt verteld hoe Switbert krachtens zijn geloof in God blinden de ogen opende, zieken van hun kwalen en pijnen genas en zelfs doden weer tot het leven terugbracht. Zo moesten de omstanders wel inzien, dat de God van Switbert veel meer macht bezat dan hun eigen goden.

Maar al dat werk werd weer teniet gedaan door de invallen van de Saksers. Switbert trok zich terug op een eilandje in de Rijn, waar hij – met behulp van Pepijn en diens vrouw, de heilige Plectrudis – een klooster stichtte, dat later naar hem Switbertswerth zou worden genoemd. Tegenwoordig staat het bekend als Kaiserswerth.

Verering & Cultuur
In de parochiekerk aldaar worden tot op de dag van vandaag zijn relieken bewaard in een kostbare reliekschrijn.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als bisschop (mijter, staf, tabberd); soms met een ster. Dat laatste, omdat de legende weet te vertellen, hoe zijn moeder, toen zij nog van hem in verwachting was, droomde, dat er een ster opging, waarvan de stralen tot in Duitsland en Frankrijk reikten. Zij zag dit aan met grote blijdschap. Maar plotseling daalde die ster neer op haar bed, en schreeuwend van schrik werd zij wakker. De plaatselijke bisschop – Aidan – legde de volgende ochtend die droom uit: ‘U zult een zoon ter wereld brengen die door zijn heiligheid een groot deel van de wereld zal verlichten.’



vrijdag - 01 mrt

Sneek 19:00 1e vrijdag van de maand - Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 02 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Karel de Goede, weldoener & martelaar

Karel de Goede (ook van Vlaanderen of Carolus Bonus), Brugge, Vlaanderen, België; graaf van Vlaanderen, weldoener & martelaar; † 1127.

Afbeelding H. Karel de Goede
<1900. Gebrandschilderd glas. België, Roeselare, parochiekerk.
links H. Stefanus, rechts: Karel de Goede.

http://www.heiligen.net/afb/03/02/03-02-1127-karel_2.jpg

Feest 2 maart.

Jeugd
Karel was een zoon van de heilige koning Knud IV van Denemarken († 1086; feest 10 juli).

Deze regeerde van 1080-1086 en probeerde ernst te maken met zijn christelijke levensovertuiging door in zijn land vooral de christelijke cultuur te bevorderen. De geestelijkheid gaf hij aanzien, streefde ernaar dat de kerkelijke wetten werden nageleefd en liet overal kerken, kapellen, hospitalen, kloosters en scholen bouwen. Dit alles bracht wel met zich mee, dat het koningschap steeds meer macht kreeg. Dat wekte haat en afgunst bij de landadel. De edelen wisten hem te vermoorden op 10 juli 1086 in de kerk van de Sint Albanus te Odense.

Karel was nog maar een kind, toen zijn vader werd gedood en zijn moeder, koningin Adela, met hem naar Vlaanderen vluchtte. Daar woonde Karels opa, graaf Robrecht I. Terwijl zijn moeder hertrouwde met de hertog van Apulië, kreeg hij in Vlaanderen zijn opleiding. Hij leerde lezen en schrijven en bekwaamde zich in alle vaardigheden waarover een toekomstig ridder diende te beschikken. Uitdrukkelijk wordt vermeld dat hij vroom en godsdienstig was.
In 1093 overleed graaf Robrecht. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Robrecht II. Deze nam deel aan de kruistocht tegen de Saraceense bezetters van het Heilige Land in 1099. Daar vestigde hij de aandacht op zich door zijn moed en strategisch inzicht. Door zijn aandeel in de bevrijding van Jeruzalem op 15 juli van dat jaar kreeg hij de bijnaam Robrecht van Jeruzalem.
Karel was nog een tiener, te jong om mee te gaan met zo’n riskante onderneming. Hij heeft zijn oom na drie jaar afwezigheid zien terugkeren. Een glorieus moment. Het zal de vrome ridderidealen in zijn hart hebben aangewakkerd. Niet lang daarna ging hij zelf op kruistocht, en keerde op zijn beurt terug, overladen met eer en roem, omdat hij zich had onderscheiden in moed en liefde voor de heilige plaatsen. Enkele maanden na zijn terugkeer sneuvelde oom Robrecht II tijdens een of ander beleg: 1111.

Raadsman
Hij werd opgevolgd door zijn achttienjarige zoon Boudewijn VII. De jongeman stond bekend om zijn rechtvaardigheid. Hij droeg altijd een bijl bij zich, een ‘happe’,  om de orde te handhaven. Vandaar dat hij de geschiedenis is ingegaan als Boudewijn Hapken. Hij koos Karel als zijn vertrouwensman en samen maakten zij een eind aan de onophoudelijke familietwisten die Vlaanderen tot dan toe teisterden. ‘Om het bezit van de macht werd in die feodale maatschappij geïntrigeerd, uitgehuwelijkt, gestreden en desnoods geroofd en gemoord,’ aldus Carlos H. Vlaemynck wiens beschrijving wij hier volgen. Om weerloze mensen te beschermen tegen dit geweld, had men in de afgelopen jaren al geprobeerd paal en perk te stellen aan deze privé-oorlogjes. Zo hadden de Franse bisschoppen een ‘Godsvrede’ afgekondigd, welke ook was overgenomen door de Vlaamse graaf. Deze hield in dat er slechts honderd dagen per jaar gevochten mocht worden. Het was in ieder geval verboden tijdens de advent en de vasten, op feestdagen van belangrijke heiligen en door de week van woensdagavond tot maandagmorgen.
Boudewijn Hapken overleed op 17 juni 1119 aan de gevolgen van de verwondingen die hij had opgelopen tijdens een gevecht met de Engelsen bij de verdediging van  de Franse stad Eu. Omdat hij kinderloos was, wees hij op zijn sterfbed zijn vertrouweling Karel aan als zijn opvolger. Daarmee sneed hij de pas af van  een aantal andere gegadigden die reeds op de loer lagen om zich van het graafschap meester te maken.

Graaf van Vlaanderen
Twee jaar tevoren was Karel getrouwd met Margaretha van Clermont. Zijn eerste zorg was het handhaven van de Godsvrede. Dat was al niet eenvoudig. Ook had hij veel te stellen met zogeheten ‘ministerialen’, de dienstadel: lieden die vanuit lagere klassen tot eenvoudige adel waren opgeklommen, en zich nu wilden laten gelden.
In 1123 bereikte hem het verzoek vanuit Palestina om daar koning van Jeruzalem te worden. Men herinnerde zich zijn moed en vroomheid nog heel goed. De vorige koning was door de Saracenen gevangen genomen en de toestand stond er niet best voor. Men had er alle vertrouwen in dat Karel hier de ideale vorst zou zijn. Karel was vereerd met het vertrouwen en de complimenten, maar hij antwoordde dat hij thuis nog veel te doen had, en dat hij de onderdanen die onder de onderlinge familietwisten te lijden hadden, niet in de steek wenste te laten. Twee jaar later stonde de Duitse keurvorsten op de stoep. Of hij niet keizer wilde worden van het Heilige Roomse Rijk. Nog eervoller. Weer wees hij het verzoek van de hand.

Handhaver van recht en orde
Karel toonde zich een sociaal voelend vorst. Hij was begaan met de armen en de eenvoudige mensen uit zijn graafschap. Dat bleek eens te meer, toen er in 1126 hongersnood uitbrak. In 1124 en 1125 waren de winters streng geweest; het land had nagenoeg niets opgeleverd. Karel vaardigde een verbod uit om bier te brouwen, zodat het graan dat daarvoor nodig was, gebruikt kon worden om brood te bakken. Tegelijk stelde hij een maximumprijs vast voor wijn, om te voorkomen dat handelaren misbruik zouden maken van het biertekort. De bakkers legde hij op een kleiner formaat brood te bakken, zodat het ook voor arme mensen nog mogelijk was iets te kopen. Zelf doorkruiste hij zijn grondgebied om te controleren of men zich aan zijn bepalingen hield. Bij zulke gelegenheden kocht hijzelf brood om het aan de armen ter plaatse uit te delen. Grafelijke residenties deden dienst als voedselbanken. Soms deelde men ook kleding uit aan lieden bij wie de kleren in rafels van het lijf hingen..
Natuurlijk waren er altijd lieden die winst probeerden te slaan uit de schaarste en woekerprijzen rekenden. Daartoe behoorde Bertulf, de proost van de St-Donaaskerk te Brugge.

Deze was gelegen op de plek waar zich thans het plein van de Burcht bevindt.

Niemand wist dat de familie van Bertulf, het geslacht  Eremboud, eigenlijk behoorde tot de ‘ministerialen’. Weliswaar had hij zich opgewerkt tot voorzitter van het kapittel en kanselier van Vlaanderen, maar het was zijn dagelijkse zorg dat zijn lage afkomst niet aan het licht zou komen.
Tijdens Karels controletochten door zijn graafschap waren er te Brugge schepen uit het oosten aangekomen, tot de boord toe gevuld met graan, bestemd voor de uitgehongerde bevolking. De Erembouds maakten gebruik van Karels afwezigheid en kochten grote hoeveelheden op om deze met woekerwinst door te verkopen. Maar zodra Karel bij terugkomst hiervan hoorde, nam hij woedende maatregelen. Hij ontbood Bertulf die hij flink de les las. De man mompelde nog dat het alleen maar voor eigengebruik was. De graaf liet de goed verborgen voorraden graan uit zijn kelders en van zijn zolders halen, en gaf hem het geld terug dat hij ervoor betaald had. Vervolgens stelde hij het graan ter beschikking van de arme bevolking.
Dit alles zette kwaad bloed bij zijn tegenstanders. Zij noemden hem Karel de Dwaze. Intussen zag Karel er ook op toe dat de ‘Godsvrede’ werd nageleefd. Hoe vaak gebeurde het niet dat iemand vanuit een hinderlaag werd vermoord. Dat ging echter in tegen de ridderethiek. Met het oog daarop verbood hij het dragen van wapens.

De wraak
Overbodig te zeggen dat Bertulf en zijn familie zonnen op wraak. De aanleiding kwam, toen Karel weer eens een riddertoernooi organiseerde. Bij die gelegenheid gaf een der ridders te kennen niet te willen vechten met zijn tegenstander, Robrecht de Crecques, omdat hij geen ridder was, maar een horige. Deze Robrecht was immers getrouwd met een horige vrouw en de Vlaamse wet bepaalde, dat een edelman die benden zijn stand gehuwd was, na één jaar en één dag samenleven zelf tot die lagere stand verviel. En dat was het geval bij De Crecques. De vrouw van deze De Crecques bleek de nicht van Bertulf. Eens te meer werd deze met zijn neus op het feit gedrukt dat hij niet van adellijke afkomst was. Natuurlijk vocht hij de beschuldiging aan, en beweerde wel degelijk van vrije afkomst te zijn. Graaf Karel belegde een rechtszitting waarin de Erembouds werden opgeroepen hun vrije afkomst aan te tonen. Maar daartoe waren zij niet in staat. Nu liep de familie het risico uit alle functies en ambten te worden ontheven die alleen aan adellijke lieden waren voorbehouden. De Erembouds besloten tijdens een geheime bijeenkomst te Ieper graaf Karel uit de weg te ruimen.

Het was een neef van proost-kanselier Bertulf, Borsiard, die zich belastte met de uitvoering van deze taak. Deze man had zijn eigen reden om Karel te haten. Kort tevoren was hij door de graaf streng gestraft vanwege het schenden van de ‘Godsvrede’. Hij had in de tijd dat de graaf er niet was, middels gewapende strooptochten goederen van anderen verwoest of geplunderd. Daarop had Karel in overleg met zijn raadslieden besloten dat zijn stenen kasteeltje moest worden afgebroken.

In de vroege ochtend van 2 maart van het jaar 1127 is het zo mistig dat je op een speerlengte al niets meer kan zien, aldus een kroniek die het gebeurde nauwkeurig verslaat. Vergezeld van enkele ridders en wat bedienden gaat de graaf naar de St-Donaaskerk vlak naast zijn kasteel om er de mis bij te wonen. Tijdens de mis heeft hij juist een arme vrouw die bij  hem voorbij was gekomen wat geld toegestopt, als uit het donker geruisloos zes gestalten opduiken, gehuld in wijde mantels waarin ze hun zwaard verborgen houden. Boisard snelt op de graaf toe die geknield voor het altaar zit. Heel even raakt hij de graaf aan met zijn zwaard, zodat deze opkijkt; met één houw maakt de aanvaller een eind aan het leven van Karel de Goede. Ook degenen die de met de graaf zijn meegekomen, worden genadeloos afgemaakt.

Zo verging het Karel op precies dezelfde wijze als zijn vader. Omgebracht tijdens zijn gebed in de kerk omwille van de rechtvaardigheid.
Daags na de aanslag werd Karel bijgezet in de St-Donaaskerk. De volgende dag was het nieuws van deze gebeurtenissen al doorgedrongen in Frankrijk en Engeland. De daders werden uiteindelijk allemaal gegrepen en ter dood gebracht.

Verering & Cultuur
Van het begin af hebben de gelovigen Karel de Goede vereerd als een martelaar: iemand die net als Jezus zijn leven heeft gegeven voor de goedheid van God. Op de plek van zijn dood is sinds enige jaren een gedenkteken aangebracht. Zijn relieken bevinden zich in de Brugse St.-Salvatorkerk. Hij werd zalig verklaard in 1883 door paus Leo XIII.

Patronaten
Hij is patroon van bisdom Brugge.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als graaf met ambtsketenen en zwaard (om recht te spreken); met een beurs met geld of geldstukken om als aalmoes uit te delen.



zaterdag - 02 mrt

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek


zaterdag - 02 mrt

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Carnavalsviering met Kinder Woord Dienst, m.m.v. Carnavalsvereniging de Fyfkes

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide, het Ceacilliakoor en het Gelegenheidskoor

Met medewerking van Carnavalsvereniging de Fyfkes

Tijdens de viering is er Kinder Woord Dienst in de pastorie, verzorgd door de Werkgroep Kind en Kerk



zaterdag - 02 mrt

Heeg 19:30 Woord en communieviering

Sint Josephkerk, Heeg

Dhr. J. Mulder
Uit Dankbaarheid



zondag - 03 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Frederik van Hallum, abt

Frederik van Hallum (ook van Mariëngaarde) o.praem., Tongerlo, België; abt; † 1175.

Afbeelding van H. Freerk van Hallum
ca 1920, glasschilderkunst.

http://www.heiligen.net/afb/03/03/03-03-1175-frederik_3.jpg

Feest 3 maart.

Freerk Goslinga werd in het begin van de 12e eeuw geboren in het Friese plaatsje Hallum. Zijn vader verloor hij al vroeg. Maar van zijn moeder kreeg hij tezamen met zijn zusje een uitstekende opvoeding. De pastoor van zijn woonplaats, Feiko (of Feyko; soms Heiko genoemd), zag wel iets in Freerk. Hij begon hem Latijn te leren. Later liet hij hem op zijn kosten verder studeren in München. Op 25-jarige leeftijd werd hij te Utrecht priester gewijd. Daarna keerde hij terug naar Hallum als assistent van pastoor Feiko.

In deze tijd moeten we waarschijnlijk het volgende verhaal plaatsen. Van Freerk wordt verteld, dat hij vele mensen tot de christelijke levenswijze wist te bekeren. Toen hij als zielzorger werkte te Hallum, wist hij ook het hart van een zekere Wybren te raken, een berucht man uit het naburige dorpje Blija. De meeste mensen gingen hem het liefste uit de weg; hij had immers zelfs al een paar moorden op zijn geweten. Maar op een dag werd hij getroffen door een preek van pastoor Frederik. Omdat hij de pastoor wilde vragen, op welke manier hij boete kon gaan doen voor al zijn bedreven zonden, begaf hij zich naar diens huis om hem daar op te wachten. Frederik was echter nogal bang uitgevallen. Maar toen deze uit de verte die gevreesde bij hem voor de deur zag staan, maakte hij onmiddellijk rechtsomkeert en zette het op een lopen. Wybren, nu vastbesloten om zijn leven te beteren en vergeving te vragen, zette de achtervolging in. Frederik vluchtte de kerk binnen. Daar waren mensen onschendbaar, en kon geen misdadiger iets uitrichten. Uitgeput zonk hij bij het altaar neer. Maar Wybren kwam gewoon naar binnen; hij trok zich van het aloude asielrecht kennelijk ook al niets meer aan… Frederik vreesde, dat zijn laatste uur geslagen had. Maar de man die er zo vervaarlijk uitzag, wierp zich berouwvol op de grond en stortte zijn hart uit in een algemene biecht, smeekte om vergiffenis van al zijn zonden en vroeg om een passende penitentie. Frederik knipte zijn haren af en verwijderde alle versierselen van diens kleding, als teken van inkeer en boete. Daarop leidde Wybren verder het teruggetrokken en godgewijde leven van een kluizenaar.

Na de dood van zijn moeder stichtte Freerk het Friese klooster Mariëngaard. De monniken volgden de premonstratenzer regel van Norbertus; die was toen net nieuw. Frederik was een voorbeeldig monnik. Hij bad en vastte veel, was altijd goedgehumeurd en hulpvaardig. Zijn medebroeders vonden het zelfs een teken van zijn heiligheid dat hij tot op hoge leeftijd zonder stok liep. Tijdens de Reformatie werden zijn relieken overgebracht naar het Belgische premonstratenzer klooster te Tongerlo, tezamen met die van zijn opvolger Siardus.



zondag - 03 mrt

Roodhuis 09:30 Woord en communieviering

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Pastor Foekema



zondag - 03 mrt

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek


zondag - 03 mrt

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. Canto Divertimento

Let op: Gewijzigde aanvangstijd i.v.m. Carnavalszondag



zondag - 03 mrt

Sneek 12:11 Eucharistieviering - Carnavalsviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

sheet11.JPG



zondag - 03 mrt

Sneek 15:00 Lezing Leo Feijen: "Kon ik de stilte maar wat harder zetten"

Doopsgezinde kerk aan de Singel, Sneek

 

https://lh3.googleusercontent.com/UbAcgemp2E4v0RybDT8lWgcKfcDhsfBfflMGMpVh6638LBvXEZi3AmGZRwBd9ZwOMzgYog=s145 C:\Users\Joute de Graaf\AppData\Local\Microsoft\Windows Live Mail\WLMDSS.tmp\WLMA304.tmp\dgsneek_logo-HR.png

Leo Fijen, komt zondagmiddag 3 maart om 15.00 uur in Sneek. Hij houdt een lezing in de Doopsgezinde Kerk, Singel 28, in Sneek. Het thema zal zijn: ‘Kon ik de stilte maar wat harder zetten’

Fijen is een bekend journalist, schrijver, tv-programmamaker ( KRO-NCRV) en hij presenteerde tot 2016 het tv-programma ‘Geloofsgesprekken’. Een kundige en inspirerende vragensteller en verteller die ook in Sneek aan de hand van zijn persoonlijke ervaringen en gesprekken mensen in contact wil brengen met hun oorspronkelijke bezieling.

Waar vinden we nog de stilte? Allen op naar Schiermonnikoog? Wat kunnen we doen om los te komen van de verslavende mobiele telefoon, internet? Dreigt het digitale lawaai ons op te slokken? Voor mensen die (opnieuw) ook stil willen staan op de levensweg bij wat er werkelijk toe doet ( gelovig of niet) heeft Fijen wat te zeggen. In zijn lezing gaat hij met ons op zoek naar heilige ruimte in ons gevoel en verstand en neemt ons mee aan de hand van zijn kloosterervaringen. Hij bouwt een denkbeeldig huisje en wijst ons zo de weg naar de monnik in onszelf. En die weg begint in stilte…

Een lezing voor iedereen die wel eens moe wordt van al het moeten.

Het is voor de organisatie fijn te weten hoeveel koffie of thee er gezet moet worden. De entreeprijs is € 5,- ( inclusief koffie of thee).

Zegt het voort………. Wij verwelkomen u graag.



maandag - 04 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Casimir van Wilna, vorst

Casimir van Wilna (ook van Grodno, de Grote of van Polen), Litauwen; vorst; † 1484.

Afbeelding H. Casimir van Wilna
ca 1895, glasschilderkunst. Frankrijk, Bretagne, Plouvorn, St-Pierre.

http://www.heiligen.net/afb/03/04/03-04-1484-casimir_7.jpg

Feest 4 maart.

Casimir werd als derde kind en tweede zoon van Koning Casimir IV († 1492) en koningin Elisabeth van Oostenrijk te Kraków geboren op 5 oktober 1458. Van jongs af aan gaf hij blijk van godsdienstzin. Daarbij onderging hij grote invloed van zijn leermeester Johannes Dugloss, genaamd Longinus, die kanunnik was te Krakow. Hij besteedde veel tijd aan gebed en andere geestelijke oefeningen.

Op zijn dertiende werd hij geroepen om de troon over te nemen van koning Matthias van Hongarije, omdat deze het volk tegen zich in het harnas had gejaagd. Met tegenzin voegde hij zich naar de wil van zijn vader en trok aan het hoofd van een leger op naar de Hongaarse grens (1471). Daar aangekomen vernam hij dat het Hongaarse volk zich met zijn vorst had verzoend. Onverrichterzake keerde hij naar huis terug; blij dat hij geen gevecht had hoeven te leveren, en dat hij geen regeringsverantwoordelijk hoefde te dragen. Bij terugkomst sloot hij zich maanden op in een kasteel om er te bidden en boete te doen.
Ook op de aandrang van zijn dokters en wetenschappers om te huwen met de dochter van de Duitse keizer Frederik III (1481) ging hij niet in. Hij gaf er de voorkeur aan om celibatair te blijven en een godgewijd leven te leiden. Hij had grote devotie voor het altaarsacrament en voor de Heilige Maagd. Op reis naar Litauwen werd hij ziek, en hij overleed in Wilna aan tuberculose, vijfentwintig jaar oud.

Verering & Cultuur
Na zijn dood gebeurden er rond zijn graf zovele wonderen dat een kanunnik er in 1604 een kompleet boekdeel mee kon vullen. Intussen was hij in 1521 heilig verklaard.

Patronaten
Hij is patroon van Polen en sinds 1602 van Litauwen, omdat op zijn voorspraak de Russen werden tegengehouden; van de jeugd en van de Maltezer ridders. Zijn voorspraak wordt ingeroepen in de strijd tegen vijanden van het geloof en van het vaderland; tegen de pest en andere besmettelijke ziekten.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als prins (met scepter en kroon) of ridder met poolse insignes; met lelie of kruisbeeld. Aan kinderen werd hij voorgehouden als een kind dat aalmoezen gaf aan andere kinderen.



maandag - 04 mrt

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 05 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Focas van Sinope, hovenier & martelaar

Focas van Sinope (ook de Hovenier), Helenopontus (= aan de noordkust van het huidige Turkije); hovenier & martelaar; † 303.                      

Afbeelding H. Focas van Sinope
Rechts: Focas (met schop); links: Gorgonius.
18e eeuw, drijfwerk op reliekschrijn. België, Hoegaarden. St-Gorgonius.

http://www.heiligen.net/afb/03/05/03-05-0303-focas_2.jpg

Feest 5 maart.

Focas woonde in Sinope aan de monding van de Istme die uitstroomt in de Zwarte Zee. Daar had hij een eenvoudig huisje bij de stadspoort. Hij leefde van wat zijn tuin hem opbracht. Hoe eenvoudig zijn woning ook was, hij bood vreemdelingen en reizigers een gastvrij onderdak. Hij was christen. Dat wist iedereen. Maar toen de vervolgingen uitbraken onder Diocletianus (284-305) en er een prijs werd gezet op het hoofd van iedere christen die werd aangebracht, was er ook in zijn geval wel een judas te vinden die bereid was hem voor goed geld bij de overheid te verraden. De autoriteiten hoorden over zijn voorbeeldig leven en besloten hem zonder enige vorm van proces of ophef om het leven te brengen. Hoe meer bekendheid aan de zaak gegeven zou worden, hoe meer onrust. Dus werden er twee ambtenaren op uit gestuurd met de bevoegdheid de arrestant onmiddellijk te doden.

Deze twee kwamen tegen de avond in Sinope aan. In een eenvoudige woning dichtbij de stadspoort vonden zij een gastvrij onthaal. De gastheer zette hun voor wat hij van zijn tuintje wist te halen, en begon een praatje. Onwetend van het feit dat zij met hun slachtoffer spraken, vertelden de twee vrijmoedig over het doel van hun komst en vroegen hun gastheer of hij eventueel aanwijzingen kon geven om de gehate verdachte te vinden. Focas beloofde het. Maar stelde voor dat ze eerst zouden genieten van een welverdiende nachtrust. Morgen zouden ze verder praten.

Die nacht dolf Focas een graf in zijn tuin. De volgende ochtend serveerde hij zijn gasten een stevig ontbijt, ging vóór hen staan en zei: “De man die jullie zoeken, heb ik gevonden. Hij staat hier vóór je. Ik ben het zelf. Doe wat je is opgedragen en dood mij.” Verbijsterd keken de beide ambtenaren elkaar aan. Ze konden deze aardige man toch niet ombrengen? Iemand bij wie ze nota bene gastvrijheid hadden genoten! Maar Focas bleef er bij hen op aandringen: “Als jullie je opdracht niet volbrengen, zul je er zelf last mee krijgen. Alstublieft, doe waarvoor u gekomen bent. Laat de verantwoordelijkheid voor deze misdaad neerkomen op het hoofd van degenen die er het bevel toe gaven.” Zo komt het dat Focas de marteldood stierf en – zoals Sint Asterius het zegt in een van zijn preken – zo rolde zijn kop onder hun zwaard.

Verering & Cultuur
Hij werd begraven in zijn eigen tuin. Die plek werd een bedevaartoord. En diende meteen als een baken voor de schepen op zee. Het verhaal gaat zelfs dat Focas te hulp schoot, als een schip door storm of zware golfslag in de moeilijkheden raakte. Dan verscheen de heilige zelf aan boord, nam het roer over, bemoeide zich met de zeilen en de tuigage, en loodste het vaartuig veilig de haven binnen.
In later eeuwen werd een gedeelte van zijn gebeente overgebracht naar Constantinopel, waar zijn reliek met veel plechtig vertoon in een indrukwekkende processie werd bijgezet in de hoofdkerk van de stad.

Patronaten
De heilige geschiedschrijver Gregorius van Tours († 594; feest 17 november) vertelt dat hij vooral beschermheilige was tegen slangenbeten. Hij had immers de goede strijd tegen de aloude slang, die het op het geluk en het welzijn van de mensheid had gemunt, overwonnen. Zodra iemand die een slangenbeet had opgelopen door de poort van zijn begraafplaats kwam, hield de werking van het gif op, al was hij intussen door het gif nog zo opgeblazen.
Hij is patroon van de hoveniers en – vooral in de oosters orthodoxe kerken – van schippers, zeelui en scheepvaart. In vroeger tijden werd zijn voorspraak ingeroepen tegen slangenbeten en vergiftiging.



dinsdag - 05 mrt

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


dinsdag - 05 mrt

Sneek 09:15 Koffieochtend

Sint Martinushuis, Sneek

Even napraten en/of luisteren bij Betty en Lenie



dinsdag - 05 mrt

Sneek 19:30 - 20:30 Ouderavond 1e Communie 2019

Sint Martinushuis, Sneek
eerste communie De ouders/verzorgers van een kind van groep 4 worden hierbij uitgenodigd om hun kind mee te laten doen aan de voorbereiding van de Eerste Heilige Communie.
 
Op deze avond krijgt men uitleg over de gang van zaken tijdens het voorbereidingstraject en wat daar bij komt kijken.

Hartelijke groeten,

Pastoor van der Weide



woensdag - 06 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Coleta Boilet, claris

Coleta (ook Colette) Boilet (ook Boillet), Gent, Vlaanderen, België; claris; † 1447.

Afbeelding H. Coleta Boilet
ca 1600. Houtsculptuur. België.

http://www.heiligen.net/afb/03/06/03-06-1447-coleta_3.jpg

Feest 6 maart.

Zij werd geboren op 13 januari 1381 in Corbie, Picardië, Frans-Vlaanderen. Haar ouders waren al op gevorderde leeftijd, toen zij geboren werd. Lange tijd had het er zelfs naar uitgezien dat ze helemaal geen kinderen konden krijgen. Daarom hadden ze in hun gebeden Sint Nicolaas († ca 350; feest 6 december) om hulp en voorspraak gevraagd. Ze waren dolgelukkig met hun dochter en drukten hun dankbaarheid uit door het te vernoemen naar Sint Nicolaas: Coleta.

Op haar 18e verloor ze haar beide ouders. Ze weigerde het huwelijk dat haar voogd, een abt, voor haar had geregeld. Ze verlangde liever een leven in dienst van God. Aanvankelijk sloot zij zich aan bij de Begijnen. Vervolgens leidde ze het leven van een kluizenares volgens de regel de franciscaner tertiarissen. Uiteindelijk trad ze in bij de clarissen in haar woonplaats.
In een droom verscheen haar eens de heilige Franciscus van Assisi († 1226; feest 4 oktober); hij was met Sint Clara († 1253; feest 11 augustus) de grondlegger van haar kloosterorde. Hij droeg haar op om de goede geest terug te brengen in de vervallen orde der franciscanen en de vrouwelijke tak ervan, de clarissen. Ze werd algemeen overste en begon in vele Europese kloosters prompt met het herstel van de goede geest, vooral op het punt van de armoede en de mentaliteit. Daarnaast stichtte zij zelf nog zeventien nieuwe vestigingen (o.a. Le Puy-en-Velay); deze zusters staan sinds 1471 bekend als clarissen-coletinnen of arme claren.

Het schijnt dat er rond haar persoon veel wonderen en visioenen hebben plaats gevonden. Zo zou een man uit de dood tot leven hebben gewekt. Ook zou Maria haar eens verschenen zijn, waarbij ze Coleta een in stukken gehakt kind zou hebben laten zien met de woorden: “Zo en nog erger doen de zondaars met mijn zoon Jezus.”

Het was de tijd van het pauselijk schisma: naast de officiële pausen te Rome resideerden er tegenpausen in de Zuid-Franse stad Avignon. Beide partijen betwistten elkaar op beschamende wijze het leiderschap van de katholieke kerk. Vandaar dat zij tussen haar drukke bezigheden door nog gelegenheid vond om Sint Vincentius Ferrer († 1419; feest 5 april) te steunen bij zijn arbeid om het pauselijk schisma te herstellen.

In haar gebedsleven had zij een bijzondere devotie voor de lijdende Jezus. Coleta stierf tenslotte in het door haar gestichte klooster te Gent.

Verering & Cultuur
Met het oog op haar mogelijke zaligverklaring werden getuigenissen opgetekend van mensen die haar gekend hadden. Dat leverde een reeks anekdotes op. Van belang, omdat ze de geest ademen van wat middeleeuwers onder een heilige verstaan. Zo veel mogelijk gebeurtenissen worden in een miraculeus licht geplaatst en verklaard. Er is een handschrift van bewaard gebleven van ca 1475, bestemd voor Margaretha van York, de derde vrouw van Filips de Stoute.
Compleet met verluchtingen. Zij volgen de levensloop van Coleta: (r=recto, v=verso)
fol. 01r: Coleta geknield voor de monnik die haar levensbeschrijving optekent.
fol. 03r: De jonge Coleta geeft geloofsonderricht aan haar ouders.
fol. 13r: Coleta als tertiaris franciscanes in haar kluis te Corbie.
fol. 16v: Prediking Bernardinus Siena op verzoek van Coleta.
fol. 19r: Hellevisioen Coleta.
fol. 23r: Coleta’s reis naar paus Benedictus XIII te Nice.
Bezetenheid en verlossing van de vooruitgestuurde boodschapster.(Overigens was dit de tegenpaus Benedictus XIII (1394-1423). Zodra Coleta dit tot haar doordrong, herhaalde zij haar aanvraagprocedure bij de wettige paus Martinus V († 1431)).
fol. 23v: Coleta’s bezoek aan paus; inkleding als claris en benoeming tot algemeen overste.
fol. 30r: Hemelse bijstand bij hervorming clarissenorde en bouw nieuwe kloostervestigingen.
fol. 34r: Coleta’s wijnwonder.
fol. 40v: Verschijning Sint Anna met Heilige Familie.
fol. 49r: Pesterijen van de duivel tijdens haar gebed (1).
fol. 68r: Gebedsvisioenen van lijdende en verrezen Christus.
fol. 75r: Woont mis bij; ontvangt van Christus zelf communie.
fol. 80v: Coleta in gebed.
fol. 85v: Twee verschijningen van Maria.
fol. 91r: Coleta maant een stervende geleerde franciscaan te biechten.
fol.103v: Pesterijen van de duivel tijdens haar gebed (2).
fol.104r: Pesterijen van de duivel tijdens haar gebed (3).
fol.111v: Kindje sterft in staat van genade.
fol.112r: Verschijning Twaalf Apostelen.
fol.126r: Van ketterij beschuldigd door twee geleerden.
fol.130r: Coleta’s sterfbed en verschijning aan medezuster in gebed.
fol.137r: Coletawonderen: opwekking van doden.
fol.137v: Coletawonderen: opwekking van dode (uit vagevuur?).
fol.139v: Coletawonderen: genezing doodzieke pater Henri de Baume.
fol.142r: Coletawonderen: verschillende reddingen van verdrinkingsgevaar.
fol.144r: Coletawonderen: bevrijding van franciscaan in Morenland.
fol.145r: Coletawonderen: moeizame bevalling te Besançon succesvol.
fol.148v: Coletawonderen: duivelsuitdrijvingen door Coleta’s bijstand.
fol.151r: Coletawonderen: genezing epilepticus uit Bourgondië.
fol.160r: Coletawonderen: genezing franciscaan met ernstige hoofdpijn.
Haar zaligverklaring volgde pas in 1740 kort na het aantreden van paus Benedictus XIV († 1758). In 1807 werd zij door paus Pius VII († 1823) heilig verklaard.

Patronaten
Zij is patrones van de Franse plaatsen Corbie en Poligny en van de Vlaamse stad Gent. Daarnaast is zij patroonheilige van de clarissen, van dienstmeisjes en van timmerlieden (omdat haar vader timmerman was).
Haar voorspraak wordt ingeroepen tegen hoofdpijn, oogkwalen, koorts en onvruchtbaarheid (omdat haar ouders lange tijd vreesden kinderloos te zullen blijven); daarom wordt haar voorspraak ook gevraagd door aanstaande moeders voor een goede zwangerschap en voorspoedige bevalling.

Afgebeeld
Zij wordt afgebeeld in het bruine habijt van de clarissen, met boek en kruisbeeld; met lam en soms met leeuwerik (het heet dat zij steeds door zo’n diertje werd begeleid).



woensdag - 06 mrt

Sneek 09:30 Eucharistieviering - Aswoensdag - Vasten&Onthoudingsdag

Bonifatiushuis, kapel, Sneek

Begin 40-dagentijd.
Uitdelen Askruisje.

Start van de Kruiswegwandeling langs de 14 staties van Sneek.
6 maart t/m 20 april 2019

sheet 24.JPG



woensdag - 06 mrt

Blauwhuis 11:00 - 12:00 Aswoensdag

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Aswoensdag viering met pastor Foekema en de Sint Gregoriusschool



woensdag - 06 mrt

Sneek 13:30 Leerhuis

Pastorie Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 06 mrt

Sneek 19:00 Eucharistieviering - Aswoensdag

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Uitreiken Askruisje

m.m.v. Intermezzo



woensdag - 06 mrt

Roodhuis 19:30 Aswoensdag - Woord en communieviering

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Aswoendagviering m.m.v. Pastor Bücking



donderdag - 07 mrt

Hele dag Gedenkdag HH Perpetua en Felicitas, martelaren

Perpetua van Carthago, Afrika; martelares met Felicitas, Satyrus, Saturninus, Revocatus, Secundulus en Vivia; † 203.

Afbeelding HH Perpetua en Felicitas
6e eeuw, mozaïek.  Italië, Ravenna, Bisschoppelijk Museum, Andreaskapel.

http://www.heiligen.net/afb/03/07/03-07-0203-perpetua_5.jpg

Feest 7 maart.

Van hun marteldood bestaat een ooggetuigeverslag, dat gedeeltelijk is gebaseerd op de persoonlijke aantekeningen van Perpetua zelf. Zij was van voorname afkomst, wellicht uit Carthago zelf. Op het moment van haar marteldood was zij weduwe. Wellicht was zij de meesteres van Felcitas, een slavin die op dat moment hoogzwanger was.
Van de andere martelaars meent men, dat het geloofsleerlingen (catechumenen) waren; misschien was Satyrus hun leermeester.
Ze werden gearresteerd krachtens de wet van Septimius Severus die godsdienstpropaganda en bekeringswerk verbood. Revocatus bezweek al in de gevangenis. De overigen werden in het amfitheater voor de wilde dieren gegooid en door de hoorns van wilde stieren of koeien zo toegetakeld dat ze aan de verwondingen ervan overleden.
Sint Augustinus van Hippo († 430; feest 28 augustus) wijdde drie preken aan hen.

Patronaten
Perpetua is patrones van getrouwde vrouwen.

Afgebeeld
Perpetua en Felicitas worden afgebeeld met een stier naast zich. Perpetua in de arena naar de hemel wijzend; Felicitas met een kruis in de hand en een kind op de schoot.



donderdag - 07 mrt

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


donderdag - 07 mrt

Sneek 14:00 KBO - kaarten/klaverjassen in het Bonifatiushuis

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



vrijdag - 08 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Johannes de Deo, stichter en verpleger

Johannes de Deo, (ook van God), Granada, Spanje; stichter & verpleger; † 1550.

Afbeelding H. Johannes de Deo
ca 1880. Tekening. Boekillustratie in: Luciano del Pozo ‘Het leven van de Heilige Johannes de Deo’, Voorhout, 1935.
In overweging en gebed smaakte hij een bijna hemels geluk.

http://www.heiligen.net/afb/03/08/03-08-1550-johannes_3.jpg

Feest 8 maart.

Op zijn achtste jaar liep hij weg van huis, omdat hij iets van de wereld wilde zien. Hij verhuurde zich als geitenhoeder en werd soldaat. Ten hij na lange jaren weer thuis kwam, hoorde hij dat zijn moeder uit verdriet om hem gestorven was en dat zijn vader toen was ingetreden bij de franciscanen; ook hij was intussen gestorven. Sindsdien werd hij verteerd van wroeging en zocht rust voor zijn geweten. Hij trok naar Marokko om zich daar het lot van christenslaven te verzachten, en dreef vervolgens een religieus boekhandeltje in Gibraltar. Intussen was hij veertig geworden, toen hij door een preek van Johannes van Avila († 1569; feest 10 mei) zo werd geraakt, dat hij besloot zich uit liefde tot God te gaan bezighouden met de verpleging van zieken en hulpbehoevenden. Hij vestigde zich in Granada en was zo fanatiek in het naleven van zijn idealen dat hij door de burgerbevolking de bijnaam kreeg van ‘de gek’. Dat veranderde toen hij eens op zijn eentje alle zieken één voor één op zijn schouders uit een brandend hospitaal haalde. Stilaan kreeg hij medehelpers; daaruit groeide een Congregatie die zich inzette voor de zieken: de Congregatie van de Barmhartige Broeders. Hij stierf aan de gevolgen van een ernstige verkoudheid, die hij had opgelopen, toen hij een jongetje was nagesprongen, dat in de snelstromende rivier was gevallen en dreigde te verdrinken.

Verering & Cultuur
Hij werd in 1690 heilig verklaard.

Patronaten
Hij is patroon van de Spaanse stad Granada. In 1886 werd hij uitgeroepen tot patroon van de zieken en van het verplegend personeel. Daarnaast is hij patroon van boekhandelaars, boekdrukkers en papiermakers.



vrijdag - 08 mrt

Sneek 13:30 Bronnen van Bezieling - Leerhuis

Pastorie Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


vrijdag - 08 mrt

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 09 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Francisca Romana; weduwe, mystica & weldoenster

Francisca (ook Ceccolella of Paquita) Romana (ook van Rome), Italië; weduwe, mystica & weldoenster; † 1440.

Afbeelding H. Francisca Romana
ca 1960. Devotieprentje. Nederland.

http://www.heiligen.net/afb/03/09/03-09-1440-francisca_2.jpg

Feest 9 maart.

In 1384 te Rome geboren werd zij op haar dertiende uitgehuwelijkt aan Lorenzo de Ponziani. Zelf was zij liever in het klooster gegaan, maar voor de familie was het een kwestie van overleven, want zowel de economische als politieke situatie was bijzonder slecht; voortdurend was de familie verwikkeld in ruzies en oorlogjes. Alle veertig jaren van haar huwelijk was zij een toonbeeld van toewijding aan haar man, haar zes kinderen en haar huishoudelijke plichten. Toch kon dit alles niet verhinderen dat haar man tijdens een op straat uitgevochten familievete ernstig gewond raakte en naar Napels werd verbannen. Behalve hun sombere kasteel-achtige huis in Trastevere werd hun alles afgenomen. In diezelfde tijd stierven haar kinderen een voor een aan de pest; slechts één zoon bleef in leven.
Zoals zij vroeger met liefde voor haar kinderen had gezorgd, wendde zij zich nu tot de armen van de stad. Omdat er zoveel nood was, sloten zich allerlei meisjes uit hooggeplaatste kringen bij haar aan. Zo ontstond de door haar gestichte religieuze congregatie van de Tor de’ Specchi; de zusters leefden volgens de regel van Benedictus.
Intussen werd tussen de families vrede gesloten en keerde haar echtgenoot als een gebroken man naar huis terug. De laatste jaren van zijn leven heeft zij hem liefdevol verpleegd. Na zijn dood in 1436 trad zij toe tot haar eigen orde.

Zij overleed ruim vier jaar na haar man. Haar biechtvader gaf een levensbeschrijving uit. Daarbij kwam aan het licht hoe vroom zij in het verborgen had geleefd. Al de tijd dat zij thuis woonde, had zij bijvoorbeeld op zolder een kloostercel gehad, waar zij zich zo veel als maar kon terugtrok. Ze bleek een grote devotie te hebben gehad tot haar engelbewaarder, waarvan zij zei dat ze hem vaak naast zich met haar mee zag wandelen.

Verering & Cultuur
Haar relieken bevinden zich te Rome in de Santa Francesca Romana aan de Via dei Fori Imperiali bij het Forum Romanum. Ze werd heilig verklaard in 1608.

Patronaten
Ze is patrones van Rome; van vrouwen in het algemeen, huisvrouwen, moeders en weduwen; sinds 1925 geldt ze naast Christoffel en de profeet Elias ook als patrones van automobilisten (omdat ze zich stipt hield aan de adviezen van haar engelbewaarder), motorrijders en vliegeniers en piloten, en van alle gemotoriseerde verkeer. Haar voorspraak wordt ingeroepen tegen de pest en tegen de kwellingen van het vagevuur.

Afgebeeld
Ze wordt afgebeeld in zwart habijt en witte sluier (dracht van benedictijner kloosterzusters); met engelbewaarder; omgeven door engelen; knielend voor een monstrans waarvan de stralen haar hart treffen; met een muildier dat met hout (voor de armen) is beladen; met een mand met brood; met gebroken pijlen.



zaterdag - 09 mrt

Sneek 19:00 Woord- en Communieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


zaterdag - 09 mrt

Roodhuis 19:30 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Pastoor van der Weide



zondag - 10 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Anastasia van Skete, kluizenares

Anastasia van Skete (ook de Patricische: = Anastasius de Eunuch), monnik, Egypte; † 567.

Afbeelding van H. Anastasia van Skete
2011, Griekse dagkalender.

http://www.heiligen.net/afb/03/10/03-10-0567-anastasia_1.jpg

Feest 10 maart

Zij was afkomstig uit de adel van Constantinopel.

Maar toen de keizer, Justinianus († 565; feest 14 november),  verliefd op haar begon te worden, werd keizerin Theodora jaloers. Daarop ontvluchtte zij de hofkringen, en trok zich terug in de eenzaamheid om zich aan God te wijden.

Maar zodra Theodora gestorven was, liet de keizer haar roepen om zijn vrouw te worden. De nacht voordat zijn herauten de plaats bereikten waar zij zich ophield, nam zij de wijk naar de Egyptische woestijn om er als kluizenaar te leven.

Daar dat gezien de toenmalige maatschappelijke verhoudingen voor vrouwen eigenlijk onmogelijk was, verkleedde zij zich als monnik, noemde zich voortaan Anastasius en leidde zo’n voorbeeldig leven dat zij gaandeweg als een heilige beschouwd.



zondag - 10 mrt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



zondag - 10 mrt

Sneek 10:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek

Voorganger: ds. M. van Blanken



zondag - 10 mrt

Sneek 11:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. de Vrouwenschola



maandag - 11 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Eulogius van Cordova

Eulogius van Cordova, Spanje; martelaar; † 859.

Afbeelding H. Eulogius van Cordova
ca 1800. Schilderij. Duitsland in Läpple.

http://www.heiligen.net/afb/03/11/03-11-0859-eulogius_1.jpg

Feest 11 maart.

Eulogius was priester in Cordova ten tijde van de overheersing der Muselmannen. De Emir, Abd-Al-Rahman II, stond wel vrijheid van godsdienst toe, maar geen bekeringswerk. Toch braken er in het jaar 850 te Cordova vervolgingen uit. De bisschop viel af en pleitte tegen zijn gelovigen. Velen werden gevangen gezet en met de dood bedreigd, onder wie ook Eulogius. Hij schreef daarop in de gevangenis een boekje, geheten ‘Aansporing tot het martelaarschap’: de boodschap was dat je in ieder geval niet van je geloof moest afvallen; dat je je medegelovigen en God niet moest verraden en je eigen eeuwig geluk niet prijsgeven. Het – relatief korte – lijden van deze tijd zou niet opwegen tegen de eeuwige beloning, zo ontleende hij aan Paulus.

In feite was dit boekje bestemd voor twee vrouwen: Flora en Maria; die werden onthoofd op 24 november 851. Deze twee martelaressen hadden vlak voor hun dood beloofd dat zij bij aankomst in de hemel zouden bidden voor de vrijlating van de medechristenen. Inderdaad werden de anderen binnen een week na hun dood in vrijheid gesteld. Toch ondergingen nog een aantal gelovigen in de jaren daarna de marteldood: tot hen behoren Gumersindus en Servus-Dei (feest 13 januari); Aurelius en Felix, elk met zijn vrouw, respectieverlijk Natalia en Liliosa (feest 27 juli); Christoforus en Leovigildus (feest 20 augustus); Rogellus en Servio-Deo (feest 16 september), allen gedood in 852 nog onder Abd-Al-Rahman.

In 853 werd deze opgevolgd door zijn zoon Mohammed. Hij zette de lijn van zijn vader door. In 853 reeds stierven de marteldood de monnik Fandila, Anastasius, Felix (feest 13 juli) en drie vrouwen die hun leven als maagd aan God hadden toegewijd: Digna, Columba en Pomposa (17 september).

In de jaren daarna gingen de terechtstellingen der christenen onverminderd voort. Zo vonden in 857 Roderik en Salomon de dood (feest 13 maart). Rodrigo was priester en Salomon een leek. Ze leerden elkaar kennen in de gevangenis, toen ze in afwachting waren van hun vonnis. Het was Eulogius die al deze mensen bijstond tijdens hun martelingen in hun laatste momenten. Hij heeft dan ook hun namen opgetekend en hun verhaal opgeschreven in een boekje, getiteld ‘Gedenkboek der Heiligen’.

Nu was er een meisje, Leocritia geheten, dat van jongs af aan als christin was opgevoed door een familielid. Ze was ook gedoopt. Maar haar ouders dreigden haar aan te zullen geven als ze haar geloof niet opgaf. Tenslotte zocht ze haar toevlucht bij Eulogius en zijn zuster Anulona. Zij verborgen haar in hun huis. Toen dit aan het licht kwam, werden ze alle drie gearresteerd en gevangen gezet. De Emir heeft nog geprobeerd Eulogius tot andere gedachten te brengen, maar het lukte hem niet. Integendeel, Eulogius zei zelfs tegen hem: “Als u er ook maar enig idee van had welk een beloning er ligt te wachten voor hen die hun geloof trouw blijven, zou u op ditzelfde moment al uw waardigheden en bezittingen ervoor inruilen.” Daarop begon hij hem vrijuit zijn geloof uit te leggen. Deze vrijmoedigheid kostte hem het leven. Hij werd naar de executieplaats gebracht. Toen een van de eunuchen hem een klap in het gezicht gaf als straf dat hij zo brutaal was geweest tegen de Emir, keerde hij hem ook de andere wang toe. Even later werd het doodvonnis aan hem voltrokken.

Leocritia onderging hetzelfde lot enkele dagen later, 15 maart. Haar lichaam werd geworpen in de Guadalquivir. Christenen kwamen het er weghalen om het een waardige begrafenis te geven. Eulogius en Leocritia liggen naast elkaar begraven in de kerk te Cordova.



maandag - 11 mrt

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


maandag - 11 mrt

Sneek 19:30 Bronnen van Bezieling - kerkmuziek

Baptistengemeente Sneek, Sneek


dinsdag - 12 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Pol Aurélien de Léon, stichter-bisschop

Pol Aurélien (ook Paol, Poul  of Paulus Aurelianus) de Léon, Bretagne, Frankrijk; † ca 572.

Afbeelding H. Pol Aurelien de Leon
‘Sint Pol Aurélien bekleedt Sint Tanguy met het kloosterhabijt’.
1901, glasschilderkunst. Frankrijk, Bretagne, Landunvez, Notre Dame de Bon Secours.

http://www.heiligen.net/afb/03/12/03-12-0572-pol_25.jpg

Feest 12 maart.

Hij zou rond 492 in Wales geboren zijn. Zijn naam duidt erop dat hij van Anglo-Romeinse afkomst was. Zijn ouders hadden natuurlijk voor hem een baan in het leger in gedachte, maar zelf voelde de jongen zich aangetrokken tot de nieuwe godsdienst die sinds kort zijn intrede had gedaan in Brittannië, het christendom. Hij wist zijn ouders ervan te overtuigen hem voor zijn opleiding  naar klooster Llantwit te sturen op het eiland Caldey. Dat stond onder leiding van zijn stichter Sint Illtud († 505; feest 6 november). Hij zat daar tezamen met anderen die later zouden uitgroeien tot grote heiligen, zoals Samson van Dol († 565; feest 28 juli), Gildas de Wijze van Rhuys († 570; feest 29 januari) en David van Wales († 601; feest 1 maart).

Op zestienjarige leeftijd krijgt hij toestemming kluizenaar te worden op een landgoed van zijn ouders. Zes jaar later wordt hij priester gewijd door de bisschop van Guic-Kastel (= Winchester). Hij wijst een bisschopsfunctie af, verzamelt, zo jong als hij is, twaalf monniken rond zich en steekt over naar Armorica (= nagenoeg het huidige Bretagne). Hij landt op het eiland Ouessant op een plek die destijds bekend stond als ‘Portus Boum’ (= ‘Veehaven’, het huidige Porz Pol = Paulushaven). Ze vestigen zich op een plaats die later zal uitgroeien tot Lampaul (= ‘kluizenarij van Paulus’). Na enige tijd steken ze over naar het vasteland en beginnen een nieuwe vestiging, het huidige Lampaul-Ploudalmezou. Daarnaast komen er nog twee nieuwe stichtingen: Lanilldut (= ‘kluizenarij van Illtud, genoemd dus naar zijn leermeester in Wales) en Lampaul-Plouarzel.

Nu verlangt hij zich ergens definitief te vestigen. Zijn oog valt op de plaats Occismor. Op dat moment bevindt de plaatselijke gezagsdrager zich op het eiland Batz. Als hij hem ontmoet blijkt het een verre neef van hem te zijn, Withur. Deze geeft hem het eiland Batz voor een kloostervestiging. Met behulp van de Frankische koning Childebert wordt Pol in 530 tot bisschop benoemd van het nieuwe diocees Occismor en Léon.
Vanuit zijn nieuwe vestiging stuurt hij medewerkers onder de mensen met de bedoeling dat zij temidden van de mensen het evangelie verkondigen vooral door hun heilige levenswijze van kluizenaar. Tot hen behoren Guirec († 547; feest 17 februari), Maudez († 550; feest 18 november), Armel († 552; feest 16 augustus) en Tudwal († 564; feest 30 november).

Intussen heeft hij veel aan krachten ingeboet, en benoemt Sint Jaoua († 554; feest 2 maart) tot zijn opvolger als bisschop. Maar deze sterft al vrij kort daarna. Zo gaat het ook met diens opvolger, Sint Tiernomail. Ketomeren neemt zijn plaats in. Intussen brengt Pol zelf zijn laatste jaren door in zijn kloostertje op het eiland Batz. Daar sterft hij op een 12e maart, waarschijnlijk van het jaar 572.

Levensbeschrijving
In 884 schrijft een monnik van klooster Landevennec, Wrmonoc geheten, Pols levensverhaal. Waarschijnlijk was hijzelf afkomstig uit de landstreek Léon en kon hij zich baseren op min of meer authentieke documenten. Voor het overige is het bericht een aaneenschakeling van wonderlijke gebeurtenissen (juist als het evangelie!). Het weerspiegelt veeleer het beeld van een heilige zoals de monniken dat toen hadden, dan dat het enige informatie geeft over Pols bijzondere levensomstandigheden.

Pol werd al gauw bekend. Toen het beroemde klooster van Caldey eens werd bedreigd door overstromingen, trok hij eenvoudig met zijn staf een lijn op het strand: tot zover mocht de zee oprukken. Het water is er nooit overheen gegaan.
Kort daarna trad hij op tegen de zwermen vogels die de rijke gewassen op het veld dreigden te vernietigen. Hij beval ze bijeen te komen in een schuur, waar ze door vader abt Illtud werden onderwezen. Nooit meer hebben ze daar last gehad van die dieren: de oogst was eens voorgoed gered.
Zijn zus leidde een stukje verderop ook een klooster. Ook zij had te kampen met wateroverlast. Toen Pol naar haar toeging om voor zijn vertrek naar Armorica afscheid te nemen, legde hij een rij steentjes op het strand. Daarmee gaf hij de grens aan tot hoever het water mocht komen. Ook hier is het er nooit overheen gegaan. De steentjes groeiden uit tot een rotsformatie die tot op de dag van vandaag bekend staat als De Weg van Sint Pol.

In de buurt van Lampaul-Plouarzel moets hij zijn leerlingen en gezel Jaoua te hulp komen. Diens kluizenaarshut werd telkens vertrapt door een enorme buffel. Sint Pol temde het ondier en vanaf dat moment kon Sint Jaoua daar in alle rust verblijven.
Eens was hij met zijn gezellen op wegnaar Occismor. Ze waren zo moe en uitgedroogd dat Sint Pol achtereenvolgens drie bronnen liet ontspringen. Een ervan wordt nog in ere gehouden te Prat Pol.

Op het eiland Batz huisde een ijselijk drakenmonster dat alles op zijn pad verslond. Zo dapper en sterk Withur en zijn mannen ook waren, hier stonden zij machteloos: ze konden niets tegen het ondier beginnen. Sint Pol bood aan te helpen. Hij vroeg een dappere jongeman mee, Nuz geheten, en ging het monster onverschrokken tegemoet. Hij wierp het zijn stola om de nek en leidde het vervolgens naar een hoge rotspunt. Daar gaf hij het bevel zich in de diepte van het water te storten. En het beest gehoorzaamde prompt. Sindsdien heet het daar ‘Toull ar Sarpant’ (‘Slangengat’). Het eiland was voorgoed bevrijd van de plaag.

Verering & Cultuur
Krachtens zijn laatste wilsbeschikking moeten de eilandbewoners tot hun verdriet zijn stoffelijk overschot afstaan aan de kathedrale kerk op het vasteland. Sindsdien wordt die plaats naar hem genoemd: Oppidum Pauli in de 9e eeuw; in 1371 staat het bekend als Castrum Sancti Pauli =  ‘Sint Paulusstad’, het huidige St-Pol-de-Léon.

Door de dreiging van de invallen der Noormannen worden ziijn relieken in 954 overgebracht naar de benedictijner abdij van Fleury aan de Loire. Daar vielen ze in de 16e eeuw ten prooi aan de vernietiging door de Reformatie.
Op de 3de zondag van juli vindt er te St-Pol-de-Léon een pardon plaats ter ere van hem.

Patronaten
Naast St-Pol-de-Léon zijn er in Bretagne nog verschillende aardrijkskundige benamingen die aan Sint Pol herinneren:
alle plaatsen met Lampaul, Pors Paul en Porz Paul en Mespaul (Finistère),  Lamballe, Pléboulle, Paule en de plaatsen die Saint-Paul heten (Côtes-du-Nord).
Bovendien is hij patroonheilige van Saint-Pol-sur-Mer (bij Duinkerken).

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld met een draak; met een homp brood en een kan water (dat was lange tijd zijn enige voedsel).

Samen met Sint Brieuc van St-Brieuc, Sint Samson van Dol, Sint Malo van St-Malo, Sint Paternus van Vannes, Sint Corentin van Quimper en Sint Tudwal van Tréquier behoort hij tot de zeven stichter-bisschoppen van Bretagne.



dinsdag - 12 mrt

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 13 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Rodrigo van Cordova, martelaar

Rodrigo (of Roderik) van Cordova, Spanje; martelaar met zijn broer Salomon; † 857.

Afbeelding H. Rodrigo van Cordova
Rodrigo met palmtak door engel gekroond.
1650, Murillo, schilderij. Duitsland, Dresden, Gemäldegalerie.

http://www.heiligen.net/afb/03/13/03-13-0857-rodrigo_1.jpg

Feest 13 maart.

Onze kennis van de Martelaren van Cordova hebben wij te danken aan Eulogius († 859; feest 11 maart). Hij was priester in Cordova ten tijde van de overheersing der Muselmannen. De Emir, Abd-Al-Rahman II, stond wel vrijheid van godsdienst toe, maar geen bekeringswerk. Toch braken er in het jaar 850 te Cordova vervolgingen uit. De bisschop viel af en pleitte tegen zijn gelovigen. Velen werden er gevangen gezet en met de dood bedreigd, onder wie ook Eulogius. Hij schreef daarop in de gevangenis een boekje, geheten ‘Aansporing tot het martelaarschap’. De boodschap was dat je in ieder geval niet van je geloof moest afvallen, je medegelovigen en God niet moest verraden en je eigen eeuwig geluk niet prijsgeven. Het – relatief korte – lijden van deze tijd zou niet opwegen tegen de eeuwige beloning, zo ontleende hij aan Paulus.

In feite was dit boekje bestemd voor twee vrouwen: Flora en Maria, die achteraf gezien de marteldood door onthoofding zouden sterven op 24 november 851. Deze twee martelaressen hadden vlak voor hun dood beloofd dat zij bij aankomst in de hemel zouden bidden voor de vrijlating van de medechristenen. Inderdaad werden de anderen binnen een week na hun dood in vrijheid gesteld. Toch ondergingen nog een aantal gelovigen in de jaren daarna de marteldood: tot hen behoren Gumismundus (ook Gumersindis) en Servus-Dei (feest 13 januari), Aurelius met zijn vrouw Natalia en Felix met zijn vrouw Liliosa (feest 27 juli); Christoforus en Levigild (feest 20 augustus); Rogellus en Servio-Deo (feest 16 september); allen gedood in 852 nog onder Abd-Al-Rahman. In 853 werd deze opgevolgd door zijn zoon Mohammed. Hij zette de lijn van zijn vader door. In 853 reeds stierven de marteldood de monnik Fandila, Anastasius, Felix (feest 13 juni) en drie vrouwen die hun leven als maagd aan God hadden toegewijd: Columba, Digna en Pomposa (feest 17 september). In de jaren daarna gingen de terechtstellingen der christenen onverminderd voort.

Zo vonden in 857 Roderik en Salomon de dood. Deze Roderik was christen. Hij had twee broers; de ene was ook christen, de ander muselman. Telkens lagen ze met elkaar overhoop in een theologisch dispuut. Niet zelden eindigde dat in een echte vechtpartij. Toen Roderik eens bij zo’n gelegenheid tussenbeide kwam, keerden beiden zich in hun woede tegen hém, en dienden hem de klappen toe die ze aan elkaar hadden toegedacht. Roderik werd zo toegetakeld dat beide broers meenden dat hij dood was. De christen vluchtte, omdat hij de gerechtelijke macht van de Muselmannen te vrezen had. De muselman zag zijn kans. Hij legde zijn broer op een kar, ging met hem de straat op en begon te roepen:
“Moet je kijken: dat is wat een christenhond met mijn liefste broer heeft gedaan, toen hij zijn geloof in onze grote Profeet Mohammed uitsprak!”
Op dat moment kwam de dode tot leven. Na zijn genezing ging hij op zijn beurt de straat op om ieder die het horen wilde te bezweren dat hij geen muselman, maar christen was.

Dit kwam de emir ter ore; deze gelastte hem te laten opsluiten in de gevangenis. Daar ontmoette hij Salomon. Deze werd ervan beschuldigd bekeringswerk te verrichten; wat immers bij wet verboden was. Roderik en Salomon werden in die omstandigheden vrienden. Ze deden hun gebeden samen en spoorden elkaar over en weer aan om trouw te blijven aan het geloof in weerwil van alle dreigementen en martelingen die ze te verduren hadden. De rechter haalde ze nog uit elkaar in een poging elk van beide tot andere gedachten te brengen. Tevergeefs. Ze dreven zelfs de spot met hem. Ze riepen hem toe dat hij als intelligent man toch zelf zijn leugens ook niet geloofde, en dat hij dus wel op kon houden met zijn pogingen om hen tot andere gedachten te brengen… Tenslotte werden ze op dezelfde dag onthoofd.

Het was Eulogius die al deze mensen bijstond tijdens hun martelingen en in hun laatste momenten. Hij heeft dan ook hun namen opgetekend en hun verhaal opgeschreven in een boekje, getiteld ‘Gedenkboek der Heiligen’.
Eulogius onderging op zijn beurt de marteldood op 11 maart 859.



woensdag - 13 mrt

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


woensdag - 13 mrt

Sneek 14:15 KBO – BINGOMIDDAG IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op woensdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: Tineke de Jager



donderdag - 14 mrt

Hele dag Feestdag H. Matilda, stichteres & weldoenster

Matilda (Mahaut, Mathildis, Maud, Maude of Mechthild) van Duitsland (ook van Quedlinburg), Quedlinburg, Harz, Duitsland; koningin, stichteres, weduwe & weldoenster; † 968.

Afbeelding H. Mathilda

<1900. Glasschilderkunst. Duitsland, Quedlinburg, Museum.

http://www.heiligen.net/afb/03/14/03-14-0968-matilda_1.jpg

Feest 14 maart.

Zij kwam voort uit het geslacht van de beroemde Saksen-aanvoerder Widukind en werd rond 895 te Engern in Saksen geboren. Ze huwde met koning Heinrich I, aan wie ze vijf kinderen schonk. Een daarvan zou later keizer Otto I worden; een ander staat later bekend als hertog Heinrich van Beieren, en een derde als bisschop Bruno van Keulen († 965; feest 11 oktober).

Zij was een toonbeeld van christelijke deugd en naastenliefde. Anderen zeggen van haar dat ze ‘spaarzaam, netjes en onvermoeibaar’ was. Als ze op reis ging, nam ze zelfs haar spinnewiel mee om haar tijd maar niet in ledigheid te verdoen. Zij stichtte minstens vier benedictijner kloosters: te Nordhausen, Pöhlde, Engern en Quedlinburg.

Toen haar man stierf, betwistten haar zonen Otto en Heinrich de opvolging. Na veel geruzie kwam er een regeling tot stand. Het einde van het liedje was dat beide zonen hun moeder verweten dat ze te veel spullen had weggegeven aan de armen.

Verdrietig trok zij zich terug in het door haar zelf gestichte klooster Quedlinburg in de Harz. Daar leidde ze op voorbeeldige wijze het leven van een eenvoudige kloosterzuster. Nog tijdens haar leven werden haar gebeden verhoord: haar beide zoons kwamen zich met haar verzoenen. Op het moment dat ze stierf, kwam aan het licht dat ze zelfs het doodshemd dat voor haar begrafenis opzij was gelegd, aan iemand had weggegeven.

Afgebeeld
Ze wordt afgebeeld als koningin (kroon, statiegewaad); soms met een gesel (symbool van boetedoening en kloostertucht, waaraan zij zich onderwierp) of met een kerkmodel in de hand (wijst op haar als stichteres); op sommige afbeeldingen zien wij haar aalmoezen uitdelen.



donderdag - 14 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Lubinus van Chartres, bisschop

Lubinus (ook Leobinus, Lubin, Lubinius of Lumine) van Chartres, Frankrijk; bisschop; † ca 557.

Afbeelding H. Lubinus van Chartres
> 1700, houtsculptuur. Frankrijk, Bretagne, St-Lubin, St-Lubin

http://www.heiligen.net/afb/03/14/03-14-0557-lubinus-chartres_1.jpg

Feest 14 maart

Lubinus was afkomstig uit Poitiers. Op jeugdige leeftijd werd hij monnik in een niet nader genoemd klooster in zijn geboortestad. Daar had hij de functie van keldermeester. Na acht jaar verlangde hij ernaar Sint Avitus († 530; feest 17 juni) te ontmoeten. Die leidde op dat moment met een handjevol gezellen het leven van kluizenaar ergens in La Perche, een landstreek ten westen van Chartres. Een van die gezellen was Sint Karilef (ook Calais: † 536; feest 1 juli). Hij was het die Lubinus de raad gaf naar een veel grotere communiteit te gaan, want in zo’n klein groepje was het gevaar veel groter dat je monniksideaal verwaterde bij gebrek aan sociale controle. Omdat Lubinus intussen veel had gehoord over het beroemde monnikeneiland Lérins voor de Zuidfranse kust, wilde hij daarheen. Maar onderweg trof hij een monnik die er juist vandaan kwam, omdat de kloosterlijke geest er veel te wensen overliet. Lubinus kon veel beter naar de monniksgemeenschap gaan die zich bij Lyon op het Île-Barbe had gevestigd. Op dat moment had daar Sint Lupus de leiding, de latere bisschop van Lyon († 542; feest 25 september).
Kort daarop werd het eiland veroverd door de Franken die met de Bourgondiërs in oorlog waren. Uit voorzorg waren de medebroeders gevlucht. Alleen Lubinus en een stokoude man waren achtergebleven. De Franken hoopten de kostbaarheden van het klooster te bemachtigen. Maar die had het klooster natuurlijk niet. Eerst bedreigden ze de oude man. Maar die verwees naar Lubinus; dat was de keldermeester. Die zorgde voor de spullen. Ze hebben Lubinus flink toegetakeld, zeker toen ze hoorden dat er niks te halen viel.
Nu keerde hij terug naar Sint Avitus. Ook bij hem werd Lubinus weer keldermeester. Maar nadat Avitus gestorven was, begon hij weer te zwerven, op zoek naar de plek waar hij voor zijn gevoel het beste zijn idealen kon waarmaken. Die vond hij uiteindelijk in de bossen van Montmirail, zo’n zeventig kilometer ten zuiden van Chartres. In die tijd zou hij daar krachtens zijn gebed een gigantische bosbrand geblust hebben. Na verloop van tijd drong zijn faam door tot bisschop Eleutherius van Chartres. Deze riep hem bij zich, wijdde hem priester en benoemde hem tot abt van klooster Brou in La Perche, zo’n vijftig kilometer ten zuiden van Chartres.
Op zeker moment passeerde daar bisschop Aubin van Angers († 550; feest 1 maart). Hij ging op bezoek bij collega Caesarius van Arles († 542; feest 27 augustus). Lubinus zag zijn kans schoon om zijn oude droom weer op te pakken: de kloostergemeenschap op het eiland Lérins. Maar onderweg wist zijn tochtgenoot hem ervan te overtuigen dat zijn roeping lag bij de hem toevertrouwde monniken. Dus keerde Lubinus alsnog terug naar zijn klooster.
Toen bisschop Eleutherius stierf riep iedereen om Lubinus als opvolger. Koning Childebert volgde dat advies op en plaatste hem op de zetel van Chartres. Dat moet geweest zijn in het jaar 544.
Uit de tijd van zijn bisschopsperiode wordt verteld dat hij een gestorven meisje weer ten leven wekte.

Zulke wonderverhalen moeten ook duidelijk maken hoezeer de heilige lijkt op Jezus uit het evangelie. Immers ook Hij wekte een meisje ten leven (Markus 05,41).

Hij was aanwezig op de vijfde bisschoppenconferentie van Orléans in 549, en twee jaar later op de tweede bisschoppenconferentie van Parijs.

Verering & Cultuur
Na zijn dood werd hij bijgezet in de kathedraal van Chartres. Zijn relieken zijn verloren gegaan tijdens de woelingen van de Reformatie in 1568. Wat nog was overgebleven viel ten offer aan de Franse Revolutie.
Er is onduidelijkheid over zijn sterfdatum. De een zegt 14 maart, de ander 15 september. Het recente Martyrologium, uitgegeven door het Vaticaan, kiest voor 14 maart.
Er zijn in Frankrijk minstens twee plaatsjes die naar hem heten: Saint-Lubin. Enkele kilometers ten zuidwesten van Clisson (dertig km ten zuidwesten van Nantes) ligt het eveneens naar hem genoemde plaatsje St-Lumine de Clisson.

Patronaten
Zijn voorspraak wordt ingeroepen door reumapatiënten.



donderdag - 14 mrt

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


donderdag - 14 mrt

Sneek 14:00 KBO - kaarten/klaverjassen in het Bonifatiushuis

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



vrijdag - 15 mrt

Hele dag Gedenkdag van het H. Mirakel van Amsterdam

Mirakel van Amsterdam (of Mirakel van het Heilig Sarament); 1345.

Afbeelding van het Mirakel van Amsterdam (Stille Omgang)
1555. Processievaandel. Nederland, Amsterdams Historisch museum.

http://www.heiligen.net/afb/03/15/03-15-1345-mirakel_1.jpg

Feest (zondag na) 15 maart .

Het mirakel
De oudste tekst die ons is overgeleverd rondom het Mirakel van Amsterdam (of Mirakel van het Heilig Sacrament)stamt uit 1378 en is te vinden in een oorkonde van de Hollandse graaf Albrecht: ‘In Amsterdam, gelegen binnen het bisdom Utrecht, was een man zwaar ziek en vreesde te sterven. Om hem de laatste sacramenten toe te dienen werd een priester geroepen. Deze gaf hem na de biecht het heilig sacrament van de eucharistie. Echter na het eten van de geconsecreerde hostie kon de zieke een braakneiging niet onderdrukken. Hij ging naar de brandende haard van zijn kamer en braakte daarin het sacrament uit. Daarop bleek dat de zieke niet alleen de hostie onbeschadigd had uitgebraakt, maar dat bovendien het brood niet door het hoog opvlammende vuur werd aangetast.’
Deze versie van het verhaal doet waarschijnlijk het meest recht aan de feiten. Later zullen allerlei toevoegingen het relaas steeds mooier maken.

Toevoegingen
Uit andere later bronnen weten wij dat de vrouw van de patiënt de hostie met de nodige eerbied boven het vuur heeft weggehaald en in een kostbaar kistje weggeborgen. De volgende morgen kwam een priester, verbonden aan de Oude Kerk, de hostie ophalen. Maar de dag daarop zweefde de hostie op miraculeuze wijze weer boven het vuur in de haard van de zieke man. Dit wonder herhaalde zich meerdere malen. Daarmee gaf het sacrament zelf te kennen dat er op die plek een kapel moest worden gebouwd ter nagedachtenis aan het wonder.

Heilige Stede
Reeds het volgende jaar stroomden pelgrims toe naar de Heilige Haardstede, ook verkort tot Heilige Stede. Er verrees een kapel, die middelpunt werd van een bloeiende devotie. Dat alles verdween met de Reformatie die in Amsterdam formeel in 1578 een feit was. Katholieke eredienst in het openbaar was verboden, dus ook elke vorm van processie. De devotie verhuisde naar de kapel op het Begijnhof, een katholieke enclave in het Calvinistische Amsterdam. De kapel van de Heilige Stede ging over in Calvinistische handen. In 1899 was zij zozeer verwaarloosd en onderkomen dat men besloot tot afbraak. Enige jaren na 1988 heeft er op het Rokin nog een zuil gestaan uit de authentieke kapel bij wijze van gedachtenismonument.

Stille Omgang
Intussen hadden in de jaren tachtig van de 19e eeuw enkele katholieke vrienden uitgezocht welke route destijds de priester met het heilig sacrament had gelopen tussen de Oude Kerk en de Heilige Stede. Zij besloten die route na te lopen en verkozen dat te doen in de vroege ochtend. Katholiek vertoon was immers nog altijd verboden in het openbare leven, maar mensen die in stilte een bepaalde route liepen door de stad kon men niets verbieden. Dit gebruik kreeg de naam van Stille Omgang en groeide in de loop van de 20e eeuw uit tot een ware massagebeurtenis. In 1920 telde men twintigduizend deelnemers. Het hoogtepunt lag waarschijnlijk in 1957, toen plaatselijke kranten meldden dat er zo’n negentigduizend mannen hadden meegedaan aan de Stille Omgang. Na een flinke daling in de zestiger en zeventiger jaren van de 20e eeuw ligt het getal thans rond de tienduizend.



vrijdag - 15 mrt

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 16 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Heribertus van Keulen, bisschop

Heribertus van Keulen, Duitsland; bisschop; † 1021.

Afbeelding H. Heribertus van Keulen
Boven: De kleine Heribert voor zijn opleiding en vorming door zijn ouders aan de abdij toevertrouwd.
Beneden: Opleiding en vorming respectievelijk in de abdijen van Worms en Gorze.
ca 1170, email & edelsmeedkunst. Duitsland, Keulen, St-Heribert.

http://www.heiligen.net/afb/03/16/03-16-1021-heribertus_6.jpg

Feest 16 maart

Hij werd geboren te Worms rond het jaar 970. Zijn vorming en opleiding kreeg hij eerst aan de plaatselijke domschool en vervolgens bij de benedictijnen van Gorze bij Metz. Hij was een persoonlijke vriend van Keizer Otto III († 1002). Deze benoemde hem in 994 tot kanselier, het jaar daarop volgde zijn priesterwijding; drie jaar later werd hij ook kanselier Duitsland. Weer een jaar later, 999, volgde zijn benoeming tot aartsbisschop van Keulen; op dat moment verbleef hij in de Italiaanse stad Ravenna, waarschijnlijk in het kader van zijn kanseleirsambt. Op dat moment was hij dus nog geen dertig jaar oud. Op kerstavond stond hij voor demuren van Keulen en wenste in de winterkou barrevoets de stad in te trekken die voortaan zijn herderlijke zorg zou zijn toevertrouwd.

Hij was erbij toen in het jaar 1000 te Aken de relieken van Karel de Grote († 814; feest 28 januari) werden verheven tot de eer der altaren, wat gelijk stond aan een heiligverklaring. Toen Otto plotseling tijdens een reis door Italië te Palerno stierf, bracht hij zijn stoffelijk overschot terug naar Duitsland, compleet met alle tekenen van zijn keizerlijke waardigheid, behalve zijn lans; die moest hij achterlaten bij hertog Hendrik van Beieren, de later heilige keizer († 1024; feest 13 juli). Waarschijnlijk was deze tegen Heribert opgezet. Hij verwelkomde hem met wantrouwen en zetten hem zelfs enige tijd gevangen. Toen de hertog kort daarna tot koning werd uitgeroepen, bemerkte hij dat de kanslier hem onvoorwaardelijk trouw was gebleven. De koning bood zijn verontschuldigingen aan, maar toch verkoos Heribert zijn ambt van kanselier neer te leggen. De betrekkingen met Hendrik zijn altijd stroef gebleven.

Vanaf dat moment kon hij zich wijden aan zijn geestelijke taak. Kort na zijn aftreden, 1003, stichtte hij klooster Deutz aan de overkant van de Rijn. Daarin stopte hij heel zijn vermogen. Hij staat te boek als een bisschop met veel aandacht voor de armen. In zijn prediking wist hij op het gemoed van de rijken te werken, (waarvan er indertijd veel waren in Keulen!) om aalmoezen te geven.

Verering & Cultuur
Hij werd begraven in zijn kloosterkerk te Deutz en opgevolgd door Sint Pilgrim († 1036; feest 25 augustus). Heribertus’ relieken werden in de jaren 1160/70 in een prachtige gouden reliekschrijn gevat. Hij staat er zelf op afgebeeld omringd door  de personificaties van ‘Caritas’ (Naastenliefde) en ‘Humilitas’ (Nederigheid): blijkbaar wezenlijke karaktertrekken. Op de twaalf dakpanelen staat zijn leven uitgebeeld:

01 Heribert geboren als zoon van graaf Hugo
02 Zijn opleiding en vorming in Worms en in klooster Gorze
03 Priesterwijding door bisschop Hadebald van Worms en de benoeming tot kanselier door keizer Otto III.
04 Zijn benoeming tot aartsbisschop van Keulen door de keizer, terwijl de paus het pallium klaar houdt (mantel die de waardigheid van aartsbisschop aanduidt)
05 Zijn tocht terug over de Alpen en zijn aankomst in Keulen
06 Bisschopswijding (voorafgegaan door het onderzoek) aangeduid door de zalving en de oplegging van het evangelieboek.
07 Verschijning van Maria en de bouw van klooster Deutz
08 Visioen van de kruisboom
09 Heribert smeekt regen af van de hemel
10 Palmprocessie en duiveluitdrijving
11Verzoening met keizer Hendrik II
12 Dood en begrafenis.

Zijn officiële verheffing tot de eer der altaren (heiligverklaring) door paus Gregorius VII volgde in 1175.

Patronaten
Patroon van Deutz. In Nederland is het kerkje van Odijk aan hem toegewijd.
Zijn voorspraak wordt ingeroepen om regen te verkrijgen. Dat heeft hij te danken aan de volgende legende.

Legende
Eens heerste verschrikkelijke droogte in de Duitse gebieden. Hongersnood was het gevolg en tot overmaat van ramp brak de pest uit. De aartsbisschop spande zich in tot het uiterste om zoveel mogelijk nood te lenigen. Hij gaf er zijn vermogen voor uit. Toen de nood bijna niet meer was uit te houden, riep hij al zijn stadgenoten om tot een boetebedevaart: ‘Van God alleen immers hebben wij redding te verwachten. Laten we daarom nederig en berouwvol tot Hem gaan. Dan zal Hij zeker helpen!’ En inderdaad! Kort daarna begon het overvloedig te regenen. De uitgedroogde velden werden weer vruchtbaar en de hongersnood was voorbij. Het volk was er zeker van dat dit alles te danken was aan het gebed van hun heilige bisschop. Ook vele zieken herkregen hun gezondheid op zijn voorspraak.

Afgebeeld
Afgebeeld als bisschop (tabberd, mijter, staf).



zaterdag - 16 mrt

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek


zaterdag - 16 mrt

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zondag - 17 mrt

Hele dag Feestdag St. Patrick, patroon van Ierland

Patrick (eigenlijk Sucath) van Downpatrick, Ierland; bisschop & eerste geloofsverkondiger van Ierland; † 461.

Afbeelding van St. Patrick
Sint Patrick verdrijft de slangen.
18e eeuw, wandschildering. Italië, Rome, St-Jan van Lateranen

http://www.heiligen.net/afb/03/17/03-17-0461-patrick_13.jpg

Feest 17 maart

Waarschijnlijk werd hij rond het jaar 385 in Schotland geboren. Hij zou oorspronkelijk Sucath (= ‘strijder’) geheten hebben. Volgens zijn levensverhaal werd hij op vijftien- of zestienjarige leeftijd door zeerovers buitgemaakt en als slaaf verkocht in Ierland. Daar kwam hij als herder in dienst van een druïde, Miluic (ook wel Miliuc of Maelchu genaamd). Thuis was hij christelijk opgevoed, maar thans bevond hij zich in een gebied dat nog goeddeels de keltische godsdienst aanhing. Na zes jaar slavernij wist hij te ontsnappen en vluchtte naar de overkant van de zee. Hij belandde in Tours en sloot zich daar aan bij de kloostergemeenschap. Deze was zo’n vijfentwintig jaar geleden nog door de grote Sint Maarten (Martinus) gesticht. Ook bracht hij enige tijd door op het beroemde kloostereilandje Lérins voor de Zuid-Franse kust.

In 431 kreeg hij van de paus de opdracht om naar Ierland te gaan en er het evangelie te verkondigen. Daar ondervond hij natuurlijk de meeste tegenstand van de druïden; zij wilden vasthouden aan hun heilige verleden. Stilaan liet Patrick hun zien dat de overgang van hun inzichten naar die van het christendom niet zo’n grote stap was; Christus was als het ware de uiteindelijke vervulling van al hun verwachtingen, de apotheose. Zo gelukte het Patrick toch het gehele eiland voor Christus te winnen.
Nu zijn terugkeer in Ierland was hij ook langsgegaan bij zijn voormalige meester Miluic. Maar deze wilde er niets van weten: omgaan met een voormalige slaaf was een schande in de opvatting van de heidense Ieren. Miluic sloot zichzelf op in zijn huis en stak het in brand…
Met Miluic’s familieleden had Sint Patrick meer succes. Hij gaf zijn zoon Guasacht een gedegen vorming en wijdde hem tot bisschop van Granard in het graafschap Longford; zijn gedachtenis staat op 24 januari. Twee van Miluic’s dochters, de beide Emers, legde hij de maagdensluier op en plaatste hen in een vrouwenklooster, volgens zeggen het eerste in Ierland; zij worden gevierd op 11 december. Op 1 januari staat de gedachtenis van een zoon van Miluic’s dochter Bronach: Colman Muilinn (= ‘Colman van de Molen’); waarschijnlijk leidde hij het leven van een kluizenaar? Op 26 juni wordt een andere zoon van Bronach herdacht: Caylan van Mochae, stichter van het klooster Nendrum; hij was nog maar een klein jongetje, toen Sint Patrick hem een bijzondere zegen had gegeven en voorbestemd voor een kerkelijke functie.

In Ierland leefde Patrick volgens de gewoonten van de druïden; teruggetrokken in de eenzaamheid en dichtbij de natuur, verzonken in gebed en toegewijd aan een harde, gestrenge levenswijze.
Twee plaatsen in Ierland beroemen zich erop dat Patrick daar langere tijd als kluizenaar zou hebben doorgebracht: Croagh Patrick, een berg in het uiterste westen, en Lough Derg, een meer in het noorden. In Lough Derg wijst men de bezoekers nog altijd op een steen waarop Sint Patrick zo lang in geknielde houding zou hebben doorgebracht dat de afdruk van zijn knie erop is achtergebleven.
In totaal zou hij op het gehele Ierse eiland 365 kerkjes hebben gesticht: voor elke dag van het jaar één!

Verering & Cultuur
Patrick werd begraven in Saul vlakbij Downpatrick.

Patronaten
Hij is patroon van Ierland. Daarnaast is hij patroon van bergbewoners, kappers, kuipers en smeden. Zijn voorspraak wordt ingeroepen voor de armen, en tegen ongedierte, veeziekten en het kwaad in het algemeen.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld met een klaverblad; volgens de overlevering zou hij dat hebben gebruikt om het mysterie van de Drie-Eenheid uit te leggen aan de druïden. Vaak bevinden zich slangen in zijn gezelschap. De legende zegt dat er sinds Patrick geen slangen meer voorkomen op het eiland. Hoogstwaarschijnlijk fungeert de slang hier als symbool voor het heidendom.



zondag - 17 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Geertruida van Nijvel, abdis

Geertruida van Nijvel (ook van Nivelles of Rattensant) osb, België; abdis; † 659.

Afbeelding H. Geertruida van Nijvel

<1800. Houtsculptuur. België, Leuven, Sint-Geertruikerk.

http://www.heiligen.net/afb/03/17/03-17-0659-geertruida_1.jpg

Feest 17 maart.

Zij stamde uit een familie die bijna in haar geheel uit heiligen bestond. Haar vader was de zalige Pepijn van Landen († 646; feest 21 februari); haar moeder was de heilige Ida of Iduberga († 652; feest 8 mei). Ook haar zus Begga (feest 17 december) en haar broer Grimoald (feest 16 september) worden als zaligen of heiligen vereerd.

Op het moment dat haar vader stierf was Geertruida ongeveer twintig jaar oud. Op aanraden van bisschop Amandus van Maastricht († ca 675; feest 6 februari) stichtte moeder Ida een dubbelklooster op het landgoed in Nijvel: een voor mannen en een voor vrouwen. Ida benoemde haar dochter tot eerste abdis en plaatste zichzelf als eenvoudige zuster onder haar leiding.

Legende
Er is een verhaal dat weet te vertellen dat een ridder een oogje had gehad op Geertruida. Maar zij had de voorkeur gegeven aan het kloosterleven. Met een heildronk had zij afscheid van hem genomen. Maar de man bleef verliefd en probeerde alles in het werk te stellen om haar alsnog te krijgen. Hij verkocht zelfs zijn ziel aan de duivel. Na zeven jaar was de termijn om; de duivel kwam zijn ziel opeisen. Maar omdat Geertruida bij het afscheid van haar minnaar op zijn heil had gedronken, had de duivel geen macht over zijn ziel. Zo werd hij door de verdiensten van Geertruida van de ondergang gered.

Geertruida was een goede abdis. Zij had veel zorg voor armen en zwakken, zowel buiten als binnen het klooster. Bovendien stelde zij alles in het werk om haar zusters bij te scholen. Zij liet de Ierse monniken Fursey († 650; feest 16 januari), Foillan († 665; feest 30 oktober) en Ultan († 686; feest 2 mei) komen om les te geven in bijbelkennis, liturgie en schone kunsten. Daarmee schaarde zij zich temidden van de grote vrouwen waar het Noord-Westen van Europa en de Britse Eilanden van de zogenaamde donkere middeleeuwen zo vol van zijn.
Op haar kosten werden overal in de buurt nieuwe kapellen, kerken, scholen en gasthuizen gebouwd. Ze stierf al op 33-jarige leeftijd, volkomen uitgeput. Bij de dood van haar moeder, zes jaar tevoren, had zij de leiding van het mannenklooster overgedragen aan monniken. Tot haar opvolgster over het vrouwenklooster stelde zij Wolftrude aan.

Verering & Cultuur
Vanuit de legende over de ridder die zijn ziel verkocht had aan de duivel, maar door Geertruida’s heildronk werd gered, ontstond de drank van Sint-Geertensminne: een heildronk op vertrekkende reizigers en pelgrims: om een goede reis en behouden terugkeer. Deze heil- en afscheidsdronk ging men vervolgens ook op de doden toepassen voor hun reis naar het eeuwig leven. Men geloofde dan dat de ziel na het verlaten van het lichaam de eerste nacht bij Sint Geertrui bleef, de tweede bij de engelen en in de derde nacht ging zij tenslotte naar de plaats die voor haar was voorbestemd.
Dat zou er de reden van zijn dat Sint Geertruida meestal met muizen wordt afgebeeld; zij symboliseren de zielen van de overledenen, die eerst bij haar langsgaan.

Patronaten
Zij is beschermheilige van ziekenhuizen. Daarnaast is zij patrones van de armen en weduwen, van herbergiers, van pelgrims, reizigers en weggebruikers; en van tuin- en veldvruchten. Zij wordt aangeroepen tegen ratten- en muizenplagen.
De Geertgenskerk te Utrecht was aan haar toegewijd.
In het middeleeuwse Harlingen stond er een kapel binnen de muren die toegewijd was aan Geertruida.

Afgebeeld
Zij wordt afgebeeld als benedictinesser abdis, met kruis, kelk, katten, muizen en/of spinnen.



zondag - 17 mrt

Roodhuis 09:30 Woord en communieviering

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Pastor Foekema



zondag - 17 mrt

Sneek 10:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek

Voorganger: mevr. J. Hania



zondag - 17 mrt

Sneek 11:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. het Caeciliakoor

Onder voorbehoud zal w0rden gezongen:

  • Missa in G van G.B. Casali – Bäuerle (zonder Gloria i.v.m. 40-dagen tijd)
  • Choral 3 “Herzliebster Jesu” van J.S. Bach


maandag - 18 mrt

Hele dag Feestdag H. Cyrillus van Jeruzalem, bisschop en kerkleraar

Cyrillus van Jeruzalem, Palestina; bisschop & kerkvader; † 386.

Afbeelding H. Cyrillus van Jerusalem
2011, Griekse dagkalender.

http://www.heiligen.net/afb/03/18/03-18-0386-cyrillus_2.jpg

Feest 18 maart.

Cyrillus was afkomstig uit Jeruzalem waar hij rond 315 geboren moet zijn. Hij werd in 345 priester gewijd, en ontving in 348 uit handen van metropoliet Acacius van Cesarea de wijding tot bisschop van Jeruzalem. Acacius sympathiseerde met de arianen.
Het duurde dus niet lang of Cyrillus, die de leer van Nicea was toegedaan, kwam met hem in botsing. Tot drie keer toe werd Cyrillus verbannen: in 357 en 360 door toedoen van een bisschoppensynode die voornamelijk uit ariaanse aanhangers bestond. Na zijn terugkeer in 362 stelde keizer Julianus de Afvallige (361-363) pogingen in het werk om de Joodse tempel weer op te bouwen; dit alleen maar om de door hem gehate christenen dwars te zitten.
Zijn derde verbanning, in 367, vond plaats op last van de ariaanse keizer Valens (364-378) zelf. Deze periode zou elf jaar duren; hij kon pas op zijn zetel terugkeren na de dood van de keizer. In 381 nam hij deel aan het Oecumenische Concilie van Constantinopel waar alle besluiten en stellingnames van Nicea werden bekrachtigd.
Van hem is een serie catechesen bewaard gebleven die hij gedurende de vasten en de paastijd van 348 (of 350) gehouden moet hebben in de door keizer Constantijn († 337; feest 21 mei) gebouwde Heilige-Grafkerk. Ze vormen de geloofsuitleg zoals ze werden gepresenteerd aan doopleerlingen die met Pasen zouden worden gedoopt. Ze zijn niet alleen van historisch, maar ook van theologisch belang.
Paus Leo XIII (1903) verleende hem de titel van kerkleraar.



maandag - 18 mrt

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 19 mrt

Sneek 00:00 - 14:30 Filmdag van KBO-PCOB en ABO-SW

CineSneek, Sneek

Voor leden van KBO-PCOB en ABO-SW  Sneek:

“Daniël Blake” is een film die een Gouden Palm heeft gewonnen. De film wordt vertoond in CINE SNEEK en de toegangsprijs is € 6,50 inclusief een pauzedrankje.
Opgeven is niet nodig.



dinsdag - 19 mrt

Hele dag Hoogfeest Sint Jozef, Voedstervader van Jezus

Jozef Voedstervader van Jezus, Nazareth, Palestina; † eerste kwart van de 1e eeuw.

Afbeelding St. Jozef
< 1900 Steensculptuur. Frankrijk, Bretagne, Trédaniel, Chapelle Notre Dame du Haut.
Jezus mag de gereedschapsmand van zijn vader dragen.

Feest 19 maart.

In de evangelieverhalen komt Jozef alleen voor in Jezus’ kindheidsverhalen (Matteüs 01-02; Lukas 01-02). Hij is een afstammeling van David. Hij is timmerman (Matteüs 13,55) en woont in Nazareth. Hij is een rechtschapen mens en hij zorgt goed en liefdevol voor Maria en haar kind. Meer weten we eigenlijk niet van hem. Al heel gauw gaan de gelovigen er van alles bij bedenken. Legenden ontstaan en doen de ronde, net als bij Maria. Jozef zou 80 jaar geweest zijn, toen hij met Maria trouwde; een andere legende zegt zelfs 200. Omdat Maria’s toekomstige bruidegom haar maagdelijkheid moest respecteren, verliep de uitverkiezing op een ingewikkelde manier. Tezamen met alle andere ongetrouwde afstammelingen van koning David werd hij opgeroepen om te zien wie van hen de gelukkige was om met Maria te trouwen. Doordat zijn herdersstaf ging bloeien en een duif uit die staf tevoorschijn kwam, was het duidelijk dat hij de door God uitverkoren bruidegom was.

Legende: Hoe Jozef werd uitgekozen om Maria’s verloofde te worden

Maria’s Verloving (ook Desponsata of Sponsata) met Jozef. Feest 23 januari. Dit feest gaat terug op de persoonlijke devotie voor de persoon van Jozef van een kanunnik uit Chartres in de vijftiende eeuw. Sinds 1537 werd het feest officieel toegestaan voor de franciscaner orde, en voor de gehele kerk sedert 1725.

Over de keuze van een levenspartner voor Maria worden we geïnformeerd in een aantal oude apocriefe geschriften. We geven hieronder vier versies weer uit de eerste eeuwen van het christendom.

Eerste versie ‘[Vanaf haar derde levensjaar verbleef] Maria in de tempel als een pikkende duif en zij ontving voedsel uit de hand van een engel. Toen zij twaalf jaar was geworden, beraadslaagden de priesters en zeiden: “Zie, Maria is twaalf jaar geworden in de tempel van de Heer. Wat moeten wij nu met haar doen om te voorkomen dat zij het heiligdom van de Heer verontreinigt?”

In de godsdienstige cultuur van de joden werd bloed beschouwd als het leven zelf; dat behoorde aan God alleen toe. Wanneer mensen daarmee in aanraking kwamen, moesten zij zich als onrein beschouwen (vgl. bv. Leviticus 15,19vv.). Een onreine paste niet in de tempel, die gold als de nabijheid van de Heer.

En zij zeiden tot de hogepriester: “Gij zijt aangesteld over het altaar van de Heer, ga naar binnen en bid over haar en wat de Heer u dan bekend zal maken, zullen wij doen.” En de hogepriester trok het gewaad met de twaalf klokjes aan, ging het Allerheiligste binnen en bad over haar.

In Exodus 28,33 is er sprake van gouden klokjes die aan de zoom van het gewaad van de hogepriester moesten bungelen. Over het aantal klokjes wordt daar niets gezegd. Bepaalde joodse tradities meenden dat het er 72 waren; de kerkvader Clemens van Alexandrië († ca 220) veronderstelt 360. Waarschijnlijk is het getal twaalf hier ingegeven door het aantal stammen van Israël.

En zie, er verscheen een engel van de Heer die tot hem zei: “Zacharias, Zacharias, ga naar buiten en roep de weduwnaars van het volk bijeen en laat ze elk een staf meenemen, en aan wie de Heer een teken zal geven, diens vrouw zal zij zijn.” En de herauten vertrokken en doorkruisten het hele gebied van Judea. De bazuin van de Heer weerklonk en allen snelden toe. Ook Jozef gooide zijn bijl neer en vertrok om zich bij hen te voegen. En toen zij er allemaal waren, gingen zij met hun staven naar de hogepriester. Deze nam ieders staf aan en ging de tempel binnen om te bidden. Nadat hij zijn gebed beëindigd had, nam hij de staven weer op, ging naar buiten en gaf ze aan hen terug, maar er vertoonde zich geen wonderteken. En Jozef nam de laatste staf aan en zie, er kwam een duif uit die op Jozef’s hoofd vloog. Toen zei de priester tot Jozef: “U bent er door het lot toe aangewezen om de maagd van de Heer onder uw hoede te nemen.” Maar Jozef maakte bezwaar en zei: “Ik heb al zonen en ik ben oud en zij is jong. Ik vrees dat de kinderen van Israël mij uit zullen lachen.” Maar de priester zei tegen Jozef: “Vrees de Heer uw God, en herinner u wat God met Datan, Abiram en Korach gedaan heeft: hoe de aarde spleet en zij vanwege hun ongehoorzaamheid werden verzwolgen. [Numeri 16,01.31-33]

Vrees daarom, Jozef, opdat dat niet gebeurt met úw huis!” Toen vreesde Jozef en nam haar onder zijn hoede. En hij zei tegen haar: “Maria, ik heb je uit de tempel van de Heer ontvangen en nu laat ik je in mijn eigen huis achter en ga weg om huizen te bouwen, daarna zal ik bij je terugkomen. De Heer zal je bewaren.’

Tweede versie Deze tekst vertelt hoe Jezus na zijn verrijzenis aan zijn apostelen nog enige informatie gaf over de dingen die tot dan toe verborgen gebleven waren; daaronder valt ook de verloving van zijn moeder Maria met zijn voedstervader Jozef. De ik-figuur is dus Jezus zelf.

Er was een man, genaamd Jozef, die afkomstig was uit Bethlehem, een stad in Juda en uit het huis van koning David stamde. Hij was goed thuis in de wetenschap en de leer. Zo werd hij priester in de tempel van de Heer. Bovendien oefende hij het beroep uit van timmerman.

Een wetgeleerde moest naast zijn geestelijke arbeid altijd een gewoon beroep uitoefenen. Zo weten we van de apostel Paulus bijvoorbeeld dat hij tentenmaker was.

Zoals onder alle mensen gebruikelijk was, huwde hij een vrouw, bij wie hij vier zonen en twee dochters verwekte. De jongens heetten Judas, Justus, Jacobus en Simon; en de meisjes Assia en Lydia.

Ter vergelijking: in Matteüs 13,55 worden Jezus’ broers opgesomd: Jakobus, Jozef, Simon en Judas… In 13,56 is er wel sprake van zijn zusters, maar ze worden niet met name genoemd; ook niet elders in het Nieuwe Testament.

Tenslotte stierf de vrouw van de rechtvaardige Jozef. Zij had in haar handel en wandel steeds de verheerlijking van God voor ogen gehad. Maar Jozef, de rechtvaardige, die mijn vader naar het vlees zou worden en zich zou verloven met mijn moeder Maria, trok zich met zijn zonen terug om zijn beroep van timmerman uit te oefenen. Toen dus de rechtvaardige Jozef weduwnaar was geworden, was mijn gezegende, heilige en reine moeder intussen twaalf jaar geworden. Haar ouders hadden haar naar de tempel gebracht, toen zij drie jaar oud was en zij heeft negen jaren in de tempel gediend. De priesters zagen nu hoe de heilige en godvrezende maagd een jonge vrouw werd en zij zeiden onder elkaar: “Wij moeten een rechtvaardige man zoeken aan wie wij Maria tot haar huwelijk kunnen toevertrouwen. Want zij mag niet in de tempel verblijven, wanneer aan haar geschiedt wat aan vrouwen nu eenmaal geschiedt. Anders zouden wij zondigen en Gods toorn over ons afroepen.” Zij zonden dus boden uit om terstond twaalf grijsaards uit de stam Juda bijeen te roepen. Zij schreven de namen op van de twaalf stammen van Israël. Het lot viel op de vrome grijsaard Jozef de rechtvaardige. De priesters zeiden daarop tot mijn gezegende moeder: “Ga nu mee met Jozef en blijf bij hem tot aan de tijd van uw huwelijk.” Zo ontving de rechtvaardige Jozef mijn moeder om haar bij zich in huis op te nemen. Maria trof in het huis van zijn vader Jakobus de Jongere aan; hij was nog diep bedroefd en rouwde om het verlies van zijn moeder. Zij ontfermde zich over hem en voedde hem op. Vandaar dat zij genoemd wordt Maria, de moeder van Jakobus.

In Matteüs 27,56 en Markus 15,40 is er inderdaad sprake van Maria de moeder van Jakobus en Jozef (of Joses). Waarschijnlijk wordt Jezus’ moeder hier met haar verward. Immers zij had weliswaar een zoon Jakobus uit Jozef’s eerste huwelijk, maar deze Jakobus wordt altijd ‘de broeder des Heren’ genoemd. Terwijl de Jakobus van die andere Maria altijd wordt aangeduid met Jakobus de Mindere (= Jongere).

Jozef liet haar in zijn huis achter en keerde zelf weer terug naar zijn timmerwerkplaats.

Derde versie De maagd van de Heer nam toe in jaren en deugden. Volgens de psalmdichter had zij vader en moeder verlaten, maar zij was aangenomen door de Heer. [Psalm 27,10] Elke dag werd zij door een engel bezocht en elke dag liet zich de Heer aan haar zien. Dat behoedde haar voor alle kwaad en deed haar overlopen van alle goeds. Zo bereikte zij de leeftijd van veertien jaar. Kwaadwillige mensen hadden tot dan toe in het geheel niets kunnen vinden om haar van te berispen; goedwillende mensen die haar hadden leren kennen, waren het er unaniem over eens dat zij in de omgang een bewonderenswaardig meisje was. In die dagen kondigde de hogepriester af dat de maagden die van staatswege in de tempel waren opgenomen en de vermelde leeftijd hadden bereikt, naar huis terug zouden moesten keren. Dan konden ze omzien naar een goede huwelijkspartner. Want dat was nu eenmaal indertijd de gewoonte bij dat volk, als meisjes volwassen waren geworden. Terwijl alle anderen meisjes bereidwillig aan dit bevel gehoor gaven, antwoordde Maria, de maagd van de Heer, dat zij dit niet kon doen. Zij en haar ouders hadden zich immers toegewijd aan de Heer; bovendien had zij gelofte gedaan voor altijd als maagd van de Heer te willen leven. Die gelofte wenste zij onder geen voorwaarde teniet te doen door met een man de gebruikelijke geslachtsgemeenschap te hebben. De hogepriester was hierdoor danig in verlegenheid gebracht. Aan de ene kant wilde hij niet de Schrift overtreden en daarin staat: “Doet geloften en vervult ze!” [Psalm 76,12] Een gelofte was dus onverbreekbaar. Maar van de andere kant schrok hij ervoor terug om bij het volk zo’n nieuwigheid in te voeren.

Levenslange seksuele onthouding, vooral voor vrouwen, was hoogst ongebruikelijk; in het scheppingsverhaal stond de opdracht aan de mens om zich te vermenigvuldigen; in het verhaal van de zondeval stond de belofte dat uit de vrouw ooit de Messias zou worden geboren: elke vrouw die moeder werd, hield de hoop op die vervulling in stand. Wie dat niet wilde…?

Hij bepaalde dus dat alle vooraanstaande lieden uit Jeruzalem en omgeving aanwezig moesten zijn op het eerstkomende feest. Zij zouden samenkomen en overleggen om te zien wat in deze delicate zaak moest worden gedaan. Zij waren eenstemmig van mening dat de Heer zelf hierin geraadpleegd diende te worden. Zij strekten zich dus allemaal in gebed uit op de grond, terwijl de hogepriester God naderde om Hem om raad te vragen. Onmiddellijk kwam er ten aanhoren van allen een stem uit de plaats van de raadpleging waar de verzoendeksel stond opgesteld

Bedoeld wordt waarschijnlijk het zogeheten Heilige der Heiligen; een ruimte in het binnenste van de tempel, waar de ark van het verbond stond opgesteld en waar de hogepriester slechts één keer per jaar naar binnen mocht.

en deze zei dat men naar het woord van de profeet Jesaja een man moest zoeken met wie de maagd zich in goed vertrouwen kon verloven. Bij Jesaja staat immers: “Er zal een takje voortkomen uit de wortel van Jesse, en een bloem zal oprijzen uit zijn wortel. En op Hem zal de Geest van de Heer rusten, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en kracht, de geest van kennis en vroomheid. En de geest van de vrees voor de Heer zal hem vervullen.” [Jesaja 11,1vv.] Op grond van deze profetie werd er dus bepaald dat alle ongehuwde huwbare mannen uit het geslacht en de familie van David hun tak moesten komen brengen naar het altaar. Als er een tak was waaruit een bloem zou voortspruiten en waar de Geest van de Heer in de gedaante van een duif zich op het topje zou neerzetten… die man zou degene zijn met wie de maagd van de Heer zich in goed vertrouwen zou kunnen verloven

Dit teken is ontleend aan de bloeiende staf van Aaron: zie Numeri 17,16-28.

Onder de aanwezigen bevond zich ook Jozef, een hoogbejaard man uit het geslacht en de familie van David. Terwijl alle anderen in goede orde hun tak naar voren brachten, ging hij de zijne verbergen. Deze gehele onderneming leverde niets op dat beantwoordde aan de voorspellingen van de stem. Vandaar dat de hogepriester voor de tweede keer God ging raadplegen. Deze gaf hem ten antwoord dat de maagd moest worden toevertrouwd aan degene die zijn tak juist niet naar voren had gebracht. Zo viel de aandacht op Jozef. Toen hij zijn tak naar voren had gebracht, daalde er een duif uit de hemel neer en zette zich op het topje ervan neer. Nu was het alle omstanders duidelijk dat de maagd zich met hem zou moeten verloven. Nadat de verloving volgens de voorschriften van de wet had plaats gevonden, keerde Jozef naar zijn woning in Bethlehem terug om alles in orde te maken voor het komende huwelijk. De maagd van de Heer, Maria, ging weer terug naar het huisje van ouders in Galilea, vergezeld van zeven andere maagden die tegelijk met haar borstkind waren geweest en die door de priester aan haar waren meegegeven.

 

Vierde versie [Eerst wordt verteld dat Maria vanaf haar derde jaar tempelmaagd was en dat haar levenswandel in alle opzichten volmaakt was.] De priester Abjathar bood de hogepriesters overweldigende geschenken aan met de bedoeling dat zij aan zijn zoon ten huwelijk zou worden gegeven. Maar Maria kwam tussenbeide door te zeggen: “Het kan niet geschieden dat ik een man beken of dat een man mij bekent.” Maar de hogepriesters en heel haar familie antwoordden: “God wordt gediend door zonen en vereerd door nakomelingen; zo is het altijd geweest onder de kinderen van Israël.” Maar Maria gaf hun ten antwoord: “God wordt vooral gediend en geprezen door kuisheid. Kijk maar naar Abel. Vóór hem bestond er onder de mensen geen rechtvaardige. Hij behaagde God door offers. Hij werd onbarmhartig gedood door de man die niet aan God behaagde. Zo ontving hij twee kronen tegelijkertijd: de kroon van het offer en de kroon van de maagdelijkheid, want tot dan toe had hij in zijn vlees nog geen bevlekking toegelaten.

De redenering is dat Abel gestorven is voordat hij getrouwd was.

Zo ook Elia; hij is levend en wel in het vlees ten hemel opgenomen, en tot die tijd had hij zijn vlees in maagdelijke staat weten te bewaren. Van jongs af aan heb ik in de tempel van God geleerd dat de maagdelijkheid bijzonder aan God behaagt. Precies om die reden nl. dat ik God graag wil aanbieden wat Hem bijzonder behaagt, daarom ben ik vastbesloten ter ere van Hem nooit een man te bekennen.” Maar toen zij veertien was geworden, zeiden de priesters dat een vrouw van die leeftijd volgens oud gebruik niet in de tempel kon blijven. Daarom kwamen ze tot het besluit een heraut langs alle stammen van Israël te sturen met het bericht dat iedereen op de derde dag naar de tempel van de Heer moest komen. Zo stroomde het gehele volk samen. De hogepriester Abjathar stond op en besteeg een verhoging, zodat het hele volk hem goed kon horen en zien. Er viel een grote stilte. Daarop sprak hij: “Kinderen van Israël, luistert naar mij en zet uw oren wijd open. Vanaf het moment dat Salomo deze tempel heeft gebouwd, woonden er maagden; het betrof dan dochters van koningen, profeten, hogepriesters en priesters. Het waren steeds hooggestemde en bewonderenswaardige personen. Maar als zij de wettige leeftijd bereikten, werden zij aan een man ten huwelijk gegeven om op die manier onze gebruikelijke levenswijze te volgen. Zo behaagden zij aan God. Maar Maria hier heeft een nieuwe manier van leven uitgevonden. Want zij heeft God beloofd altijd maagd te willen blijven. Vandaar dat wij nu God om raad moeten vragen en dat Hij onze vraag zal moeten beantwoorden, aan wie wij haar veilig en wel zullen kunnen toevertrouwen.” Hier stemde de hele volksvergadering mee in. De priesters over de twaalf stammen wierpen dus het lot en het lot viel op de stam Juda. Daarop zei de priester: “Morgen moet ieder die geen vrouw heeft, hier terugkomen met een twijg in zijn hand.” Zo geschiedde het dat Jozef tegelijk met de jongere mannen zijn tak naar voren kwam brengen. Zij overhandigden hun tak aan de hoogste hogepriester. Deze bracht een offer aan de Heer om Hem te raadplegen. En de Heer zei hem: “Breng alle takken binnen het Heilige der Heiligen van God. Daar moeten ze blijven. Vervolgens moet gij hen zeggen dat ze morgen vroeg terug moeten komen om hun tak weer op te halen. Er zal één tak zijn waaruit een duif tevoorschijn zal komen en naar de hemel opvliegen; aan de bezitter van die tak zult gij Maria veilig en wel kunnen toevertrouwen.” Zo kwamen ze de volgende ochtend weer allen tesamen. Nadat het brandoffer was opgedragen, ging de hogepriester het Heilige der Heilige binnen en haalde de takken tevoorschijn. Hij onderzocht ze één voor één, maar er was er niet één waar een duif uit kwam. Nu bekleedde hij zich met de twaalf klokjes en met het priesterlijk gewaad.

Hij ging nu weer het Heilige der Heilige binnen, bracht weer een offer en stortte een gebed. En er verscheen een engel van God. Deze zei: “Er is nog een zeer kort takje, waar u niet op hebt gelet. U hebt het wel bij de andere takken gelegd, maar toen u de andere tevoorschijn haalde uit het Heilige der Heilige, hebt u dit laten liggen. Als u dit dus tevoorschijn haalt en aan de eigenaar geeft, zal het teken plaatsvinden waarover Ik u gesproken heb.” Het ging om de tak van Jozef. Hij meende dat hij als grijsaard toch niet in aanmerking kwam om haar bij zich op te nemen, dus hij had er ook niet meer zijn best voor gedaan om zijn tak op te vragen. Zo stond hij daar dus in alle eenvoud en nederigheid op het moment dat de hogepriester hem opriep: “Jozef, kom uw tak ophalen. Wij wachten op u.” Daarop kwam Jozef naar voren met grote vreze, want de hogepriester had hem wel héél nadrukkelijk opgeroepen. Op het moment dat hij zijn hand uitstrekte naar de tak en hem in ontvangst nam, kwam er een hele mooie witte duif uit het topje tevoorschijn, witter dan sneeuw. Hij fladderde enige tijd langs de gewelven van de tempel om tenslotte naar de hemel op te gaan. Het hele volk kwam de grijsaard feliciteren met de woorden: “In uw ouderdom, vader Jozef, bent u nog gelukkig geworden. Want voor God bent u de aangewezen man om Maria op te nemen.” En de priesters zeiden: “Neem haar nu in ontvangst, want uit alle stammen van Israël bent u alleen door God uitverkoren.” Maar Jozef betoonde zich zeer beschroomd; hij begon te bidden en te smeken: “Ik ben een grijsaard, en heb zonen. Waarom wordt aan mij dit kindje overgedragen dat zelfs nog jonger is dan mijn kleinkinderen?” Toen sprak Abjathar de hoogste hogepriester tot hem: “Jozef, u herinnert zich hoe Dathan, Abiram en Korach destijds zijn omgekomen, omdat zij zich tegen Gods wil hebben verzet. Zo zal het ook u vergaan, als u zich nu tegen Gods raadsbesluit verzet.” En Jozef antwoordde: “Ik heb mij nog nooit tegen Gods wil verzet. Ik zal haar dus onder mijn hoede nemen tot het moment dat God mij duidelijk maakt aan wie van mijn zonen zij moet worden uitgehuwelijkt. Intussen zou ik willen vragen dat zij enige maagden uit haar vriendenkring meekrijgt om haar gezelschap te houden.” Daarop antwoordde de hogepriester: “Zij zal als genoegdoening en troost vijf maagden meekrijgen; dezen zullen bij haar blijven tot de dag gekomen is dat u haar tot zich neemt. Want weet wel, zij zal alleen met u een huwelijk aan kunnen gaan.” Toen nam Jozef Maria bij zich in huis samen met de vijf andere maagden. Deze heetten: Rebecca, Sippora, Susanna, Abigaïl en Caël. De hogepriester gaf hun zijde, purperblauw, katoen, scharlaken en vlas mee. Zij wierpen het lot onder elkaar om uit te maken, wie met welke stof aan de slag ging. En het lot bepaalde dat Maria het purper ontving om er een voorhangsel in de tempel van te maken.

Purperen stoffen waren zeldzaam en uiterst duur. Ze werden dan ook alleen gedragen door de hoogste hoogwaardigheidsbekleders. In dit verhaal wordt het dus ook gebruikt als stof voor het voorhangsel in de tempel. De bedoeling is duidelijk: wie hiermee mocht werken, viel de allerhoogste eer te beurt.

Op het moment dat zij het purper in ontvangst nam, zeiden de andere maagden tegen haar: “Jij bent steeds van ons allemaal de meest bescheidene en nederige geweest. Daarom komt jou de eer toe om het purper te ontvangen.” Daarop noemden zij haar gekscherend ‘koningin der maagden’. Nu verscheen er een engel van de Heer in hun midden met de woorden: “Deze woorden zijn niet een grapje, maar zij voorzeggen de waarheid.” Daar schrokken die maagden geweldig van en vroegen haar haastig om vergiffenis.

Halverwege de vorige eeuw schreef Michel van der Plas een gedicht, waarin sprake is van een ontmoeting tussen Maroa’s moeder Anna en haar verloofde Jozef. Anna probeert aan Jozef te beschrijven welk een indruk haar dochter op haar maakte vlak na het bezoek van de engel.

 

ANNA TOT JOZEF door Michel van der Plas

Het eten was al opgedaan. Ik had haar driemaal moeten roepen, had driemaal de lepel in mijn hand gewogen. Toen zag ik haar op de drempel staan met nieuwe ogen, groter, nee, kleiner, ik weet niet, ze gaven zich uit voor duiven, o ja, ik zag duiven achter haar sluier: de ogen van een bruid. Ze dorst ze haast niet op te slaan. Ze zei alleen: Een bries… er is een bries door mijn kamer heen gegaan. Ik weet niet waarom, maar ik geloof dat ik ben gaan staan. Ik dacht opeens dingen uit boeken, ik weet niet, ik dacht aan een roos na zachte regen. Ik stond met die lepel in mijn hand, van de wijs, verlegen; dat kwam door het licht dat zij in de kamer bracht; dat kwam door de witte holten boven haar blos, daar wilden de duiven uit los. En het was of achter haar huid een vuur te trillen stond, zoals dat bos, waarvan ik dikwijls las, dat brandde zonder te verteren, in heilige grond. Wij aten zwijgen, zij en ik, als luisterend naar een ver zwaar onweer. Pas na het danken, huiverend opgestaan, een ver zwaar, een oneindig ogenblik, keek zij mij aan. O moeder, zei ze; een wingerd aan de deurpost, zachtjes bevend; breekbaar; een kaars van wil je ‘t mij vergeven. O moeder, zei ze en schreide maar ik zag geen traan. En nog eens: moeder, of zij ‘t woord kon strelen. En langzaam, fluisterend: Gegroet door een schaduw nee, Overschaduwd door een groet (ik weet niet of ik het heb verstaan) en zuchtend dansend, onder geluk gebogen (ik weet niet hoe ik het zeggen moet) is zij de schemer het weiland ingegaan. Er zijn dingen die ons te boven gaan. Had ik maar tranen gezien, haar stem maar horen breken, ik had haar naam geroepen, over haar haar gestreken, maar zij was haar naam niet, ik heb niets gedaan. Er zijn grote dingen aan haar gedaan, Er zijn dingen aan haar gedaan en wij zijn niet gewaarschuwd, wij hebben de duiven niet achter haar sluier neer zien strijken. Wij zijn bedrogen; zij is al hemelend; goud en al gewogen; zestien en zonder gisteren; zestien en met verzadigde ogen. God is met ons bezig, God is met ons bezig en het is verschrikkelijk. Wij zijn niet gewaarschuwd, wij zien ook geen schaduw, wij gaan dingen uit boeken denken, wartaal uitslaan. Wij zullen zwijgen, jij en ik, wij zullen dikwijls eenzaam zijn voortaan, en stomgeslagen en met lege handen, vervreemdend van de schouders en wangen waar zij nu naar staan. Zij zal veel dingen zeggen die wij niet verstaan. Zij zal van vuur zijn en maar niet opbranden. Want als de bries haar dit heeft aangedaan, wat als de storm opstaat? En als de schaduw haar al doet verdwijnen, wat dan wanneer het licht eens in zal slaan? Jongen, probeer haar tegemoet te gaan.

 

Sint Jozef tijdens Jezus’ geboorte

Over Jozefs rol tijdens Jezus’ geboorte horen we in de evangelies niets. De oudste legendes vertellen dat Jozef er op uit ging om vroedvrouwen te zoeken.

Het zijn de middeleeuwse kunstenaars die ons doen mediteren over Jozefs aanwezigheid in de stal. Aanvankelijk zien we hem terzijde van het gebeuren neerzitten, met de hand aan de wang, overdonderd door het mysterie dat hem is overkomen. Gaandeweg de middeleeuwen komt hij tot leven: hij snijdt kleertjes voor het Kind, maakt een vuur aan, maakt water warm, kookt papjes, doet het Kind in bad of geeft het te eten uit een kommetje, wast luiers en doeken, verricht onderhoudswerkzaamheden, ligt eerbiedig geknield voor het Kind, samen met Maria, heeft een kaars of lantaarn in de hand, heet bezoekers welkom en wijst hun op het Kind enz. enz.

De apocriefe evangeliën weten vervolgens veel bijzonderheden te vertellen over de vlucht naar en het verblijf in Egypte. In elke anekdote wordt benadrukt hoe bijzonder dit Kind is, en dat het wonder op wonder verricht, herhaaldelijk tot verrassing van Jozef en Maria. Zo buigt een eeuwenoude palmboom met kokosnoten zich naar het gezin om hen te voeden. Alsof Jozef vraagt een moment aan de kust te rusten om zich te verfrissen, blijkt het Kind de weg te verkorten en zijn ze plotseling reeds op de plaats van bestemming aangekomen enz. enz.

Sint Jozef tijdens Jezus’ Kindheidsjaren

1 Bijbel Alleen bij Lukas (02,41-52) vinden we een verhaal uit Jezus’ kindertijd. Als Jezus twaalf is, gaan vader, moeder en hij – zoals elk jaar trouwens – voor het paasfeest naar de tempel in Jeruzalem. Als ze teruggaan, blijft hij in de tempel achter te midden van de leraren die verbaasd staan over zijn wijsheid. Na drie dagen ‘met pijn’ naar Hem te hebben gezocht, vinden zijn ouders hem terug. Hij gaat met hem mee en is hun onderdanig. Daarna horen we niets meer over Jozef.

2 Legendes De apocriefe evangelieverhalen uit de eerste eeuwen menen meer te weten. Zo horen we in het zogeheten evangelie van de Pseudo-Matteüs, hoe Jezus als knaap blijk gaf van zijn goddelijke afkomst door wonderen en tekenen te verrichten. Die stuitten natuurlijk telkens weer op verwondering en verontwaardiging Zo hield zich niet aan de sabbatsvoorschriften, veroorzaakte de dood van dwarse vriendjes enz. En telkens moest Jozef het onuitstaanbare knaapje weer tot de orde roepen. Uiteindelijk zijn ze zelfs genoodzaakt uit Nazareth weg te gaan en zich te vestigen in Kafarnaüm…

In het zogeheten Arabische Evangelie van de Verlosser (ca 450?) lezen we dat Jozef weliswaar timmerman was van zijn vak, zoals we ook in het evangelie lezen. Maar dat hij er niet zo goed in was: Hoofdstuk 38 Jozef nu ging de hele stad rond, en nam de Heer Jezus mee als de mensen hem vroegen om een deur, een melkvat, rustbank of kist te komen maken. Overal ging de Heer Jezus met hem mee. Telkens als Jozef iets van zijn handwerk met een el of een duimbreedte langer of korter, smaller of breder moest maken, strekte de Heer Jezus zijn hand ernaar uit. Had Hij dat eenmaal gedaan, dan was het precies zoals Jozef het gewild had. Hij hoefde er met eigen vaardigheid niet meer aan te pas te komen. Jozef was immers niet zo bekwaam in het timmervak. Hoofdstuk 39 Zo ontbood hem op een dag de koning van Jeruzalem met de opdracht: ‘Jozef, ik wil dat je voor mij een verheven zetel maakt; hij moet de maten hebben van de plek waar ik altijd resideer.’ Jozef ging meteen aan het werk. Het duurde twee jaar. Maar toen hij de zetel aanbracht op de daarvoor bestemde plek, dat hij links en rechts twee duim te kort was. Toen de koning dat zag, werd hij woedend. Van angst kreeg Jozef geen hap meer door de keel en ’s nachts sliep hij niet. De Heer Jezus vroeg hem waarover hij zo inzat. Hij zei: ‘Omdat ik in één klap alles kwijt ben, wat ik in twee jaar heb opgebouwd.’ Toen zei de Heer Jezus: ‘Vrees niet; houd moed. Als u de ene kant van de zetel vastpakt, neem ik hem aan de andere kant. We zullen zien wat er aan kunnen doen.’ Jozef deed het, en allebei trokken ze aan hun kant. Zo kreeg de zetel alsnog de maten die hij hebben moest. Toen de omstanders zagen wat er gebeurd was, prezen ze God…

Jozefs dood

Over Sint Jozefs zalig afsterven wordt verteld in het apocriefe boek ‘De Geschiedenis van Jozef de timmerman’. Het stamt waarschijnlijk uit de 4e eeuw. Het boek bevat 32 hoofdstukken. Het relaas over Jozefs dood neemt ruim de helft ervan in beslag.

Het wordt gepresenteerd als een toespraak van Jezus tot zijn leerlingen. Hij vertelt hun uitvoerig over hoe Jozef aan zijn eind is gekomen. Aan het einde van het boek blijkt dat het is ontstaan in kringen van gelovigen die de nagedachtenis van Jozef in ere willen houden en hem vereren als hun beschermheilige. Zoals gezegd: Jezus is aan het woord De ‘u’ die Hij toespreekt is zijn stervende vader Sint Jozef. “Iedere sterveling die op uw sterfdag een extra offer opdraagt, zal Ik zegenen en belonen temidden van de kring der maagden. En iemand die op uw sterfdag ter ere van u aan noodlijdenden en behoeftigen, weduwen of wezen, uit eigen middelen iets geeft ter ondersteuning, voedsel bijvoorbeeld, zal tijdens zijn leven nooit slachtoffer worden van roof of diefstal. En wie een beker water of wijn geeft aan weduwe of wees, zal ik bij u aanbevelen, zodat u die weldoener kunt binnenleiden tot het hemels gastmaal. Ik zal het hem dertig, zestig of honderd maal belonen. Wie mijn verhaal over u aan anderen zal doorvertellen, zal ik heel zijn leven aan uw bescherming toevertrouwen. En als voor hem of haar de dag van de dood gekomen is, zal ik het boek waarin diens zonden zijn opgetekend, verbranden. Hem of haar zal geen enkele pijn treffen op de dag van het Laatste Oordeel…” [Hoofdstuk 26] Wat vertelt ‘Jezus’ volgens dit boek over Jozefs dood?

In hoofdstuk 12 vertelt ‘Jezus’ dat Jozef zijn einde voelt naderen. In hoofdstuk 13 gaat hij naar Jeruzalem om in de tempel te bidden. In 14 keert hij terug naar Nazareth. Hij is intussen zo verzwakt dat hij het bed moet houden. In de volgende hoofdstukken krijgen wij een overzicht van Jozefs leven. Hij zou honderdenelf jaar geworden zijn. Weer volgt er een gebed in de vorm van een weeklacht, waarin vooral herinneringen aan Jobs weeklacht langskomen (hfdst.16).  In hoofdstuk 17 vertelt ‘Jezus’: “Ik trad nu bij hem binnen en bevond dat zijn ziel heftig in beroering was. Hij had het erg benauwd. Ik zei: ‘Dag rechtvaardige vader Jozef. Hoe gaat het?’ Hij antwoordde: ‘Wat ben ik blij dat je komt, mijn jongen. Pijn en doodsangst belagen mij aldoor. Maar zodra ik je stem hoorde, werd het rustig in mij…’ Volgt een soort litanie tot Jezus, waarna Jozef zijn leven overziet, vooral zijn leven met Jezus’ moeder Maria. In hoofdstuk 18 komt Maria erbij. Jezus zit aan het hoofdeind en houdt Jozefs hand vast, Maria houdt Jozefs voeten omklemd en merkt op dat ze al koud zijn (hfdst.19-20). Als het moment van Jozefs dood dáár is, spreekt Jezus een gebed tot zijn Vader God. Vervolgens verschijnen de aartsengelen Michaël en Gabriël en wikkelen Jozefs ziel in een doek om hem naar de hemel te dragen. Daarop drukt Jezus Jozefs dode ogen toe (hfdst.23). Daarna komen de kinderen uit Jozefs eerste huwelijk erbij. De hele dorp van Nazareth deelt in de rouwklacht. Uitvoerig wordt het doodsritueel beschreven: de gebeden, toespraken en overwegingen die bij de overledene worden gehouden.

Zo stierf Jozef volgens de legende tussen Jezus en Maria. Op basis van deze legende wordt Jozef  vereerd als patroon van een zalige dood.

 

Verering & Cultuur Ondanks bovenstaand apocrief evangelie uit de 4e eeuw, stellen we vast dat de aandacht voor Jozef in de eerste eeuwen van de christentijd nog sterk op de achtergrond bleef. Naar het schijnt komt zijn verering vanuit de oosterse kerken naar het westen. De oeroude Kopten vieren hem op 20 juli. Er wordt gesuggereerd dat de westerse kerk hem op 19 maart heeft geplaatst om daarmee een bestand Romeins feest te kerstenen. Op die dag vierden de oude Romeinen een feest ter ere van Minerva, beschermgodin van handwerkslieden en arbeiders in de kunstvaardigheid. Dat patronaat zou dan door Sint Jozef zijn overgenomen.

In het westen vinden we Jozef voor het eerst in het Martyrologium (Martelaren- en Heiligenboek) van Reichenau van halverwege de 9e eeuw. In de middeleeuwse religieuze kunst wordt hij weinig afgebeeld; alle verering richt zich op Maria. We vinden hem eigenlijk alleen terug op afbeeldingen van Christus’ geboorte.

Hij blijkt dan vaak een wat simpele grijsaard, een beetje opzij gezeten in de klassieke houding van iemand die zo overweldigd wordt door de gebeurtenissen dat hij ze niet bevatten kan (hand aan de wang). Op laat- middeleeuwse kerstvoorstellingen uit het westen doet hij vaak huishoudelijke werkjes in de stal (vuur maken, luiers wassen, papje koken) of hij houdt behoedzaam een kaars vast in de helder verlichte nacht (prachtig symbool voor zijn levenstaak: behoeder te zijn van het ware licht dat in die nacht onder de mensen is verschenen). Op andere afbeeldingen heeft hij vaak twee duiven bij zich (verwijzing naar het verhaal van Jezus’ opdracht in de tempel, waarbij zij twee duiven offerden), of ook wel timmergereedschap.

Vanaf het moment dat in het westen de menselijkheid van Jezus wordt benadrukt, komt ook Sint Jozef steeds meer in beeld. Hij begint verering te genieten in de kringen van de franciscanen. Dat heeft waarschijnlijk te maken met hun spiritualiteit van bescheidenheid. Zij wilden naar het voorbeeld van Franciscus († 1226; feest 4 oktober) ‘minderbroeder’ zijn; dat zullen ze herkend hebben in die stille figuur op de achtergrond van Jezus’ verborgen leven. De waardering voor de persoon van Jozef wordt aangewakkerd door grote heiligen als de cisterciënzer Bernardus van Clairvaux († 1153; feest 20 augustus), de volkspredikanten Bernardinus van Siena († 1444; feest 20 mei) en de dominicaan Vincentius Ferrer († 1419; feest 5 april), de carmelites Teresa van Avila († 1582; feest 15 oktober), de bisschop van het toegewijde leven Franciscus van Sales († 1622; feest 24 januari). Het was paus Sixtus IV († 1448), ooit zelf franciscaan, die Jozefs feest op de algemene heiligenkalender plaatste. Gregorius XV († 1623) maakte er in 1621 een verplichte feestdag van. Het was pas paus Benedictus XIII († 1730) die Sint Jozef een plekje gaf in de Litanie van Alle Heiligen. Paus Pius IX († 1878; feest 7 februari) benoemde hem tot patroon van de kerkgemeenschap. Sinds 1919 kreeg hij zelfs een eigen prefatie in het missaal:

‘En nu, op dit hoogfeest, verheerlijken wij U omwille van de heilige Jozef. Hij vond genade in uw ogen. Hij is de man die Gij gegeven hebt aan de Moeder van uw Zoon, de Maagd Maria. Hij is de goede en getrouwe knecht aan wie Gij uw gezin hebt toevertrouwd. Als een vader heeft hij zorg gedragen voor uw eniggeboren Zoon, ontvangen van de Heilige Geest: Jezus Christus onze Heer. Door wie de engelen enz.’

Patronaten Hij is dus beschermheilige van de hele kerkgemeenschap, van de huisvaders, echtgenoten en christelijke gezinnen. Zo vond en vindt men in vele traditionele kerken een Jozefaltaar aan de kant waar de mannen doorgaans plaatsnamen en een Maria-altaar aan de kant van de vrouwen. Zo keken zij uit op de patroonheiligen waaraan zij zich als vaders en moeders konden spiegelen. Voorts is Jozef patroon van opvoeders, kinderen, jongeren, ongehuwde meisjes en weeskinderen; van weggebruikers, reizigers, bannelingen, vluchtelingen en évacués (vanwege de vlucht naar Egypte); van de handarbeiders en werklieden, vooral timmerlieden, meubel- en wagenmakers en schrijnwerkers; van ingenieurs,  en pioniers. Van doodgravers, stervenden en van een zalige dood, omdat hij volgens boven vermelde legende gestorven zou zijn met Jezus aan zijn hoofdeind en Maria aan zijn voeteneind. In verband hiermee heeft Paus Pius XII († 1958; feest 9 oktober) in 1955 de feestdag ingesteld van Jozef werkman op 1 mei; de dag dat de communisten en socialisten, de dag van de arbeid vierden.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen om de kuisheid te bewaren, om uitkomst bij woningnood, bij verzoekingen en verleidingen, in wanhopige situaties, en voor een goede dood.

België Plaatsen waar Sint Jozef bijzondere verering genoot/geniet en waaraan bedevaartvaantjes zijn verbonden: Balen-Wezel in het dekenaat Mol, Deurne-Antwerpen, Leuven en Waver. Daarnaast is er bijvoorbeeld een Jozefkerk in Anderlecht bij Brussel en een Sint-Jozefziekenhuis te Antwerpen-Mortsel.

Duitsland Hij is hoofdpatroon van Beieren (1663) en Westfalen, van het bisdom Osnabrück en tweede patroon van het aartsbisdom Keulen.

Frankrijk Hij is patroon van de stad Boulogne. Parijs heeft een Jozef-Carmelkerk. De jezuïeten bouwden eind 19e eeuw een St-Jozefkapel op hun retraitelandgoed te Penboc’h aan de Golfe de Morbihan, Bretagne; Negen gebrandschilderde ramen beelden zijn leven uit.

Italië Hij is patroon van de Kerkelijke Staat en van de stad Rome.

Nederland Er zijn Jozefkerken te Achterveld, Achteveld, Alkmaar (kapel), Almelo, America, Amsterdam, Amsterdam (kapel), Arnhem, Asten, Barger-Compascuum, Bennebroek, Bergen-op-Zoom, Beverwijk, Biezenmortel, Blaricum, Blerick (kapel), Blokker (kapel), Breda, Brunssum, Budel-Dorplein, Cuijk, Delden (& Blasius), Delft (tot 1968);

Dit patronaat ging waarschijnlijk terug op de schuilkerk die de jezuïeten rond 1620 op die plek begonnen. Zij stond pal tegenover de zijwand van de Nieuwe Kerk, die de paters steevast met OLV-kerk aanduidden, hoewel zij vóór de Reformatie meer bekend had gestaan onder de naam van St-Ursula, de tweede patrones. De paters moesten in die Calvinistische tijd in het verborgene opereren. Twee redenen waarom zij het waarschijnlijk zijn geweest die Sint Jozef als patroon kozen.

Delfzijl, Den Bosch, Den Haag (kapel), Denekamp, Deurne, Diessen, Doenrade, Dongen (& Maria), Dordrecht (Arbeider), Drunen, Eindhoven (& Maria), Emmercompascuum, Enschede, Geijsteren (kapel), Geldrop, Gemert, Groningen (& Martinus), Haarlem, Heeg, Heelsum, Heerlen, Helden-Beringe, Helmond, Hillegom, Hilversum, Hoogerheide, Hooglanderveen, Horn-De-Weerd, Hout-Blerick, Kaatsheuvel, Kerensheide-Stein, Kerkrade/Kaalheide, Leeuwen, Leiden (& OLV.Hemelvaart), Leidschendam (Jozef-Opifex), Lekkerkerk, Leusden, Lochem (kapel), Maastricht, Meers, Meerssen (Arbeider), Melissant , Nieuw-Heeten, Nieuw-Namen, Nieuwerkerk/Amstel, Nieuwerkerk/IJssel, Nijmegen, Noordwijkerhout, Oijen (kapel), Oost-Maarland , Oss (& H.Sacrament), Rilland-Bath, Roermond-Azenray (OLV-Goede-Raad), Roosendaal, Rotterdam, Rozenburg, Siebengewald, Simpelveld-Huls (Arbeider), Sittard, Smakt;

Smakt is de enige Jozefbedevaartplaats in Nederland. In 1699 stichtte Johan Albert Bouwens van der Boye, baron van Neeryssche en heer van Venray, een kapel ter ere van Sint Jozef. Eigenlijk was de kapel bedoeld als opvang van mensen voor wie de afstand naar de parochiekerk in Venray te groot was. Men vermoedt dat ze aan Sint Jozef werd toegewijd, omdat deze heilige op dat moment in Spanje buitengewoon populair was. De heerlijkheid Venray, waar Smakt onder viel, was Spaans bezit. Op dat moment horen we nog niets van een bijzondere verering of devotie voor Sint Jozef. Daarvoor moeten we wachten tot ca 1880. Pas in 1887 horen we van georganiseerde bedevaarten. Bij het tweehonderdjarig jubileum van de kapel in 1899 werd een Broederschap van Sint Jozef opgericht. Jozef werd er vereerd onder drie titels: als patroon van een gelukkige levensstaat (daarin was Smakt uniek; jaarlijks trokken duizenden verloofden naar Sint Jozef om zijn goedkeuring over hun voorgenomen huwelijk af te smeken. Bij thuiskomst werd er gevraagd of Jozef ‘geknikt’ had), als patroon van het christelijk huisgezin en als patroon van een zalige dood. Tot op de dag van vandaag trekken er jaarlijks nog enkele duizenden pelgrims naar Sint Jozef van Smakt.

Hij staat er afgebeeld met een beeldje van zo’n halve meter hoog. Hij heeft de kleine Jezus aan de hand die zijn andere handje uitstrekt naar de gelovigen.

Someren, Standdaarbuiten, Stevensbeek, Tegelen, Tilburg (Jozef-op-heuvel), Ubach-over-Worms, Utrecht, Vaals, Valkenburg/Geul, Valkenswaard, Vasse (& Pancratius), Veldhoven, Velsen-Noord, Venhorst, Venlo, Wassenaar, Wateringen, Weerselo (kapel), Weert, Wijchen-Alverna, Wijkeroog, Wilbertoord, Woensdrecht, Woensel, Woudrichem-Sleewijk, Zaandam, Zandberg, Zeist, Zuidhorn, Zwaagdijk en Zwolle.

Sint-Jozefkloosters te Baarlo, Beek-en-Donk, Roosendaal en Schiedam.

Sint-Jozef bejaarden-, verzorgings- of ziekenhuizen te Alphen/Rijn, Apeldoorn, Eerde, Esch, Gaanderen, Gendt, Groenlo, Hoensbroek, Kerkrade (& Norbertus), Nederweert, Nuland, Oosterhout (N-B), Purmerend, Reek, Veghel, Vlissingen en Wervershoof.

Sint-Jozefscholen o.a. te Bodegraven, Den Hoorn, Monster, Nootdorp, Pijnacker, Schipluiden, Tilburg, Vlaardingen, Wateringen en Woerden.

Oostenrijk Hij is patroon van Oostenrijk en van alle bondsstaten, vooral Tirol, Steiermark en Kärnten.

Tsjechië Hij is patroon van Bohemen.

Canada Sinds 1624 is hij patroon van Canada. Beroemd is het Sint-Jozef Oratoire in Montréal, Canada.

México Hij is patroon van het land México (1555) en van Perú (1828).

Azië Hij is patroon van China en van de Filipijnen (1565).

Afgebeeld Hij wordt afgebeeld als onderdeel van Jezus’ Kindheidsverhalen (vooral de verhalen rond Jezus’ geboorte en de vlucht naar Egypte); met het Jezuskind aan de hand of op de arm; met timmermansgereedschap, met leliestaf (op grond van zijn uitverkiezingslegende); stervend tussen Jezus en Maria.

Over Jozef

[Overweging op de 4e zondag van de advent: 1e Lezing: Jesaja 07,10-14; Evangelie: Matteüs 01,18-24]

Te oordelen naar de lezingen die voor vandaag zijn uitgezocht, zou je bijna de indruk krijgen dat het nu al kerstmis is. Misschien is dat ook wel de bedoeling. Aan één dag hebben we niet genoeg om heel de reikwijdte van het evangelie te overzien.

Vandaag wil ik met u stilstaan bij de rol die Jozef in het kerstverhaal krijgt toebedeeld. Van hem wordt verteld dat hij er over dacht om in stilte van Maria te scheiden. Van oudsher zijn er twee opvattingen over de vraag hoe je deze tekst moet uitleggen. De eerste is de bekendste. Maria bleek zwanger te zijn van een ander, terwijl ze al met Jozef verloofd was. Er was een ander in het spel. Volgens de joodse wet was dat een reden om aan je vrouw een scheidingsbrief mee te geven en uit elkaar te gaan. Omdat Jozef een rechtvaardig man was, wilde hij Maria niet in het openbaar voor schut zetten, hoewel hij daar alle reden voor had. De bijbel gebruikt het woord ‘rechtvaardig’ voor mensen die de wet van God nakomen, leven volgens de Tora: dus barmhartig zijn en vergevingsgezind. Daarom dacht Jozef erover om haar in stilte een scheidingsbrief te geven. Dat is de eerste opvatting.

Er is echter ook een andere opvatting. Die zegt dat Jozef van het begin af aan in de gaten had dat er met Maria iets bijzonders aan de hand was; dat God met haar bezig was. Hij was immers een rechtvaardige! Hij vermoedde dat God grote dingen deed met Maria zijn aanstaande vrouw. En omdat hij een rechtvaardige was, meende hij dat hij God niet in de weg moest zitten. Hij moest God alle ruimte geven, en dat betekende dat hij die ruimte moest maken door van Maria weg te gaan. Anders zou hij God telkens voor de voeten lopen en Maria maar in opspraak brengen. Persoonlijk is die opvatting mij het liefste. Omdat ze veel eerbiediger is en recht doet aan de toonzetting van het evangelie van Matteüs.

Want hoe mooi en gepast Jozefs bescheidenheid ook is, God blijkt hem naast Maria hard nodig te hebben. Hij heeft voor hem ook een rol bedacht, en wel een zeer wezenlijke. Daarom verschijnt er in een droom aan Jozef een engel met de opdracht niet bang te zijn en Maria bij zich te nemen en het kind de naam Jezus te geven. Jezus betekent ‘Hij – dat is God – zal redden’. Want – zo legt de engel uit – hij zal zijn volk redden van het kwaad.

Nou, als dat vandaag geen blijde boodschap is. Eigenlijk is het jammer dat we al heel veel weten over de volwassen Jezus. Want als Matteüs bij de geboorte van dit kind aankondigt dat het ons gaat verlossen van het kwaad, ben ik ontzettend benieuwd naar het vervolg. Wat zal die Jezus dan straks als volwassene gaan doen, dat Matteüs dat durft te schrijven? Hoe gaat Jezus dat straks waarmaken. Je kunt bijna niet wachten om het vervolg van dit verhaal te lezen.

Verlossen van het kwaad. Wat zou dat allemaal in onze dagen niet betekenen: -geen idioten meer die aanslagen plegen of beramen; -geen mensen meer die uit angst voor aanslagplegers op hun beurt geweld gaan gebruiken, of gekke taal uitslaan; -geen ouders meer die scheiden en hun kinderen verdeeld achterlaten; -geen egoïsme meer waardoor de natuurlijke energiebronnen worden uitgeput, diersoorten uitsterven, mensen aan de andere kant van onze planeet in armoede leven, en wij die – onwetend – in stand houden, omdat we geen dief van onze portemonnee willen zijn; -geen oerwouden meer die in hoog tempo worden gekapt; -geen mensen meer in mijn omgeving die verdriet moeten doormaken, en ik sta er machteloos bij… -geen… afijn noemt u zelf maar op.

Vandaag krijgen we te horen dat Hij ons daar allemaal van komt verlossen! Wat een bericht. Zo moet Jozef het ook gevoeld hebben, want ontwaakt, doet Jozef wat hem gezegd wordt – hij is immers een rechtvaardige – en neemt Maria bij zich en heeft geen gemeenschap met haar.

Het is goed hier even pas op de plaats te maken. Ieder die iets van de bijbel afweet wordt herinnerd aan het Oude Testament. Ook daar wordt het verhaal verteld van een Jozef die droomde. Ook die Jozef was een rechtvaardige en leefde naar Gods wet. Ook die Jozef had eerbied voor de vrouw van een ander. Weet u nog, hoe hij als slaaf in het huis van Potifar de hofbeambte door de vrouw van zijn heer werd verleid? En hoe hij daar weerstand aan bood, omdat hij Gods wet eerbiedigde? Het kwam hem zelfs te staan op valse beschuldigingen en gevangenisstraf, maar later zou deze Jozef zijn volk redden van een wisse dood. Welnu, dat zal straks over onze Jozef ook verteld worden: dat hij het pasgeboren kind redt van een wisse dood.

Ook onze Jozef had dromen. En als je Matteüs nauwkeurig leest, blijkt dat die dromen steeds op dezelfde manier verlopen: 1. Jozef droomt; 2. hem verschijnt een engel van de Heer in die droom; 3. die hem iets opdraagt; 4. en wel bíj zich te nemen: in dit geval Maria; straks tot twee keer toe het kind en zijn moeder; 5. hij ontwaakt uit de droom; en 6. doet wat hem is opgedragen.

Hoewel dat vandaag niet is voorgelezen, wil ik toch even met u kijken naar het vervolg van het verhaal. Er verschijnen wijzen in Jeruzalem die koning Herodes vragen naar de pas geboren koning, want ze hebben zijn ster in het oosten gezien. Toen Herodes dat hoorde, werd hij verontrust en heel Jeruzalem met hem. Dat is een verbijsterende zin. Verontrust??? Als degene geboren is die ons van het kwaad gaat verlossen? Verontrust? De koning en heel Jeruzalem met hem. Verontrust: hoe is het mogelijk. Maar – zult u zeggen: ze hadden misschien niet in de gaten om wie het eigenlijk ging. Dat zou je hopen. Maar helaas. De koning laat de bijbelgeleerden uitzoeken, waar degene die ons zal verlossen van het kwaad – de Messias dus – waar de Messias geboren zal worden. Hij weet het donders goed, en de anderen – die ook verontrust zijn! – weten het ook. Ze kunnen de juiste tekst in de bijbel haarfijn vinden.

Ze zijn verontrust, omdat de Messias, redder van het kwaad is gekomen! Je verstand staat er bij stil. En het wordt nog veel krasser. Want Herodes besluit dat kind uit de weg te ruimen. Alsof hij zegt: “De verlosser van het kwaad? Die moet eerst dood!” Verbijsterend. Misschien krijgen we hier wel antwoord op een vraag die we vandaag helemaal niet gesteld hadden. Hoe komt het toch dat er zoveel lijden en kwaad op de wereld is? Hier wordt gesuggereerd: omdat mensen er niet van verlost willen worden! Zegt dat ook iets over u en mij? Is dat zo? Herken ik dat: dat ik eigenlijk ook niet verlost wil worden van het kwaad?

Vandaag krijgen wij de vraag voorgelegd: in wie herken ik mij het meeste – of het liefste: in Herodes of in Jozef? Laten we hopen in Jozef. Want op dit moment van het verhaal krijgt hij weer een droom, die exact op dezelfde manier verloop als de vorige: 1. Jozef droomt; 2. hem verschijnt een engel van de Heer in die droom; 3. die hem iets opdraagt; 4. en wel bíj zich te nemen – nu het kind en zijn moeder en te vluchten naar Egypte; 5. hij ontwaakt uit de droom; en 6. doet wat hem is opgedragen.

Op die manier weet het kind aan een wisse dood te ontsnappen. Als Jozef er niet was geweest, of als Jozef geen rechtvaardige was geweest die steeds deed wat God hem zei, dan zou er – aldus het verhaal – helemaal geen redder van het kwaad geweest zijn. Dát is Jozefs rol in Gods plan. God had hem hard nodig om het leven van de toekomstige Messias veilig te stellen. Hij, die van zichzelf dacht dat hij God alleen maar de voor de voeten zou lopen en dus in stilte bij Maria weg te gaan om God alle ruimte te geven: hijzelf bleek die ruimte die God nodig had op onze wereld. God heeft mensen nodig om zijn plannen, zijn kinderen veilig te stellen.

En zo horen we straks voor de derde keer dat Jozef droomt, en weer met precies dezelfde woorden: 1. Jozef droomt; 2. hem verschijnt een engel van de Heer in die droom; 3. die hem iets opdraagt; 4. en wel bíj zich te nemen – het kind en zijn moeder, en terug te keren naar huis; 5. hij ontwaakt uit de droom; en 6. doet wat hem is opgedragen. En om de herinnering aan de Jozef uit het Oude Testament nog maar eens te onderstrepen, merkt Matteüs op, dat op die manier het woord van de profeet uitkwam: “Ik heb mijn zoon uit Egypte geroepen.” Net zoals de Jozef uit het Oude Testament in Egypte het leven had weten te redden van Gods volk (het kind, de zoon van God), juist zo weet nu deze Jozef in Egypte het leven te redden van Gods Zoon die ons zal verlossen van het kwaad.

Dat had Jozef in zijn stoutste dromen niet durven denken. Dat hij zo’n wezenlijke rol zou spelen in Gods plannen. En daar mogen wij troost uit putten. Want misschien hebben ook wij soms de indruk dat wij niets voorstellen, en dat onze aanwezigheid op deze wereld van geen enkele belang is. Nou – krijgen we vandaag te horen – daar kon je je wel eens in vergissen. Jij mag dan misschien wel van jezelf een geringe dunk hebben, het zou wel eens kunnen zijn dat jij er bent, omdat God jou nodig heeft in zijn plannen. Als jij een rechtvaardige bent… – iemand die doet wat God zegt: wie weet hoezeer je dan niet hebt bijgedragen aan de plannen die God met ons heeft. Wie weet of – achteraf gezien – het voortbestaan van zijn aanwezigheid in deze wereld ook niet van jou afhing, van u en mij afhangt.

 

 

 



dinsdag - 19 mrt

Sneek 08:45 Eucharistieviering - Hoogfeest Sint Jozef

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 20 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Archippus van Kolosse, apostel en martelaar

Archippus van Kolosse (ook Apostel), Klein-Azië (= het huidige West-Anatolië, Turkije); apostel & martelaar; † ca 70.

Afbeelding H. Archippus van Kolosse
ca 1750, maandicoon (detail).
Nederland, Amsterdam, Tóth (iconenkalender).

Feest 20 maart.

Hij zou behoord hebben tot de (tweeën)zeventig, die de Heer destijds op zijn tocht naar Jeruzalem voor zich uit had gestuurd (Lukas 10,01) om zijn komst voor te bereiden. Later moet hij zich dan bij Paulus hebben aangesloten. Deze maakt melding van Archippos in zijn brief aan de Kolossenzen (04,17) en in zijn brief aan Filemon (vers 2), waar hij hem ‘onze wapenbroeder’ noemt. Waarschijnlijk is dat geloofstaal: Paulus en zijn medehelpers moeten de goede strijd strijden om straks in de hemel uit handen van de Heer de overwinningskrans te kunnen ontvangen.

Paulus’ brief aan Filemon begint als volgt: ‘Paulus, gevangene van Christus Jezus, en Timoteus, onze broeder, aan onze beminde medewerker Filemon, Appia, onze zuster, Archippus, onze wapenbroeder, en de gemeente die bij u aan huis samenkomt.’ Op basis van deze tekst gaat de traditie ervan uit dat Archippus toezichthouder (= episkopus = bisschop) is geworden van de gemeente in Kolosse, die in het huis van Filemon en zijn vrouw Appia bijeen kwam. Filemon zelf zou rondtrekkend bisschop zonder zetel geweest zijn, terwijl Appia thuis bleef om de gemeente met vasten en gebed te ondersteunen.

Naar verluidt zouden de drie tenslotte de marteldood gestorven zijn. Zoals gewoonlijk was de gemeente bijeengekomen op het feest van de godin Artemis, dat elk jaar door de heidense wereld werd gevierd. Plotseling vielen de heidenen binnen en namen alle aanwezige christenen te pakken. Omdat Archippus, Filemon en Appia de leiding hadden, werden zij gegeseld, tot hun middel in de grond begraven en vervolgens gestenigd. Filemon en Appia stierven aan hun verwondingen, maar Archippus leefde nog. Hij werd door zijn folteraars weer uit de grond gehaald en aan de kinderen gegeven om er hun wrede spelletjes mee te spelen. Zij haalden messen tevoorschijn waarmee zij hem over het hele lijf toetakelden tot ook hij aan zijn verwondingen bezweek.



woensdag - 20 mrt

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


woensdag - 20 mrt

Blauwhuis 20:00 Parochieavond SintVitus locatie Blauwhuis

Pastorie Blauwhuis, Blauwhuis

Jaarlijkse parochieavond van de locatie Blauwhuis.

In de pastorie.



donderdag - 21 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Serapion van Egypte, woestijnmonnik

Serapion de Sindoniet (ook van Arsinoë of van Egypte), Egypte; woestijnmonnik; † 388.

Afbeelding van H. Serapion van Egypte
2011, Griekse dagkalender.

 

Feest 21 maart.

‘Sindon’ betekent ‘linnen kleed’. Zijn bijnaam ‘Sindoniet’ ontleent Vader Serapion dan ook aan het feit, dat hij altijd gekleed ging in een linnen kleed op het blote lijf. Hij leefde als de vogels: hij had geen vaste verblijplaats en was steeds onderweg met zijn onafscheidelijke evangelieboek in de hand of onder de arm. Dat was het enige dat hij bezat; in die tijd moesten de boeken met de hand afgeschreven worden; ze waren dan ook uiterst kostbaar. Hij las er zo vaak in, dat hij het tenslotte helemaal uit zijn hoofd kende.

Eens kwam hij een arme bedelaar tegen, die rilde van de kou. Prompt gaf hij hem zijn linnen kleed en bleef zelf spiernaakt achter. Toen iemand hem zo zag, vroeg hij: “Serapion, wie heeft jou tot op het blote lijf uitgekleed?” Hij wees naar het evangelieboek en zei: “Dit.” Enige tijd later gaf hij ook zijn evangelieboek weg aan een arme man, die in de gevangenis geworpen dreigde te worden, omdat hij zijn schulden niet kon betalen.

Vader Serapion als circusklant

Bij een andere gelegenheid trok hij met een van zijn leerlingen naar de stad en liet zich als slaaf verkopen aan een troep heidense circusklanten. Hij deed alles wat ze hem opdroegen. Overdag at hij niets; ‘s nachts waakte hij, nam wat water en brood en zegde uren lang de teksten uit de evangeliën op. De leden van de groep kregen hoe langer hoe meer waardering en respect voor hem. Ze raakten onder de indruk van zijn verhalen en levenswijsheid en uiteindelijk lieten ze zich dopen. In de geest van hun nieuwe geloof, wilden zij hun slaaf de vrijheid hergeven en schonken hem zelfs wat geld om een nieuw leven te kunnen beginnen. Daarop maakte Serapion bekend, dat hij als woestijnmonnik nooit slaaf was geweest, en dat hij hun zo royaal geschonken geld niet nodig had. En hoezeer ze er bij hem op aandrongen dat hij bleef, hij vertrok weer om ook anderen tot het ware geloof te brengen.

Vader Serapion in Rome

Volgens de verhalen brachten zijn zwerftochten hem zelfs in Rome. Daar hoorde hij vertellen over een recluus, die een teruggetrokken leven leidde als maagd voor de Heer, en nooit een man wilde ontmoeten.

Hij begaf zich naar haar kluis en liet een dienstmeisje zeggen, dat er een woestijnvader uit Egypte voor de deur stond, die haar graag wilde spreken. Maar zij weigerde een man te ontmoeten. Zo bleef Serapion drie dagen en drie nachten achtereen voor haar deur staan. Tenslotte liet hij haar zeggen, dat God hem naar haar had toegestuurd voor haar geestelijk welzijn. Toen liet zij hem binnen. Serapion vroeg haar: “Wat zit u hier te doen?” Zij antwoordde: “Ik zit niet. Ik ben onderweg.” Hij vroeg: “Waarheen?” “Naar mijn Heer.” “Leeft u of bent al gestorven?” “Ik geloof, dat ik naar het vlees reeds gestorven ben. Het vlees gaat immers niet naar God.” “Als ik dat moet geloven en u het serieus meent, kom dan naar buiten en doe wat ik u zeg.” “Maar vader, ik leef hier al 25 jaar ingesloten. Wat zullen de mensen er wel niet van zeggen, als ik dit zomaar opgeef?” “Kan een dode dan voelen of de mensen hem prijzen of beledigen? Kom naar buiten om in te zien waar u in dwaling verkeert.” Nu besefte de vrouw, dat ze te doen had met een wijs en heilig man. Omwille van de nederigheid gehoorzaamde ze aan zijn bevel en kwam naar buiten. Toen zei Serapion: “Als u werkelijk voor de wereld gestorven bent, loop dan naakt door de stad.” Zij huiverde en besefte, dat ze tot nu toe een veel te hoge dunk van zichzelf had gehad. Zij keerde naar haar kluis terug en legde zich met des te meer ijver toe op de nederigheid.

Vader Serapion in Athene

Een ander verhaal weet te vertellen, dat vader Serapion eens in Athene verbleef en al vier dagen niets gegeten had. Tenslotte begon hij te schreeuwen van de honger. Plaatselijke filosofen kwamen vragen wat dat geschreeuw te betekenen had. Hij antwoordde: “Ik had drie schuldeisers. Twee heb ik er kunnen afbetalen, maar de derde maakt mij nog steeds het leven lastig. De eerste schuldeiser was ‘vleselijk genot’; die heeft mij geplaagd van jongs af aan; de tweede is geldzucht en de derde is mijn maag. De eerste twee heb ik weten af te schudden, maar die derde pijnigt me nog steeds.” Nu gaven de filosofen hem een aantal goudstukken om brood te kopen. Hij ging naar de bakker kocht er een enkel broodje van en liet de rest het geld achter.

Hoe Vader Serapion leerde vasten

Bij een andere gelegenheid vertelde hij over zichzelf, dat hij in zijn jonge jaren leerling was geweest van vader Theodorus († 368; feest 14 mei): “In die tijd had ik zoveel moeite met vasten, dat ik soms zelfs een brood wegnam van tafel om het ‘s nachts, wanneer niemand het zag, op te eten. Maar daar had ik dan weer zoveel schuldgevoelens over, dat het verdriet achteraf groter was dan de voldoening iets gegeten te hebben. Toch kon ik die gewoonte niet opgeven, en ik was ongelukkig. Enige tijd later raakte ik in gesprek met een paar broeders. Zij vertelden, dat het goed was voor je groei in het geestelijk leven, wanneer je je geheimste gedachten voor je geestelijke vader openlegde. Ik had het gevoel, dat die woorden persoonlijk voor mij bestemd waren. In tranen ging ik naar mijn geestelijke vader, wierp mij op de grond en vertelde wat ik gedaan had. Toen sprak mijn leidsman: ‘Heb goede moed, mijn jongen. Want nu je je zo hebt durven vernederen, heb je de boze macht overwonnen.’ En ik voelde hoe er een vlam uit mijn borst verdween. Sindsdien heb ik met Gods hulp die zonde nooit meer bedreven.”

Na een vruchtbaar en arbeidzaam leven voor de Heer, is hij in vrede gestorven, ruim zestig jaar oud.



donderdag - 21 mrt

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


donderdag - 21 mrt

Sneek 14:00 KBO - kaarten/klaverjassen in het Bonifatiushuis

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



vrijdag - 22 mrt

Hele dag Gedenkdag H. Eelko van Lidlum, abt en martelaar

Eelko van Lidlum o.praem., Friesland, Nederland; abt & martelaar; † 1322.

Afbeelding H. Eelko van Lidlum
ca 1940. Gravre van Nico Bulder.  Nederland.
Er vielen louter welriekende rozen uit de pij.

Feest 22 maart.

Eelko was afkomstig uit het aanzienlijke Friese geslacht der Elaukama’s of Liaukama’s. Aanvankelijk was hij pastoor te Berlikum in de Noord-Friese landstreek Het Bildt. Later werd hij benoemd tot abt van het premonstratenzer klooster te Lidlum. Hij leidde een sober en degelijk leven. Vanuit Lidlum bezocht hij de kluizenaars die links en rechts verspreid woonden op het Friese land, maar onder zijn klooster vielen. Sommigen vormden weer eigen leefgemeenschapjes; anderen woonden alleen, maar kwamen ze zo nu en dan bij elkaar om te bidden, te zingen, te eten en te praten. De levensbeschrijver van Eelko merkt op: ‘Hoe verder zij van het klooster af woonden, hoe minder er van hen deugde.’ Er viel op Eelko’s rondreizen dus hier en daar nog wel wat recht te trekken en te verbeteren. Hij deinsde er niet voor terug monniken te berispen of te bestraffen, als dat op zijn plaats was, want Eelko stond bekend als uiterst eerlijk en recht-door-zee. Tegelijk was hij als een vader voor zijn mensen, vriendelijk en altijd bereid tot een nieuw begin.

Zo behoorde ook de gemeenschap van klooster Ter Poorte in Boxum tot zijn mensen. Over hen deden allerlei kwade geruchten de ronde. Omwonenden klaagden over dronkemansgelal, over zuip- en vreetfeesten, over verkwisting en landloperij: ze voerden niks uit en kwamen vervolgens wel bij de boeren bedelen om eten. Op paaszaterdag om twaalf uur, toen de vasten was afgelopen, besloot vader abt zelf eens een kijkje te gaan nemen.

De broeders ontvingen hem met zwier. Het was paasfeest, dus er stond een welvoorziene tafel klaar. Hoewel het vader Eelko’s stijl niet was, liet hij zich verwennen. Intussen vielen er over en weer harde woorden. Uiteindelijk beloofden de grote bekken beterschap: vader abt kon ervan op aan. Zij hadden zijn boodschap begrepen. ‘We drinken erop’ hadden er een paar geroepen. Het was eigenlijk hun bedoeling hem met de zware tafelwijn dronken te voeren. Maar dat mislukte, omdat vader abt zo’n matig drinker was: één glas maar. Er wordt zelfs beweerd dat hij daar al onpasselijk van was geworden en had moeten overgeven. Om geen opzien te baren had hij dat ongemerkt gedaan in de wijde mouw van zijn pij. Zodra hij kon, glipte hij ertussenuit en stak het bruggetje over naar zijn slaapvertrek.

Waarschijnlijk heeft het stel nog een tijd zitten napraten onder het genot van de zware wijn. Diep in de nacht hoorde hij ze in de verte al aankomen. Ze bonsden op de deur. Toen die niet vlug genoeg openging, begonnen ze met overslaande stem en dubbele tong te schelden en sloegen ze een paar ruitjes in om zich op die manier toegang te verschaffen. Ze moesten nog eens even met hem praten. Want hij had dan wel de mond vol over armoede, eenvoud en soberheid. Maar ze hadden nu zelf gezien dat hij geen haar beter was dan zij: hij had net zo geschranst en gepimpeld. U hebt er zelfs van moeten kotsen. Ze gristen Eelko’s pij van de stoel om triomfantelijk de sporen van hun beschuldiging te kunnen aantonen. Tot hun verbazing vielen er echter met een ruisend geluid versgesneden rozen uit zijn pij… Rozen! In de paasnacht!

Woedend waren ze. Ze voelden zich te kijk gezet. Ze scholden hem uit voor tovenaar en duivelskunstenaar. Er had er één een knuppel bij zich; ze sloegen hem er zo hard mee op het hoofd dat het bloed tegen de witgekalkte wanden opspatte en vader abt dood neerviel. Met zijn allen gooiden ze zijn lijk door het venster de gracht in.

De volgende morgen zag een passerende boerin een wit stuk linnen drijven aan de oppervlakte van het water. Toen ze het eruit probeerde te halen, kwam de gruwelijke waarheid aan het licht. Het schijnt dat de booswichten hun straf niet ontliepen.

Hij werd bijgezet in zijn klooster te Lidlum en als een heilige martelaar vereerd. Volgens zeggen zouden er op zijn graf talloze wonderen zijn geschied. Van dit alles is sinds de reformatie geen spoor meer over.

 



vrijdag - 22 mrt

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zondag - 24 mrt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



woensdag - 27 mrt

19:30 Bronnen van Bezieling - Film: The Name Of The Rose

In de Skoalle Heeg



donderdag - 28 mrt

Sneek 14:00 KBO - kaarten/klaverjassen in het Bonifatiushuis

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zondag - 31 mrt - maandag - 30 sep

Sneek 00:00 TV uitzendingen in 2019

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek
http://www.totaaltv.nl/images/kro-en-ncrv-ronden-fusieproces-af.jpg 
 
Ook in 2019 gaan de TV uitzendingen vanuit onze Sint Martinus aan de Singel gewoon door
 
De vieringen beginnen steeds om 10:30 uur en worden live uitgezonden via de KRO/RKK op NPO 2.
Hieraan voorafgaande wordt om 10:15 uur op NPO 2 o.l.v. Leo Fijen het Geloofsgesprek uitgezonden.  
 
Hierbij de lijst met data vanuit onze Sint Martinuskerk:
 

Zondag 31 maart  10.30 uur               –  zondag Laetare-Halfvasten m.m.v. Intermezzo en the Young Angels

Zondag 23 juni 10.30                           –  zondag Sacramentsdag m.m.v. de Vrouwenschola en de Mannenschola

Zondag 4 augustus 10.30 uur             –  zondag van de Sneekweek m.m.v. het Vakantiekoor

Zondag 29 september 10.30 uur        –  26e zondag door het jaar m.m.v. het Caeciliakoor



zondag - 31 mrt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor


apr 2019

datum/tijd evenement

maandag - 01 apr

Sneek 19:30 Bronnen van Bezieling - Iconen

Baptistengemeente Sneek, Sneek

Inleider: Jan Mulder



woensdag - 03 apr

10:00 Bronnen van Bezieling - Martinikring

Easterein / werkgroep



woensdag - 03 apr

Sneek 13:30 Bronnen van Bezieling - Leerhuis

Pastorie Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Inleider: Pastoor P. van der Weide



donderdag - 04 apr

Sneek 14:00 KBO - kaarten/klaverjassen in het Bonifatiushuis

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zaterdag - 06 apr

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zondag - 07 apr

Sneek 11:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. het Caeciliakoor

Onder voorbehoud zal w0rden gezongen:

  • Messe in C (zonder Gloria) van Anton Bruckner
  • Ich will hier bei Dir stehen van J.S. Bach


maandag - 08 apr

Sneek 14:00 KBO-Sneek Ledenvergadering + film: "it Deiboek"

Sint Martinushuis, Sneek

Ledenvergadering KBO – Katholieke Bond voor Ouderen, afd. Sneek
met na afloop film: “it Deiboek” door inwoners van  Blauwhuis.

Opgave bij Gea of Lenie voor 2 april.



woensdag - 10 apr

Sneek 14:15 KBO – BINGOMIDDAG IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op woensdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: Tineke de Jager



woensdag - 10 apr

20:00 Bronnen van Bezieling - Kunst: schilder Caravaggio

Heeg
Inleider: Pastor Lucas



donderdag - 11 apr

Sneek 14:00 KBO - kaarten/klaverjassen in het Bonifatiushuis

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zondag - 14 apr

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Gezinsviering Palmpasen

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Gelegenheidskoor



dinsdag - 16 apr

Sneek 14:30 KBO - Hermien Langelaan runt met haar man een melkveehouderij en kaasmakerij.

Sint Martinushuis, Sneek

Voor leden van KBO-Sneek:

Datum: Dinsdag 16 april
Hermien Langelaan runt met haar man een melkveehouderij en
kaasmakerij. Hermien komt vertellen over hun kaasmakerij. Sinds maart
2013 maken ze kaas van hun eigen blaarkop koeien die op biologische wijze
worden gehouden. Via een presentatie wordt u uitgelegd hoe de kaas wordt
gemaakt. Weet u het verschil tussen gangbare en biologische kaas?
Natuurlijk mag een proeverij hierbij niet ontbreken.
Voor diegene die geen prijsje heeft gewonnen, is na afloop de mogelijkheid
om de kaas te kopen.

Opgave bij Gea of Lenie voor 9 april



donderdag - 18 apr

Sneek 14:00 KBO - kaarten/klaverjassen in het Bonifatiushuis

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



donderdag - 18 apr

Roodhuis 19:30 - 20:30 Gezamenlijke Witte Donderdagviering in Reahûs

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Gezamenlijke Witte Donderdag viering



vrijdag - 19 apr

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Goede Vrijdag viering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met de liturgiegroep en het Ceacilliakoor



zaterdag - 20 apr

Blauwhuis 20:30 - 21:30 Paaswake

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Gelegenheidskoor

 



maandag - 22 apr

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Gezinsviering Paasmaandag

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 


1 2

Powered by Events Manager

Wij willen onze website graag verbeteren

Daarvoor verzoeken wij u ons toe te staan gebruik te maken van cookies. Deze cookies betreffen geanonimiseerde gegevens voor Google-Analytics. Indien u deze cookies afwijst kunt u toch onze gehele website bekijken zonder dat enige data aan een derde partij wordt verzonden.