Evenementenlijst Sint Antoniusparochie

jul 2020

datum/tijd evenement

06 jul - maandag

00:00 - 23:59 Gedenkdag H. Maria Goretti, maagd & martelares

Maria (liefkozend genoemd Marietta) Goretti, Corinaldo bij Ancona, Italië; maagd & martelares; † 1902.

Afbeelding H. Maria Goretti

Feest 6 juli.

Zij werd in 1890 geboren in het Italiaanse plaatsje Corinaldo bij Ancona. Zij was een vroom meisje.

Op haar 11e jaar werd zij slachtoffer van een aanranding. Zij verdedigde zich tot het uiterste tegen haar aanvaller en moest dat met de dood bekopen.

Verering & Cultuur

Op 15 maart 1945 werd het decreet uitgevaardigd over haar martelaarschap en op 27 april 1947 werd zij zalig verklaard.

Tijdens haar heiligverklaring op 25 juni 1950 door paus Pius XII had zich een onafzienbare menigte verzameld op het Sint-Pietersplein in Rome.

Onder hen bevonden zich haar moeder, haar familieleden en zelfs haar moordenaar, die intussen op haar voorspraak in de hemel tot inkeer was gekomen.

Patronaten

Er bestaan en bestonden veel naar haar genoemde scholen en kerken.

In Zonhoven was van 1954 tot 1980 een school, opgericht door de Zusters van Liefde, die het Maria Goretti Instituut heette. Sedert 1982 zijn de gebouwen van het voormalig instituut in gebruik bij de Vrije Middenschool (VMS).

De Sancta Maria Mavo te ‘s-Hertogenbosch is vernoemd naar Maria Goretti. In de wijk Nulland in Kerkrade heeft de Maria Gorettikerk gestaan. Eind 2009 werd de kerk afgebroken. De Maria Gorettistraat bestaat er echter nog steeds.

Scholen voor katholiek basisonderwijs in Nederland vernoemd naar Maria Goretti zijn of waren onder andere gevestigd in Den Haag, Eindhoven, Enschede, Geleen, Gennep, Kamerik, Koningsbosch, Oss, St. Anthonis, St. Willebrord, Rotterdam, Reuver, Maastricht, Langeraar, Ouderkerk aan de Amstel, Sint Joost en Nijverdal (kleuterschool).



06 jul - maandag

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


07 jul - dinsdag

Hele dag Feestdag H. Maria van Den Bosch

MARIA (ook Zoete Moeder) van Den-Bosch, Nederland; 1380.

Afbeelding Zoete Moeder van Den Bosch

ca 1380 Mirakelbeeld Zoete Moeder.
Nederland, Den Bosch, St-Jans-kathedraal.

http://www.heiligen.net/afb/07/07/07-07-1380-maria_1.jpg

Feest 7 juli.

Rond 1380 kwam er in de kerk van St-Jan te Den Bosch een verering op gang voor een Mariabeeld dat aanvankelijk als oud en lelijk werd beoordeeld. Maar het jaar daarna vonden er reeds wonderen plaats bij pelgrims die naar het beeld waren toegekomen.

De verslagen ervan werden zorgvuldig door een notaris opgetekend in een Mirakelboek. De Bossche St-Jan groeide uit tot een van de drukst bezochte Mariabedevaartplaatsen van de Nederlanden.

Dat werd abrupt afgebroken door Den Bosch in 1629 in handen viel van de protestantse prins Hendrik.
Het beeld werd door trouwe gelovigen verborgen en dook vervolgens in Brussel weer op.

Daar ging de devotie onverminderd voort. In 1853 zorgde bisschop Zwijsen ervoor dat het terug kon keren naar de plaats van herkomst.

Intussen was de St-Jan kathedraal, bisschopskerk, geworden.

Maria kreeg een toegankelijke kapel vlakbij de ingang. Daar wordt ze elke dag vereerd door vele bidders temidden van een zee van kaarsen en verse bloemen.

Zoete lieve vrouw van Den Bosch.

Een voorbeeld van de talloze liederen die ter ere van de Zoete Moeder gezongen zijn is het Lied van de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch.

Op bijgaande link is een opname van dit lied te beluisteren door het St. Jabobskoor o.l.v. Sjef van Balkom.

https://www.youtube.com/watch?v=_fw3cmAXvlI



07 jul - dinsdag

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


08 jul - woensdag

Hele dag Gedenkdag H. Landrada van Munsterbilzen, stichteres & abdis

Landrada van Munsterbilzen, België; stichteres & abdis; † ca 691.

Afbeelding van H. Landrada van Munsterbilzen

ca 1650, houtsculptuur.
Duitsland, Geisingen, St-Nikolaas.

http://www.heiligen.net/afb/07/08/07-08-0690-landrada_1.jpg

Feest 8 juli.

Zij was enig kind van Frankische ouders. Haar ouders hadden gehoopt dat zij in haar kinderen het verdriet van hun onvruchtbaarheid enigszins zou kunnen goedmaken. Maar zij gaf de voorkeur aan een maagdelijk leven in dienst van God. Volgens haar levensbeschrijver zou ze hun dat al duidelijk gemaakt hebben vóór zij tien jaar oud was.
In plaats van een leven in ruime vertrekken koos zij een benauwd kamertje waarin zij echter de wijdsheid van het paradijs aantrof. Zij leefde van brood en water, ging zeer eenvoudig gekleed en bracht de dag door in gebed en boete.
Enige tijd later trok zij zich terug in de eenzaamheid om daar het leven van kluizenares te leiden. Wie daar langs ging hoorde haar altijd psalmen en lofliederen zingen. Zomer of winter, zij droeg hetzelfde kleed en ging blootsvoets. De hemel zond zijn goedkeuring door in een nabij gelegen steen de afdruk van het kruis achter te laten.
Voor haar was dat het teken om een daar kerk te bouwen voor Onze Lieve Vrouw. Dus begon ze met haar blote handen struiken weg te halen, het terrein te effenen en stenen aan te dragen. Vervolgens spande ze een draad waarlangs ze een muur begon te metselen. De steen met de kruisafdruk bewaarde ze om als altaarsteen te dienen.

Dat werk op zich was in die tijd een vorm van vernedering, omdat werk alleen maar gedaan werd door slaven, lijfeigenen en onderhorigen; het hoorde bij de laagste maatschappelijke stand. Dat je deel uitmaakte van de hoger geplaatste klassen, bleek juist uit het feit, dat je gevrijwaard bleef van werk. Werk was minderwaardig. Zo zette zij zich tot een activiteit dus, die ver beneden haar stand was.
In feite waren de allereerste monniken, de woestijnvaders daar al mee begonnen. Om het gevecht tegen de slaap te kunnen winnen, dwongen zij zich door handenarbeid als matjes en mandjes vlechten) wakker te blijven. Van lieverlee begon het werk naast het gebed beschouwd te worden als een wezenlijk onderdeel van het monniksleven. Zo konden monniken tot uiting brengen, dat ze als het ware lijfeigene waren in dienst van Jezus, die hen was voorgegaan in nederigheid.

Toen het kapelletje af was, vroeg zij bisschop Lambertus († 705; feest 17 september) om het te komen inzegenen. In de jaren daarna kwamen steeds meer meisjes toegestroomd die haar leven wilde delen. Dat is het begin van klooster Munsterbilsen (= monasterium, klooster in Bilsen). De latere heilige Amalberga († 772; feest 10 juli) kreeg bij Landrada als klein meisje haar vorming.
Volgens een legende liet zij Sint Lambertus waarschuwen dat haar einde naderde: of hij wilde komen. Maar deze was juist afwezig. Toch vertelt het verhaal dat de heilige bisschop zich naar haar toe haastte en de laatste sacramenten toediende. Zo stierf zij, broodmager, languit uitgestrekt op een paar strozakken, omringd door haar geestelijke dochters, in volledige overgave aan haar Heer.

Lambertus zou haar hebben bijgezet in klooster Wintershoven.
[Naar een levensbeschrijving van abt Theodoricus van St-Truiden in: RR2.1640]

Verering & Cultuur
In 980 werden haar relieken overgebracht naar de, inmiddels voormalige, St-Baafsabdij in Gent.



08 jul - woensdag

Hele dag Gedenkdag Zalige Marie Adolphine Dierckx, martelares

Marie-Adolphine (Anna Catharina, roepnaam Kaatje) Dierckx, Tai-Yuan-Fou, provincie Chansi, China; ofm missionaris van Maria & martelares met 6 medezusters en een aantal anderen onder de Boxeropstand; † 1900.

Afbeelding Zalige Marie Adolphine Dierckx

ca 1990. Muurbeeldje
Nederland, Ossendrecht, kapel.

http://www.heiligen.net/afb/07/08/07-08-1900-marie_1.jpg

Feest 8 juli.

Zuster Marie Adolphine Dierckx is één van de zeven Zusters Franciscanessen Missionarissen van Maria, die op 9 juli 1900 tezamen met twee bisschoppen, enkele paters, broeders en huishoudelijke hulpen bij de revolte van de Boksers de marteldood stierven. Deze opstand richtte zich vooral tegen de buitenlanders; men ontzag ook de missieposten niet. Een andere bekende martelaar van diezelfde opstand is de Nederlandse bisschop Ferdinand Hamer, apostolisch vicaris van Zuid-West-Mongolië.

De Bokseropstand ontleent zijn naam aan het geheime ‘Genootschap der Eendrachtige Vuisten’. De leden hiervan maakten tijdens hun oefeningen en rituelen bewegingen die de Engelse waarnemers het meest aan boksbewegingen deden denken: vandaar de ‘Boksers’. De Boksers waren zeer bijgelovig en wraakzuchtig. Zij schreven alle natuurrampen van hun dagen, zoals extreme droogteperiodes en overstromingen, toe aan de ‘vreemde duivels’, waarmee zij de blanke westerlingen bedoelden. Hun uitvindingen en nieuwigheden (zoals bv. telegraafpalen en spoorwegen) zouden de traditionele natuurgeesten vertoornd hebben. Bovendien waren al die westerse vernieuwingen een ramp voor de Chinese economie. Reden temeer voor de Boksers om zich tegen de brengers ervan te keren. Bij hun streven ondervonden zij de machtige steun van de keizerin-weduwe Tzeu-hi.

In 1898 werd bekend dat er een aantal Zusters Franciscanessen Missionarissen naar de franciscaanse Chansi-missie in China gestuurd zou worden om er een hospitaaltje te beginnen. De groep bestond uit zeven zusters waarvan Zuster Hermine Grivot tot overste werd benoemd. Zij was een française uit Beaune, op het moment van haar dood 34 jaar oud! De andere zes waren:

Zuster Maria de la Paix, – in de wereld Marianna Giuliani uit Bolsena, Italië;
Zuster Maria Chiara, – in de wereld Celina Nanetti uit Parma, Italië;
Zuster Maria van de H. Nathalia,- in de wereld Jeanne-Marie Guerguin uit St-Brieuc, Bretagne;
Zuster Maria van St-Just, – in de wereld Anna Moreau uit Nantes, Frankrijk;
Zuster Maria Adolphine, – in de wereld Anna Catharina (‘Kaatje’) Dierckx uit Ossendrecht, Nederland 34 jaar.
Zuster Maria Amandina,- in de wereld Paulina Jeuris uit Schakkebroek, België 28 jr.

Zuster Marie Adolphine werd als Kaatje Dierckx geboren te Ossendrecht op 3 maart 1866. Reeds op 3-jarige leeftijd bleef zij met haar broertjes en zusjes als wees achter. Ze werd opgenomen in een arbeidersgezin. Na haar lagere school ging ze werken op de fabriek in het dorp. Later kreeg zij een betere betrekking te Antwerpen. Maar altijd bleef zij het eenvoudige, vrome meisje dat zij van jongsaf aan was geweest. In 1893 trad ze in diezelfde stad in bij de Zusters Franciscanessen Missionarissen van Maria. Ze kreeg de naam Zuster Marie Adolphine. Zij behoorde tot de zeven zusters die werden uitgekozen om de Italiaanse bisschop Mgr Fogolla als missionarissen te vergezellen naar China. Uit haar uitlatingen voor en bij het vertrek blijkt duidelijk dat zij er rekening mee hield dat de onderneming best wel eens in martelaarschap kon eindigen. Waren er in de maanden tevoren al niet verontrustende berichten binnengekomen over gewelddadigheden van zogeheten Boksers?

In het najaar van 1898 scheepten zij zich in. Op 15 april 1899 arriveerde het gezelschap te Sjanghai. Uiteindelijk bereikte men op de 4e mei de plaats van bestemming, Tai-nien-fou, de hoofdstad van de Chansi-provincie. De zusters openden een apotheekje en brachten een vervallen weeshuis weer op orde.

Aan de rust kwam een einde, toen er een nieuwe gouverneur werd benoemd. Hij verbrak de goede betrekkingen met de Europeanen en haalde de Boksers naar zijn gebied. Dezen begonnen onmiddellijk met hun stemmingmakerij tegen de vreemdelingen en al gauw was een niet-Chinees niet meer veilig op straat. Het weeshuis van de zusters werd ontruimd; de weeskinderen elders ondergebracht met het oog op hun ‘wederopvoeding’. Niet lang daarna kreeg de plaatselijke bisschop, Mgr Grassi, een brief van de gouverneur dat de Europeanen overgebracht zouden worden naar een veiliger oord. In één van de daarop volgende nachten werden de zeven zusters op transport gezet, tezamen met de beide bisschoppen, enige paters en broeders en nog vijftien meisjes. Zij allen hebben zich heel duidelijk gerealiseerd wat hun te wachten stond. Terwijl de gevangenen binnen hun gebeden deden en elkaar moed inspraken, klonk buiten almaar dreigender de roep van de massa: “Dood aan de Europeanen!” Op 9 juli van het jaar 1900 was het zover. Soldaten drongen naar binnen, bonden de gevangenen aan handen en voeten en sleepten ze naar buiten om ze door de straten van de stad te sleuren onder gehuil, gejoel en getreiter van het volk. Zo werden ze voorgeleid aan de gouverneur. Mgr Fogolla zei hem nog: “Wees bedacht op uw heil: als u ons doodt, zal dat niet ongestraft blijven!” Daarop raakte de gouverneur buiten zinnen van woede. Hij schreeuwde dat ze allemaal doodgeslagen moesten worden; nu! Dat gebeurde. De soldaten begonnen in het wilde weg op de gevangenen in te slaan en te hakken tot er geen één meer in leven was.

In de parochiekerk van de H. Gertrudis te Ossendrecht bevindt zich een raam waarop zij staat afgebeeld, waarop ook woorden van haar staan te lezen: “God mag mij klieven: ik ben zijn brandhout.”

Verering & cultuur

Op 24 november 1946 werd zij tezamen met 28 andere martelaren van de Bokseropstand door Paus Pius XII zalig verklaard. In haar geboortehuis te Ossendrecht is sinds 1966 een kapelletje ingericht ter ere van haar. Sinds 2 maart 1989 is zij ook te zien in de zogeheten eregalerij bovenin de apsis van de kathedrale Sint Bavo-kerk te Haarlem.



08 jul - woensdag

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


09 jul - donderdag

Hele dag Feestdag HH 19 Martelaren van Gorkum

Negentien Martelaren van Gorkum; heilig; † 1572.

Afbeelding HH Martelaren van Gorkum

Het debat op de vooravond van de terechtstelling van de Negentien Martelaren van Gorkum.
Op de voorgrond een franciscaan met gestrekte arm: moet Nicolaas Pieck zijn.
Half zichtbaar achter hem: Lenaert van Vechel, enigszins voorovergebogen, met de hand op de Bijbel.
Op de voorgrond rechts, met rode muts, Lumey, leunend op zijn zwaard.
Naast hem gezeten een een aandachtig luisteraar.
Achter die twee Andries Cornelissen van de nieuwe leer, herkenbaar aan zijn domineesbef.
ca 1900, verguld houtsnijwerk;
Nederland, Den Haag, St-Jacobuskerk

http://www.heiligen.net/afb/07/09/07-09-1572-martelaren_28.jpg

Feest 9 juli.

Adriaan Janszen van Hilvarenbeek
Andries Woutersz
Antonius van Hoornaar
ofm
Antonius van Weert
ofm
Claes Pieck
ofm
Claes van Poppel
Cornelis van Wijk
Dirk van der Eem
François de Roye
ofm
Govaert van Duynen
Govaert van Melver
ofm
Jacques Lacops
o.praem.
Jan van Hoornaar
op
Jan Lenaertsz van Oisterwijk
augustijner koorheer
Jeronymus van Weert ofm
Lenaert van Vechel
Nicasius van Heeze
ofm
Pieter van Assche
ofm
Willehad de Deen
ofm

Inleiding

In de vroege morgen van vrijdag 27 juni van datzelfde jaar gaf de stad Gorkum zich over aan de Geuzen onder voorwaarde dat allen – dus ook de geestelijken, die in de verdedigingswerken hun toevlucht hadden gezocht – een vrije aftocht zouden krijgen. De geuzen beloofden het, maar eenmaal in de stad waren zij hun beloften ten aanzien van de geestelijken vergeten. Zij hielden ze voorlopig in hechtenis: het ging om de beide pastoors van de grote Sint-Janskerk, enkele kanunniken en de franciscanen uit het klooster in de Arkelstraat. Van het begin af aan stond vast, dat zij naar het hoofdkwartier in Den Briel zouden worden overgebracht om daar te worden gehangen. Maar voor het zover was hadden zij nog een ware lijdensweg te gaan, die in heel veel opzichten leek op de lijdensweg van Jezus zelf. Waar ze maar konden onderwierpen de geuzen hun slachtoffers aan pesterijen, vernederingen of zelfs lichamelijk geweld.

Op maandag 30 juni werden er twee burgers terechtgesteld. De pastoor van de grote kerk, Lenaert van Vechel, werd uit de gevangenis gehaald om de twee slachtoffers bij te staan in hun laatste ogenblikken. Door dit gebeuren sloeg de stemming in de stad enigszins om ten gunste van de gevangenen. Daarom lieten de geuzen de pastoor op vrije voeten en bevalen hem om op 2 juli, het feest van Maria Visitatie, in de kerk een passende preek te houden. Ze hoopten, dat de goede man intussen zo geïntimideerd was door de behandeling van de laatste dagen, dat hij wel ten gunste van de nieuwe leer zou preken. Het tegendeel was waar. Voor een afgeladen kerk waarschuwde hij voor de leer en de handelwijze van de veroveraars. Onmiddellijk daarna kwam zijn zus Maria hem smeken mee te gaan naar zijn bejaarde moeder in Den Bosch, die ernstig ziek was. Ongemoeid verlieten zij de stad, staken de rivier over naar Woudrichem, maar aan de overkant werden ze achterhaald door woedende geuzen. Pastoor van Vechel werd weer bij de andere gevangenen gevoegd.

Intussen deden invloedrijke familieleden en kennissen pogingen hun dierbaren vrij te krijgen. Tevergeefs. Niet alleen, omdat de bezetters daar niet van wilden weten (of de losprijs moest wel uitzonderlijk hoog zijn, zoals in een enkel geval bleek!), maar ook omdat de gardiaan van de franciscanen zelf, Claes Pieck, alle aanbiedingen rond zijn persoon van de hand wees. Zolang zijn medebroeders vastzaten, diende hij bij hen te zijn en nergens anders.

In de dagen die volgden, waren het Claes Pieck en pastoor Lenaert van Vechel die het meeste te lijden hadden van de wrede spelletjes, die de geuzensoldaten zo nu en dan met hen kwamen spelen. Ook de ondergardiaan Jeronymus van Weert, die in de ogen van de geuzen met zijn forse, ronde gestalte het meest beantwoordde aan het gehate beeld van de smulpaap, moest het ontgelden.

Intussen was op 3 juli pastoor Jan uit Hoornaar aan de gevangenen toegevoegd. Toen de voltallige geestelijkheid van Gorkum eenmaal vastzat, had hij vanuit het vijf kilometer verderop gelegen Hoornaar de hoogstnodige taken overgenomen, zoals dopen en bedienen. Zo pendelde hij herhaaldelijk tussen Gorkum en zijn woonplaats heen en weer, totdat ook hij door de geuzen gegrepen was en bij de anderen gevoegd.

In de late avond van zaterdag 5 juli werden de geestelijken van hun bovenkleren ontdaan en in het ruim van een schuit gestopt, die hen naar Dordrecht zou brengen. Waarschijnlijk omdat dit allemaal lang niet erg genoeg was, werden ze onderweg overgeladen op een oude mosselschuit, waarvan het ruim stonk en glibberde van aangekoekte bedorven mosselen. Na een korte onderbreking op zondag in Dordrecht, waar de gevangen voor de zoveelste keer werden blootgesteld aan hoon en smaad van de bevolking, bereikten ze in de vroege ochtend van maandag 7 juli Den Briel.

Eenmaal uitgeladen moesten de gevangen een processie vormen, religieuze leideren zingen (die door de geuzen met rauwe kelen werden meegebruld) en rond een daar opgestelde galg lopen. Toen men er genoeg van had, werden ze in een kerker gestopt, waar het daglicht niet doordrong en die vochtig was van ongedierte en menselijke uitwerpselen.

Op dat moment bleek dat er nog andere priesters gevangen zaten: Andries Wouters, de pastoor van Heinenoord, en twee norbertijnen: Adriaan van Hilvarenbeek en Jacques Lacops. Zij behoorden tot het klooster van Middelburg en waren van daaruit gestationeerd in Monster om er de zielzorg voor hun rekening te nemen. Op slinkse wijze waren ze daar ‘s nachts door rondschuimende geuzen uit de pastorie gelokt en meegetroond naar Den Briel. Onderweg hadden de intussen dorstig geworden geuzen aan vissers die op het punt stonden de zee op te gaan, gevraagd of ze hun pastoor wilden ruilen tegen een vat bier. Daar zagen de zeelui niets in.

De middag van de 7e juli werden allen aan een verhoor onderworpen. Ieder kreeg een laatste kans zijn geloof te verzaken en vrij man te worden. In de middag van de dag daarna, dinsdag 8 juli, werd in het bijzijn van aanvoerder Lumey een heus theologisch debat georganiseerd tussen enkelen van de gevangenen en twee predikanten van de nieuwe leer, van wie een zekere Andries Cornelissen het woord deed, terwijl zijn secondant, Cornelis Corstenz niet beter wist te doen dan telkens uit te roepen: “Hang ze toch op!”

Andries Cornelissen opent het dispuut en stelt voor te spreken over het zuivere woord van God, dat – zo voegt hij eraan toe – door de onware prediking en de bedorven uitleg van de papisten vervalst is.

Daarop vraagt Lenaert van Vechel: “En wat is dan het zuivere woord van God?”

Andries antwoordt: “Het Oude en Nieuwe Testament.”

Lenaert: “Wat verstaat u onder het Oude en Nieuwe Testament? Bedoelt u de geschriften die zo heten?”

Na een bevestiging van Andries vervolgt Lenaert: “Van wie hebt u de leer en de zekerheid ontvangen, dat de schriften van de beide testamenten het Woord van God zijn? Wie heeft u dit overgeleverd en welk bewijs kunt u hiervoor aanvoeren?”

En Claes Pieck voegt er nog aan toe: “Neemt u het evangelie aan? Van wie hebt u dat dan ontvangen? Wie hebben u geleerd, dat het ene evangelie door de apostel Mattheus, het andere door Johannes geschreven is?”

Andries Cornelissen zwijgt, omdat hij heel goed beseft, dat zijn beide ondervragers hem in het nauw drijven. Omstanders beginnen zich ermee te bemoeien en vragen hun eigen Andries spottend of hij nu al het antwoord schuldig moet blijven. Met een ongelukkig gezicht merkt deze op: “U snapt toch wel waar zij heen willen? Zij willen mij laten zeggen dat het Woord Gods tot ons is gekomen door de overlevering van hun afgod, de anti-christ, de roomse paus. Doorziet u hun list dan niet?”

Lenaert van Vechel reageert: “Als wij over de Schriften willen disputeren, zoals u voorstelde, en als wij in het vervolg daaruit willen putten, dan moet toch eerst vaststaan, dat wat er in het Oude Testament vervat is, de heilige Schrift en het Woord van God is?”

Nu grijpen de omstanders in. Zij beseffen, dat hun predikanten verloren hebben.

Jeronymus van Weert wordt nog aan de tand gevoeld, evenals de twee norbertijnen en waarschijnlijk ook de onderpastoor Claes Poppel. Maar allen getuigen standvastig van hun geloof. Daarmee is hun doodvonnis getekend. In de vroege morgen van 9 juli worden ze tot op het blote lijf uitgekleed en een voor een opgehangen.

Verering & Cultuur

Volgens zeggen zou de claris Katharine Simonis, woonachtig in het klooster van de Duitse stad Trier, op het moment zelf in de geest de marteldood van de 19 hebben geschouwd, alsof ze erbij was. Zij stierf nog in hetzelfde jaar 1572: op 12 november.

Hun verhaal werd op schrift gesteld door Willem van Est (ook Gulielmus Estius: † 1613; feest 20 september) op basis van aantekeningen van zijn broer Rutger die in 1592 gestorven was. Op 14 november 1675 werden de martelaren door paus Clemens X († 1676) zalig verklaard. Bijna tweehonderd jaar later, 29 juni 1867 volgde de heiligverklaring door paus Pius IX († 1878).

In 1932 werd op het martelveld een ruime stenen kapel gebouwd. Tezamen met de plaatselijke parochiekerk groeide dit alles tot een bedevaartplaats, die steeds drukker bezocht wordt.

De 19 martelaren zijn patroons van de Missievereniging ‘China’ te Weert.

Afgebeeld.

Ieder van hen wordt afgebeeld in de passende geestelijke kledij en met een strop om de hals; soms met kelk of monstrans in de hand (teken van hun geloof in de eucharistie).



09 jul - donderdag

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


10 jul - vrijdag

Hele dag Gedenkdag H. Amalberga van Munsterbilsen, maagd & kloosterlinge

Amalberga (ook Amalia) van Munsterbilsen (ook van Bilsen, van Gent, van Tamise of van Temse) osb, maagd & kloosterlinge; † ca 772.

Afbeelding H. Amalberga van Munsterbilsen

Amalberga (of Amelia) met haar steur.
ca 1930, glasschilderkunst. België, Geraardsbergen, St-Bartolomeus.

http://www.heiligen.net/afb/07/10/07-10-0772-amalberga-munsterbilsen_2.jpg

Feest 10 juli

Zij werd geboren rond 700 in een plaatsje dat destijds Villa Rodingi heette en in de Ardennen lag; in die naam kunnen we nog horen hoe men bomen heeft moeten rooien om de plek te kunnen bewonen.
Een huwelijk met Karel Martel († 741) wees ze af. Om dat duidelijk te maken liet ze haar haren afknippen en vluchtte naar Munsterbilsen om benedictines te kunnen worden onder de heilige abdis Landrada († ca 690; feest 8 juli).
De legende weet te vertellen hoe zij onderweg op haar vlucht aan Karel wist te ontkomen. Aanvankelijk had zij zich in een verborgen hoekje verstopt, maar hij wist haar te pakken en trok haar met zo’n geweldige ruk naar zich toe dat zij haar arm brak en haar schouder verrekte. Maar op hetzelfde moment genazen haar wonden, wurmde zij zich los en werd door een steur naar de overkant van de Schelde gedragen. Er worden van haar nog andere wonderen verhaald. Zo zou ze bij de Gete in Brabant een duivelin hebben verjaagd en in een zeef een bron naar Temse hebben gebracht.
Ze stierf in Temse, dat toen nog Villa Tempsica heette.

Verering & Cultuur

Ze werd begraven in Munsterbilzen, maar in 1073 werden haar relieken overgebracht naar de St-Pietersabdij te Gent.

Bij die gelegenheid werd ze verheven tot de eer der altaren, wat gelijkstond aan een heiligverklaring.
Op zaterdag voor en vooral dinsdag na Pinksteren vindt in Temse de processie ter ere van Sint Amalberga plaats. Deze wordt nog eens herhaald op de laatste zondag van september.
Er wordt soms een ondeugend liedje gezongen:

‘Dat is Amalbergs kapelleke,
We hebben het zelf gebouwd,
al van ons eigen gelleke,
en van gestolen hout.’

Ook het Vlaamse plaatsje Mater kent op 10 juli een Amalbergaviering.

Patronaten
Zij is patrones van Temse; bovendien is ze beschermheilige van boeren (ze bevrijdde akkers van schadelijke vogels), van schippers en zeelieden (het schip dat haar relieken naar Gent overbracht voer uit eigen kracht stroomopwaarts; een steur zwom mee…).
Ze wordt aangeroepen tegen koorts, pijn in de armen en schouders, kneuzingen en rode koorts; en tegen schipbreuk.
Ze wordt afgebeeld als benedictines; haar voet op een gekroond hoofd (wees vorstelijk huwelijk af); grote steur (hielp haar tijdens haar vlucht voor Karel Martel en begeleidde de boot die haar relieken naar Gent vervoerde); soms heeft ze een zeef in de hand (bron in Temse); met zeef aan een bron; met wilde ganzen.

Zij wordt vaak verward met Amalberga van Maubeuge († ca 690; feest 10 juli), die bijna honderd jaar eerder leefde, maar op dezelfde dag wordt gevierd.



10 jul - vrijdag

19:00 Eucharistieviering



11 jul - zaterdag

Hele dag Feestdag H. Benedictus van Nursia, patroon van Europa

Benedictus van Nursia (ook van Norcia) osb, Monte-Cassino, Italië; stichter & abt; † 550.

Afbeelding H. Benedictus van Nursia

ca 1930. Sculptuur
Italië, Montecassino
Dood van Benedictus.

http://www.heiligen.net/afb/07/11/07-11-0547-benedictus_16.jpg

Feest 11 juli.

Benedictus werd ca 480 te Nursia in het Italiaanse Umbrië geboren. Hij was van adellijke afkomst. Na zijn studies te Rome leidde hij drie jaar lang het leven van een woestijnmonnik in de eenzaamheid van een grot te Subiaco ten oosten van Rome. Vervolgens kwam hij aan het hoofd te staan van een naburig klooster: Vicovaro. Maar na een verijdelde vergiftigingspoging door de monniken daar keerde hij naar Subiaco terug. Daar legde hij de basis voor een aantal kloostergemeenschappen, die op de leest van zijn idealen waren geschoeid.

Dit wordt in de legenda Aurea van Jacobus de Voragine († 1297; feest 13 juli) als volgt verteld.

Benedictus-Legende

Benedictus woonde in een spelonk waar hij zich in de eenzaamheid van het kluizenaarsleven aan God toewijdde. Stilaan kwam hij in steeds hoger aanzien te staan bij zijn omgeving. Toen de abt van een naburig klooster stierf, kwamen de monniken van daar vragen of hij niet hun overste wilde worden. Benedictus weigerde lange tijd. Hij voerde aan dat hij, gezien hun levenswijze, niet de overste was die zij moesten hebben. Maar uiteindelijk stemde hij erin toe. Hij paste de door hem geschreven regel consequent toe, zodat de monniken zich erover begonnen te beklagen dat ze hem als overste hadden gevraagd. Vandaar dat ze op een dag gif door zijn wijn deden. Ze gaven hem het goedje te drinken vlak voor het slapen gaan. Zoals gewoonlijk maakte Benedictus een kruisteken over de glazen beker, waarop deze onmiddellijk in stukken brak, alsof er een steen tegenaan was gekomen. Nu begreep Benedictus dat er gif in de beker had gezeten, anders zou er bij het maken van het kruisteken niets gebeurd zijn. Hij stond op en rustig glimlachend sprak hij: “Moge de almachtige God jullie vergiffenis schenken, mijn broeders. Maar heb ik jullie destijds al niet gezegd dat jullie levenswijze niet de mijne was?” Daarop keerde hij terug naar de spelonk die hij indertijd had verlaten. Daar werd zijn heiligheid herhaaldelijk bevestigd door allerlei wonderen. Er kwamen zoveel gelovigen om hem gezelschap te houden dat hij op zijn minst twaalf kloosters stichtte. Tegen zijn 50e verhuisde hij met zijn monniken naar Monte Cassino en stichtte daar het klooster dat nu wordt beschouwd als de wieg van het West-Europese kloosterleven.

Op een avond tijdens het souper gaf Benedictus één van de monniken de opdracht om tafel te dienen en de kaarsen aan te steken. Nu was deze monnik de zoon van een senator. Hij begon te mopperen: “En wie is dat dan helemaal wel dat ik hem zou moeten bedienen aan tafel en dat ik de lichten voor hem zou moeten aansteken?” Maar de heilige vermaande hem: “Kijk in je hart, mijn zoon, kijk in je hart.” Daarop riep hij de andere broeders, liet aan die monnik de lamp uit handen nemen en gaf opdracht hem in zijn cel op te sluiten.

Eens brak er een geweldige hongersnood uit in heel Campania. In het klooster van Sint Benedictus ontdekten de monniken dat ze nog maar vijf broden hadden. Benedictus zag hoe bezorgd ze daarover waren; daarom gaf hij hun op zijn bekende milde toon een waarschuwing om hun erop te wijzen dat ze zich met kleinzielige dingen bezighielden. Tenslotte merkte hij op: “Hoe kunnen jullie nu zo inzitten over zo’n onbelangrijk detail? Akkoord, vandaag is er geen brood. Maar wie zegt dat je morgen niet alweer brood in overvloed hebt?” Inderdaad vond men de volgende morgen voor de ingang van Benedictus’ cel tweehonderd mud meel. Tot op de dag van vandaag is men er niet achter gekomen door middel van welke goede gever die balen daar kwamen. Bij het zien van dat wonder brachten de broeders dank aan God. Tegelijkertijd hadden ze geleerd niet te wanhopen in tijden van schaarste.

Eens kwam er een hongersnood over die streek. Benedictus liet alles wat ze maar konden vinden aan de armen geven. Voor het klooster bleef er niets over dan een klein beetje olie in een glazen kruik. Maar Benedictus gaf aan broeder econoom opdracht ook dat laatste beetje olie aan de armen te geven. Maar dat weigerde de econoom: dan zou er voor de broeders helemaal niets meer zijn. Toen Benedictus dat hoorde, gooide hij de kruik met olie en al door het raam naar buiten, want hij wilde niet dat er zich ook maar iets in het klooster bevond dat het resultaat was van ongehoorzaamheid. Maar hoewel de glazen kruik op de harde rotsgrond viel, brak ze niet, en er ging geen druppel olie verloren. Benedictus liet zich de kruik terugbezorgen en gaf ze aan een arme. Op datzelfde moment begon een groot vat in de kelder zich te vullen met olie, zodat het zelfs overliep en de vloer helemaal blank stond.

Benedictus schreef zijn regel, waaruit de aanbeveling Ora et Labora (= Bid en Werk) wereldberoemd is geworden. Vooral dat ‘werk’ was in die tijd een doorbraak. lmmers werk was voorbehouden aan de laagst geplaatsten in de maatschappij: aan slaven en lijfeigenen. Adel en geestelijkheid werkten niet. Wanneer nu Benedictus niet alleen studie, maar ook werk voorschrijft naast gebed, vraagt hij daarmee van zijn monniken een houding van de minste der mensen; zij waren vaak van adellijke afkomst en voor hen was werken beneden hun rang en waardigheid. Tegelijk zou je achteraf kunnen opmerken, dat ‘werk’ sindsdien een steeds hoger maatschappelijke waarde is geworden!

Overal in Europa zouden zich de komende eeuwen volgelingen van Benedictus vestigen, en door hun werk kunst en cultuur bevorderen. (In Noord-Nederland hebben zij dijken aangelegd en landbouwgebieden aan het water onttrokken; alsmede bos- en wildgebied ontgonnen). Kloostergemeenschappen die niet op Benedictus teruggingen, maar bv. op Ierse abten, verruilden vaak in de loop der tijden hun meestal veel rigoureuzer regel voor die van Benedictus. Diens regel blijkt in de praktijk het best het evenwicht te bewaren tussen theorie en praktijk; tussen zelfheiliging en naastenliefde, tussen aktiviteit en contemplatie; tussen praktisch organisatievermogen en wijsheid.

Patronaten

In 1964 benoemde paus Paulus VI hem tot patroon van Europa. Paus Pius XII had hem in 1957 reeds uitgeroepen tot patroon van de grotten- en holenonderzoekers.

Daarnaast wordt hij van oudsher aangeroepen door koperslagers en kopergieters. Dat gaat terug op de legende dat er bij de bouw van Monte Cassino een vuurspuwend afgodenbeeld opgegraven werd; op een gebed van de heilige hield het op. Vandaar dat koperslagers en met vuur werkende kopergieters hem als patroon kozen.

Op grond van de gebeurtenissen in zijn leven werd hij patroon tegen vergiftiging en tovenarij.

Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen nierstenen. Dat komt, omdat keizer Hendrik niet wilde geloven dat Monte Cassino relieken van de heilige bezat. Daarop verscheen Benedictus aan de keizer, terwijl deze verging van de pijn vanwege nierstenen. Hij bevestigde dat de monniken inderdaad relieken van hem hadden en beloofde dat de keizer van zijn pijnlijke kwaal te genezen: hij hoefde alleen maar op te staan; dan zou hij drie nierstenen vinden. Dat was dan meteen het bewijs dat er inderdaad relieken waren. De keizer stond op en was inderdaad van dat moment verlost van zijn kwaal.

Daarnaast wordt zijn voorspraak ingeroepen tegen lepra, gordelroos en ontstekingen. Ooit genas hij een kind dat door de lepra was aangetast.

Ook wordt hij aangeroepen tegen koorts, omdat hijzelf op de door hem voorspelde dag aan een koortsaanval stierf.

Na zijn dood verscheen hij, omringd door de een menigte broeders die liturgische gezangen zongen, aan een stervende broeder. Hij beloofde de broeder hem daarheen te geleiden waar hijzelf ook was. Later zou de heilige Geertruida van hem zeggen dat hij in het uur van de dood een “wal was tegen de valstrikken van de duivel”. Zo werd hij ook patroon van de stervenden.

Vanwege zijn aandacht voor kinderen en leren werd hij daarnaast patroon van schoolkinderen.

Afgebeeld

Hij wordt vaak afgebeeld als abt (soms met puntmuts, vaak met staf); gekleed in het zwarte Benedictijner habijt; met een raaf die een stuk brood in zijn bek heeft (volgens de legende zou het een raaf geweest zijn die het vergiftigde brood dat voor hem bestemd was, bij hem weghaalde); dikwijls ook met zijn heilige zus Scholastica; een enkele keer met een doornstruik (volgens zijn levensbeschrijving zou hij op een moment dat hij sterk werd bekoord tegen de onkuisheid zich naakt in een doornstruik hebben rondgewenteld om zo de bekoring eens en voorgoed de baas te zijn: wat ook inderdaad gebeurde: het hielp!).



11 jul - zaterdag

Sneek Hele dag We steken een kaarsje op voor..

Bonifatiushuis, kapel, Sneek

We steken een kaarsje op voor:

Alle bewoners en allen die helpen,
Jan Brouwer- Familie Brouwer-Palsma,

voor alle volgelingen van Benedictus in onze streken,

zuster Jacobi Lemmens,
overleden familie Vallinga-Siemonsma,

Arnold en FolkeertTerveer



12 jul - zondag

Hele dag Gedenkdag H. Menou van Quimper, bisschop

Menou (ook Meno, Menolf, Menoux, Menovius, Menulfus, Menulphus of Nolf) van Quimper, Bretagne Frankrijk; bisschop; † na 600.

Afbeelding H. Menou van Quimper

Buste en relikwieënkastje van Sint Menou. Kerk van Saint-Menous.

Feest 12 juli.

Menou was van Ierse afkomst en leidde aanvankelijk het teruggetrokken leven van een kluizenaar. Maar bisschop Corentin II van het naburige Quimper, in het uiterste westen van Bretagne, kwam hem herhaaldelijk opzoeken. Hij bewonderde zijn wijsheid en godsvrucht. Hij bevestigde hem in zijn godgewijde levenswijze, wijdde hem priester en gaf hem onbewust de best denkbare vorming om hem straks op te volgen. Toen Corentin gestorven was, werd Menou dan ook door alle stemgerechtigde aanwezigen uitgeroepen tot nieuwe bisschop.

Er schijnt eens een gevangene geweest te zijn die beloofde christen te worden, als bisschop Menou ervoor kon zorgen dat hij vrijgelaten zou worden. De bisschop kreeg dat inderdaad bij de overheid voor elkaar, en de gevangene hield woord: hij liet zich door Menou zelf dopen. Met een aantal geestelijken uit zijn omgeving bezocht Menou de graven van de apostelen in Rome. Op de terugweg stierf hij in de buurt van Bourges te Mouilly, dat sindsdien naar hem is genoemd: St-Menoux. Hij werd begraven op de meeste eenvoudige plek van het plaatselijke kerkhof.

Verering & Cultuur

Maar door een wonder dat op zijn graf gebeurde besloot een plaatselijke heer, Arcadius, er een kerk te bouwen ter ere van de overleden bisschop. Er werd een vrouwenklooster naast gebouwd. In de negende eeuw verhief de derde abdis, Adalgise, Menou tot de eer der altaren. Hoewel het klooster reeds lang verdwenen is, worden de relieken van de heilige bisschop nog altijd vereerd in de oude kerk, die thans dienst doet als parochiekerk.

In Bretagne zelf is hij vrijwel onbekend, waarschijnlijk omdat hij buiten de streek is overleden. Wel herinneren een aantal namen van Bretonse plaatsen aan hem, zoals Pont Menou, Le Vau-Meno en Kermeno. Waarschijnlijk gaat ook de parochiekerk St-Nolf in het bisdom Vannes op hem terug.



12 jul - zondag

Heeg 09:30 - 10:30 Eucharistieviering, Pastoor P. v.d. Weide

Sint Josephkerk – Heeg, Heeg

 voor Marjan van der Veen – Andringa,
voor Rein van der Wey.



12 jul - zondag

Roodhuis 09:30 - 10:30 Woord-en communieviering met Jan Mulder

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Dent u om het PROTOCOL Bijwonen Liturgievieringen



12 jul - zondag

Sneek 11:00 Eucharistieviering - Verjaardag pastoor Van der Weide

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. leden van het Sint Caeciliakoor o.l.v. F. Haaze, dirigent en H. de Haan, organist



13 jul - maandag

Hele dag Feestdag H. Henricus II, keizer & stichter

Henricus (ook Heinrich) Keizer II, Bamberg, Duitsland; keizer & stichter; † 1024.

Afbeelding H. Henricus

< 1900. Boekversiering in Butler: ‘Lives of the Saints’, Engeland, Londen.

http://www.heiligen.net/afb/07/13/07-13-1024-henricus_7.jpg

Feest 13 juli.

Hendrik de Goede werd in 973 in de Zuid-Duitse landstreek Beieren geboren. Zijn opleiding kreeg hij bij Wolfgang van Regensburg. In 1002 beklom hij de troon en in 1014 werd hij door de paus in Rome tot keizer gekroond. Zijn huwelijk met keizerin Cunigonde bleef kinderloos. Mede daardoor besteedde hij veel aandacht aan het geloofsleven van zijn onderdanen, aan de levenswandel van de geestelijken en aan de bevordering van het kloosterleven. Hij stichtte het bisdom Bamberg en liet er op zijn kosten de beroemde domkerk bouwen. Daar werd hij ook begraven. Het beroemde grafmonument, waarin hij en zijn vrouw Cunegonde, zijn bijgezet, trekt tot op de dag van vandaag duizenden bezoekers.

Jacobus de Voragine vertelt in zijn Legenda Aurea

“Vlak na het afsterven van keizer Henricus trok er een hele stoet duivels voorbij aan een cel van een kluizenaar. Gestoord door het lawaai deed hij zijn raampje open en vroeg aan de laatste van het stel wie zij waren. Het bleken duivels te zijn die onderweg waren naar het sterfbed van keizer Henricus. Misschien viel er wel iets voor ze te halen…”

Dit verhaal komt overeen met een droom die de keizer kort voor zijn dood zou hebben gehad. Die droom staat afgebeeld op zijn grafmonument in de kerk van Bamberg. Hieronder de afbeelding, de legende en de afloop van Jacobus de Voragine’s versie ervan.

Legende bij de afbeelding

“Kort voor zijn dood had de keizer een zware droom. De volgende dag vertelde hij erover aan zijn personeel. Hij droomde dat hij al dood was. Daar verschijnt Sint Michaël met de weegschaal om zijn goede en kwade daden tegen elkaar af te wegen. Van rechts komen er een paar duiveltjes aangeslopen die de weegschaal naar hun kant omlaag beginnen te trekken. Ze moeten er hard voor werken, maar ze zijn er toch behoorlijk zeker van dat zij in hun opzet zullen slagen… Dat kan je zien aan de manier waarop het onderste duiveltje vrolijk met zijn staart kwispelt. De keizer neemt dat alles waar en begint steeds ongeruster te worden. Hij staat er links wat stilletjes, bijna als een stout kind dat in de hoek is gezet. Maar hij vraagt om hulp aan zijn lievelingsheilige, Laurentius. Hij had immers hem ter ere een gouden kelk geschonken aan Merseburg bij Eichstätt. Daar verschijnt dus de heilige en deponeert die kelk op de schaal met goede daden. Onmiddellijk slaat ze door en wel zo heftig, dat het duiveltje dat juist op de andere schaal was geklauterd, als het ware gelanceerd wordt en zich nog maar ternauwernood aan de ophangkettingen kan vastklampen. De keizer kan opgelucht adem halen: hij is gered. Maar de keizer is een voorzichtig man. Hij gluurt, zoals we zien, voor alle zekerheid eerst over de schouder van Laurentius om te zien of de kelk inderdaad de doorslag geeft. Nu pas kan hij opgelucht adem halen.”

Vervolg van de Legenda Aurea

“… Toen ze op de terugweg weer bij die kluizenaar voorbijkwamen, moest de duivel toegeven dat ze bot hadden gevangen. Hij vertelde: ‘Toen de zonden van de keizer op de schaal lagen, en wij al bijna zeker juichten om onze overwinning, kwam die geschroeide Laurentius erbij en legde op de andere schaal een of andere zware drinkbeker. Toen sloeg de zaak naar die kant door en wij gingen de lucht in. Van pure woede heb ik van die beker een oor afgebroken.’ Die beker was in werkelijkheid een kelk die de keizer aan de kerk van Eichstätt geschonken had ter ere van de heilige Laurentius, want daar had hij een bijzondere verering voor. Inderdaad bleek dat er na de dood van de keizer een oor van die kelk af was…”

Verering & cultuur

Hij werd in 1146 door paus Eugenius III heilig verklaard.
Paus Pius X riep hem uit tot patroon van de oblaten der benedictijnen.


13 jul - maandag

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


14 jul - dinsdag

Hele dag Gedenkdag H. Camillus de' Lellis, priester & stichter

Camillus de’ Lellis, Rome, Italië; priester & stichter; † 1614.

Afbeelding H. Camillus de’ Lellis

Blaadje scheurkalender.

http://www.heiligen.net/afb/07/14/07-14-1614-camillus_1.jpg

Feest 14 juli.

Hij werd op 25 mei 1550 geboren in het Italiaanse plaatsje Bucchianico bij Chieti. Hij had een vrome moeder en een ruwe vader met wie hij in het leger ging en deelnam aan de oorlog tegen de Turken (1569-1574). Hij was verslaafd aan gokken en spelen maar bekeerde zich in 1575 tijdens de bouw van het capucijnenklooster in Manfredonia aan de Adria. Aanvankelijk wilde hij hier intreden, maar door een kwaadaardige ziekte aan zijn been moest hij de orde verlaten. Hij maakte van de nood een deugd en werd ziekenverzorger in het San-Giacomo ziekenhuis in Rome. Hij genas, en stichtte in 1582 met de hulp van Filippus Neri († 1595; feest 26 mei) de ‘Gemeenschap van Dienaren der Zieken’, later camillianen genoemd. In 1584 werd Camillus door een Engelse bisschop priester gewijd.

In 1607 legde hij de leiding van de orde neer om zich geheel aan de verzorging van zieken te wijden. In navolging van Jezus’ woord ‘Ik was ziek en gij heb Mij bezocht’ (Mattheus 25,36), beschouwde hij zieken als zijn meester en zichzelf als hun dienaar. Intussen horen we van mensen uit zijn omgeving, dat hij weliswaar een heilig man was, maar dat hij zijn eigen gang ging en dat het moeilijk was om met hem samen te werken. Daarnaast maakte hij grote schulden.

Tegelijk zag men hoe hij daar spijt van had en eraan probeerde te werken. Op zijn sterfbed hield hij zijn volgelingen voor: “Liefde, liefde, ik weet niets anders meer te zeggen”.

Verering & Cultuur

Zijn graf is in de Santa Maddalena te Rome. Een aan hem gewijde kerk staat aan de Via Sallustiana. Hij werd heilig verklaard in 1746 door Benedictus XIV.

Patronaten

Hij is patroon van de camillianen; van stervenden, verpleegsters, verplegenden van kreupelen en zieken, verzorgenden, zieken, ziekenverzorgers; van ziekenhuizen.

Afgebeeld

Hij wordt afgebeeld met kruisbeeld; boek; engel; schedel; rozenkrans; rood kruis op zwarte soutane en op mantel; op de jas een zwart kruis; ziekenzaal op de achtergrond; een gekruisigde Christus die zich naar hem toe buigt.



14 jul - dinsdag

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


15 jul - woensdag

Hele dag Feestdag H. Bonaventura van Albano, bisschop & kerkleraar

Bonaventura (eigenlijk Johannes Fidanza) van Albano (ook van Lyon) ofm., Italië; bisschop & kerkleraar; † 1274.

Afbeelding H. Bonaventura van Albano

ca 1970, houtreliëf.
Duitsland, Hundersingen, St-Martinus.

http://www.heiligen.net/afb/07/15/07-15-1274-bonaventura_2.jpg

Feest 15 juli.

Hij werd in 1217 te Bagnoregio bij Orvieto, Italië, als Johannes Fidanza geboren. Op vierjarige leeftijd werd hij door Franciscus van Assisi († 1226; feest 4 oktober) op wonderbare wijze genezen van een ziekte. De heilige had uitgeroepen: “O buona ventura!” (= “Wat een gelukkige gebeurtenis!”). Sindsdien droeg hij die uitroep als bijnaam.

Op zijn twintigste trad hij in bij de franciscanen en deed zijn studies aan de universiteit van Parijs. Vanaf 1253 fungeerde hijzelf als docent theologie; één van zijn collega’s was de beroemde dominicaner theoloog Thomas van Aquino († 1274; feest 28 januari). In 1257 werd hij niet alleen hoofddocent aan de faculteit, maar practisch tezelfdertijd werd hij benoemd tot 36e generale overste van zijn orde.

In zijn tijd waren de ongeveer 30.000 franciscanen diepgaand verdeeld over de te volgen koers van de orde.

Het ene gedeelte wilde een strenge, contemplatieve levenswijze naar het voorbeeld van de benedictijnen; het andere zag het liefst dat men zo letterlijk mogelijk de regel van Vader Franciscus volgde.

Bonaventura vond een middenweg tussen een godverbonden gemeenschappelijk gebedsleven en de apostolische ijver naar de mensen toe. Door zijn hervormingen van de franciscanenorde wordt hij soms de tweede stichter van de orde genoemd.

Een benoeming tot aartsbisschop van York wees hij af, maar paus Gregorius X († 1276; feest 10 januari) wees hem in 1273 aan als kardinaal-bisschop van Albano. Hij overleed tijdens het mede door hem voorbereide concilie van Lyon (1274), en werd begraven in de huidige St-Bonaventurekerk in die stad. Zijn lijfspreuk was ‘solo Deo honor et gloria’ (alleen aan God komt eer en glorie toe).

Verering & Cultuur

Hij werd in 1482 door paus Sixtus IV († 1484) heilig verklaard. Paus Sixtus V († 1590) riep hem uit tot ‘serafijns (= engelachtige) kerkleraar’ naar het voorbeeld van zijn collega in de scholastieke theologie, Thomas van Aquino, die sinds 1567 was uitgeroepen tot ‘doctor angelicus’ (= ‘engelachtige leraar’).

Hij is patroon van de franciscanen; daarnaast van theologen, zijdefabrikanten, arbeiders en in het bijzonder van sjouwers, en tenslotte van kinderen.

Hij wordt afgebeeld in de grijze of bruine pij van de franciscanen; als bisschop (tabberd, staf en mijter) of kardinaal (met breedgerande rode kardinaalshoed); met kruis en/of boek.



15 jul - woensdag

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


16 jul - donderdag

Hele dag Feestdag H. Maria van de Berg Karmel

Maria van de berg Karmel; 1155.

Feest 16 juli.

Afbeelding Maria van de berg Karmel
< 2000. Houtsculptuur; Puerto Rico.

http://www.heiligen.net/afb/07/16/07-16-1155-maria_4.jpg

Ontstaan

De berg Karmel steekt als een kaap uit in de Middellandse Zee. Sinds onheuglijke tijden stond er op de berg Karmel een Mariakapelletje. Dat kwam goed uit, toen kruisvaarder Berthold in 1155 besloot daar een kloosterorde te stichten, die zich vooral zou toeleggen op een gestrenge levenswijze van boete en gebed: de Karmelieten. Daarmee wilde hij het voorbeeld volgen van de profeet Elia.

Volgens de legende was het Elia zelf die aan Berthold was verschenen om hem zijn goede plan in te geven. De vele holen, grotten en spelonken maakten deze berg inderdaad uitstekend geschikt voor een dergelijke levenswijze. Temeer, omdat er midden in een bronnnetje ontspringt.

Berthold was dan ook niet de eerste die zich in een godgewijd leven wilde terugtrekken op deze berg. Het kapelletje getuigde ervan.

Legende

Volgens de legende zouden er al Karmelieten hebben gewoond op deze berg vóór Christus, wat historisch gesproken dus onmogelijk is. Immers Jezus’ oma van moeders zijde, Anna, zou geboren zijn uit een zekere Esmerentia, die haar godgewijd leven begonnen was temidden van de kluizenaars op deze berg.

Esmerentia leefde bij haar ouders aan de voet van de Berg Karmel, in het kasteel Sephorus. Dat was zo’n solide gebouw dat tot zelfs in de veertiende eeuw van onze jaartelling aan de reiziger De Mandeville ruines werden getoond waarvan gezegd werd dat ze oorspronkelijk dat paleis geweest waren. Haar ouders voedden haar voorbeeldig godsdienstig op. Nog als kind had ze de gelofte afgelegd van eeuwige maagdelijkheid. Zij bracht haar dagen door in gebed met de monniken van de Karmel – de Karmelieten. Die kregen herhaaldelijk visioenen van het bijzondere lot dat haar te wachten stond. Zij kwamen tezamen op de hellingen van de berg; daar kregen zij bezoek van een engel die hun in tegenwoordigheid van Esmerentia het visioen liet zien van een kind dat binnen niet al te lange tijd geboren zou worden en dat de Verlosser van de wereld zou zijn. Daaruit leidden de zieners af dat het de wil van de hemel was dat één van hen afgezonderd moest worden, omdat die uitverkoren was de voorouder van dat kind te mogen zijn. Dat kon dan alleen maar Esmerentia zijn: immers omdat zij nog zo jong was, had zij nog geen laatste geloften afgelegd. Dus – zo luidde de conclusie – moest zij trouwen en een kind ter wereld brengen.

Zij aanvaardde de geweldige verandering in haar leven. Ze keerde naar huis terug en vertelde haar ouders wat er gebeurd was. Die waren behoorlijk onder de indruk, vooral omdat er zulke eerbiedwaardige getuigen aan te pas waren gekomen. Bovendien mochten ze nu via hun dochter hopen op een eervolle nakomeling. Zij begonnen dus voorbereidingen te treffen voor de keuze van een echtgenoot en voor het huwelijk. Vanzelfsprekend kwam een drom kandidaten dingen naar de hand van deze mooie en rijke jonge vrouw. De één na de ander had succes. Want Esmerentia trouwde maar liefst zes keer. Maar als zo’n bruidegom in de huwelijksnacht de drempel van het bruidsvertrek naderde, liet hij zich leiden door ‘vleselijke gedachten’. Dat was heel oneerbiedig met het oog op degene die voortgebracht moest worden. Met als gevolg dat de één na de ander het slachtoffer werd van de klappen van Asmodee. Maar tenslotte werd het doorzettingsvermogen van de bruid – en dat van de bruidegommen niet te vergeten! – beloond. Het zevende huwelijk dat zij sloot betrof Stollanus, een edelman, rijk en voorbeeldig godsdienstig. Nu ging verder alles goed. Uit hun gemeenschap werd een dochter geboren, die zij Anna noemden.

Van haar kindertijd weten we weinig af, behalve dan dat zij – net als haar moeder destijds – de gelofte van eeuwige kuisheid aflegde. Ook zij werd van dat voornemen afgebracht door de Karmelieten die aldoor in de buurt waren en haar omringden met aandacht en zorg. Zij ontvingen bovendien visioenen over een bijzondere boom die zijn takken en zoete vruchten wijd uitspreidde. Zij pasten dat toe op haar nageslacht. Op hun advies huwde zij tenslotte met Joachim, een rijke en toegwijde steunpilaar van de Kerk. Zo werd de Anna uit het Karmel-verhaal, de dochter dus van Esmerentia, geïdentificeerd met de Anna uit de apokriefe evangelies, Jezus’ oma.

De orde der Karmelieten wijdde zich toe aan Maria van de Berg Karmel. De eerste generatie daar heeft veel last gehad van de Saracenen. In 1291 werden alle monniken uitgemoord. Alleen ene Wilhelmus van San Vico wist aan het bloedbad te ontkomen.

Vanaf dat moment verspreidde de orde zich naar het westen. Het duurde tot in de 18e eeuw, vooraleer de ruïnes op de Karmel konden worden herbouwd. Ook toen bezorgden de Turken nog veel last.

De Karmel is altijd nauw verbonden geweest met de namen van Elia en Maria.



16 jul - donderdag

Sneek 08:45 Woord- en Communieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


17 jul - vrijdag

Hele dag Gedenkdag HH Martelaressen van Compiègne

Zestien Karmelietessen-Martelaressen van Compiègne, Parijs (of Cambrai?), Frankrijk; † 1794.

Afbeelding van de Martelaressen van Compiègne.

<2000. Devotieprentje.

http://www.heiligen.net/afb/07/17/07-17-1794-martelaressen_2.jpg

Feest 17 juli.

De Franse Revolutie woedde vanaf 14 juli 1789. Reeds in 1790 waren er naar alle kloosters boodschappers gezonden met het vriendelijke verzoek deze levenswijze op te geven, omdat ze niet in overeenstemming was met de menselijke Rede, welke toch met deze revolutie de uiteindelijke overwinning had behaald.

Maar de zusters van de Carmel in Compiègne lieten weten dat ze deze levenswijze uit vrije wil op zich hadden genomen en derhalve niet wensten prijs te geven. Stilaan werden de maatregelen van de Staat harder: de revolutionairen eisten een nieuwe overste, onder hun leiding gekozen. De zusters kozen weer dezelfde overste: Moeder Marie-Madeleine. Totdat alle kerkelijke goederen verbeurd werden verklaard en aan de Staat toebehoorden: toen werden de zusters eenvoudig op straat gezet: 1793. Dit had moeder overste intussen wel zien aankomen. Zij zorgde ervoor dat de zusters in groepjes bij trouw gebleven katholieken werden ondergebracht. Daarbij deden zij hun best onderling zo goed mogelijk contact te houden en hun kloosterlijke levenswijze zo goed en zo kwaad als dat ging, voort te zetten.

Intussen denderde de Revolutie door: er kwam een andere tijdsindeling; er kwam een officiële staatsgodsdienst ter ere van de Godin van de Rede; het was verboden er nog een andere godsdienst op na te houden. Huiszoekingen werden gedaan om erop toe te zien dat de onderdanen zich ook in hun privé-leven hieraan hielden. Zo werden er thuis bij de zusters katholieke devotionalia gevonden. Hier was duidelijk sprake van minachting van de Staat en dus van hoogverraad. Eind juni 1794 werden de carmelitessen gearresteerd. Op 13 juli zette men ze op transport naar Parijs. Daar werden ze opgesloten in de hoofdgevangenis en al enkele dagen later ter dood veroordeeld. Op een open kar werden ze ten aanschouwen van iedereen naar Vincennes overgebracht; overal klonken beschimpingen en scheldwoorden. Maar ineens viel het stil toen één der zusters het Salve Regina inzette. Zo werd hun schandetocht een demonstratie van toegewijd kloosterleven, want zo hadden ze altijd hun koorgebed gezongen. Zingend beklommen de zusters het schavot dat opgesteld stond op de Place du Trône. Hun gezang klonk steeds ijler, omdat er telkens weer een stem onder de valbijl van de guillotine wegviel, totdat ook de laatste stem verstomde.

Verering & Cultuur

De zusters werden begraven op het kerkhof van Picpus.
Ze werden in 1906 door paus Pius XI zalig verklaard.
Geïnspireerd door deze gebeurtenissen schreef Georges Bernanos zijn ‘Dialogues des Carmélites’; ook Getrud von Lefort schreef er een werk over.

Tot deze groep behoorden:

Angélique Roussel ocd.
Anne Pelras ocd.
Anne-Marie (gedoopt Charlotte) Thouret occ.
Met haar 79 jaar was zij ook de oudste van de groep.
Antoinette Roussel occ.
Catherine (= Thérèse?) Soiron. Zij was geen slotzuster, maar deelde tezamen met haar zus als poortzuster buiten het slot het leven van de karmelitessen. Op die manier onderhield zij het contact tussen het klooster en de buitenwereld. Deze twee vrouwen ondergingen hetzelfde lot als de slotzusters.
Françoise Bidreau occ.
Zij was afkomstig uit Belfort, waar zij inn 1752 was geboren. In 1771 had zij haar geloften afgelegd en was op het moment dat de Franse Revolutie uitbrak subpriorin.
Françoise (gedoopt Gabrièle) Croissy occ.
Zij werd om 1745 te Parijs geboren en deed in 1764 haar geloften in de Karmel van Compiègne. Van 1779 – 1787 was zij priorin geweest en nu bekleede zij het ambt van novicenmeesteres.
Henriette ocd.
Julie-Louise de Jésus (gedoopt Rose) Chrétien de Neufville ocd.
Zij was afkomstig uit Évreux. Kort na haar huwelijk was zij alweer weduwe geworden en ingetreden in de Karmel van Compiègne.
Marianne Brideau
Marie Brard.
Marie de Croissy
Marie de Jésus Crucifié (gedoopt Maria-Anne) Piedcourt ocd.
Marie Meunier
Marie de St-François-Xavier (gedoopt Juliette) Vérolot ocd.
Zij was afkomstig uit het bisdom Troyes. Op 12 januari 1789 had zij haar geloften afgelegd. Daarmee was zij de laatste geweest die voor het uitbreken van de Revolutie haar geloften had afgelegd.
Marie de Ste-Marthe (gedoopt Marie) Dufour. Zij was een lekenzuster.
Marie-Madeleine (kloosternaam Thérèse de St-Augustin) Lidoin ocd.
Zij was priorin op het moment dat de onlusten van de Franse Revolutie uitbraken.
Thérèse du Coeur de Marie (of Marianne? gedoopt Marie) Hanisset ocd.
Thérèse Soiron (= Catherine Soiron?).
Thérèse de St-Ignace (gedoopt Marie) Trésel ocd.

Zij worden afgebeeld in karmelitessenhabijt en met de martelaarspalm van de overwinning in de hand.



17 jul - vrijdag

Sneek 19:00 Woord- en Communieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


18 jul - zaterdag

Hele dag Gedenkdag H. Frederik van Utrecht, bisschop & martelaar

Frederik (ook Fredericus) van Utrecht, Nederland; bisschop & martelaar; † 838

Afbeelding H. Frederik van Utrecht

Marteldood Frederik.
1946, glasschilderkunst.
België, Aalst, St-Martinus.

http://www.heiligen.net/afb/07/18/07-18-0838-frederik_6.jpg

Feest 18 juli.

Louter geschiedkundig gesproken is er over bisschop Frederik nauwelijks iets bekend. Behalve dan het feit dat hij Rixfried opvolgde als bisschop van Utrecht. Hij zou deelgenomen hebben aan een bisschoppenvergadering in Mainz, en de beroemde Hrabanus (ook wel Rhabanus) Maurus, abt van het door Bonifatius gestichte klooster Fulda en bisschop van Mainz († 856; feest 4 februari), stuurde hem een exemplaar van zijn commentaar op het Bijbelboek Jozua. Dat is alles.
Pas tweehonderd jaar na zijn dood werd er – waarschijnlijk op basis van bestaande documenten – een levensbeschrijving van hem opgesteld. Wat aan de gegevens ontbrak werd door de monnikschrijver aangevuld met feiten uit levens van andere heiligen of met vrome fantasie. Zodat we dus meer inzage krijgen in de geloofsvoorstellingen van de schrijver dan in de werkelijke gang van zaken in Frederiks leven.

Legende
Volgens zijn levensbeschrijving was Frederik van Friese adel; ja, hij zou zelfs een kleinzoon zijn van de Friese koning Radboud. Zijn ouders zagen het liefste dat hij later geestelijke zou worden. Daarom stuurden ze hem naar de kloosterschool van Utrecht op dat moment was Rixfried daar bisschop. Frederik was een serieuze leerling en vestigde de aandacht op zich door een heilige levenswijze. De bisschop had hem al eens toevertrouwd dat hij hem het liefste als zijn opvolger zag.
Toen Rixfried overleed, was juist keizer Lodewijk de Vrome in het land. Alle geestelijken wezen naar Frederik als de meest geschikte kandidaat om bisschop te worden. De keizer had veel over Frederik gehoord en stemde er van harte mee in. Dat zou rond 826 geweest zijn.
Lodewijk liet zelfs een luxueus banket aanrichten. Bij die gelegenheid was het Frederik opgevallen hoeveel vorken de vorst bij de maaltijd gebruikte. Aan tafel bracht de keizer een paar misstanden ter sprake die er bij de bewoners van het Zeeuwse eiland Walcheren heersten. Hij drong er bij de nieuwe bisschop op aan hen desnoods met geweld in te peperen dat ze niet mochten trouwen met naaste bloedverwanten. De bijbel verbood het immers. Frederik antwoordde: “Majesteit, als u een vis eet, begint u dan bij de kop of bij de staart?” Verbaasd antwoordde Lodewijk: “Bij de kop natuurlijk, daar zit immers het meeste merg.” “Heel juist, zei de nieuwe bisschop, en daarom begin ik ook bij de kop, dus bij uzelf. Want u maakt u zelf schuldig aan bloedschande met vrouwe Judith. Zij is immers een bloedverwante van u!” De keizer had deze reactie niet verwacht en mompelde bedremmeld dat hij er werk van zou maken.
Frederik vertrok met een aantal priesters naar Walcheren. Met veel moeite wist hij de mensen ervan te overtuigen dat huwelijken binnen de familie tegen Gods wil indruisten, en dat de bedrijvers ervan riskeerden door God streng gestraft te worden. De situatie verbeterde. Maar niet bij de keizer. Bij hem was de toezegging om iets aan zijn huwelijk te doen, een loze belofte gebleken. Toen Frederik hem daar bij een banket op aansprak, zon vrouwe Judith op wraak. Ze huurde twee moordenaars in. Toen zij de kerk betraden, was het Frederik onmiddellijk duidelijk wat ze van plan waren. Hij stond juist op het punt om de Heilige Mis op te dragen. Hij vluchtte niet, maar stuurde zijn assistent weg. Deze verborg zich achter het altaar. Vandaar was hij er getuige van hoe er twee dolken werden gestoten in het lichaam van zijn bisschop. Frederik zakte ineen, drukte zijn wonden dicht zo goed en zo kwaad als dat ging, en bezwoer zijn moordenaars een veilig heenkomen te zoeken. Vervolgens sleepte hij zich naar het graf dat hij tevoren voor zich had laten maken. Hij strekte zich er in uit en blies zijn laatste adem uit. Wat een hemelse geur verspreidde in het kerkgebouw.

Verering & Cultuur
De kerk van het Friese stadje Sloten is aan hem gewijd. Jaarlijks wordt op de derde zondag van juli in Vlierzele (Vlaanderen) een processie gehouden ter ere van hem. In de Bretonse stad Quimper geniet hij bijzondere verering, getuige verschillende afbeeldingen van hem die er in de kathedraal te zien zijn.
Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen doofheid.

Afgebeeld.
Hij wordt afgebeeld als bisschop (met tabberd, mijter en staf); twee zwaarden in de borst; twee moordenaars die hem slaan, waarbij de ingewanden uit een gapende wonde naar buiten komen.



18 jul - zaterdag

Sneek Hele dag We steken een kaarsje op voor..

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek

We steken een kaarsje aan voor:

Pier Ruiter,

Yvonne van Schagen-Paddenburg,

voor bewoners en allen die helpen,

Jan en Corry Bouma- van Gool



18 jul - zaterdag

Roodhuis 19:30 - 20:30 Woord-en communieviering met Pastor Foekema

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Dent u om het PROTOCOL Bijwonen Liturgievieringen



19 jul - zondag

Hele dag Feestdag H. Bernulfus van Utrecht, bisschop

Bernulfus (ook Benno of Bernoldus) van Utrecht, Nederland; bisschop; † 1054.

Afbeelding H. Bernulfus

ca 1980. Email
Nederland, Oosterbeek, St-Bernulfuskerk
Midden: De keizer is met zijn vrouw onderweg naar Utrecht
Onder: De keizerin bevalt van een zoon bij Bernulfus thuis
Boven: Bernulfus brengt het blijde nieuws aan de keizer.

http://www.heiligen.net/afb/07/19/07-19-1054-bernulfus_1.jpg

 
Feest 19 juli
Hij was pastoor te Oosterbeek op het moment dat hij tot bisschop van Utrecht werd benoemd.
Hoe die bisschopsbenoeming in zijn werk ging, vertelt een mooie legende.

Legende
Als bisschop Adelbold van Utrecht in 1027 is overleden, ontstaat er onder de kapittelheren onenigheid over de vraag wie de nieuwe bisschop moet worden. De gemoederen raken zo verhit dat keizer Koenraad II († 1039) zelf zich genoodzaakt ziet om op orde op zaken te komen stellen. Keizerin Gisela reist met hem mee. Maar zij is in verwachting en in de buurt van Oosterbeek kan zij echt niet meer verder. Het gezelschap klopt dus aan bij de plaatselijke pastoor, Bernulfus, en brengt bij hem de keizerin onder.
De keizer zet intussen zijn reis naar Utrecht voort en probeert tevergeefs de strijdende partijen tot elkaar te brengen. Midden in die beraadslagingen verschijnt de pastoor van Oosterbeek om Koenraad het blijde nieuws te brengen dat hij vader is geworden van een dochter, en dat moeder en kind het goed maken. Hij vermoedde dat de keizer dit nieuws graag zo vlug mogelijk wilde horen, en is hij daarom onmiddellijk op pad gegaan om het hem te vertellen. De dankbare keizer waardeert de vriendelijke zorg en de trouwe dienstbaarheid van de man en benoemt het ter plekke tot opvolger van bisschop Adelbold op de zetel van Utrecht.

Eenmaal bisschop staat Bernulfus met dezelfde trouw de keizer terzijde. In 1042 schenkt keizer Hendrik III († 1056) hem het graafschap Vollenhove ‘omwille van de trouwe en ons aangename dienst van Bernulf, heer der kerk’.
Bernulfus’ meest opvallende kwaliteit bestaat erin dat hij vele kerken heeft gebouwd of waar nodig hersteld. Hij staat aan de basis van de huidige St-Pieter en St-Jan in Utrecht, van de St-Lebuïnus in Deventer en van de St-Michaël in Zwolle.
Naar men zegt was hij een bevorderaar van kerkelijke kunst doordat hij kunstenaars opdracht gaf de kerken op te sieren met passende kunstwerken.

Verering & Cultuur
Hij ligt begraven in de St-Pieterskerk te Utrecht. Vanwege zijn verdiensten voor de kerkelijke kunst werd hij in 1869 als patroon gekozen voor de toen opgerichte Vereniging tot Bevordering van Kerkelijke Kunst: het Bernulfusgilde.

Afgebeeld.
Hij wordt afgebeeld als bisschop (mijter, staf, tabberd); meestal met een kerkmodel. Zijn beeltenis is te zien aan de achterkant van het Rijksmuseum te Amsterdam.



19 jul - zondag

Heeg 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering, Pastor L. Foekema

Sint Josephkerk – Heeg, Heeg

voor Bernard de Jong en overleden familie;
voor Ida Eilers-Tekstra;
voor overleden fam. Fokke Flapper.



19 jul - zondag

Sneek 11:00 Woord- en Communieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


20 jul - maandag

Hele dag Gedenkdag H. Apollinaris van Ravenna

Apollinaris van Ravenna, Italië; leerling van Petrus & eerste bisschop van de stad; † ca 200.

Afbeelding van Apollinaris.

< 600. Mozaïek
Italië, Ravenna, Basilica San Apollinare Nuovo.

http://www.heiligen.net/afb/07/20/07-20-0200-apollinaris_1.jpg

Feest 20 juli (tot Vaticanum II).

Apollinaris was waarschijnlijk nog in de Syrische stad Antiochië leerling geworden van Sint Petrus. Zoals wij ons uit de Handelingen van de Apostelen (11,26) herinneren, was Antiochië de stad waar Jezus’ volgelingen voor het eerst ‘christenen’ werden genoemd. Hij zou Petrus hebben vergezeld op zijn missiereis die hem uiteindelijk in Rome zou brengen. Vandaar zou Petrus hem zelf hebben aangesteld tot bisschop van de stad Ravenna met de opdracht in die omgeving het evangelie te verkondigen.
Om te beginnen genas hij de zoon van zijn gastheer van blindheid. Van dat moment af werd hij steeds omringd door een kring luisteraars die benieuwd waren naar wat hij te vertellen had. Zo maakte hij bekeringen en doopte nieuwe gelovigen. Tenslotte ging dit alles keizer Vespasianus (69-79) te ver. Hij zou hem hebben laten arresteren en martelen; met knotsen zou hij tenslotte om het leven zijn gebracht.

Al deze verhalen gaan terug op een levensbeschrijving uit de 7e eeuw. Moderne geschiedkundigen betwijfelen zeer of deze gebeurtenissen gebaseerd zijn op historische feiten. Zij veronderstellen dat Apollinaris geleefd moet hebben rond het jaar 200. Zeker is dat hij de eerste bisschop was van Ravenna. Aangenomen wordt dat hij als martelaar om het leven is gekomen.

In 549 werd zijn stoffelijk overschot verhoogd tot de eer der altaren, destijds een officiële heiligverklaring. Hij staat in biddende houding (armen gespreid: ‘orante’) in mozaïek afgebeeld in de apsis van de 6e eeuwse basiliek Sant’ Apollinare in Classe te Ravenna. Sinds de 13e eeuw heeft de Lambertikerk in de Duitse stad Düsseldorf een belangrijk Apollinarisreliek.



20 jul - maandag

Sneek 09:15 Woord- en Communieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


20 jul - maandag

Sneek 09:15 Woord- en Communieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


21 jul - dinsdag

Hele dag H. Daniël, profeet

Daniel Profeet (ook van Babylon of de Belijder), Babel, Babylonië; profeet; † 6e eeuw vóór Chr.

Afbeelding Daniël

ca 1200. Wandschildering
Italië, Parma, Battistrerio.

http://www.heiligen.net/afb/07/21/07-21-01--0500-daniel_2.jpg

Feest 21 juli

De profeet Daniël leefde in de 6e à 5e eeuw vóór Christus. Het Noordrijk van het land Israël was al in het jaar 721 vóór Chr. door de Assyriërs veroverd. In 587 was het Zuidrijk aan de beurt: het werd door de Babyloniërs onder de voet gelopen. Alle mannen en vrouwen, jongens en meisjes die in het verre Babylon als goedkope slaaf konden dienen, werden op sleeptouw genomen, achter kamelen, aan de woestijn door: duizenden kilometers aan een stuk. Onder hen bevond zich Daniël.

Maar koning Nebukadnessar van Babylon wilde uit alle volken en rassen die hij veroverd had, personeel hebben om hem in zijn paleis van dienst te zijn. Er werden drie Joodse jongens uitgekozen; één ervan was Daniël. Hij stak in wijsheid en inzicht niet alleen boven zijn landgenoten uit, maar boven alle anderen die Nebukadnessar om zich heen had verzameld. Dat kwam natuurlijk, omdat hij ondanks alles toch vasthield aan de Wet van zijn God, JHWH. Zo was hij de enige die een indrukwekkende droom van de koning kon weergeven en uitleggen. Als beloning kreeg hij een heel hoge functie aan het hof. Maar altijd bleef hij zijn eigen God trouw, en overtrad niet één van de geboden. De anderen aan het hof werden steeds jaloerser op hem. Ze verzonnen een list om Daniël ten val te brengen. Zij vaardigden met instemming van de koning een wet uit dat alle bewoners van het Babylonische Rijk gedurende dertig dagen alleen maar aan de goden van Babylon mochten offeren. Daniël verborg zich in zijn huis om ongezien toch eer te kunnen brengen aan zijn eigen God. De overheidsdienaars deden een inval bij hem thuis en betrapten hem op heterdaad. Hij was de dood schuldig.

De koning probeerde nog aan vriendjespolitiek te doen en zijn geliefde Daniël eronderuit te krijgen. Maar zijn adviseurs beloofden hem dat er dan chaos in het land zou uitbreken. Dus ging hij overstag en liet Daniël in de leeuwenkuil werpen. De dieren waren voor die gelegenheid juist een paar dagen al niet meer gevoederd. Toen de koning ‘s avonds kwam kijken om te treuren over Daniël, bemerkte hij dat de leeuwen zich als makke lammetjes aan zijn voeten hadden neergevlijd. Hij riep uit: “Nu zie ik dat er geen andere god is dan de God van Daniël!”

[Daniël 1-6]

Bij een andere gelegenheid redde hij de rechtschapen Susanna van een onterechte doodstraf.

Twee ouderlingen lieten zich ongemerkt insluiten in Susanna’s hof om haar te verleiden. Op het moment dat zij een bad nam, kwamen ze tevoorschijn. Zij wilde echter niet op hun toenaderingspogingen ingaan. Ze zette het op een gillen, waarop de twee mannen nog harder begonnen te brullen. Eén van hen maakte intussen vliegensvlug de poort open.

Alle burgers van de Joodse wijk in Babylon snelden verschrikt toe. De twee ouderlingen beweerden dat zij Susanna op heterdaad hadden betrapt op overspel met een jongeman; die hadden ze niet kunnen grijpen. Maar de openstaande poort getuigde van zijn vlucht.

Susanna beweerde bij hoog en bij laag dat het die twee kerels zelf waren die haar belaagden. Niemand geloofde haar. De twee heren bekleedden immers verantwoordelijke posities in hun gemeenschap. Zoiets hadden ze nooit verwacht van Susanna. Altijd gedacht dat het een fatsoenlijke vrouw was. Zo zag je maar weer. In haar uitzichtloze positie stelde zij haar laatste vertrouwen op God. Voor het gerecht bleven de twee mannen bij hun bewering. Dat was genoeg om Susanna ter dood te veroordelen. Maar op weg naar de plek van de terechtstelling riep een jongeman uit het publiek – dat was Daniël – dat hij zeker niet mee zou doen aan haar steniging, “want ze is onschuldig, en dat kan ik bewijzen.”

Daarop maakte de menigte rechtsomkeert, terug naar de plek van de rechtspraak, waarschijnlijk de stadspoort. Nu vroeg Daniël toestemming de beide heren gescheiden van elkaar te mogen verhoren. Hij liet de eerste vóórkomen en vroeg:
“Onder wat voor boom heb je Susanna met die jongen samen gezien?”
De ouderling antwoordde:
“Onder een sycomore.”
Vervolgens werd de ander voorgeleid en hem werd dezelfde vraag voorgelegd. Híj antwoordde: “Onder een terebint.”
Daarmee was Susanna’s onschuld afdoende bewezen. Haar godsvertrouwen was niet beschaamd.
Nu werden de twee onverlaten veroordeeld tot de straf die ze Susanna aan hadden willen doen: dood de steniging.
[Daniël 13]

Verering & Cultuur

Volgens de overlevering kwamen zijn relieken enige eeuwen na zijn dood in de Egyptische stad Alexandrië terecht. Van daaruit werden ze overgebracht naar Venetië.

In de catacomben, de begraafplaatsen van de christenen uit de eerste eeuwen, treffen we herhaaldelijk de afbeelding aan van Daniël temidden van de leeuwen. De eerste christenen zagen in hem een voorafbeelding van Christus. Zoals Daniël aan de ondergang was ontsnapt en heelhuids uit de krochten van de onderwereld tevoorschijn was gekomen, zo was Jezus aan de macht van de duivel, het kwaad, ontkomen en uit de onderwereld, de plaats van de dood, tevoorschijn getreden.

In de middeleeuwen had hij een eigen misformulier. Maar dat werd door het Concilie van Trente (1570) tezamen met een hele serie heiligen uit het Oude en Nieuwe Testament geschrapt.

Verder wordt Daniël afgebeeld als jongeman met frygische muts (= puntmuts, waarvan de rond put lichtelijk voorover valt).

Hij is patroon van bergbeklimmers en mijnwerkers (riskante beroepen, waar de de dood altijd op de loer ligt, zoals bij Daniël bv. met de leeuwen).

Hij wordt afgebeeld in de leeuwenkuil: staande tussen (twee) leeuwen aan zijn voeten.



21 jul - dinsdag

Sneek 08:45 Woord- en Communieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


22 jul - woensdag

Hele dag H. Maria Magdalena

Maria Magdalena (ook van Bethanië of van Magdala), Efese, Turkije (?) of Aix-en-Provence, Frankrijk (?) of Vézelay, Frankrijk (?); boetelinge en volgelinge van Jezus;† 1e eeuw (66?).

Afbeelding van Maria Magdalena

ca 1750. Sculptuur door Georg Petel. Duitsland, Regensburg, Niedermünster.
Maria Magdalena aan de voet van het kruis.

http://www.heiligen.net/afb/07/22/07-22-0100-maria_4.jpg

Feest 22 juli.

Maria Magdalena
‘Liefde is sterker dan Dood’

In de traditie van de katholieke kerk is Maria Magdalena in feite een combinatie van drie verschillende vrouwen uit de evangelieverhalen. Lukas en Markus vertellen van haar terloops, dat Jezus bij haar zeven duivels had uitgedreven. Om die redenen hebben latere generaties gemeend, dat zij dezelfde vrouw moest zijn als de boetvaardige zondares, over wie Lukas in het negende hoofdstuk van zijn evangelie vertelt, dat zij bij Jezus haar heil kwam zoeken.

‘Een van de Farizeeën vroeg Hem eens bij zich te eten. Hij trad het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen. Een vrouw nu, die in de stad als een zondares bekend stond, was te weten gekomen, dat Jezus in het huis van de Farizeeër te gast was. Zij nam een albasten vaasje met balsem mee en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten, staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem. Toen de Farizeeër die Hem uitgenodigd had, dit zag, zei hij bij zichzelf: “Als dit een profeet was, zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt; het is immers een zondares.” Jezus gaf hem ten antwoord: “Simon, ik heb u iets te zeggen.” Waarop deze zei: “Zeg het meester.”‘ Daarop vertelt Jezus een gelijkenis, waarin Hij duidelijk maakt, dat mensen des te meer liefde tonen, naarmate ze daar meer reden toe hebben. Wie veel ontvangen heeft, zal des te meer geneigd zijn dankbaarheid te tonen, bijvoorbeeld in de vorm van wederliefde. Zo kon Jezus afleiden uit de koele ontvangst bij zijn gastheer, dat er sprake was van weinig liefde, terwijl de vrouw aan zijn voeten overliep van liefdebetoon… Uit al die liefde leidde Jezus af, dat God haar allang vergeven had en dat haar handelwijze een vorm van wederliefde was.

Het gebaar van die vrouw was uitzonderlijk. Dure balsem gebruikte men nooit voor de voeten, maar voor het hoofd. Des te opmerkelijker, dat er bij Johannes nog eens wordt verteld, dat Jezus op een dergelijke manier gebalsemd werd: en wel door de zuster van Lazarus en Martha, Maria geheten: “Zes dagen voor Pasen kwam Jezus te Bethanië, waar Lazarus woonde, die Hij uit de doden had opgewekt. Men gaf daar ter ere van Hem een maaltijd. Martha bediende en Lazarus was een van degenen die met Hem aanlagen. Maria nu nam een pond nardusbalsem, echte en heel kostbare, zalfde daarmee Jezus’ voeten en droogde ze met haar haren af. Het huis hing vol balsemgeur”.

Omdat de gebaren van de beide vrouwen zo op elkaar lijken, heeft men aangenomen dat de boetvaardige zondares uit Lukas’ verhaal eigenlijk dezelfde was als Maria van Bethanië. Dezelfde vrouw van wie Jezus zegt, dat zij het beste deel gekozen heeft door aan zijn voeten naar zijn woord te luisteren.

Zo is Maria Magdalena in de traditie symbool geworden van de boetvaardige zondares.

Hoewel de traditie de zeven duivels die van haar uitgegaan waren steeds in verband heeft gebracht met zware zonden, bestaan daar geen duidelijke aanwijzingen voor. Ook ziekten worden in het evangelie vaak met duivels aangeduid. Opvallend, dat de evangelisten zo discreet zwijgen over de aard van die duivels, waar ze in andere verhalen juist de duivelse verschijnselen zo breed uitmeten. Hoe dan ook, Maria Magdalena was door Jezus verlost van grote narigheid. Zozeer, dat zij Hem sindsdien heeft gevolgd en uit haar eigen middelen heeft onderhouden. Blijkbaar was ze rijk. Niet alleen in materiële zin, maar met name in evangelische zin: ‘rijk’ voor God; rijk aan liefde. Want alle vier de evangelisten vertellen van haar, dat zij behoort tot de twee of drie Maria’s die toezagen hoe Jezus gekruisigd en begraven werd. Jezus’ dood en begrafenis waren vanwege de naderende sabbat zo snel verlopen, dat men geen tijd meer had gehad Hem door balseming de laatste eer te bewijzen. Vandaar dat op de vroege ochtend na de sabbat een aantal vrouwen terugging naar het graf om dat alsnog te doen. Onder hen bevond zich ook weer Maria Magdalena. Zij ontdekten dat het graf leeg was; er waren een of twee mannen, engelen van God, die hun zeiden, dat Jezus uit de doden was opgestaan en dat Hij hun voorging naar Galilea; daar zouden zij Hem zien. Dat moesten zij aan zijn leerlingen doorgeven.

Dat staat er zo simpel. Maar wat daar gebeurt is typisch voor het evangelie. Maria en de andere vrouwen worden op die manier gemaakt tot de eerste verkondigers van het evangelie. Niet Jezus’ leerlingen, maar de vrouwen die hem in hun liefde trouw waren gevolgd tot het bittere einde. Op dit moment is het goed om ons nog eens te binnen te brengen, dat in de wereld van die dagen het getuigenis van vrouwen voor het officiële gerecht van geen enkel belang was. Voor een geldige juridische uitspraak waren twee mannen nodig, die eenzelfde getuige-verklaring aflegden. Het getuigenis van vrouwen, al waren het er duizend, legde geen enkel gewicht in de schaal.

Als we de evangelies mogen geloven, is het juist dat handjevol vrouwen, dat de eerste getuigenis geeft over Jezus’ opstanding uit de dood. Het is dus niet zo verwonderlijk, dat de eerste leerlingen er geen geloof aan schonken en het afdeden als vrouwenpraat. Zij waren tot op dat moment nog niet gewend aan Gods manier van doen. Paulus zal straks uitleggen, dat God het zwakke uitkiest om het sterke te beschamen.

Er zijn maar weinig verhalen, die we bij alle vier de evangelisten aantreffen. Een van die verhalen is het feit, dat Maria op de eerste dag van de week na Jezus’ lijden en dood bij zijn graf te vinden was, en daar een bijzondere ontmoeting had. Markus zegt, dat zij een jongeman in een blinkend wit gewaad ontmoette; bij Lukas waren het twee mannen in een schitterend wit gewaad en bij Mattheus waren het twee engelen, die haar naar de leerlingen zonden om het blijde nieuws van Jezus’ opstanding uit de dood te verkondigen. Johannes’ versie van deze gebeurtenis wijkt enigszins af. De twee in het wit geklede engelen vroegen aan Maria, die zich voorover gebogen had om een blik in het graf te kunnen werpen: “Vrouw, waarom huilt u?” Zij antwoordde: “Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet, waar ze Hem hebben neergelegd.” Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: “Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u?” In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: “Heer, mocht u Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar u Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.” Zij herkende Hem, toen Hij haar (op zijn karakteristieke manier?) bij haar naam noemde: “Maria!”

Haar vreugde is onbeschrijfelijk. Zij schijnt geen enkele last te hebben van twijfel of aarzeling. Ze weet! Deze ervaring maakt haar tot de eerste verkondiger van het evangelie.

Wat een verschil binnen één mensenleven: enkele jaren tevoren nog in de greep van ongeluk: en nu…!? Wat er in haar persoon is gebeurd, vormt misschien wel het krachtigste getuigenis voor de waarheid van het evangelie, dat liefde sterker is dan dood.

Om nog eens te lezen: Matteüs 27,45-28,10; Markus 15,33-16,11; Lukas 8, 1-3; 9,36-51; 23,44-24,12; Johannes 12,1-3



22 jul - woensdag

Sneek 09:15 Woord- en Communieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


23 jul - donderdag

Hele dag H. Birgitta van Zweden

Birgitta (ook Birgitten, Bridget, Brigid, Brigit, Brigitta, Brigitte) van Zweden (ook van Rome of van Vadstena), Vadstena, Zweden; weduwe, pelgrim & stichteres; † 1373.

Afbeelding van Birgitta van Zweden.

1994. Schilderij. Duitsland, Maihingen, Minoritenklopsterkirche.

http://www.heiligen.net/afb/07/23/07-23-1373-birgitta-zweden_4.jpg

Feest 23 juli

Zij werd geboren in 1302 in de Zweedse plaats Finstad bij Uppsala. Reeds op jonge leeftijd trad ze in het huwelijk en kreeg acht kinderen, onder wie Catharina van Zweden († 1381; feest 24 maart). Het was een gelukkig huwelijk. Zij en haar man leidden een intensief geestelijk leven. Op een goed moment ondernam zij een pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Na terugkomst trad haar man in bij de cisterciënzers van klooster Alvastra.

Na zijn dood in 1344 besloot zij haar leven geheel en al aan God toe te wijden, en stichtte daartoe in Vadstena de kloosterorde van de heilige Verlosser, beter bekend als de brigittinessen of birgittinessen. Ze pelgrimeerde naar Rome, en vandaar naar het Heilige Land om vervolgens weer naar Rome terug te keren en daar onder meer te ijveren voor de terugkomst van de paus uit Avignon.

Intussen ontving ze in haar gebedsleven bijzondere visioenen en openbaringen. Daardoor geïnspireerd spoorde zij vele hooggeplaatste personen van haar tijd aan om een leven te leiden, dat een christen waardig was. Tenslotte stierf ze in Rome, maar werd in het door haar gestichte klooster Vadstena begraven.

Verering & Cultuur

In 1391 volgde haar heiligverklaring. Haar kloosterorde kende een niet zo grote verbreiding. Toch ontstond in 1434 in Koudewater bij ‘s-Hertogenbosch het birgittijnenklooster Mariënwater. Tot op de dag van vandaag biedt een deel van de birgitinessenabdij te Uden huisvesting aan het Museum voor Religieuze kunst.

Birgitta is patrones van de pelgrims; haar voorspraak wordt ingeroepen in het uur van de dood.

Ze wordt afgebeeld met pelgrimshoed en -staf; of schrijvend, eventueel met veer en inktpotje; of als non in de dracht van haar orde, soms knielend voor een kruis of voor de lijdenstekens van Jezus (herinnering aan de visioenen die ze ontving).



23 jul - donderdag

Sneek 08:45 Woord- en Communieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


24 jul - vrijdag

Hele dag H. Charbel Makhlouf, monnik

Charbel (ook Sjarbel; gedoopt Joessef) Makhloef, Annaya, Libanon; monnik; † 1898.

Afbeelding van Charbel

2005, sculptuur. Frankrijk, Honfleur, Ste-Cathérine.

http://www.heiligen.net/afb/07/24/07-24-1898-charbel_1.jpg

Feest 24 juli.

Hij wordt op 8 mei 1828 geboren te Beqa Kafra in de Libanon. Zijn familie bestaat uit eenvoudige, gelovige, hard werkende mensen. Zijn vader is boer; een van diens zussen is kloosterzuster; daarnaast heeft Joessoef nog twee ooms die monnik zijn. Als hij drieëntwintig is, geeft hij op zijn beurt te kennen monnik te willen worden. Bij het afscheid zou zijn moeder hem gezegd hebben: “Als je geen góede religieus wilde worden, zou ik zeggen: Jongen, kom naar huis. Maar ik besef nu dat de Heer je vraagt in zijn dienst. En in mijn verdriet van je gescheiden te zijn, doe ik en stap terug en zeg ik je: Moge Hij je zegen, mijn jongen, en een heilige van je maken.”
Hij treedt toe tot het Maronitische Onze-Lieve-Vrouweklooster te Maifuq en neemt de kloosternaam aan van Charbel naar een heilige uit de eerste eeuwen van het christendom († 101; feest 29 januari).
Enige tijd later verhuist hij naar het verder af gelegen St-Maroklooster te Annaya. In 1851 legt hij zijn eeuwige geloften af en in1859 wordt hij priester gewijd. Zestien jaar lang woont hij in de kloostergemeenschap. De laatste drieëntwintig jaar trekt hij zich verder in de eenzaamheid terug om het leven te leiden van een kluizenaar. Toch weten ook daar de mensen hem te vinden. Dat gaat na zijn dood onverminderd door: men komt bidden op zijn graf en vraagt voor allerhande noden om zijn voorspraak in de hemel.
Hij is heilig verklaard in 1977.



24 jul - vrijdag

Sneek 19:00 Woord- en Communieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


25 jul - zaterdag

Heeg 19:30 - 20:30 Eucharistieviering, Pastoor P. v.d. Weide

Sint Josephkerk – Heeg, Heeg

 voor Andre en Johan Huitema;
voor Bettie en Piet Portiek;
voor Bernardus en Jacoba Zijlstra-de Jong.


aug 2020

datum/tijd evenement

02 aug - zondag

Heeg 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering, Werkgroep Heeg

Sint Josephkerk – Heeg, Heeg

voor Johannes en Ieke Potma – Bouma en overleden familie;
voor overleden familie Fokke Flapper.



02 aug - zondag

Sneek 10:00 TV-uitzending - Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Zondag in de Sneekweek

m.m.v. de koren Intermezzo en Sint Caecilia o.l.v. F. Haaze



08 aug - zaterdag

Heeg 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering, Werkgroep Blauwhuis

Sint Josephkerk – Heeg, Heeg

voor Rein, Sophia en Geesje Hettinga.



16 aug - zondag

Heeg 09:30 - 10:30 Eucharistieviering, Pastoor P. v.d. Weide

Sint Josephkerk – Heeg, Heeg

Uit dankbaarheid;
voor Bernard de Jong en overleden familie;
voor Rein van der Wey.



22 aug - zaterdag

Heeg 19:30 - 20:30 Eucharistieviering, Pastoor P. v.d. Weide

Sint Josephkerk – Heeg, Heeg

voor Durk en Geeske van der Tol – Hijlkema;
voor Andre Huitema en fam. Rein Portiek;
voor Bernardus en Jacoba Zijlstra-de Jong.



30 aug - zondag

Heeg 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering, Pastor L. Foekema

Sint Josephkerk – Heeg, Heeg

voor Jitte en Tietsje Flapper-Jellesma;
voor Jelle en Marie Jellesma-Jongstra.


nov 2020

datum/tijd evenement

01 nov - zondag

Sneek 11:00 TV-uitzending - Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Eurovisie uitzending – Allerheiligen viering

m.m.v. de koren Intermezzo en Sint Caecilia o.l.v. F. Haaze

 


Powered by Events Manager