Evenementenlijst Sint Antoniusparochie

dec 2018

datum/tijd evenement

maandag - 10 dec

Hele dag Gedenkdag H. Maria van Loreto

Maria van Loreto, Italië; overbrenging van het huisje van Nazareth via Dalmatië naar Loreto; 1294.

Afbeelding van Maria van Loreto

Vierde en definitieve overbrenging van het heilig huisje naar de huidige plek in Loreto.
18e eeuw, houtreliëf. Frankrijk, Bretagne, St-Ségael, Chapelle St-Sébastien.

http://www.heiligen.net/afb/12/10/12-10-1294-maria_11.jpg

Feest 10 december.

Wij volgen hier de weergave van Guérin. Hij op zijn beurt zegt zich te baseren op Rohrbacher ‘Vie des Saints’.

‘Introibimus in tabernaculum ejus,
adorabimus in loco ubi steterunt pedes ejus’
[= Wij zullen zijn woning binnengaan
en Hem aanbidden op de plek waar zijn voeten stonden.   Psalm 132, 7 (Vulgaat)]

Dalmatië

‘Tegen het eind van de 13e eeuw verspreidde zich het plotselinge en afschuwelijke bericht dat het Heilig Land voor de christenen verloren was gegaan; het bracht diepe droefenis in de harten van de vrome gelovigen. Maar in dezelfde tijd kwam een ander, veel stiller en kalmer bericht de vrome harten verblijden, en dat doet het nog steeds: het heilig huisje van Nazareth, waar de maagd Maria het vlees geworden Woord ontving, was door engelen overgebracht naar Dalmatië, en vandaar naar Loreto in de Marken van Ancona, dichtbij Recanti. Daar bevindt het zich nog steeds.

In 1291 werden de heilige plaatsen van Palestina onder de voet gelopen. De prachtige kerk die keizerin Helena in Nazareth had laten bouwen, was vernield door de slopershamers van de Mohammedanen. Het heilig huisje dat daar stond was waarschijnlijk hetzelfde lot beschoren. Toen gaf God aan zijn engelen de opdracht het over te brengen naar de uitverkoren velden van het gelovige Dalmatië. Het was de tweede nachtwake van de 10e mei dat het heiligdom uit Nazareth werd neergezet op de oevers van Adriatische kust in een plaatsje dat in de volksmond Rauniza werd genoemd, halverwege Tersatz en Fiume. Nicolaas IV stond op dat moment aan het hoofd van de Kerk, Rudolf van Habsburg was keizer. Het stadje Tersatz werd bestuurd door Nicolaas Frangipane, een nakomeling uit het geslacht van de Aniciërs; hun gezag strekte zich uit over geheel Kroatië en Slovenië.

Het huisje

Bij zonsopgang merkten enkele inwoners verbaasd op dat er een nieuw gebouwtje stond op een plek waar nog nooit enig bouwsel had gestaan. Het gerucht hiervan ging als een lopend vuurtje door de omtrek. Van overal kwam men aanlopen, men bekeek het van alle kanten en bewonderde het geheimzinnige gebouwtje dat bestond uit kleine, rode, vierkante steentjes die bijeen gehouden werden door cement. Men verbaasde zich over de eenvoud ervan; het moest al heel oud zijn, en het zag er oosters uit. Niemand begreep hoe het overeind kon blijven, terwijl het gewoon los op de grond stond zonder enig fundament.

Maar de verbazing werd nog groter toen men binnen ging kijken. De kamer bestond uit een rechthoek. De zoldering werd bekroond met een klokje; het plafond was van hout, azuurblauw geverfd; het was in een aantal afdelingen verdeeld, hier en daar beschilderd met gouden sterretjes. De hele kamer rond zag je beneden de lambrisering halve cirkeltjes die om elkaar heen tolden en hadden zodoende veel weg van vazen in verschillende vormen. De muren waren ongeveer één el dik; ze waren ongelijk van structuur en stonden ook niet helemaal verticaal. Ze hadden een bekleding waarop de belangrijkste mysteries van deze heilige plek stonden geschilderd. Men kon bij dit geheimzinnige verblijf  naar binnen door een tamelijk brede deur opzij. Het enige venstertje zat rechts. Tegenover de ingang was een altaar uit stevige, vierkante stenen; er stond een antiek Grieks kruis op met een op doek geschilderd kruisbeeld dat op hout was geplakt. Daar stond de naam van onze Heiland op te lezen: “Jezus van Nazareth, koning der Joden”.

Vlak naast het altaar was een verbazend eenvoudig, klein kastje, bestemd voor de meest noodzakelijke dingen van een arm huishouden. Er zaten wat flesjes in die moeders gebruiken om een klein kind te voeden. Links een soort schoorsteen of haard; daarboven een uitbouw die gesteund werd door sierlijke zuiltjes met cannelures en krullen en bekroond door een ronde welving die bestond uit vijf met elkaar verbonden en verweven maantjes. Daarop stond een cederhouten beeldje van de gelukzalige Maagd met het Kind Jezus op de arm. Hun gezicht was zilverkleurig geverfd maar intussen zwart geworden door de tijd en waarschijnlijk ook door de kaarsen die er eerbiedig vóór hadden gebrand. Een paarlen kroon op het hoofd van Maria benadrukte de adeldoom van haar voorhoofd. Haar haren hadden een Nazareense scheiding en golfden over haar hals en schouders. Haar lichaam ging gekleed in een gouden gewaad dat viel tot op haar voeten en bijeengehouden werd door een brede ceintuur. Een blauwe mantel bedekte haar heilige achterzijde. Allebei waren vervaardigd uit hetzelfde hout en vertoonden verfijnde plooien. Het Kind Jezus was groter dan normale kinderen; zijn gezicht straalde goddelijke majesteit uit. Het werd nog verfraaid door zijn haren die in een Nazareense scheiding op zijn voorhoofd vielen; Nazareens waren ook zijn gewaad en ceintuur; het stak zijn eerste vingers van zijn rechterhand omhoog in een zegengebaar; met zijn linker hield hij een wereldbol vast, symbool van zijn opperheerschappij over het heelal. Toen het Mariabeeld arriveerde, was het afgedekt door een rood linnen kleed dat nog steeds wordt bewaard en geen slijtage vertoont. Zo zag het huisje eruit op het moment dat het in Dalmatië aankwam.’

[Hier verwijst Guérin naar A.B.Caillou ‘Histoire critique et religieuse de Notre Dame de Lorette’ Paris, 1843]

Wonderbaarlijke genezing

‘Overal heerste verbazing. Men vroeg zich wat dit onbekende verblijf kon betekenen, door welke hand de wandversieringen waren gemaakt, en wie er in staat was geweest dit nieuwe heiligdom van het ene moment op het andere hier neer te zetten. Allemaal vragen, maar geen antwoord. Totdat plotseling temidden van de menigte de eerbiedwaardige herder van de Sint-Joriskerk opdook, bisschop Alexander; hij was afkomstig uit Modruzia. Zijn aanwezigheid ontlokte overal een kreet van verbazing. Iedereen wist dat de man doodziek was, nagenoeg zonder enige hoop op herstel. En kijk, daar stond hij, blakend van gezondheid! De ziekte was weg. Van koorts geen spoor meer.

’s Nachts had hij op zijn ziekbed een heftig verlangen in zich voelen opkomen om met eigen ogen het wonder te gaan aanschouwen waarover hij hoorde vertellen. Hij vertrouwde zich toe aan Maria wier wonderdadig beeld zo levendig was beschreven. Plotseling had de hemel zich geopend en was de allerheiligste Maagd verschenen temidden van haar omringende engelen, en met een stem zo lieflijk dat  het hart erbij opsprong had zij gezegd: “Je hebt geroepen, mijn zoon. Ik ben gekomen om je te helpen en je het geheim te openbaren dat je wilt leren kennen. Weet dan dat het heilige verblijf dat zojuist naar jullie grondgebied is toegebracht, het huisje is waar ik geboren ben en opgegroeid. Daar heb ik ook op het woord van de aartsengel Gabriël door toedoen van de Heilige Geest het goddelijk kind in mijn schoot ontvangen. Daar is het woord vlees geworden. Na mijn dood hebben de apostelen het onderkomen, zo bijzonder door de diepe geheimen, gewijd; ze betwistten elkander de eer er de heilige geheimen te mogen vieren. Het altaar dat is meegekomen werd nog eigenhandig gebouwd door de apostel Petrus. Ook het kruisbeeld dat je er ziet, is destijds door de apostelen geplaatst. Mijn cederhouten afbeelding is eigenhandig gemaakt door de evangelist Lukas; hij was mij zeer toegedaan en heeft mijn trekken kunstig weergegeven zo adequaat als het voor een mens maar mogelijk is. Dit huisje –  zo geliefd in de hemel, en zo lang met zorg en eerbied omringd in Galilea, maar heden ten dage beroofd van elk eerbetoon temidden van de geloofsafval – is van Nazareth naar deze streken gekomen. Laat er geen twijfel over bestaan: de bewerker van dit alles is God zelf, bij wie immers niets onmogelijk is. Dus vooruit, jij moet er getuige en verkondiger van zijn. Ontvang daarom je genezing. Het terugkrijgen van je gezondheid na zo’n lange ziekteperiode zal het geloof in dit wonder versterken.

Aldus sprak Maria. Ze verhief zich ten hemel en verdween, een heerlijke, hemelse geur in de kamer achter latend. De trouwe dienaar voelde hoe de pijn week, de koorts afnam en de krachten terugkeerden. Hij móest opstaan, zich op de knieën werpen, zijn weldoenster bedanken en naar het verheven heiligdom toe rennen om er dank te zeggen. Zo kon hij zijn erkentelijkheid tonen en bewijzen dat dit bezoek niet een of andere kinderlijke hersenschim was in een hoofd dat door pijn in de war was.

Officieel onderzoek

De heerser over die streek, Nicolaas Franfipane, was op dat moment afwezig. Hij was met Rudolf van Habsburg ten strijde getrokken. Midden in die militaire onderneming ontving hij het bericht van de wonderlijke gebeurtenissen. De vorst gaf hem toestemming het leger te verlaten om zich van de waarheid op de hoogte te stellen. De lange weg was voor hem geen bezwaar. Hij kwam hoogstpersoonlijk naar Tersatz; zonder zich te laten meeslepen door het eerste enthousiasme, liet hij zich nauwkeurig informeren. Hij was nog helemaal niet overtuigd. Hij koos zelf vier wijze en bedachtzame mannen uit. Onder hen bevonden zich, naast bisschop Alexander, Sigismond Orsich en Jan Grégoruski. Zij begaven zich naar Nazareth om een nader onderzoek in te stellen naar de omstandigheden van dit buitengewone gebeuren. Zij volvoerden hun opdracht met evenveel toeleg als wijsheid. Hun eindrapport luidde: “Het geboortehuisje van de allerheiligste Maagd bevindt zich niet meer in Nazareth, Galilea; het is los gekomen van zijn fundament; dat fundament ligt er nog steeds; er is geen verschil van materiaal tussen de stenen die op het fundament zijn achtergebleven en die waaruit het huisje is opgebouwd; de afmetingen van lengte en breedte komen precies met elkaar overeen.” Hun conclusies stonden op schrift en werden met een plechtige verklaring bekrachtigd. Zij is authentiek volgens alle eisen die de wet eraan stelt.

Geen twijfel of onzekerheid meer mogelijk. De devotie nam een snelle vlucht; mensen kwamen er van overal toe. Het leek wel of de provincies van Bosnië, Servië, Albanië en Kroatië compleet werden leeggeschud en hun inwoners uitstortten op dit door de hemel bevoorrechte stukje grond. Om gedrang onder de pelgrims te voorkomen liet Frangipane de gewijde muren volgens de smaak van daar beschermen met balken en planken; dit soort constructies waren daar heel gebruikelijk. Hij deed royale schenkingen om de schoonheid van dit eerbiedwaardige heiligdom nog te vergroten. Met als gevolg dat de roem ervan  zich steeds meer verspreidde.

Vertrek uit Dalmatië

Drie en een half jaar na de aankomst in Tersatz verhief het huisje van Nazareth, gedragen door engelenhanden, zich weer in de lucht en verdween uit het zicht van de teleurgestelde bevolking. De vorst liet op diezelfde plek en op dezelfde restanten een kapelletje bouwen waar tegenwoordig nog te lezen staat: “Dit is de plaats waar ooit het allerheiligste huisje van de gelukzalige Maagd van Loretto heeft gestaan; tegenwoordig wordt het vereerd in de streek van Recanti.” Op de grond liet men in het Italiaans de tekst aanbrengen: “Het heilig huisje van de gelukzalige Maagd kwam op 10 mei 1291 naar Tersatz en vertrok weer op 10 december 1294.” De pausen verleenden meerdere privileges aan de gedachteniskapel van Tersatz. Geestelijken en kerkvolk zingen er nog altijd dit lied: “O Maria, u bent hierheen gekomen met uw huisje om als vrome Moeder van Christus genade te brengen. Nazareth was uw wieg, maar Tersatz was uw eerste halteplaats op zoek naar een nieuw vaderland. U hebt uw geheiligde verblijf naar elders overgebracht, en tegelijk bent u bij ons gebleven, o Koningin van de zachtmoedigheid. Wij prijzen ons gelukkig dat wij waardig waren uw moederlijke aanwezigheid te mogen herbergen.”

Van toen af tot in onze dagen ziet men elk jaar grote groepen Dalmatiërs de Adriatische Zee oversteken en naar Loreto komen; enerzijds bewenen zij hun verlies, anderzijds vereren zij de wieg van Maria. Telkens weer nemen zij deze plechtige woorden in de mond: “Kom naar ons terug, Maria, kom terug!” Zo kwamen er in het jaar 1559 meer dan driehonderd pelgrims uit die streek naar Loreto met brandende kaarsen; eerst hielden zij stil bij de hoofdingang waar zij zich ter aarde wierpen om de hulp van God en de Heilige Maria af te smeken. Vervolgens werden zij door de meegekomen priesters keurig in rijen op hun knieën gezet; zo gingen zij hun heiligdom binnen en riepen als uit één mond in hun eigen taal: “Kom terug, kom naar ons terug, Maria! Maria, kom terug naar Fiume!” Hun verdriet was zo heftig en hun gebed zo vurig dat degene die hiervan getuige was en deze geschiedenis heeft opgeschreven, hun het zwijgen probeerde op te leggen uit vrees – zo zei hij – dat zulke vurige gebeden verhoord zouden worden en dat de heilige kapel aan Italië ontrukt zou worden en weer zijn oude plaats zou innemen in Tersatz. De paus wenste de devotie van dit vrome volk tegemoet te komen. Hij stichtte in Loreto een gasthuis waar meerdere Dalmatische gezinnen tegelijk ondergebracht konden worden, als ze het niet over hun hart konden verkrijgen naar huis terug te keren en de Maagd van Nazareth te verlaten, en zodoende hun vaderland lieten voor wat het was en verkozen te blijven op de plek die ook Maria voor zichzelf had uitgekozen.

Overbrenging naar Loreto

Hoe verliep die nieuwe overbrenging? Hier volgt de weergave zoals die door een kluizenaar uit die tijd in een brief aan koning Charles II werd opgeschreven.

“Op zaterdag 10 december van het jaar Onzes Heren 1294, halverwege de nacht, toen alles in stilte was gehuld, drong er een hemels licht door in de ogen van meerdere bewoners van de Dalmatische kust. Een goddelijke muziekkapel wekte zelfs de diepste slapers en haalde hun uit de slaap om getuige te kunnen te zijn van een groter wonder dan welk natuurverschijnsel ook. Zij kwamen toelopen en zagen hoe een huisje, in een hemels licht gehuld en gedragen door engelenhanden, door de lucht werd vervoerd. Boeren en herders onderbraken stomverwonderd hun bezigheden bij het zien van dit groot wonder; ze vielen op hun knieën in aanbidding zo lang als het wonder duurde. Intussen werd het door engelen gedragen huisje midden in een groot bos neergezet, waarbij de bomen zich bogen alsof ook zij de Koningin des Hemels hulde wilden brengen. Tot op de dag van vandaag zie je ze nog altijd  krom gebogen staan alsof zij hun vreugde te kennen willen geven. Men weet te vertellen dat er vroeger ooit op die plek een tempel heeft gestaan die aan een of andere onwaarachtige godin was toegewijd. Daar was een laurierbos omheen aangelegd. Dat zou verklaren waarom het daar nog altijd Loreto heet.

De morgen was nog maar nauwelijks aangebroken of de boeren haastten zich naar Recanti om te vertellen wat er gebeurd was. En heel de bevolking liep uit naar het Laurierbos om te gaan kijken wat er waar was van het verhaal. Onder de edelen en de gewone bevolking stonden er velen sprakeloos van verbazing; er waren er heel wat die het wonder maar amper konden geloven. De besten konden hun tranen niet bedwingen en zeiden met de profeet: ‘Wij hebben hem gevonden in het bos;’ of ook: ‘Zo heeft hij met andere volken niet gedaan!’ Zij vereerden het kleine, heilige huisje, gingen er met grote schroom naar binnen en brachten hulde aan het houten beeld van de goddelijke Maagd Maria met haar Zoon op de arm. Eenmaal terug in Recanti vervulden zij de straten met vreugdekreten. Vaak verlieten zij hun woonplaats om het heilige kapelletje te vereren. Het was een eeuwig komen en gaan  van mensen die elkaar onderweg tegenkwamen.

Intussen vermeerderde de gelukzalige Maagd Maria de tekenen en wonderen. Het gerucht van dit grote wonder verspreidde zich tot in de verre omtrek, alsmede in de omliggende provincies, en allen kwamen naar het Laurierbos dat al gauw vol kwam te staan met houten gebouwtjes die als onderkomen moesten dienen voor de pelgrims. Terwijl dit alles plaats vond,  wist de helse leeuw die altijd op zoek is naar wie hij kan verslinden, een paar schurken zover te krijgen vuile handen te maken door een aantal diefstallen en zelfs moorden te plegen, met als gevolg dat de devotie afnam uit vrees voor die boosdoeners.

Tweemaal verandering van plek

Na acht maanden werd het eerste wonder bekrachtigd door een tweede. Het heilige huisje verliet het vermaledijde bos en werd door engelen midden op een heuvel geplaatst die deel uitmaakte van het bezit van twee broers uit Recanti: de edelen Stefano en Simone Rainaldi de Antiquis. Gaandeweg nam de devotie van de gelovigen weer toe en het kleine heilige huisje werd verrijkt met grote giften en schenkingen. De beide adellijke broers voerden er het beheer over. Maar al gauw waren ze in de greep van de hebzucht, ze eigenden zich de schenkingen toe en dreven hun schandelijk gedrag zelfs zo ver dat ze ook elkaar het bezit van de kostbaarheden begonnen te betwisten.

Dus trok het heilige huisje vier maanden na zijn aankomst zich terug van de heuvels van de beide broers en werd door een derde wonder door engelen overgebracht naar een nieuwe plek ongeveer op één steenworp afstand: midden op de openbare weg die van Recanti naar de kust loopt. Daar zie ik het tot op de dag van vandaag en heb ik elke dag zicht op de rijke genadegaven die het schenkt aan al degenen die er naar toe komen om er te bidden.”

Intussen zagen de inwoners van Recanti met bezorgdheid aan hoe zwak de heilige muren waren. Rustend op de grond hadden ze geen fundament waarop ze konden steunen. Was het niet te vrezen dat ze van lieverlee zouden afbrokkelen en dat aldus het land van een van zijn allermooiste sieraden zou worden beroofd? Hun angst werd nog vergroot door het feit dat die plek open lag voor luchtverplaatsingen; er was vaak zulk heftig onweer alsof storm en regen wel met elkaar een samenzwering gesloten leken te hebben. Zij besloten daarom rond dit kwetsbare bouwwerk een stevige muur op te trekken die gefundeerd moest zijn op harde in vuur gebakken stenen. Ze deden nog meer. Elke dag liet God er talrijke wonderen gebeuren dankzij dit deugdzame heilige huisje. Zij riepen daarom kundige schilders om met penseel op de muren – vooral die aan de noordzijde gelegen waren – nauwkeurig alle facetten van de wonderbaarlijke geschiedenis te schilderen. Zo zou iedereen – maar vooral degenen die nergens van wisten – dit wonder kunnen verstaan en er de allerheiligste Maagd om kunnen bedanken.

Het oude huisje en de aangebrachte vernieuwingen

Voor wat er verder gebeurde volgen we het getuigenis van de historicus Pater Riéra: “De volksmond in de provincie Ancona weet te vertellen dat er een groot wonder is gebeurd. Op het moment dat de werkzaamheden klaar waren, bleken de nieuwe muren zo ver van de oude af te staan dat een kind, wanneer het die verwijding zou willen laten zien, er gemakkelijk met een kaars tussendoor kon lopen. Dat wonder bracht hevige beroering te weeg. Temeer, omdat men er zeker van was dat ze tevoren zo dicht tegen elkaar stonden dat je er zelfs geen haar tussen had kunnen krijgen. Vandaar dat de overtuiging heeft post gevat dat er niets tegen de muren van het verheven huisje van Loreto aan moet komen, omdat de heilige Maagd het zo heeft gewild: wij mogen niet denken dat haar eerbiedwaardige verblijf ook maar enige menselijke hulp nodig zou hebben om overeind te blijven. Wat hiervan de oorzaak ook mag zijn, het betreft hier een onaanvechtbaar feit. Immers tot op de dag van vandaag zijn er nog getuigen in leven die dit wonder met eigen ogen hebben aanschouwd. Ten tijde van paus Clemens VII wilde de architect van de heilige kapel, Rainero Nerucci, die sindsdien bij mij als boezemvriend is blijven wonen, op last van de paus de stenen muur afbreken die in de loop van de tijd al praktisch volkomen in verval was geraakt, om er het prachtige, huidige marmeren monument voor in de plaats te zetten. Daarbij bemerkte hij tot zijn niet geringe verbazing dat geheel tegen de wetten van de architectuur en de menselijke kunstvaardigheid in, alle stenen die niet tot de oorspronkelijke bouw hadden behoord, zich van het heilig huisje hadden verwijderd; het leek wel of ze op die manier het heiligdom eer wilden brengen. Diezelfde Rainero – en trouwens heel wat anderen ook – hebben mij verteld dat er in de loop van de tijd zoveel speelruimte tussen de stenen van die muur was ontstaan dat je er dwars doorheen het oorspronkelijke bouwwerkje kon bewonderen en kon genieten van de uitstraling die het had.”

Pausen bevorderen de devotie tot OLV van Loreto

In het begin van de 14e eeuw bouwden de inwoners van Recanti in Loreto een heiligdom waarbinnen de heilige kapel besloten lag. Er ontstond een stadje rondom. De pausen hebben er onophoudelijk geestelijke en materiële privileges aan verleend. In 1464 schonk paus Pius II aan Onze Lieve Vrouw van Loreto een gouden kelk om genezing van ziekte verkrijgen; wat hem inderdaad gegeven werd. In datzelfde jaar liet zijn opvolger Paulus II een nieuwe basiliek bouwen rond de heilige kapel. In een bul van 15 oktober zei hij: ‘Men hoeft er niet aan te twijfelen dat God op voorspraak van de allerheiligste Maagd en moeder van zijn goddelijke Zoon, elke dag opnieuw de gelovigen verhoort die Hem hun bijzondere dank betuigen; en dat de kerken die aan haar zijn toegewijd met de grootste devotie moeten worden bejegend. En in het bijzonder dan die kerken waar de Allerhoogste op voorspraak van de verheven Maagd Maria des te vaker en des te groter wonderwerken verricht. Het is duidelijk dat de kerk van Onze Lieve Vrouw te Loreto in het bisdom Recanti op basis van de grote, ongehoorde en herhaalde wonderen die er door toedoen van de Heilige Maagd gebeuren en die wijzelf aan den lijve hebben ondervonden, mensen aantrekt uit alle hoeken van de wereld.’

Sixtus IV

De opvolger van Paulus II, Sixtus IV, verklaarde dat Loreto voortaan deel uitmaakte van de Kerkelijke Staat. Alle mensen die er te werk waren gesteld, vielen onmiddellijk onder hem en waren ontheven aan elke andere jurisdictie. De paus benoemt steeds twee bekwame onderdanen: de een krijgt de naam van vicaris: hij zorgt voor het geestelijk welzijn; de andere wordt gouverneur: hij draagt zorg voor alle materiële voorzieningen. De vicaris stelt acht kapelaans aan die aan de residentie verbonden zijn en die elke dag een plechtige, gezongen votiefmis moeten opdragen. De biechtvaders hebben naast de reeds verleende volmacht om zonden te vergeven ook het recht iemand van geloften te ontslaan of liever ze om te zetten in goede werken of de nodige bijdragen aan het onderhoud van de kapel. De Karmelieten die al tot taak hadden in Palestina de heilige plaatsen te beheren, werden geroepen om de zorg op zich te nemen voor de kamer van de Moeder Gods.

Leo X

Leo X hernieuwde alle privileges die in het verleden waren verleend en voegde er nog in overvloed nieuwe aan toe. Er werd een collegiale kerk gesticht waar twaalf kanunniken, twaalf vaste priesters en zes koorzangers aan verbonden werden. De aflaten die behoorden bij de apostolische staties in Rome, werden uitgebreid naar het heiligdom in Loreto waar men door het bezoek aan één kerk meer verdiensten opbouwde dan door een bezoek aan een aantal kerken in de hoofdstad van de christelijke wereld. De herfstmarkten van Ancona, Pisaurië en andere plekken werden opgeheven om des te meer gewicht te geven aan die van Recanti die gehouden werd tegen Kerstmis. Je zag er niet alleen katholieken, maar ook Grieken en Armeniërs, die hoewel schismatiek, uit devotie tot Maria in gesprek gingen met de gelovige kinderen van de katholieke Kerk. De gelofte tot het doen van een pelgrimsreis naar Loreto werd voorbehouden aan de paus, juist zoals  in het geval van een bezoek aan de apostelgraven of het graf van Jezus Christus. De beeldhouwer Sansovino kreeg de opdracht het kostbare heiligdom rondom te voorzien van een magnifiek beeldhouwwerk vervaardigd uit wit marmer van Carrara. De door de paus benoemde gouverneur kreeg het voorrecht in pontificale kledij de mis op te dragen en de mensen de bisschoppelijke zegen te geven. Er werden orders uitgevaardigd om het kasteel te versterken en om boulevards, fortificaties en grachten aan te leggen, dit alles verdedigd door flinke stukken artillerie; aldus zorgde men ervoor dat de het heiligdom werd beschermd tegen onverwachte aanvallen.

Clemens VII

Clemens VII voerde het fantastische plan uit van zijn aanverwante voorganger Leo X: het plan om de eenvoudige muren van het heilig huisje aan de buitenkant te voorzien van schitterende decoraties bestaande uit beeldhouwwerk in wit marmer. Daartoe deed hij een beroep op de beroemdste kunstenaars die met elkaar in talent en vindingrijkheid moesten wedijveren om zo’n edel werk tot voltooiing te brengen. Tot hoofdarchitect die zoweel op de kerk als op de gaanderij toezicht moest houden, benoemde hij de fameuze Nerucci. Het marmerwerk had al de juiste maat en de versieringen stonden klaar om aangebracht te worden. Nerucci liet de oude muren neerhalen die – zoals gezegd – op enige afstand om de kwetsbare muren van het wonderdadige kamertje heen stonden. Zo stond het enige dagen in al zijn eenvoud bloot aan de gretige blikken van de devote en nieuwsgierige bevolking. Ieder kon zien dat het op de kale grond stond zonder fundamenten. Eronder was korrelige aarde, zoals op wegen waar veel verkeer overheen gaat. Je kon zelfs nog een doornstruik zien waar de heilige last van het huisje door engelen boven op was gezet. Alles sprak van iets dat toegankelijk was voor iedereen, geheel in overeenstemming met de traditie. Maar nu moest er begonnen worden aan graafwerk om fundament te geven aan de marmeren kostbaarheden. Het was voor iedereen zonneklaar dat het heilig muurwerk op zulk oneffen en korrelig terrein was geplaatst met alle voorlopigheid van dien. In zijn officiële rapportage aan paus Clemens VII maakt Girolamo Angelita melding van al deze wonderbaarlijke omstandigheden. Er kan dus geen twijfel over bestaan.

De fundamenten staken al boven de grond uit, toen bekend werd dat de plannen zoals ze waren onderbroken door Leo X, maar weer goedgekeurd door Clemens VII met zich meebrachten dat de enige deur van het huisje zou worden dicht gemetseld, en dat er drie voor in de plaats kwamen die op het plein uit zouden komen; daarmee wilde men de ongelukken vermijden die nu steeds gebeurden omdat er te weinig plaats was voor de vrome pelgrims die elkaar herhaaldelijk verdrongen. Toen dit nieuws bekend werd, ontstond er hevige consternatie onder de bevolking. Plotseling dreigde overal opstand. Wie had het lef om met een brutale hamer muren geweld aan te doen die door de eeuwen met respect waren behandeld? Toch stond de paus erop. Het ging om het algemeen belang. En om de schoonheid van de ingreep. De architect Nerucci hief dus moedig de hand om de eerste slag toe te brengen. Maar op datzelfde moment verbleekte hij, begon te trillen, voelde zijn krachten wegvloeien, en viel bewusteloos op de grond. Men bracht hem over naar zijn huis; zijn toestand was kritiek; hij leek in acuut levensgevaar. Toen zijn vrome echtgenote hem in die toestand zag, viel ze wanhopig Maria te voet en riep de voorspraak in van de beschermheilige van Loreto. Haar gebeden werden verhoord; de toestand van algehele zwakte verdween en de onfortuinlijke architect kon gelukkig weer terug naar zijn familie en aan het werk.

Intussen had men de paus van dit wonderlijke gebeuren op de hoogte gebracht; men vroeg zijn raad in deze delicate affaire. Hij antwoordde aldus: “Wees niet bang om de muren van het verheven heiligdom te doorbreken en er deuren in te maken: aldus bepaalt Clemens VII.” Hoe uitdrukkelijk deze bepaling ook was, nog wel voorzien van alle gezag van de Heilige Stoel, toch was het niet voldoende om de vrees bij architect Nerucci weg te nemen en te gehoorzamen. Tevergeefs probeerde men hem aan te sporen en over te halen. Alle pogingen strandden. Enerzijds voerde het bevel van de paus de druk op om aan het werk te gaan, anderzijds werd het belemmerd door de verbijstering van de bevolking.  Ineens  verscheen er een man die zich aanbood het gevaarlijke werk aan te pakken. Hij behoorde tot de lagere geestelijkheid en zong mee in het koor van het heiligdom. Hij heette Ventura Perini. Om te beginnen nam hij drie dagen om zich met intensief gebed en strenge vasten voor te bereiden op de onderneming.  Tegen de avond van de derde dag begaf hij zich, omstuwd door een dichte drom van ontelbare mensen, naar de heilige plaats. Hij maakt een kniebuiging, kuste en kuste wel duizend keer de heilige muur en pakte een hamer. Maar voor hij toesloeg, richtte hij zich, reeds met de arm geheven, tot Maria en sprak vertrouwvol: “Vergeef mij, heilig huisje van de allerzuiverste Maagd. Niet ik ben het die een gat in u gaat  maken, het is Clemens, de plaatsbekleder van Jezus Christus, in zijn verlangen u mooier te maken. Sta het hem toe, Maria, en kom tegemoet aan zijn hartsverlangen.” Daarop bracht hij een eerste slag toe, gevolgd door nog een aantal, en hij ondervond er geen enkel probleem bij. Andere werklieden vatten moed en volgden hem na in zijn werk evenzeer als in zijn devotie. De deuropeningen werden zichtbaar; de stenen werden eerbiedig opzij gelegd en hergebruikt bij het dichtmetselen van de enige deuropening die tot dan toe toegang had gegeven tot het kostbare heiligdom. De balk die dienst had gedaan als architraaf werd bewaard in het metselwerk als een monumentale herinnering aan de oude situatie en de vernieuwing met zijn prachtige beeldhouwwerk kwam tot voltooiing.

Sixtus V

In 1585 werd Sixtus V paus. Hij sprak: “Overwegende dat de stad Loreto over de hele wereld beroemd is geworden en dat zij binnen haar muren een belangwekkende collegiale kerk herbergt die is toegewijd aan de gelukzalige maagd Maria; en overwegende hoe eerbiedwaardig deze kerk is, waarin het verheven huisje staat, dat is geheiligd door goddelijke geheimen, omdat de zuiverste Maagd daar is geboren en begroet door de engel en omdat zij daar van de Heilige Geest de Verlosser van de wereld heeft ontvangen; en overwegende dat dit huisje naar hier is overgebracht door dienstvaardige engelen, en dat er elke dag wonderen gebeuren op voorspraak en door de verdiensten van de heilige patrones, en dat de gelovige dienaren van Jezus Christus er elke dag in grote drommen van over de hele wereld in vrome bedevaart naar toe komen, verheffen wij het plaatsje Loreto tot de rang van stad, en maken wij de kerk tot kathedraal door er een bisdom te vestigen.”

Clemens VIII

Clemens VIII werd paus in 1592. Hij ondernam hoogstpersoonlijk een bedevaart naar Loreto en verbood dat er een andere litanie gezongen zou worden dan degene die nu gebruikelijk is  in de Kerk, en die men doorgaans de Litanie van Loreto noemt. Het was immers in deze kerk dat ze voor het eerst werd gezonden, opgesteld door kardinaal Savelli aan wie ze doorgaans word toegeschreven. Hij liet ze in 1483 op een zilveren blad ingraveren. Onderaan staat te lezen: “Paul Savelli, vorst van Albano en keizerlijk afgezant.”

Clemens IX en Innocentius XII

Clemens IX werd paus in 1667. Na een uiterst zorgvuldig onderzoek door de Congregatie van de Riten bepaalde hij middels een plechtig decreet dat de geschiedenis van het indrukwekkende Loretowonder met de volgende opmerkelijke woorden zou worden opgenomen in het Romeins Martelarenboek: “Te Loreto, in het streek van Ancona, het overbrengen van het heilig huis van de Moeder Gods Maria waarin het woord is vlees geworden.” In 1691 ontwierp Innocentius XII een officie en een speciaal misformulier, en voegde in het Romeins brevier na de zesde lezing de geschiedenis van het wonder toe.

Benedictus XIV

Voor zijn verheffing tot de Heilige Stoel had Benedictus XIV zich al een even geleerd als toegewijd verdediger van het heilige huisje betoond. Hij had zich op voortreffelijke wijze vereenzelvigd met de identiteit van het nederige en bescheiden verblijf uit Nazareth tegen de kritiek van de protestant Casaubon en andere bestrijders van de waarheid. We hoeven ons er dan ook niet over te verbazen dat hij alle privileges en voorrechten van zijn voorgangers bevestigde. Daarnaast werkte hij aan de verfraaiing van het verheven heiligdom door een stevige klokkentoren te bouwen en een mooi terras aan te leggen voor het apostolisch paleis.

Maar tijdens zijn regering heeft deze paus verder geen noemenswaardige dingen ondernomen voor Loreto, behalve dan dat de vloer van de heilige kapel opnieuw is betegeld, en die welke het gevolg waren van een onderzoek dat was ingesteld. Dat was in 1751. Giovanni-Battista Stella uit Bologna stond aan het hoofd van de stad. Op het moment dat hij de werkzaamheden wilde starten, leek het hem toch goed – en terecht – zich te omringen met enkele respectabele medewerkers. Zo vroeg hij monseigneur Alexander Borgia om hulp; daarnaast nodigde hij nog vier andere bisschoppen uit: die van Iesi, Ascoli, Macerata en Loreto. Hij vertrouwde het werk toe aan een architect en vier metselaars. Daar werden nog drie architecten uit den vreemde aan toegevoegd; zij waren juist in de stad om het heiligdom te bezoeken. Allen waren erbij toen het graafwerk begon. Al gauw had men de basis van de heilige muren bereikt: ze staken minder dan een voet de grond in. De architect en de meestermetselaars die het eerst in het gat waren afgedaald haalden droge aarde, vermengd met kleine vergruizelde steentjes naar boven, precies zoals je ze vindt op plat getreden paden en openbare wegen.

Intussen wilde een van de kundigste architecten met alle geweld doorgraven om te zien op welke diepte zich eigenlijk de vaste grond begon waarop men gewoonlijk de fundamenten aanbracht wilde men stevig bouwen. Hij was aan één kant al zo diep gegaan dat hij er helemaal in verdween. Op dat moment begon de bewaker Saviero Monti doodsbenauwd te worden: “De muur van het heiligdom is zo dun! Gaat dat niet instorten? Of misschien hier en daar verzakken?” Tevergeefs sprak hij zijn ongerustheid uit. De nieuwsgierige architect bleef doorgaan met zoeken. De grondwerkers waren al op een diepte van zo’n acht of negen voet gekomen, toen er plotseling een kreet weerklonk: “De vaste grond! De vaste grond!” Hij verzamelde een handvol en eenmaal weer boven, toonde hij het enthousiast aan de aanwezigen. Die keerden zich in tot een zegenbede aan God wiens hand tegen alle regels van de architectuur in al sinds eeuwen ondanks aardschokken en andere trillingen het nederige en bescheiden huisje van Maria ondersteunt.

Laatste beschrijving van het huisje

Het huisje is niet – zoals sommigen denken – opgetrokken uit baksteen, maar het bestaat uit lichtelijk bewerkte, roodkleurige, enigszins poreuze natuurstenen waar omheen de geur van oudheid hangt. Het is gebouwd met materiaal dat in Italië niet voorkomt, maar in Nazareth heel gewoon is. Alle voorwerpen komen uit de antieke tijd en hebben een enigszins oosters, en zeker geen westers karakter. De afmetingen komen exact overeen met de in Nazareth achtergebleven fundamenten. Dat het blijft staan, temidden van veel steviger gebouwen die alweer vergaan zijn, is op zich een wonder, want het is zomaar zonder fundament op de grond neergezet. Het heeft altijd iets onaantastbaars gehad; nooit heeft men straffeloos er ook maar een piepklein stukje van kunnen afhalen. Het huisje van Loreto is dus geen gewoon bouwwerk. Het is een ruimte die heel speciaal de almachtige bescherming van Gods hand geniet. Het is dus ook niet in vroeger tijden in Italië opgebouwd, maar van overzee aangevoerd. Het is wel degelijk het kamertje waarvan de resterende fundamenten in Galilea gebleven zijn, het kamertje dus van Maria, het kamertje waar zich de verhevenste van onze geloofsgeheimen hebben afgespeeld.

Om voor altijd de herinnering van het wonder van de overbrenging van het heilig huisje van de Maagd Maria levend te houden, gaf Clemens VII (1378-1394) toestemming dat feest in de basiliek van Loreto te vieren. Urbanus VIII (1623-1644) breidde dit feest uit over alle kerken van de Mark Ancona. Innocentius XII (1691-1700) gaf zijn goedkeuring aan een eigen formulier voor dit feest. In 1724 breidde Benedictus XIII het uit over de gehele kerkelijke staat. Het is ook populair in Frankrijk; er zijn al heel wat bisschoppen die het hebben bijgeschreven op het feesteigen van hun bisdom.’



dinsdag - 11 dec

Hele dag Gedenkdag H. Damasus, paus

Damasus, Rome, Italië; paus; † 384.

Afbeelding Damasus

Hiëronymus (rechts) overhandigt aan paus Damasus zijn Latijnse vertaling van het Nieuwe Testament.
Bijschrift: ‘Hiëronymus aan paus Damasus’.
12e eeuw, handschriftverluchting. Frankrijk, Dijon, Bibliotheek.

http://www.heiligen.net/afb/12/11/12-11-0384-damasus_1.jpg

Feest 11 december.

Damasus was van Spaanse afkomst en werd waarschijnlijk rond het jaar 305 te Rome geboren. Op 1 oktober 366 werd hij gekozen als opvolger van paus Liberius († 366), die hij nog als diaken had vergezeld toen deze in ballingschap was gestuurd. Bij hun terugkeer had hij zelfs nog even de kant gekozen van de tegenpaus Felix II († 365), maar spoedig had hij zijn vergissing ingezien en zich weer verzoend met Liberius.

Op zijn beurt had hij veel te stellen met een tegenpaus: Ursinus († 367). Toen deze werd vermoord, werd Damasus officieel aangeklaagd. Zowel keizer Valentinianus II (375-392) als een in 378 te Rome bijeengeroepen bisschoppenvergadering sprak hem echter vrij van elke beschuldiging.

Damasus was een verfijnd man; hij voerde een aantal wijzigingen door in de liturgie, die hij aan de oosterse kerk had ontleend en hij gaf de kerkvader Hiëronymus († 420; feest 30 september) de opdracht tot de Latijnse bijbelvertaling, de Vulgaat. Hieronymus noemde paus Damasus respectvol: “Een man die zijn weerga niet kent…”



dinsdag - 11 dec

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 12 dec

Hele dag Gedenkdag H. Jeanne Françoise Frémiot de Chantal, stichteres

Jeanne Françoise Frémiot de Chantal, Annecy Frankrijk; stichteres; † 1641.

Afbeelding H. Jeanne Francoise

Jeanne ontvangt uit handen van Sint Franciscus van Sales de Ordesregel.
ca 1850, wandschildering. Frankrijk, Parijs, St-Sulpice.

http://www.heiligen.net/afb/12/12/12-12-1641-jeanne_8.jpg

Feest 12 december.

Zij werd op 28 januari 1572 geboren in de Bourgondische stad Dijon als dochter van de edelman Frémiot; hij was voorzitter van het Bourgondische gerechtshof. In 1592 trad ze in het huwelijk met baron Christophe de Chantal. Het werd een zeer gelukkig huwelijk, dat gezegend werd met vier kinderen. In 1601 echter kwam de baron om bij een jachtpartij. Vanaf dat moment wijdde Jeanne zich alleen nog maar aan de opvoeding van haar kinderen en aan de dingen van het geloof: gebed en werken van naastenliefde. Ze liet zich in haar geestelijk leven leiden door Sint Franciscus van Sales († 1622; feest 24 januari). Hij raadde haar aan een kloosterorde voor zusters te stichten. Dat deed ze en ze noemden zich ‘Visitandinnen’.

Genoemd naar het feest van Maria Visitatie (= dat Maria op bezoek gaat bij haar bejaarde nicht Elisabeth, die op dat moment al zes maanden in verwachting is van de latere Johannes de Doper).

Het klooster was vooral bedoeld voor weduwen en vrouwen die zich geroepen voelden tot een kloosterlijk leven, maar niet opgewassen waren tegen de strenge praktijken in de kloosterordes die er tot dan toe waren.

De zusters leidden een beschouwend leven; ze besteedden de meeste aandacht aan stil persoonlijk gebed. Daarbij hadden ze het voorbeeld van Maria voor ogen, van wie in het evangelie twee keer wordt opgemerkt: ‘Zij bewaarde al deze dingen in haar hart en overwoog ze bij zichzelf’ (Lukas 02,19.51). De zusters hadden daarbij een bijzondere verering voor het Heilig Hart van Jezus, dus voor zijn liefde en menslievendheid.

Toen Jeanne’s kinderen eenmaal hun bestemming hadden gevonden, had zij haar handen vrij om zich helemaal in te zetten voor haar Congregatie. Zij trok de Franse provincies tussen Lyon en Parijs door en zag nog tijdens haar leven, hoe ‘haar’ kloosterorde in hoog tempo uitgroeide tot 72 vestigingen.

Jeanne was zeer geliefd bij iedereen, zowel in haar familie als onder de medezusters in het klooster. Haar leidsman Franciscus van Sales noemde haar graag “de volmaakte vrouw”. Aan het eind van haar leven moest zij hevige pijnen naar ziel en lichaam doormaken. Ze stierf te Moulins, maar werd begraven in Annecy, Savoie. Daar rust zij tezamen met haar vriend en leidsman Franciscus onder het hoogaltaar in de kloosterkapel van de Visitatie.

Verering & Cultuur

In 1767 werd zij heilig verklaard. Tot op de dag van vandaag geniet zij grote verering.

Ze wordt afgebeeld als kloosterzuster, vaak met een hart waarin Jezus’ naam staat of de letters ‘IHS’ (= de eerste drie letters van Jezus’ naam in het Grieks; ook wel uitgelegd als Iesus Hominum Salvator = Jezus Mensenredder: zie 1 januari: JEZUS-Zoete-Naam).

Opvallend is dat ze in het Romeins Missaal op 12 december staat, en in het in 2001 in het Vaticaan geheel bijgewerkte Martyrologium (‘Martelaren- en Heiligenboek) op 12 augustus.



woensdag - 12 dec

Hele dag Gedenkdag H. Maria van Guadalupe

Maria van Guadalupe, , México Stad, México; 1531.

Afbeelding H. Maria van Guadalupe
2000. Devotieprentje. Nederland, Den Haag, Missio.

http://www.heiligen.net/afb/12/12/12-12-1531-maria_1.jpg

Feest 12 december.

Twee jaar nadat Hernan Cortes in 1519 voet op Mexicaanse bodem had gezet, was het rijk van de Aztekenindianen volkomen veroverd. De indianen werden slaven. Vaak moesten zij onder dwang overgaan tot de godsdienst van hun meesters, het katholieke geloof.

De kerk die in het kielzog van de veroveraars Christus kwam brengen, werd in hun ogen een verlengstuk van de onderdrukking.

Op 12 december van het jaar 1531 verscheen Maria aan Juan Diego, een arme indiaanse boer. Toen hij zijn verhaal aan de bisschop ging vertellen, kon deze het niet geloven. Om hem te overtuigen liet de heilige Maagd toen rozen bloeien op kale rotsgrond. Juan ging zijn bisschop de bloemen aanbieden. Bij die gelegenheid bleek dat er een afbeelding van Maria op zijn mantel was achtergebleven. Zij is er te zien als een indiaanse vrouw; op die manier wilde zij duidelijk maken dat het christelijk geloof ook aan de kant staat van de indianen in de strijd om bevrijding en respect.

Het is deze afbeelding die in het voorstadje van México-Stad, Guadalupe, wordt bewaard en vereerd.

Zij is patrones van Noord- en Zuid-Amerika (sinds 1900), van El Salvador, Guatemala, Honduras, Mexico en Nicaragua; daarnaast ook van de indianen.



woensdag - 12 dec

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


woensdag - 12 dec

09:30 Mandela tekenen



woensdag - 12 dec

Sneek 14:15 Kien/middag KBO

Bonifatiushuis, Sneek


donderdag - 13 dec

Hele dag Feestdag H. Lucia van Syracuse, maagd en martelares

Lucia van Syracuse, Sicilië, Italië; martelares; † 304.

Afbeelding H. Lucia

< 1500. Houtsculptuur. België, Turnhout, St-Pieterskerk.

http://www.heiligen.net/afb/12/13/12-13-0304-lucia_1.jpg

Feest 13 december.

Zij zou rond het jaar 286 te Syracuse op het eiland Sicilië geboren zijn.

Volgens de legende bezocht zij met haar zieke moeder Eutychia het graf van de heilige Agatha († ca 253; feest 5 februari); dat lag niet ver van Syracuse in de plaats Catania. Toen moeder op wonderbare wijze genas, schonk Lucia al haar bezittingen aan de armen. Maar haar heidense bruidegom kon dat niet waarderen en klaagde haar aan vanwege haar geloof in Christus. Dat bracht immers met zich mee dat men geen offers bracht aan de Romeinse afgoden. Daarmee sloot men zich af van het sociale leven; elke openbare manifestatie begon indertijd met een offerritueel aan de goden. Omdat de keizers goddelijke waardigheid droegen, werd er ook geofferd aan de geest van de keizer. Wie dat weigerde, stelde daarmee een openbare daad van ongehoorzaamheid of zelfs majesteitsschennis
Lucia werd ertoe veroordeeld om in een bordeel te gaan werken. Maar zelfs een span ossen kon haar niet van haar plaats krijgen: zo onverzettelijk bleek zij. Ook op de brandstapel had zij nergens last van. Tenslotte stootte de beul haar een zwaard door de keel.

Verering & Cultuur
Over de plaats waar zich haar stoffelijke resten bevinden, bestaan twee tegenstrijdige overleveringen. Volgens de een rust zij in de kerk van SS- Geremia e Lucia te Venetië, volgens de ander in een kerk te Metz.
Haar legendarische levensbeschrijving (‘Vita’) uit de 5e of 6e eeuw verscheen pas nadat er in Syracuse een aan haar gewijde kathedraal was gebouwd.

Zij wordt afgebeeld met een dolk door haar hals, of met een schaal waarop twee ogen liggen, toespeling op de betekenis van haar naam. Later vormde zich om die schaal met ogen weer een nieuwe legende: om gevrijwaard te blijven van opdringerige jongemannen die haar godsdienst en haar persoon niet zouden respecteren, zou zij zichzelf de ogen hebben uitgestoken…

Zij is patrones van de Italiaanse steden Mantua, Syracuse en Venetië; van de Spaanse stad Toledo en van de Caraïbische plaats Santa Lucia.

Zij wordt vereerd als patrones van het licht in de ogen; vandaar ook van blinden en slechtzienden, van artsen, oogartsen en opticiëns; van elektriciëns; en van prostituees die spijt hebben. Daarnaast van arbeiders in het algemeen, in het bijzonder van glazenmakers, glazeniers en glasblazers; van kleermakers en wevers; van zadelmakers en van venters; van deurwachters en portiers; van schippers en zeevarenden; van boeren en schrijvers.
Haar voorspraak wordt ingeroepen tegen besmettelijke ziekten, keelpijn (vanwege de dolksteek waarmee ze gedood werd), tegen oogkwalen en -ziekten, blindheid (ook geestelijk) en brand (vanwege haar naam); tegen vrouwenziekten en armoede.
Omdat haar feest haast midden in de winter valt, wordt zij vooral in de Scandinavische landen in verband gebracht met midwintergebruiken; daar komen veel kaarsjes en lichtjes aan te pas.



donderdag - 13 dec

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


donderdag - 13 dec

Sneek 14:00 Kaartmiddag KBO Sneek

Bonifatiushuis, Sneek


donderdag - 13 dec

Sneek 15:00 PKN Viering

Frittemahof, woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: dhr. P. Speelman



vrijdag - 14 dec

Hele dag Feestdag H. Johannes van het Kruis, priester & kerkleraar

Johannes van het Kruis (ook della Croce, de la Croix, of the Cross, a Cruce, de la Cruz, vom Kreuz, de Yepes) o.carm., Ubeda, provincie Jaén, Spanje; kloosterling & mysticus; † 1591.

Afbeelding H. Johannes van het Kruis

‘Heer, ik wil lijden en veracht worden om U’.
ca 1900, glasschilderkunst. Frankrijk, Bretagne, Dol de Bretagne, Cathédrale St-Samson.

http://www.heiligen.net/afb/12/14/12-14-1591-johannes_2.jpg

Feest 14 december.

Juan de Santa María de Yepes werd op 24 juni 1542 geboren in het Spaanse plaatsje Fontiveros bij Salamanca als zoon van een wever. Als jong volwassene ging hij zieken verplegen in Medina del Campo en trad in 1563 in bij de karmelieten onder de naam Johannes van St-Mattias. Zijn studies deed hij in Salamanca. Na een ontmoeting in 1568 met Sint Theresia van Ávila († 1582; feest 15 oktober) was hij gegrepen door haar ideaal en begon de mannelijke tak van de Karmel te hervormen, zoals zij het deed bij de vrouwelijke: dat was het begin van de ongeschoeide karmelieten (Carmelitas Descalzos). In 1574 kwam hij met Sint Theresia naar Segovia en droeg hier de eerste mis op in het door haar gestichte klooster van ongeschoeide karmelietessen.

Het eerste klooster voor ongeschoeide Karmelieten stichtte hij in Duruelo en veranderde zijn naam in Johannes van het Kruis. In 1586 stichtte hij buiten Segovia een mannenklooster van ongeschoeide karmelieten en was hier van 1588 tot 1591 prior. Zijn pogingen om de orde te hervormen stuitten op veel weerstand en onbegrip. In 1577 werd hij zelfs in Toledo gevangen gezet. Hij was naast priester ook dichter, mysticus en theoloog. Zijn mystieke werken ‘La subida del Monte Carmelo’ (= ‘De bestijging van de berg Karmel’), ‘La noche oscura del alma’ (= ‘De donkere nacht van de ziel’) en ‘La llama de amor’ (= ‘De vlam van de liefde’), vormen hoogtepunten in de geschiedenis van de katholieke mystiek. Zijn theologisch hoofdwerk was ‘Cántico espiritual’ (= ‘Geestelijke lofzang’), een samenspraak tussen de ziel en Christus, geïnspireerd op het Hooglied in de bijbel.

Al zijn werken zijn pas na zijn dood gepubliceerd. Men zegt, dat medebroeders uit zijn klooster van de ongeschoeide karmelieten bij zijn dood zijn ziel zagen opstijgen in de vorm van een vurige aardbol.

Verering & Cultuur
Hij werd bijgezet in Segovia. Daar rust zijn lichaam tot op de dag van vandaag in een praalgraf.
In 1726 werd hij heilig verklaard. Paus Pius XI riep hem in 1926 uit tot kerkleraar met als eretitel ‘doctor van de mystieken’.
Hij is patroon van Segovia; alsmede van mystici.
Hij wordt afgebeeld als karmeliet; geknield voor een kruisbeeld, omgeven door lelietakken (symbool van zuiverheid); kijkend naar de lijdende Christus; Christus (met kruis en vaak boven een altaar) onderhoudt zich met hem; boek in de hand met de spreuk: ‘Pati et contemni’ (= Lijden en veracht worden’); met adelaar met pen in de snavel.



vrijdag - 14 dec

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 15 dec

Hele dag Gedenkdag H. Hadewych van Vlaanderen, mystica

Hadewych van Vlaanderen, Antwerpen, België; mystica; 13e eeuw 1248.

Afbeelding van Hadewych
1989. Mozaïek door Henk Hilterman
Nederland, Haarlem, St-Bavo.

http://www.heiligen.net/afb/12/15/12-15-1248-hadewych_1.jpg

Feest 15 december.

Van Hadewychs leven is bijzonder weinig bekend. Ze moet ergens geleefd hebben in de Zuidelijke Nederlanden, maar waar precies: men weet het niet. Antwerpen? Brussel? Breda? Ze schreef gedichten en brieven, waarin haar liefde voor Christus tot uiting komt. Gezien haar prachtige taal, die in staat is nooit geziene geloofsvisioenen in woorden uit te drukken, moet zij van hoge afkomst zijn geweest, en een gedegen vorming hebben genoten. Ook is men onzeker over de eeuw waarin zij leefde en stierf. Uit haar teksten kunnen we opmaken, dat ze vanaf haar tiende levensjaar gegrepen was door de mystiek.
Hadewych behoort tot deze groten. Zij beschrijft hoe zij leefde van de ‘Minne’ (= Liefde). Zij schrijft: ‘Als minne porret in mine siele’ (= de liefde roert (port) in mijn ziel). Niets ter wereld weegt op tegen deze ‘Minne’. Zij voelt ze als een geschenk dat God zomaar aan haar geeft; en probeert op haar beurt liefde terug te geven; door aandacht en tijd te schenken aan God in gebed, stille tijd en geestelijke lezing; maar ook door te wachten wanneer ze die liefde niet voelt, en niet op zoek te gaan naar oppervlakkige behoeften bevrediging: zij wacht en vast, en houdt de leegte uit…; en laat God het tijdstip bepalen, waarop Hij haar weer wil raken met zijn Liefde.
Sommigen vermoeden, dat zij de Hadewych moet zijn, die abdis was in het klooster van Aywières, en stierf op 1 juni 1248…

Verering & Cultuur
Zij wordt soms afgebeeld met een zon, symbool van Gods liefde, met in het centrum een kruisje (symbool voor lijden; want wie liefheeft moet door veel lijden heen!).
Op de afbeeldingen, afkomstig uit de Sint-Bavo te Haarlem, zien we haar afgebeeld samen met Jan van Ruusbroec († 1381; feest 2 december), ook al zo’n grote mysticus van Zuid-Nederlandse bodem. Tussen beide mystici in zien we twee bomen afgebeeld: de linker staat met zijn wortels in de grond, maar de rechter staat op zijn kop, met de wortels naar de hemel gericht: symbool voor de mysticus, die in wezen leeft van de dingen die aan de hemel toebehoren.



zaterdag - 15 dec

Sneek 19:00 Woord- en Communieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


zaterdag - 15 dec

Heeg 19:30 - 20:30 Eucharistieviering, Pastoor P. v.d. Weide

Sint Josephkerk, Heeg

voor overleden parochianen



zaterdag - 15 dec

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met de liturgiegroep en het Ceacilliakoor



zondag - 16 dec

Hele dag Advent 2018 - 3e zondag

Vier zondagen van de Advent
De Advent omvat ongeveer vier weken. De Advent begint op zondag vier weken voor Kerstmis, dus de zondag tussen 26 november en 4 december. De zondagen van deze tijd heten 1e, 2e, 3e, 4e zondag van de Advent. De Advent telt altijd vier zondagen, terwijl het totaal aantal weekdagen kan variëren van 22 tot 27.
Zie ook: >>



zondag - 16 dec

Hele dag Gedenkdag H. Adelheid van Bourgondië, keizerin & weldoenster

Adelheid (ook Adelaïde) van Bourgondië (ook de Heilige), Selz bij Straatsburg, Frankrijk; keizerin & weldoenster; † 999.

Afbeelding van H. Adelheid

Glasschilderkunst. Frankrijk.

http://www.heiligen.net/afb/12/16/12-16-0999-adelheid_1.jpg

Feest 16 december.

Rond 930 geboren werd zij al op negentienjarige leeftijd weduwe van koning Lotharius II van Italië († 950). Door diens opvolger Berengarius II († 966) werd ze gevangen genomen. Later trouwde ze met Otto I. Het echtpaar werd in 962 door Paus Johannes XII († 964) tot keizer en keizerin van het Heilig Rooms Germaanse Keizerrijk (Duitsland en Italië) gekroond.

In 973 stierf de keizer en was Adelheid voor de tweede keer weduwe. Ze werd door haar zoon Otto II en diens vrouw Theophano († 991; feest 1 juni) onheus behandeld; wat veel vals onrecht en verdriet met zich meebracht.

Adelheid had belangstelling voor kerkelijke en maatschappelijke aangelegenheden. Het is aan haar invloed te danken dat de kerk in de vroege middeleeuwen vaste grond onder de voeten kreeg in onze streken. Ze had een moeilijk leven met veel familieproblemen en politieke intriges.

Ze was een plichtsgetrouwe en grootmoedige vrouw die profiteerde van de vriendschap van veel beroemde mensen zoals Sint Adalbert († 997; feest 23 april), bisschop van Praag en de bisschop van Mainz Sint Willigis († 1011; feest 23 februari); en met de abten van Cluny, Sint Maieul († 994; feest 11 mei) en Sint Odilo († 1049; feest 11 mei). De laatste schreef haar levensgeschiedenis.

In 991 werd ze voogdes van haar kleinzoon Otto III († 1002) en trok zich terug in het door haarzelf gestichte klooster Selz in de Elzas. Daar is ze ook gestorven.

Verering & Cultuur
Adelheid werd in 1097 heilig verklaard.

Ze geniet verering vanwege haar niet-aflatende naastenliefde en als voorbeeld van een gehuwde heilige.
Ze wordt afgebeeld met een keizerskroon, aalmoezen uitdelend. Soms met een kerkmodel in de hand (verwijst naar door haar gestichte kerken en kloosters), of met een vissersbootje (omdat ze, volgens een legende, daarin op een keer moest vluchten over een meer); soms ook met een beurs (aalmoezen uitdelend).



zondag - 16 dec

Roodhuis 09:30 Eucharistieviering - speciale viering tgv Adventproject - 3e zondag

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

3e zondag van de advent
Speciale viering t.g.v het Adventproject
Eucharistieviering met Pastoor van der Weide

Tijdens deze viering wordt aan deze actie speciale aandacht besteed
en in week 51 wordt het envelopje bij u opgehaald.

De opbrengst van de actie is bestemd voor :
OPLEIDING, OPVANG EN HET VERSTREKKEN VAN MICROKREDIETEN VOOR ARME VROUWEN IN BURKINA FASO
Deze vrouwen leven in armoede, hebben last van seksueel geweld en uitbuiting. De Zusters van de congregatie van Liefde van de Goede Herder bieden opvang en scholing o.a aan alleenstaande moeders en kinderen. Het beschikbaar stellen van een Microkrediet is daar een onderdeel van. Dit is in onze parochie de gezamenlijke adventsactie van dit jaar. 
Voor meer informatie klik hier >>



zondag - 16 dec

Sneek 09:45 PKN Viering

Wumkeshûs, Dr. – woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: dhr. P. Luhoff, Nijland



zondag - 16 dec

Sneek 10:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek

Voorganger: W. Bandstra



zondag - 16 dec

Sneek 10:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek

Voorganger: ds. W. Bandstra



zondag - 16 dec

Sneek 11:00 Eucharistieviering - 3e Adventszondag

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. The Young Angels o.l.v. Karin Zwerver



zondag - 16 dec

Sneek 11:00 PKN Viering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: mw. S. Sterk



zondag - 16 dec

Blauwhuis 15:00 - 18:00 Kerstconcert Fanfare Blauwhuis

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Jaarlijks Kerstconcert door de Fanfare van Blauwhuis, met medewerking van Piter Wilkens!



maandag - 17 dec

Hele dag Gedenkdag H. Johannes van Matha, stichter

Johannes van Matha, Rome, Italië; stichter; † 1213.

Afbeelding van Johannes van Matha

18e eeuw. Kopergravure door F.C. Palko. Duitsland
Johannes van Matha en Felix van Valois kopen slaven vrij.

http://www.heiligen.net/afb/12/17/12-17-1213-johannes_3.jpg

Feest  17 december.

Johannes was afkomstig uit het plaatsje Faucon aan de rand van de Provence en zou geboren zijn rond 1160. Van kinds af aan voelde hij zich aangetrokken tot een godsdienstig leven. Op jonge leeftijd trok hij zich terug als kluizenaar. Omdat hij in zijn zelf gezochte eenzaamheid toch nog veel toeloop kreeg van vrienden, vroeg hij zijn vader toestemming om te gaan studeren in Parijs. Daar haalde hij de doctorsgraad in de theologie. Enige tijd later werd hij priester gewijd. Volgens de overlevering overkwam hem tijden zijn eerste mis een visioen. Tijdens de consecratie zag hij hoe een witte engel een beschermende hand uitstrekte over twee slavenjongetjes. Hij beschouwde het als een vingerwijzing van de hemel. Hij zou zijn leven wijden aan de bevrijding van christenslaven uit de handen van de Mohammedanen.

Om zich des te beter voor te bereiden op zijn ideaal, meldde hij zich als leerling bij Felix van Valois († 1212; feest 20 november) die zich als kluizenaar had teruggetrokken in de bossen rond de stad Meaux. Na enige tijd bekende Johannes met welk ideaal hij rondliep. Felix was enthousiast en ze vatten het plan op er een eigen religieuze bedelorde voor te beginnen. Het geld dat ze bijeen zouden brengen, zouden ze besteden aan de vrijkoop van christenen uit de handen van Moslims. Zo  trokken ze naar Rome om goedkeuring van de paus te verkrijgen. Deze vroeg bedenktijd. Volgens de overlevering kreeg hij gedurende zijn bedenktijd – net als Johannes destijds – een visioen van een witte engel die beschermend zijn hand boven twee slavenjongetjes hield. Dat kon geen toeval zijn. De paus verleende dus zijn toestemming aan de nieuwe orde; hij maakte Johannes tot eerste algemeen overste en noemde hen Trinitariërs tot Vrijkoop van Slaven: 1198. Zij zouden gekleed gaan in het wit, juist zoals de engel uit het visioen. Op hun borst een groot kruis, waarvan de recht opstaande balk rood gekleurd was, kleur van de aarde, en de dwarsbalk blauw, kleur van de hemel. In hun regel stond dat zij geen vlees of vis zouden eten; enkel zuivel, groenten en fruit. Hoewel zij veel moesten reizen, deden ze dat nooit te paard, steeds te voet; later werd dat enigszins verzacht: ze mochten wel per ezel reizen. Vandaar dat de Trinitariërs ook wel ‘ezelbroeders’ werden genoemd.

De twee keerden naar Frankrijk terug en vonden in koning Philippe Auguste († 1223) een gulle weldoener. Ze openden het eerste huis van hun orde in Cerfroid, niet ver van Meaux; Felix werd daarvan de eerste overste. Overal probeerden ze sponsors te vinden voor hun vrome onderneming. Omdat velen zich aansloten, bouwden ze door geheel Frankrijk nieuwe kloostervestigingen. Intussen schreef de paus naar de koning, de zogeheten Miramolin, van Tunis een brief, waarin hij om de vrijkoop van slaven vroeg. Het antwoord was onverwacht gunstig. Johannes stuurde twee gezellen naar Tunis. Dat was in 1201. Zij bemoedigden de christenslaven en wisten er met het bijeen gegaarde geld honderdzesentachtig vrij te kopen. Mensen van wie men sinds lang had aangenomen dat ze dood waren: die bleken als het ware uit de dood opgestaan! Het succes was zo groot dat zich tallozen aansloten bij de nieuwe orde. Het jaar daarop reisde Johannes zelf naar Tunis. Hij kwam met honderdtien bevrijde gevangenen terug. Een aantal van hen nam hij overal mee naar toe om medelijden op te wekken bij rijken en zo weer geld los te krijgen voor nieuwe gevangenen.

In 1210 maakte hij een tweede reis, maar nu ondervond hij meer tegenstand bij de mohammedanen. Die begonnen in de gaten te krijgen dat de christenslaven niet meer overgingen naar de Islam vanwege de inspanningen van deze man en zijn helpers. Ze hakten het stuurrad en de mast van zijn schip aan stukken. Toch waagde Johannes het erop de overtocht te maken. Van hun gewaden maakten ze geïmproviseerde zeilen en inderdaad meerde hij na enkele dagen behouden aan in de haven van Ostia.

Intussen waren beide mannen oud geworden. Felix stierf op 4 november 1212, vijfentachtig jaar oud; Johannes een jaar later, op 17 december.



maandag - 17 dec

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


maandag - 17 dec

14:30 Kinderkatechese



dinsdag - 18 dec

Hele dag Gedenkdag H. Winnibald van Heidenheim, abt

Winnibald (ook Wunibald) van Heidenheim, Duitsland; ; † 761.

Afbeelding van H. Winnibald

Graftombe Winnibald
Duitsland, Heidenheim, abdijkerk.

http://www.heiligen.net/afb/12/18/12-18-0761-winnibald_1.jpg

Feest 18 december.

Hij werd rond 701 in het Angelsaksische Wessex geboren als zoon van twee heilige ouders: Sint Richard († ca 720; feest 7 februari) en Sint Wunna († na 710; feest 7 februari). Ook zijn broer en zus, Willibald († ca 787; feest 7 juli) en zijn zus Walburga († 779; feest 25 februari), zijn heiligen.
Met zijn vader en zijn broer ondernam hij een pelgrimstocht naar de apostelgraven in Rome. Daar werd hij ziek en bleef er achter.

Zijn vader Richard zou op de terugweg in Lucca sterven. Hij werd er in de plaatselijke kerk bijgezet en wordt sindsdien vereerd als een heilige.

Winnibald zou zeven jaar in Rome blijven om te studeren. Na zijn terugkeer in Engeland werd hij door zijn oom, Sint Bonifatius († 754; feest 5 juni) gevraagd hem in Germanië (= nagenoeg het huidige Duitsland) te komen helpen bij de verbreiding van het evangelie.

Zo stak hij met zijn broer en zus over naar het vasteland en voegde zich bij Bonifatius. Deze wijdde hem in 739 tot priester. Hij werkte in Thüringen, Beieren en Mainz. Rond 751 begaf hij zich naar zijn broer die intussen bisschop van Eichstätt was geworden. Met hun zus Walburga stichtten zij het dubbelklooster van Heidenheim stichtte. Walburga werd abdis en hij, Winnibald, abt.

Verering & Cultuur
Winnibald staat te boek als patroon van bouwvakkers en verloofden.
Hij wordt afgebeeld met staf (geeft de waardigheid van abt aan) en troffel (heeft betrekking op de bouw van klooster en kerk).



dinsdag - 18 dec

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 19 dec

Hele dag Gedenkdag Jezus ben Sirach, schrijver bijbelboek

Jezus ben Sirach , Jeruzalem, Palestina; † na 190 vóór Christus.

Afbeelding van Jezus ben Sirach

ca 1430, handschriftverluchting.
Duitsland, Heidelberg, Bibliotheek.

http://www.heiligen.net/afb/12/19/12-19-05--0190-jezus_1.jpg

Gedenkdag 19 december

De persoon van Jezus ben Sirach
Hij is de schrijver van het boek dat naar hem genoemd is: Jezus Sirach. Van hem weten we niets anders dan wat er over hem in dit boek staat vermeld. Dat vinden we tegen het eind waar hij met name wordt genoemd: ‘Lessen in wijsheid en kennis zijn neergelegd in dit boek door Jezus, de zoon van Sirach Eleazar uit Jeruzalem, die wijsheid liet stromen uit zijn hart’ (Sirach 50,27). Blijkens het voorwoord werd het in het Grieks vertaald en uitgegeven door zijn kleinzoon.
Jezus ben Sirach is klaarblijkelijk nooit als heilige vereerd. Als hij al een gedenkdag zou moeten hebben, zou daarvoor 19 december het meeste in aanmerking komen, de dag waarop vele heiligen uit het Oude Testament bijeen zijn gebracht.

Tijd van ontstaan van het boek Jezus Sirach
Geschiedkundigen plaatsen Jezus Sirachs boek rond het jaar 190 vóór Christus. Dit leidt men o.a. af uit de lofzang op de hogepriester Simon; bedoeld wordt Simon II, die inderdaad rond 190 hogepriester was in de tempel te Jeruzalem. Dat het boek waarschijnlijk eerder gereed is gekomen dan 168 vóór Christus, leidt men af uit het feit dat er in het geheel geen toespeling wordt gemaakt op de bezoedeling van de tempel uit dat jaar door Antiochus IV Epifanes. Blijkens het voorwoord door de kleinzoon van Jezus Sirach hebben we een Griekse vertaling in handen; het Hebreeuwse origineel is verloren gegaan.

Vroeger werd het boek in de katholieke kerk aangeduid met de term ‘(liber) ecclesiasticus’ (= ‘kerkelijk boek’). Waarschijnlijk werd deze aanduiding voor het eerst gebruikt door de kerkvader Cyprianus van Carthago († 258; feest 16 september). De Latijnse kerkvader Rufinus († 410) meende dat deze term was ontstaan door het feit dat het werk vaak dienst deed als kerkelijk leerboek.

Wijsheidsliteratuur
Volgens de Joodse bijbelordening, die door de protestanten wordt gevolgd, behoort ‘Jezus Sirach’ niet tot de bijbels boeken, maar tot de zogeheten ‘apokriefen’. De katholieken daarentegen hebben het als een van de deutero-kanonieken opgenomen in hun officiële bijbel. Zij rekenen het tot de wijsheidsliteratuur. Deze geschriften ontstonden met name tijdens de overheersing van het Land Israël door vreemde grootmachten, achtereenvolgens de Perzen (583), de Grieken (333, denk aan Alexander de Grote) en de Romeinen (163). De wijsheidsliteratuur kenmerkt zich door het begrip ‘wijsheid’, dat in dit verband de gevoelswaarde heeft van trouw aan Gods Tora, zijn aanwijzingen voor het leven, samengevat in de Tien Geboden. Juist onder de invloed van de grootmachten die het volk laten onophoudelijk voelen hoe veel minder en achtergebleven ze zijn, moet het volk vasthouden aan wat het in de geschiedenis geleerd heeft: vasthouden aan JHWH, hun God, die zich heeft laten kennen als een God van naastenliefde, barmhartigheid en gerechtigheid, een God van kleine en arme mensen. Geen van de goden van de grootmachten kan daar tegen op. Zij hebben alleen maar oog voor macht, wapengeweld, gewonnen oorlogen, de sterkste, de vruchtbaren: zij willen worden gepaaid met mensenoffers. Zo niet de God van Israël. Hij is genade. Hij geeft en gunt. Hij wordt gediend door de liefde die men van Hem gekregen heeft, weer door te geven aan anderen. Die Tora in betrekken bij alle wederwaardigheden van het leven: dat is wijsheid.

Daarvan vindt men dan ook de echo in het boek van Jezus Sirach. De laatste hoofdstukken vormen een overzicht van alle grote personen uit Israëls geschiedenis. Er wordt beschreven hoe zij op God vertrouwden, en dat daarin hun wijsheid schuilt (Sirach 44-50).



woensdag - 19 dec

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


donderdag - 20 dec

Hele dag Gedenkdag H. Dominicus van Silo, abt

Dominicus (ook Domingo of Dominic) van Silos osb, Spanje; abt; † 1073.

Afbeelding van Dominicus van Silos

15e eeuw, steenreliëf op grafmonument Santo Domingo.
Spanje, Santo Domingo de la Calzada, kathedraal.

http://www.heiligen.net/afb/12/20/12-20-1073-dominicus_2.jpg

Het wonder van Dominicus.

Op het rechter segment: de Duitser vader ondersteunt de van verdriet flauw gevallen moeder.
Op de achtergrond is hun zoon aan de galg gehangen.
Op de voorgrond rechts houdt Dominicus zijn rechterhand losjes onder de voeten van de gehangene.
Op het linker segment: de Duitse vader toont zijn levende zoon aan de rechter aan tafel.
De kip en de haan vliegen fladderend op.

Feest 20 december.

Hij moet rond het jaar 1000 geboren zijn te Cañas in Navarra (gelegen in de huidige Spaanse landstreek Rioja). In zijn jonge jaren was hij herder. Op een goed moment trad hij in bij de benedictijnen van San Millan de la Cogolla in Aragon. Hij werd er tot prior benoemd en raakte in conflict met koning Garcia III van Navarra. Deze wist het zo ver te krijgen dat hij uit de abdij werd verbannen.

Hij werd opgevangen door koning Ferdinand I van Oud-Castilië die hem tot abt benoemde van de St-Sebastianusabdij te Silos.

Daar zette hij zich met grote energie aan de hervorming en aanpassing van het klooster. De prachtige romaanse gebouwen getuigen tot op heden van zijn succes. In het scriptorium werden schitterende handschriften afgeschreven en verlucht; ook daarvan zijn er nog enkele bewaard. Daarnaast trof hij talrijke voorzieningen om de weg naar Compostela voor de pelgrims te verbeteren: zo bouwde hij bruggen en gasthuizen.

Naast dit alles wist hij christelijke slaven los te krijgen uit hun Saraceense gevangenschap.

Verering & Cultuur
Hij is een van de populairste heiligen van Spanje. Wellicht ook, omdat Johanna van Aza († ca 1190; feest 8 augustus) een pelgrimstocht ondernam naar zijn graf, gelegen langs de weg naar Compostela. Hoewel zij en haar man al drie kinderen hadden, verlangden zij zielsveel naar een vierde, maar dat leek niet meer te lukken. Na de bedevaart raakte ze inderdaad toch weer in verwachting en schonk het leven aan een jongetje dat zij noemde naar de grote heilige: Dominicus, de latere heilige Dominicus de Guzman, stichter van de naar hem genoemde orde der dominicanen († 1221; feest 8 augustus).

In de kathedraal bevindt zich een kippenhok met levende haan en een levende kip. Dit gaat terug op een beroemde legende.

Legende van de haan en de kip
Een Duits echtpaar was met hun zoon onderweg naar Santiago de Compostela. Ze overnachtten in de plaatselijke herberg. De herbergiersdochter probeerde de jongen te verleiden, maar die ging er niet op in. Uit wraak verstopte ze een zilveren beker in zijn bagage, en gaf hem aan bij de plaatselijke rechter. Deze veroordeelde hem prompt tot de doodstraf. Diep verdrietig vervolgden de ouders hun pelgrimstocht. Toen zij maanden later op de terugweg het graf van hun zoon aandeden, bleek deze levend en wel voor hen te staan. Sint Dominicus had zijn hand onder de voet van de gehangen jongen gehouden en hem aldus in leven gehouden. Overgelukkig gingen ze naar de rechter om hem het heuglijke nieuws te melden. Ze troffen hem juist op het moment dat hij aan tafel een lekker bord met gebraden gevogelte voor zich had staan. Hij aanhoorde het stel en reageerde laconiek: “Nou, meneer, mevrouw, uw zoon is net zo dood als dit haantje en kippetje op mijn bord. Waarop de beide dieren tot leven kwamen en het op een luid kukelen en kakelen zetten! De herbergiersdochter moest nu de straf ondergaan die zij de jongen uit Duitsland had toegedacht. Ter herinnering aan dit wonder verblijven er sindsdien altijd een levende haan en kip in de kathedraal.

Naast beschermheilige van herders en gevangenen is Dominicus van Silo ook patroon van Silos. De abdij werd omgedoopt van St-Sebastianus tot St-Dominicus; in de jaren negentig van de 20e eeuw werd ze beroemd om de prachtige opnamen van de gregoriaanse gezangen.

Hij wordt afgebeeld met kettingen (heeft betrekking op zijn inzet voor de bevrijding van gevangenen en slaven).



donderdag - 20 dec

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


vrijdag - 21 dec

Hele dag Gedenkdag van Hagar, slavin van Abraham & Sara

Hagar van Kanaän; slavin van Abraham & Sara; † ca 1750 vóór Christus.

Afbeelding van Hagar
Sarah biedt haar slavin Hagar aan Abraham omdat zij hem geen kinderen had geschonken
1615 Rubens, Hermitage, Sint Petersburg
 

Feest 21 december.

Hagar was de slavin van Abraham en Sara. We horen over haar in het boek Genesis. Een merkwaardige geschiedenis, omdat de aartsvader en -moeder van ons geloof, Abraham en Sara, er zo’n dubieuze rol in spelen.

Genesis 16
01 Sarai, de vrouw van Abram, had hem geen kinderen geschonken. Nu had zij een Egyptische slavin, die Hagar heette.
02 Sarai zei tot Abram: ‘Je weet dat Jahwe mijn schoot heeft gesloten, zodat ik geen kinderen kan krijgen. Ga dus naar mijn slavin: misschien krijg ik een zoon van haar.’ En Abram stemde in met Sarai’s voorstel.
03 Sarai, de vrouw van Abram, gaf dus Hagar, haar Egyptische slavin, aan haar man Abram als vrouw; Abram woonde toen al tien jaar in Kanaan.
04 Hij had gemeenschap met Hagar en zij werd zwanger. Toen zij dat bemerkte, begon zij haar meesteres hooghartig te behandelen.

05 Daarom zei Sarai tot Abram: ‘Jij bent aansprakelijk voor het onrecht dat mij wordt aangedaan. Ik heb mijn slavin in jouw armen gelegd; en nu zij ziet dat ze zwanger is word ik door haar hooghartig behandeld. Jahwe moge oordelen, wie van ons beiden in zijn recht staat.’
06 Daarop zei Abram tot Sarai: ‘Je kunt over je slavin beschikken: doe met haar wat je wilt.’ Toen begon Sarai haar het leven zo onaangenaam te maken dat zij van haar wegliep.
07 De engel van Jahwe vond haar bij een waterbron in de woestijn, de bron die aan de weg naar Sur ligt.
08 Hij zei: ‘Hagar, slavin van Sarai, waar komt gij vandaan en waar gaat gij heen?’ Zij zei: ‘Ik ben weggelopen bij mijn meesteres Sarai.’
09 De engel van Jahwe zei tot haar: ‘Ga naar uw meesteres terug en wees haar onderdanig.’
10 De engel van Jahwe zei ook nog tot haar: ‘Uw nakomelingen zal ik zeer talrijk maken, zo talrijk dat zij niet meer te tellen zijn.’
11 De engel van Jahwe verzekerde haar: ‘Gij zijt nu zwanger; gij zult een zoon baren en hem Ismaël noemen; want Jahwe heeft u verhoord in uw ellende.
12 Een wilde ezel in de steppe wordt hij, zijn hand gaat omhoog tegen allen, de handen van allen tegen hem; al zijn broers trotseert hij!’
13 Toen gaf zij Jahwe, die tot haar gesproken had een naam: ‘Gij zijt een God die ik zie.’ Want, dacht zij, ‘ik heb God werkelijk gezien, en ik leef nog, nadat ik hem gezien heb.’
14 Vandaar dat die put de put van Lachai-roi heet; hij ligt tussen Kades en Bered.
15 Toen baarde Hagar aan Abram een zoon en hij noemde die zoon Ismaël.
16 Abram was zesentachtig jaar, toen Hagar hem Ismaël baarde.

De boodschap van het verhaal lijkt duidelijk. In de tijd van Abraham en Sara is het hebben van een kind teken van welvaart, zegen en succes. Bovendien konden kinderen voor je zorgen als je oud werd en te zwak om jezelf in leven te houden. Welnu, Abraham en Sara hadden geen kinderen, terwijl ze al lang over de leeftijd heen waren om er nog te krijgen. Daarom deed Sara dus het voorstel om haar slavin Hagar tot draagmoeder te maken.

In de ogen van de bijbelverteller is dat echter een teken van ongeloof. God had immers aan Abraham een talrijk nageslacht beloofd. Hij had er alleen niet bij gezegd wanneer die belofte in vervulling zou gaan, en ook niet hoe. Daarom gaan Abraham en Sara zelf als God optreden. Er moet en zal een kind komen, niet via de normale natuurlijke weg, dan door menselijk ingrijpen. Het is gedoemd te mislukken…

Genesis 21
09 Maar toen Sara de zoon die Hagar, de Egyptische, aan Abraham geschonken had, eens zag lachen,

Er zit een woordspeling in de tekst. De naam Isaak betekent ‘Hij (= JHWH) zal lachen’. Dat had te maken met de omstandigheden waaronder de jongen geboren was. Toen waren er drie mannen verschenen bij Abraham. Zij hadden hem aangekondigd dat Sara ondanks dat ze niet meer menstrueerde (‘het ging haar niet naar de wijze der vrouwen’), het volgend jaar een zoon zou hebben. Daar had Sara om moeten lachen: ‘Zou ik op mijn oude dag nog liefde bedrijven met Abraham?’ De mannen hadden gevraagd: ‘Waarom lacht Sara?’ Sara had van achter het tentdoek snel gezegd dat ze niet gelachen had, maar de mannen hielden vol: ‘Jawel, u hebt wel degelijk gelachen.

Een jaar later werd er inderdaad een kind geboren. Abraham noemde hem Isaak (‘JHWH zal lachen’) , want zei hij: ‘God heeft mij werkelijk reden tot lachen gegeven. En ieder die het hoort, zal lachen: heeft die oude Abraham nog een zoon gekregen?’ Alsof er staat: ‘Wie het laatst lacht,lacht het best.’

Wil de schrijver van het verhaal nu suggereren dat het lachen van Hagar niet in overeenstemming was met het lachen van God…? Hoe dan ook: het schoot Sara in het verkeerde keelgat. Dus…

10 zei ze tot Abraham: ‘Jaag die slavin met haar zoon weg, want de zoon van die slavin mag geen mede-erfgenaam worden van mijn zoon Isaak.’
11 Abraham vond deze eis zeer ongepast, omdat het toch om een zoon van hem ging.
12 God echter zei hem: ‘Wat Sara ten aanzien van de jongen en uw slavin eist, moet gij niet als ongepast beschouwen. Luister naar alles wat zij u zegt: want alleen door Isaak krijgt gij een nageslacht dat uw naam draagt.
13 Maar ook de zoon van de slavin zal Ik tot een volk maken, omdat ook hij een kind van u is.’

De reactie van God is moeilijk te begrijpen. Hoe kan Hij zo’n onmenselijke daad goed praten? Vermoedelijk speelde voor de schrijver van het verhaal iets anders mee. Hij wil er naartoe dat God ook voor een arme, verstoten slavin hetzelfde doet als voor zijn eigen mensen… Zijn genade en barmhartigheid gaat over de vertrouwde grenzen van het eigen volk heen. Al worden die grenzen wel gesanctioneerd.

14 Abraham voorzag Hagar de volgende morgen van brood en een zak water, zette het kind op haar schouder en zond hen weg. Maar onderweg verdwaalde zij in de woestijn van Berseba.
15 Toen de waterzak leeg was, legde zij het kind onder een struik
16 en ging op een boogschot afstand zitten, want zij dacht: ‘Ik kan mijn kind niet zien sterven.’ Ze bleef daar zitten en schreide luid.
17 God hoorde het schreien van de jongen en de engel van God riep uit de hemel tot Hagar: ‘Wat is er, Hagar? Wees niet bang, want God heeft in zijn verblijf het schreien van uw kind gehoord.

Dit is een belangrijke pointe in het verhaal. God hóórt het schreien, ook dat van anderen dan van zijn eigen volk! God doet met anderen hetzelfde als wat Hij voor zijn eigen mensen doet.

18 Sta op, neem de jongen en houd hem goed vast, want Ik zal een groot volk van hem maken.’
19 Toen opende God haar ogen, zodat zij een waterput zag; zij vulde de zak weer met water en gaf de jongen te drinken.
20 En God beschermde de jongen. Toen hij groot was geworden, leefde hij in de woestijn en werd een ervaren boogschutter.
21 Hij ging wonen in de woestijn van Paran, en zijn moeder koos voor hem een vrouw uit Egypte.

Misschien is het wel de bedoeling van het verhaal dat wij concluderen: eind goed al goed. Belangrijker is het waarschijnlijk te concluderen dat God zijn genadegaven geeft aan wie ze nodig hebben. En ook dat Hij recht schrijft op kromme lijnen. Ook al maken wij fouten, Hij probeert dat met zijn genadegaven goed te krijgen. Sterker nog: Hij blijft ondanks de wandaad óók de God van Abraham en Sara, zoals Hij ook de God blijkt te zijn van Hagar en Ismaël.

Misschien is dat er ook wel de reden van dat Hagar uiteindelijk op de heiligenkalender terecht is gekomen.

Betekenisvol is haar feestdag geplaatst vlak vóór kerstmis, vlak vóór de komst van de Messias, die niet alleen Messias wilde zijn voor zijn eigen mensen, maar voor álle mensen.



vrijdag - 21 dec

15:30 Kerstviering KBO



vrijdag - 21 dec

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 22 dec

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



zondag - 23 dec

Hele dag Advent 2018 - 4e zondag

Vier zondagen van de Advent
De Advent omvat ongeveer vier weken. De Advent begint op zondag vier weken voor Kerstmis, dus de zondag tussen 26 november en 4 december. De zondagen van deze tijd heten 1e, 2e, 3e, 4e zondag van de Advent. De Advent telt altijd vier zondagen, terwijl het totaal aantal weekdagen kan variëren van 22 tot 27.
Zie ook: >>



zondag - 23 dec

Roodhuis 09:30 Woord en communieviering - 4e zondag van de advent

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

4e zondag van de advent
met Pastor Foekema



maandag - 24 dec

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Kerstnacht

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor



maandag - 24 dec

Roodhuis 22:00 Kerstnacht 2018

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

De viering van de kerstnacht op 24 dec. begint om 22.00 uur



dinsdag - 25 dec

Blauwhuis 10:30 - 11:30 Kindje Wiegen

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Voor de kleintjes in de kerk Kindje Wiegen en het Kerstverhaal, door werkgroep Kind en Kerk



woensdag - 26 dec

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Gezinsviering 2e Kerstdag

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Gelegenheidskoor



zondag - 30 dec

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor


jan 2019

datum/tijd evenement

zondag - 06 jan

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering met Kinder Woord Dienst

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor

Tijdens de viering is er Kinder Woord Dienst in de pastorie, verzorgd door de Werkgroep Kind en Kerk



zaterdag - 12 jan

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zondag - 20 jan

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



dinsdag - 22 jan

Blauwhuis 20:00 - 22:30 Bronnen van Bezieling: Film Seven Years in Tibet

Pastorie Blauwhuis, Blauwhuis

In de pastorie wordt de film Seven Years in Tibet vertoond, inleider op deze avond is Pastor Lucas Foekema.



zaterdag - 26 jan

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met de liturgiegroep en het Ceacilliakoor


feb 2019

datum/tijd evenement

zondag - 03 feb

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering met Kinder Woord Dienst

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor

Tijdens de viering is er Kinder Woord Dienst in de pastorie, verzorgd door de Werkgroep Kind en Kerk



zondag - 10 feb

Heeg 10:00 - 11:00 5 jaar Sint Antoniusparochie! Gezamenlijke viering in Heeg

Heeg, Heeg

Ter ere van het 5 jarig bestaan van onze Sint Antoniusparochie is er een gezamenlijke viering, met alle locaties, in de kerk van Heeg.



zondag - 17 feb

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



zondag - 24 feb

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 


mrt 2019

datum/tijd evenement

zaterdag - 02 mrt

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Carnavalsviering met Kinder Woord Dienst, m.m.v. Carnavalsvereniging de Fyfkes

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide, het Ceacilliakoor en het Gelegenheidskoor

Met medewerking van Carnavalsvereniging de Fyfkes

Tijdens de viering is er Kinder Woord Dienst in de pastorie, verzorgd door de Werkgroep Kind en Kerk



woensdag - 06 mrt

Blauwhuis 11:00 - 12:00 Aswoensdag

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Aswoensdag viering met pastor Foekema en de Sint Gregoriusschool



zondag - 10 mrt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



zaterdag - 16 mrt

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zondag - 24 mrt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor



zondag - 31 mrt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor


apr 2019

datum/tijd evenement

zaterdag - 06 apr

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zondag - 14 apr

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Gezinsviering Palmpasen

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Gelegenheidskoor



donderdag - 18 apr

Roodhuis 19:30 - 20:30 Gezamenlijke Witte Donderdagviering in Reahûs

Sint Martinuskerk – Roodhuis, Roodhuis

Gezamenlijke Witte Donderdag viering



vrijdag - 19 apr

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Goede Vrijdag viering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met de liturgiegroep en het Ceacilliakoor



zaterdag - 20 apr

Blauwhuis 20:30 - 21:30 Paaswake

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Gelegenheidskoor

 



maandag - 22 apr

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Gezinsviering Paasmaandag

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor

 



zaterdag - 27 apr

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor


mei 2019

datum/tijd evenement

donderdag - 09 mei

Blauwhuis 20:00 - 22:30 Bronnen van Bezieling: een avond over kunstschilder Jacob Ydema

Pastorie Blauwhuis, Blauwhuis

Sible de Blaauw komt vertellen over Kunstschilder Jacob Ydema.


Powered by Events Manager

Wij willen onze website graag verbeteren

Daarvoor verzoeken wij u ons toe te staan gebruik te maken van cookies. Deze cookies betreffen geanonimiseerde gegevens voor Google-Analytics. Indien u deze cookies afwijst kunt u toch onze gehele website bekijken zonder dat enige data aan een derde partij wordt verzonden.