Evenementenlijst Sint Antoniusparochie

jul 2019

datum/tijd evenement

donderdag - 18 jul

Hele dag Gedenkdag H. Frederik van Utrecht, bisschop & martelaar

 

Frederik (ook Fredericus) van Utrecht, Nederland; bisschop & martelaar; † 838

Afbeelding H. Frederik van Utrecht

Marteldood Frederik.
1946, glasschilderkunst.
België, Aalst, St-Martinus.

http://www.heiligen.net/afb/07/18/07-18-0838-frederik_6.jpg

Feest 18 juli.

Louter geschiedkundig gesproken is er over bisschop Frederik nauwelijks iets bekend. Behalve dan het feit dat hij Rixfried opvolgde als bisschop van Utrecht. Hij zou deelgenomen hebben aan een bisschoppenvergadering in Mainz, en de beroemde Hrabanus (ook wel Rhabanus) Maurus, abt van het door Bonifatius gestichte klooster Fulda en bisschop van Mainz († 856; feest 4 februari), stuurde hem een exemplaar van zijn commentaar op het Bijbelboek Jozua. Dat is alles.
Pas tweehonderd jaar na zijn dood werd er – waarschijnlijk op basis van bestaande documenten – een levensbeschrijving van hem opgesteld. Wat aan de gegevens ontbrak werd door de monnikschrijver aangevuld met feiten uit levens van andere heiligen of met vrome fantasie. Zodat we dus meer inzage krijgen in de geloofsvoorstellingen van de schrijver dan in de werkelijke gang van zaken in Frederiks leven.

Legende
Volgens zijn levensbeschrijving was Frederik van Friese adel; ja, hij zou zelfs een kleinzoon zijn van de Friese koning Radboud. Zijn ouders zagen het liefste dat hij later geestelijke zou worden. Daarom stuurden ze hem naar de kloosterschool van Utrecht op dat moment was Rixfried daar bisschop. Frederik was een serieuze leerling en vestigde de aandacht op zich door een heilige levenswijze. De bisschop had hem al eens toevertrouwd dat hij hem het liefste als zijn opvolger zag.
Toen Rixfried overleed, was juist keizer Lodewijk de Vrome in het land. Alle geestelijken wezen naar Frederik als de meest geschikte kandidaat om bisschop te worden. De keizer had veel over Frederik gehoord en stemde er van harte mee in. Dat zou rond 826 geweest zijn.
Lodewijk liet zelfs een luxueus banket aanrichten. Bij die gelegenheid was het Frederik opgevallen hoeveel vorken de vorst bij de maaltijd gebruikte. Aan tafel bracht de keizer een paar misstanden ter sprake die er bij de bewoners van het Zeeuwse eiland Walcheren heersten. Hij drong er bij de nieuwe bisschop op aan hen desnoods met geweld in te peperen dat ze niet mochten trouwen met naaste bloedverwanten. De bijbel verbood het immers. Frederik antwoordde: “Majesteit, als u een vis eet, begint u dan bij de kop of bij de staart?” Verbaasd antwoordde Lodewijk: “Bij de kop natuurlijk, daar zit immers het meeste merg.” “Heel juist, zei de nieuwe bisschop, en daarom begin ik ook bij de kop, dus bij uzelf. Want u maakt u zelf schuldig aan bloedschande met vrouwe Judith. Zij is immers een bloedverwante van u!” De keizer had deze reactie niet verwacht en mompelde bedremmeld dat hij er werk van zou maken.
Frederik vertrok met een aantal priesters naar Walcheren. Met veel moeite wist hij de mensen ervan te overtuigen dat huwelijken binnen de familie tegen Gods wil indruisten, en dat de bedrijvers ervan riskeerden door God streng gestraft te worden. De situatie verbeterde. Maar niet bij de keizer. Bij hem was de toezegging om iets aan zijn huwelijk te doen, een loze belofte gebleken. Toen Frederik hem daar bij een banket op aansprak, zon vrouwe Judith op wraak. Ze huurde twee moordenaars in. Toen zij de kerk betraden, was het Frederik onmiddellijk duidelijk wat ze van plan waren. Hij stond juist op het punt om de Heilige Mis op te dragen. Hij vluchtte niet, maar stuurde zijn assistent weg. Deze verborg zich achter het altaar. Vandaar was hij er getuige van hoe er twee dolken werden gestoten in het lichaam van zijn bisschop. Frederik zakte ineen, drukte zijn wonden dicht zo goed en zo kwaad als dat ging, en bezwoer zijn moordenaars een veilig heenkomen te zoeken. Vervolgens sleepte hij zich naar het graf dat hij tevoren voor zich had laten maken. Hij strekte zich er in uit en blies zijn laatste adem uit. Wat een hemelse geur verspreidde in het kerkgebouw.

Verering & Cultuur
De kerk van het Friese stadje Sloten is aan hem gewijd. Jaarlijks wordt op de derde zondag van juli in Vlierzele (Vlaanderen) een processie gehouden ter ere van hem. In de Bretonse stad Quimper geniet hij bijzondere verering, getuige verschillende afbeeldingen van hem die er in de kathedraal te zien zijn.
Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen doofheid.

Afgebeeld.
Hij wordt afgebeeld als bisschop (met tabberd, mijter en staf); twee zwaarden in de borst; twee moordenaars die hem slaan, waarbij de ingewanden uit een gapende wonde naar buiten komen.



donderdag - 18 jul

Sneek 08:45 Woord- en Communieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


vrijdag - 19 jul

Hele dag Feestdag H. Bernulfus van Utrecht, bisschop

Bernulfus (ook Benno of Bernoldus) van Utrecht, Nederland; bisschop; † 1054.

Afbeelding H. Bernulfus

ca 1980. Email
Nederland, Oosterbeek, St-Bernulfuskerk
Midden: De keizer is met zijn vrouw onderweg naar Utrecht
Onder: De keizerin bevalt van een zoon bij Bernulfus thuis
Boven: Bernulfus brengt het blijde nieuws aan de keizer.

http://www.heiligen.net/afb/07/19/07-19-1054-bernulfus_1.jpg

 
Feest 19 juli
Hij was pastoor te Oosterbeek op het moment dat hij tot bisschop van Utrecht werd benoemd.
Hoe die bisschopsbenoeming in zijn werk ging, vertelt een mooie legende.

Legende
Als bisschop Adelbold van Utrecht in 1027 is overleden, ontstaat er onder de kapittelheren onenigheid over de vraag wie de nieuwe bisschop moet worden. De gemoederen raken zo verhit dat keizer Koenraad II († 1039) zelf zich genoodzaakt ziet om op orde op zaken te komen stellen. Keizerin Gisela reist met hem mee. Maar zij is in verwachting en in de buurt van Oosterbeek kan zij echt niet meer verder. Het gezelschap klopt dus aan bij de plaatselijke pastoor, Bernulfus, en brengt bij hem de keizerin onder.
De keizer zet intussen zijn reis naar Utrecht voort en probeert tevergeefs de strijdende partijen tot elkaar te brengen. Midden in die beraadslagingen verschijnt de pastoor van Oosterbeek om Koenraad het blijde nieuws te brengen dat hij vader is geworden van een dochter, en dat moeder en kind het goed maken. Hij vermoedde dat de keizer dit nieuws graag zo vlug mogelijk wilde horen, en is hij daarom onmiddellijk op pad gegaan om het hem te vertellen. De dankbare keizer waardeert de vriendelijke zorg en de trouwe dienstbaarheid van de man en benoemt het ter plekke tot opvolger van bisschop Adelbold op de zetel van Utrecht.

Eenmaal bisschop staat Bernulfus met dezelfde trouw de keizer terzijde. In 1042 schenkt keizer Hendrik III († 1056) hem het graafschap Vollenhove ‘omwille van de trouwe en ons aangename dienst van Bernulf, heer der kerk’.
Bernulfus’ meest opvallende kwaliteit bestaat erin dat hij vele kerken heeft gebouwd of waar nodig hersteld. Hij staat aan de basis van de huidige St-Pieter en St-Jan in Utrecht, van de St-Lebuïnus in Deventer en van de St-Michaël in Zwolle.
Naar men zegt was hij een bevorderaar van kerkelijke kunst doordat hij kunstenaars opdracht gaf de kerken op te sieren met passende kunstwerken.

Verering & Cultuur
Hij ligt begraven in de St-Pieterskerk te Utrecht. Vanwege zijn verdiensten voor de kerkelijke kunst werd hij in 1869 als patroon gekozen voor de toen opgerichte Vereniging tot Bevordering van Kerkelijke Kunst: het Bernulfusgilde.

Afgebeeld.
Hij wordt afgebeeld als bisschop (mijter, staf, tabberd); meestal met een kerkmodel. Zijn beeltenis is te zien aan de achterkant van het Rijksmuseum te Amsterdam.



vrijdag - 19 jul

Sneek 19:30 Concert Martin Mans en Urker Mans Formatie

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

NB In verband met dit concert vervalt de eucharistieviering van 19.00 uur

MET KORTING NAAR DE URKER MANS FORMATIE

Op vrijdag 19 juli 2019 treedt de Urker MANS Formatie op in de St. Martinuskerk-aan-de-Singel in Sneek. De zangers, die in traditionele Urker dracht zingen, zijn een graag geziene gast de provincie. Vele malen voerden zij Friesland mee met hun aansprekende repertoire dat grofweg uit drie genres bestaat: geestelijke liederen, klassieke meesterwerken en populair repertoire. Inmiddels heeft UMF, die aan haar achtste zomerseizoen bezig is, een uitgebreid repertoire opgebouwd en op cd vastgelegd. Een verzamel-cd met de titel OP REIS is uitgebracht met veelgevraagde hoogtepunten. De titel verwijst onder andere naar haar concertreizen in Canada. Martin Mans is sinds het ontstaan van de groep haar dirigent. Met gedrevenheid en passie vormt hij een geheel van de stemmen en geeft daarnaast iedere zanger gelegenheid een solo ten gehore te brengen. De vaste begeleider is het multitalent Mark Brandwijk die zowel orgel als vleugel speelt. Zijn kwaliteit komt ten goede aan de zang maar voert ook bij zijn instrumentale solo’s de boventoon. Twee zangers bespelen bovendien een instrument waardoor het programma nog meer dynamiek krijgt. Het gaat om een taragot (Roemeense blaasinstrument) en een altviool. Enkele titels in het programma zijn: De Haven van Rust, Liefde, Landerkennung van Grieg en Sanctus van Gounod.

Datum             : vrijdag 19 juli 2019

Aanvang          : 19.30 uur.

Locatie            : Sint Martinuskerk-aan-de-Singel, Singel 62, Sneek

Toegang          : € 18,50.

Reserveren     : www.martinmans.nl of op de reserveerlijn: 06 – 25 39 19 03.

Voorverkoop van kaarten bij: Primera Sneek, Singel 10, Sneek.

 

Lezerskorting:

Lezers van het kerkblad krijgen op vertoon van dit artikel aan de kassa een korting van € 5,= en betalen € 13,50 in plaats van € 18,50. (max. 2 pers./bon). Voor online bestellingen geldt de actiecode: RK197.



zaterdag - 20 jul

Hele dag Gedenkdag H. Apollinaris van Ravenna

Apollinaris van Ravenna, Italië; leerling van Petrus & eerste bisschop van de stad; † ca 200.

Afbeelding van Apollinaris.

< 600. Mozaïek
Italië, Ravenna, Basilica San Apollinare Nuovo.

http://www.heiligen.net/afb/07/20/07-20-0200-apollinaris_1.jpg

Feest 20 juli (tot Vaticanum II).

Apollinaris was waarschijnlijk nog in de Syrische stad Antiochië leerling geworden van Sint Petrus. Zoals wij ons uit de Handelingen van de Apostelen (11,26) herinneren, was Antiochië de stad waar Jezus’ volgelingen voor het eerst ‘christenen’ werden genoemd. Hij zou Petrus hebben vergezeld op zijn missiereis die hem uiteindelijk in Rome zou brengen. Vandaar zou Petrus hem zelf hebben aangesteld tot bisschop van de stad Ravenna met de opdracht in die omgeving het evangelie te verkondigen.
Om te beginnen genas hij de zoon van zijn gastheer van blindheid. Van dat moment af werd hij steeds omringd door een kring luisteraars die benieuwd waren naar wat hij te vertellen had. Zo maakte hij bekeringen en doopte nieuwe gelovigen. Tenslotte ging dit alles keizer Vespasianus (69-79) te ver. Hij zou hem hebben laten arresteren en martelen; met knotsen zou hij tenslotte om het leven zijn gebracht.

Al deze verhalen gaan terug op een levensbeschrijving uit de 7e eeuw. Moderne geschiedkundigen betwijfelen zeer of deze gebeurtenissen gebaseerd zijn op historische feiten. Zij veronderstellen dat Apollinaris geleefd moet hebben rond het jaar 200. Zeker is dat hij de eerste bisschop was van Ravenna. Aangenomen wordt dat hij als martelaar om het leven is gekomen.

In 549 werd zijn stoffelijk overschot verhoogd tot de eer der altaren, destijds een officiële heiligverklaring. Hij staat in biddende houding (armen gespreid: ‘orante’) in mozaïek afgebeeld in de apsis van de 6e eeuwse basiliek Sant’ Apollinare in Classe te Ravenna. Sinds de 13e eeuw heeft de Lambertikerk in de Duitse stad Düsseldorf een belangrijk Apollinarisreliek.



zaterdag - 20 jul

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek


zondag - 21 jul

Hele dag H. Daniël, profeet

Daniel Profeet (ook van Babylon of de Belijder), Babel, Babylonië; profeet; † 6e eeuw vóór Chr.

Afbeelding Daniël

ca 1200. Wandschildering
Italië, Parma, Battistrerio.

http://www.heiligen.net/afb/07/21/07-21-01--0500-daniel_2.jpg

Feest 21 juli

De profeet Daniël leefde in de 6e à 5e eeuw vóór Christus. Het Noordrijk van het land Israël was al in het jaar 721 vóór Chr. door de Assyriërs veroverd. In 587 was het Zuidrijk aan de beurt: het werd door de Babyloniërs onder de voet gelopen. Alle mannen en vrouwen, jongens en meisjes die in het verre Babylon als goedkope slaaf konden dienen, werden op sleeptouw genomen, achter kamelen, aan de woestijn door: duizenden kilometers aan een stuk. Onder hen bevond zich Daniël.

Maar koning Nebukadnessar van Babylon wilde uit alle volken en rassen die hij veroverd had, personeel hebben om hem in zijn paleis van dienst te zijn. Er werden drie Joodse jongens uitgekozen; één ervan was Daniël. Hij stak in wijsheid en inzicht niet alleen boven zijn landgenoten uit, maar boven alle anderen die Nebukadnessar om zich heen had verzameld. Dat kwam natuurlijk, omdat hij ondanks alles toch vasthield aan de Wet van zijn God, JHWH. Zo was hij de enige die een indrukwekkende droom van de koning kon weergeven en uitleggen. Als beloning kreeg hij een heel hoge functie aan het hof. Maar altijd bleef hij zijn eigen God trouw, en overtrad niet één van de geboden. De anderen aan het hof werden steeds jaloerser op hem. Ze verzonnen een list om Daniël ten val te brengen. Zij vaardigden met instemming van de koning een wet uit dat alle bewoners van het Babylonische Rijk gedurende dertig dagen alleen maar aan de goden van Babylon mochten offeren. Daniël verborg zich in zijn huis om ongezien toch eer te kunnen brengen aan zijn eigen God. De overheidsdienaars deden een inval bij hem thuis en betrapten hem op heterdaad. Hij was de dood schuldig.

De koning probeerde nog aan vriendjespolitiek te doen en zijn geliefde Daniël eronderuit te krijgen. Maar zijn adviseurs beloofden hem dat er dan chaos in het land zou uitbreken. Dus ging hij overstag en liet Daniël in de leeuwenkuil werpen. De dieren waren voor die gelegenheid juist een paar dagen al niet meer gevoederd. Toen de koning ‘s avonds kwam kijken om te treuren over Daniël, bemerkte hij dat de leeuwen zich als makke lammetjes aan zijn voeten hadden neergevlijd. Hij riep uit: “Nu zie ik dat er geen andere god is dan de God van Daniël!”

[Daniël 1-6]

Bij een andere gelegenheid redde hij de rechtschapen Susanna van een onterechte doodstraf.

Twee ouderlingen lieten zich ongemerkt insluiten in Susanna’s hof om haar te verleiden. Op het moment dat zij een bad nam, kwamen ze tevoorschijn. Zij wilde echter niet op hun toenaderingspogingen ingaan. Ze zette het op een gillen, waarop de twee mannen nog harder begonnen te brullen. Eén van hen maakte intussen vliegensvlug de poort open.

Alle burgers van de Joodse wijk in Babylon snelden verschrikt toe. De twee ouderlingen beweerden dat zij Susanna op heterdaad hadden betrapt op overspel met een jongeman; die hadden ze niet kunnen grijpen. Maar de openstaande poort getuigde van zijn vlucht.

Susanna beweerde bij hoog en bij laag dat het die twee kerels zelf waren die haar belaagden. Niemand geloofde haar. De twee heren bekleedden immers verantwoordelijke posities in hun gemeenschap. Zoiets hadden ze nooit verwacht van Susanna. Altijd gedacht dat het een fatsoenlijke vrouw was. Zo zag je maar weer. In haar uitzichtloze positie stelde zij haar laatste vertrouwen op God. Voor het gerecht bleven de twee mannen bij hun bewering. Dat was genoeg om Susanna ter dood te veroordelen. Maar op weg naar de plek van de terechtstelling riep een jongeman uit het publiek – dat was Daniël – dat hij zeker niet mee zou doen aan haar steniging, “want ze is onschuldig, en dat kan ik bewijzen.”

Daarop maakte de menigte rechtsomkeert, terug naar de plek van de rechtspraak, waarschijnlijk de stadspoort. Nu vroeg Daniël toestemming de beide heren gescheiden van elkaar te mogen verhoren. Hij liet de eerste vóórkomen en vroeg:
“Onder wat voor boom heb je Susanna met die jongen samen gezien?”
De ouderling antwoordde:
“Onder een sycomore.”
Vervolgens werd de ander voorgeleid en hem werd dezelfde vraag voorgelegd. Híj antwoordde: “Onder een terebint.”
Daarmee was Susanna’s onschuld afdoende bewezen. Haar godsvertrouwen was niet beschaamd.
Nu werden de twee onverlaten veroordeeld tot de straf die ze Susanna aan hadden willen doen: dood de steniging.
[Daniël 13]

Verering & Cultuur

Volgens de overlevering kwamen zijn relieken enige eeuwen na zijn dood in de Egyptische stad Alexandrië terecht. Van daaruit werden ze overgebracht naar Venetië.

In de catacomben, de begraafplaatsen van de christenen uit de eerste eeuwen, treffen we herhaaldelijk de afbeelding aan van Daniël temidden van de leeuwen. De eerste christenen zagen in hem een voorafbeelding van Christus. Zoals Daniël aan de ondergang was ontsnapt en heelhuids uit de krochten van de onderwereld tevoorschijn was gekomen, zo was Jezus aan de macht van de duivel, het kwaad, ontkomen en uit de onderwereld, de plaats van de dood, tevoorschijn getreden.

In de middeleeuwen had hij een eigen misformulier. Maar dat werd door het Concilie van Trente (1570) tezamen met een hele serie heiligen uit het Oude en Nieuwe Testament geschrapt.

Verder wordt Daniël afgebeeld als jongeman met frygische muts (= puntmuts, waarvan de rond put lichtelijk voorover valt).

Hij is patroon van bergbeklimmers en mijnwerkers (riskante beroepen, waar de de dood altijd op de loer ligt, zoals bij Daniël bv. met de leeuwen).

Hij wordt afgebeeld in de leeuwenkuil: staande tussen (twee) leeuwen aan zijn voeten.



zondag - 21 jul

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.



zondag - 21 jul

Sneek 09:45 PKN Viering

Wumkeshûs, Dr. – woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: dhr. J. Brandsma, Sneek



zondag - 21 jul

Sneek 10:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek

Voorganger: mw. S. te Nieuwenhuis



zondag - 21 jul

Sneek 11:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. het Caeciliakoor o.l.v. F. Haaze

Onder voorbehoud zal gezongen worden:

  • de Canisiusmis van Johan Kircher
  • Ave Maria, opus 3 van Joseph Geringer


zondag - 21 jul

Sneek 11:00 PKN Viering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: mw. E. Kuiper-Groeneveld



maandag - 22 jul

Hele dag H. Maria Magdalena

Maria Magdalena (ook van Bethanië of van Magdala), Efese, Turkije (?) of Aix-en-Provence, Frankrijk (?) of Vézelay, Frankrijk (?); boetelinge en volgelinge van Jezus;† 1e eeuw (66?).

Afbeelding van Maria Magdalena

ca 1750. Sculptuur door Georg Petel. Duitsland, Regensburg, Niedermünster.
Maria Magdalena aan de voet van het kruis.

http://www.heiligen.net/afb/07/22/07-22-0100-maria_4.jpg

Feest 22 juli.

Maria Magdalena
‘Liefde is sterker dan Dood’

In de traditie van de katholieke kerk is Maria Magdalena in feite een combinatie van drie verschillende vrouwen uit de evangelieverhalen. Lukas en Markus vertellen van haar terloops, dat Jezus bij haar zeven duivels had uitgedreven. Om die redenen hebben latere generaties gemeend, dat zij dezelfde vrouw moest zijn als de boetvaardige zondares, over wie Lukas in het negende hoofdstuk van zijn evangelie vertelt, dat zij bij Jezus haar heil kwam zoeken.

‘Een van de Farizeeën vroeg Hem eens bij zich te eten. Hij trad het huis van de Farizeeër binnen en ging aanliggen. Een vrouw nu, die in de stad als een zondares bekend stond, was te weten gekomen, dat Jezus in het huis van de Farizeeër te gast was. Zij nam een albasten vaasje met balsem mee en ging schreiend achter Hem, bij zijn voeten, staan. Haar tranen maakten zijn voeten nat, die ze met haar hoofdhaar afdroogde. Zij kuste ze keer op keer en zalfde ze met de balsem. Toen de Farizeeër die Hem uitgenodigd had, dit zag, zei hij bij zichzelf: “Als dit een profeet was, zou Hij weten wie en wat voor een vrouw het is die Hem aanraakt; het is immers een zondares.” Jezus gaf hem ten antwoord: “Simon, ik heb u iets te zeggen.” Waarop deze zei: “Zeg het meester.”‘ Daarop vertelt Jezus een gelijkenis, waarin Hij duidelijk maakt, dat mensen des te meer liefde tonen, naarmate ze daar meer reden toe hebben. Wie veel ontvangen heeft, zal des te meer geneigd zijn dankbaarheid te tonen, bijvoorbeeld in de vorm van wederliefde. Zo kon Jezus afleiden uit de koele ontvangst bij zijn gastheer, dat er sprake was van weinig liefde, terwijl de vrouw aan zijn voeten overliep van liefdebetoon… Uit al die liefde leidde Jezus af, dat God haar allang vergeven had en dat haar handelwijze een vorm van wederliefde was.

Het gebaar van die vrouw was uitzonderlijk. Dure balsem gebruikte men nooit voor de voeten, maar voor het hoofd. Des te opmerkelijker, dat er bij Johannes nog eens wordt verteld, dat Jezus op een dergelijke manier gebalsemd werd: en wel door de zuster van Lazarus en Martha, Maria geheten: “Zes dagen voor Pasen kwam Jezus te Bethanië, waar Lazarus woonde, die Hij uit de doden had opgewekt. Men gaf daar ter ere van Hem een maaltijd. Martha bediende en Lazarus was een van degenen die met Hem aanlagen. Maria nu nam een pond nardusbalsem, echte en heel kostbare, zalfde daarmee Jezus’ voeten en droogde ze met haar haren af. Het huis hing vol balsemgeur”.

Omdat de gebaren van de beide vrouwen zo op elkaar lijken, heeft men aangenomen dat de boetvaardige zondares uit Lukas’ verhaal eigenlijk dezelfde was als Maria van Bethanië. Dezelfde vrouw van wie Jezus zegt, dat zij het beste deel gekozen heeft door aan zijn voeten naar zijn woord te luisteren.

Zo is Maria Magdalena in de traditie symbool geworden van de boetvaardige zondares.

Hoewel de traditie de zeven duivels die van haar uitgegaan waren steeds in verband heeft gebracht met zware zonden, bestaan daar geen duidelijke aanwijzingen voor. Ook ziekten worden in het evangelie vaak met duivels aangeduid. Opvallend, dat de evangelisten zo discreet zwijgen over de aard van die duivels, waar ze in andere verhalen juist de duivelse verschijnselen zo breed uitmeten. Hoe dan ook, Maria Magdalena was door Jezus verlost van grote narigheid. Zozeer, dat zij Hem sindsdien heeft gevolgd en uit haar eigen middelen heeft onderhouden. Blijkbaar was ze rijk. Niet alleen in materiële zin, maar met name in evangelische zin: ‘rijk’ voor God; rijk aan liefde. Want alle vier de evangelisten vertellen van haar, dat zij behoort tot de twee of drie Maria’s die toezagen hoe Jezus gekruisigd en begraven werd. Jezus’ dood en begrafenis waren vanwege de naderende sabbat zo snel verlopen, dat men geen tijd meer had gehad Hem door balseming de laatste eer te bewijzen. Vandaar dat op de vroege ochtend na de sabbat een aantal vrouwen terugging naar het graf om dat alsnog te doen. Onder hen bevond zich ook weer Maria Magdalena. Zij ontdekten dat het graf leeg was; er waren een of twee mannen, engelen van God, die hun zeiden, dat Jezus uit de doden was opgestaan en dat Hij hun voorging naar Galilea; daar zouden zij Hem zien. Dat moesten zij aan zijn leerlingen doorgeven.

Dat staat er zo simpel. Maar wat daar gebeurt is typisch voor het evangelie. Maria en de andere vrouwen worden op die manier gemaakt tot de eerste verkondigers van het evangelie. Niet Jezus’ leerlingen, maar de vrouwen die hem in hun liefde trouw waren gevolgd tot het bittere einde. Op dit moment is het goed om ons nog eens te binnen te brengen, dat in de wereld van die dagen het getuigenis van vrouwen voor het officiële gerecht van geen enkel belang was. Voor een geldige juridische uitspraak waren twee mannen nodig, die eenzelfde getuige-verklaring aflegden. Het getuigenis van vrouwen, al waren het er duizend, legde geen enkel gewicht in de schaal.

Als we de evangelies mogen geloven, is het juist dat handjevol vrouwen, dat de eerste getuigenis geeft over Jezus’ opstanding uit de dood. Het is dus niet zo verwonderlijk, dat de eerste leerlingen er geen geloof aan schonken en het afdeden als vrouwenpraat. Zij waren tot op dat moment nog niet gewend aan Gods manier van doen. Paulus zal straks uitleggen, dat God het zwakke uitkiest om het sterke te beschamen.

Er zijn maar weinig verhalen, die we bij alle vier de evangelisten aantreffen. Een van die verhalen is het feit, dat Maria op de eerste dag van de week na Jezus’ lijden en dood bij zijn graf te vinden was, en daar een bijzondere ontmoeting had. Markus zegt, dat zij een jongeman in een blinkend wit gewaad ontmoette; bij Lukas waren het twee mannen in een schitterend wit gewaad en bij Mattheus waren het twee engelen, die haar naar de leerlingen zonden om het blijde nieuws van Jezus’ opstanding uit de dood te verkondigen. Johannes’ versie van deze gebeurtenis wijkt enigszins af. De twee in het wit geklede engelen vroegen aan Maria, die zich voorover gebogen had om een blik in het graf te kunnen werpen: “Vrouw, waarom huilt u?” Zij antwoordde: “Ze hebben mijn Heer weggenomen en ik weet niet, waar ze Hem hebben neergelegd.” Toen zij dit gezegd had, keerde zij zich om en zag Jezus staan, maar zonder te weten dat het Jezus was. Jezus zei tot haar: “Vrouw, waarom huilt u? Wie zoekt u?” In de mening dat het de tuinman was, vroeg zij: “Heer, mocht u Hem hebben weggenomen, zeg mij dan waar u Hem hebt neergelegd, zodat ik Hem kan weghalen.” Zij herkende Hem, toen Hij haar (op zijn karakteristieke manier?) bij haar naam noemde: “Maria!”

Haar vreugde is onbeschrijfelijk. Zij schijnt geen enkele last te hebben van twijfel of aarzeling. Ze weet! Deze ervaring maakt haar tot de eerste verkondiger van het evangelie.

Wat een verschil binnen één mensenleven: enkele jaren tevoren nog in de greep van ongeluk: en nu…!? Wat er in haar persoon is gebeurd, vormt misschien wel het krachtigste getuigenis voor de waarheid van het evangelie, dat liefde sterker is dan dood.

Om nog eens te lezen: Matteüs 27,45-28,10; Markus 15,33-16,11; Lukas 8, 1-3; 9,36-51; 23,44-24,12; Johannes 12,1-3



maandag - 22 jul

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 23 jul

Hele dag H. Birgitta van Zweden

Birgitta (ook Birgitten, Bridget, Brigid, Brigit, Brigitta, Brigitte) van Zweden (ook van Rome of van Vadstena), Vadstena, Zweden; weduwe, pelgrim & stichteres; † 1373.

Afbeelding van Birgitta van Zweden.

1994. Schilderij. Duitsland, Maihingen, Minoritenklopsterkirche.

http://www.heiligen.net/afb/07/23/07-23-1373-birgitta-zweden_4.jpg

Feest 23 juli

Zij werd geboren in 1302 in de Zweedse plaats Finstad bij Uppsala. Reeds op jonge leeftijd trad ze in het huwelijk en kreeg acht kinderen, onder wie Catharina van Zweden († 1381; feest 24 maart). Het was een gelukkig huwelijk. Zij en haar man leidden een intensief geestelijk leven. Op een goed moment ondernam zij een pelgrimstocht naar Santiago de Compostela. Na terugkomst trad haar man in bij de cisterciënzers van klooster Alvastra.

Na zijn dood in 1344 besloot zij haar leven geheel en al aan God toe te wijden, en stichtte daartoe in Vadstena de kloosterorde van de heilige Verlosser, beter bekend als de brigittinessen of birgittinessen. Ze pelgrimeerde naar Rome, en vandaar naar het Heilige Land om vervolgens weer naar Rome terug te keren en daar onder meer te ijveren voor de terugkomst van de paus uit Avignon.

Intussen ontving ze in haar gebedsleven bijzondere visioenen en openbaringen. Daardoor geïnspireerd spoorde zij vele hooggeplaatste personen van haar tijd aan om een leven te leiden, dat een christen waardig was. Tenslotte stierf ze in Rome, maar werd in het door haar gestichte klooster Vadstena begraven.

Verering & Cultuur

In 1391 volgde haar heiligverklaring. Haar kloosterode kende een niet zo grote verbreiding. Toch ontstond in 1434 in Koudewater bij ‘s-Hertogenbosch het birgittijnenklooster Mariënwater. Tot op de dag van vandaag biedt een deel van de birgitinessenabdij te Uden huisvesting aan het Museum voor Religieuze kunst.

Birgitta is patrones van de pelgrims; haar voorspraak wordt ingeroepen in het uur van de dood.

Ze wordt afgebeeld met pelgrimshoed en -staf; of schrijvend, eventueel met veer en inktpotje; of als non in de dracht van haar orde, soms knielend voor een kruis of voor de lijdenstekens van Jezus (herinnering aan de visioenen die ze ontving).



dinsdag - 23 jul

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 24 jul

Hele dag H. Charbel Makhlouf, monnik

Charbel (ook Sjarbel; gedoopt Joessef) Makhloef, Annaya, Libanon; monnik; † 1898.

Afbeelding van Charbel

2005, sculptuur. Frankrijk, Honfleur, Ste-Cathérine.

http://www.heiligen.net/afb/07/24/07-24-1898-charbel_1.jpg

Feest 24 juli.

Hij wordt op 8 mei 1828 geboren te Beqa Kafra in de Libanon. Zijn familie bestaat uit eenvoudige, gelovige, hard werkende mensen. Zijn vader is boer; een van diens zussen is kloosterzuster; daarnaast heeft Joessoef nog twee ooms die monnik zijn. Als hij drieëntwintig is, geeft hij op zijn beurt te kennen monnik te willen worden. Bij het afscheid zou zijn moeder hem gezegd hebben: “Als je geen góede religieus wilde worden, zou ik zeggen: Jongen, kom naar huis. Maar ik besef nu dat de Heer je vraagt in zijn dienst. En in mijn verdriet van je gescheiden te zijn, doe ik en stap terug en zeg ik je: Moge Hij je zegen, mijn jongen, en een heilige van je maken.”
Hij treedt toe tot het Maronitische Onze-Lieve-Vrouweklooster te Maifuq en neemt de kloosternaam aan van Charbel naar een heilige uit de eerste eeuwen van het christendom († 101; feest 29 januari).
Enige tijd later verhuist hij naar het verder af gelegen St-Maroklooster te Annaya. In 1851 legt hij zijn eeuwige geloften af en in1859 wordt hij priester gewijd. Zestien jaar lang woont hij in de kloostergemeenschap. De laatste drieëntwintig jaar trekt hij zich verder in de eenzaamheid terug om het leven te leiden van een kluizenaar. Toch weten ook daar de mensen hem te vinden. Dat gaat na zijn dood onverminderd door: men komt bidden op zijn graf en vraagt voor allerhande noden om zijn voorspraak in de hemel.
Hij is heilig verklaard in 1977.



woensdag - 24 jul

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


donderdag - 25 jul

Hele dag Jacobus Apostel Maior (ook de Meerdere of de Oudere)

Jacobus Apostel Maior (ook de Meerdere of de Oudere), Santiago, Spanje; martelaar met zijn bekeerling, de schriftgeleerde Josias; † ca 44.

Afbeelding van Jacobus

Begin 17e eeuw. Sculptuur. Nederland, Venray, St-Petrusbandenkerk.
Jacobus met pelgrimstaf.

http://www.heiligen.net/afb/07/25/07-25-0044-jacobus_5.jpg

Feest 25 juli [& 15 november (Griekse kerk) & 27 (voorheen: tezamen met zijn broer de apostel Johannes) & 28 december (armeense kerk); 4 januari (synaxis apostelen oosterse kerk) & 12 (koptische kerk) & 30 april (oosterse kerk) & 24 mei (terugvinding relieken te Verona op de Monte Grigiano) & 30 juni (synaxis apostelen)]

Hij was één van ‘de twaalf’; de kring van Jezus’ meest intieme leerlingen. Om hem te onderscheiden van de andere Jacobus uit de Twaalf, wordt hij ‘Maior’, ‘de Meerdere’ (= de oudere) genoemd. Ook zijn jongere broer Johannes, de latere evangelist, hoorde daartoe. Zij waren zonen van Zebedeus, een welvarende visser uit het plaatsje Bethsaïda aan het Meer van Gennesareth; hun moeder heette Maria Salome.

Markus vertelt, hoe hij en Johannes Jezus’ leerlingen waren geworden. ‘Toen Jezus eens langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en de broer van Simon, Andreas, terwijl ze bezig waren het net uit te werpen in het meer; zij waren namelijk vissers. Jezus sprak tot hen: “Komt, volgt Mij; Ik zal maken, dat je vissers van mensen wordt. Terstond lieten zij hun netten in de steek en volgden Hem. Iets verder gaande zag Hij Jacobus, de zoon van Zebedeus, en diens broer Johannes; ook zij waren in de boot bezig hun netten klaar te maken. Onmiddellijk riep Hij hen. Zij lieten hun vader Zebedeus achter en volgden Hem’ (Markus 01,16-20).

Johannes en Jacobus worden in de evangelies ook wel ‘zonen van de donder’ genoemd (Markus 03,17). Zou vader bars of driftig van karakter geweest zijn? Of zijzelf? Dat zij inderdaad nogal drastisch te werk konden gaan, wordt verteld in het verhaal, dat Jezus en zijn leerlingen in een Samaritaans dorp niet ontvangen werden, omdat Jeruzalem hun reisdoel was. Gastvrijheid was in die dagen een sociale verplichting. Maar nu was er dus niemand die hen uitnodigde voor de nacht. ‘Toen de leerlingen Jacobus en Johannes dit gewaar werden, vroegen ze: “Heer, wilt U dat wij vuur van de hemel afroepen om hen te verdelgen?” Maar Hij keerde zich om en wees hen op strenge toon terecht’ (Lukas 09,54-55).

Volgens Mattheus kwamen de twee op een keer met hun moeder op Jezus af en wierpen zich aan zijn voeten ten teken dat zij iets te vragen hadden. Hij vroeg aan moeder: “Wat verlangt u?”
Waarop zij antwoordde: “Laat deze twee jongens van mij in uw koninkrijk zitten één aan uw rechterhand en één aan uw linkerhand.”
Moeder had blijkbaar een grote carrière voor ogen. Tot woede van de andere tien. Het was de aanleiding voor Jezus iets te zeggen over ware grootheid: “Wie onder jullie groot wil worden, moet dienaar van jullie zijn” (Mattheus 20,20-28).

Met Petrus en Johannes maakte Jacobus deel uit van het groepje van drie apostelen dat getuige was van een aantal grote momenten uit Jezus’ leven. Ze mochten erbij zijn, toen Jezus Jaïrus’ dochtertje uit de dood deed opstaan (Markus 05,35-43); ze waren bij Jezus’ gedaanteverandering op de berg (Markus 09,02-08) en op de vooravond van zijn lijden en dood in de tuin van Gethsemani, waar Jezus zich afzonderde om in doodsangst tot zijn Vader te bidden (Markus 14,32-34).

Volgens de Handelingen van de Apostelen werd Jacobus op last van koning Herodes met het zwaard gedood (Handelingen 12,02). Dat moet omstreeks het jaar 44 gebeurd zijn. Over de oorzaak van deze terechtstelling zeggen de Handelingen niets, maar de legende weet te vertellen dat hij weigerde met koning Herdodes in debat te gaan. Hij is de eerste martelaar in de kring van de Twaalf.

Legende

Volgens de legende zou de apostel Jacobus na Pinksteren naar Spanje getrokken zijn om daar het evangelie te verkondigen. Hij landde in Andalucía en trok al predikend naar Galícia. Zijn moeder Salome vergezelde hem. Zijn prediking had weinig succes. Hij wist maar acht (sommigen zeggen: negen) volgelingen voor Christus te winnen. De twee trouwste vrienden onder hen heetten Athenasius en Theodorus.

Keizer Karel († 814; feest 28 januari) zag de latere pelgrimsroute (El Camino), waar zo vele bedevaartgangers langs zouden trekken. Waarschijnlijk heeft de pelgrimsroute naar Santiago de Compostela aan deze legende zijn bijnaam ‘Melkweg’ te danken: Karel schouwde de weg immers aan de sterrenhemel.

Verering & Cultuur

België

Jacobus is patroon van Luik en Sint-Jacobs-Kapelle (gem. Diksmuide). Hij heeft kerken in Bande (Belg. Ardennen) en Messancy (Belg. Ardennen); een kapel in Brussel-Koudenberg en Fontenaille.

Nederland

Jacobus is patroon van de steden Den Haag, Leeuwarden en Sint Jacobiparochie.

Verder zijn er Jacobuskerken in Akersloot, Bocholz, Den Bosch, Den Dungen, Den Haag, Egchel, Enschede, Fijnaart, Geldert bij Ulvenhout, Haarlemmerliede (vanaf 1276), Hunsel, Kabauw, Kethel bij Schiedam (vanaf 1084), Lonneker, Lopik, Maasdijk, Nijmegen (met Johannes), Oude-Wetering, Roosteren, Schipluiden, Siegerswoude, Sint-Jacobiparochie, Spaarnwoude, Teroele, Tuitjenhorn, Uithuizen, Utrecht, Valburg, Venlo (kapel), Vlissingen, Warstiens, West-Zwaag, Winterswijk, Wommels, Zeeland en Zwaagdijk.

Voorts zijn er Jacobusverzorgingstehuizen in Amsterdam, Roelofarendsveen en Zeeland, een ziekenhuis in Zwijndrecht; Drunen heeft een Jacobushof, Roermond een plaats.

Spanje

Jacobus is patroon van Spanje en van de stad Santiago de Compostela, waar zich ook de beroemde bedevaartskerk bevindt.

Beroepen en Bezigheden

Hij is patroon van pelgrims, bedevaartgangers, reizigers en mensen onderweg; vandaar uit ook voor schippers en binnenschippers (in de middeleeuwen o.a. te Antwerpen en Gent), en wellicht in het verlengde daarvan weer van vissers (Nieuwpoort, België); van ridders, paardrijders en ruiters; van krijgers, soldaten en oorlogvoerenden; van waskaarsenmakers (omdat pelgrims vaak waskaarsen brandden bij een beeld van Sint Jacobus); van hoedenmakers (omdat pelgrims een insigne op hun hoed of kleding bevestigden; o.a. te Brussel en Turnhout), dus ook van kousenmakers, lakenwevers (Brugge), lakensnijders (Brugge) en lakenververs (Gent), van bontbewerkers; ook van lorrenboeren (bv. Brussel) en voddenkooplui (omdat de pelgrims er vaak nogal haveloos bijliepen); in het verlengde daarvan ook van lastdragers, dagloners, arbeiders en behoeftigen; van apothekers en drogisten (omdat je bij hen net als bij Jacobus voor alle kwalen terecht kon); van molenaars (vanwege de oogsttijd (zie de weerspreuken); en tenslotte van de kettingsmeden (?).

Zijn voorspraak werd ingeroepen tegen allerhande ziekten, m.n. reumatiek; voor het gedijen van appels (de eerste appels van het jaar heetten sint-jakobsappels) en van rogge (omstreeks Sint-Japik begint de roggeoogst); voor goede oogst en mooi weer.

Jacobus wordt afgebeeld als pelgrim: lange mantel, breedgerande hoed, staf, reistas, drinkfles. Op zijn hoed en op zijn borst is de pelgrimsschelp te zien. Deze St-Jakobsschelpen werden door de pelgrims aangetroffen op het strand bij Santiago en als souvenirs meegenomen, meestal vastgenaaid op de hoed of een andere opzichtige plek op de kleding. Het werd het pelgrims- en trekkersinsigne bij uitstek. In onze eeuw heeft de oliemaatschappij Shell datzelfde beeldmerk overgenomen; men vindt het bij alle benzinepompen: symbool immers van mensen onderweg. Wie in de middeleeuwen dergelijke schelpen droegen, stonden onder de persoonlijke bescherming van Sint Jacobus en waren haast onschendbaar.

Op afbeeldingen die ouder zijn dan de 9e eeuw of daarop geïnspireerd zijn, draagt Jacobus nog wel eens zwaard: het instrument waarmee hij gedood is. Na de 14e eeuw is het zwaard definitief vervangen door een pelgrimsstaf.



donderdag - 25 jul

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


donderdag - 25 jul

15:00 PKN Viering

Voorganger: dhr. H. Wiersma



vrijdag - 26 jul

Hele dag H. Anna en Joachim, ouders van Maria

Anna van Jeruzalem, Palestina; Jezus’s oma van moeders zijde, tezamen met Joachim, haar man en Jezus’ opa; † 1e eeuw (vóór Chr.?).

Afbeelding Anna en Joachim

ca 1525. Houtsculptuur door Benedikt Dreyer, Lendersdorfer Schnitzaltar. Duitsland, Lendersdorf, St.Michaëlkerk.
Ontmoeting Joachim en Anna bij de Gouden Poort.

http://www.heiligen.net/afb/07/26/07-26-0000-anna_4.jpg

Feest 26 juli (daags na de apostel, Jakobus de Meerdere: met haar man Joachim) [& 16 augustus (alleen Joachim: tot 1969) & 9 september (daags na Maria Geboorte: met haar man Joachim) & 9 december (Maria Onbevlekte Ontvangenis: oosterse kerk); 20 maart (alleen Joachim tot 1969) & 25 (oosterse kerk & )]

Algemene gegevens

Volgens de legende was zij de moeder van Jezus’ moeder, Maria. Zij was gehuwd met Joachim. Het waren vrome Joden, die hun leven lieten leiden door de liefde tot God. Met alle grote feesten begaf Joachim zich naar de tempel om daar een offer aan God op te dragen. Verdrietig was alleen dat ze geen kinderen hadden. Herhaaldelijk hadden ze God erom gesmeekt, en ze beloofden erbij dat ze het kind aan God zouden toewijden, zodat Hij erover kon beschikken, maar zonder resultaat. Intussen waren ze al oud geworden.

Bij gelegenheid van het feest van de tempelwijding trok Joachim met een paar familieleden naar de tempel om een offer op te dragen. Anna bleef thuis. Maar toen de hogepriester hem tussen de andere joden in zag staan, sprak hij smalend: “Hoe durf jij, Joachim, tussen al die anderen te gaan staan? God heeft je immers gestraft door je geen kinderen te geven. En dacht je dan dat Hij je offer zou aannemen? Zorg eerst maar dat die schande van jou uit ons midden wordt weggenomen, dan mag je terugkomen om weer te offeren.

Beschaamd maakte Joachim dat hij wegkwam. Hij durfde ook niet meer naar huis, bang dat hij daar met de vinger zou worden nagewezen. Hij verborg zich tussen de herders van Bethlehem. Daar verscheen hem een engel die hem aankondigde dat hij een kind zou krijgen: een meisje dat hij Maria moest noemen. En geef haar aan God, zoals je beloofd hebt. Ga naar Jerusalem; daar zul je je vrouw Anna tegenkomen. Ze maakt zich erg bezorgd om je. Je zult haar treffen bij de Gouden Poort.

Zo ging de engel ook naar Anna. Haar verkondigde hij dezelfde vreugdevolle boodschap. Ook zij begaf zich op weg. Bij de Gouden Poort werd het een aandoenlijk weerzien. Die ontmoeting geldt als het moment, waarop Anna van Maria in verwachting raakte.

Dit alles berust op legende. Geschiedkundig gesproken is er over haar niets bekend. In de bijbel komen nog wel Jezus’ opa’s voor in de geslachtslijsten, maar over Jezus’ oma’s horen we zelfs daar helemaal niets.

Verering & Cultuur

Vooral in de middeleeuwen was Anna bijzonder populair. Dat moge blijken uit de vele bedevaartplaatsen, verspreid over Europa en vandaar uit over de rest van de wereld; alsmede uit de talrijke kerken, kapellen en andere instituten, die haar als patrones hebben.
Vele middeleeuwse steden hebben wel een (Sint-)Annastraat.

Nederland
Zij is patrones van Sint-Anna, Sint-Annaland (Tholen) en Sint-Annaparochie (Het Bildt, Friesland).

Er zijn nog Sint-Annakerken of -kapellen in Amstelveen, Amsterdam, Augsbuurt, Bergharen, Best (kapel), Boxtel (kapel), Breda (ook een kapel), Gersloot, Hantumhuizen (?), Heerlen, Helmond, Herpen-Koolwijk (bedevaartkapel), ‘s Hertogenbosch, Maastricht, Molenschot (bedevaartkerk: hier bidden meisjes die op bedevaart komen: ‘Sinte-Anneke, geef me een manneke’), Nijmegen (tezamen met St.-Antonius), Oudenbosch (kapel), Rosmalen, Rotterdam (kapel tezamen met Joachim), Sint-Annaparochie, Spaubeek (kapel), Tilburg, Yerseke.

In Nijmegen is er een verzorgingshuis Joachim en Anna; in Rotterdam Simeon en Anna; ook Delft en Zundert hebben een verzorgingshuis St-Anna.

België
Beroemde Anna-bedevaartplaatsen zijn Bambrugge (Oost-Vlaanderen), Bottelare (Oost-Vlaanderen), Brussegem (Brabant), Limburg (provincie Luik), Luythagen (bij Antwerpen), Oudergem (bij Brussel, met het klooster Sint-Annadal).

Daarnaast is er o.a. een Sint-Annakerk op de Koekelberg te Brussel.

Duitsland
St Anna is patrones van Braunschweig, Burrweiler (beroemd bedevaartsoord in het bisdom Spiers), Düren (Eifel: beroemd bedevaartsoord waar sinds de middeleeuwen haar schedel wordt vereerd), Hannover, Hildesheim, Sulzbach (beroemd bedevaartsoord in het bisdom Regensburg), Unterkreuzberg (beroemd bedevaartsoord in het bisdom Passau).

Sint-Annakerken zijn er ook nog o.a. in Limburg a/d Lahn en München-St.-Anna-Vorsta.

Lübeck heeft een St-Annamuseum en -straat.

Engeland
Zij is patrones van Bury-St-Edmonds, Buxton (Derbyshire), Canterbury, Croughton (Northants.), Durham, King’s-Lynn (Norf.), Reading (Berks.), St.-Ann’s (Dumf.), St.-Ann’s-Chapel (Cornwall), St.-Ann’s-Head (Pemb.), St.-Anne (Alderney), St.-Anne’s (Lancs.), Worcester (Hereford& Worcester).

Frankrijk
Beroemd is haar bedevaartsoord te Ste-Anne-d’Auray (Morbihan, Bretagne. In oude tijden heette het daar Keranna (= ‘Annadorp’). Volgens een plaatselijke overlevering had er heel vroeger – misschien wel in de 7e of 8e eeuw – een Annakapelletje gestaan. Dat verklaarde ook de mooi bewerkte oude stenen die soms uit de grond naar boven kwamen en die links en rechts gretig gebruikt werden voor de versteviging van huizen en schuren. In het vroege voorjaar van 1625 ontving een boer, Yvon Nicolazic, verschijningen van Sint Anna. Haar verering moest nieuw leven worden ingeblazen. Op haar aanwijzingen groef hij in de nacht van 7 op 8 maart van datzelfde jaar een ouden houten beeld op. Hij plaatste het op de plek waar het te voorschijn was gekomen, en onmiddellijk stroomden de pelgrims toe. De huidige basiliek stamt uit de jaren 1868-1872. Elk jaar worden er op en rond Sint Anna’s feestdag, 26 juli, pardons (boetprocessies) gehouden. In 1995 trok het bedevaartsoord tachtigduizend pelgrims. In 1996 vereerde paus Johannes Paulus II († 2005) het met een bezoek.

Meer naar het westen ligt Sainte-Anne-le-Palud (Sint Anna in het Moeras). Volgens een plaatselijk informatiebord gaat de verering van Sint Anna terug op een Keltische godin, Ana: moeder van de Ierse en Bretonse goden, godin van de dood, de vruchtbaarheid en wedergeboorte. In de Keltische mythologie komen we de naam Ana niet tegen, wel Anu of Danu of Don. Het zou Sint-Guénolé († 532; feest 3 maart) geweest zijn die dit gebruik heeft gekerstend en heeft omgebogen naar Sint Anna…

Anna is ook patrones van Apt (Vaucluse: beroemd bedevaartsoord, waar relieken van haar worden vereerd), Bullion (Seine-et-Oise: beroemd bedevaartsoord), Chasnay (Nièvres: beroemd bedevaartsoord), Fontaine-Simon (Eure-et-Loire: beroemd bedevaartsoord), Nantes (beroemd bedevaartsoord),.

Er is o.a. nog een St-Annakerk of – kapel in Clairvaux (Aube: kapel).

Ierland
Zij is patrones van St-Ann’s-Hill (Cork).

Italië
Zij is patrones van Florence, Napels.

Oostenrijk
Zij is patrones van Annaberg (beroemd bedevaartsoord), Innsbruck.

Polen
Zij is patrones van Annaberg (bekend bedevaartsoord in het bisdom Wrocláw), Rosenberg (bekend bedevaartsoord in het bisdom Wrocláw).

Spanje
Zij is patrones van Las-Palmas (beroemd bedevaartsoord), Madrid.

Zwitserland
Schwendelberg (kanton Luzern: bekend bedevaartsoord).

Patronaten
Zij is beschermheilige van echtelieden, aanstaande moeders, zwangere vrouwen en vrouwen die moeilijk zwanger raken, bakers, voedsters, huismoeders (moeders en huisvrouwen) en weduwen;
van onderwijzeressen (omdat zij haar dochter Maria bidden en lezen leerde);
van huishoudelijke beroepen als wevers, borduursters, kantwerkmakers, kantwerksters, kleermakers, kousenmakers en naaisters;
van dienstvaardige beroepen als huishoudsters, huishoudelijk personeel, dienstpersoneel, slippendragers van kardinalen, stalknechten, arbeidsters, thuisarbeidsters; en vandaar ook van arme standen;
van beroepen die verwant zijn aan de huishoudelijke: hooiers, bezembinders, touwslagers;
van kunstvaardige beroepen als timmerlieden, houtbewerkers, houtdraaiers, kastenmakers, schrijnwerkers en kunstschrijnwerkers; van goudsmeden;
van molenaars, mijnwerkers en marskramers;
van scheepslui, schippers en zeelieden (heeft waarschijnlijk te maken met de Bretonners);
en tenslotte van de brandweer.



vrijdag - 26 jul

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 27 jul

Hele dag Zalige Titus Brandsma, martelaar

Titus (gedoopt Anno Sjoerd) Brandsma o.carm., Dachau, Duitsland; kloosterling & martelaar; † 1942.

Afbeelding van Titus Brandsma

1985. Omslag van Informatiebulletin 12 van de R.K. Kerkprovincie in Nederland en de Stichting Titus Brandsma-Gedachteniskapel te Nijmegen.
Samenstelling Louis Frequin.

http://www.heiligen.net/afb/07/27/07-27-1942-titus_3.jpg

Feest 27 juli.

Anno Brandsma werd op 23 februari 1881 geboren in de buurt van de Friese stad Bolsward. In 1898 trad hij in bij de Karmelieten en kreeg de kloosternaam Titus. Zijn priesterwijding volgde in 1905.
Zijn studies deed hij te Rome. Aanvankelijk werd hij docent filosofie aan de Karmelietenopleiding in Oss en in 1923 hoogleraar wijsbegeerte en mystiek aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Hier richtte hij het Instituut voor Nederlandse mystiek op en vertaalde met anderen de werken van de heilige Theresia van Ávila in vier delen.

Wegens zijn verzet tegen de Duitsers werd hij gearresteerd: hij had NSB-propaganda in de katholieke media verboden. Via de strafgevangenis in Scheveningen en kamp Amersfoort kwam hij uiteindelijk in het gevreesde concentratiekamp Dachau terecht. Daar stierf hij de dood van een heilige.
Hij werd als martelaar zalig verklaard in 1985.
Elk jaar wordt er in Nijmegen ter ere van hem een bedevaart gehouden.



zaterdag - 27 jul

Sneek 19:00 Woord- en Communieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


zaterdag - 27 jul

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.



zondag - 28 jul

Hele dag Zalige Alphonsa Muttathupadatu

Alphonsa (geboren Anna) Muttathupadatu, Bharananganam (Kerala), India; † 1946.

Afbeelding van Alphonsa Muttathupadata

http://www.heiligen.net/afb/07/28/07-28-1946-alphonsa_1.jpg

Feest 28 juli.

Zij werd op 19 augustus 1910 geboren in de Indiase deelstaat Kerala; volgens de een te Arpukara, volgens anderen te Kudamaloor. Het ene bericht stelt, dat zij van jongs af niets liever wilde dan zich geheel en al aan de Heer toe te wijden. In een ander lezen wij, dat zij zich ernstig verwondde om zo aan een huwelijk te ontkomen; toen zij daarvan op wonderbaarlijke wijze genas, besloot zij in te treden bij de clarissen.

Daar nam zij de naam aan van zuster Alphonsa van de Onbevlekte Ontvangenis. Haar religieus leven schijnt een aaneenschakeling geweest te zijn van geestelijke en lichamelijke pijnen. Vol overgave droeg zij dat alles op aan haar geliefde Heer, en was voor haar omgeving een toonbeeld van geduld en beminnelijkheid.

Zij werd zalig verklaard in 1986.



zondag - 28 jul

Sneek 09:45 PKN Viering

Wumkeshûs, Dr. – woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: dhr. H. Wiersma, Scharnegoutum



zondag - 28 jul

Sneek 10:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek

Voorganger: mw. H. Dijkstra



zondag - 28 jul

Sneek 10:45 PKN Viering

Loodsboot Sneek, Sneek

Voorganger: dhr. J. Brandsma



zondag - 28 jul

Sneek 11:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. het Sint Caeciliakoor

Onder voorbehoud zal worden gezongen:

  • Messe Brève van Charles Gounod
  • Ave Verum van Edward Elgar


zondag - 28 jul

Sneek 11:00 PKN Viering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: drs. K.J. te Nijenhuis



maandag - 29 jul

Hele dag H. Martha van Bethanië

Martha van Bethanië, Palestina / Tarascon(?), Frankrijk; volgelinge van Jezus; † ca 80.

Afbeelding van Martha

1911. Beeldhouwwerk door H. van der Geld. Nederland, Den Bosch, St-Janskathedraal.

http://www.heiligen.net/afb/07/29/07-29-0080-martha_4.jpg

Feest 29 juli.

Zij was de zuster van Lazarus en Maria, die in de traditie vaak wordt vereenzelvigd met Maria Magdalena. Martha was de gastvrouw, die zich over van alles zorgen maakte, zoals van haar wordt verteld in Lukas 10,38-42 en Johannes 11.

Latere legenden weten te vertellen dat zij met haar broer en zus en nog een aantal vrienden door vijanden van Jezus in een stuurloos bootje de zee op werd gejaagd. Het zou hen tot in Zuid-Frankrijk hebben gebracht, waar zij in de buurt van het hiernaar genoemde plaatsje Saintes-Maries aan land werden geholpen door de zigeunervrouw Sara (feest 24 & 25 mei). Gevolg van dit verhaal is wel dat volgens de overlevering Lazarus begraven ligt in Autun (kerk St-Lazare), Maria Magdalena in de prachtige pelgrimskerk van Vézelay en Martha in het nabijgelegen Tarascon.

Martha & Maria
‘Vrouwen naar Jezus’ hart’

“Jezus hield veel van Martha, haar zuster en Lazarus.” Aldus de evangelist Johannes. Waarom Maria hier niet met name wordt genoemd, is niet duidelijk. Even tevoren heeft Johannes van haar opgemerkt, dat zij de vrouw was, die de Heer met geurige olie had gezalfd en zijn voeten met haar haren had afgedroogd. Maar vreemd genoeg zal Johannes dat verhaal pas in het volgende hoofdstuk vertellen.

Ook Lukas kent zo’n verhaal. Als Jezus op bezoek is bij de Farizeeër Simon, komt er een vrouw door de maaltijd heenlopen, die als onrein bekend staat. Ze wast Jezus de voeten met haar tranen en droogt ze met haar haren af. Een dramatische gebeurtenis. Maar Jezus proeft hoeveel verdriet en liefde er schuilgaan achter dit gebaar. Is zij dezelfde als de zuster van Martha?

De traditie meent van wel. Die heeft haar zelfs vereenzelvigd met Maria van Magdala, die immers ook zielsveel van Jezus hield, en uit wie Hij zeven duivels had uitgedreven.

We noteren, dat de traditie tot deze vereenzelviging komt doordat er steeds sprake is van vergeving en liefde. Twee goddelijke deugden, waarvan we weten, dat Jezus ze op de eerste plaats heeft gezet tegen de houding van zelfheiliging van zijn gelovige tijdgenoten, die zo vaak tot liefdeloosheid leidde.

We zullen ons beperken tot de verhalen, waar het uitdrukkelijk over Martha en haar zuster Maria gaat. We vinden ze in het tiende hoofdstuk van Lukas en het elfde en twaalfde hoofdstuk van Johannes.

Jezus hield veel van Martha, haar zuster, en Lazarus. Waarom wordt Maria in die zin niet met name genoemd? Waarom neemt zij trouwens steeds de tweede plaats in? Want ook als Jezus op bezoek komt bij gelegenheid van Lazarus’ dood, heeft Martha het initiatief. Zij loopt als eerste naar Jezus toe, terwijl Maria thuis blijft. Ze heeft een gesprek met Jezus. Daarin uit ze enerzijds haar verdriet over het verlies van haar broer, anderzijds haar geloof in de verrijzenis en sterker nog: haar geloof in Jezus als de Messias! Vervolgens laat ze Jezus staan, keert naar huis terug en fluistert haar zus in het oor, dat de meester naar haar vraagt. Daarop staat Maria op en gaat de meester begroeten. Zij zegt hetzelfde als haar zuster: “Als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn.” Martha had daar aan toegevoegd: “Maar zelfs nu weet ik, dat wat U ook aan God vraagt, God het U zal geven.” Daarop had zich een gesprek ontsponnen over wie Jezus werkelijk was: de Messias. Maria volstond met de woorden: “Als U hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn.” Zij was vol verdriet. Jezus raakte er zo van onder de indruk, dat Hem een rilling door het lijf liep. Dat wordt het voorspel tot de opwekking van Lazarus uit de dood. Juist zo zal Johannes straks vertellen over Maria’s droefheid aan Jezus’ graf. Daar zal Hij zich openbaren als de opstanding en het leven, zoals Hij hier al aankondigt.

Het lijkt wel of in beide gevallen Maria degene is die Jezus er als het ware toe aanzet. Waarom staat zij dan steeds op de tweede plaats? Waarom wordt zij zelfs een keer niet met name genoemd en Martha wel: ‘Jezus hield veel van Martha, haar zuster en Lazarus’?

Nog raadselachtiger is het andere verhaal over Jezus’ bezoek aan de beide zussen. Van Lazarus is daar in het geheel geen sprake: ‘Jezus kwam in een dorp, waar een vrouw die Martha heette, Hem in haar woning ontving. Zij had een zuster, Maria…’ Martha’s woning; Martha’s zuster. Martha is de baas. Martha komt eerst. Bij alles wordt naar Martha verwezen.

‘… zij had een zuster, Maria, die gezeten aan de voeten van de Heer, luisterde naar zijn woorden. Martha werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen, maar ze kwam er een ogenblik bij staan en zei: “Heer, laat het U onverschillig, dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dan, dat ze mij moet helpen.” De Heer gaf haar ten antwoord: “Martha, Martha, wat maak je je bezorgd en druk over veel dingen. Slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen, en het zal haar niet ontnomen worden.”‘

Waarom heeft Lukas dit verhaal opgenomen in zijn evangelie? Toch niet om ons te leren, dat wij niet alleen materieel, maar ook geestelijk aandacht moeten besteden aan onze gasten? Hoe waar dat ook moge zijn, dat is toch niet de reden, waarom Jezus is gekomen? Dat is toch niet de diepste bedoeling van het evangelie? De evangelisten hebben toch alleen maar verhalen opgenomen, die op de een of andere manier het geheim achter Jezus’ persoon openbaren? Zoals in het andere verhaal bij Johannes: daar wordt van de ene zus verteld, dat ze Jezus erkent als de Messias: dat is evangelie! De andere weet zijn hart zo te treffen, dat Hij Lazarus uit de dood terugroept: dat is evangelie. Zelfs in de meest ware zin van het woord. Want even verderop besluiten Jezus’ tegenstanders ook de uit de dood verrezen Lazarus uit de weg te ruimen, omdat er velen door hem in Jezus geloven. Dat is het hele evangelie in één zin.

Toch is het goed hier even stil te staan. De opwekking van Lazarus uit de dood wordt bij Johannes een teken genoemd. Jezus’ tekenen verwijzen ten diepste naar het mysterie van Gods aanwezigheid. Dood verwijst in de Schrift altijd naar een leven zonder God. Bij God is leven. De evangelisten maken ons duidelijk, dat Jezus’ opvatting van godsdienst ‘leven’ betekent in de ware zin van het woord: Hij wilde geen offers, maar barmhartigheid. Als puntje bij paaltje kwam, ging naastenliefde boven zelfheiliging. Daarmee ging hij recht in tegen de opvatting van zijn tijdgenoten: die hielden zich strikt en stipt aan alle wetten. Zij gingen niet om met al degenen, van wie de schriften zeiden, dat ze onrein waren. Het zou God een gruwel zijn. Zij hielden zich verre van mensen die het meest aangewezen waren op hulp, genade en barmhartigheid; van degenen die Jezus ‘de kleinen’ noemde. Die houding noemen de evangelisten ‘dood’. Johannes wijst daar op haast absurdistische wijze op door te vertellen, dat de hogepriesters besloten Lazarus te doden…, terwijl deze juist uit de doden was opgewekt!

Terug naar Jezus’ bezoek aan Martha en haar zus. Elk verhaal in de evangelies kunnen we opvatten als het hele evangelie in notendop. In de gebeurtenis die verteld wordt, weerspiegelt zich op de een of andere manier de inhoud van het hele evangelie. Welnu, ik vermag niet in te zien, op welke manier het evangelie terug te vinden is in de moralistische mededeling, dat we alle aandacht aan onze gasten moeten besteden.

Vast en zeker heeft Lukas achter deze huis-, tuin- en keukengebeurtenis een diepere werkelijkheid geproefd, die het geheim van Jezus’ leven en persoon ontsluierde. Maar welke?

De eerste aanwijzing tot een antwoord vinden wij wellicht in het feit, dat Maria steeds op de tweede plaats komt; steeds een treetje lager staat dan Martha. Wordt ze daarmee wellicht symbool voor een van die kleinen, die Jezus zo dierbaar waren? Martha bedient. En dat is goed. In het Grieks staat er dat ze aan diakonie doet. Terwijl Maria niets anders doet dan luisteren naar Jezus’ woord. Dat noemt Jezus het beste deel. Zouden hier het horen van het woord en het doen van diakonie tegen elkaar worden uitgespeeld? Moeten we soms veronderstellen, dat er na Jezus’ heengaan ruzie ontstond onder de leerlingen over de hiërarchie van de ambten, en dat Lukas de ruzie probeerde te beslechten door Jezus deze woorden in de mond te leggen: “Diakonie is goed; horen naar het woord is het beste”? Dat is mogelijk.

Of zit het geheim vooral in Martha’s klacht? Zij bedient. Maar doet zij het uit liefde? Spreekt er geen jaloezie uit haar opmerking, dat haar zuster haar moet helpen? Is haar diakonie pure liefde, of vermengd met iets anders? Terwijl de zus, die steeds op de tweede plaats komt, de beste houding heeft gevonden: onverdeelde aandacht. Het lijkt wel wat op dat refrein van Jezus: “De laatsten zullen de eersten zijn, en de eersten de laatsten.”

Maar dat sloeg steeds op Jezus’ geloofsgenoten, die meenden door hun godsdienstbeoefening en plichtbetrachting hun eigen rechtvaardiging van God te kunnen afdwingen. Zij deden alles wat goed was in hun ogen, terwijl zij de onreinen uit de weg gingen, en zo van de weeromstuit onbarmhartig werden. Zij waren zo bedacht op zelfheiliging door alle geboden na te komen, dat er volgens Jezus in hun leven niets meer terecht kwam van het grootste gebod van de naastenliefde en barmhartigheid. Dat is wat Hij herhaaldelijk zijn tegenstanders verwijt.

Zojuist nog in het verhaal, dat onmiddellijk voorafgaat aan zijn bezoek aan beide zussen: het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. In dat verhaal wordt de laatste de eerste, omdat hij de cultische onreinheid van de aanraking met bloed minder belangrijk acht dan naastenliefde. Terwijl de eersten, de priester en de leviet, met een boog om de naastenliefde heenlopen.

Zou zoiets spelen op de achtergrond van Martha en Maria? Zou Martha hier symbool zijn voor de rechtgeaarde gelovige, die alle geboden nakomt, maar zonder liefde? Zoals de oudste zoon in het verhaal van de Verloren Zoon? En zou Maria symbool zijn van de jongste zoon…: zij laat zich zuiver en alleen leiden door liefde?

Als dat zo is, dan vertellen Lukas en Johannes ten diepste hetzelfde verhaal: deze twee vrouwen zijn aanleiding om het mysterie van Jezus’ ten diepste te doorgronden. Bij hen gaat het over de strijd tussen leven en dood; tussen ‘met-God’ en ‘zonder-God’; tussen ‘geloven op Jezus’ manier’ (‘Leven’), of ‘op de manier van hun Joodse tijdgenoten’ (‘Dood’)?

Jezus hield van Martha en haar zuster.

Op een wandschildering uit 1450 in het Museo San Marco te Florence van de Italiaanse schilder Fra Angelico, zien we hoe Jezus bidt in Gethsemani, terwijl de drie leerlingen, die hij meegenomen had, in slaap gevallen zijn. Het huisje van Martha en haar zuster Maria grenst onmiddellijk aan de Hof van Olijven en neemt de helft van de schildering in beslag. Buiten het zicht van Jezus en zijn leerlingen, maar precies recht voor het oog van de toeschouwer zitten om de hoek van het huis Martha en Maria naast elkaar op de grond met een gebedenboek. In tegenstelling tot Jezus’ meest intieme vrienden doen deze beide vrouwen wel wat Hij van zijn vrienden had gevraagd: “Kunt Gij één uur met waken?” Zij zijn in liefde, in gebed met Jezus verbonden. Solidair. Medelijdend in de zin van het woord die Jezus eraan gegeven heeft, die van het ware ‘Leven’.

Om nog eens te lezen: Lukas 10,38-42; Johannes 11,1 – 12,11



maandag - 29 jul

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 30 jul

Hele dag H. Petrus Chrysologus, bisschop en kerkleraar

Petrus Chrysologus, Ravenna, Italië; bisschop & kerkleraar; † 450.

Afbeelding van Petrus Chrysologus

http://www.heiligen.net/afb/07/30/07-30-0450-petrus_1.jpg

Feest 30 juli

Hij werd rond 406 geboren in de Italiaanse stad Imola. Zelf had hij zich het liefste teruggetrokken in de eenzaamheid om zich als kluizenaar geheel en al aan God toe te wijden. Maar als diaken had hij reeds te zeer de aandacht op zich gevestigd. De moeilijkste opdrachten had hij steeds tot een goed einde weten te brengen. Toen aartsbisschop Johannes van Ravenna stierf, rond 432, was het paus Sixtus III († 440; feest 28 maart) zelf die in een droomgezicht de ingeving ontving Petrus als de opvolger van Johannes te kiezen.
Een oude levensbeschrijving geeft het volgende beeld van zijn werkzaamheid:
“Petrus toonde zich eerder verslagen dan ingenomen met zijn benoeming. Maar toen hij haar eenmaal had aanvaard, wijdde hij zich aan zijn taak met alle energie die hem gegeven was. Hij preekte zeer dikwijls, hoorde biecht, bezocht zieken, gaf troost en raad waar hij maar kon, bestreed misbruiken; en als hij dan zo’n dag had besteed aan zijn herderlijke plichten, besteedde hij de nacht aan studie en gebed. Bij het schijnsel van de lamp schreef hij zijn heldere en gedegen uiteenzettingen tegen de ketterijen en dwaalleren van zijn tijd.”
Zijn welsprekendheid stond zo hoog aangeschreven dat hij daaraan zijn bijnaam dankt: ‘Chryso-logus’ = ‘guldenwoord’.

Niet alleen richtte hij zich in zijn preken en toespraken tot het gewone kerkvolk, hij schrok er ook niet voor terug de overdadige levenswijze aan het keizerlijke hof in Ravenna aan de kaak te stellen.
Het was in zijn tijd dat de heilige Germanus van Auxerre († 448; feest 31 juli) in Ravenna verbleef voor een kerkelijke diplomatieke missie, en stierf. Petrus omgaf het stoffelijk overschot met de grootst mogelijke eer, en stuurde het terug naar Frankrijk, zodat het daar door de gelovigen en de pelgrims als heilige kon worden vereerd.
Niet lang daarna is hijzelf gestorven. Om in alle rust te kunnen sterven, legde hij het bisschopsambt neer en liet zich overbrengen naar zijn geboorteplaats Imola. Daar riep hij de patroonheilige van de kerk aan, Cassianus († 304; feest 13 augustus), om hem in zijn stervensuur terzijde te staan.
Een groot aantal van zijn preken zijn bewaard gebleven. Paus Benedictus XIII († 1730) riep hem in 1729 uit tot kerkleraar. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen koorts en hondsdolheid.



dinsdag - 30 jul

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 31 jul

Hele dag Feestdag H. Ignatius van Loyola

Ignatius (ook Iñigo) van Loyola, Rome, Italië; ordestichter & mysticus; † 1556.

Afbeelding van de H. Ignatius

Een dansende / naar de hemel zwevende Ignatius. Duitsland, Maagdenburg, OLV klooster.

http://www.heiligen.net/afb/07/31/07-31-1556-ignatius_1.jpg

Feest 31juli.

Ignatius van Loyola was van Baskische adel. Zijn opvoeding was navenant. Tijdens een slag bij de stad Pamplona in 1521 gedroeg hij zich zo overdreven dapper, dat hij door een vijandige kogel werd getroffen aan de knie. Op dat moment was hij dertig jaar oud. In het stamslot te Loyola werd hij verpleegd. Er bleef hem niets anders over dan te dagdromen wat hij straks na zijn genezing allemaal voor een mooie, hoofse dame zou doen om haar aandacht en liefde te winnen. Tenslotte begon hij uit pure verveling de twee enige boekjes te lezen die er in het huis te vinden waren: een levensbeschrijving van Jezus, en een bundeltje heiligenlevens. Vanaf dat moment had hij er een onderwerp bij om over te dagdromen: ‘Hoe zou het zijn als ik net als Sint Franciscus ging doen, of als Sint Dominicus?’ Na verloop van tijd bemerkte hij hoe de dagdromen over Franciscus en Dominicus hem veel meer voldoening schonken dan de andere over zijn hoofse dame.

Intussen bleek dat de knie niet goed genas. Er groeide een vreemd uitstekend bot naar buiten. Omdat hij zo nooit voor zijn hoofse dame zou kunnen verschijnen, verzocht hij de dokter, nadat deze het been nog eens gebroken en opnieuw gezet had, het eenvoudig weg te zagen. Zonder verdoving en twee keer een traan wegpinkend doorstond hij deze barre operatie. Toch bleven de fantasieën over de navolging van de heiligen hem meer troost bieden. Hij beschouwde dat verschijnsel als een signaal van ‘de goede geest’, en trok de consequentie dat hij dus aan díe geest moest gehoorzamen.

Na zijn genezing – al bleef hij zich sindsdien wat hinkend voortbewegen – trok hij zich terug in de eenzaamheid, om nog veel meer gebedservaring op te doen. God had hem op zijn ziekbed door de innerlijke bewegingen van troost en dorheid de eerste lessen in onderscheiding der geesten en gebed bijgebracht. Hij zou dat ook in het vervolg blijven doen. Ignatius hield nauwgezet notitie bij van wat hij in zijn gebed doormaakte. Uit die aantekening is zijn handleiding voor het begeleiden van bidders gegroeid: de “Geestelijke Oefeningen”.

Daarin legt Ignatius achtereenvolgens de nadruk op het ordenen van je leven, of beter het inordenen van je leven binnen Gods bedoeling met de wereld; vervolgens op de navolging van Christus door punctueel de evangelieverhalen te overwegen, te proeven en te smaken; en tenslotte op het vermogen om in alle dingen Gods liefde te zoeken en te vinden.

Hij was ervan overtuigd, dat deze gaven hem geschonken waren om door te geven. Zo begon hij mensen te begeleiden in hun gebed. Op zijn veertigste zette hij zich nog aan een theologiestudie te Parijs om beter onderlegd te zijn in het geven van de Geestelijke Oefeningen. Aan de universiteit probeerde hij met behulp van zijn gebedsmethode studenten te winnen voor Christus. Tenslotte vormde zich een groep van negen studenten rond de Geestelijke Oefeningen. De beroemdste van hen is wel Franciscus Xaverius, net als Ignatius een Bask, maar beider families leefden zo’n beetje op voet van oorlog met elkaar.

In 1534 legden de eerste paters de geloften af om daarmee te symboliseren, dat ze zich met al hun vermogens zouden inzetten om mensen voor Christus te winnen. Dit gebeurde in een kapelletje op de Montmartre, even buiten Parijs. In feite ligt daar het ontstaan van de jezuïetenorde, ook wel Sociëteit van Jezus genoemd. Ignatius heeft zich er altijd tegen verzet dat de door hem gestichte orde Ignatianen of Iniguïsten zou heten.

In 1540 werd de Orde officieel door de paus goedgekeurd. Het bijzondere was, dat de paus de onvoorwaardelijke volmacht kreeg om de leden ervan daarheen te sturen, waar hij, als plaatsbekleder van Christus, meende ze het meest nodig te hebben.

Ignatius was kort daarvoor door de anderen tot Algemeen Overste gekozen (in het Latijn van die dagen: Superior Generalis, kortweg ‘Generaal’ geheten). Tot aan zijn dood was hij het bezielende middelpunt van een snel groeiende en zich wereldwijd vertakkende organisatie. Hij bezwoer de paters om regelmatig brieven te schrijven, zodat hij op de hoogte kon blijven, en zich aan hun verhalen kon inspireren. Zelf schreef hij er zowel vóór als na zijn generaalskeuze duizenden.

Was de Orde in 1540 begonnen met tien man, zestien jaar later bij Ignatius’ dood telde ze duizend paters en broeders, verspreid over vestigingen in heel Europa, Azië, Ethiopië en de beide Amerika’s.

Zijn grafschrift luidt: “Voor hem was het kleinste niet te klein en het grootste niet te groot.”

Hij is patroon van bezinningshuizen. Zijn voorspraak wordt o.m. ingeroepen voor het krijgen van kinderen, wanneer dat moeilijk lijkt (ook bij dieren).

De tien paters die aan de wieg stonden van de SJ-orde
De 11e, pater Hocez, was al gestorven voor de orde, in 1540, werd goedgekeurd.

Ignatius van Loyola

* 1491, Loyola

† 1556, 31 juli, Rome, Italië

Jean-Baptiste Codure

* 1508, Provence

† 1541, 29 augustus, Rome, Italië

Petrus Faber

* 1506, Savoye

† 1546, 2 augustus, Rome, Italië

Claude Le Jay

* 1501/04, Savoye

† 1552, 6 augustus, Wenen, Oostenrijk

Franciscus Xaverius

* 1506, Navarra

† 1552, 3 december, Sanchian, China

Paschase Broët

* 1500/04, Arras

† 1562, 14 september, Parijs, Frankrijk

Diego Lainez

* 1512, Castilië

† 1565, 10 januari, Rome, Italië

Simon Rodriguez

* 1510, Portugal

† 1579, 15 juli, Lissabon, Portugal

Alfonsus Salmeron

* 1515, Toledo

† 1585, 13 februari, Napels, Italië

Nicolas Bobadilla

* 1507, Castilië

† 1590, 23 september, Loreto, Italië

     

Diego Hocez

* ?, Andalusië

† 1538, eind april, Padua, Italië

 



woensdag - 31 jul

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


woensdag - 31 jul

Sneek 15:00 PKN Viering

Skûlplak It, – woonzorgcentrum, Sneek

Voorganger: ds. M. Mook


aug 2019

datum/tijd evenement

donderdag - 01 aug

Hele dag Feestdag H. Alfonsus de' Liguori, bisschop & kerkleraar

Alfonsus de’ Liguori, Napels, Italië; bisschop & kerkleraar; † 1787.

Afbeelding van Alfonsus

ca 1880. Houtsnijwerk altaar retabel. België, Mons, collegiale kerk Ste-Waudru.
Advocaat Alfonsus wijdt zich toe aan Maria.

http://www.heiligen.net/afb/08/01/08-01-1787-alfonsus_2.jpg

Feest 1 augustus.

Hij werd op 27 september 1696 te Marianella bij Napels geboren. Op zijn twintigste stond hij al in geheel Napels bekend als een bekwaam en betrouwbaar advocaat. Eens ontdekte hij, toen hij na een proces de rechtszaal verliet, dat hij het onrecht verdedigd had. Zo gebrekkig en onvolmaakt was blijkbaar het menselijke kennen en weten. Van toen af ging hij voor priester studeren. Hij ontving de priesterwijding toen hij dertig jaar oud was. Onmiddellijk ging hij preken voor het volk. Het was zijn ideaal om eenvoudige, ongeschoolde mensen het evangelie te doen begrijpen. Vandaar dat hij in de taal van het volk preekte met zeer eenvoudige woorden. Niet iedereen waardeerde wat Alfonsus deed. Hij ondervond veel tegenstand van zijn vader, van de koning en enige tijd ook van de paus. Maar intussen sloten anderen zich bij hem aan, en uiteindelijk groeide deze beweging uit tot een nieuwe congregatie van religieuzen: de Redemptoristen. Zij leefden in uiterste eenvoud, voelden zich aangetrokken tot de gewone mensen en brachten grote predikanten voort.

Hijzelf schreef meer dan honderd boeken, waarvan zijn Moraaltheologie het bekendste zou worden. Beroemd is ook zijn boek ‘De Heerlijkheid van Maria’. Een samenvatting van Maria’s rol in de kerk tot dat moment. Hij toont er Maria als doorgeefster, middelares van alle genadegaven.

Uiteindelijk werd hij bisschop van het plaatsje Agatha de’ Goti.

In de laatste tien à twintig jaren van zijn leven ging zijn gezondheid almaar achteruit. Hij had overal pijn, groeide krom van de jicht, werd doof en zo goed als blind, terwijl ook zijn verstand ernstig achteruitging. Maar zijn allerergste beproeving was wel dat hij in ongenade viel bij de paus en dat er in zijn religieuze congregatie een scheuring ontstond. Op zulke momenten van zwaarmoedigheid liet hij zich graag voorlezen uit zijn eigen boek over Maria, en knapte er prompt van op.

Hij stierf op 1 augustus 1787 te Norcera dei Pagani (bij Napels) ruim negentig-jaar oud.

Verering & Cultuur
In 1871 werd hij door paus Pius IX tot kerkleraar uitgeroepen. Hij is patroon van de biechtvaders, theologen en in het bijzonder de moraaltheologen. Het eerste redemptoristenklooster in Nederland (Wittem, Limburg) dateert van 1832.

Hij wordt afgebeeld als een enigszins gebogen grijsaard in redemptoristenhabijt (zwart kleed met witte boord) of in bisschopskledij (staf, mijter, tabberd); vaak heeft hij een rozenkrans, een missiekruis of een boek.

Patronaten
Hij is patroon van de Redemptoristen; daarnaast van biechtvaders, professoren in de moraaltheologie en theologen in het algemeen. Vanwege het moeizame einde van zijn leven zou hij zijn voorspraak zeer geschikt kunnen worden aangeroepen tegen depressie en neerslachtigheid.



donderdag - 01 aug

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


vrijdag - 02 aug

Hele dag Gedenkdag H. Pierre-Julien Eymard, stichter

Pierre-Julien Eymard, La Mure d’Isère / Parijs, Frankrijk; stichter; † 1868.

Afbeelding van Pater Eymard

1992, Tummers, glasschilderkunst. Nederland, Nijmegen.

http://www.heiligen.net/afb/08/02/08-02-1868-pierre_3.jpg

Feest 2 augustus.

Hij werd op 4 februari 1811 geboren in het Franse plaatsje La Mure d’Isère, niet ver van Grenoble. Op zijn drieëntwintigste ontving hij de priesterwijding en werkte een aantal jaren als parochiepastoor. Op een goed moment trad hij in bij de Maristen.

Hij werkte vooral als volksmissionaris, maakte naam als predikant en had een druk bezochte biechtstoel. Stilaan ontwikkelde hij een steeds grotere devotie voor Christus’ tegenwoordigheid in de eucharistie.

Hij vroeg en kreeg toestemming de Congregatie van de Maristen te verlaten om een nieuwe priestercongregatie te beginnen: de Congregatie van de Priesters van het Heilig Sacrament. Dat gebeurde in 1856. Zij leggen zich toe op de verspreiding van de devotie tot het Heilig Altaarsacrament. Twee jaren later stichtte hij ook een vrouwelijke tak: Dienaressen van Heilig Sacrament; zij leggen zich vooral toe op de aanbidding van de eucharistie. Hij werd bij dit alles krachtig gesteund door zijn geestverwant Pastoor van Ars († 1859; feest 4 augustus).

Hij stierf in zijn geboorteplaats La Mure d’Isère. In 1877 werden zijn stoffelijke resten tegen de zin van zijn dorpsgenoten – overgebracht naar de nieuwe kapel van het moederhuis van de Congregatie aan de Avenue Friedland in Parijs.

Hij werd heilig verklaard op 9 december in 1962.



vrijdag - 02 aug

Sneek 19:00 Eucharistieviering - 1e vrijdag van de maand

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 03 aug

Hele dag Gedenkdag H. Lydia van Thyatira

Lydia van Thyatira (ook van Filippi of de Purperbereidster of Purpuraria), Lydië, Klein-Azië; gastvrouw van Paulus (Hand.16,14); † 1e eeuw.

Afbeelding van de H. Lydia.

Lydia door Paulus gedoopt. 1845, Le Til, schilderij. Frankrijk, Parijs, St-Paul & St-Louis.

http://www.heiligen.net/afb/08/03/08-03-0100-lydia_4.jpg

Feest 3 augustus.

De schrijver van het bijbelboek Handelingen van de Apostelen vertelt hoe de ontmoeting tussen Paulus en Lydia tot stand kwam. Hij vertelt het in de wij-vorm. Waarschijnlijk was hij er zelf bij.

Toen Paulus nog in Klein-Azië verbleef, had hij ‘s nachts een visioen gehad. Daarin zag hij een Macedoniër die hem smeekte vanuit Klein-Azië over te steken naar Macedonië om de mensen te hulp te komen. Kennelijk werd deze droom beschouwd als een vingerwijzing van God, want het gezelschap zocht de eerste de beste gelegenheid om naar Hellas over te steken, een emotioneel moment: ‘Wij voeren naar Filippi, een stad in het eerste district van Macedonië en een kolonie.’

In het uiterste noord-oosten van het huidige Griekenland, ter hoogte van de tegenwoordige stad Kavalla.

‘In die stad bleven we enkele dagen. Op de sabbat begaven we ons buiten de poort naar de rivieroever, waar we dachten dat een bedehuis was.’

Het was een Griekse stad onder bezetting van de Romeinen. Bij gebrek aan een synagoge kwamen joden op zulke plaatsen op sabbat blijkbaar bij elkaar buiten de stad. Inderdaad waren er een aantal vrouwen bijeengekomen. Waarschijnlijk hield men een openluchtdienst, zoals men die in de synagogen gewend was. Er werd gebeden, uit de Heilige Schrift voorgelezen (op dat moment alleen nog het Oude Testament) en er werd uitleg gegeven; wellicht wisselde men van gedachten bij gebrek aan een geschoolde schriftgeleerde.

‘Wij zetten ons er neer en spraken de vrouwen toe die er bijeen gekomen waren.’ [Van andere gelegenheden weten we dat men in buitenlandse synagogen graag het woord liet aan rondreizende schriftuitleggers en predikanten. Hier kennelijk ook.]

‘Ook een zekere Lydia uit de stad Thyatira, die purperen stoffen verkocht – zij was een godvrezende – hoorde toe en de heer maakte haar hart ontvankelijk voor wat door Paulus werd gezegd.’

Lydia was godvrezend. Dat betekent dat zij niet van Joodse afkomst was, maar wel leefde volgens de bepalingen van het Joodse geloof. Waarschijnlijk was zij rijk. Want purper was uiterst kostbaar. Het was de kleurstof die men aan de purperslak onttrok en die zo zeldzaam was dat ze werd gebruikt voor de ambtsgewaden van de hoogste gezagsdragers van het Romeinse Rijk. Ze moet ruim behuisd geweest zijn, want straks nodigt ze het hele gezelschap van Paulus bij zich in huis. Waarschijnlijk was ze vanuit Thyatira, haar vaderstad aan de overkant van de zee, een heel stuk landinwaarts gelegen, naar Filippi gekomen, een handelsstad.

‘Nadat zij en haar huisgenoten gedoopt waren, nodigde ze ons uit en zei: “Als u van oordeel bent dat ik werkelijk in de Heer geloof, komt dan in mijn huis en neemt daar uw intrek.” En zij drong er bij ons sterk op aan.’

Lydia gelooft in Paulus’ schriftuitleg, dat Jezus de Messias is, de Heer. Ze wordt gedoopt met heel haar huishouden. Het is niet duidelijk of dat meteen bij die eerste ontmoeting is gebeurd of later. Was het bij de eerste ontmoeting, dan moeten haar huisgenoten ook aanwezig geweest zijn bij die Joodse openluchtgebedsdienst daar aan de oever van de rivier. En dan ging het dopen nogal vlug… Lydia geeft er blijk van dat zij als vreemdelinge goed op de hoogte is van de Joods gebruiken. Want blijkens de inleiding op haar uitnodiging, beseft zij dat een rechtgeaarde jood nooit onder het dak van een niet-jood zou verblijven; dat zou jou als jood verontreinigen. Maar tegelijk geeft ze aan, dat ze Jezus’ leer heel goed begrepen heeft: Gods genade is er voor iedereen, voor de onreinen het eerst. Dat vormde het hartstuk van Paulus’ prediking. Er kon dus niets op tegen zijn voor Paulus om bij haar te komen logeren. Nadat Paulus en zijn gezellen nog een dag in de gevangenis hebben gezeten, de gevangenbewaarder tot Christus hebben bekeerd en nog een nacht bij hem hebben gelogeerd, gaan ze nog even langs Lydia en haar huishouden om gedag te zeggen.

In de bijbel horen we niets meer over Lydia. Ook de legendevertellers lijken haar over het hoofd te hebben gezien, want voor zover bekend is er geen enkele legende rond haar persoon geweven.

Maar toch lijkt het alsof haar schaduw voorbij gaat in Paulus’ latere brief aan het handjevol christen gelovigen van Filippi. Hij brengt hun zijn eerste bezoek in herinnering. En hoe zij hem destijds hebben geholpen, ook materieel:

‘Toch hebt u er goed aan gedaan mij te helpen in mijn moeilijkheden. U weet zelf ook wel, Filippiërs: bij mijn vertrek uit Macedonië in het begin van mijn evangelieprediking heeft geen enkele gemeente met mij een lopende rekening geopend behalve de uwe.’

Dat betekent dus dat de gelovigen van Filippi Paulus hadden gezegd: “Schrijf alle onkosten die je maakt voorlopig maar op onze rekening. Dat rekenen we dan later wel af.”

‘Reeds in Thessalonika [de eerste stad die je in westelijke richting aandoet na Filippi] hebt u mij tot tweemaal gestuurd wat ik nodig had.’

Zou hem dat niet vooral mogelijk gemaakt zijn door zijn steenrijke weldoenster, Lydia, de purperverkoopster uit Thyatira?

[Handelingen 16,11-40; Filippenzen 04,14-16]

Volgens de apokriefe evangelies was Jozef weduwnaar, toen hij met Maria huwde. Uit een vorig huwelijk zou hij vier zonen en twee dochters hebben verwekt: Assia en Lydia. Later werd deze Lydia geïdentificeerd met Lydia van Thyatira uit Handelingen 16.



zaterdag - 03 aug

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek


zondag - 04 aug

Hele dag Feestdag H. Pastoor van Ars

Jean-Marie-Baptiste Vianney (ook Pastoor van Ars), Ars-sur-Formans (bij Villefrance-sur-Saône), Frankrijk; pastoor; † 1859.

Afbeelding van Pastoor van Ars

Frankrijk, Ars-sur-Formans. Pastoor van Ars preekt.

http://www.heiligen.net/afb/08/04/08-04-1859-jean_6.jpg

Feest 4 augustus.

De pastoor van Ars heette eigenlijk Jean-Marie-Baptiste Vianney. Hij werd op 8 mei 1786 geboren te Dardilly (niet ver van Lyon) als vierde kind in een eenvoudig boerengezin. Hij wilde dolgraag priester worden, maar had te weinig talent om de opleiding te volgen. Op het eindrapport van het eerste jaar stond vermeld: ‘debilissimus’ (‘ontzettend zwak’). Daar stonden echter zoveel andere, pastorale capaciteiten tegenover dat men hem toch toeliet voor de priesterwijding, 1815.

Drie jaar was hij kapelaan Écully. Toen werd hij benoemd tot pastoor van het zestig huizen tellende dorpje Ars. Hier ontpopte hij zich als een ware zielenherder. Hij was een begaafd biechtvader. Van heinde en verre kwamen jaarlijks zo’n honderdduizend personen `de pastoor van Ars’ om raad vragen. Het gebeurde wel dat hij achttien uur achtereen in de biechtstoel zat om biecht te horen. Hij toonde zich barmhartig en vergevingsgezind, met veel begrip voor de menselijke zwakheden, waar hij tegelijkertijd onder leed, en waarvoor hij zich in zijn persoonlijk gebedsleven allerlei vormen van boete en versterving oplegde.
 
Naar het schijnt leed hij ook onder allerhande verzoekingen van de duivel, die hij `mijn vriend de duivel’ noemde.

Zijn leven is een aaneenschakeling van gebedsverhoringen, genezingen en voorspellingen. Daarbij had hij een bijzondere verering voor de pas in de Romeinse catacomben teruggevonden heilige martelares Filomena († 4e eeuw; feest 10 augustus).

Anekdote over Jean-Marie-Baptiste Vianney (1)

Er wordt over hem een even aardige als diepzinnige anekdote verteld.
Elke ochtend las hij in zijn kerk de Heilige Mis voor een handjevol gelovigen. Op een goed moment werd zijn aandacht getrokken door een oud boertje dat sinds enkele dagen aanwezig was, helemaal achterin de kerk.
Hij deed niet mee met de Mis, had geen gebedenboekje, ging niet te communie, en was na afloop onmiddellijk weer verdwenen: hij zat er alleen maar stil voor zich uit te staren.
De Pastoor van Ars kende hem niet, en was nieuwsgierig. Na enige aarzeling stapte hij op het mannetje af met de vraag wat hij nu daar zo achter in de kerk zat te doen. Het antwoord luidde: “Hij kijkt naar mij, en ik kijk naar Hem…”.

 

Verering & Cultuur

Hij rust in de basiliek van Ars-sur-Formans; zijn hart bevindt zich in een reliekschrijn in de Chapelle du Cœur. Hij werd Heilig verklaard in 1925.
Sinds 1929 is hij patroonheilige van alle zielzorgers.
Hij wordt afgebeeld als kleine, magere man met smal gezicht en lang grijs haar. Vooral als biechtvader in superplie met paarse stola om de hals.

http://www.heiligen.net/afb/08/04/08-04-1859-jean_4.jpg

Anekdote over Jean-Marie-Baptiste Vianney (2)

Naar men zegt was Ars zo klein dat de beoogde pastoor de weg er naartoe niet kon vinden. Hij moest een herdersjongetje de weg vragen. Toen dat gebeurd was, moet Jean-Marie geantwoord hebben: ‘Jij hebt me de weg naar Ars gewezen, nu zal ik je de weg naar de hemel wijzen.’ In het dorpje Ars staat een standbeeld dat deze ontmoeting tussen de pastoor en de herdersjongen uitbeeldt. Zie bijgaande afbeelding.

N.B. Wist U dat deze anekdote meer dan eens geciteerd is in de preken van onze pastoor Peter van der Weide?



zondag - 04 aug

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.



zondag - 04 aug

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek


zondag - 04 aug

Sneek 10:30 Eucharistieviering - TV-uitzending

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek
Op zondag 4 augustus wordt de Eucharistieviering weer live uitgezonden door de KRO/RKK op NPO 2.
 
De Hoogmis begint dan om 10.30 uur. Het is onderhand een vaste gewoonte dat de St. Martinus aan de Singel in beeld komt aan het begin van de Sneekweek. Ons vakantiekoor bestaande uit leden van het Sint Caeciliakoor en Intermezzo zal de gezangen verzorgen o.l.v. Frits Haaze
 
Onder voorbehoud zal o.m. worden gezongen:
  • de Sint Jansmis van Rutger Mazijk
  • Anima Christi van Marco Frisina

NB gewijzigde aanvangstijd van 10.30 uur i.p.v. 11.00



zondag - 04 aug

Sneek 20:00 Sneekweek Proms Zomerkoor Concert

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

SNEEKWEEKPROMS ZOMER-KOOR O.L.V. JAN BRENS


Voor de 9e keer is er op zondag 4 augustus om 20.00 uur de Sneekweek-proms in de St.Martinuskerkte Sneek.

Het Zomerkoor o.l.v. Jan Brens met liefhebbers van zingen in de vakantie-periode brengt met een aantal gasten weer een luchtig programma.

Sopraan Monique Topeeters, de baritons Theo van de Logt en Mario van der Werf zullen in onderlinge combinaties met het koor en met begeleiding van pianist Oeds Wijnsma evergreens ten gehore brengen.

Er zijn dit jaar een aantal nieuwe songs ingestudeerd. De arrangementen van veel liederen zijn van dirigent / saxofonist Jan Brens. Het repertoire omvat licht klassieke liederen en musical-, film-, pop- en folksongs.

Monique Topeeters kreeg haar zangopleiding in haar geboorteprovincie Limburg bij zangpedagoog Magda Crijns; ze vervolgt thans haar opleiding bij Sara Klein Horsman in Zwolle. Monique volgt nu een tweejarige dirigentenopleiding bij Karel Kok in Schagerbrug (NH).
Onlangs slaagde zij voor het overgangsexamen. Ze wil in de toekomst haar dirigentschap combineren met het geven van stemscholing aan solisten en koorleden. Haar repertoire is veelzijdig, van opera tot musicalsongs.

De beide baritons Theo en Mario zijn o.a. lid van het Fries Mannen Ensemble, dat inmiddels al bijna 11 jaar be-
staat en veel bekendheid geniet in kerkelijk Nederland.

Oeds Wijnsma studeerde piano aan het Groningse conservatorium. Al ruim 10 jaar is hij vaste begeleider bij
veel van de koren van Jan Brens. Samen met hem zal hij o.a. het “Air” van Bach spelen.

Sinds 2002 vonden veel concerten plaats in de prachtige RK St. Martinuskerk aan de Singel.
De eerste periode waren er de kerstconcerten met het grote Kerstkoor, die later een voortzetting kregen in de
protestantse Martinikerk.

Entreekaartjes à 10 euro zijn verkrijgbaar bij PRIMERA (Singel 10) of aan de kerk v.a. 19.00 uur.



maandag - 05 aug

Hele dag Gedenkdag H. Maria ter Sneeuw

Maria ter Sneeuw, Rome, Italië; † 432

Afbeelding Maria ter Sneeuw

1519. Schilderij. Duitsland, Freiburg, Augustiner Museum.

http://www.heiligen.net/afb/08/05/08-05-0432-maria_1.jpg

Feest 5 augustus

Op deze dag wordt het feest gevierd van de kerkwijding van de Santa Maria Maggiore te Rome in 432. Op de plaats waar deze kerk staat, de Esquilijnse heuvel, stond al een klein Mariakerkje, dat in de vorige eeuw door paus Liberius († 366) was gesticht. In die tijd was Maria als heilige juist in opkomst. Ze nam zeker nog niet zo’n grote plaats als nu.

De verering van Maria zou met ingang van 431 een grote vlucht nemen. In dat jaar werd er te Efese een groot oecumenisch concilie gehouden, waar bisschoppen van over de toenmalige, hele wereld bijeen waren. De afgelopen jaren was er in de Kerk veel gediscussieerd over de persoon van Jezus. En men was tot de slotsom gekomen dat Hij én God én mens was. Toen op dat front de rust een beetje weerkeerde, deed zich de volgende vraag voor. Wat betekende dit alles voor Maria, zijn moeder?

Het Concilie van Efese vaardigde af dat Maria de eretitel toekwam ‘Moeder Gods’ (Theo-tokos). Vanaf dat moment gaat Maria een steeds groter plaats innemen in de devotie van het christenvolk, en dus ook in de afbeeldingen en de verhalen.

Paus Sixtus III († 440) trad aan in 432, één jaar na het Concilie. Hij liet onmiddellijk het bescheiden kerkje van Maria vergroten: Santa Maria Maggiore: de vergrote Santa-Mariakerk.

Legende

In de Middeleeuwen ontstond er een legende rondom de bouwgeschiedenis van deze kerk. Maria zou aan Romeins edelman, Johannes of Giovanni geheten, de opdracht gegeven hebben om ter ere van haar een kerk in Rome te bouwen. Toen Giovanni aan haar vroeg waar hij moest komen te staan, gaf ze hem te kennen dat ze de plek met een wonder zou aanduiden. De volgende morgen – het was hartje zomer: 5 augustus – bleek er smetteloos witte sneeuw gevallen te zijn op de Esquilijnse heuvel: dat was dus de plaats die de Heilige Onbevlekte Maagd voor haar kerk had uitgekozen.



maandag - 05 aug

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


maandag - 05 aug

Sneek 20:00 Sneekweek concert

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Op maandag 5 augustus a.s. is er weer het jaarlijkse Sneekweekconcert rond de orgels in onze kerk.

Met medewerking van:

  • Pastoor Peter van der Weide, orgel en zang,
  • Frits Haaze, orgel,
  • Anja Haaze-Schoof, mezzosopraan.

Op het programma staan werken van o.a. Elgar, Mozart, Lanquetuit, Andriessen en Schouten. Aan het einde van het concert wordt er geïmproviseerd over een Fries volksliedje. Na deze improvisatie wordt het lied door beide zangers met orgelbegeleiding gezongen.

Het concert begint om 20.00 uur, de toegang is, zoals gewoonlijk bij het Sneekweekconcert, gratis. Er is wel aan het eind een collecte voor het orgelfonds.

Het Sneekweekconcert biedt altijd voor elk wat wils en is altijd een muzikaal veelkleurig gebeuren.

Na het concert staan de koffie en thee weer voor u klaar in het Martinushuis.

Komt allen.

De orgelcommissie.

 



dinsdag - 06 aug

Hele dag Feest van de Gedaanteverandering van de Heer

Jezus’ Gedaanteverandering (ook Transfiguratie) op de Berg Tabor; ca 33.

Afbeelding van de Gedaanteverandering van de Heer

ca 990. Boekversiering Evangelarium keizer Otto III. Duitsland, Aken, Domschatz.

http://www.heiligen.net/afb/08/06/08-06-0033-jezus_1.jpg

Feest 6 augustus.

We vinden het verhaal bij alle drie de synoptische evangelisten (Matteüs, Markus en Lukas). We volgen hieronder de weergave van Lukas 09,28-36:

Ongeveer acht dagen na deze woorden nam Hij Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee en besteeg de berg om er te bidden. Terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit. En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek; het waren Mozes en Elia die in heerlijkheid verschenen waren en spraken over zijn heengaan, dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken. Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand. Klaarwakker geworden zagen zij zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden. Toen dezen van Hem heen wilden gaan, zei Petrus tot Jezus: ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.’ Maar hij wist niet wat hij zei. Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk die hen overschaduwde. Toen de wolk hen omhulde, werden zij door vrees bewogen. Uit de wolk klonk een stem die sprak: ‘Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem!’ Terwijl de stem weerklonk, bevonden zij dat Jezus alleen was. Zij zwegen er over en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.

Lukas 09,28-36: Commentaar

28 Ongeveer acht dagen na deze woorden nam Hij Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee en besteeg de berg om er te bidden.

Net als Mozes bestijgt ook Jezus de berg om dichtbij God te zijn en te bidden. De drie genoemde apostelen zijn getuigen van bijzonder momenten: de opwekking van het dochtertje van Jaïrus en de gedaanteverandering in Gethsemani.

Vooral dat laatste is veelzeggend. Want de gedaanteverandering op de Tabor en die in Gethsemani zijn a.h.w. de positief en de negatief van dezelfde foto. Enkele opvallende overeenkomsten: in beide verhalen figureren dezelfde drie leerlingen; in beide verhalen vallen ze in slaap! Beide verhalen spelen zich af op een berg. In Gethsemani bidt Jezus tot de ‘Vader’, hier komt het woord vanuit de hemel tot de ‘zoon’. Op de Tabor wordt gesproken over Jezus’ uitgang te Jeruzalem; in Gethsemani is die ingezet.

Overigens is Lukas de evangelist van het gebed. Jezus was ook in gebed toen Hij uit het water van de Jordaan opsteeg, en dezelfde stem uit de hemel klonk… Lukas’ evangelie heeft de meeste instructies over het gebed van de 4 evangelies.

29 Terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit.

Bij Mozes viel de glans van Gods geheim van zijn gelaat af te lezen, bij Jezus komt ze van binnen uit!

30 En zie, twee mannen waren met Hem in gesprek; het waren Mozes en Elia

31 die in heerlijkheid verschenen waren en spraken over zijn heengaan, dat Hij in Jeruzalem zou voltrekken.

In Mozes en Elia komen de Wet en de Profeten (het hele Oude Testament dus) getuigenis afleggen dat Jezus hun vervulling is. Tegen de Emmausgangers zal Jezus zeggen: “O onverstandigen, zo traag van hart in alles wat de profeten gezegd hebben. Moest de Christus dit alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?” Beginnend met Mozes verklaarde Hij hun uit al de profeten wat in al de Schriften op Hem betrekking had… (Lukas 24,25-27).

32 Petrus en zijn metgezellen waren intussen door slaap overmand. Klaar wakker geworden zagen zij zijn heerlijkheid en de twee mannen die bij Hem stonden.

33 Toen dezen van Hem heen wilden gaan, zei Petrus tot Jezus:

“Meester, het is goed dat wij hier zijn. Laten we drie tenten bouwen, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia.” Maar hij wist niet wat hij zei.

Petrus wil op de berg, ver van de mensen, Gods woning opslaan. Maar Jezus’ zending beweegt zich niet van de mensen af en verheft zich juist niet boven het gewone mensengedoe. Integendeel, Hij zal diep in ons bestaan binnendringen, zelfs tot in de dood. Later zal Johannes schrijven: “Het Woord is vlees geworden, en het heeft onder ons zijn tent opgeslagen.” In feite wil Petrus hier een tempel bouwen. Maar hij wist niet wat hij zei.

34 Terwijl hij zo sprak, kwam er een wolk die hen overschaduwde. Toen de wolk hen omhulde, werden zij door vrees bewogen.

Een godsverschijning. Benieuwd wat die te melden heeft.

35 Uit de wolk klonk een stem die sprak:
“Dit is mijn Zoon, de Uitverkorene, luistert naar Hem!”

Dezelfde stem uit de wolk die klonk in Lukas 03 bij Jezus’ doop herhaalt zijn boodschap: dat dit Gods Zoon en dat wij naar Hem moeten luisteren. Destijds had Jezus zich tussen de zondaars geschaard, en daarmee zijn levensprogram aangegeven (‘Hij gaat om met tollenaars en zondaars…’. ‘Hij is tot de misdadigers gerekend’). Toen reeds bezwoer de stem dat we ons in Hem niet moesten vergissen. We moesten door de gestalte die zich bij de zondaars had geschaard, heenkijken en in zijn solidariteit met de viezerikken en vuilakken Gods bedoeling, Gods Geest in herkennen. Nu krijgen wij dat nogmaals te horen en te zien. Opdat wij ons over enkele dagen, wanneer Hij bloed zweet en de laagste van alle doodstraffen zal streven, de kruisdood, deze woorden zullen herinneren.

36 Terwijl de stem weerklonk, bevonden zij dat Jezus alleen was. Zij zwegen er over en verhaalden in die tijd aan niemand iets van wat zij gezien hadden.

Markus tekent steeds aan dat Jezus hun zelf op het hart drukte er niets over te zeggen, zolang hij niet door zijn lijden en dood gegaan zou zijn. Hier maakt de schrijver ons erop attent. De bedoeling lijkt mij dezelfde: zolang Jezus nog niet doorlijden en dood gegaan is, moet je niet over zijn heerlijkheid beginnen; je zou Hem er geen recht mee doen. Je zou het werkelijke mysterie van zijn zending en zijn persoon overslaan.



dinsdag - 06 aug

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


dinsdag - 06 aug

Sneek 09:15 Koffieochtend

Sint Martinushuis, Sneek

aansluitend aan de eucharistieviering van 8.45 uur



woensdag - 07 aug

Hele dag Feestdag H. Sixtus, paus en martelaar

Sixtus (ook Xystus) II, Rome, Italië; paus & martelaar met een aantal gezellen; † 258.

Afbeelding van Sixtus II

1889, glasschilderkunst Frankrijk, Bretagne, Sixt-sur-Aff, Eglise St-Sixtus.

http://www.heiligen.net/afb/08/07/08-07-0258-sixtus_1.jpg

Feest 7 augustus.

Naar het schijnt kwam hij oorspronkelijk uit de Griekse hoofdstad Athene. Hij was diaken van de geloofsgemeenschap in Rome, toen hij op 30 augustus 257 werd gekozen als bisschop van Rome.

Op dit moment van de geschiedenis is het nog niet juist te spreken van ‘paus’. Die benaming voor de bisschop van Rome zou pas eeuwen later in zwang komen.

Daarmee was hij de opvolger van de kort tevoren gestorven Sint Stefanus I († 257; feest 2 augustus). Sint Cyprianus († 258; feest 16 september) omschrijft hem als ‘een groot liefhebber van de vrede en uitblinker in elke vorm van deugd’. Hij was het die de lichamen van de apostelen Petrus en Paulus liet overbrengen naar onderaardse begraafplaatsen (catacomben).

Omdat dat gebeurde in een tijd van christenvervolging heeft men al vroeg daaraan de veronderstelling verbonden dat het te maken had met het feit dat christenen moesten onderduiken en hun godsdienst alleen in het geheim konden beoefenen. Dat kan waar zijn, maar het is goed om te bedenken dat catacomben als begraafplaatsen in die cultuur heel gewoon waren.

Sixtus’ verhaal is verbonden met dat van zijn diaken Laurentius († 258; feest 10 augustus); of beter andersom. Het verhaal van Laurentius is verbonden met dat van zijn bisschop Sixtus.
Het is de tijd van de christenvervolgingen onder keizer Valerianus (253-260). Enige jaren had hij de godsdienst door de vingers gezien. Maar nu had hij de edicten verscherpt, en bepaald dat vooral kerkelijke bedienaren als bisschoppen, priesters, diakens, subdiakens, voorlezers enzovoorts, moesten worden opgespoord en onmiddellijk zonder vorm van proces ter dood gebracht.
Op 6 augustus 258 wordt de bisschop van de christengemeenschap tijdens een eucharistieviering in de catacomben van Pretextus gearresteerd, tezamen met zijn diakens Felicissimus en Agapitus, zijn subdiakens Januarius, Magnus, Vincentius en Stefanus; Sint Cyprianus voegt er nog de naam van ene Quartus aan toe. Waarschijnlijk berust dat op een vergissing. De naam ‘Qyartus’ betekent ‘vierde’. Men neemt aan dat Cyprianus sprak van het aantal subdiakens: ‘vier’. Een latere overschrijver zou er een eigennaam in gelezen hebben.

Een andere diaken, Laurentius, ontspringt de dans. Hoewel hij het diep betreurt dat hij zijn bisschop niet kan vergezellen in diens gevangenschap, aldus de legende. Maar Sixtus voorspelt zijn diaken dat hij hem waarschijnlijk al over een paar dagen zal volgen in diens martelaarschap. Diakens waren de rechterhand van de bisschop. Naast de materiële ondersteuning van de armen (met voedsel, dekens, medicamenten, onderdak enz.) hadden zij ook de zorg voor de heilige boeken van de liturgie en voor de heilige vaten die tijdens de eredienst werden gebruikt.
Op het moment van zijn arrestatie fluistert bisschop Sixtus zijn diaken Laurentius in het oor: “Pas goed op de schatten van de kerk.” Die woorden zijn de staatspolitie niet ontgaan. Zij zullen leiden binnen vier dagen tot de arrestatie en marteldood van Laurentius, precies zoals zijn bisschop hem voorspeld had.

Legende
Volgens de legende verkeerde de Romeinse keizer in de veronderstelling dat de Kerk vele schatten moest bezitten, gezien het feit dat diakens dagelijks zoveel voedsel en andere hulpgoederen in de achterbuurten van Rome naar de armen konden brengen. En hadden zijn agenten de bisschop van Rome, Sixtus, bij diens arrestatie niet tegen Laurentius horen zeggen: ‘Pas goed op de schatten van de kerk?’ De keizer had dus persoonlijk opdracht gegeven de diakens bijzonder scherp in de gaten te houden. Uiteindelijk liet hij Laurentius arresteren en aan zich voorgeleiden met de vraag waar zich al die schatten van de kerk nu precies bevonden. Laurentius probeerde hem duidelijk te maken dat er geen sprake was van schatten, maar de keizer hield vol en gebood hem over een paar dagen alle schatten waarover zij beschikten op het Forum bijeen te brengen.
Op de afgesproken dag stonden op het Forum alle armen die Laurentius had weten te verzamelen en met een brede armzwaai zei hij tegen de kerk: ‘Daar hebt u dus de schatten de van de kerk!’ De keizer was zo gebelgd dat hij Laurentius tot de marteldood veroordeelde. De heilige diaken zou op een ijzeren rooster zijn vastgebonden, waaronder een vuur werd aangestoken, zodat hij langzaam werd gebraden. Naar verluidt schijnt Laurentius zich op een goed moment tot zijn beulen te hebben gericht met de woorden: ‘Keert u me maar om, want deze kant is gaar.’
Uit historisch onderzoek blijkt echter dat Laurentius de doodstraf heeft ondergaan, die in zulke omstandigheden het meest werd toegepast: onthoofding door het zwaard. Het was zijn collega-diaken Vincentius van Zaragoza die eerst geroosterd werd.

Sixtus werd volgens voorschrift zonder vorm van proces onthoofd op de begraafplaats van Calixtus, naar men zegt op 6 augustus 258. Hij is dus amper één jaar bisschop geweest. In 850 werd zijn stoffelijk overschot geschonken aan keizerin Irmengard. Zij liet het overbrengen naar abdij Erstein.



woensdag - 07 aug

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


donderdag - 08 aug

Hele dag Feest van de H. Dominicus, priester

Dominicus Guzmán (ook van Caraluega), Bologna, Italië; stichter; † 1221.

Afbeelding van Dominicus

Dominicus opgenomen in hemelse glorie. Helemaal onderaan: ontmoeting Dominicus met Franciscus van Assisi.
1430, Fra Angelico, handschriftverluchting. Italië, Florence, San Marco.

http://www.heiligen.net/afb/08/08/08-08-1221-dominicus_5.jpg

Feest 8 augustus.

Dominicus’ wieg stond in Caraluega, gelegen in de Spaanse provincie Burgos. Hoewel geschiedkundig gesproken zijn geboortedatum niet vaststaat, beweren sommige documenten dat hij op 24 juni 1170 het levenslicht zag. Daarmee is hij een tijdgenoot van Franciscus van Assisi (1180-1226; feest 4 oktober), de stichter van de franciscaner orde, die gekenmerkt wordt door armoede.
Zijn vader heette Felix de Guzmán; zijn moeder was de zalige Juana van Aza († 1190; feest 8 augustus).

Johanna van Aza op, Spanje; † ca 1190 (of 1205); feest (2 & ) 8 augustus.
Zij werd geboren op het kasteel van het geslacht Aza, dichtbij Aranda in Oud-Castilië. Zij huwde met Felix de Guzmán. Zij kregen twee zoons en een dochter. Daarna kwamen er geen kinderen meer, terwijl de beide echtelieden er bijzonder naar verlangden. Zij ondernamen zelfs een bedevaart naar het graf van de heilige Dominicus van Silos langs de weg naar Compostella. Hierna kregen ze inderdaad een kind, een zoon. Hij werd genoemd naar Dominicus van Silos: Dominicus Guzmán. Zijn moeder gaf hem een diepreligieuze opvoeding. Hij zou later de beroemde stichter worden van de Orde der Predikheren, ook wel naar hun stichter dominicanen geheten.
Er is een legende die vertelt, dat Dominicus’ moeder tijdens haar zwangerschap eens droomde, dat zij een hond ter wereld bracht met een brandende fakkel in zijn bek. De Latijnse naam voor zijn latere volgelingen ‘Dominicanes‘ werd ook wel uitgelegd als ‘Domini Canes’ = ‘Honden van de Heer’!
Hij studeerde in de Spaanse plaats Palencia en werd in 1199 kanunnik te Osma; in 1201 was hij er subprior. In 1205 vertrok hij met de bisschop van Osma, Diego van Azevedo († 1207; feest 30 december), naar Denemarken om er de prinses op te gaan halen die bestemd was de echtgenote te worden van koning Alfonso VIII van Castilië. Maar onderweg hoorden ze, dat het meisjes intussen was overleden. Nu zetten ze koers naar Rome in de hoop dat de paus, op dat moment Innocentius III († 1216), hun toestemming zou geven om de Cumanen in de Oekraïne tot het christendom te bekeren. Maar de paus stuurde ze terug met de uitdrukkelijke opdracht om de cisterciënzer monniken te gaan helpen die in de Zuid-Franse landstreek Languedoc bezig waren de ketterse Albigenzen weer op het rechte pad te krijgen.

Ondanks hun goed bedoelde pogingen hadden de cisterciënzers tot dan toe nauwelijks succes gehad met hun bekeringswerk.
In 1206 richtte bisschop Diego te Prouille bij Toulouse een missiecentrum in om van daaruit onder de katharen te kunnen werken. In datzelfde jaar opende Dominicus er een klooster voor ketterse vrouwen die tot de Moederkerk waren teruggekeerd. Deze stichting zou later uitgroeien tot de orde der dominicanessen.

Toen in 1207 bisschop Diego overleed, lag het voor de hand dat hij, Dominicus, de leiding van deze onderneming op zich nam. Het was hem intussen zonneklaar geworden, dat hij geschoolde helpers nodig had: goed opgeleide priesters, die in discussies hun mannetje zouden staan en tegelijk met hart en ziel toegewijd waren aan de zaak van Christus: kortom een orde van uitstekend opgeleide priester-religieuzen, die net als de Katharen aan versterving, boete en gebed zouden doen, maar dan binnen het kader van een meer gezonde theologie en geloofsopvatting. Immers in een tijd dat de meeste geestelijken meer aandacht hadden voor uiterlijke rijkdom dan voor de rijkdom van hart, hechtten de gewone mensen meer geloof aan predikanten die hun woorden kracht bijzetten met een indrukwekkende levenswijze, zoals de katharen met hun overdreven vasten- en boetepraktijken, dan aan ijdele verkondigers in protserige gewaden en fantastische luxe. En de weinigen die wel in armoede leefden, zoals de cisterciënzers, hadden te weinig scholing om het in de soms dagenlang durende discussies op te kunnen nemen tegen de goed onderlegde ketters.

Zo stichtte Dominicus in 1215 de orde der predikheren, die reeds een jaar later door paus Honorius III († 1227) officieel werd goedgekeurd. De leden ervan worden ook wel naar hun stichter ‘dominicanen‘ genoemd.
In 1217 stichtte hij in Segovia het eerste Spaanse klooster van zijn orde. Eén jaar vóór Dominicus’ dood waren er in geheel Europa niet meer dan vijfentwintig afgestudeerde doctores in de theologie. Zo’n vijftig jaar later telde zijn orde er alleen al ongeveer zevenhonderd, verspreid over Italië, Frankrijk, Spanje, Engeland, Hongarije en tal van andere landen. In de loop van de geschiedenis zijn de dominicanen over de hele wereld uitgegroeid tot een van de meest verspreide en invloedrijke kloosterorden.

Een jaar na zijn dood werd hij opgevolgd door Jordanus van Saksen († 1237; feest 13 februari).

Verering & Cultuur
Hij werd begraven in de kerk van Bologna. In 1233 werd zijn stoffelijk overschot op bevel van paus Gregorius IX († 1242) opgegraven en plechtig tot de eer der altaren verheven. Tot op de dag van vandaag trekken er jaarlijks vele bedevaartgangers naar zijn graf in de San-Domenicokerk.
Zijn volgelingen worden dus predikheren of naar hem ‘dominicanen genoemd’; ze gaan gekleed in een wit habijt met zwart scapulier (overgooier). Het “Mestreechsen Dictionair” kent nog een andere betekenis van ‘dominicaan’: boterham van snee zwart- en snee witbrood. Ook het Gents zou deze betekenis kennen, aldus het dictionair.

Patronaten
Hij is patroon van Bologna, van de Dominicaanse Republiek, van Santo Domingo (voluit: Santo Domingo de Guzmán; Dominicaanse Republiek) alsmede van Palermo en de Spaanse steden Córdoba en Segovia.
Daarnaast is hij beschermheilige van astronomen; van papierfabrikanten en sigarenmakers; en van kleermakers en naaisters. Zij voorspraak wordt ingeroepen tegen koorts en tegen hagel.

Afgebeeld
Hij wordt afgebeeld als dominicaan; met een boek en een lelie; krans van haar om het kaalgeschoren hoofd; ster voor de borst of boven het hoofd (deze verscheen op het voorhoofd van Dominicus); gevlekte hond met een fakkel in de bek waarmee hij de aardbol in brand steekt (naar de legende van zijn moeders droom); toorts; met een monstrans; met zijn moeder Juana van Aza; met Sint Franciscus. Bekend is ook de afbeelding dat hij – tezamen met de dominicanes Catharina van Siena († 1380; feest 29 april) uit handen van de Moeder Gods een rozenkrans ontvangt.



donderdag - 08 aug

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


vrijdag - 09 aug

Hele dag Feestdag H. Edith Stein (Teresia Benedicta van het Kruis)

Edith (kloosternaam Teresia Benedicta van het Kruis) Stein ocd., Echt, Nederland / Auschwitz, Duitsland; † 1942.

Afbeelding van Edith Stein

1998, Deneer, portretschildering. Nederland, Echt, Karmelstichting.

http://www.heiligen.net/afb/08/09/08-09-1942-edith_6.jpg

Feest 9 augustus.

Edith Stein werd op 12 oktober 1891 als jongste van zeven kinderen te Breslau geboren, juist de dag dat haar joodse ouders Grote Verzoendag vierden. Haar vader, Siegfried Stein, dreef een verlopen houthandel. Edith was nog geen twee jaar oud, toen hij overleed. Moeder, Augusta Courant, nam de zaak over; omdat ze er niets van wist, moest ze zich eerst inwerken. Naast de zorg voor haar kinderen zag ze kans er met taai doorzettingsvermogen een goed lopende zaak van te maken. Ze nam haar joodse godsdienst uiterst serieus, leefde stipt alle wetten na, ging elke zaterdag naar de synagoge en vergat de armen niet: behoeftige klanten gaf ze soms hun geld terug; houtrestanten spaarde ze zuinig op om er ‘s winters van weg te kunnen geven.

Als puber zette Edith haar joodse geloof aan de kant. Ze noemde zich atheïst tot verdriet van haar moeder. Hoewel de tweede van de klas, had ze op haar veertiende plotseling geen zin meer in school; dat was Pasen 1906. Ten einde raad stuurde haar moeder haar naar Hamburg; daar was een zus van Edith getrouwd met een dokter. Ze werd er hulp in de huishouding; en dat, terwijl ze uitgesproken onhandig was. Zelf schrijft ze daarover: “Ik vond het helemaal niet moeilijk van huis weg te gaan. Ik verkeerde juist in de periode dat ik het geloof van mijn kindertijd achter me had gelaten; ik verlangde ernaar zelfstandig te zijn; en wilde me het liefst onttrekken aan de eeuwige zorg van mijn moeder en mijn zussen. In Hamburg koos ik ervoor niet meer te bidden. Over mijn toekomst dacht ik al helemaal niet na, maar leefde wel in de stille veronderstelling dat ik voor iets bijzonders was voorbestemd.”

Student
Na de grote vakantie pakte ze toch weer de studie op; ze deed op haar negentiende eindexamen, en slaagde met fantastische cijfers. Zoals gebruikelijk had de directeur voor ieder een persoonlijk woordje; bij Edith zei hij – met een woordspeling op haar naam: “Sla op deze Stein, en er springen vonken van wijsheid uit.” Nu besloot ze psychologie te studeren aan de universiteit van Breslau. Maar wie er in die dagen bij wilde horen ging naar Göttingen: daar doceerden de knappe koppen van die dagen. Ambitieus als Edith was schreef zij zich er in als student filosofie, psychologie, geschiedenis en Duitse literatuurwetenschap; dat was in 1913. Zij slaagde voor het afsluitende examen aan het eind van de eerste twee jaar met een tien. Intussen stortte zij zich in het studentenleven en mocht de beroemdste professoren tot haar persoonlijke kennissen rekenen, zoals de filosofen Edmund Husserl en Max Scheler. Tot haar vrienden behoorde ook het echtpaar Reinhard; evenals zij van oorsprong joodse mensen; maar zij dachten erover om christen te worden en toe te treden tot de protestantse kerk; daarnaast was zij nauw bevriend met het echtpaar Conrad en Hedwig Martius; zij zouden straks – zonder het zelf te weten – een beslissende rol spelen in Ediths leven.

Na haar examen onderbrak ze voor enige tijd haar studie om als vrijwilliger voor het Rode Kruis oorlogsslachtoffers te verplegen. Toen Husserl in 1916 naar de universiteit van Freiburg verhuisde nam hij haar mee als wetenschappelijk assisitente; daar maakte ze kennis met ze de filosoof Martin Heidegger. In 1917 promoveerde zij op een filosofisch onderwerp, en mocht zij zich dus voortaan ‘Frau Doktor’ noemen. In datzelfde jaar ontving Frau Reinach het bericht dat haar man, Adolf, op de slagvelden van België gesneuveld was. Zij deed aan Edith het verzoek zijn filosofische geschriften uit te zoeken. Daar ging Edith graag op in, maar zag nogal op tegen de eerste ontmoeting, want hoe moest zij een vertwijfelde en van verdriet gebroken weduwe troosten en ondersteunen? Maar de weduwe bleek in het geheel niet vertwijfeld of gebroken; integendeel, zij droeg haar lijden met grote waardigheid; zij liet zich daarbij – zo legde zij uit – inspireren door haar geloof in Jezus, die aan het kruis ook had moeten lijden. Het maakte diepe indruk op Edith; later zou zij schrijven: “Op dat moment stortte mijn wereld van ongeloof en godsontkenning volledig in.”

De waarheid
Intussen werd zij veel gevraagd om overal lezingen en voordrachten te houden over filosofische onderwerpen. Zij stond bekend als een echte wetenschapper, die niet bleef staan bij de buitenkant van de dingen, maar bleef vragen naar de betekenis ervan; met wetenschappelijke objectiviteit en uiterste precisie – zo benadrukken de mensen uit haar omgeving – was zij op zoek naar de waarheid.

In de maand augustus van het jaar 1921 was zij te gast bij Conrad en Hedwig Martius. Op een avond moesten zij weg en lieten Edith alleen achter. Frau Martius toonde haar de bibliotheek: “Kijk maar; het staat allemaal tot je beschikking.” Op goed geluk trok ze een boek uit de kast. Het was een levensbeschrijving van een kloosterzuster uit de 16e eeuw, een karmelietes: ‘Het leven van de heilige Teresa van Avila op basis van haar eigen geschriften’. Onmiddellijk was ze geboeid. Het begon alweer dag te worden toen ze het uit had: “Nu heb ik de waarheid gevonden.” Diezelfde ochtend kocht ze een boekje met uitleg over het Katholieke geloof en een gebedenboek om de mis in de kerk te kunnen volgen. Ze bestudeerde ze met grote aandacht. Toen ze ze uit had, ging ze voor het eerst naar de katholieke kerk, en herkende alles wat ze geleerd had. Na afloop sprak ze de oude priester aan: “Ik wil gedoopt worden.” “Maar mevrouw, dat gaat zomaar niet. Daar gaat een tijd van voorbereiding aan vooraf en er is iemand nodig die u begeleidt.” “Alstublieft eerwaarde”, zei Edith, “vraagt u maar om te zien of ik voldoende voorbereid ben.” Aan het eind van dat gesprek besloten ze dat ze op 1 januari van het volgende jaar, 1922, gedoopt zou worden.

Moeder
Ze zag er als een berg tegenop om dit aan haar joodse moeder te vertellen? Ze was bang dat de familie met haar zou breken. “Moeder, ik ben katholiek geworden…” Mevrouw Stein brak in tranen uit. Zo had Edith haar moeder nog nooit gezien: zij was immers altijd de sterke vrouw geweest, die in haar eentje zeven kinderen had grootgebracht en een houtbedrijf gerund. Een half jaar bleef Edith bij haar moeder thuis; ze deed mee met alle joodse praktijken van vasten en bidden, en begeleidde haar moeder naar de synagoge.

Ze verliet Freiburg en het universitaire milieu. Negen jaar lang, van 1922 tot 1931, was ze lerares wetenschappelijke opvoedkunde en Duits aan het Sint-Magdalena-Instituut van de zusters dominicanessen te Speyer (Spiers). Ze stelde hoge eisen aan de kwaliteit van het werk van haar leerlingen en kon er slecht tegen als zij ongemotiveerd bleken. Een studente herinnert zich nog hoe groot de intellectuele afstand was tussen haar docent en de klas: “Maar van de andere kant wist je je volkomen veilig bij haar. In je opstellen kon je de meest persoonlijke dingen aan haar kwijt; zij nam ze serieus en ging er altijd op in; haar uitstraling en die aantekeningen zijn de kostbaarste herinneringen die ik aan die jaren heb.”

Niemand wist hoeveel tijd ze in haar persoonlijk leven besteedde aan gebed. Na een kerstnachtdienst bleef zij nog even bidden bij het stalletje. De kosteres merkte haar niet op en sloot haar in. Zo trof zij de vrome vrouw de volgende ochtend nog steeds in gebed; zij had er de hele nacht gezeten. Geschrokken zei ze: “U zult intussen wel moe zijn.” “Moe? Bij Hem?”

Het verbaasde niemand meer, toen zij in 1932 te kennen gaf kloosterzuster te willen worden. Haar keuze was gevallen op de karmelietessen, de orde van Teresa van Avila, de zuster van het boek van elf jaar geleden. In augustus van dat jaar ging ze naar Breslau om het nieuws persoonlijk aan haar bejaarde moeder te gaan melden; deze was intussen 84 jaar oud. “Maar wat wil je dan gaan doen bij die zusters?” “Hun leven delen.” Moeder snapte er niets van en had er geen goed woord voor over. Edith bleef tot en met haar verjaardag, 12 oktober, de laatste dag van het joodse loofhuttenfeest; ze begeleidde haar moeder trouw naar de synagoge. In een poging moeder nog wat hoop te geven, zei Edith: “Het begint met een proeftijd.” Maar moeder antwoordde onmiddellijk: “Ik ken je: als jij aan een proeftijd begint, zul je zorgen dat je erdoor komt ook.” Op de terugweg naar huis zei moeder: “Vond je het niet een mooie preek van de rabbi?” “Jazeker, een heel mooie preek.” “Nou dan? Dan kun je toch ook op z’n joods vroom zijn?” “Ja, als je niet beter weet…” Wat een feestdag had moeten zijn, waren verschrikkelijke uren. De volgende dag nam ze afscheid en ging naar Keulen. Daar trad zij enige dagen later in bij de Karmelietessen, 15 oktober, feestdag van de heilige Teresa.

Karmelietes
Voor een 42-jarige vrouw die gewend was geweest om te gaan met beroemde mensen van haar tijd kon de overgang niet groter zijn. Van de ene dag op de andere was zijn van een hoge eisen stellende docente veranderd in de jongste, onopvallende novice, beginneling. Zij moest leren het gewone leven van de zusters te delen. Naast de uren van gebed, die zij heerlijk vond, betekende dat ook dat zij allerhande huishoudelijk werk moest verrichten, zoals wassen, koken en strijken. Haar novicemeesteres schrijft erover: “Zij was zo onhandig en onbeholpen dat je je schaamde als je ernaar keek.” Maar zijzelf noemde het een heel geschikte oefening in eenvoud en bescheidenheid.

Nazi’s
Op 15 juli 1934, bij haar inkleding, koos ze de naam van zuster Teresia Benedicta van het Kruis. Teresia naar de heilige schrijfster van het boek; ‘benedicta’ betekent ‘gezegend’; ‘a cruce’: ‘door het kruis’. Dat laatste was natuurlijk een verwijzing naar de weduwe van 1917… Tegelijk was het ook een profetische naam. Intussen waren in Duitsland de nazi’s de baas geworden in Duitsland. Dat betekende voor de joden niet veel goeds. Hoewel de jodin Edith intussen de katholieke zuster Benedicta geworden was, voelde zij zich verwant met haar joodse volksgenoten, en deelde zij in hun ongerustheid en verdriet. Ook in dat van haar moeder, die haar dochter niet kon volgen, daar veel pijn aan had, maar toch het contact niet verbrak; ze kwam zelfs een keer kijken, hoe ze daar achter die tralies leefde. En moest constateren dat haar dochter een gelukkige indruk maakte. Moeder stierf op 14 september 1935.

Zo leidde Zuster Benedicta haar verborgen leven van studie en gebed in de Keulse carmel. Op 9 november 1938 woedde de ‘Kristallnacht’ in Duitsland; de woede van de nazi’s ontlaadde zich over heel Duitsland tegen de joodse bezettingen. Zij schreef: “De schaduw van het kruis valt ook over mijn volk.” Ook voor zuster Benedicta werd het te gevaarlijk in Keulen. Op oudejaarsavond werd zij overgebracht naar de carmel in de Limburgse plaats Echt, vlak over de grens met Nederland. Anderhalf jaar later vielen de Duitsers Nederland binnen, zodat de dreiging weer onverminderd aanwezig was. In datzelfde jaar kwam Ediths zus Rosa naar de carmel. Ze was intussen ook katholiek geworden, maar wilde niet intreden. De zusters gaven haar de functie van portierster.

Intussen werden ook vanuit Nederland joden gedeporteerd naar Duitsland. Onder aanvoering van de bisschoppen stuurden de Nederlandse katholieken op 11 juli 1942 een telegram naar de Duitse Generaal Christiansen in Den Haag, waarin ze hun afschuw uitspraken over de jodenvervolging. De Duitse bezetters dreigden dat ze ook de katholieken van joodse oorsprong zouden arresteren en wegvoeren, als de bisschoppen doorgingen met hun acties tegen de jodendeportaties. In weerwil daarvan lieten de bisschoppen op zondag 26 juli in alle katholieke kerken van Nederland een brief voorlezen, waarin ze hun afkeuring met betrekking tot de jodenvervolging herhaalden. Op 2 augustus stonden er ‘s middags om vijf uur twee SS-officieren voor de deur van het carmelklooster in Echt met het bevel dat zuster Benedicta en haar zus Rosa binnen vijf minuten hun spullen gepakt moeste hebben en mee moesten. Moeder overste kwam toegesneld: “Dat gaat zomaar niet.” “Dan krijgt u tien minuten, maar geen minuut meer. Geef haar een deken, een lepel en voedsel voor drie dagen mee. Opschieten. We hebben haast.” Tegenstribbelen had verder geen enkele zin. Zuster Benedicta nam haar zus Rosa bij de arm: “Kom, laten we gaan voor ons volk.”

De laatste week
De volgende dag zaten ze in het concentratiekamp van Westerbork in Drente. Vandaar vertrokken de treinen naar de concentratie- en vernietigingskampen in Duitsland en Polen. Op 6 augustus heeft ze nog een kort briefje geschreven naar Echt: ze vraagt er om een paar kleine dingetje en voegt eraan toe: “Geloof het of niet, maar ik kan hier bidden in alle rust.” Ooggetuigen vertellen dat zij temidden van alle chaos de rust zelve was: “In het opvangkamp hoorde je overal huilen, en onder degenen die net aangekomen waren, heerste een onbeschrijflijke chaos. Zuster Benedicta hield zich bezig met de vrouwen: zij hielp en troostte, waar ze maar kon. Ze was een toonbeeld van kalmte, ze leek haast wel een engel. Vele moeders waren zo’n beetje de waanzin nabij, en zaten zo apathisch voor zich uit te staren dat ze zelfs hun kinderen vergaten. Zuster Benedicta ontfermde zich over die kleintjes, ze hielp ze bij het wassen en kamde hun haren; zorgde dat ze wat te eten kregen en dat er op hen gelet werd. De dagen dat ze in het kamp zat, zag je haar almaar bezig met zorgen en schoonmaken; de mensen stonden er versteld van.” Tot zover een overlevende. En dan te bedenken dat deze vrouw ooit de onhandigheid was in eigen persoon!

Op 7 augustus ‘ s morgens om half vier zette de trein zich in beweging naar het oosten. De gevangenen stonden samen geperst in veewagens. Twee dagen later kwam het transport aan in vernietigingskamp Auschwitz. Men weet dat de gevangenen meteen werden doorgestuurd naar de gaskamers. Onder hen zuster Teresia Benedicta a Cruce, Edith Stein, 50 jaar oud. In 1939 had zij geschreven dat zij met liefde offers van pijn, verdriet en lijden wilde brengen, als daarmee de wereldvrede kon worden bewaard.” De offers heeft zij gebracht…

Zij werd in 1987 door paus Johannes Paulus II zalig verklaard.



vrijdag - 09 aug

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 10 aug

Hele dag Feestdag H. Laurentius, diaken en martelaar

Laurentius van Rome, Italië; diaken & martelaar; † 258.

Afbeelding van Laurentius

6e eeuw. Mozaïek. Italië, Ravenna, Mausoleo di Galla Placidia.
Laurentius van Rome met boekenkast (diakens hadden de zorg voor de liturgische boeken:
zichtbaar zijn de vier evangeliën Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes),
rooster (martelwerktuig), kruis (omwille van Christus) en boek (aldus het evangelie in praktijk brengend)

http://www.heiligen.net/afb/08/10/08-10-0258-laurentius_8.jpg

Feest 10 augustus.

Als we de verhalen rond de Spanjaard Laurentius mogen geloven moet hij een geestig man geweest zijn. Hij was een van de zeven diakens van de stad Rome ten tijde van paus Sixtus II. Krachtens een decreet van Keizer Valerianus werd hij – evenals vele andere kerkelijke ambtsdragers (bisschoppen, priesters, diakens, voorlezers enz.) – zonder enige vorm van proces onthoofd. Door de indrukwekkende wijze, waarop hij zijn marteldood onderging, bracht hij anderen tot het geloof in Christus.

Eigenlijk is dat alles wat we met zekerheid weten. Maar al spoedig weefden zich kleurrijke legenden rond zijn persoon.

De Romeinse keizer leeft in de veronderstelling dat de christenen vele schatten moeten bezitten. Elke dag immers brengen diakens enorme hoeveelheden voedsel en andere hulpgoederen naar de armen in de achterbuurten van Rome. Bij de arrestatie van de bisschop van Rome, Sixtus, hadden geheim-agenten de prelaat tegen Laurentius horen zeggen: “Let goed op de schatten van de kerk!” Moest daar geen belasting over betaald worden? De keizer had dus persoonlijk opdracht gegeven de diakens bijzonder scherp in de gaten te houden. Uiteindelijk liet hij Laurentius arresteren en aan zich voorgeleiden met de vraag waar zich al die schatten van de kerk nu precies bevonden. Laurentius probeerde hem duidelijk te maken dat er geen sprake was van schatten, maar de keizer hield vol en gebood hem over een paar dagen alle schatten waarover zij beschikten op het centrale Forum bijeen te brengen.

Op de afgesproken dag stonden op het Forum alle armen die Laurentius had weten te verzamelen. Met een brede armzwaai zei hij tegen de keizer: ‘Daar hebt u dus de schatten van de kerk!’ De keizer was zo beledigd dat hij Laurentius tot de marteldood veroordeelde. De heilige diaken zou op een ijzeren rooster zijn vastgebonden, waaronder een vuur werd aangestoken, zodat hij langzaam werd gebraden. Naar verluidt schijnt de martelaar zich op een goed moment tot zijn beulen te hebben gewend met de woorden: ‘Keert u me maar om, want deze kant is gaar.’

Laurentius is de patroon van Rotterdam en daarmee ook van bisdom Rotterdam. Op afbeeldingen kan men Laurentius altijd herkennen, omdat hij zijn martelwerktuig, het rooster, bij zich heeft.

Historisch onderzoek heeft intussen uitgewezen dat het niet Laurentius was die op een rooster werd gebraden, maar een andere Spaanse diaken: Vincentius van Zaragoza.

Feiten
Sint Laurentius stierf op 10 augustus 258 de marteldood in Rome. Hij werd aan de Via Tibutina in de daar uitgegraven catacomben bijgezet door de rijke eigenares van het grondgebied Cyriaca. Op zijn graf liet keizer Constantijn in 330 een kerk bouwen; die kennen wij nu als de ‘San Lorenzo buiten de muren’. Een van de zeven hoofd- of pelgrimskerken. Vanaf de 4e of 5e eeuw hield de paus er statie op woensdag in de Goede Week. Dat wil zeggen dat de paus die kerk uitkoos om er voor te gaan in de liturgie, vergezeld van de gehele Romeinse clerus en een grote toeloop van gelovigen.

De verering van Laurentius is heel oud. Grote kerkvaders als Ambrosius († 397), Prudentius († na 405), Augustinus († 430) en Leo de Grote († 461) wijden preken, hymnen en overwegingen aan zijn nagedachtenis. De oudste ons bekende afbeelding stamt uit de eerste helft van de 5e eeuw: een mozaïek in het Mausoleum van Galla Placida in de toenmalige keizerstad Ravenna. We zien Laurentius, gekleed in de dalmatiek van de diaken; in de rechterhand een kruis dat op zijn schouder rust, in de linker een opengeslagen boek; aan zijn voeten een rooster waaronder een vuur brandt; daarnaast een kast waarvan de geopende deurtjes ons een blik gunnen op de heilige boekrollen. De zorg voor de liturgische boeken berustte immers bij de diaken. Die afbeelding vertelt in wezen zijn hele verhaal. Zijn verhaal is van later datum. De vertellers van toen waren niet zozeer geïnteresseerd in een objectieve weergave van de feiten. We mogen aannemen dat hun verhaal vaak een afspiegeling is van hun geloofsovertuiging: Laurentius lijkt op Christus. Zo moet zijn verhaal dan ook worden verstaan.

Aartsdiaken
Hoewel de geleerden het er niet over eens zijn, gaat men er meestal van uit dat Laurentius afkomstig was uit de Spaanse landstreek Aragon. Volgens de traditie was hij een zoon van de heilige martelaren Orientus van Huesca en Patientia. Door zijn opgewekt en levendig karakter zou hij de aandacht hebben getrokken van de latere paus Sixtus ii, toen deze onderweg was naar een bisschoppenconferentie in de Spaanse stad Toledo. Op dat moment was Sixtus nog aartsdiaken te Rome. In 257 werd Sixtus tot bisschop van Rome gekozen. Onmiddellijk wijdde hij Laurentius tot zijn opvolger als aartsdiaken: eerste van de zeven stadsdiakens.

Intussen heeft keizer Valerianus de maatregelen tegen de christenen verscherpt. Op 6 augustus 258 wordt Sixtus gearresteerd, tezamen met vier diakens. Daar behoort Laurentius niet bij. Volgens de overlevering was Laurentius in tranen. Hij riep: “Vader, u gaat toch niet weg, terwijl u mij, uw zoon, achterlaat? Als bisschop was u toch nog nooit zonder uw diaken? Nog nooit hebt u het heilig offer opgedragen zonder dat ik u diende aan het altaar. Waarom nu dan wel? Heb ik iets verkeerd gedaan? Toets mij dan nog eens, en kijk of ik inderdaad als dienaar te onwaardig ben om het Heilige Bloed van de Heer rond te delen.” Maar Sixtus riep terug: “Ik verlaat je niet, mijn zoon. Maar er zal van jou een grotere beproeving worden gevraagd. Je zult ook een grotere overwinning behalen. Ik ben al oud, en jij bent nog in de kracht van je jaren. Over drie dagen zul je mij volgen. Zorg intussen dat de schatten van de kerk bij de armen terecht komen.”

Onmiddellijk ging er een bericht naar de keizer dat de christenen blijkbaar over grote schatten beschikten. Laurentius werd bij de keizer ontboden. Deze zou hem volgens Prudentius als volgt hebben toegesproken: “Jullie, christenen, klagen er vaak over dat jullie zo hardvochtig behandeld worden. Maar wees gerust, we hebben het vandaag niet over martelingen. Ik vraag u in alle vriendelijkheid mij te geven wat u in bezit hebt. Ik weet dat jullie priesters drinken uit gouden kelken; dat ze het Heilig Bloed schenken in zilveren bekers; en dat jullie in je nachtelijke bijeenkomsten echte waskaarsen branden die op gouden kandelaars staan. Geef mij die schatten. Uw vorst heeft ze nodig om weer een beetje op krachten te komen. Naar ik heb gehoord wordt aan jullie geleerd dat je aan de keizer moet geven wat aan de keizer toebehoort. Ik denk wel niet dat jullie God munten laat slaan met zijn beeltenis erop. Toen Hij in de wereld kwam, is Hij ook vast geen geld komen brengen. Geef mij dus jullie materiële rijkdommen en stellen jullie je tevreden met de rijkdom van het woord.” Daarop zou Laurentius geantwoord hebben: “Uwe majesteit heeft gelijk. De Kerk is onnoemelijk rijk. Uw schatten hálen het gewoonweg niet bij die van ons. Ik zal ze u laten zien. Gun me alleen een paar dagen de tijd om ze bij elkaar te halen.”

Marteldood
Er zijn historici die menen dat Laurentius die tijd gebruikte om de heilige vaten van de kerk te verkopen en ze om te zetten in zilver en goud. Dat gebruikte hij om voedsel, geneesmiddelen , dekens en andere noodzakelijke dingen te kopen voor het levensonderhoud van zijn mensen. Tegelijk nodigde hij ze uit om overmorgen naar de plaats van samenkomst te komen. Op de afgesproken dag waren ze er allemaal: weduwen en wezen, armen en zieken, lammen en blinden, kreupelen en stumpers, sommigen afschuwelijk om aan te zien. Met een brede armzwaai zei hij tegen de prefect: “Daar hebt u de schatten van de kerk!” Dreigend vroeg de prefect om opheldering. “Bent u boos?” antwoordde Laurentius. “Het goud waar u zo tuk op bent, is een armzalig metaal, en bovendien maar al te vaak oorzaak van allerhande misdaden. Het ware goud is het licht uit de hemel, waarin deze arme drommels zich mogen verheugen. Zij verdragen met geduld hun kwalen en lijden, en doen daar hun voordeel mee, zonder dat ze lijden aan die veel erger kwalen die goud en zilver vaak met zich meebrengen. Zij zijn de ware schatten van de kerk. En om u een plezier te doen zal ik er nog wat kostbare parels en edelstenen aan toevoegen: de weduwen en maagden die zich geheel en al aan God toewijden. Zij vormen de kroon op de kerk en zijn een bron van vreugde voor Jezus Christus. Ze zijn een zegen voor Rome; de keizer zou er trots op moeten zijn.”

Maar de prefect schreeuwde: “U denkt zeker dat u de waardigheid van de keizer en de stad Rome op deze manier belachelijk kan maken? U verlangt kennelijk naar een afschuwelijke dood. U kunt krijgen wat u hebben wilt!” Daarop gaf hij bevel een rooster klaar te maken en er zacht gloeiende kolen onder aan te aan te steken. De marteling moest lang duren. Vervolgens werd Laurentius tot op het blote lijf uitgekleed en op het rooster gedrukt. Omstanders gruwden bij de stank en de verminkingen die het gevolg waren. Maar gelovigen bezweren dat ze alleen maar een heerlijke geur hebben geroken, en dat Laurentius straalde van vreugde. Op een goed moment zou hij tegen de beulen hebben gezegd: “Deze kant is gaar draai me maar om, als de keizer vanavond tenminste lekker vlees op zijn bord wil.” Hij zou nog enkele gebeden hebben gepreveld voor hij tenslotte de geest gaf.

Verering & Cultuur
Er zijn geleerden die menen dat het niet Laurentius was die op een rooster de marteldood stierf, maar zijn Spaanse landgenoot Vincentius, eveneens diaken. Laurentius zou dan met het zwaard om het leven zijn gebracht. Hoe dat zij, Laurentius is de geschiedenis ingegaan als de heilige met het rooster. Zo vinden we hem door de eeuwen heen afgebeeld in vele kerken over de hele wereld. Hij wordt vereerd als patroon van de armen; van diakens en bedienend personeel (een diaken was immers een kerkelijke bediende van de bisschop!), dus ook van wasvrouwen, strijksters en daardoor ook weer van textielarbeiders, alsmede van traiteurs, herbergiers en hotelhouders; van bibliothecarissen en archivarissen (omdat hij als diaken de heilige boeken in bewaring diende te houden); van andere beroepen die met boeken te maken hebben, zoals scholieren, studenten en informatici (ook vanwege zijn rooster?), advocaten, rechtsgeleerden, schrijvers, klerken, administrateurs en boekhouders; van bierbrouwers en kroegbazen (vanwege zijn jolige humor?); van beroepen waar vuur een rol bij speelt, zoals brandweerlieden, glazeniers en glasblazers, kolenbranders, koks en koekenbakkers. Zijn voorspraak wordt ingeroepen tegen brandwonden, huiduitslag, huidziekten, ischias, jeuk, kiespijn, koorts, pest, puisten, rugpijn, spit. Zijn voorspraak werd ook gevraagd voor de zielen in het vagevuur (omdat hij weet wat branden is!); tegen aardappelziekten, en voor een goede groei van de wijnoogst…

Stefanus en Laurentius
Op een 3e augustus halverwege de 5e eeuw kwam het stoffelijk overschot van Sint Stefanus vanuit Jeruzalem naar Rome. Men wilde hem bijzetten in de kerk van Sint Petrus’ Banden.Maar – aldus de legende Aurea uit de 13e eeuw – toen zij de kerk van Laurentius passeerden konden de dragers opeens geen stap meer verzetten. Daarop krijste een meisje: “Snappen jullie niet waarom je niet verder kunt? Sint Stefanus heeft zichzelf natuurlijk een plaatsje uitgekozen aan de zijde van broeder Laurentius.” Dus brachten ze Stefanus naar Sint Laurentius. Die wilde laten zien hoe blij hij was met de komst van zijn medediaken, en schoof een beetje opzij in zijn graf, zodat Stefanus ernaast kon liggen.

Laurentius
Laurentius was de aartsdiaken van paus Sixtus II. Hoe toegewijd diaken Laurentius zijn bisschop ten dienste stond, bleek, toen Sixtus tijdens een christenvervolging werd gearresteerd. Laurentius zou geroepen hebben: ‘Vader, u laat mij toch niet in de steek? Ben ik dan niet langer uw zoon? Wat moet u zonder diaken?’ Zoals Christus trouw bleef aan zijn Vader, zo betuigt diaken Laurentius trouw aan zijn vader-bisschop!

Heiligen brengen de persoon van Christus nabij. Zij doen de tijden van het evangelie herleven. Tijdgenoten kunnen zeggen: ‘Het evangelie is bij ons gebeurd, in de persoon van die heilige.’ De verhalen over Laurentius stammen op zijn minst van ruim honderd jaar na zijn dood. Of alles precies gebeurd is, zoals het wordt verteld, vindt men in die tijd niet het belangrijkste. Als het beeld van de Christusnavolging er maar duidelijk uit tevoorschijn komt.

Terwijl Sixtus werd afgevoerd, troostte hij zijn diaken door hem te verzekeren dat hij hem spoedig zou volgen: ‘En draag zorg voor de schatten van de kerk!’ Dat was precies wat de Romeinse overheid had vermoed: dat die gehate christenen kostbare schatten bezaten. In de eredienst werden immers heilige vaten gebruikt. Zoals de Romeinse goden werden geëerd met voorwerpen van de kostbaarste metalen, zo zou dat bij de christenen wel niet anders zijn. Zij eisten de schatten van de kerk op. Of Laurentius daar maar voor wilde zorgen.

Zo suggereert de verteller dat het motief voor de vervolging van christenen ordinaire hebzucht was. De keizer had geld nodig om zijn oorlogen te voeren en zijn soldaten uit te betalen. Van die boze machten werden de christenen het slachtoffer. Juist zoals Jezus in zijn tijd slachtoffer geworden was van jaloezie en machtswellust. Latere legendes weten te vertellen dat keizer Filippus de Arabier, die negen jaar tevoren was vermoord, sympathie had opgevat jegens de christenen. Hij zou dan ook zijn erfenis aan hen hebben nagelaten: een grote schat. Daar zouden de Romeinse overheden op uit zijn geweest.

Laurentius zei drie dagen nodig te hebben om de schatten bij elkaar te halen. In die tussentijd verkocht hij al de kostbare liturgische voorwerpen en verdeelde de opbrengst onder de armen. Later maakte men het verhaal nog mooier. Hij zou op zijn rondtocht langs de armen bij een weduwe gekomen zijn waar een groep christenen ondergedoken zat. Hij waste hun allen de voeten(!), legde zieken de handen op en genas een blinde.

Het verhaal van Laurentius leert ons dat – als het erop aan komt – de zorg voor armen gaat boven de zorg voor liturgische voorwerpen. Sterker, de armen wórden de liturgische voorwerpen, doordat de opbrengst van de voorwerpen wordt omgezet in leven en welzijn van de armen. Verwijzing naar de eucharistie? Immers, zo wordt het heilig brood van de eucharistie, Christus zelf, omgezet in leven en welzijn van de gelovigen. Zo presenteert hij de armen als de schatten, de heilige vaten van de kerk, aan de keizer.

Armenzorg is eredienst. Met dank aan diaken Laurentius.



zaterdag - 10 aug

Sneek 19:00 Woord- en Communieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


zondag - 11 aug

Hele dag Feestdag H. Clara, abdis & maagd

Clara (ook Chiara, Clare of Klara) van Assisi, Italië; abdis; † 1253.

Afbeelding H. Clara

Duitsland, kloster Gubel. Franciscus knipt Clara de haren af.

http://www.heiligen.net/afb/08/11/08-11-1253-clara_4.jpg

Feest 11 augustus.

Volgens de jongste onderzoekingen werd zij geboren in 1195 en was afkomstig uit een adellijke familie te Assisi. Ze was een jaar of achttien op het moment dat Franciscus daar met zijn aanstekelijke beweging begon. Naar diens voorbeeld brak ze met thuis, wist aan de greep van haar familie te ontsnappen, huwde net als Franciscus met Vrouwe Armoede en liet zich door hem het kloosterhabijt aantrekken.

Spoedig voegden zich andere vrouwen bij haar, onder wie haar zus Agnes die zij op spectakulaire wijze had helpen ontsnappen uit het ouderlijk huis. Veertig jaar lang stond zij aan het hoofd van het kloostertje van San Damiano, even buiten Assisi. Intussen groeide er tussen Franciscus en haar een hechte en diepe geestelijke vriendschap. Als hij niet zeker was van een bepaalde beslissing of niet wist hoe te handelen, liet hij zuster Clara om raad vragen, ook in zaken van gebed, boete, geestelijke leiding en apostolaat.

Franciscus stierf al in 1226 op 42-jarige leeftijd, luid beweend door zuster Clara en haar medezusters. Zij ging voort in de geest van Broeder Franciscus. Zo wist zij rond 1240 door het innige gebed dat ze deed geknield voor een monstrans met de Heilige Hostie erin, een dreigende inval van de Saracenen in Assisi te verhinderen. Vanaf dat moment wordt zij beschouwd als de redster van Assisi en van San Damiano.

Latere legendes weten zelfs te vertellen, dat zij bij die gelegenheid met de monstrans in de hand, onverschrokken de Saracenen tegemoet gegaan zou zijn, waarop dezen onverwijld de vlucht zouden hebben genomen.

Zij stierf op 59-jarige leeftijd.

Verering & Cultuur
Haar lichaam is nog steeds te zien in een glazen schrijn in haar basiliek te Assisi.
Zij is medepatrones van Assisi (Italië) en van Santa-Clara op Cuba; in Nederland is er een St-Claraziekenhuis in Rotterdam; in Gorkum zijn een tehuis en een school naar haar genoemd. In Californië zijn er een plaats, een gebergte (‘sierra’) en een rivier naar haar genoemd; Bahia kent een stadje Santa Clara; Ecuador een eiland Isla Santa Clara en Utah een rivier.

Zij wordt afgebeeld als claris (met bruin- of zwartwollen habijt, dat om het middel enigszins is opgebonden), met de staf van de abdis, met een kruis, een lelie (symbool van maagdelijkheid), regelboek, en zeer vaak met een monstrans en soms met een brandende lamp (verwijzing naar haar naam en naar Jezus’ verhaal van de wijze maagden).

Zij is patrones van de wasvrouwen, naaisters en borduursters, en van de vergulders. Zij wordt ook aangeroepen tegen oogkwalen en koorts (zelf had zij daar 27 jaar last van). In 1958 werd zij door Paus Pius XII uitgeroepen tot patrones van de televisie: in het jaar voor haar dood was zij al zo verzwakt dat zij zelfs met kerstmis haar cel niet kon verlaten om in Assisi. Drie kilometer verderop, de nachtmis bij te wonen. Het verhaal vertelt dat zij vanaf het ziekbed in haar cel voor haar ogen de kerstplechtigheden in de kerk van Assisi zag gebeuren. Mede op grond van deze legende wordt haar voorspraak ingeroepen tegen oogkwalen; daar wordt ook de betekenis van haar naam (‘klaar’, ‘helder’) mee in verband gebracht. Zij helpt ook koortslijders; dat komt omdat het water uit haar bron, de ‘Fontaine de Sainte Claire’ in het Franse plaatsje Guéret geneeskrachtige werking bleek te hebben vooral voor koortspatiënten.

Sinds de hervormingen van de liturgische kalender door het Tweede Vaticaans Concilie (1970) is haar feest voor de hele kerk vastgesteld op 11 augustus.



zondag - 11 aug

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.



zondag - 11 aug

Sneek 10:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek


zondag - 11 aug

Sneek 11:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. het Intermezzo koor o.l.v. F. Haaze



zondag - 11 aug

Sneek 13:00 PKN Viering

Koninginnebrug, Sneek

Sneekweekdienst met Rockdominee Andries de Boer



maandag - 12 aug

Hele dag Feestdag Innocentius XI, paus

Innocentius XI, Rome, Italië; paus; † 1689.

Feest 12 augustus.

Hij was in 1611 te Como geboren en heette Benedetto Odascalchi. Hij doorliep een glanzende carrière en stond bekend om zijn eenvoud, beminnelijkheid en armoedebeleving. In 1650 werd hij bisschop van de Italiaanse stad Novara. Tijdens het conclaaf van 1670 was hij al kandidaat voor het pausschap, maar de Fransen wisten hun zin door te drijven en de keus viel op Clemens X († 1676).

Na diens dood zes jaar later werd hij alsnog opgeroepen om de leiding van de kerk op zich te nemen. Hij noemde zich heel toepasselijk Innocentius (= ‘onschuldige’). Onmiddellijk begon hij maatregelen te nemen tegen het nepotisme in de kerk en tegen geestelijken die hun ambt op de een of andere manier onwaardig waren. Daarnaast was hij een ijverige bevorderaar van het catechetisch onderricht aan de gelovigen. Krachtig trad hij op tegen eigentijdse dwaalleren, zoals Jansenisme en Quiëtisme.

Het is mede aan Innocentius te danken dat in 1683 Wenen voor een Turkse invasie gespaard bleef. Daarnaast verdedigde hij met succes kerk en pausschap tegen de absolutistische aanspraken van de Franse zonnekoning Lodewijk (Louis) XIV. Hij werd op 7 oktober 1956 door paus Pius XII zalig verklaard.



maandag - 12 aug

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 13 aug

Hele dag Feest H. Pontianus en H. Hippolytus, martelaren

Pontianus paus, Sardinië, Italië; † 235.

Afbeelding van Pontianus
1640, gravure. België, Antwerpen, in:RR1.1640 (19nov).

http://www.heiligen.net/afb/08/13/08-13-0235-pontianus_1.jpg

Afbeelding van Hippolytus
Bijschrift: ‘Eapolyte, papa’ (= Hippolytus, paus).
Hij wordt met een zak om zijn nek verdronken in de Tiber.
16e eeuw, muurschildering. Roemenië, Suceava, St-Johannes-Nieuwe.

http://www.heiligen.net/afb/08/13/08-13-0235-hippolytus-romekerkvader_6.jpg

Feest 13 augustus.

Pontianus werd op 21 juli 230 gekozen als bisschop van Rome. Daarmee was hij de opvolger van Sint Urbanus I († 230; feest 25 mei). Op dat moment was er ook nog een tegenpaus in het spel: Sint Hippolytus († 235; feest 13 augustus).

Hippolytus bezat een radicaal karakter. Ten aanzien van de vraag, of de Kerk zich eerder barmhartig moest opstellen tegenover grote zondaars dan streng, vond hij dat de Kerk niet streng genoeg kon zijn. Maar de bisschop van Rome, Paus Callixtus († 222; feest 14 oktober), was juist van de tegenovergestelde mening. Daar kwam nog bij, dat Callixtus een gewezen slaaf was – dus van een lage maatschappelijke klasse; terwijl Hippolytus waarschijnlijk zelfs van adel was, in ieder geval waren zijn manieren zeer verfijnd. Dat standsverschil stak hem ook. Dit alles maakte, dat hij zich tot alternatieve bisschop van Rome liet uitroepen: tot tegenpaus dus. Als zodanig stond hij aan het hoofd van een groepje gelovigen dat zich rond hem had geschaard, en dat uit de meer invloedrijke kringen afkomstig was. Hippolytus volhardde ook in zijn rigoristische opstelling, toen Callixtus stierf en er een nieuwe paus was gekozen, Urbanus († 230; feest 25 mei); ja zelfs toen deze weer opgevolgd werd door Pontianus, veranderde er niets aan zijn houding.

Onder keizer Maximinus Thracius (235-238) braken er christenvervolgingen uit. Die maakte geen onderscheid tussen al de partijen en partijtjes die er in de christengemeente bestonden. Zo kwam het dat Hippolytus in gezelschap van Pontianus en waarschijnlijk nog vele anderen naar het eiland Sardinië werd verbannen. Beiden werden veroordeeld tot dwangarbeid in de steengroeven. Daar hebben de twee zich met elkaar verzoend. Pontianus stierf in 235, naar men aanneemt op 19 november. Zijn feestdag is 13 augustus, waarschijnlijk de dag van de overbrenging van zijn lijk naar zijn laatste rustplaats. Toen Hippolytus niet lang daarna ook stierf, werd hij door paus Fabianus († 250; feest 20 januari) bijgezet in de grafkamer van Pontianus, aan de Via Tuburtina, en kreeg hij dezelfde feestdag.

Pontianus werd opgevolgd door Sint Anterus († 236; feest 3 januari). Fabianus liet hun relieken naar Rome overbrengen, waar Pontianus werd begraven in de pausgroeve van de catacomben van Calixtus. In 1909 werd zijn grafschrift teruggevonden.



dinsdag - 13 aug

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 14 aug

Hele dag Feest H. Maximilian Kolbe, martelaar

Maximilian (gedoopt Rajmund) Kolbe ofm, Auschwitz, Polen; martelaar onder nazi’s; † 1941.

Afbeelding van Maximilian

ca 1990 (?). Glazuur. België, Leuven, Minderbroederconvent. Maximiliaan Kolbe omringd door scenes uit zijn leven.

http://www.heiligen.net/afb/08/14/08-14-1941-maximilian_1.jpg

Feest 14 augustus.

Maximilian Kolbe was een franciscaan van Poolse afkomst. Hij was geboren op 7 januari 1894 in Zdunska, niet ver van de stad Lodz geboren. In 1910 trad hij in bij de franciscanen, deed zijn studies in Rome, en werd in 1919 priester gewijd. Ogenschijnlijk was er niets bijzonders aan de hand met deze bescheiden man. Pas door zijn heldhaftige dood kwam de verborgen kwaliteit van zijn leven aan het licht.

Aanvankelijk gestationeerd in Krakow richtte hij een katholiek weekblad op. Het was een groot succes en werd overgeplaatst naar de het plaatsje Niepkalanow niet ver van de Poolse hoofdstad Warshaw. Er werd een nieuwe franciscaner communiteit aan toegevoegd. In 1930 ging hij als missionaris naar het Japanse Nagasaki. In beide steden was zijn parochiekerk toegewijd aan Maria Onbevlekt Ontvangen, voor wie hij dan ook bijzondere devotie had. In 1936 keerde hij als overste van de communiteit van Niepkalanow terug. In 1939 vielen de Duitsers Polen binnen. Op 19 september van datzelfde jaar werd hij gearresteerd en afgevoerd naar Lamsdorf. Maar uitgerekend op 8 december, feest van Maria Onbevlekte Ontvangen, werd hij weer vrijgelaten. Onvermoeibaar zette hij zijn werk voort: hij gaf illegale krantjes en vlugschriften uit, hielp honderden Joodse vluchtelingen ontsnappen en veranderde zijn huis in een toevluchtsoord voor wie maar in die barre tijden bescherming en veiligheid zocht.

In 1941 werd hij voor de tweede keer opgepakt. Nu deporteerden de Nazi’s hem naar Auschwitz. Hij vergat in de barre omstandigheden van dat kamp zijn priesterroeping niet. Hij bad en troostte voor zover het in zijn vermogen lag. Maar in zijn bescheidenheid leidde hij toch een tamelijk onopgemerkt leven.

Tot het moment dat Kampfführer Fritsch besloot tien mensen te laten doodhongeren in de hermetisch afgesloten kelder van bunker 11: geen eten, geen drinken, geen licht, geen lucht. Het lot viel o.a. op Gajowniczek, een Poolse huisvader met twee kinderen. Onmiddellijk wendde pater Kolbe zich tot de kampcommandant. Deze schreeuwde: “Wat mot je, Poolse zwijn?”

In alle rust antwoordde Pater Kolbe: “De plaats innemen van deze ter dood veroordeelde.”
“Waarom?”
“Ik ben oud en ziek. Hij heeft vrouw en kinderen.”
“En wie ben jij dan wel?”
“Een Pools priester.”
Het verzoek werd ingewilligd. Nummer 5659 op de lijst werd vervangen door 16670. Het schijnt dat Pater Kolbe in zijn opsluiting aldoor hardop heeft gebeden. Hij behoorde tot de vier die tenslotte overbleven en met een dodelijke injectie om het leven werden gebracht.

Verering & Cultuur

Het is bij het lezen van zijn verhaal, alsof men Jezus zelf hoort: “Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden” (Johannes 15,13).
Toen hij in 1982 door Paus Johannes Paulus II heilig werd verklaard, behoorde Gajowniczek tot de aanwezigen, met zijn beide kinderen.
Hij is patroon van de politieke gevangenen.
In 1990 maakte de Poolse regisseur Krzysztof Zanussi een film over zijn leven.



woensdag - 14 aug

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


donderdag - 15 aug

Hele dag Hoogfeest Maria ten Hemelopneming

Maria. Dood en Legende van haar opneming in de hemel

Afbeelding van de Hemelvaart van Maria
De apostelen staan beneden geschaard rond het lege graf van Maria.
Vol verwondering kijken ze omhoog naar haar opname en kroning in de hemel.
1509, Albrecht Dürer, schilderij. Duitsland, Frankfurt/Main, Historisches Museum.

http://www.heiligen.net/afb/08/15/08-15-0048-maria-doodhemel_11.jpg

Feest 15 augustus.

In 1950 kondigde paus Pius XII als dogma (‘officieel leerstuk’) af dat Maria met lichaam en ziel in de hemel was opgenomen.
Op dat moment bestond dit feest al zowat vijftienhonderd jaar en werd het zowel in de Latijnse kerk van het westen als in de orthodoxe kerken van het oosten gevierd op 15 augustus, dezelfde dag als haar afsterven.  
Hoe gelovigen zich geleidelijk een beeld vormden van Maria’s sterfbed en dood wordt verteld in de apocriefe evangelies en handelingen.

Wens van de gelovigen
Datzelfde geldt voor Maria’s tenhemelopneming. Weer zijn het de apocriefe verhalen uit de 5e en 6e eeuw die ons informeren. Drie dagen na haar begrafenis daalt Jezus uit de hemel neer, vergezeld door een koor van engelen. Hij begroet de verzamelde apostelen, zoals Hij deed op paasmorgen: ‘Vrede zij u…’ Nu antwoorden zij met een vers uit de Latijnse versie van Psalm 33: ‘Laat uw ontferming, Heer, over ons komen, zoals wij van u hadden gehoopt.’  Dan herinnert Jezus hun eraan dat hij hen had uitverkoren om te heersen over de twaalf stammen van Israël. Krachtens die uitverkiezing vraagt Hij nu aan hen welke wens zij koesteren voor zijn moeder. Hun antwoord luidt: ‘Zoals u uit de dood bent opgewekt tot een nieuw leven bij de vader in een verheerlijkt lichaam, zo vragen wij dat nu ook voor haar.’ Daarop gaf Jezus bevel aan de aartsengel Michaël de steen van het graf weg te rollen. Hij richtte zich tot het dode lichaam met een citaat uit het Hooglied: ‘Lieve vriendin van mij, en mij het meest nabij: verrijs.’ En zo geschiedde. Maria sprak geknield voor de Heer een dankgebed uit. Daarop nam Jezus haar op en vertrouwde haar toe aan de engelen.

We herkennen nog altijd het thema dat Maria als eerste Jezus mag volgen in zijn heerlijkheid. Maar bij nader inzien schuilt hier nog een mooie bijzonderheid. Blijkens dit verhaal vraagt de Heer aan zijn gelovigen wat zij verlangen. En het is dus krachtens het gebed en het verlangen van de geloofsgemeenschap, de Kerk, dat Maria met lichaam en ziel in de hemel wordt opgenomen. Want de Heer verhoort het gebed van zijn gelovigen.

Afbeelding
Jezus, door engelen gedragen, neemt Maria als zijn beminde op en draagt haar naar de hemel.
 [ca 1450, plafondschildering. Nederland, Loppersum, Petrus- en Pauluskerk]

http://www.heiligen.net/heiligen/05/00/05-00-2015-7-marias-tenhemelopneming2.jpg

Theologie
Uiteindelijk komen die verhalen terecht in de theologie van de kerkelijke schrijvers.
De eerste die daar uitvoerig bij stil staat, is Modestus van Jeruzalem († 630). Het gehele verhaal, zoals hierboven verteld, wordt door hem in zijn theologie opgenomen.
Naar diezelfde Modestus verwijst dan ook paus Pius XII als hij in 1950 Maria’s tenhemelopneming als dogma afkondigt.

Thomas’ eerherstel
Net als bij de verhalen over Maria’s afsterven, bestaan ook hier verschillende varianten.

De meest curieuze is die rond de apostel Thomas. Zoals we in de vorige aflevering hoorden, werden alle apostelen van over de hele wereld in een wolk naar Jeruzalem overgebracht om als getuigen aanwezig te zijn bij Maria’s dood en tenhemelopneming. Maar Thomas moest helemaal vanuit India worden aangevoerd. Hij kwam dan ook te laat. Terwijl hij nog door de lucht zweefde kruiste hij de baan die Maria reeds beschreef in haar opgang naar de hemel. Zij wierp hem haar sjerp toe als bewijs dat zij in de hemel was opgenomen.
Toen Thomas te midden van de anderen neerdaalde, kon hij aan de nog treurende mede-apostelen verkondigen wat er met Maria gebeurd was. Ze lachten hem uit. Waarop hij de sjerp liet zien. Zij begaven zich naar het graf en bevonden het inderdaad leeg.
Zo werd Thomas, van wie in het evangelie wordt gezegd dat hij ongelovig was, in ere hersteld.
Nu waren het immers de anderen die zich ongelovig toonden, en stonden alle apostelen weer op gelijke voet met elkaar.
 
Afbeelding Maria ten hemelopneming.
Beneden:  de apostelen verzameld rond haar sarcofaag. Linksboven ontvangt Thomas Maria’s sjerp van een engel.
[ca 1925, glasschilderkunst. Frankrijk, Bretagne, St-Méloir-des-Ondes

http://www.heiligen.net/heiligen/05/00/05-00-2015-7-marias-tenhemelopneming4.jpg

Maria binnengeleid in het paradijs
In een van de versies van dit verhaal wordt beschreven hoe Jezus zijn moeder binnenleidt in het eeuwig leven. Zij ontmoet de aartsvaders van wie verteld wordt dat zij door de Heer opgenomen waren in het paradijs: Henoch, Mozes en Elia. Zij krijgt de heerlijke woonplaatsen en kronen te zien van de martelaren. Zij ruikt de hemelse geuren en krijgt te eten van de bomen in het paradijs. Zij ziet de voorraadschuren waarin sneeuw, regen en winden zijn opgeslagen om ze op hun tijd uit te zenden over de aarde. Zij treedt door de poort het hemelse Jeruzalem binnen. De engelen begroeten haar met een diepe buiging. Omhoog kijkend ziet zij woontenten, gehuld in wierookgeur en engelenzang: ‘Mijn Heer, vraagt zij, wie verblijven daar?’ ‘De rechtvaardigen; zij wachten op de definitieve opstanding der doden.’ En zij voelt een warme vreugde. Dan kijkt zij neer op een zeer donkere streek, waar zwarte rook en stinkende zwaveldamp uit opstijgt. Er brandt een  hevig vuur en er klinken geschreeuw en gehuil uit op. ‘En wie liggen daar?’ ‘Het is de streek van de hel. Daar verblijven de zondaars ten prooi aan kwellende wroeging tot de laatste dag, omdat zij mijn genade hebben verkwanseld en mijn goddelijke geboden geminacht.’ Nu voelt Maria verdriet en medelijden en zij vraagt haar Heer om een zachte behandeling vol erbarmen voor de zondaars, want de mens is zwak. En de Heer belooft het.
Die laatste zin maakt een nieuw perspectief open. Maria die voor de zondaars ten beste spreekt aan de zijde van de Heer in de hemel.
http://www.heiligen.net/heiligen/05/00/05-00-2015-7-marias-tenhemelopneming6.jpg
Afbeelding (rechts)
Jezus bij het Laatste Oordeel. Maria aan zijn zijde kijkt vol zorg om naar de zondaars beneden.       [ca 1515, Michelangelo, wandschildering. Italië, Rome, Vaticaanstad, Sixtijnse kapel]



donderdag - 15 aug

Blauwhuis 19:30 Eucharistieviering - Hoogfeest Maria ten Hemelopneming

Sint Vituskerk, Blauwhuis

m.m.v. het Antoniuskoor met leden van alle koren van de Sint Antoniusparochie o.l.v. Hannie Zonderland, dirigent en Jan Zonderland, organist

Onder voorbehoud zal worden gezongen:

  • de VIIIe Gregoriaanse mis
  • Laudate Omnes Gentes
  • vele Maria liederen, o.m.
    • Wij groeten U o Koningin
    • Ave Maria van J. Haagh
    • O Sterre der Zee


donderdag - 15 aug

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering Maria ten Hemelopneming

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.

 



vrijdag - 16 aug

Hele dag Feestdag van de H. Stefanus van Hongarije

Stefanus (ook István; oorspronkelijk Vaik of Vajk) I van Hongarije, Boedapest, Hongarije; eerste christenkoning; † 1038.

Afbeelding van Stefanus van Hongarije
< 1700. Schilderij. Hongarije, Történelmi Képcsarnok.

http://www.heiligen.net/afb/08/16/08-16-1038-stefanus_1.jpg

 
Feest 16 augustus & 2 september (overwinning op Turken 1686).

Geschiedenis

Hij werd rond 970 in de Hongaarse stad Esztergóm geboren als Vajk (of Vaik), zoon van fejedelem (ook vojvoda = vorst) Géza (of Geysa). In die tijd viel Hongarije nog onder het bisdom Passau en er kwam een priester uit de St-Peregrinuskerk om hem te dopen, waarbij hij de naam István (= Stefanus) ontving. Zijn vorming kreeg hij van de heilige Adalbertus van Praag († 997; feest 23 april). Toen zijn vader Geysa in 977 stierf, volgde hij hem op als ‘Voivoda’ der Hongaren. In 995 huwde hij met Gisela, die later eveneens als heilige zou worden vereerd († 1065; feest 7 mei).

Met Kerstmis van het jaar 1000 werd hij door Paus Silvester II († 1003) in Esztergóm tot eerste koning van Hongarije gezalfd en gekroond; daarmee werd hij de grondlegger van het koningshuis Árpád. Bij die gelegenheid verleende Silvester hem de eretitel van ‘apostel-koning’. Het was niet alleen de geestelijke rijkdom van deze nieuwe godsdienst die hem aantrok, hij zag er ook een uitstekend middel in om de eenheid in zijn rijk tot stand te brengen. Vandaar dat hij alle stamhoofden beval de nieuwe godsdienst aan te nemen. Als er waren die zich onwillig of zelfs opstandig toonden, schuwde hij niet geweld te gebruiken. Om het christendom onder zijn mensen ingang te doen vinden, deed hij een beroep op geestelijken uit het buitenland. Hij had een goede neus. Zo kwam abt Gerard van het Venetiaanse klooster San Giorgio Maggiore op zijn pelgrimstocht naar Jeruzalem bij de koning aankloppen om te overnachten. De monnik maakte zo’n indruk op de vorst, dat deze hem met klem vroeg zijn plannen op te geven, voortaan bij hem in de buurt te blijven en de verkondiging van het evangelie in Hongarije op zich te nemen. Hij zou de eerste bisschop worden van Csanád (of Chunad), stierf in 1046 de marteldood en wordt in Hongarije nog altijd vereerd als Sint Gellert (feest 24 september).

Ook Stefanus’ zoon Emmerik (of Imre), die rond 1007 geboren moet zijn, staat te boek als heilige. Zijn opleiding vertrouwden zijn ouders toe aan bisschop Gerard. Zodra de jongen tot de jaren van het verstand was gekomen, wilde Stefanus hem betrekken bij zijn bestuursactiviteiten. Vandaar dat hij voor zijn zoon een vorstenspiegel liet maken. Dat is een boekje, waarin alle deugden stonden opgesomd, waarover een christenvorst diende te beschikken. Voordat Emmerich het geleerde goed en wel in praktijk kon brengen, kwam hij om tijdens een jachtpartij, vierentwintig jaar oud († 1031; feest 4 november).

Stefanus was een bekwaam en krachtig leider. Hij behaalde in menige oorlog de overwinning, bezorgde zijn volk voorspoed en een uitstekende grondwet, maar vooral had hij oog voor het geestelijk welzijn van zijn mensen. Hij droeg zorg voor een goede kerkelijke organisatie, vestigde in minstens tien steden een bisschopszetel (waaronder Györ, Pécs en Veszprém), stichtte kloosters (waaronder in 1002 het nog bestaande Szent Márton [= Sint-Maarten], nu: Pannonhalma), haalde naast bisschop Gerard nog vele andere monniken naar Hongarije en stelde zijn rijk onder de bescherming van Onze Lieve Vrouw.

Hij stierf op haar feestdag, 15 augustus, van het jaar 1038. Op 20 augustus werd hij bijgezet in de voor hem gebouwde basiliek in Székesfehérvár, noordoostelijk van het Balatonmeer.

Verering & Cultuur

Stefanus werd heilig verklaard onder St Ladislaus I van Hongarije door de feestelijke verheffing van zijn relieken in 1083, samen met die van Sint Emmerik. In Hongarije geldt hij niet alleen als heilige, maar ook als nationale held. In een schrijn in de Szent-Istvánbasiliek wordt zijn rechterhand bewaard: het is een nationale relikwie. Ook de kroon die hij op kerstmis van het jaar 1000 uit handen van paus Silvester II ontving, is een van de kostbaarste herinneringen aan hem; het kleinood is dan ook meermalen ontvreemd. Onlangs nog, januari 1978, werd dit nationale symbool door de Verenigde Staten aan Hongarije teruggegeven; nu bevindt het zich in het Nationaal museum te Boedapest.

De dag van zijn begrafenis (20 augustus) is in Hongarije een nationale feestdag met een grote processie in Boedapest. Tijdens de communistische overheersing van 1948 tot 1989 werd het feest omgedoopt tot Dag van de Grondwet. Toen Oostenrijk-Hongarije in 1686 de overwinning op de Turken behaalden, schreven de Hongaarse gelovigen die zege toe aan de bescherming van de Heilige Maagd Maria en aan de voorspraak van hun heilige Koning Stefanus.

Hij is patroon van Hongarije en van de naar hem genoemde (ridder)orden, genoot- en broederschappen.

Hij wordt afgebeeld als koning met ernstige blik in vorstelijke kledij (hermelijnen mantel, scepter en Byzantijnse Stephanuskroon op het hoofd met een scheef kruisje als gevolg van een ongeluk met de kroon); soms biedt hij de kroon aan Maria aan; met een vlag of vaandel waarop een afbeelding van Maria te zien is (hij stelde zijn rijk immers onder haar bescherming); met een kerk in de hand (hij stichtte twee aartsbisdommen en acht bisschoppelijke zetels); met dubbelkruis (hij ontving op grond van pauselijke privileges het metropolitanenkruis).



vrijdag - 16 aug

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zaterdag - 17 aug

Hele dag Feest H. Clara van Montefalco

Clara van Montefalco (kloosternaam de Cruce of van het Kruis) oesa, Italië; kloosterlinge; † 1308

Afbeelding van Clara van Montefalco
De zesjarige Clara vraagt haar zus Johanna bij haar te mogen intreden in het klooster.
14e eeuw, fresco. Italië, Montefalco, Santa Chiara.

http://www.heiligen.net/afb/08/17/08-17-1308-clara_1.jpg

 
Feest 17 augustus.

Zij werd rond 1268 geboren in het Italiaanse plaatsje Montefalco, niet ver van Spoleto. Van jongs af aan voelde zij zich bijzonder aangetrokken tot het religieuze. Op zesjarige leeftijd al voegde zij zich bij haar zus Johanna van Montefalco († 1291; feest 22 november) die op dat moment overste was van het plaatselijke klooster van Heilig Kruis (Santa Croce). De zusters leefden volgens de regel van de tertiarissen van Sint Franciscus. Anderen menen echter dat het de regel was van Sint Augustinus. Hoe dan ook, in 1290 werd zij abdis in datzelfde klooster. Daar legde zij zich toe op een Godgewijd leven van uiterste soberheid en gestrengheid; van nederigheid en bescheidenheid. Weinstein en Bell wijzen er op dat er in die tijd meer vrouwen waren die een heroïsch religieus leven leidden, niet alleen door zich toe te leggen op persoonlijke devotionele praktijken, maar ook door armen te helpen en mensen met wijze raad en daad bij te staan. Zij leefden in de tijd dat de Renaissance in opkomst was. De rijkdom van de burgers in de steden nam toe, waardoor velen zichzelf in hun gevoel van eigenwaarde begonnen te verheffen en te overschatten.

Zij had een grote devotie voor het lijden van Christus. Naar het schijnt hebben kerkelijke prelaten na haar dood haar hart opengesneden. Dit wordt herdacht op 30 oktober: Impressio Crucifixi in corde Santae Clarae (Afdruk van het kruis in het hart van Sint Clara). Daarin troffen ze aan een afdruk van Jezus’ lijdenssymbolen: aan de ene kant het kruis met de spijkers, de sponsen  de rietstok; daar tegenover: de gesel met vijf strengen, de geselkolom en de doornenkroon. Bij het opensnijden van haar gal bleken daarin drie galstenen te zitten. Merkwaardig was – aldus de documenten – dat willekeurig twee stenen opwogen tegen de derde. Men zag hierin een symbolische verwijzing naar de Heilige Drie-Eenheid.

Niet allen tijdens haar leven werden op haar gebed vele zieken van hun kwalen genezen, ook na haar dood. Talloos zijn de berichten van wonderbaarlijke gebedsverhoringen. Zo zou zij een vijfjarig jongetje dat thuis dodelijk was verongelukt  onder omvallend huisraad, tot het leven hebben teruggebracht. Ook bij een verdronken meisje van zes jaar wist zij weer de levensgeesten op te wekken. Een plaatsgenoot van haar, een zekere Cecchus Spei, had van zijn geboorte af mismaakte voeten, waardoor hij op eigen kracht niet overeind kon blijven staan. Hij nam zijn toevlucht tot het graf van de heilige Clara, en na enkele ogenblikken van intens gebed voelde hij hoe er kracht kwam in zijn voeten, en voor het oog van de verbijsterde aanwezigen bleek hij ineens te kunnen lopen. Een andere plaatsgenoot die Antonius heette, had een verlamde linkerknie, zodat ook hij niet kon staan. Hij werd van zijn kwaal verlost op het graf van Sint Clara.

Zij werd heilig verklaard in 1881.

Patronaten
Vooral door de vermelde wonderen die op haar graf plaats vonden, is zij patrones geworden van allen die aan voetkwalen – en met name klompvoeten – lijden.



zaterdag - 17 aug

Sneek 10:00 Eucharistieviering

Ielânen, woonzorgcentrum Sneek Ielânen, woonzorgcentrum, Sneek


zaterdag - 17 aug

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met Johan en Geeske en het Ceacilliakoor.

 



zondag - 18 aug

Hele dag Feestdag H. Alberto Hurtado

Alberto Hurtado sj, Vina del Mar, Chili; zielzorger der armen; † 1952.

Afbeelding van Alberto Hurtado
< 1952. Portret
Italië, Rome, Jezuïeten-jaarboek 2000.

http://www.heiligen.net/afb/08/18/08-18-1952-alberto_1.jpg

Feest 18 augustus.

Alberto wordt geboren in 1901; zijn vader is herenboer, maar sterft al, als Alberto nog maar vier jaar oud is. Tot armoede vervallen wordt het gezin opgevangen door rijkere familieleden in de hoofdstad Santiago. Eenmaal leerling van het Sint-Ignatiuscollege aldaar dat geleid wordt door de paters jezuïeten groeit in hem het verlangen om ook jezuïet te worden. Toch is hij genoodzaakt na zijn eindexamen eerst geld te verdienen voor zijn familie; overdag studeert hij rechten aan de universiteit, en ’s avond verdient hij geld met bijbaantjes. Hij treedt in bij de jezuïeten op tweeëntwintigjarige leeftijd. Een flink stuk van zijn opleiding vindt plaats in België, respectievelijk aan de universiteit van Leuven, en in het opleidingshuis te Drongen bij Gent.

Eenmaal terug in Chili gaat hij voortvarend aan het werk. Hij wordt leraar aan zijn eigen St-Ignatiuscollege. Daarnaast is hij een veel gevraagd leidsman, vooral voor jongeren. Velen vinden hun weg naar het priesterschap of het religieuze leven, waaronder de jezuïetenorde.

Voortdurend klinkt in hem de vraag: ‘Wat zou Christus doen in mijn plaats?’ Deze vraag dwingt des te meer, wanneer hij de grote armoede om zich heen ziet onder clochards, zwerfkinderen, vereenzaamde bejaarden, krottenwijken. Voor hen sticht hij de zogeheten ‘Hogar de Cristo’ (‘Christustehuis’). Ze zullen zich in de jaren daarna over het hele land verspreiden; op dit ogenblik zijn het er zo’n achthonderd.

Alberto schrijft: ‘Een van de eerste eigenschappen die we moeten teruggeven aan onze misdeelden is het bewustzijn van hun waarde van personen, hun waardigheid als burgers, meer nog van kinderen van God.’

Ook op andere terreinen is hij actief. Hij bouwt een groot retraitehuis, sticht een katholieke vakbond en start een intellectueel tijdschrift. Intussen geeft hij retraites en conferenties, houdt hij spreekbeurten en schrijft hij boeken.
In het voorjaar van 1952 openbaart zich een agressieve vorm van kanker. Hij sterft na enkele weken, op 18 augustus; eenenvijftig jaar oud.
Paus Benedictus XVI verklaarde hem heilig op 23 oktober 2005.



zondag - 18 aug

Sneek 00:00 PKN Viering

Antonius Ziekenhuis, kerkzaal, Sneek


zondag - 18 aug

Sneek 11:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

m.m.v. het Sint Caeciliakoor o.l.v. F. Haaze

Onder voorbehoud zal worden gezongen:

  • de VIIIe Gregoriaanse mis
  • Salve Regina Gregoriaans


maandag - 19 aug

Hele dag Feestdag H. Jean Eudes

Jean Eudes, Caen, Frankrijk; priester; † 1680.

Afbeelding van Jean Eudes
< 2003. Icoon door Zusters Harissa
Libanon, Harissa.

http://www.heiligen.net/afb/08/19/08-19-1680-jean_2.jpg

Feest 19 augustus.

Hij werd op 14 november 1601 geboren in het Normandische plaatsje Ri bij Argentan. Op vierentwintigjarige leeftijd ontving hij de priesterwijding bij de Oratorianen.
Als parochiepriester waagt hij tot twee keer toe zijn leven door lijders aan de pest op te zoeken en te verplegen. Hij is een beroemd volksmissionaris. Als bekend wordt dat hij ergens zal preken, stromen de mensen met duizenden toe.
Nog in 1639 benoemd tot overste van de Oratorianen, verlaat hij vier jaar later de Congregatie en sticht de Congregatie van Jezus en Maria (CJM, ook Eudisten genoemd). Zij legt zich met name toe op de devotie tot de Heilige Harten van Jezus en Maria en op een zorgvuldige priesteropleiding in de geest van de besluiten van Concilie van Trente (1570). Paus Clemens X († 1676) geeft zijn officiële goedkering aan de statuten. Eudes zelf blijft tot aan zijn dood algemeen overste.

Hij wordt beschouwd als een van de grootste religieuze vernieuwers van Frankrijk.

Hij werd heilig verklaard in 1925.



maandag - 19 aug

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


dinsdag - 20 aug

Hele dag Feestdag H. Bernardus van Clairvaux, kerkleraar

Bernardus van Clairvaux (ook de Grote) o.cist., Frankrijk; stichter & abt; † 1153.

Afbeelding van Bernardus van Clairvaux
Boekversiering in Butler: ‘Lives of the Saints’, Engeland, Londen.

http://www.heiligen.net/afb/08/20/08-20-1153-bernardus_5.jpg

Feest 20 augustus.

Bernardus’ afkomst

Bernardus werd vermoedelijk in 1091 geboren te Fontaine-les-Dijon uit een adellijk geslacht. Zijn moeder was Aleth de Montbard († vóór 1150; feest 4 april); zij was reeds op vijftienjarige leeftijd gehuwd met Técelin († ca 1150; feest 4 april), heer van Fontaine-les-Dijon, bijgenaamd ‘de Blonde’. Als het aan moeder had gelegen, was zij zelf liever het klooster in gegaan, maar zij schikte zich in haar lot en volgde haar man naar zijn kasteel. Gelukkig was haar heer een deugdzaam man. Zijn plicht maakte, dat hij haast altijd aan het hof van de hertog van Bourgondië verkeerde, maar ook in dat milieu bewaarde hij zijn godsdienstzin en goede zeden. Het echtpaar kreeg zes zonen en één dochter: Guido († tweede helft 12e eeuw; feest 11 mei), Gerard († 1138; feest 13 juni), Bernard, Hombeline (of Humbelina: † ca 1135; feest 21 augustus), André († tweede helft 12e eeuw; geen feestdag), Barthélémy († tweede helft 12e eeuw; † 9 december), Nivard († tweede helft 12e eeuw; feest 7 februari). In hun opvoeding legden de beide ouders bij hun kinderen de basis voor een onverzettelijke, heilige levenswandel. Moeder besteedde veel zorg en aandacht aan haar kinderen en gaf hun waar ze zelf van leefde: vroomheid en eenvoud. Tijdgenoten zeggen van haar, dat zij van het kasteel een half klooster had gemaakt. Daardoor zou je kunnen zeggen, dat alle kinderen het religieuze leven met de paplepel ingegeven kregen. Ze zijn dan ook uiteindelijk allemaal het klooster ingegaan. De beroemdste werd Bernard.

Toch wees er aanvankelijk niets op dat de onstuimige, radicale Bernard die kant op zou gaan. Maar nadat hij de kloosterschool van Notre-Dame de Châtillon had doorlopen, trad hij in 1112, samen met 5 vijf familieleden en nog 30 edellieden in het klooster van Cîteaux, dat in die tijd onder leiding stond van de grote abt Sint Stephanus Harding († 1134; feest 17 april). Alleen zijn boers Gerard en Nivard waren daar toen nog niet bij; Gerard diende nog in het leger, en zou later intreden. De jongste, Nivard, lieten zij thuis bij vader als troost voor zijn oude dag; hij zou later mét zijn vader naar het klooster komen.

De grote groep nieuwkomers gaf een extra impuls aan de nieuwe orde der Cisterciënzers genoemd naar hun klooster Cîteaux, die al bij abt Robertus van Solesme († 1110; feest 29 april) begonnen was en door de nieuwe ordesregel, ‘Charta Caritatis’ geheten, van de hand van Stefanus Harding zijn beslag had gekregen.

De Cisterciënzer beweging

Vanuit Cîteaux stichtte Bernardus en zijn gezellen kloosters in La Ferté-sur-Grosne (1113), Pontigny (1114), Morimond en Clairvaux-sur-Aube (25 juni 1115); Bernardus werd abt van dit laatste klooster: hij zou er voortaan naar genoemd worden. Deze eerste vier vestigingen worden de ‘eerste vier dochters’ van Sint Bernardus genoemd. Ze werden gevolgd door vele tientallen andere, waaronder Fontenay (1119), Igny (1127), Notre-Dame- d’Aiguebelle (1137) bij Montélimar, Villers bij Villers-la-Ville ten zuiden van Brussel (1146), waarvan de ruïnes nog altijd een geweldige indruk op de bezoeker achterlaten, Aulne (1147) en Cambron (1148). Dankzij zijn inspanningen ontstonden er ook vestigingen in Italië (1120), Duitsland (o.a. Amelunxborn, 1129), Oostenrijk (1130), Engeland en Schotland (o.a. Fountains, 1135, en Melrose, 1136), Tsjechië (o.a. Sedlec, 1142), Portugal (o.a. Alcobaça, 1147) en Spanje (o.a. Santes Creus, 1150, en Poblet, 1153). Bekende cisterciënzerabdijen in Zuid-Frankrijk zijn voorts Silvacane (1144), Fontfroide, dat zich in 1146 bij de orde voegde, Sénanque (1148) en Le Thoronet, aanvankelijk al elders begonnen, maar rond 1155 verhuisden de monniken naar de huidige vestiging. Dit alles overziende is het duidelijk, waarom Bernardus ook wel de tweede stichter van de Cisterciënzers wordt genoemd.

De officiële benaming van de orde luidt Sacer Ordo Cisterciensis, afgekort als s.o.cist. of o.s.b.cist.; zij worden Cisterciënzers van de gewone observantie genoemd, ook Bernardijnen genoemd. Na de hoge middeleeuwen voerden zij een aanzienlijke versobering in, vooral in hun kerken en kloostergebouwen.
Zij gaan gekleed in een witte pij met zwart scapulier waaraan de zwarte capuce is bevestigd, alles bijeengehouden met een brede leren riem. In het koor dragen zij een kovel. Leden van de vrouwelijke tak heten Cisterciënzinnen.

Bernardus’ geestelijk leven

In zijn persoonlijk leven was hij uiterst sober en streng. Volgens zeggen dreef hij bij velen duivels uit en verrichtte hij herhaaldelijk wonderen. De kerk van die tijd was een machtige en rijke kerk. In reactie daarop legden de kloosters de nadruk op de vrijwillige armoede die Jezus zijn apostelen voorhield: “Tracht geen goud, zilver of koper te verwerven om daar uw beurzen mee te vullen” (Matteüs 10,09).

Hij verlangde terug naar de armoede en de eenvoud van het begin van het kloosterleven. Maar vele benedictijner kloosters waren in de loop der tijden uitgegroeid tot kapitaalkrachtige grootgrondbezitters; daarmee was de eenvoud en de kloosterlijke geest in zijn ogen verloren gegaan. ‘Zijn’ nieuwe klooster- en kerkgebouwen ademden een rustige sfeer van soberheid; alle weelde en overdaad aan binnen- en buitenkant werden geweerd. Dat bracht hem in botsing met aanhangers van de benedictijner hervormingsbeweging van Cluny, zoals Guillaume van St-Thierry († 1149; feest 8 september) en Petrus Venerabilis van Cluny († 1156; feest 11 mei).

Bernardus’ rol in de kerkelijke troebelen van zijn tijd

De vurige, felle onstuimigheid die bij hem in zijn jeugd al zo opviel, kenmerkte hem ook als predikant en redenaar. Mede daardoor en door zijn intensief geestelijk leven had hij grote invloed op het kerkelijk reilen en zeilen van zijn tijd. Zo was het mede aan hem te danken dat het conflict tussen paus Innocentius II († 1134) en tegenpaus Anacletus († 1138) tot een oplossing kwam. Hiermee houdt ook de bekering verband van de latere heilige Wilhelmus van Maleval († 1157; feest 10 februari).
Na de dood van paus Honorius II († 1130) was Innocentius eigenlijk op onrechtmatige wijze door een minderheid onder de kardinalen tot Honorius’ opvolger gekozen. Er kwam een tegenpaus, Anacletus II. Maar Innocentius kreeg de steun van de meeste vorsten. Op een Concilie in Frankrijk werd ook Bernardus om zijn oordeel gevraagd, omdat hij alom zo hoog in aanzien stond. Bernardus koos partij voor Innocentius, maar nu bleek dat zich onder de medestanders van Anacletus ook Wilhelmus bevond. Hij bestreed te vuur en te zwaard ieder die op de hand van Innocentius was. Nu begaf Bernardus zich naar Poitiers om Wilhelmus daarover te onderhouden. Al gauw bleek dat Wilhelmus niet van zins was om de heilige abt ook maar een duimbreed toe te geven. Integendeel. Onverrichterzake keerde de grote monnik naar zijn kloostercel terug. Intussen hield Wilhelmus in zijn omgeving huis onder Innocentius’ getrouwen: hij bracht grote schade toe aan de kerkelijke goederen. En bisschoppen die hem niet bevielen, verdreef hij uit zijn machtsgebied. Nu stuurde de paus een nieuwe delegatie naar Wilhelmus en weer stond Bernardus aan het hoofd. Het enige wat hij wist te bereiken was dat Wilhelmus paus Innocentius erkende. Maar de machtswellusteling weigerde schadevergoeding te betalen voor alle vernielingen die hij had aangericht en ook de verdreven bisschoppen mochten niet terugkeren.

Daarop begaf Bernardus zich naar de kerk, waar hij overigens niet mocht binnengaan, omdat de hertog hem dat verboden had. De heilige abt las dus de mis op het kerkplein en op het moment dat hij de geconsacreerde hostie toonde, richtte hij zich op zeer strenge toon tot Wilhelmus. Dit was teveel voor de hardvochtige hertog; hij zag zijn wandaden in en wierp zich ter plekke berouwvol voor de voeten van Bernardus neer.

Door zijn toedoen werd paus Innocentius gedwongen de beroemde geleerde Abelardus († 1142) als ketter te veroordelen.
Tijdens de paasdagen van 1146 was hij in Vézelay; daar riep hij in zijn predikaties op tot een tweede kruistocht. Ondanks de deelname van Lodewijk VII van Frankrijk († 1180) en Koenraad III († 1152) van Duitsland zou die onderneming op een mislukking uitlopen.

Devotie tot Jezus’ menselijkheid

Mede door de kruistochten leerde men het Heilig Land kennen. En daardoor raakte men weer sterk doordrongen van Jezus’ menselijk bestaan. Tot dan toe was de Heer voornamelijk afgebeeld als overwinnaar in triomferende majesteit. Bernardus schilderde in zijn preken het lijden van de Heer. Zijn devotie voor Jezus’ menselijkheid was zeer groot. Dat leidde tot de legende, dat Maria hem, toen hij eens in gebed was in de kerk van St-Vorles in Châtillon-sur-Seine, in een visioen melk uit haar borst liet proeven.
Net als in zijn preken liet hij zich in zijn brieven en andere geschriften diepgaand inspireren door de Heilige Schrift. Bekend zijn zijn overwegingen bij het Hooglied van Salomo. Zijn hoofdwerk, ‘De Consideratione’ geschreven rond 1148, droeg hij op aan paus Eugenius III († 1153; feest 8 juli). Reeds tijdens zijn leven gaven zijn bewonderaars hem de eervolle bijnaam ‘Doctor Mellifluus’ (= ‘honingvloeiende leraar’).
Bij Bernardus’ dood telde de cisterciënzer orde 339 kloosters, waarvan er 68 rechtstreeks onder Cîteaux ressorteerden; in Engeland waren er 122, in Italië 88, in Spanje 56 en in Duitsland zeker meer dan honderd.

Verering & Cultuur

Na zijn dood werd hij opgevolgd door de uit Brugge afkomstige abt Robrecht Gruuthuse († 1157; feest 29 april). Het waren Guillaume van Saint-Thierry en Arnoldus van Bonneval († 1156; feest 6 februari), die zich meteen aan een levensbeschrijving zetten.

Ruim twintig jaar na zijn dood, 1174, werd Bernardus reeds heilig verklaard. Paus Pius VIII († 1830) riep hem in 1830 uit tot kerkleraar.

Verder is hij patroon van de Cisterciënzers; vanwege zijn eretitel ‘honingvloeiend van alle beroepen die met bijen te maken hebben, zoals bijenhouders, waskaarsenmakers en wassmelters; van veehoeders; van drinkers (men dronk eerst sint-bernardsminne om zich te beschermen tegen reisgevaren, later werd het een drankje op zondagmorgen bij het ontbijt…); en van stervenden. Daarnaast is hij beschermheilige van bijen en vee en wordt zijn voorspraak ingeroepen voor gezonde kalveren en dientengevolge tegen zieke koeien en hoornvee en tegen alle gevaren in huis of stal.

Bovendien wordt zijn voorspraak ingeroepen tegen (kinder)stuipen, jicht, krampen, reumatiek en zogeheten lopende roos (ook sint-bernardsvuur genoemd).
Hij wordt afgebeeld in cisterciënzer habijt, als abt (met staf); vaak met kruis en Jezus’ lijdenswerktuigen; niet zelden zien we hoe Christus zijn handen losmaakt van het kruis en ze naar Bernardus uitstrekt (berust op een visioen of legende); met regelboek of schriftrol; soms een mijter in zijn nabijheid (slaat op zijn weigering de waardigheid van bisschop te aanvaarden); met bijenkorf of zwerm bijen (vanwege zijn eretitel ‘honingvloeiende leraar’); met duivel of demon aan ketting; regelmatig vinden we de legende afgebeeld dat Maria hem van haar melk te drinken geeft (zogeheten ‘Lactatio Bernardi’).

Volgens de legende zou Sint Bernardus in zijn gebed eens aan Maria gevraagd hebben: “Laat zien dat u moeder bent.” Daarop zou Maria hem enkele druppels van haar moedermelk te drinken hebben gegeven. Zo zou hij door dezelfde borst gevoed zijn als Jezus zelf. Dat moet dan weer verklaren hoe Sint Bernardus zo’n vurig predikant was en dat terwijl hij nooit een erkende studie theologie had gedaan!

Hij had grote liefde voor de Kerk en kon het niet verdragen dat er verdeeldheid was. Toen in zijn dagen een tegenpaus werd gekozen, reisde hij onvermoeibaar rond om de tegenstanders van de rechtsgeldige paus van hun ongelijk te overtuigen. Daarbij ging hij niet altijd even zachtzinnig te werk. Zo werd hij door de paus op ene hertog Willem afgestuurd. Deze had alle kerken in zijn machtsgebied gesloten en leeggeroofd. De bisschoppen had hij verbannen. Bernardus begaf zich naar de kerk om voor de gesloten deur de mis op te dragen. Op het moment dat hij de geconsacreerde hostie toonde, richtte hij zich plotseling op strenge toon tot Willem. Die viel prompt op zijn knieën en gaf zijn ongelijk toe! Zo deed onze heilige dat.

Hij bestreed ketters, riep op tot kruistochten om de Heilige Plaatsen te beschermen tegen de oprukkende Islam. Ze liepen overigens op een faliekante mislukking uit. Daarnaast schreef hij prachtige teksten over mystieke liefde.

Op zijn onvermoeibare zwerftochten door Europa heeft hij wel meer dan honderdzestig nieuwe kloostervestigingen gesticht. Al die kloosters en de bijbehorende kerken wijdde hij toe aan Maria. Het klooster, respectievelijk de kerk als moeder.

Hij is niet de Bernardus waar de sint-bernardshonden naar genoemd zijn: dat was Bernardus van Menthon, een kluizenaar in de Alpen († 1081; feest 28 mei).



dinsdag - 20 aug

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


woensdag - 21 aug

Hele dag Feestdag van de H. Pius X, paus

Pius X (gedoopt Giuseppe Melchiore Sarto), Rome, Italië; paus; † 1914.

Afbeelding van Pius X
Litho met illustratie van de Italiaanse paus Pius X.

http://neon.pictura-hosting.nl/sfa/sfa_mrx_bld/thumbs/500x500/upload/upload_1150/SFA004003615.jpg

Feest 21 augustus

Hij werd op 2 juni 1835 geboren in een eenvoudig gezin in het Italiaanse plaatsje Riese bij Castelfranco Veneto in het bisdom Treviso; indertijd maakte dat nog deel uit van Oostenrijk-Hongarije. Zijn ouders waren zo arm dat de kleine Giuseppe elke dag de 4 kilometer lange weg naar school op blote voeten aflegde om zijn dure leren schoenen te sparen. Hij wilde priester worden en kwam aanvankelijk op het kleinseminarie van Treviso terecht. Het grootseminarie volgde hij te Padua, van waaruit hij de pastoor van het plaatsje Tombolo assisteerde. Deze had een hoge dunk van zijn stagiaire.

Zijn wijding volgde in 1867, waarna hij werd benoemd tot parochiepriester in Salzano. Paus Leo XIII († 1903) wijdde hem in 1884 tot bisschop van Mantua en in 1893 volgde zijn benoeming tot kardinaal en patriarch van Venetië.
Na de dood van paus Leo werd hij op het conclaaf van 4 augustus 1903 tot zijn eigen verrassing tot paus gekozen. De gedoodverfde kandidaat, Leo’s secretaris, kardinaal Mariano Rampolla del Tindarona, werd geweerd door een veto van Oostenrijk.
Giuseppe koos als pausennaam Pius X. Een van de eerste besluiten die hij nam, was het uitvaardigen van een verbod op welke staatsinmenging dan ook bij een pauskeuze.
Als paus zette hij de sobere en eenvoudige levenswijze voort de hij tot dan toe ook als kind, seminarist, priester en kerkvorst had gepraktiseerd. Zijn wapenspreuk luidde: ‘Alle dingen in Christus herstellen’.

Hij is de paus die de dagelijkse communie bevorderde, waarbij hij verwees naar de bede uit het Onze Vader: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Ook vervroegde hij de leeftijd van de Eerste Communie tot zeven jaar. Daarnaast legde hij sterk de nadruk op het leren van de Catechismus (beknopte geloofsleer) door kinderen, juist als ze nog klein waren, want dan waren ze nog het meest ontvankelijk, en ze zouden met deze kennis een schat voor het leven bezitten. Daarnaast voerde hij een aantal hervormingen door in de liturgie.

Tot zijn verdere verdiensten behoren nog de hervorming van de Romeinse Curie, het kerkelijke ambtenarenapparaat, en de grondlegging van het kerkelijk wetboek, de ‘Codex Iuris Canonici’. Vanaf 1909 deed hij een- of tweemaal per maand een soort staatsblad van het Vaticaan verschijnen, de ‘Acta Apostolicae Sedis’, waarin alle officiële teksten van de Apostolische stoel worden gepubliceerd.
Hij keerde zich fel tegen liberale, niet-orthodoxe uitingen en vormen van de katholieke leer en veroordeelde in 1907 het opkomend Modernisme.
Als reactie daarop was hij een krachtig voorstander van het Integralisme.
Tegen het einde van zijn leven was hij ernstig verzwakt. Hij leed aan longontsteking. Geschokt door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, bezweek hij aan zijn ziekte te Rome op 20 augustus 1914.

Verering & Cultuur

Hij werd begraven in de Sint-Pieter te Rome. Zijn opvolger was Benedictus XV († 1922).
Het was paus Pius XII († 1958), die hem in 1951 zalig en in 1954 heilig verklaarde.
Omdat zijn sterfdag samenviel met de feestdag van Sint Bernardus van Clairvaux, werd zijn feest een dag naar achteren geschoven.
Zijn geboorteplaats in het bisdom Treviso heet nu Riese Pio X.
Hij is patroon van esperantisten en van pauselijke werken van de Heilige Kindsheid.
Hij wordt afgebeeld in witte paustoga (geen tiara); met een kruis op de borst.


woensdag - 21 aug

Sneek 09:15 Eucharistieviering

Bonifatiushuis, kapel, Sneek


donderdag - 22 aug

Hele dag Feestdag Maria Koningin van de Hemel

MARIA Koningin van de hemel; ca 480

Afbeelding Maria Koningin van de Hemel
< 1800. Schilderij door Bernardo Rodriguez. Ecuador, Quito, San-Franciscoklooster.

http://www.heiligen.net/afb/08/22/08-22-0048-maria_1.jpg

Feest 22 augustus.

Zoals Jezus na aankomst bij God bekleed werd met koninklijke waardigheid, zo werd ook Maria bij haar aankomst in de hemel door de Vader en de Zoon in de Heilige Geest tot koningin gekroond.
Hoewel er in de bijbel zelf niets staat over Maria als koningin van de hemel, wordt daarover al sinds de middeleeuwen gezongen en gebeden in kerkelijke hymnen en litanieën, zowel in de oosterse als in de westerse kerk. Bekend is de Latijnse hymne ‘Salve Regina’ (= ‘gegroet koningin’). De Litanie van Maria kent de aanroeping: “Koningin van de hemel, bid voor ons.” Het vormt het vijfde geheim van de zogeheten Vijf Glorievolle Geheimen die bij de rozenkrans overwogen kunnen worden (zie MARIA-Rozenkrans: 1571; feest 7 oktober).

Ook in de kerkelijke kunst is dit gegeven vaak afgebeeld. Denk bv. aan het 12e eeuwse mozaïeken in de apsis van de Santa Maria in Trastevere of van de Santa Maria Maggiore, beide te Rome. Of aan de gebeeldhouwde Mariaportalen van de Franse kathedralen; vaak wordt de top ervan gevormd door een tafereel van Maria’s kroning: zo bv. in Reims of Senlis. Prachtig is de wandschildering van Fra Angelico in het San-Marcoklooster te Florence. Of we denken aan plafondschilderingen in Zuid-Duitse, Zwitserse en Oostenrijkse barokkerken.

In 1870 kregen de Spaanstalige bisdommen over de hele wereld toestemming om dit feest te vieren op 31 mei, ter afsluiting van de aan Maria toegewijde meimaand. Eind 1954, het eeuwfeest van de afkondiging van het dogma van Maria’s Onbevlekte Ontvangenis, breidde paus Pius XII († 1958) het feest uit tot over heel de kerk. Sinds de liturgieherziening van het Tweede Vaticaans Concilie(1969) staat het feest op 22 augustus, de octaafdag van 15 augustus, waarop de kerk vanouds viert dat Maria met lichaam en ziel in de hemel is opgenomen. Zo komt de samenhang tussen beide feesten beter tot zijn recht.



donderdag - 22 aug

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


vrijdag - 23 aug

Hele dag Feestdag H. Rosa van Lima

Rosa (ook Rosita; gedoopt Isabella de Flores y Olivia) van Lima (ook a Sancta Maria) op.ter., Perú; mystica; † 1617.

Afbeelding van Rosa van Lima
Rosa van Lima in gebed. 19e eeuw, glasschilderkunst.
Frankrijkl, Bretagne, Dol-de-Bretagne, Cathédrale St-Samson.

http://www.heiligen.net/afb/08/23/08-23-1617-rosa_5.jpg

Feest 23 augustus.

Zij werd op 20 april 1568 als Isabella de Flores y Olivia in de Peruaanse hoofdstad Lima geboren. Op vijfjarige leeftijd zou zij al de geloften van kuisheid hebben afgelegd. Als jonge vrouw van twintig trad zij toe tot de Derde Orde van Sint Dominicus; bij die gelegenheid nam zij de naam Rosa aan.

Als tertiaris leidde Rosa haar godgewijde leven gewoon thuis in een tuinhuisje. Daar leefde zij een leven van boete en versterving, armoede en gebed. Zo liet zij zich vrijelijk steken en bijten door allerhande insecten; immers ook dat zijn schepselen Gods, zo redeneerde zij. Daarnaast leed zij aan allerhande pijnen en kwalen; zij droeg ze op ter intentie van de uitboeting van de zonden in de hele wereld. Behalve dat hielp ze ook behoeftigen en Indianen. Op haar 31e stierf zij.

Verering & Cultuur

Haar relieken bevinden zich in de dominicanenkerk van Lima.

In 1671 werd zij heilig verklaard. Daarmee was ze de eerste heilige van Amerikaanse bodem. Zij draagt als bijnaam ‘de Bloem van Lima’.
Zij is beschermheilige van Zuid-Amerika, West-Indië, de Filippijnen, Perú Lima en de haven van Lima, Callao; sinds 1668 ook van Sittard.
Bovendien is ze patrones van bloemisten, rozenkwekers en tuinlieden en wordt ze aangeroepen tegen besmettelijke ziekten, haarroos (vanwege haar naam) en bij familieruzies.
Tot aan 1978 hield men in het Vlaamse plaatsje Opoeteren in het tweede weekend van augustus de traditionele St-Rosakermis; sindsdien omgedoopt tot bosbessenkermis.
In de kunst wordt zij afgebeeld als dominicanes, vaak met een doornenkroon, omdat ze in haar lijden op Christus lijkt; soms met rozen, verwijzing naar haar naam, naar haar liefde en lijden.
Ook komt men beeltenissen tegen, waar zij het Jezuskind of een kruisbeeld draagt.



vrijdag - 23 aug

Sneek 19:00 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek


zondag - 25 aug

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.



zaterdag - 31 aug

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.

Deurcollecte voor MIVA.


sep 2019

datum/tijd evenement

zondag - 08 sep

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Eucharistieviering met Kinder Woord Dienst

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.

Tijdens de viering is er een Kinder Woord Dienst, begeleid door de Werkgroep Kind en Kerk.



maandag - 09 sep

Sneek 20:00 Orgelconcert

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Alweer het laatste concert uit de serie zomerconcerten uit de Sint Martinuskerk.

M.m.v. Jan Verschuren, organist van de Hartebrugkerk te Leiden.

Aanvang 20.00 uur, toegang €7,00

 



woensdag - 11 sep

Sneek 14:15 KBO – BINGOMIDDAG IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op woensdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: Tineke de Jager



zondag - 15 sep

09:30 - 10:30 Openluchtviering in Greonterp

Met pastoor van der Weide, pastor Foekema en het Ceacilliakoor.

 



donderdag - 19 sep

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zondag - 22 sep

Blauwhuis 11:00 - 12:00 Vormselviering en afsluiting jubileum jaar

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met Bisschop van der Hout, pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.

 



donderdag - 26 sep

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zaterdag - 28 sep

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Woord- en Communieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.



zondag - 29 sep

Sneek 00:00 TV uitzendingen in 2019

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek
http://www.totaaltv.nl/images/kro-en-ncrv-ronden-fusieproces-af.jpg 
 
Ook in 2019 gaan de TV uitzendingen vanuit onze Sint Martinus aan de Singel gewoon door
 
De vieringen beginnen steeds om 10:30 uur en worden live uitgezonden via de KRO/RKK op NPO 2.
Hieraan voorafgaande wordt om 10:15 uur op NPO 2 o.l.v. Leo Fijen het Geloofsgesprek uitgezonden.  
 
Alweer de laatste TV-uitzending in 2019 vanuit onze Sint Martinuskerk:

Zondag 29 september 10.30 uur        –  26e zondag door het jaar m.m.v. het Caeciliakoor


okt 2019

datum/tijd evenement

donderdag - 03 okt

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zondag - 06 okt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Woord- en Communieviering met Kinder Woord Dienst

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met Natasje en … en het Ceacilliakoor.

Tijdens de viering is er een Kinder Woord Dienst, begeleid door de Werkgroep Kind en Kerk.



woensdag - 09 okt

Sneek 14:15 KBO – BINGOMIDDAG IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op woensdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: Tineke de Jager



donderdag - 10 okt

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zaterdag - 12 okt

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.



donderdag - 17 okt

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zondag - 20 okt

Blauwhuis 09:30 - 10:30 Gezinsviering Wereldmissiedag

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en Gelegenheidskoor.

Deurcollecte voor Wereldmissiedag.



donderdag - 24 okt

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



zaterdag - 26 okt

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Eucharistieviering

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastoor van der Weide en het Ceacilliakoor.



donderdag - 31 okt

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma


nov 2019

datum/tijd evenement

zaterdag - 02 nov

Blauwhuis 19:30 - 20:30 Allerzielen/Allerheiligen

Sint Vituskerk, Blauwhuis

Met pastor Foekema en het Ceacilliakoor.



donderdag - 07 nov

Sneek 14:00 KBO – KAARTEN/KLAVERJASSEN IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op donderdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: mevr. L. Reinsma



woensdag - 13 nov

Sneek 14:15 KBO – BINGOMIDDAG IN HET BONIFATIUSHUIS

Bonifatiushuis, Sneek

Op woensdagmiddag.
Voor leden van de KBO (Katholieke Bond voor Ouderen) afd. Sneek.
Coördinator: Tineke de Jager


1 2

Powered by Events Manager

Wij willen onze website graag verbeteren

Daarvoor verzoeken wij u ons toe te staan gebruik te maken van cookies. Deze cookies betreffen geanonimiseerde gegevens voor Google-Analytics. Indien u deze cookies afwijst kunt u toch onze gehele website bekijken zonder dat enige data aan een derde partij wordt verzonden.