Agenda - 1 sep 2020

datum/tijd evenement

01 sep - dinsdag

- Hele dag Feestdag H. Aegidius van Gilles

– Geen, -

Aegidius (ook Egidius, Gilles of Gillis) van St-Gilles, Frankrijk; kluizenaar & abt; tussen 721 en 725.

Afbeelding van Aegidius

<1900. Glasschilderkunst. Frankrijk, Bretagne, Malestroit, Église St-Gilles
Sint Gillles deelt als kind spullen uit aan de armen.

http://www.heiligen.net/afb/09/01/09-01-0723-aegidius_1.jpg

Feest 1 september

Geschiedenis

Dat Aegidius echt bestaan heeft lijdt geen twijfel. Maar welke verhalen die om zijn personen geweven zijn, op waarheid berusten en welke bijvoorbeeld zijn verward met anderen die ook Aegidius heten, is lang niet altijd duidelijk.

De Acta Sanctorum komen tot de volgende slotsom. Aegidius was waarschijnlijk van Griekse afkomst. Hij moet rond 640 geboren zijn. Op vijfentwintigjarige leeftijd verliet hij zijn vaderland en bereikte over zee de Franse zuidkust. Twee jaar lang woonde hij in de buurt van Arles, of een andere plaats. Van daaruit trok hij met een Veredemius de eenzaamheid in om als kluizenaar te gaan leven. Ze vestigden zich ergens aan de Gard. Na zo’n twee jaar – dus in 670 of 671 – besloot Aegidius een nog eenzamere plek op te zoeken. Hier werd hij twee jaar later in augustus of september 673 door de Visigotische koning Flavius Wamba aangetroffen.

In de maand Augustus trok koning Wamba na de verovering van de Zuid-Franse stad Maguelonne op om een beleg te slaan rond de stad Nîmes.
Een middeleeuwse geschiedschrijver weet te vertellen dat daar in de buurt een vreemdeling woonde die in een visoen had gezien hoe de stad gespaard zou blijven, omdat de bevelhebber van het leger een gelovig man was. Zou dat Aegidius geweest zijn? Hij was inderdaad een vreemdeling en leidde zo’n heilig leven dat het niet vreemd is – zeker niet in die tijd – dat hij voorspellende gebedsvisioenen had.
Het kan ook zijn dat de ontmoeting tussen Aegidius en koning Wamba plaatsvond in de maand september. Immers Wamba had een gedeelte van zijn leger vooruitgestuurd om Nîmes te veroveren. Toen Nîmes eenmaal genomen was, is hij er pas naartoe gegaan. In afwachting van zijn opmars kan hij tijdens de jacht op Aegidius gestoten zijn, zoals de legende vertelt.
Hoe dan ook, in 673, 674 stond koning Wamba hem het hele gebied af om er een klooster op te vestigen. Het werd toegewijd aan Sint Petrus en al vlug stroomde het vol met nieuwe monniken. In 684 maakte paus Benedictus II het St-Petrusklooster exempt; dat wil zeggen dat het niet onder gehoorzaamheid viel van de plaatselijke bisschop. De bisschop kon zich er dus niet bemoeien met de interne gang van zaken. Bovendien schonk de paus bij die gelegenheid twee planken van cypressehout; de een zou dienst doen als drempel, de ander als kroonlijst van de toegangspoort tot het klooster.

Het klooster kwam tot geweldige bloei. Waarschijnlijk zelfs zozeer dat de monniken vervuld waren van trots. Immers, Aegidius tempert het enthousiasme door te voorpsellen dat het tot de grond toe zou worden verwoest. Dat gebeurde inderdaad tijdens de invallen van de Saracenen in 720. Aegidius was toen al tachtig jaar… In de oude boeken is er sprake van dat hij door Karel Martel naar het hof in Orléans werd ontboden. Dat kan zeer wel in deze tijd geweest zijn. Deze was na zijn overwinning op Chilperik koning geworden van Neustrasië en Bourgondië, en kwam in 719 naar Orléans. In datzelfde jaar 719 drong de opperbevelhebber van de saracenen op zijn veroveringstocht door tot in Zuid-Frankrijk. Het ligt voor de hand dat Aegidius met zijn monniken zijn toevlucht zocht in het koninkrijk van de Franken, dat Karel Martel van hem hoorde en hem vroeg naar Orléans te komen. Waarschijnlijk heeft Aegidius de Saracenen niet afgewacht. Hij kan simpelweg het voorbeeld hebben gevolgd van zijn collega Sint Romulus uit het St-Baudeliusklooster. Die vluchtten bij de nadering van de Saracenen vanuit de stad Nîmes naar Bourgondië. Een of twee jaar later is hij waarschijnlijk weer met zijn monniken naar zijn klooster teruggekeerd. Dat zou samenvallen met de nederlaag van de Saracenen in de slag bij Toulouse in 721, waar hertog Eudo van Aquitanië als overwinnaar uit de strijd kwam. In 725 kwamen de Saracenen terug en verwoesten toen grote delen van Zuid-Frankrijk. Daarbij werd Aegidius’ St-Petrusklooster geheel met de grond gelijk gemaakt, juist zoals hij voorspeld. Kort daarvoor, ergens tussen 721 en 725 moet hij op hoge leeftijd gestorven zijn.

Er bevinden zich relieken van hem in de St-Sernin te Toulouse.

Verering & Cultuur

Hij ligt begraven in de kerk die gebouwd is op de plek waar hij heeft geleefd. Daar groeide een kloostertje uit en tenslotte het plaatsje dat naar hem is genoemd: Saint-Gilles, in de nabijheid van de stad Nîmes. Saint-Gilles groeide in de middeleeuwen uit tot een druk bezocht bedevaartcentrum; het lag op de route naar Compostella. Waarschijnlijk vanwege deze verering is Egidius één van de Veertien Noodhelpers geworden; daar neemt hij een uitzonderlijke plaats in, want hij is de enige niet-martelaar onder hen.

Omdat zijn feestdag zo gunstig in het seizoen lag, was het in vele plaatsen op 1 september Sint-Gillismarkt; dat betekende een vrije dag. In Delft bijvoorbeeld was dat de dag dat deur aan deur de belasting werd opgehaald. In de eerste week van september vindt in het Vlaamse Mulken een St-Gillesbedevaart plaats.
Sint-Gillis wordt afgebeeld als eremiet in de eenzaamheid; vaak als abt; meestal met een reekoe naast zich; dikwijls klimt het dier tegen hem op om bescherming te zoeken.
Hij is patroon van Edinburgh, Graz, Heiligenstadt, Jülich, Karinthië, Klagenfurt, Neurenberg, Oschatz (ten oosten van Leipzig), Osnabrück, Saint-Gilles (Sint-Gillis, België), Saint-Gilles-du-Gard (Languedoc), Sankt Gilgen (in Oostenrijk), Sint-Gillis-bij-Dendermonde, Sint-Gilles-Waas en van Toulouse.

Daarnaast van wild waarop gejaagd wordt, van vee en bosbescherming, van jagers en boogschutters; van herders en paardenhandelaren; van slijpers en smeden; van bedelaars; van grieppatiënten, leprozen, melaatsen; van zogende moeders en huilende kinderen (Krijs-Gilles); van kreupelen.
Hij wordt aangeroepen tegen epilepsie, besmettelijke ziekten, chronische infectie, kanker, lepra, pest, spastisch lijden, waanzin en tegen echtelijke onvruchtbaarheid; storm, droogte en brandgevaar; tegen angst en ongeluk; bovendien bij geestelijke nood, schaamte en verlatenheid, voor goede biecht (hij zou Karel Martel ooit zover hebben gekregen iets beschamends toe te geven) en tegen veedieven.



01 sep - dinsdag

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Powered by Events Manager