Agenda - 29 sep 2020

datum/tijd evenement

29 sep - dinsdag

- Hele dag Feestdag HH Michaël, Gabriël en Rafaël, aartsengelen

– Geen, -

Aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël

Afbeelding van de aartsengelen
De drie aartsengelen met Tobias’, Francesco Botticini, Galleria degli Uffizi, Florence

Feest 29 september

In het deuterocanonieke bijbelboek Tobit wordt verteld hoe de jonge Tobit op zijn levensweg wordt vergezeld door een reisgenoot die zich aan het eind van het verhaal openbaart als de aartsengel Rafaël:
“Ik ben Rafaël, een van de zeven engelen die in de nabijheid van de troon van de Heer verkeren.”
[Tobit 12,15]

Drie van hen worden in de bijbel met name genoemd: Michaël, Gabriël en Rafaël. De vier anderen zijn ons bekend via buitenbijbelse bronnen: Uriël, Berachiël, Jehudiël en Shealtiël.

Michaël Aartsengel

1. De aartsengel Michaël in bijbelse en apokriefe boeken
Michaël is met Gabriël en Rafaël één van de drie aartsengelen die in de bijbel met name worden genoemd. De vierde die we slechts kennen van buiten-bijbelse bronnen heet Uriël. Michaël heet in Daniël 10,13 “één van de voornaamste vorsten”. Volgens de overlevering behoort hij ook tot de zeven engelen die staan voor God troon. Zij komen twee keer ter sprake, evenwel zonder dat daarbij de naam van Michaël valt. In het Boek Tobit, als Rafaël zich uiteindelijk bekend maakt; daar zegt hij van zichzelf: “Ik ben Rafaël, één van de zeven heilige engelen, die de gebeden van de heiligen opdragen en toegang hebben tot voor de heerlijke troon van de Heilige” (Tobit 12,15). Over die zeven engelen wordt ook nog eens gesproken in het Boek van de Openbaring, daar echter zonder dat er één met name wordt genoemd (Openbaring 08,02-05).

In het Boek van de Openbaring (of Apokalyps) valt Michaël’s naam wel, wanneer de een oorlog in de hemel ter sprake komt tussen Michaël en zijn engelen enerzijds en anderzijds de draak (Openbaring 12,07).

Michaël wordt uiteindelijk beschouwd als de aanvoerder (‘hertog’) en kampioen van de hemelse legerscharen die Lucifer, de leider van de opstandige engelen wist te verslaan. Behalve bovengenoemde terloopse aanduidingen wordt dat verhaal in de bijbel niet verteld. Daarvoor moeten wij te rade gaan bij de apokriefen van de bijbel, de literatuur die wel bijbels klinkt, maar uiteindelijk toch niet in het kader van de bijbel is opgenomen.
Vandaar dat het Joodse volk de aartsengel Michaël als zijn beschermengel beschouwde (Daniël 12,01).

1.01 Joodse legende: Michaëls strijd tegen de boze engelen
Het verhaal over de strijd tussen de goede en kwade engelen stamt al uit de Joodse geloofstraditie. We vinden het bijvoorbeeld in het apocriefe boek Henoch. Daar wordt het niet verteld in het kader van de schepping, alsof de gebeurtenissen zich zouden hebben afgespeeld, voordat de mensen waren geschapen. Het dient om de aanleiding tot de zondvloed te verduidelijken. In de bijbel wordt daar maar heel kort iets over verteld, waardoor er vele vragen open blijven. In Genesis 6,1-4 lezen we:

“Toen de mensen talrijk begonnen te worden op de aardbodem en dochters kregen, zagen de zonen van God, hoe mooi de dochters van de mensen waren, en zij kozen zich uit die dochters ieder een vrouw. Maar de Heer zei:
‘Mijn levensgeest zal niet bij de mens blijven, want hij is maar een nietig wezen; de duur van zijn leven zal honderdtwintig jaar bedragen.’
In die dagen – en ook nog daarna – leefden er reuzen op aarde, doordat de zonen van God gemeenschap hadden gehad met de dochters van de mensen die hun zonen hadden gebaard. Zij waren de befaamde geweldenaars van de oude tijd.”

Onmiddellijk daarop wordt er verteld dat de boosheid der mensen was toegenomen en dat ze onverbeterlijk waren. Daarop besluit God de aarde te verdelgen door middel van een zondvloed. Alleen het geslacht van Lamech, de stamvader van Noach zal worden gered (Genesis 06,05).
Maar wat is de rol van die geheimzinnige reuzen? Zijn zij al het resultaat van het kwaad? En welk kwaad stak er nu eigenlijk in de mensen? Op al die vragen geeft de legende antwoord, zodat begrijpelijk wordt, waarom God besloot de eerste aarde te vernietigen. De boosaardige engelen laten de mensen delen in hemelse geheimen, die in handen van de mensen hebzucht, behaagzucht, oorlogszucht en andere kwade verlangens kunnen aanwakkeren. Tegelijk wordt er antwoord gegeven op de vraag waar het kwaad en vooral ook, waar de hel vandaan komt.
Vandaar dat God de vier aartsengelen, Uriël, Rafaël, Gabriël en Michaël uitzendt om het kwaad dat op aarde is ontstaan, in de boeien te slaan en zijn plaats te wijzen.

Latere christelijke versies van deze legende vertellen hoe Lucifer weigerde de Mensenzoon de verschuldigde eer te brengen. De boze engelen werden door toedoen van Michaël en zijn medestrijders uit de hemel verdreven; zij werden gestraft doordat Michaël hen vastbond tussen hemel en aarde. Dat was een passende kwelling. Enerzijds had hij zicht op de hemel, waar hij zichzelf onmogelijk had gemaakt en voorgoed van was buitengesloten. Anderzijds had hij zich op de aarde, waar zij moesten toezien hoe de mensen – die zij in de persoon van Christus niet hadden willen dienen – uiteindelijk zelfs boven engelen werden verheven door Gods genade.

Toch blijft het opvallend dat dit verhaal niet in de bijbel is opgenomen, waar het toch zo’n belangrijke plaats inneemt in de traditie. Zowel bij de Joden als bij de christenen. In de middeleeuwen heeft men geprobeerd een antwoord te bedenken op deze vraag. Die legende is alleen al interessant vanwege de feodale mentaliteit die eruit spreekt. De wereld is er opgedeeld in rangen en standen; en elke stand vraagt om een eigen behandeling.

1.02 Joodse legende: Michaëls strijd met de duivel om Mozes’ lichaam
In de Brief van Judas wordt gewaarschuwd tegen een aantal misstanden, waaronder het beschimpen van hemelse machten. Naar aanleiding daarvan merkt de schrijver vervolgens op: “Zelfs de aartsengel Michaël heeft het niet gewaagd een smadelijk oordeel tegen de duivel uit te spreken, toen hij met hem een woordentwist had en streed om het lichaam van Mozes. Hij zei alleen maar: “De Heer moge u bestraffen” (Judas 09).

Er is geen geschrift uit de oudheid overgeleverd waarin dit verhaal wordt verteld. Algemeen wordt aangenomen dat deze legende thuishoort in een apokriefe legende die dan “Mozes’ Hemelvaart” geheten zou moeten hebben, waarschijnlijk ontstaan rond het begin van onze jaartelling. In ieder geval maken enkele kerkvaders er melding van, zoals Clemens van Alexandrië († vóór 215), Origenes († 253/254) en Didymus de Blinde van Alexandrië († ca 398). Van dit geschrift werd in 1861 een fragment teruggevonden op een palimpsest (= handschrift waarvan de oorspronkelijke tekst is weggeradeerd en waarop vervolgens een nieuwe tekst is aangebracht). De weggeradeerde tekst vertelt tot vlak vóór Mozes’ dood, zodat het verhaal over de strijd tussen Michaël en de satan is weggevallen.

Men neemt aan dat dit verhaal bedoeld was als uitleg van Deuteronomium 34,06, waar verteld wordt dat God zelf Mozes begroef, zodat tot op de dag van vandaag niemand weet waar zijn graf zich bevindt. Uitleggers veronderstellen dat God Mozes liet begraven door de engel Michaël. In een latere legende wordt verondersteld dat de duivel op dat moment Mozes’ lijk kwam opeisen, waarmee hij zijn begrafenis dus wilde verhinderen. De reden was, dat Mozes destijds de Egyptische opziener had doodgeslagen en in het zand begraven (Exodus 02,12). Daarop zou God zelf tussenbeide zijn gekomen en eigenhandig Mozes hebben begraven.

Onderzoekers wijzen erop dat de woorden die Michaël spreekt in de veronderstelde apokriefe legende, letterlijk zo staan opgetekend in de Septuagintvertaling van Zacharja 3,02. (De Septuagintvertaling is de Griekse vertaling van het Oude Testament, die volgens de overlevering door 70 rabbijnen onafhankelijk van elkaar in precies dezelfde Griekse bewoordingen tot stand zou zijn gebracht). Daar voert de aartsengel Michaël ook strijd om het lichaam van een dode. Het betreft er alleen niet Mozes, maar… zijn opvolger Jozua!

1.03 Michaël in Vroeg-Christelijke literatuur
Van oudsher geloven de christenen dat Jezus’ moeder Maria met lichaam en ziel in de hemel werd opgenomen. Op oosterse afbeeldingen zien we vaak hoe Jezus zelf de ziel van zijn moeder, als een kleine mummie op zijn arm draagt. Maar er bestond een oude traditie die wist te vertellen dat het Sint Michaël was geweest die Maria was komen halen om haar naar de hemel te geleiden.

In de ‘Herder’ van de vroegchristelijke schrijver Hermas uit de 2e eeuw verschijnt Michaël als een majestueuze engel, belast met het toezicht over de beloningen, die al of niet moeten worden uitgedeeld aan de wilgentakken die één voor één naar voren komen om het oordeel te ondergaan; sommige hebben gebloeid en vrucht gedragen, andere zijn verdord. Deze takken zijn symbolische aanduidingen voor de christenen. Hij mocht beoordelen wie er in aanmerking kwam voor de beloning.

In het zogeheten ‘Testament van Abraham’ is Michaël de hoofdpersoon. Zijn voorspraak heeft zo veel invloed dat zelfs zielen uit de hel kunnen worden teruggehaald. Vanaf de vroegste tijden werd en wordt Michaël dagelijks in de eucharistie genoemd en aangeroepen.

Michaël’s verschijning te Chonae, Frygië (= het huidige West-Anatolië, Turkije), waarbij hij de waterloop verlegt. In Frygië niet ver van Hiërapolis en Kolosse lag een plaats, Chonae geheten (= ‘watervloed’). Daar had je dan ook een wonderbaarlijke waterbron.

Toen de apostel Johannes († ca 104; feest 27 december), bijgenaamd de Theoloog, in gezelschap van de apostel Filippus († 80; feest 3 mei) het evangelie aan het preken was in Hiërapolis, keek hij naar deze plek en voorspelde dat er een bron zou ontspringen; een bron van geneeskrachtig water, waardoor vele mensen hun gezondheid zouden terugkrijgen. Hij zei ook dat die plek nog eens bezocht zou worden door de heilige Michaël, de grote aartsengel van God. Wel heel spoedig daarna al ging die voorspelling in vervulling. Er kwam een waterbron tevoorschijn die tot in de wijde omtrek bekend stond om zijn wonderdadige kracht. Een heiden in Laodicea had een dochter die stom was. Hij was daar heel verdrietig over, maar in een droom verscheen hem de aartsengel Michaël. Deze drong er bij hem op aan om zijn dochter mee te nemen naar die bron. Dan zou zij haar gezondheid terugkrijgen. De vader gehoorzaamde onmiddellijk; hij nam zijn dochter met zich mee en ontmoette op die plek allerlei mensen die genezing kwamen zoeken van de meest uiteenlopende kwalen. Dat waren allemaal christenen. De man vroeg hun hoe hij genezing kon verkrijgen. De christengelovigen zeiden hem:
“In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest moet je de aartsengel Michaël aanroepen.”
De vader deed precies zoals zij gezegd hadden en dompelde zijn dochter onder water. Op datzelfde moment begon zij te spreken. Die heiden liet zich natuurlijk dopen tezamen met zijn dochter en zijn hele huishouden. Hij liet een kerk bouwen boven de bron ter ere van de aartsengel Michaël.

Later kwam daar een jongeman zich vestigen. Hij heette Archippus. Hij had heel wat te verduren van heidenmensen, want zij hadden het niet zo begrepen op de wondermacht van die heilige christenplaats, waar zoveel mensen naar toekwamen. In hun boosaardigheid verlegden zij de loop van een nabijgelegen rivier, zodat deze de kerk en de bron onder water zette. Maar op het gebed van Archippus verscheen de aartsengel Michaël en maakte met een zware tak een opening in de grot aan het eind van de kerk, waardoor het water daar in een ware vloed weg kon stromen.
Zodoende werd die plek gered; zij werd bekend onder de naam Chonae, vanwege die watervloed die door de opening wegstroomt. Sint Archippus leefde daar in strenge onthouding. Hij stierf, toen hij zeventig jaar oud was en ging vredig de rust van de Heer binnen.

Soms vindt men de veronderstelling dat deze Archippus dezelfde zou zijn als de apostel die volgens de overlevering samen met Filemon en diens vrouw Apfia de marteldood gestorven zou zijn.
[139;140/9; Dries van den Akker s.j./2007.08.31]

Michaël’s verschijning bij het heilig kruis te Constantinopel
Michaël zou ook verschenen zijn aan keizer Constantijn in zijn pronkstad Constantinopel (= ‘Constantijnstad’). Nadat zijn moeder, de heilige Helena, van haar pelgrimstocht naar het Heilige Land in 324 de drie kruisen mee terug had gebracht, had de keizer ze op een eervolle plaats laten opstellen. Drie maal in het jaar – aldus de overlevering – daalde de aartsengel Michaël uit de hemel neer om in het bijzonder Jezus’ kruis met hemelse gezangen te omranken. Daarom bouwde de keizer rond 330 ter ere van Michaël de tempel, die voorheen was toegewijd aan de god Aesculaap, om tot een Michaëlkerk, het zogeheten Michaëlion, terwijl hij ergens aan de kust van Klein-Azië nog een klooster laat bouwen dat hij onder bescherming plaatst van de aartsengel: Sint Michaël-in-Sosthenis.

Reeds in de 4e eeuw stond er in Constantinopel een kerk die aan hem was toegewijd. De vorsten die na Constantijn kwamen, namen Michaël’s verering over. Justinianus († 565) alleen al zou hem zes basilieken hebben toegewijd, terwijl Michaël in vijftien verschillende basilieken een hem toegewijd altaar had.

Michaëls verschijning op de Monte Gargano, Italië; ca 490/95.
Michaël is volgens de legenden diverse malen verschenen op de Monte Gargano.
De laatste verschijning van de aartsengel Michaël vond plaats in 1656. In heel Zuid-Italië heerste een agressieve pestepidemie. De mensen stonden machteloos. Daarom riep de toenmalige bisschop van Siponto een driedaagse vasten af. Vervolgens trok hij aan het hoofd van zijn al zijn geestelijken en het gehele gelovige volk op naar de grot, terwijl ieder een strop om de hals had gehangen. Er werden psalmen gezongen en litanieën gebeden. Pas na drie dagen van boetedoening en nederig gebed, gaf de engel een teken van zijn aanwezigheid. Het was op een vrijdag, de 22e september, precies een week voor de feestdag van de heilige engel. Om vijf uur in de morgen – aldus een brief uit 1658 van de bisschop aan paus Alexander VII – werd hij wakker van een ontzettend geraas; het leek wel of er een aardbeving aan de gang was. In het oosten zag hij een machtig licht; het leek op een zondoorschenen kristal. Hij hoorde een stem die zei: ‘U, herder van deze kudde, u moet weten dat ik het bij de heilige Drie-eenheid gedaan gekregen heb dat ieder die een steen afbrokkelt van de wanden van mijn grot en die devoot en wel bij zich houdt, voor de pest gevrijwaard zal blijven. Ja, alle huizen, dorpen en steden waar zo’n steen wordt bewaard, zullen aan de pest ontkomen. Maak deze genadegave maar aan iedereen bekend. En op het moment dat u die stenen op mijn voorspraak zegent, moet u ze tekenen met een kruis en mijn naam erin krassen. Zo zal Gods toorn worden afgewend.” Zielsgelukkig en dankbaar viel de bisschop op zijn knieën; hij riep zijn dienaren bij zich en vertelde hun over de belofte van de engel. De volgende dag, op 23 september dus, maakte hij aan het volk bekend dat ze niets meer van de pest te vrezen hadden. Hij beval nu de stenen uit de wanden van de grot te breken, liet er een monogram in krassen (S † M) en sprak er een zegen over uit waarvoor hij zelf de tekst had opgesteld. Nadat hij de stenen onder het volk had laten verdelen, verdween de pest binnen een paar dagen uit het hele land.

Uit de legendenserie kan men opmaken welke zorgen en kwaliteiten aan Sint Michaël worden toegedicht. Het zijn er vijf: hij is herder en beschermt de kudde; hij is aanvoerder in de strijd en beheerst de kosmische krachten; hij is priester en draagt zorg voor de eredienst; hij is de heer van de grot, dat wil zeggen begeleider der doden en vorst over het dodenrijk; hij is arts en geneesheer van alle aandoeningen naar ziel en lichaam, en kent de verborgen geneeskracht van de aarde en water.

Michaël van de Monte-Gargano wordt op 8 mei gevierd. Volgens dit verhaal, omdat de eerste verschijning van de aartsengel er plaats vond op die dag in het jaar 490. Er zijn andere versies die weten te vertellen dat de kerk die er ter ere van Michaël werd gebouwd, op 8 mei 493 zou zijn ingewijd. Sindsdien wordt die berg ook wel genoemd de Monte Sant’Angelo.

Michaëls Verschijning te Rome; 590.
Op 25 april 590 verscheen Michaël te Rome om de pest die er woedde tot staan te brengen. Paus Pelagius II was op 7 februari van dat jaar gestorven. Gregorius nam zijn diensten waar (hij zou in datzelfde jaar – op 3 september – tot Pelagius’ opvolger worden gekozen). “Hij beval: ‘Laten alle kerkelijke bedienaren optrekken vanuit de kerk van de martelaren Cosmas en Damianus tezamen met de priesters van het zesde district. Laten alle abten met hun monniken optrekken vanuit de kerk van de heilige martelaren Gervasius en Protasius met de priesters van het vierde district. Laten alle abdissen met al hun verzamelde zusters optrekken vanuit de kerk van de heilige martelaren Marcellinus en Petrus tezamen met de priesters van het eerste district. Laten alle kinderen optrekken vanuit de kerk van de heilige martelaren Johannes en Paulus tezamen met de priesters van het tweede district. Laten alle leken optrekken vanuit de kerk van de eerste martelaar Sint Stefanus tezamen met de priesters van het zevende district. Laten al de weduwen optrekken vanuit de kerk van Sint Eufemia tezamen met de priesters van het vijfde district. Laten al de gehuwde vrouwen optrekken vanuit de kerk van de heilige martelaar Clemens tezamen met de priesters van het derde district. Laten we allemaal optrekken met gebeden en klaagzangen vanuit elk der aangewezen kerken om elkaar tenslotte te ontmoeten bij de kerk van de heilige Maagd Maria, de Moeder van onze Heer Jezus Christus, zodat we daar één grote langgerekte smeekbede richten tot onze Heer met tranen en zuchten en op die manier de vergeving van onze zonden waardig bevonden worden.’

Toen hij uitgesproken was, riep hij alle kerkelijke bedienaren bij elkaar met de opdracht om drie dagen achtereen psalmen te zingen en om vergiffenis te vragen voor alle bedreven zonden. Om drie uur vertrokken alle koren uit hun kerk en trokken door de straten onder het zingen van Kyrie eleison (= Heer, ontferm U over ons).”

Toen de processie de brug over de Tiber naderde verscheen Michaël op het mausoleum van keizer Hadrianus met een vlammend zwaard in de hand. Hij stak het in de schede, alsof hij daarmee te kennen wilde geven dat het genoeg was. Sindsdien heet die burcht ‘de Engelenburcht’; ze werd omgedoopt tot een Michaëlskerk. Dit alles tekende Gregorius van Tours op uit de mond van één van zijn diakens die bij dit alles zelf aanwezig was geweest.

Waarschijnlijk was het deze kerk waarvan de inwijding plaats vond op 29 september, de dag die tenslotte werd aangehouden als definitieve feestdag van Michaël en alle aartsengelen.

Michaëls Verschijning op de Mont-St-Michel
Het was in het jaar 708 (soms vindt men iets hogere of lagere jaartallen) dat Aubert, de bisschop van Avranches, een visioen kreeg waarin de aartsengel Michaël hem opdroeg een kapel te bouwen te zijner ere op het hoogste punt van de Berg Tombe. Zo heette deze berg voor zij naar Michaël werd genoemd. ‘Tombe’ is een verbastering van het Latijnse woord ‘tumulus’ wat eenvoudig ‘hoogte’ betekent. Hij vroeg uitdrukkelijk om verering door het volk der Franken. De precieze plek zou worden aangegeven door een stier die zich daar ergens verborgen hield. De omvang van de kerk zou moeten worden bepaald door het terrein dat door de hoeven van de stier was omgewoeld.

Bij onderzoek bleek er bovendien een bronnetje te zijn dat voordien onbekend was. Ook hier moest de bisschop bij herhaling in zijn droom toe worden aangespoord. Hij begon er pas serieus werk van te maken, toen de engel in de droom met zijn duim een duidelijke afdruk had geplaatst in het voorhoofd van Aubertus; dit litteken zou er nog gezeten hebben op het moment van zijn dood (na 709). Reeds een jaar na deze wonderlijke gebeurtenissen was het heiligdommetje klaar: het eilandje werd voortaan genoemd naar de patroon van het kapelletje. Er werden twaalf monniken aangesteld om de eredienst te verzorgen. Door een wonderbaarlijke speling van de natuur was de berg intussen gescheiden van het vasteland; als het getij zich terugtrok kwam de verbinding met het vasteland tot stand; kwam het water op, dan werd het een moeilijk bereikbaar eiland. Al heel gauw kwamen van heinde en verre pelgrims naar de Mont-St-Michel-van-de-gevaren-der-zee (Saint-Michel-au-péril-de-la-Mer). Deze benaming gaat terug tot reeds de 10e eeuw. In later jaren werd het oorspronkelijke kerkje vervangen door de indrukwekkende abdij die er nu nog staat. Deze werd in 966 begonnen door hertog Richard van Normandië.

Verspreiding van Michaëls verering
Reeds in de 5e eeuw had paus Leo I, bijgenaamd Leo de Grote (440-461) een kerk gewijd ter ere van de aartsengel. Dat moet gebeurd zijn op een 29e september, zodat die dag zijn kerkelijke feestdag is geworden. Sint Benedictus, de grondlegger van het West-Europese kloosterleven, had in de 5e eeuw al een klooster gesticht, in de buurt van Subiaco, dat hij genoemd had naar de aartsengel Michaël. Bovendien verrezen er Michaël-kloosters bij Napels en in Tropea, in de Zuid-Italiaanse landstreek Calabria.

De Longobarden beschouwden Michaël als hun beschermheilige; hun munten versierden zij met zijn beeltenis. Een medewerker van koning Aribert II, Gaudier, sticht niet ver van de Italiaanse stad Vercelli het klooster Sint-Michaël van Locedio. De verspreiding van Michaël’s verering over Europa had een aanvang genomen. Aan het eind van de 6e eeuw lag er al een Michaël-klooster in de Zuid-Franse plaats Limoges. Halverwege de 7e eeuw kende de Spaanse stad Toledo eveneens een Michaël-klooster. Niet ver van de Zuid-Franse stad Clermont vestigde de heilige Cyranus († 657) in de eenzaamheid een kloostertje dat later uit zou groeien tot het plaatsje St-Michel-en-Brenne. In diezelfde tijd of iets later sticht de heilige Filibert een kloostertje dat in de loop van de tijd zal uitgroeien tot het plaatsje St-Michel-en-l’Herm. Niet ver van Verdun in Noord-Oost-Frankrijk ligt de plaats Saint-Mihiel. Ook deze naam gaat terug op een voormalig klooster dat gelegen was op de Mont de Châtillon; het was gesticht in het jaar 709 door een graaf Wulfoald en zijn vrouw Adalasindis. Ruim honderd jaar later verplaatste de toenmalige abt, Smaragdus, deze vestiging naar de oever van de Maas op de plek waar thans de gelijknamige plaats gelegen is.

Frankrijk hééft iets met Michaël. Eigenlijk hadden we onder het hoofdstuk verschijningen van de aartsengel ook de gebeurtenissen moeten plaatsen aan het begin van de 15e eeuw. Immers volgens het getuigenis van Jeanne d’Arc († 1431; feest 30 mei) was het ook de aartsengel Michaël die haar opriep om de koning van Frankrijk te bewegen strijd te leveren tegen de Engelsen.

Het waren vooral heiligdommen op hoogten, heuvels en bergen die aan Michaël werden toegewijd, soms eenvoudig onder de naam ‘engel’, waarmee dan Michaël werd bedoeld. We zagen daar al een aantal voorbeelden van. Beroemd is ook de Great Skellig – vroeger geheten Skellig Michael – voor de Ierse kust bij Kerry. De toewijding van Michaël zou daar teruggaan op een verschijning van de engel in de 8e eeuw. Ook rond de Stranberg bij Stuttgart zouden Michaël-legenden geweven zijn.

Op de Mont St-Michel kwam een benedictijner klooster. Het vormde de bestemming van vele pelgrims; daarvan getuigen nog de middeleeuwse bedevaartsinsignes en de modernere bedevaartsvaantjes. Tegenover de kust van Cornwall, Zuid-West-Engeland, ligt een rotseilandje dat naar Michaël is genoemd: St. Michael’s Mount. Het behoorde bij de benedictijner abdij van de Mont St-Michel; het was een plek waar een monnik zich in de eenzaamheid kon terugtrekken; de kerk was zijn privékapel.

Mede door de Normandische veroveringen vond Michaël van daaruit overal verspreiding in Engeland en Ierland.

De grote abt Columba of Columkill, de stichter van het beroemde kloostereiland Iona ten noorden van Schotland, was van Ierse afkomst. Hij zou naar Iona verbannen zijn. Dat kwam, omdat hij volgens bepaalde bronnen in zijn jonge jaren een oorlog ontketend zou hebben tussen zijn clan, de O’Donnells enerzijds en anderzijds de toenmalige koning van Groot-Ierland, die zetelde te Tara. Het liep uit op een treffen bij Culdreibhne bij Sligo. Aan de vooravond van de beslissende slag zou hij een verschijning hebben gekregen van de aartsengel Michaël. Deze voorspelde hem de overwinning, maar zei erbij dat hij de rest van zijn leven in ballingschap zou moeten doorbrengen. Gedurende de slag zou Michaël gevochten hebben aan de kant van de O’Donnells, de clan van Columba. Ze wonnen. Dit alles moet zich afgespeeld hebben in de veertiger jaren van de 6e eeuw. Na lang dralen gehoorzaamde Columba toch aan Michaël’s woord en trok naar Caledonia, waar hij op het onherbergzame eilandje Iona een monniksgemeenschap stichtte.

Het zijn dan ook vooral de monniken van Ierland en Engeland die zorgden voor de verspreiding van Michaël’s verering. Op hen zouden dan ook de legenden teruggaan die verteld worden rond de Mont St-Michel.

Zo schijnt de heilige abt Wilfrid vlak voor zijn dood, in 709, een verschijning gehad te hebben van Michaël zelf. Rond 722 stichtte Bonifatius een Michaëlklooster in de Hessische plaats Amoenburg en zo’n jaar of twee, drie later het klooster Sint-Michaël van Ohrdruf.

Er zijn al documenten bekend uit de 7e eeuw waaruit bleek dat men voor al die hooggelegen Michaëlheiligdommen ook graag relieken wilde hebben om te vereren. Gedurende de middeleeuwen horen we daar bij herhaling over. Uit het relaas over de Mont St-Michel kunnen we ons een beeld vormen van die relieken. Daar liet men een stuk van het altaarkleed van de Monte Gargano overkomen. Trouwens in het verslag over Michaëls derde verschijning op de Monte Gargano in 1656 zien we, hoe de mensen opgeroepen worden een tastbare herinnering aan Michaël mee te nemen: in dat geval gaat het om stenen uit de rotswand, getekend met een kruis en de initialen van Sint Michaël. Overigens deed men hetzelfde op de Mont St-Michel; pelgrims brokkelden er steentjes van de rotswand af, liefst uit de muur van de kapel. Het verhaal gaat dat men begon te vrezen voor instorting van de gebouwen; sindsdien gaf men aan de pelgrims schelpen mee uit de zee rondom het rotseiland: een gebruik dat men afgekeken heeft van Jacobus’ heiligdom te Compostela in het Noord-Westen van Spanje.

In de 11e en 12e eeuw verschenen er overal in Engeland kerken ter ere van Sint Michaël; doordat hij afgebeeld werd aan het hoofd van de hemelse legerscharen met vaak een geheven zwaard, herkenden de Noormannen, die zich intussen in Brittannië hadden gevestigd en bekeerd waren tot het christendom, zich in zijn strijdlustige gestalte.

Sint Michaël-kerken zijn bv. te vinden in Clive, Great Malvern, Malmesbury, Melbourne en Stanmer; de middeleeuwse kerkhistoricus Beda († 735) noemt al Michaël als patroon van de kerkhofkapel van Hexhham. Aan het eind van de middeleeuwen beliep het aantal Michaël-kerken in Engeland minstens 686. Ook in Schotland was hij populair: daar stonden Michaëlkerken in Dumfries, Dallas, South Queensferry, Mauchline, waar je een Michaëlput hebt, Sprouston en Dailly.

De zwerfmonniken – zoals Columbanus († 615), Willibrordus († 739), Bonifatius († 754) en vele anderen – die vanuit Ierland en Engeland over Europa uitzwermden en Christus brachten en kloosters vestigden, waar zij langskwamen, hebben aan de verspreiding van Michaël’s verering bijgedragen. Zij namen hem mee tot aan Beieren en het Alpengebied. Van daaruit vond hij zijn weg over de hele westerse christenheid. Zo schijnt hij aan het hof van Karel de Grote († 814; feest 28 januari) bijzonder geliefd geweest te zijn.

In 782 worden in de nieuwe kerk van Aniane (het tegenwoordige Cornelimünster vlakbij Aken) een aantal nieuwe altaren gewijd; één van de zijaltaren wordt een Michaël-altaar. In 794 worden in de nieuwe kerk van Halberstadt met veel vertoon en in gezelschap van vele kerkelijke en wereldlijke hoogwaardigheidsbekleders de nieuwe altaren gewijd: één ervan wordt speciaal bestemd voor de aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël en alle hemelbewoners. In de tweede helft van de 9e eeuw wordt de voormalige Mattheuskerk in Keulen een Andreaskerk, met als bijpatronen Maria en de aartsengel Michaël. In de loop van de 10e eeuw sticht de heilige bisschop Ansfried in het Limburgse Thorn een parochiekerkje dat hij aan Michaël toewijdt; vervolgens sticht hij in de nabijheid van Amersfoort klooster Hohorst, dat voor Nederlandse begrippen hoog is gelegen: vanzelfsprekend wordt ook hier Michaël de patroon. Zeer oud ook is Michaël’s patronaat van de stad Zwolle en het Friese dorpje Almenum, vlakbij Harlingen. Het praemonstratenzer klooster in het Friese Bajum was vanwege zijn ligging op een terp ook naar Sint Michaël genoemd. Trouwens in Friesland genoot Michaël met name bijzondere verering, omdat de kerk der Friezen in Rome een Michaëlkerk was.

In 1109 was in het oostkoor van de kerk te Bamberg het hoofdaltaar aan Jezus, Maria, Michaël en de beide Johannessen gewijd. In 1182 werd in de kerk van Schestlar aan de Isar bij München het altaar in de linker absis toegewijd aan Michaël en nog enkele heiligen. Uit documenten blijkt dat de stad Utrecht in de 13e eeuw een Michaëlkapel kende en in de grote kerk een Michaël-altaar had staan. Boven in de toren van de Utrechtse domkerk bevindt zich een kapel die – hoe kan het anders met zo’ hoge ligging!? – aan Michaël is toegewijd. In 1449 werd de kerk van de Broeders des Gemenen Levens onder leiding van Geert Grote te Deventer geplaatst onder het patronaat van de Drievuldigheid en de aartsengel Michaël. Overigens bezat de stad Keulen in de hoge middeleeuwen nog minstens drie Michaëlkapellen: één bij de toegang tot de St-Gereonkerk, één bij de St-Severin en één bij de Marspoort.

Michaël is ook te zien op het middeleeuwse stadszegel van de Westfalense stad Werl.
In Nederland is het missiehuis te Steyl aan Sint Michaël toegewijd. In België zijn Brecht en Ieper Sint-Michielsbedevaartplaatsen.

Michaël als behoeder der overledenen
De Franken vereerden Sint Michaël als beschermheilige van de christenen in hun strijd tegen de heidenen, als de bezorger van offergaven voor Gods troon en als zielenweger en begeleider van de overledenen.

Michaël als zielenweger
Vanaf de 12e eeuw worden de kerkportalen gesierd met afbeeldingen van het Laatste oordeel; daarbij verschijnt Michaël herhaaldelijk als zielenweger: om te zien of iemands goede daden opwegen tegen zijn slechte, en of de overledene dientengevolge waardig is om toegelaten te worden tot het eeuwig leven. Zo is hij o.a. te zien op de portalen van de Italiaanse stad Torcello, de Franse steden Conques en Autun en de Duitse stad Urschalling in Oberbayern. Het gegeven van de zielenweegschaal kwam al voor in de oude Egyptische godsdienst.

Michaël in latere liturgische gebeden
In de antifoon bij het aandragen van de offergaven werd in oude tijden gezongen: “Moge Michaël, de vaandeldrager hen geleiden in het heilige licht, dat U van oudsher hebt beloofd aan Abraham en zijn geslacht voor immer.”

Vanaf de 14e eeuw werd Michaël ingevoegd in de schuldbelijdenis aan het begin van de viering. Die tekst luidde: “Ik belijd voor de almachtige God, voor de Heilige Maria, altijd maagd, voor de Heilige aartsengel Michaël, voor de Heilige Johannes de Doper, voor de Heilige apostelen Petrus en Paulus en voor alle heiligen en voor u, vader (bedoeld werd de priester; de priester zelf zei op dat moment: “en voor u, broeders”), dat ik veel gezondigd heb in gedachte, woord en daad, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn overgrote schuld. Daarom vraag ik de Heilige Maria, altijd maagd, de Heilige aartsengel Michaël, de heilige Johannes de Doper, de Heilige apostelen Petrus en Paulus, alle heiligen en u vader (resp. “en u broeders”) voor mij te willen bidden tot de Heer onze God.” Pas sinds de wijzingen in de liturgie die doorgevoerd zijn onder invloed van het Tweede Vaticaans Concilie, 1970, is dit gebed vereenvoudigd, waardoor de naam van Michaël op die plaats is weggevallen; wel wordt er o.a. nog aan alle engelen om voorspraak gevraagd bij God.

Tot aan 1970 werd de dagelijkse misviering ook afgesloten met een gebed tot de Heilige Michaël: “Heilige aartsengel Michaël, verdedig ons in de strijd; wees onze bescherming tegen de boosheid en de listen van de duivel. Wij smeken ootmoedig dat God hem zijn macht doe gevoelen. En gij, vorst van de hemelse legerscharen, drijf satan en de andere boze geesten, die tot verderf van de zielen over de wereld rondgaan, door de goddelijke kracht in de hel terug. Amen.” Van welke tijd dit laatste gebed stamt, is niet duidelijk, maar waarschijnlijk is het tamelijk recent.

Michaël-Aartsengel: Cultuur

Patronaten
Hij is patroon van de Katholieke Kerk, de strijdende kerk. Van oudsher is hij ook patroon van Baskenland alsmede van het Duitse volk. Vandaar dat het Duitse volk als geheel wel wordt aangeduid met ‘Duitse Michel’; een goedmoedige, rechtschapen, maar ook onbeholpen en dommige personificatie van het Duitse volk. In de 19e eeuw duidde men jonge boeren aan met de benaming ‘Michel’ of ‘oom Michel’. Een kleine greep uit de Duitse steden met een Michaeliskerk of -klooster: Bamberg, in Fulda stamt de karolingische Michaeliskerk uit de 9e eeuw, in Hildesheim uit het begin van de 11e, in Schwäbisch-Hall uit de 15e eeuw; Siegburg heeft een Michaelisabdij en een Michaelisburg; Hamburg heeft een Michaeliskerk; daarnaast ook Lüneburg (uit de 14e eeuw), München en Passau.

In Italië noemen wij naast de genoemde kerken te Rome en op de Monte Gargano nog Lucca, Pavia en Ravenna.

Hij was ook patroon van de Franken en dientengevolge van Frankrijk; alsmede van een militaire orde, ingesteld door Lodewijk XI in 1469. Naast de reeds hierboven genoemde plaatsen, zijn tot op de dag van vandaag in Frankrijk wel meer dan honderd plaatsen en dorpen die naar St-Michel zijn genoemd. Hij is ook beschermheilige van de stad Brussel, waar de kathedraal onder zijn bescherming is geplaatst. Beroemd is in Parijs de naar hem genoemde Boulevard Saint-Michel.

In Nederland is Sint-Michielsgestel naar hem genoemd; hij wordt dan ook afgebeeld als de drager van het gemeentewapen.

Binnen onze landsgrenzen vinden we een kerk die aan Michaël is toegewijd in Almenum, Beek, Beek-en-Donk, Berg/Maas, Berlikum, Blokker, Breda, De-Bilt, Dennenburg, Eindhoven, Emmeloord, Enschede, Harlingen, Hazerswoude-Rijndijk, Herten, Heugem, Koudekerk-Rijndijk, Maastricht, Nes/Ameland, Oosterland/N-H, Rotterdam (sinds 1922, en sedert 1984 samen met Clemens), Schaesberg, Schalkwijk, Sittard, St-Michielsgestel, Thorn, Tuitgum=Berlikum, Wanssum, Westerblokker, Woudsend, Zuidschermer en Zwolle.

Verder is Michaël patroon van ridders, soldaten, wapendragers en schermers; van kooplieden, weegschaalfabrikanten en -uitbalanceerders, ijkers en apothekers (omdat deze allemaal een weegschaal gebruiken in hun beroepsuitoefening); kruideniers, graanafwegers, bakkers en banketbakkers; van handelaars in garen- en band, lakenscheerders en stoffenbereiders (omdat zij werktuigen gebruikten die veel weg hadden van zwaarden); vooral van lakenvollers, die de stof platwalsten, juist zoals Michaël had gedaan met de satan; van kleer- en hoedenmakers (kleermakers,omdat hij op afbeeldingen vaak een zwierige mantel draagt); van schilders en vergulders (omdat juist afbeeldingen van Michaël vaak werden verguld); van kuipers, houtbewerkers en werklui aan draaibanken; van glasblazers, lood- en tingieters; van vogelkooifabrikanten, omdat Michaël de satan ook had opgesloten! en sinds 1958 (Paus Pius XII) ook van radiotechnici en bankbedienden (omdat beide beroepsgroepen zo getrouw mogelijk boodschappen moeten doorgeven); van stervenden en arme zielen. Hij is ook beschermheilige van kerkhoven en kerkhofkapellen. Voorts wordt hij aangeroepen tegen bliksem en onweer; tegen een plotselinge dood en voor het verkrijgen van een goede dood.

In het middeleeuwse Keulen werd hij ook aangeroepen als beschermheilige tegen vijanden. Talloze middeleeuwse ambachtsgilden hadden hem als patroon gekozen.

In de Hollandse stad Delft was Michaël in de late middeleeuwen patroon van het schermersgilde; in de stad Delft hadden ‘de deckers en verwers’ een eigen Michaël-altaar in de Nieuwe kerk; daarnaast was hij ook patroon van het gilde der knoop- en ballenmakers (die ballen diende o.a. voor de spelen slagbal en kolfbal).

Aan het eind van de jaren zestig van de 20e eeuw had er in de cultuur een enorme verandering plaats. Vele oude waarden en tradities hadden hun zeggingskracht verloren en werden losgelaten. In de Rooms-Katholieke Kerk waren er velen die zich daar bijzonder ongerust over maakten. In Nederland sloot een grote groep van deze verontruste gelovigen zich aaneen en noemden zich Michaël-legioen…!

Gebruiken
Omdat 29 september valt bij de wisseling der jaargetijden, overgang van zomer naar herfst, werden er in vroeger tijden overal Michaëlsmarkten gehouden. In het naar hem genoemde Schotse plaatsje Crossmichael stond ter ere van de aartsengel een kruis opgesteld. Daar omheen werd elk jaar met ‘Michaelmass’ (29 september dus) een kermis gehouden. In het Duitse Dürkheimer werd op die dag een beroemde Michaëlsmarkt gehouden, die in de volksmond beter bekend staat onder de naam Worstmarkt. In de Duitse plaats Fürth begint in het weekend na St-Michiel een elf dagen lange Michaëlis-kerkdienst, ter plaatse genoemd Färther Kärwa (= ‘Fürther Kirchweih’). In vroeger tijden bezat het Bourgondische plaatsje Saint-Gilles een Michaëlsbronnetje. Het water ervan bevroor nooit en genas de koorts. De bron is sinds een jaar of vijftig opgedroogd.

Bekend is de negro-spiritual “Michael, row the boat ashore, allelujah!” Ook deze tekst gaat wellicht terug op de oude traditie dat Michaël de zielen van de overledenen stond op te wachten om ze naar de veilige haven ‘aan de overkant’ te vervoeren…

Afbeeldingen
Hij wordt afgebeeld als engel (mens met vleugels) in ridderuitrusting, met helm, (vlammend) zwaard, lans en schild; vaak doorboort hij met zijn lans of speer de draak onder hem. Bij andere gelegenheden is hij te zien met een weegschaal waarop hij de zielen weegt.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Gabriël Aartsengel

Gabriël is één van de aartsengelen, die in de Joodse traditie met name worden genoemd. Naast hem kennen wij nog Michaël en Rafaël. In het Oude Testament horen we voor het eerst van Gabriël in de profetieën van Daniël: 8,16 en 9,21. De eerste keer wordt hij opgeroepen om aan Daniël een hemels visioen uit te leggen; de tweede keer komt hij naar Daniël toevliegen om hem een bericht uit de hemel te brengen. Buiten de Heilige Schrift horen we ook van hem in het Eerste Boek Henoch.

Gabriël is het meest bekend geworden door de rol die hij speelt in het Nieuwe Testament. Hij kondigt de geboorte aan van Johannes de Doper, wanneer diens toekomstige vader, de priester Zacharias, dienst doet in de tempel. Hij verschijnt hem naast het altaar; en als Zacharias hem iets tegenwerpt, wordt hem door de engel het zwijgen opgelegd totdat het kind Johannes geboren zal zijn.

Lucas 01,05-25

05 In de dagen van Herodes, koning van Judea, leefde er een priester Zacharias geheten, die behoorde tot de klasse van Abia. Hij had een vrouw uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabet.
06 Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leefden onberispelijk volgens alle geboden en voorschriften van de Heer.
07 Zij hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar en beiden waren al op gevorderde leeftijd.
08 Toen Zacharias voor God mocht optreden omdat zijn klasse de beurt had, geschiedde het, dat hij,
09 zoals onder de priesters gebruikelijk was, door het lot werd aangewezen om de tempel des Heren binnen te gaan en het wierookoffer op te dragen.
10 Het gehele volk stond op het uur van het wierookoffer buiten te bidden.
11 Er verscheen hem een engel des Heren, staande aan de rechterkant van het wierookaltaar.
12 Toen Zacharias hem zag, ontstelde hij en werd door vrees bevangen.
13 Maar de engel sprak tot hem: “Vrees niet Zacharias, want uw bede is verhoord; uw vrouw Elisabet zal u een zoon schenken, die gij Johannes moet noemen.
14 Ge zult verheugd zijn en het uitjubelen en vele mensen zullen zich over zijn geboorte verblijden.
15 Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer; wijn of sterke drank zal hij niet drinken, en nog in de schoot van zijn moeder zal hij met de heilige geest vervuld worden.
16 Vele zonen van Israël zal hij terugbrengen tot de Heer, hun God.
17 Hij zal voor Hem uitgaan met de geest en de kracht van Elia om de gezindheid van de vaderen te doen terugkeren in de kinderen en de ongehoorzamen te brengen tot de gesteltenis van de rechtvaardigen en zo voor de Heer een welbereid volk te vormen.”
18 Maar Zacharias zei tot de engel: “Hoe kan ik dat weten? Ik ben oud en ook mijn vrouw is reeds op jaren.”
19 De engel antwoordde hem: “Ik ben Gabriël die voor Gods aangezicht staat, en ik ben gezonden om tot u te spreken en u deze blijde boodschap aan te kondigen.
20 Zie, gij zult zwijgen en niet in staat zijn te spreken tot de dag waarop dat zal gebeuren, omdat ge mijn woorden niet geloofd hebt; deze zullen echter op hun tijd in vervulling gaan.”
21 Intussen stond het volk op Zacharias te wachten en ze verwonderden zich dat hij zo lang in het heiligdom bleef.
22 Toen hij naar buiten kwam, was hij niet bij machte tot hen te spreken en zij begrepen, dat hij in het heiligdom een verschijning gezien had. Maar omdat hij stom bleef, kon hij slechts tegen hen gebaren.
23 Toen de tijd van zijn tempeldienst om was, ging hij naar huis terug
24 en enige tijd later werd zijn vrouw, Elisabet, zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen en daarna sprak zij:
25 “Dit heeft de Heer voor mij gedaan toen het Hem behaagd had mijn schande bij de mensen weg te nemen.”

Vervolgens verschijnt de engel Gabriël aan Maria om haar aan te kondigen dat zij de moeder van Gods Zoon zal worden. Ook zij plaatst een tegenwerping, maar dat stelt de engel juist in staat grote beloften over het komende kind uit te spreken…

Lukas 01,26-38

26 In de zesde maand werd de engel Gabriëll van Godswege gezonden naar een stad in Galilea, Nazaret,
27 tot een maagd die verloofd was met een man die Jozef heette, uit het huis van David; de naam van de maagd was Maria.
28 Hij trad bij haar binnen en sprak: “Verheug u, Begenadigde, de Heer is met u!”
29 Zij schrok van dat woord en vroeg zich af, wat die groet toch wel kon betekenen.
30 Maar de engel zei tot haar: “Vrees niet Maria, want gij hebt genade gevonden bij God.
31 Zie, gij zult zwanger worden en een zoon ter wereld brengen, die gij de naam Jezus moet geven.
32 Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God de Heer zal Hem de troon van zijn vader David schenken
33 en Hij zal in eeuwigheid koning zijn over het huis van Jakob en aan zijn koningschap zal nooit een einde komen.”
34 Maria echter sprak tot de engel: “Hoe zal dit geschieden, daar ik geen gemeenschap heb met een man?”
35 Hierop gaf de engel haar ten antwoord: “De heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook zal wat ter wereld wordt gebracht heilig genoemd worden, Zoon van God.
36 Weet, dat zelfs Elisabet, uw bloedverwante, in haar ouderdom een zoon heeft ontvangen en, ofschoon zij onvruchtbaar heette, is zij nu in haar zesde maand;
37 want voor God is niets onmogelijk.”
38 Nu zei Maria: “Zie de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord.” En de engel ging van haar heen.

De volgelingen van Mohammed zijn ervan overtuigd, dat het de engel Gabriël was die hem in de eenzaamheid de Koran heeft gedicteerd. Dat moet ongeveer tussen 610 en 630 geweest zijn.

Verering & Cultuur

Gabriël verschijning op de Athos en openbaring van de Mariahymne ‘Het is passend’ (‘Axion estin’); ca 980.

In de tijd van patriarch Nicolaas Chrysoverges (984-996) zat een monnik ‘s nachts in zijn cel de getijden te bidden van de Heilige Maagd. Hij woonde in het toenmalige Pantocratorklooster; tegenwoordig heet het naar de icoon die rond deze gebeurtenis werd vervaardigd. Hij was alleen, want zijn overste had iets te doen in Karyes. Juist was hij met zijn gezang aangekomen bij de woorden ‘Eerbiedwaardiger dan de engelen…’, toen er plotseling een man in de kerk verscheen, die een volkomen onbekende hymne begon te zingen; hij begon met de woorden ‘Het is passend…’ De monnik was diep getroffen, zowel door de woorden als door het hemelse gezang.

Toen wendde de vreemdeling zich tot de monnik: “Dat zingen we bij ons altijd zo.” De monnik wilde het graag vastleggen en bracht een marmeren schrijftabletje tevoorschijn; de gast schreef erop met zijn vinger alsof hij op was schreef in plaats van steen. Daarna was hij verdwenen. Het was de aartsengel Gabriël. Het tabletje werd naar Constantinopel overgebracht met als gevolg dat de hymne tot op de huidige dag nog steeds in de oosterse liturgie wordt gezongen:

‘Het is passend U te zegenen;
U bracht God voort,
altijd gezegende en allerzuiverste Moeder van God.
Eerbiedwaardiger dan de cherubijnen
zelfs de serafijnen zijn in heerlijkheid niet met U te vergelijken.
Ongerept bracht U Gods Woord ter wereld,
U bent waarlijk de Moeder van God.
Wij brengen U lof.’

Er werd een icoon vervaardigd naar deze hymne. Het Pantokratorklooster werd omgedoopt tot Klooster van de ‘Het-is-passend-icoon’.

Hij wordt afgebeeld met scepter en globe; kruis; leliestengel; olijf- en palmtak (in hoge Middeleeuwen en renaissance vooral bij Annunciatie); schriftrol; soms met een wierookvat; zwaard; duif (Heilige Geest); staand op bankje (in Byzantijnse voorstelling, teken van waardigheid).

In de kunst is de Boodschap van de aartsengel Gabriël aan Maria ontelbare malen afgebeeld; het meest in het tijdperk van de Renaissance, toen de gelovigen juist bijzonder geïnteresseerd waren in de grootheid van de mens, en dus eens te meer in de bijzondere grootheid van de menswording van God in Jezus. Ook op oosterse iconen wordt dit feest graag afgebeeld.

Heel vaak komt de engel, herkenbaar aan zijn vleugels, van links op Maria af, met vooruitgestoken vinger of hand; Maria bevindt zich meestal rechts op de afbeelding; zij schrikt op uit haar gebed dikwijl met een (gebeden)boek in haar nabijheid; zij wendt zich op de nadering van de engel enigszins af. Ergens op de afbeelding is haast altijd een lelie te vinden, symbool van het feit, dat Maria maagd blijft terwijl zij van de Heilige Geest een kind ontvangt in haar schoot.

Op Middeleeuwse afbeeldingen is God de Vader in de hemel ook te zien, en soms ook de Heilige Geest, voorgesteld als een duif, die van God naar Maria vliegt; een enkele keer bevindt zich in de baan van God naar Maria ook een klein bloot Jezuspoppetje kompleet met een kruisje over zijn schouder… Hij duikt a.h.w. Maria in! Op zulke afbeeldingen wordt het mysterie wel erg kneuterig in beeld gebracht; anderzijds is dat een aanwijzing hoe vertrouwd men zich voelde bij (de dingen van) God.

Wanneer op zo’n voorstelling van ‘Maria Boodschap’ (ook wel ‘Annonciatie’ of ‘Annunciatie’ genoemd) ergens een doek bevindt die ogenschijnlijk zomaar is opgehangen, dan is die symbool voor het menselijk lichaam waarmee God zich in Jezus bekleedt…!

Gabriël is patroon van de post, telegraaf- en telefoondienst; sinds 1951 ook van persagentschappen, nieuwsdiensten, radio- en televisiemedewerkers; van boodschappers, brievendragers, postboden en krantenbezorgers; daarnaast ook van postzegelverzamelaars; hij wordt ook aangeroepen bij kinderloze huwelijken.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Rafaël Aartsengel.

De aartsengel Rafaël komt voor in het apocriefe bijbelboek Henoch (09,01 vv.). Daar wordt verteld hoe hij tezamen met Michaël, Gabriël en Uriël de nood van de aardbewoners onder Gods aandacht brengt. Deze zendt hen vervolgens uit om de veroorzakers van alle ellende, de opstandige en gevallen engelen, onschadelijk te maken.
In het bijbelboek Tobit (dat door de katholieken wel, maar in navolging van de joden door de protestanten niet als echt wordt erkend) wordt verhaald hoe de aartsengel Rafaël de jonge Tobias begeleidt op zijn weg van Nineve naar Ekbatana. Hij helpt hem bij het vangen van een gevaarlijke vis. Daarnaast bevrijdt hij het meisje Sara van een boze geest. Telkens wanneer zij de huwelijksnacht met een bruidegom doorbracht, bleek deze de volgende ochtend te zijn overleden; dat was haar al zes keer overkomen. Maar Tobias, de zevende bruidegom, bleef door Rafaëls voorzorgen in leven. Uiteindelijk wist de jonge Tobias op aanwijzing van zijn reisgezel Rafaël zijn oude vader Tobit van diens blindheid te genezen met de gal van een gevangen vis. Ongetwijfeld een toespeling op de betekenis van zijn naam: Rafaël = ‘God geneest’.

Aan het eind van het verhaal maakt Tobias’ reisgezel zich bekend als Rafaël, een van de zeven engelen die voor de heerlijkheid Gods staan. Daar dragen zij de gebeden van de heiligen op tot voor Gods troon.

Verering & Cultuur
Bij de officiële kerkwijding van de nieuwe domkerk in Halberstadt in 992, was er ook een altaar van de heilige aartsengelen Michaël, Gabriël en Rafaël.[132p:23]
Paus Benedictus XV († 1922) stelde zijn feest op 24 oktober. Sinds de liturgische hervormingen van het Tweede Vaticaans Concilie in 1969 wordt hij tezamen met de andere aartsengelen gevierd op 29 september.

Hij is patroonheilige van artsen, apothekers, verplegend personeel en zieken; van gehuwden (vanwege zijn rol bij de bruid Sara in het boek Tobit); op grond van datzelfde verhaal is hij ook patroon van alle mensen die op reis of onderweg zijn: daar behoren ook toe schippers, pelgrims, emigranten, vakantiegangers, dagjesmensen en spoorwegpersoneel; van mijnwerkers, bergbewoners en dakdekkers; van arme zielen (die hij begeleidt tot voor Gods troon).
Hij wordt aangeroepen tegen oogziekten en tegen de pest.
Door zijn rol in het verhaal van de jonge Tobias werd hij ook patroon van opvoeders en ieder die jonge mensen begeleidt op hun weg naar volwassenheid. Zo is het te verklaren dat zijn naam zelfs voorkomt in de Haagse sportvereniging RAVA (= Raphaël Afdeling Voetbal en Atletiek).

Hij wordt afgebeeld met vleugels (in de voorstellingswereld van gelovigen vliegen engelen tussen God en mensen heen en weer); hij heeft Tobias bij de hand; met wandelstok, veldfles en reistas (waarin de gal van de vis werd opgeborgen); met een vis.
Eens kreeg de Italiaanse Renaissanceschilder Rafael de opdracht een schilderij te maken, waarop Jezus’ moeder Maria en de heilige aartsengel Rafaël te zien zouden zijn. Hij beeldde de aartsengel af tezamen met Tobias; de jongen geeft zijn vis aan Maria…



29 sep - dinsdag

Sneek 08:45 Eucharistieviering

Sint Martinuskerk aan de Singel, Sneek

Powered by Events Manager