Gedenkdag H. Joël, profeet

19 okt - maandag
Hele dag

Plaats:
- Geen

Van


Joël Profeet; Jeruzalem, Israël; † 5e eeuw vóór Christus.

Afbeelding profeet Joël

ca 1900(?), paneelschildering (onderdeel van kruisweg).
Nederland, ‘s Heerenberg, St-Pancratius.

http://www.heiligen.net/afb/10/19/10-19-00--0500-joel_1.jpg

Feest 19 oktober.

Hij is de tweede van de twaalf Kleine Profeten. Dezen worden zo genoemd, omdat zij slechts korte geschriften hebben nagelaten.
Joël was afkomstig uit de stam Ruben. Men neemt aan dat hij leefde na de Babylonische Ballingschap, toen de Tweede Tempel alweer herbouwd was.
Zijn boek valt in twee grote delen uiteen: het eerste voorspelt onheil, omdat de mensen Gods woorden niet in praktijk brengen. En wie zo leven, zullen uiteindelijk naar de bliksem gaan. Aldus de gedachtegang van de profeet.
In het tweede gedeelte wordt juist een lieflijke, paradijselijke toekomst in het vooruitzicht gesteld voor al degenen die in de barre tijden Gods woord zijn trouw gebleven.
Hij zegt in hoofdstuk 3:

‘Daarna zal het gebeuren:
Ik zal mijn Geest uitstorten over alle mensen,
uw zonen en uw dochters zullen zich als profeten gedragen;
uw grijsaards zullen droomgezichten zien
en uw jonge mannen krijgen visioenen.
Zelfs over de slaven en de slavinnen
stort Ik mijn geest uit in die dagen.’

Aldus roept de profeet namens God.
Vijfhonderd jaar later zeiden Jezus’ volgelingen (= christenen), dat deze profetie in vervulling ging op het Pinksterfeest, toen de Heilige Geest in de gedaante van vurige tongen op ieder van hen neerdaalde. En inderdaad waren er onder hen zonen en dochters, slaven en slavinnen. Daarop begonnen zij met vurige tongen over Jezus te spreken. Zij waren zo enthousiast dat elke vreemdeling hen verstond in zijn eigen taal. En er waren op dat moment heel veel vreemdelingen onder hun gehoor…

Het boekje van Joël eindigt met een hemels visioen:
‘Voor zijn volk is de Heer een toevlucht,
voor de zonen van Israël een vesting.
“Dan zul je erkennen,
dat ik, JHWH, uw God ben.
Ik die woon op de Sion [= berg waarop tempel van Jeruzalem stond]
mijn heilige berg;
dan zal Jeruzalem heilige grond zijn,
geen vreemde overheersers trekken er meer door.”
En het zal gebeuren op die dag,
dat de bergen van druivennat druipen,
dat de heuvelen stromen van melk,
dat al de waterlopen van Juda
een overvloed aan water hebben,
want uit de tempel van JHWH
zal een bron ontspringen,
die het dal van de acacia’s bevloeit.’